CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 21.0090 Doordecentralisatie maatschappelijke zorg per 2023

Gemeenteraad 2 december 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0090 Doordecentralisatie maatschappelijke zorg per 20234.627 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 21.0090

B en W-besluit d.d.: 14-09-2021 B en W-besluit nr.: 21. *Z21DB2C3C0E*

Naam programma: 09 Maatschappelijke Ondersteuning Onderwerp: Doordecentralisatie maatschappelijke zorg per 2023 Aanleiding: Met ingang van 2023 worden de financiële middelen voor beschermd wonen (BW) door het Rijk geleidelijk steeds meer naar de afzonderlijke gemeenten overgedragen in plaats van naar de aangewezen centrumgemeenten. Leiden fungeert als centrumgemeente voor beschermd wonen voor de gemeenten in Holland Rijnland. De financiële middelen voor maatschappelijke opvang (MO), verslavingszorg en bemoeizorg worden door het Rijk tot minimaal 2026 nog aan de centrumgemeente Leiden verstrekt ten behoeve van de hele regio Holland Rijnland. In de regio Holland Rijnland is afgesproken om, vooruitlopend op de officiële doordecentralisatie vanuit het Rijk, de middelen die centrumgemeente Leiden ontvangt voor BW en MO vanaf 2023 over de afzonderlijke gemeenten te verdelen. Zo kan elke gemeente ervoor zorgen dat er betere hulp kan worden geboden. Tussen de doelgroepen van MO en BW zit veel overlap; in beide gevallen gaat het om psychisch kwetsbare inwoners, die baat hebben bij een zo veel mogelijk lokale oplossing, met een ondersteuningsaanbod in de vorm van wonen en zorg in samenhang met ondersteuning op andere leefgebieden. Deze benodigde hulp kan eerder, dichterbij en meer in samenhang met andere sociale activiteiten en de lokale hulpverlening worden georganiseerd.

Voor inwoners met specifieke behoeften waarvoor de ondersteuning lokaal niet aanwezig is of georganiseerd kan worden, maken de gemeenten afspraken hoe deze in de regio Holland Rijnland beschikbaar zijn. Met deze verandering beschikken gemeenten zelf over middelen voor zowel BW als MO. Door de budgetten tegelijkertijd te decentraliseren, wordt ontschotting tussen het ondersteuningsaanbod BW en MO mogelijk, wat gemeenten beter in staat stelt lokaal tot passende integrale maatwerkoplossingen te komen Om alle ondersteuning op lokaal niveau in 2023 goed geregeld te hebben is nu een raadsbesluit over de doordecentralisatie noodzakelijk zodat begin 2022 de inkoop van maatschappelijke zorg kan starten. Doel: Inwoners die door psychische of psychosociale problemen (tijdelijk) niet in staat zijn zich op eigen kracht te redden in de samenleving ontvangen vanuit de eigen gemeente laagdrempelig en op maat ondersteuning op alle leefgebieden gericht op: 1/13

• • •

het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie, de stabilisatie van het psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing, maatschappelijke overlast of gevaar voor de inwoner zelf of voor anderen. Deze ondersteuning kan in de eigen woonsituatie gegeven worden, op een specifiek daarvoor bestemde woonlocatie of op een tijdelijke opvangplek. Kader: • Rv. nr. 16.0106: Beleidskader Maatschappelijke zorg Holland Rijnland 2017-2025 • B&W nr. 18.0001: Uitvoeringsprogramma decentralisatie en transformatie Maatschappelijke zorg Holland Rijnland 2018-2020: “De maatschappelijke zorg dichterbij” • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Overwegingen: Met de wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden voor het beschermd wonen van inwoners met GGZ-problematiek. De Wmo 2015 kent formeel gezien geen onderscheid tussen centrumgemeenten en regiogemeenten. Alle gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor opvang en beschermd wonen. Gemeenten zijn echter verplicht met elkaar samen te werken. Voor MO en BW wonen is tussen Rijk en de VNG afgesproken dat met centrumgemeenten zal worden gewerkt. De centrumgemeenten kregen hierbij een regierol en ontvangen ook financiële middelen van het Rijk.

In Holland Rijnland hebben de gemeenten door middel van het verlenen van een mandaat destijds besloten om de taken voor beschermd wonen en voor MO/VZ/OGGZ te beleggen bij centrumgemeente Leiden. Hiermee werd Leiden als centrumgemeente in 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg voor de meest kwetsbare inwoners, oftewel de maatschappelijke zorg, in de regio Holland Rijnland. Na de komst van de nieuwe taak van Beschermd wonen bij de gemeenten, is in de regio Holland Rijnland een regionaal beleidskader voor de maatschappelijke zorg opgesteld. Eind 2016/begin 2017 hebben alle gemeenteraden in de regio Holland Rijnland het Beleidskader Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2017-2025 vastgesteld. Dit beleidskader sluit aan op het advies dat de commissie Toekomst beschermd wonen (ook wel commissie Dannenberg genoemd) eind 2015 uitbracht. Regionaal beleidskader In het Beleidskader Maatschappelijke Zorg Holland Rijnland 2017-2025 is vastgelegd dat het wenselijk is het beleid en de uitvoering van maatschappelijke opvang, verslavingszorg, (O)GGZ en Beschermd wonen in onderlinge samenhang en in samenhang met andere gemeentelijke taken te transformeren zodat lokaal integrale en doeltreffende ondersteuning van kwetsbare inwoners kan worden geboden. Deze inwoners hebben immers veelal op meerdere levensgebieden problemen, zoals woonvaardigheden en omgaan met geld.

Op lokaal niveau kan het best vorm gegeven worden aan vroegsignalering, preventie en ondersteuning op maat. De visie en uitgangspunten die in het regionaal beleidskader zijn vastgelegd, zijn nog steeds geldig/ 2/13

actueel: Visie: inclusieve samenleving Alle inwoners kunnen meedoen in de samenleving. De inwoner die (tijdelijk) problemen heeft met het zelfstandig regie voeren, kan via de Wmo ondersteuning krijgen. Hierbij is lokale ondersteuning het uitgangspunt. De ondersteuning is dichtbij, op maat en in de eigen leefomgeving. Voor de groep inwoners die niet meer zelfstandig thuis kan wonen, en waarbij ondersteuning in de eigen omgeving tekortschiet, is (tijdelijk of permanent) opvang aanwezig. Onder opvang verstaan we wonen in één van de woonvormen van een instelling. Dit is waar mogelijk een tijdelijke situatie, waarbij er gestuurd wordt op herstel en uitstroom. Het doel is om inwoners zo snel mogelijk weer deel te laten nemen aan het maatschappelijk leven, naar eigen wensen en vermogen. Het deelnemen naar vermogen in de samenleving is ook afhankelijk van de mogelijkheden van de omgeving. Aandachtspunten zijn dan ook acceptatie van de omgeving en het voorkomen van uitsluiting en vereenzaming. Uit deze visie zijn de volgende uitgangspunten voor het beleid te herleiden: 1. ondersteuning voor de doelgroep Maatschappelijke zorg is een breed gedragen lokale verantwoordelijkheid; 2. lokaal zet men in op vroegsignalering en preventie; 3. lokaal organiseert men vraaggerichte ondersteuning: integraal en op maat, waardoor 1.

regionaal alleen een vangnet overblijft voor zeer specialistische of acute vormen van opvang; 4. toegang tot ondersteuning is laagdrempelig, met aansluitend duidelijke richtlijnen voor aanmelden bij (sub)regionale ondersteuningsvormen waarin op regionaal niveau wordt samengewerkt; 5. eigen kracht en eigen regie, het zelfregisserend vermogen wordt versterkt om de instroom te beperken en uitstroom uit de opvang te bevorderen; 6. de opvang is kleinschalig en zo lokaal mogelijk georganiseerd; 7. aandacht voor participatie en herstel is een uitgangspunt bij alle vormen van hulp, opvang en ondersteuning; 8. de hulpverlening werkt outreachend en levert bemoeizorg waar dat nodig is; 9. de financiële middelen van het rijk vormen het financiële kader. Bron: Beleidskader Maatschappelijke zorg Holland Rijnland 2017-2025 Voorbereidingen op doordecentralisatie Op basis van dit beleidskader en de daarin verwoorde visie hebben de gemeenten en zorgpartijen in Holland Rijnland de afgelopen jaren hard gewerkt om te komen tot nieuwe, lokale vormen van opvang en wonen met ondersteuning. Ook is er lokaal door gemeenten en partners in het sociaal domein ingezet op versterking van 3/13

vroegsignalering, preventie en bemoeizorg. De regionale cliëntenorganisatie Lumen heeft in de hele regio meegedacht en meegewerkt aan innovatie van de maatschappelijke zorg, door het bieden van hersteltrainingen, het realiseren van respijthuizen, het geven van voorlichting etc. De centrumgemeente Leiden heeft over de periode 2018-2022 de financiële middelen aan de gemeenten beschikbaar gesteld om deze voorbereidingen te kunnen doen. Regionaal zijn er voorbereidingen getroffen op de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg. Er is een analyse gemaakt van de samenstelling van de (lange) wachtlijst voor Beschermd wonen. Daarnaast is onderzocht welke specialistische voorzieningen op regionaal niveau georganiseerd moeten blijven en wat de impact is van de openstelling van de Wet Langdurige Zorg voor de Geestelijke Gezondheidszorg op de uitbreidingsopgave die we op het vlak van deze specialistische maatschappelijke zorg als Holland Rijnland hebben. De komende periode zullen de gemeenten zich voorbereiden op de inkoop van nieuwe regionale en subregionale voorzieningen Maatschappelijke zorg per 2023. Voordat de daadwerkelijke inkoop begin 2022 start, is besluitvorming over de doordecentralisatie van de Maatschappelijke Opvang in alle gemeenten vereist.

Landelijke ontwikkelingen Landelijk gaat de komende jaren een aantal zaken veranderen in de verdeling van middelen voor maatschappelijke zorg. Er spelen ontwikkelingen op 3 onderdelen: 1. de verdeelsystematiek beschermd wonen, 2. de verdeling van middelen voor maatschappelijke opvang en 3. de wijziging van de Wet langdurige zorg (Wlz). Ad 1. Verdeelsystematiek beschermd wonen De afgelopen jaren is gewerkt aan een nieuw verdeelmodel voor Beschermd wonen op basis van objectieve kenmerken van gemeenten. Het huidige verdeelmodel Beschermd wonen was gebaseerd op de historisch gegroeide situatie van spreiding van BWvoorzieningen over het land. Dit voorjaar is het nieuwe verdeelmodel ter advisering voorgelegd aan de Raad van Openbaar Bestuur. In het najaar zal de consultatieronde van de VNG richting gemeenten plaatsvinden. De verwachting is dat het verdeelmodel zal worden vastgesteld zodra er een nieuw kabinet is. Het Rijk heeft voor de invoering van het nieuwe verdeelmodel beschermd wonen gekozen een ingroeipad te hanteren dat ingaat per 2023. De centrumgemeente blijft de middelen voor voorzieningen voor de huidige cliënten ontvangen volgens de huidige historische verdeling. De middelen voor voorzieningen voor nieuwe cliënten worden met ingang van 2023 gefaseerd aan elke gemeente verstrekt; dit gebeurt aan de hand van het nieuwe, objectieve verdeelmodel.

Omdat het aantal huidige cliënten afneemt zal ook het budget van de centrumgemeente afnemen. Het budget van elke individuele gemeente voor nieuwe cliënten neemt toe. Dit ingroeipad neemt 7 jaar in beslag.

4/13

Dit betekent dat gedurende zeven jaar de middelen voor beschermd wonen via twee geldstromen vanuit het Rijk verdeeld zullen worden. Dit is een ingroeipad tussen centrumgemeenten en alle gemeenten (dus een ingroeipad binnen regio’s). Tegelijkertijd betekent de doelstelling dat cliënten zoveel als mogelijk in hun eigen omgeving beschermd moeten kunnen wonen dat er een landelijke verschuiving van aanbod plaats zal moeten vinden. Grofweg van het oosten naar het westen van het land. Omdat hiervoor een op- en afbouw van voorzieningen nodig is dat meer tijd kan vragen, vindt er gelijktijdig een aanvullend 10-jarig ingroeipad plaats tussen regio’s. Ad 2. Verdeling middelen maatschappelijke opvang Medio 2019 heeft het Rijk besloten de middelen voor maatschappelijke opvang in elk geval tot 2026 aan de centrumgemeenten te blijven verstrekken. Op dat moment zal landelijk nader bekeken worden of ook deze middelen voortaan aan de afzonderlijke gemeenten wordt toegekend. De verdeling van deze middelen over de regio’s gebeurt reeds op basis van objectieve maatstaven. Ad 3. Wijziging van de Wet langdurige zorg (Wlz) Ten slotte speelt nog een rol de uitkomst van de openstelling Wlz voor inwoners die ‘levenslang en levensbreed’ intensieve ondersteuning nodig hebben bij wonen en leven vanwege psychiatrische problematiek.

Hierdoor komt een aanzienlijke groep inwoners die tot 2021 een beroep deden op de Wmo (Beschermd wonen) onder de Wlz te vallen; dit betreft veelal de meest ‘zware’ categorie cliënten. Met deze wetswijziging zullen ook de middelen hiervoor verschuiven van de Wmo naar de Wlz. Op dit moment is het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nog steeds bezig de indicaties hiervoor af te wikkelen. De verwachting is dat uiteindelijk ca. 35% van de cliënten BW zal overgaan naar de Wlz. In het vierde kwartaal van 2021 zal definitief duidelijk worden om hoeveel cliënten en middelen het precies gaat. De overgang zal voor gemeenten kostenneutraal gebeuren: de regio ontvangt minder geld, maar de kosten nemen met eenzelfde bedrag af. Deze ontwikkeling maakt echter dat de precieze omvang van het budget dat gemeenten ontvangen nog onzeker is. Ook heeft deze ontwikkeling invloed op de omvang van de te bekostigen regionale voorzieningen. Regionale werkwijze Een splitsing in het tijdpad voor de herverdeling van middelen beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt in onze regio onwenselijk geacht. Het gaat in beide gevallen om inwoners die lokaal het beste gekend worden en die lokaal laagdrempelig een ondersteuningsaanbod in de vorm van wonen en zorg in samenhang met ondersteuning op andere leefgebieden behoeven. Een deel van de cliënten binnen BW en MO kampt met vergelijkbare problematiek.

Door budgetten gelijktijdig te decentraliseren wordt ontschotting tussen het ondersteuningsaanbod BW en MO mogelijk, wat gemeenten beter in staat stelt lokaal tot passende integrale maatwerkoplossingen te komen. Daarnaast leidt doordecentralisatie van zowel BW als MO ertoe dat de regiogemeenten zich meer dan nu verantwoordelijk zullen voelen voor preventie, opvang en herstel van cliënten MO, wat de druk op de 5/13

opvang in Leiden verder kan helpen verkleinen. Voorts zijn er financiële redenen om geen splitsing tussen beide aan te brengen. Voor de uitvoering van BW en MO ontvangt Leiden als centrumgemeente jaarlijks een Decentralisatie-Uitkering (DU) vanuit het Rijk. Sinds 2015 houdt de regio jaarlijks geld over op de DU voor Beschermd Wonen. Tegelijkertijd is de DU voor MO voor de regio Holland Rijnland onvoldoende om de vraag te financieren. Door beide geldstromen met elkaar te verbinden bestaat op het geheel nog steeds een overschot. Wanneer conform het landelijke groeipad een splitsing zou worden gemaakt tussen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, zouden de overschotten voor alle andere gemeenten zijn en de tekorten voor de gemeente Leiden. Hierover zouden dan apart nadere afspraken gemaakt moeten worden in de regio. Dit heeft niet de voorkeur. Een gefaseerde doordecentralisatie zoals het Rijk voor ogen heeft bij Beschermd Wonen wordt in onze regio eveneens niet wenselijk geacht. Deze vorm zou tot gevolg hebben dat op eenzelfde locatie cliënten wonen die dan wel lokaal, dan wel regionaal bekostigd worden, beiden met een afwijkend aanbod. Daarnaast betekent het dat aanbieders op één locatie met meerdere verschillende contracten te maken kunnen krijgen.

Binnen Holland Rijnland is dan ook de wens om voor beschermd wonen géén ingroeipad via de onderverdeling bestaande versus nieuwe cliënten te hanteren, maar per 2023 alle inwoners met een beschermd wonen-voorziening inhoudelijk en financieel onder de verantwoordelijkheid te brengen van de gemeente waar zij nu (beschermd) wonen. Dit brengt met zich mee dat ook het historisch budget voor BW dat de komende jaren nog naar de centrumgemeente blijft gaan, per 2023 verdeeld wordt over alle gemeenten. Regionale voorzieningen Sommige inwoners hebben een specifieke ondersteuningsbehoefte die niet lokaal of subregionaal te organiseren of te financieren is. Veelal gaat het om doelgroepen die regionaal klein van omvang zijn en een specialistische ondersteuning behoeven Concreet gaat het om voorzieningen voor de volgende ondersteuningsvragen: • Inwoners met een lichte verstandelijke beperking in combinatie met verslavingsproblematiek. • Inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) in combinatie met chronische verslaving. • Inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) in combinatie met somatische aandoeningen. • Inwoners met ernstige psychiatrische problematiek in combinatie met gedragsproblematiek en/of lichtverstandelijke beperking die aangewezen zijn op 24/7 ondersteuning.

• Alleenstaande ouders met ernstige psychiatrische problematiek die aangewezen zijn op 24/7 ondersteuning. • Daklozen met zware problematiek waarbij 24/7 begeleiding nodig is. • Acute opvang dak- en thuislozen en opvang dak- en thuislozen bij koude- of hitteregeling.

6/13

Voor deze doelgroepen is het voorstel om regionaal de benodigde voorzieningen te contracteren en financieren via een nog uit te werken constructie. Regionaal verdeelmodel Na instemming door de raden dragen vanaf 2023 alle gemeenten in de regio zélf de kosten van maatschappelijke zorg (BW en MO) in hun gemeente of voor hun relatieve aandeel in regionale voorzieningen. Voor een deel (BW) ontvangen zij hiervoor rechtstreeks budget vanuit de rijksoverheid, voor een deel zullen de aflopende middelen die centrumgemeente Leiden tot en met 2028 ontvangt voor BW en MO over de regiogemeenten worden verdeeld. De gemeenten in Holland Rijnland hebben op basis van bovenstaande uitgangspunten afgelopen periode gewerkt aan een eigen verdeelmodel voor Holland Rijnland waarmee we in staat zijn om per 2023 de middelen en taken voor maatschappelijke zorg op een verantwoorde manier over te dragen vanuit de centrumgemeente. Het externe adviesbureau AEF heeft ons ondersteund om te komen tot een regionaal verdeelmodel voor de maatschappelijke zorgtaken gemaakt dat goed zal aansluiten op de nieuwe landelijke verdeling omdat zij die eveneens ontwierpen.

In het eerste kwartaal van 2022 wordt op basis van de laatst bekende gegevens een berekening van de middelen gemaakt en uitgesplitst naar per gemeente; deze is leidend bij de inkoop van de zorg en bij het opstellen van de Kadernota 2023 en voor de begroting 2023. Wanneer het definitieve landelijke verdeelmodel BW bekend is (mogelijk bij de meicirculaire 2022), volgt een eventuele bijstelling in de (nog op te stellen) begroting 2023. In bijgevoegde infographic (zie bijlage 1) wordt in beeld gebracht hoe de voorgestane aanpak in Holland Rijnland zich verhoudt tot het landelijke tijdpad. Verdeling middelen beschermd wonen Zoals hierboven is toegelicht zal elke gemeente per 2023 rechtsreeks middelen ontvangen voor nieuwe cliënten Beschermd Wonen. Er komt een landelijk objectief verdeelmodel voor de verdeling van deze middelen. De middelen voor de huidige cliënten beschermd wonen worden nog uitgekeerd aan de centrumgemeente op dezelfde wijze als nu het geval is, dit is een historisch verdeelmodel. Omdat Leiden de kosten van de huidige cliënten kent, kunnen de middelen voor deze kosten overgeheveld worden naar de gemeenten waar deze cliënten wonen. De gemeente waar de cliënt woont moet dus in staat zijn deze kosten te dragen.

Voor de dekking van de lokale kosten beschermd wonen ontvangt deze gemeente dus de middelen vanuit twee geldstromen, één vanuit het Rijk, deze geldstroom neemt jaarlijks toe; en één vanuit de regio, deze geldstroom neemt jaarlijks af en zal naar verwachting na 7 tot 10 jaar wegvallen.

7/13

Verdeling middelen MO/VZ/OGGZ Voor de verdeling van het landelijke budget maatschappelijke opvang over de 44 regio’s bestaat al een objectief verdeelmodel. De maatstaven daarvoor zijn: • Aantal inwoners per leeftijdscategorie • Regionale aantrekkingskracht • Aantal huishoudens met een laag inkomen • Aantal uitkeringsontvangers • Aantal minderheden • Aantal eenouderhuishoudens Omdat deze kenmerken ook per gemeente beschikbaar zijn kan het regiobudget volgens de landelijke verdeelsystematiek verdeeld worden over de gemeenten binnen de regio. Financiering regionale specialistische voorzieningen Voor de financiering van de regionale specialistische voorzieningen levert elke gemeente naar rato van het eigen budget een bijdrage. Op basis van de vraag en de inkooptarieven zal jaarlijks een begroting opgesteld worden voor de regionale kosten. Hierin zijn ook uitvoeringskosten opgenomen. Afspraken over frictiekosten centrumgemeente Nu bij gemeente Leiden de centrumtaken worden afgebouwd kan er sprake zijn van frictiekosten. Deze mogelijke kosten worden in beeld gebracht en hierover zullen zo nodig afspraken tussen de gemeenten gemaakt worden. Waar sprake is van personeel dat met centrumtaken belast is, kunnen afspraken gemaakt worden over overname van personeel vanuit de gedachte ‘mens volgt werk’.

Afspraken over de regionale toegang, inkoop, monitoring en overige ambtelijke taken Ook na 2022 zullen de gemeenten in Holland Rijnland nauw blijven samenwerken in de maatschappelijke zorg. Samenwerking is om meerdere redenen aangewezen: − De contractering en het contractmanagement van regionale voorzieningen, het reguleren van de toegang tot deze voorzieningen en het monitoren van het gebruik en kosten moet in regionaal verband gebeuren. Voorstel is hiervoor een regionaal team in te richten met expertise vanuit de centrumgemeente en regiogemeenten. − De opgave om tot een evenwichtige regionale spreiding van voorzieningen en meer ambulante vormen van beschermd wonen en opvang te komen, vergt een lange adem. Samenwerking is nodig om het voorzieningenniveau in de regio op een goed peil te brengen en te houden en zo nodig elkaar bij te staan om de juiste plek voor een cliënt te kunnen bieden. − Vanuit het Rijk blijft de centrumgemeente het aanspreekpunt voor de huidige cliënten Beschermd wonen en voor maatschappelijke opvang. − Landelijk is afgesproken dat gemeenten de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) hanteren. Deze geldt voor het jeugddomein en voor de Wmo-taken beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Deze norm gaat uit van regionale samenwerking om beschikbaarheid en continuïteit van zorg te garanderen.

Onderdeel van deze NvO is het maken van niet vrijblijvende regionale governance afspreken en een regionaal aanspreekpunt. 8/13

Juridische verankering voor de samenwerking De samenwerking op de regionale taken zoals toegang, inkoop, monitoring etc. van maatschappelijke zorg dient een goede juridische basis te hebben. De vorm wordt nog nader onderzocht en de komende periode uitgewerkt. Financiën: Het voorstel om vanaf 2023 de middelen voor maatschappelijke zorg te decentraliseren leidt ertoe dat de regiogemeenten vanaf 2023 zélf de kosten van maatschappelijke zorg dragen. Deze kosten verdwijnen dus uit de begroting van centrumgemeente Leiden. Om deze kosten te kunnen dekken zet gemeente Leiden op grond van het hierboven besproken regionaal verdeelmodel eenzelfde deel van het aflopend budget dat het als centrumgemeente tot 2028 ontvangt door naar de regiogemeenten. Dit wordt betrokken bij de komende Kaderbrieven en Programmabegrotingen. Met de kennis van nu is de verwachting dat de gehele operatie budgettair neutraal zal verlopen. Op basis van de huidige gegevens (per juni 2021) over: - de hoogte van de uitname van middelen in verband met de overgang van cliënten naar de Wlz, - de ontwikkeling van de Rijksmiddelen BW, - de hoogte van de Rijksmiddelen MO/VZ/OGGZ, - de uitgaven voor BW en MO/VZ/OGGZ over het jaar 2020, en - het nieuwe objectieve verdeelmodel voor BW is berekend hoe de budgetten voor de regio en de subregio’s zich de komende jaren ontwikkelen.

Voor de regio Holland Rijnland als geheel nemen vanaf 2027 tot 2032 de totale middelen voor Beschermd wonen met bijna 50% toe; zie volgende figuur:

Omdat de regio Holland Rijnland relatief gezien een lager voorzieningenniveau Beschermd wonen heeft dan veel andere regio’s in het land pakt de invoering van het

9/13

objectieve verdeelmodel voor de regio gunstig uit. Hiertegenover staat dus ook een hogere opgave om te investeren in het voorzieningenniveau dan in andere regio’s. In onderstaande tabel is te zien hoeveel middelen de subregio’s de komende jaren kunnen verwachten voor BW en MO. Ook wordt in beeld gebracht hoeveel middelen regionaal voor de specialistische voorzieningen en bijbehorende ambtelijke functies (zoals toegang, monitoring, inkoop) kunnen worden geraamd. Hierin is ook af te lezen hoeveel budgettaire ruimte er op basis van de huidige budgetuitputting voor de verschillende subregio’s beschikbaar is voor taken die er nog liggen (wegwerken wachtlijsten, aanpak dakloosheid, etc.). (Sub)regio

Duin- en Bollenstreek Leidse Regio Rijnstreek Regionaal

Inkomsten BW 2023

Inkomsten BW 2032

Inkomsten MO

Budgettaire ruimte 2023

Budgettaire ruimte 2032

€ 6.234.413

€ 9.285.450

€ 627.567

€ 1.147.106

€ 4.198.143

€ 10.172.889 € 5.341.624 € 4.703.249

€ 14.414.162 € 7.969.987 € 5.703.249

€ 1.688.346 € 773.233 € 4.741.225

€ 1.185.708 € 766.334 -

€ 5.426.981 € 3.394.697 -

De bovenstaande gegevens zijn berekend op basis van de huidige budgetten en uitputting hiervan. In het eerste kwartaal van 2022 zullen deze bedragen herijkt worden op basis van de cijfers over het gebruik van de zorg in 2021 zoals die op dat moment bekend zijn, de definitieve uitname Wlz, en laatste checks op woonplaatsgegevens van cliënten. De cijfers kunnen hierdoor wijzigen. Voor individuele gemeenten kunnen de cijfers meer of minder gunstig uitvallen. Daarom wordt samengewerkt binnen de subregio’s bij de inkoop van voorzieningen MZ. Gemeenten dragen naar rato van hun budget bij aan de kosten van (sub)regionale voorzieningen. Risico’s Onzeker is nog wanneer het definitieve verdeelmodel BW bekend wordt. Vooruitlopend wordt een en ander in de berekeningen zo goed mogelijk benaderd. Bij de inkoop wordt rekening gehouden met eventuele afwijkende uitkomst en wordt ruimte gehouden voor mogelijke bijstelling naar boven of beneden als gevolg van definitieve verdeelmodel. Wat betreft het definitieve verdeelmodel BW zijn nog de volgende factoren van invloed: -

In het voorlopige verdeelmodel kunnen de precieze definities van enkele maatstaven nog veranderen. Dit kan leiden tot een verschuiving in de budgetten van alle gemeenten. Dit is een onzekerheid waar de gemeente geen invloed op heeft. Het is onwaarschijnlijk dat de verschuiving dermate groot is dat het objectieve model in de regio Holland Rijnland lager uitvalt dan het historische model, aangezien het objectieve model BW momenteel bijna 50% hoger uitpakt dan het historische model.

10/13

-

Ook het macrobudget kan hoger of lager uitvallen. Dit is een onzekerheid waar de regio geen invloed op heeft en die ook in andere domeinen speelt.

-

De WLz-uitname wordt eind dit jaar definitief bekend. Bij een hogere WLz-uitname is het overgebleven budget voor alle gemeenten kleiner. De hoogte van de uitname sluit aan bij de kosten van cliënten die naar de WLz gaan, dus de kosten die gemeenten maken voor beschermd wonen zijn in die situatie ook lager. Op het netto resultaat zal een hogere uitname dus beperkt effect hebben. Daarnaast zijn herverdeeleffecten niet uit te sluiten; dit heeft te maken met het feit dat er in de regio gemeenten zijn die relatief veel of juist weinig voorzieningen hebben. Om dit te ondervangen wordt in subregionaal samengewerkt bij de inkoop en in de op/afbouwopgave. Ten slotte kan het overdragen van de huidige centrumgemeentetaken van de gemeente Leiden binnen Leiden frictiekosten tot gevolg hebben, maar dat kan opgevangen worden door de gereserveerde regionale BW-middelen die geoormerkt zijn binnen de reserve sociaal domein. In de samenwerkingsafspraken wordt dit zoveel mogelijk beperkt. Inspraak/participatie: Dit voorstel is tot stand gekomen in nauwe afstemming met alle betrokken regionale portefeuillehouders. De regiogemeenten zijn voornemens om met ingang van 2023 zelf de taken uit te voeren die Leiden nu als centrumgemeente voor de gemeenten in de regio Holland Rijnland uitvoert op het gebied van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, verslavingszorg en/of bemoeizorg (MO/VZ/OGGZ).

De onafhankelijke regionale cliëntenorganisatie Stichting Lumen Holland Rijnland heeft bij de uitwerking van diverse onderdelen aan tafel gezeten dan wel is op onderdelen geraadpleegd. In de uitvoering wordt een belangrijke rol voor deze organisatie weggelegd als ‘kritische vriend’: vindt de uitvoering plaats zoals beoogd en is deze in het belang van de cliënten? Bij de realisatie van lokale initiatieven zijn afgelopen jaren diverse zorgaanbieders alsmede de cliëntenorganisatie Lumen betrokken geweest. Zorgaanbieders worden betrokken bij de komende inkooptrajecten. Evaluatie: Evaluatie is onderdeel van de afspraken die in het kader van de governance door het college worden gemaakt. Hierin worden bijvoorbeeld ook afspraken gemaakt over monitoring en bijsturingsmomenten. Bijgevoegde informatie: Bijlage 1: Infographic

11/13

RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0090 van 2021), mede gezien het advies van de commissie,

BESLUIT

1. In te stemmen met het voorstel van de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten in de regio Holland Rijnland om afspraken te maken die afwijken van het landelijk gemaakte tijdspad voor de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg, te weten: a. Binnen de regio Holland Rijnland zowel voor Beschermd Wonen als Maatschappelijke Opvang per 2023 door te decentraliseren voor zowel bestaande als nieuwe cliënten; 2. In te stemmen met het per 2023 overdragen van de Rijksmiddelen en de middelen vanuit het CAK die centrumgemeente Leiden ontvangt voor bestaande cliënten Beschermd wonen (historisch model) en voor Maatschappelijke opvang, verslavingszorg en OGGZ naar de gemeenten in Holland Rijnland volgens de nader door de colleges vast te stellen verdeling. 3. Het college van Burgemeester en Wethouders te verzoeken om met de andere gemeenten in Holland Rijnland samenwerkingsafspraken te maken over: a. de wijze waarop de Rijksmiddelen voor bestaande cliënten beschermd wonen (vanuit historisch budget) over de gemeenten verdeeld worden in de periode totdat alle middelen beschermd wonen rechtstreeks van het Rijk naar de individuele gemeenten komen; b.

de wijze waarop de decentralisatie-uitkering voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) over de gemeenten verdeeld wordt zodat gemeenten deze taken zelf kunnen financieren; c. de wijze waarop specialistische voorzieningen gezamenlijk met de gemeenten in de regio Holland Rijnland worden gecontracteerd en gefinancierd; d. de wijze waarop om te gaan met compensatie van eventuele (nader in beeld te brengen) frictiekosten die bij gemeente Leiden optreden als gevolg van het beëindigen van de centrumgemeentefunctie; e. de wijze waarop de regionale toegang, inkoop, monitoring en overige ambtelijke taken betreffende de regionale specialistische voorzieningen worden geregeld.

12/13

4. Het college van Burgemeester en Wethouders opdracht te geven om de juridische verankering voor de uitvoering van de regionale taken samen met de andere gemeenten in Holland Rijnland uit te werken en voor te leggen aan de gemeenteraad in de eerste helft van 2022. Gedaan in de openbare raadsvergadering van, de Griffier,

de Voorzitter,

13/13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10535984/1