Schriftelijke inspraakreactie de heer Rietkerk bij RV Visie stadstuinieren d.d. 3 maart 2021
Tekst van het document
Aan de leden van de Raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 4 maart 2021 Betreft: Inspraak Visie stadstuinieren 11 maart. Geachte Raadsleden, Op 11 maart is gelegenheid tot inspreken over de Visie Stadstuinieren. Er is één onderdeel waar ik uw aandacht voor wil vragen en dat is de keuze voor het centrum van de Oostvlietpolder als enige locatie in Leiden waar nieuwe volkstuincomplexen mogen komen. Als eigenaar van de molenstomp aan de Vlietweg gaat het mij zeer aan het hart als dit authentieke en historische polderlandschap zou verdwijnen. De keuze voor de Oostvlietpolder is een keuze waar niemand gelukkig mee is. De bewoners van de Vlietweg niet, die vrezen dat het verkeer op de Vlietweg nog drukker wordt; de huidige volkstuinders in de Oostvlietpolder niet, die hun vrije uitzicht over de polder gaan verliezen, de wandelaars niet; de weidevogels niet en het boerenbedrijf dat daar koeien en schapen weidt al helemaal niet. Zelfs de potentiele nieuwe volkstuinders niet, zo blijkt uit een enquete. Zij kiezen liever voor een plek dichter bij huis. En ik vermoed dat het gemeentebestuur, dat in structuurvisies, merkenkompassen en bestemmingsplannen hoog opgeeft over het belang van dit slagenlandschap er ook niet enthousiast over is. Er is evenwel een afspraak om verdwenen volkstuinen te compenseren en dus moeten die tuinen ergens komen.
Maar de polder in Oostvliet is daarvoor niet de juiste plek. Daarom wil ik u vragen om er bij het gemeentebestuur op aan te dringen om eerst goed de alternatieven te onderzoeken voordat we dit boerenland opofferen voor een vijfde (!) volkstuincomplex aan de Vlietweg. A> Ten eerste zou nog eens serieus gekeken kunnen worden naar alternatieve locaties in Leiden, zoals langs het spoor bij Cronesteijn, de Stevenshof of langs het spoor bij Voorschoten. Die locaties vielen af door problemen met bereikbaarheid en verlies van het open landschap, maar dat geldt ook voor de Oostvlietpolder. Dat geeft ook een betere spreiding van volkstuinen over de stad. B> Leiden heeft al relatief veel volkstuinen. Namelijk 3,5 m2 per inwoner. Dat is grofweg 5 maal zo veel als Oegstgeest, Wassenaar of Leiderdorp en ongeveer 2 maal zo veel als Katwijk en Zoeterwoude. Er komen dan ook veel mensen van elders in Leiden tuinieren. Niets mis mee, maar dit pleit ervoor om eerst samen met die gemeenten kijken of en waar er nieuwe volkstuinen in de regio kunnen komen, voordat er gekozen wordt voor de Oostvlietpolder. C> Veel volkstuinen zijn in de loop van de jaren veranderd van moestuin naar recreatietuin met overnachtingsmogelijkheden. Sommige tuinhuizen zijn niet van luxe recreatiebungalows te onderscheiden.
Dat gun ik iedereen maar is het een taak van de overheid om dit soort grote tuinen ter beschikking te stellen? Ze kunnen makkelijk worden opgesplitst in kleinere moestuinen. Zo kunnen de wachtlijsten worden ingekort zonder het polderland aan te tasten. Het college wil dit ook wel, zo blijkt uit de beantwoording van de inspraakreacties, maar of en hoe zij dat gaat realiseren blijft vaag. Ik dank u voor uw aandacht en ik hoop dat u mijn mening deelt dat de boerenpolder in
Oostvliet de moeite van het beschermen waard is. Ik hoop dat u er daarom bij het college op wil aandringen om geen toestemming te geven voor nieuwe volkstuincomplexen in de Oostvlietpolder voordat zeker is dat er geen betere opties voorhanden zijn. Met vriendelijke groet, Paul Rietkerk