CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 21.0080 Wensen en bedenkingen Principebesluit wijziging structuur samenwerking bedrijfsvoering Leidse regio

raadscommissie Werk en Middelen 2 september 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Raadsvoorstel3.602 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 21.0080

B en W-besluit d.d.: 13-07-2021 B en W-besluit nr.: 21.0371

Naam programma: Bestuur en dienstverlening Onderwerp: Wensen en bedenkingen principebesluit wijziging structuur samenwerking bedrijfsvoering Leidse regio Aanleiding: Wij hebben in december 2020 aangekondigd dat het bestuur van Servicepunt71 een onderzoek uit ging voeren naar de samenwerkingsvorm voor de regionale bedrijfsvoering. We gaven toen aan dit onderzoek als college te steunen, omdat we deze samenwerking graag verder versterken. Een intensievere vorm van samenwerking in de bedrijfsvoering is nodig om de kwaliteit van de bedrijfsvoering te verhogen en vraagt in de optiek van zowel het bestuur van Servicepunt71 als van de colleges van de vier deelnemende gemeenten om vereenvoudiging van de sturing en om organisatie dicht tegen de gemeentelijke processen aan. We zien kans om dit te realiseren door de bedrijfsvoering die nu bij Servicepunt71 is georganiseerd bij de gemeente Leiden onder te brengen. Het onderzoek heeft tot doel uit te wijzen of de beoogde koers de samenwerking daadwerkelijk kan versterken.1 Het bestuur van Servicepunt71 is op basis van het onderzoek tot de slotsom gekomen dat we met het voorgenomen model inderdaad de gewenste stap vooruit kunnen zetten. Het bestuur is allerminst lichtvoetig tot deze conclusie gekomen; er is goed over nagedacht en stevig over gesproken met elkaar. En is dat is ook begrijpelijk want er spelen verschillende belangen.

Maar uiteindelijk meent het bestuur dat dit de goede beweging is om tot betere bedrijfsvoering te komen en -dus- tot betere dienstverlening aan onze inwoners. Op basis van het onderzoeksrapport en het advies van het bestuur van Servicepunt71 over de resultaten van het onderzoek, zijn we voornemens als college het principebesluit te nemen om vanuit de gemeente Leiden op basis van een centrumregeling de bedrijfsvoering voor de Leidse regio te gaan verzorgen. Bij het nemen van dit principebesluit betrekken we graag uw reactie. Dit doen we middels een wensen- en bedenkingenprocedure. Hierover bent u tussentijds geïnformeerd in de procesbrief van 16 maart 2021 over dit onderwerp. Doel: Mening peilen van de gemeenteraad t.a.v. het voorstel. De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen te uiten op het voorgenomen principebesluit van ons college om de bedrijfsvoering die nu bij Servicepunt71 is georganiseerd bij de gemeente Leiden onder te brengen.

Kader: 1 De dienstverlening van Servicepunt71 aan Holland Rijnland verloopt op dit moment via een DVO tussen Holland Rijnland en

Leiden. Deze werkwijze kan in stand blijven. De dienstverlening aan Holland Rijnland komt daarmee niet in het geding. Pagina 1 van 9

Gemeenschappelijke Regeling Servicepunt71, Wet Gemeenschappelijke Regelingen, Gemeentewet Procedure: Het begrip ‘Wensen en bedenkingen’ (ook wel ‘voorhangprocedure’ genoemd) vloeit voort uit artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet. Daarin staat dat het college bepaalde besluiten - ook al zijn dit besluiten waartoe het college bevoegd is- kan voorleggen aan de raad voor wensen en bedenkingen. Het college blijft bevoegd om het bewuste besluit te nemen, de vraag is dus niet of de raad kan instemmen met het besluit, maar of de raad het college wensen en bedenkingen mee wil geven bij het nemen van het besluit. Vervolgproces: Het nemen van het principebesluit is ingebouwd als tussenstap om te bezien of de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten deze beweging, waarin de gezamenlijke bedrijfsvoering wordt ondergebracht bij de gemeente Leiden, met elkaar willen maken. Hierna wordt later dit jaar overgegaan tot verdere uitwerking en voorbereiding van het definitieve besluit; het treffen van een nieuwe regeling. We zullen uw raad om instemming vragen bij het treffen van deze regeling. Overwegingen: Het bestuur van Servicepunt71 heeft het onderzoek naar een nieuw samenwerkingsmodel voor de bedrijfsvoering van de Leidse regio afgerond. Het onderzoeksrapport treft u aan in de bijlage.

Op grond van het rapport adviseert het bestuur om de bedrijfsvoering van de Leidse regio bij de gemeente Leiden onder te brengen. De gemeente Leiden levert daarbij bedrijfsvoeringsdienstverlening aan de gemeenten Oegstgeest, Zoeterwoude en Leiderdorp. Als college omarmen we het advies van het bestuur van Servicepunt71. Op basis van het rapport hebben wij er vertrouwen in dat deze nieuwe samenwerking ons, maar ook onze samenwerkingspartners, een hogere kwaliteit van de bedrijfsvoering zal opleveren. We zien dat een goede ondersteuning vanuit de bedrijfsvoering onmisbaar is geworden bij het succesvol realiseren van onze opgaven. Dit vraagt om een hoge kwaliteit van de dienstverlening en een stevige verbinding tussen de bedrijfsvoering en de gemeentelijke processen. Onze overwegingen hieromtrent presenteren we hierna aan de hand van de opzet en uitkomsten van het onderzoek. Analyse en oplossingsrichting De deelnemende gemeenten van Servicepunt71 hebben geconcludeerd dat de structuur van de huidige samenwerking de belangrijkste oorzaak is voor huidige knelpunten. Dat uit zich op twee manieren: Complexe aansturing De vier deelnemende gemeenten zijn gezamenlijk eigenaar van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Gezamenlijk eigenaarschap betekent in dit geval ook gezamenlijke aansturing van de organisatie. Binnen Servicepunt71 is kennis en capaciteit gebundeld.

Om de kosten laag te houden is afgesproken om zoveel mogelijk dezelfde diensten af te nemen, die bovendien gestandaardiseerd zijn. Het leveren van eenzelfde en standaard dienstenpakket aan alle deelnemers vraagt om eenduidige opdrachtgeving. Het optimale pakket en de ideale standaard is voor elke gemeente anders. Het verschil in omvang tussen Leiden en de drie andere gemeenten is hierin de belangrijkste factor. Het komen tot eenduidige opdrachtgeving vraagt daardoor veel afstemming en coördinatie, met lange besluitvormingsprocessen tot gevolg en compromissen waar niemand gelukkig van wordt.

Pagina 2 van 9

Een manier om de collectieve opdrachtgeving meer te stroomlijnen is om dit meer te centraliseren, dan wel om dit bij één van de partijen te beleggen. Binnen het huidige samenwerkingsmodel leidt het meer centraal maken van de opdrachtgeving tot knelpunten. Inboeten op de collectiviteit van het opdrachtgeverschap leidt namelijk tot een disbalans in het gedeelde eigenaarschap van de bedrijfsvoeringsorganisatie: minder tot geen invloed hebben op wat een organisatie doet, maar wel mede verantwoordelijkheid dragen voor deze organisatie verdraagt elkaar niet goed. Er is mede hierom ervoor gekozen om te onderzoeken wat het oplevert als de gezamenlijke bedrijfsvoering wordt ondergebracht bij Leiden, omdat hiermee de sturing wordt vereenvoudigd zonder dat hiermee een disbalans ontstaat tussen de verantwoordelijkheden en sturingsmogelijkheden van de deelnemers. Afstand tussen gemeentelijke processen en de bedrijfsvoering Het creëren van een afzonderlijke bedrijfsvoeringsorganisatie heeft gezorgd voor een zekere afstand tussen de gemeentelijke processen en de bedrijfsvoeringsprocessen. De complexe maatschappelijke- en bedrijfsvoeringsopgaven die in rap tempo op de gemeenten afkomen verdragen deze afstand steeds minder. Deze opgaven hebben vaak een stevige bedrijfsvoeringscomponent waardoor de bedrijfsvoering meer en meer verweven raakt met de gemeentelijke processen.

Een aantal voorbeelden om deze ontwikkeling te schetsen; Allereerst de digitalisering. Deze ontwikkeling staat met stip bovenaan als het gaat om de verwevenheid tussen gemeentelijke processen en de bedrijfsvoering. Steeds meer processen en dienstverlening zijn afhankelijk van de digitale ondersteuning hiervan. De manier waarop gemeenten inkopen wordt beïnvloed door maatschappelijke opgaven. Bijvoorbeeld door de ambitie om te voldoen aan de criteria van MVI (maatschappelijk verantwoord inkopen) Alle ontwikkelingen in de gemeentelijke opgaven maken ook dat andere competenties worden gevraagd van medewerkers. HRM moet zodoende goed aangesloten zijn op de ontwikkelingen om daar de arbeidsmarktstrategie en werving op aan te passen. Deze ontwikkelingen maken tevens dat nauwe samenwerking nodig is; ontwikkelingen in de bedrijfsvoering zijn voor gemeenten steeds moeilijker op eigen kracht te realiseren. De partnergemeenten willen de kracht van de samenwerking blijven benutten en verder versterken. De veronderstelling is dat een goed begrip van de ontwikkelingen binnen gemeenteland wordt vergemakkelijkt als de aansturing van de bedrijfsvoeringsorganisatie ‘rechtstreeks’ vanuit een gemeentelijke organisatie gebeurt. Door de bedrijfsvoeringsorganisatie bij één van de gemeenten onder te brengen, verbetert dit ten opzichte van de huidige situatie.

We zullen er voor moeten zorgen dat de nabijheid van bedrijfsvoering bij het primaire proces ook voor de andere gemeenten blijft bestaan en verder gestalte krijgt. Gewenste resultaten De beoogde oplossing om de sturing flink te vereenvoudigen en de gewenste nabijheid te realiseren, is zoals hiervoor geschetst, door de bedrijfsvoering onder te brengen bij de gemeente Leiden. In het onderzoek is geanalyseerd hoe dat eruit kan komen te zien en of hiermee de samenwerking wordt versterkt. Het onderzoek dat is uitgevoerd geeft in de basis antwoord op de vraag of de hierboven geschetste oplossingsrichting een werkbaar model is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, is bij de start van het onderzoek een aantal doelstellingen bepaald die aangeven wat de regio wil bereiken met de toekomstige samenwerking. Met als doel om de samenwerking te versterken en daarmee de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen.

Pagina 3 van 9

1. Het goede behouden Er is met de huidige vorm van samenwerken veel bereikt in de afgelopen. Het verlagen van de kwetsbaarheid, het verhogen van de kwaliteit en het kunnen delen van de kosten in de bedrijfsvoering heeft voor alle deelnemers toegevoegde waarde geleverd. Deze voordelen moeten binnen de nieuwe samenwerking behouden blijven. 2. Knelpunten wegnemen Er is veel bereikt met de samenwerking maar de laatste tijd zijn ook veel knelpunten ontstaan. Het verschil in grootte van de gemeenten en de stroom aan ontwikkelingen hebben gemaakt dat er te veel energie uitgaat naar het gesprek over de bedrijfsvoering. Dit gaat ten koste van de energie voor de bedrijfsvoering zelf. Met het nieuwe samenwerkingsmodel moet de focus weer komen te liggen op de inhoudelijke kant van de bedrijfsvoering. 3. Toekomstbestendig maken Nieuwe wetten zoals de omgevingswet of de wet open overheid vragen veel van het aanpassingsvermogen van de gemeentelijke organisaties en van de bedrijfsvoering. De toename in de complexiteit van deze opgaven en het tempo waarin deze ontwikkelingen elkaar opvolgen maken het noodzakelijk om de bedrijfsvoering zo in te richten dat we deze ontwikkelingen als regio aan kunnen.

Gezamenlijke vormgeving van het model Afgelopen maanden hebben de partnerorganisaties gezamenlijk de hoofdlijnen en uitgangspunten onderzocht van de wijze waarop de samenwerking ingericht kan worden, zodat de beoogde doelen behaald worden. Hiermee is geborgd dat de perspectieven van alle betrokkenen een plek krijgen en dat nu een gezamenlijk resultaat kan worden gepresenteerd aan de colleges en de raden van de deelnemers. Hoofdlijn van de gekozen inrichting van het model Conform de opdrachtomschrijving, die u ter kennisname heeft ontvangen op 24 september 2020 is de toekomstige samenwerking - opgebouwd in drie thema’s. 1) Governance en zeggenschap In dit eerste thema is het fundament van de samenwerking neergezet. Er is onderzocht welke juridische vormen mogelijk zijn en welke de voorkeur heeft. Om de wens tot samenwerking te benadrukken en de rechtsmatigheidsrisico’s zo klein mogelijk te houden is gekozen voor de centrumregeling als juridisch construct. In een centrumregeling voert de centrumgemeente de diensten uit voor de deelnemende gemeenten en vervult de eigenaarsrol. Verder is ervoor gekozen om het tussenmodel, dat bij aanvang van het onderzoek was beoogd, niet toe te passen. Om toch op relatief korte termijn de knelpunten weg te kunnen nemen wordt daarom het uitgangspunt gehanteerd dat de overgang as is wordt vormgegeven.

Dit betekent dat dat de huidige dienstverlening en de huidige beschikbare middelen 1 op 1 overgaan. Na het moment van overgang start de transitiefase waarin de doorontwikkeling van de beoogde samenwerking wordt vormgegeven. 2) Sturing en samenwerking De keus voor een centrumregeling heeft direct implicaties voor de samenwerking omdat de formele rollen wijzigen. Er bestaat echter nog veel ruimte om te bepalen hoe men in de praktijk om wil gaan met deze rollen.

Pagina 4 van 9

Er is voor gekozen om de samenwerkingspraktijk tussen de partners te vormen met een dienstverleningsmodel met drie typen dienstverlening als basis. Dit zijn de standaard dienstverlening, de business partner in de advisering en de business partner in de ontwikkeling. Dit maakt het mogelijk om per type dienstverlening verschillende keuzes te maken, keuzes die recht doen aan en passen bij de karakteristieken van het type dienstverlening. Bij het bepalen van het dienstverleningsaanbod beogen de partners dat Leiden de lead neemt, en daarbij de behoeften van Oegstgeest, Leiderdorp en Zoeterwoude nauw betrekt. Voor ‘standaard dienstverlening’ en ‘business partner in advisering’ vormt een meerjarige dienstverleningsovereenkomst (DVO) met onderliggende producten- en dienstencatalogus (PDC )het afsprakenkader. Uitgangspunten voor de DVO zijn dat de spelregels gezamenlijk zijn; de dienstverleningsafspraken individueel. Dit biedt ruimte voor het maken van eigen keuzes en doet het recht aan de couleur locale van de gemeenten. Voor de continuïteit en voorspelbaarheid wordt gestreefd naar zoveel mogelijk gelijke dienstverlening. Voor ‘standaard dienstverlening’ geldt daarom dat alle partijen in principe gebruik maken van hetzelfde dienstverleningspakket.

Voor ‘businesspartner in advisering’ geldt dat er ruimte is voor differentiatie als blijkt dat het meerwaarde heeft om het voor een bepaalde gemeente anders te organiseren. Dit wordt bepaald in de transitieperiode. Als ‘business partner in ontwikkeling’ stelt Leiden als servicegemeente een strategische bedrijfsvoeringsagenda op. Bij de ontwikkeling van de bedrijfsvoering kunnen Oegstgeest, Leiderdorp en Zoeterwoude naar behoefte meedoen aan projecten die onderdeel zijn van de strategische bedrijfsvoeringsagenda. Voor deze tijdelijke opgaven worden per opgave projectovereenkomsten afgesloten.

3) Financiën Bij aanvang van de nieuwe samenwerking wordt overgaan ‘met gesloten beurzen’: Het bedrag uit de gemeentelijke jaarrekening van de deelnemende gemeenten, die volgt uit de beëindiging van de GR Servicepunt71, wordt ingebracht als bijdrage aan Leiden voor de bedrijfsvoeringsdienstverlening. Dit geeft invulling aan het financiële kader dat de bedrijfsvoering als gevolg van de overgang niet duurder mag worden. De bekostiging van de dienstverlening gebeurt voor ‘standaard dienstverlening’ en ‘businesspartner in advisering’ op basis van lumpsum financiering, wat betekent dat een vast bedrag voor de dienstverlening wordt betaald. In de transitieperiode wordt bepaald of voor business partner in advisering op onderdelen een p*q systematiek meer passend is. De gekozen inrichting van het model ten opzichte van de doelstellingen 1. Het goede behouden De samenwerking die met de vorming van Servicepunt71 in 2012 startte, beoogde de kwetsbaarheid te verlagen en de kwaliteit te verhogen door het bundelen van kennis en kwaliteit, en het delen van de kosten (doelstellingen op het gebied van de zgn. 3k’s). De analyse laat zien dat dit met het gebundeld houden van de bedrijfsvoering minimaal wordt behouden, en naar verwachting verbetert.

De inbedding in Leiden versterkt deze bundeling door toevoeging van strategische kennis die binnen Leiden aanwezig is en de positie van Leiden binnen een aantal landelijke netwerken. De mogelijkheid om de kwetsbaarheid te verminderen en de kwaliteit te verhogen door gezamenlijk kennis op te bouwen en te specialiseren wordt zodoende vergroot. De huidige situatie laat zien dat nog niet alle vruchten van de samenwerking optimaal worden geplukt; zo is op het gebied van advisering onderlinge vervanging nog niet altijd beschikbaar, en bestaat op dit onderdeel op een aantal plekken nog kwetsbaarheid. ‘Gezamenlijkheid’ staat bij de gekozen inrichting van het model als waarde voorop. Dit creëert de randvoorwaarde om een verdere verlaging van kwetsbaarheid in te kunnen vullen. Pagina 5 van 9

2. Knelpunten wegnemen De analyse geeft aan dat het beoogde model alle elementen in zich heeft om de huidige knelpunten drastisch in te perken zodat de kwaliteit kan worden verbeterd: Het construct van de centrumregeling (en het opheffen van een aparte organisatie), de gekozen rolneming waarbij Leiden in de lead komt, en de keus voor een lumpsum bekostigingssystematiek zorgen voor vereenvoudiging van de sturing. De afspraken rondom de samenwerking, waarbij Leiden als centrumgemeente op een proactieve manier de wensen en behoeften van de regiogemeenten ophaalt en meeneemt in de (keuzes binnen de) uitvoering, borgen dat de dienstverlening passend is voor de gastgemeenten. Door differentiatie mogelijk te maken voor onderdelen van de advisering ontstaat er ruimte om in te spelen op de individuele behoeften van de verschillende gemeenten. Dit geeft invulling aan de gewenste nabijheid. Een goed ingericht accountmanagement ondersteunt hierin. Door de bedrijfsvoering in een gemeentelijke organisatie onder te brengen komt ook een betere aansluiting van de bedrijfsvoering op de gemeentelijke processen tot stand. Onder andere hiermee wordt een kwaliteitsimpuls voorzien, waar alle partnergemeenten baat bij hebben. 3. Toekomstbestendig maken De toekomst van de bedrijfsvoering is geënt op samenwerken, alleen op die manier kan tijdig en effectief worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen.

Om het tempo van nieuwe ontwikkelingen bij te kunnen benen is het nodig om snelle keuzes te maken en slagvaardig op te treden. Het nieuwe model draagt daaraan bij door de krachten te blijven bundelen en de sturing op de bedrijfsvoering te vereenvoudigen. Conclusies Op basis van de analyse blijkt dat de sturing met dit model kan worden vereenvoudigd, wat leidt tot meer slagvaardigheid en een betere aansluiting tussen de bedrijfsvoering en gemeentelijke processen. Dit biedt kansen om de kwaliteit van de bedrijfsvoering te verbeteren. Het geschetste model biedt zodoende een passend antwoord op de onderzoeksvraag of we met de beoogde koers de kwaliteit van de bedrijfsvoering kunnen verbeteren door vereenvoudiging van de sturing en een betere aansluiting tussen gemeentelijke processen en bedrijfsvoering.

Wat levert het nieuwe model straks op voor de regio en Leiden? Het geschetste samenwerkingsmodel stelt de samenwerkende gemeenten beter in staat om: • (Tijdig) in te spelen op toekomstige maatschappelijke- en bedrijfsvoeringsontwikkelingen en de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen • Door gebruikmaking van (strategische- en verbeter) agenda’s • De dienstverlening slagvaardiger te organiseren waardoor meer tijd en energie vrijkomt voor de bedrijfsvoering zelf • De bedrijfsvoering nauwer aan te sluiten op gemeentelijke processen • Recht te doen aan de verschillen tussen de gemeenten door flexibiliteit en keuzevrijheid in te passen De continuïteit van de dienstverlening te borgen door gezamenlijkheid en uitwisselbaarheid voor op te stellen. Een belangrijke reden voor Leiden om deze stap te willen zetten is dat we de positie krijgen om zelf het tempo en de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering te bepalen. Op een manier die passend is bij de omvang, ambities en opgaven waar wij voor staan. Verder ontstaan er kortere lijnen tussen onze gemeentelijke processen en de bedrijfsvoering. Dit bevordert de kwaliteit en de efficiëntie. De deelnemende gemeenten profiteren daarvan mee. Pagina 6 van 9

Met welke risico’s gaat de nieuwe verantwoordelijkheid van Leiden gepaard? Verder is voor onze organisatie van belang dat Leiden in de rol van centrumgemeente een verantwoordelijkheid neemt voor een goede bedrijfsvoering voor de regio. Wij zijn graag bereid deze verantwoordelijkheid te nemen maar zijn ons wel bewust van de risico’s die hiermee gepaard gaan en maken inzichtelijk hoe we met deze risico’s omgaan. -

-

-

Omgaan met (financiële) risico’s Servicepunt71 is nu lean en mean georganiseerd. Er zijn geen grote reserves. Eventuele tegenvallers en knelpunten worden door de eigenaren gezamenlijk opgelost op het moment dat een dergelijke situatie zich voordoet. Er is gedurende het onderzoek gekozen voor een overgang met gesloten beurzen. Dit geeft invulling aan het uitgangspunt dat de dienstverlening door de overgang niet duurder mag worden. Het risico voor Leiden is echter dat de dienstverlening niet goed kan worden uitgevoerd omdat de middelen niet toereikend zijn. Daarom is afgesproken dat op de bijdragen van de deelnemers ter afdekking van kleine risico’s een risico-opslag wordt toegevoegd. Wanneer grote risico’s zich voordoen is afgesproken dat hier een gezamenlijke en passende oplossing voor wordt gezocht. Leiden is in beginsel verantwoordelijk als centrumgemeente maar de gekozen vorm van publieke samenwerking vraagt ook om een zekere mate van solidariteit. Daar wordt middels deze afspraak invulling aan gegeven. Omgaan met beelden en verwachtingen Leiden gaat als centrumgemeente dienstverlening uitvoeren voor de buurgemeenten. We nemen een bestaande bedrijfsorganisatie, Servicepunt71, ‘as is’ over. De nieuwe rollen en verantwoordelijkheden zullen wennen zijn voor iedereen; en de transitie naar anders werken zal enig tijd vergen.

Tegelijk zijn bij dit soort bewegingen de verwachtingen vaak gelijk al hooggespannen. Gevoelens van teleurstelling en ontevredenheid liggen dan op de loer. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen is gedurende het onderzoek het gesprek gevoerd over de rolneming in de nieuwe situatie. Daar is een gedeeld beeld over ontstaan en er zijn werkafspraken over gemaakt. Het gevoel ligt echter op de loer dat het niet snel genoeg beter wordt of dat Leiden vooral aan de eigen belangen denkt en de bedrijfsvoering inricht voor de grootte van een 100.000+ gemeente. De beste maatregel om dit voor te zijn is door goed samen te werken, expliciet oog te hebben voor alle deelnemende gemeenten en hun belangen en de positieve effecten van het nieuwe model te realiseren. Omgaan met behoefte aan flexibiliteit De afspraak is gemaakt dat na de transitiefase de harde eis van verplichte winkelnering vervalt. Dit betekent dat deelnemers (een deel van) de dienstverlening weg kunnen halen bij Leiden. Het hebben van deze mogelijkheid is voor de deelnemende gemeenten een sterke wens waar we begrip voor hebben. Tegelijkertijd zien we als partnergemeenten allemaal in dat hier niet te makkelijk over gedacht kan worden. Weghalen van een deel van de dienstverlening heeft immers het risico in zich van het doorbreken van samenwerkingsketens en doet afbreuk aan de benodigde integraliteit in de bedrijfsvoering.

Als een gemeente besluit een bepaalde dienst niet langer af te nemen, kan dat leiden tot frictiekosten. Om dit risico te beheersen zullen goede afspraken worden gemaakt in de DVO om te zorgen dat deze kosten niet voor rekening van Leiden komen.

Pagina 7 van 9

Financiën: De financiële uitgangspunten maken onderdeel uit van het onderzoek. De samenvatting hiervan is gegeven op pagina 5. Inspraak/participatie: Niet van toepassing Bijgevoegde informatie: Rapport ‘Route naar een passende vorm van samenwerking voor de bedrijfsvoering van de Leidse regio’

Pagina 8 van 9

RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0080 van 13 juni 2021), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen,

1.

BESLUIT Ten aanzien van het voorgenomen principebesluit om de gezamenlijke bedrijfsvoering van de Leidse regio onder te brengen bij Leiden de volgende wensen en bedenkingen aan het college mee te geven: a. .. b. .. c. ..

Gedaan in de openbare raadsvergadering van, de Griffier,

de Voorzitter,

dhr. G.F.C. Van Leiden

drs. H.J.J. Lenferink

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10422396/1