CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

RV 21.0078 Vaststelling Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0078 Vaststelling Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie (voorstel aangehouden, besluitvorming volgt in de raad van 9 november 2021)4.454 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Rv. nr.: 21.0078

B en W-besluit d.d.: 06-07-2021 B en W-besluit nr.: 21.0358

*Z20CB08D404* Naam programma: 06 Stedelijke ontwikkeling Onderwerp: Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie Aanleiding: De Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt, schrijft voor dat elke gemeente een omgevingsvisie moet hebben. Daarmee is de omgevingsvisie één van de verplichte beleidsproducten uit de Omgevingswet en moet bijdragen aan de vier verbeterdoelen van de Omgevingswet, namelijk het gebruiksgemak verhogen, een meer integrale benadering stimuleren, meer bestuurlijke afwegingsruimte en de processen te versnellen en verbeteren. Leiden is daarmee voortvarend aan de slag gegaan en heeft in 2019 de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0-versie vastgesteld. Deze versie is nu doorontwikkeld met nieuwe inzichten en kennis op beleidsthema’s. Ook is met de nieuwe omgevingsvisie een slag gemaakt in integraliteit en zijn thema’s met elkaar verbonden. Daarnaast is er een Omgevingseffectrapport (OER) uitgevoerd. Het OER brengt de omgevingseffecten van de in de omgevingsvisie benoemde ambities en doelstellingen in beeld en heeft gezorgd voor nieuwe inzichten, verdere aanscherping en zorgde voor een betere afweging van keuzes. Vanaf 2 april heeft de ontwerp omgevingsvisie voor een periode van zes weken ter inspraak gelegen. In deze periode zijn 73 ontvankelijke inspraakreacties binnengekomen. Deze inspraakreacties zijn samengevat en beantwoord in de inspraaknota.

Doel: Op hoofdlijnen richting geven aan ontwikkeling, gebruik, beheer, behoud en bescherming van de fysieke leefomgeving in Leiden door middel van vaststelling van de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie. De Omgevingsvisie is daarmee één van de belangrijkste beleidsproducten voor de raad om regie te hebben op de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Met deze Omgevingsvisie voldoet Leiden nu al aan de verplichting uit de Omgevingswet om uiterlijk op 31 december 2024 een omgevingsvisie te hebben. Kader: •

• • • •

Omgevingswet Wet ruimtelijke ordening (Wro) Nationale Omgevingsvisie Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland Regionale agenda voor de omgevingsvisie 2040 ‘Hart van Holland’ Pagina 1 van 10

• • •

Ontwikkelvisie Leiden, Stad van Ontdekkingen Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0-versie Verstedelijkingsnotitie

Overwegingen: De gemeenteraad kan een Omgevingsvisie al vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (medio 2022) vaststellen als deze conform het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet wordt opgesteld. We doen dat om zo snel mogelijk vanuit een gezamenlijke visie aan de slag te kunnen gaan met de opgaven waarvoor Leiden staat. Leiden staat voor grote uitdagingen op het gebied van de fysieke leefomgeving, met complexe opgaven als verstedelijking,

klimaatadaptatie,

gezondheid,

verduurzaming

en

bereikbaarheid.

De

Omgevingsvisie Leiden 2040 beschrijft hoe Leiden met deze opgaven wil omgaan, en hoe de stad daarmee levendig en aantrekkelijk kan blijven. De Omgevingsvisie bevat een integraal en richtinggevend kader voor de ontwikkeling van de stad in de komende twee decennia. De Omgevingsvisie

omvat

belangrijke

onderwerpen

zoals

wonen,

bereikbaarheid,

klimaatverandering, biodiversiteit, gezondheid, economie en (maatschappelijke) voorzieningen. Met dit kader kunnen Leidse vraagstukken in samenhang worden opgepakt en kunnen er (sneller) keuzes gemaakt worden. Hiermee is de Omgevingsvisie het integrale afwegingskader voor toekomstige beleidskeuzes en maatregelen in de stad. De omgevingsvisie is een document dat in ontwikkeling blijft. Met een actuele Omgevingsvisie blijft de raad in regie. Met de Omgevingsvisie wordt een basis gelegd voor de sturing van de planvorming conform de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie is de eerste stap naar een nieuwe set van beleidsproducten en een nieuwe manier van werken zoals beoogd in de Omgevingswet. Deze nieuwe manier van werken is meer digitaal, transparanter en meer op hoofdlijnen. Middels een aantal parallel lopende trajecten (de bouwstenen) wordt in de loop der jaren (tot en met 2029) één nieuw en goed geolied geheel gesmeed. Samen met de ontwikkelperspectieven en het Omgevingsplan is de omgevingsvisie de basis voor sturing van de ruimtelijke ontwikkeling van Leiden waarin een evenwichtige toedeling van functies in de fysieke leefomgeving wordt gerealiseerd. In een separaat raadsvoorstel (Werken met de Omgevingswet) wordt verder ingegaan op het werken met de beleidsproducten binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet.

Ten behoeve van de omgevingsvisie is ook een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Dit is een wettelijke verplichting. Het OER brengt de omgevingseffecten van de in de omgevingsvisie benoemde ambities en doelstellingen in beeld. Deze zijn meegewogen tijdens het opstellen van de visie. Het OER is een bijlage bij de omgevingsvisie en heeft ook ter visie gelegen. Belanghebbenden hebben hier dus ook op kunnen inspreken. Daarnaast is dit OER ook voorgelegd aan de Commissie-m.e.r1. Op 3 juni 2021 is het advies van de Commissie gepubliceerd. Daarin heeft de Commissie enkele punten benoemd die zij graag aangevuld zien. Dit advies ziet het college als waardevol en geeft inzicht in hoe het OER nog meer informatie kan geven. In de bijlage ‘reactie advies commissie-m.e.r.’ heeft het college aangegeven hoe om te gaan met het advies van de Commissie m.e.r. De meeste punten zijn inmiddels verwerkt in het

1

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het OER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Pagina 2 van 10

OER en de omgevingsvisie. Hieronder wordt beknopt weergegeven wat is aangepast n.a.v. dit advies. 1

Breng in het OER de mogelijke risico’s en kansen meer ruimtelijk in beeld door onderscheid te maken in gebieden waar de effecten waarschijnlijk zullen plaatsvinden.

2

De woningbouwambitie van 8500 kan niet in zijn geheel als autonome ontwikkeling worden meegenomen. Dit is echter geen besluit of plan als bedoeld in het Besluit m.e.r., zodat de realisatie van 8.500 woningen niet tot de autonome ontwikkeling gerekend mag worden. Dit mag alleen voor het deel waar al concrete gebieds- of bestemmingsplannen voor zijn vastgesteld. Onduidelijk is om hoeveel woningen dit gaat. De Commissie adviseert om het verschil tussen de visie (wat is nieuw) en de autonome ontwikkeling (waarover is al besloten) scherper te duiden. Op die manier beschouwt het OER ook echt de effecten van de nieuwe ontwikkelingen.

3

De foto van de leefomgeving kan beter op de Leidse situatie toegespitst worden, waarbij in de beoordeling meer gebruik gemaakt wordt van Leidse informatie en die aangeeft waar de belangrijkste knelpunten en beperkingen zijn.

Naar aanleiding van dit advies is er een gebiedsgerichte beoordeling ingevoegd. In deze tabel is per uitspraak bekeken (voor zover mogelijk) waar de mogelijke de risico’s of kansen gaan landen. Deze aanvulling is in de samenvatting en in hoofdstuk 6 ingevoegd. Naar aanleiding van dit advies is berekend (op basis van de NieuwBouwMonitor; NBM) welke projecten planologisch belegd zijn. Deze juridisch planologisch belegde woningen zijn geschaard onder de autonome ontwikkeling. De resterende opgave (circa 4000) is meegenomen als ‘nieuwe ontwikkeling’. De omgevingseffecten van deze ‘resterende’ woningbouwopgave zijn in het kader van de omgevingsvisie meegenomen als ‘nieuwe ontwikkeling’. Dit betekent dat de omgevingseffecten van deze nog te realiseren woningen in beeld zijn gebracht bij de beoordeling van het voorkeursalternatief (de omgevingsvisie).

Naar aanleiding van dit advies is de foto van de leefomgeving op meerdere plekken van extra informatie voorzien (bijvoorbeeld externe veiligheid en geluid).

Voor een meer gedetailleerde reactie op het advies van de Commissie m.e.r. wordt verwezen naar de bijlage ‘reactie op advies Commissie-m.e.r.’. Daarin is het hele advies van de Commissie-m.e.r. per onderdeel samengevat en voorzien van een inhoudelijke reactie. Beleidsmatige aanvullingen ten opzichte van de 1.0-versie De Omgevingsvisie 1.1-versie is beter ingebed in de regionale context en benadrukt het belang van regionale samenwerking. Daarnaast is deze versie aangevuld met de onderwerpen mobiliteit, ondergrond, biodiversiteit, hoogbouw, energie en omgevingsveiligheid en milieuaspecten. In het thema vestigingsklimaat zijn de onderwerpen wonen, economie en voorzieningen verder uitgewerkt. Verder zijn de omgevingseffecten middels het doorlopen van de o.e.r. meegewogen. In de 1.0-versie bestonden de zes verhaallijnen nog naast elkaar. Deze zijn in de 1.1 versie vertaald in één integrale hoofdvisie tot 2040, waarin keuzes zijn gemaakt. Er is één integrale visie(kaart) gemaakt waarin deze keuzes zijn verbeeld. Deze hoofdvisie wordt uiteengezet in vier thema’s met bijbehorende stadskeuzes; Groen-Blauw raamwerk, aantrekkelijk vestigingsklimaat, duurzame mobiliteit en bodem als fundament. Daarbij is er een gebiedsgerichte uitwerking in drie verschillende leefmilieus. De leefmilieus bieden, samen met de stadskeuzes, een kader voor concrete ruimtelijke ontwikkelingen.

In de leefmilieus komen de verschillende stadskeuzes integraal bij elkaar. De leefmilieus hebben elk eigen kenmerken en aandachtspunten. Door naast Pagina 3 van 10

de stadskeuzes ook uitspraken op het niveau van de leefmilieus te doen, komt de visie meer tot leven en geeft deze meer richting op gebiedsniveau. Tot slot is er meer context en uitleg gegeven over hoe de omgevingsvisie zich verhoudt tot de overige instrumenten in de Omgevingswet en hoe er mee gewerkt gaat worden. Met deze Omgevingsvisie zetten we een volgende stap richting een omgevingsvisie conform de Omgevingswet. Dit heeft de volgende gevolgen; -

Deze Omgevingsvisie neemt de functie over van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan. Dit is een vereiste onder de Omgevingswet. De Mobiliteitsnota Leiden Duurzaam Bereikbaar 2020-2030 (RV 20.0030) blijft wel als vigerend thematisch beleid gelden.

-

Voor de duidelijkheid geven we aan, dat de volgende strategische beleidsdocumenten van kracht blijven; De Ontwikkelperspectieven en de structuurvisie ‘Verder met de Binnenstad’.

-

De Omgevingsvisie vervangt ook een aantal beleidsproducten; De Omgevingsvisie Leiden 2040 (versie 1.0 uit 2019) (RV19.0068), De Verstedelijkingsnotitie uit 2019 (RV 18.0437), de herziening van de Structuurvisie Leiden 2025 voor het onderdeel Oostvlietpolder (RV 11.0104).

Afdoen moties Omgevingsvisie 1.0-versie Bij de vaststelling van de 1.0-versie is er één motie (M19. 0068/1) ingediend. Deze motie “laat de Omgevingsvisie landen’ benadrukt het belang dat de raad hecht aan de Omgevingsvisie als een van de belangrijkste kaders voor toekomstige uitwerking en uitvoering van de Leidse ambities. De Omgevingsvisie is een van de belangrijkste middelen om regie te hebben en te houden op de ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving. Het college zal daarom bij alle raadsvoorstellen die een uitwerking hebben op de fysieke leefomgeving een korte paragraaf toevoegen, waarin het voorstel in het bredere verhaal van de Omgevingsvisie wordt geplaatst en daarbij expliciet aandacht wordt besteed aan de belangenafweging. Tot slot is bij vaststelling van het Ontwikkelperspectief Leiden Zuidwest de motie (M.190094.02) aangenomen om de ondergrond in beeld te brengen. Het thema Bodem als Fundament (H5.4) geeft op hoofdlijnen aan welke ontwikkelingen in de ondergrondse infrastructuur op de stad af komen en benadrukt het belang van afstemming tussen boven- en ondergrond. Door in hoofdstuk 5 een pijler ‘bodem als fundament’ op te nemen is het in beeld brengen van de ondergrond op hoofdlijnen in de omgevingsvisie geborgd. Financiën: De ambities in de omgevingsvisie zullen hun weerslag krijgen in verschillende investeringen en ontwikkelprojecten.

Om tot realisatie van het voorgestelde beleid te komen zullen diverse instrumenten worden ingezet, waaronder de mogelijkheid van wettelijk kostenverhaal. Dit wettelijk kostenverhaal is geborgd in hoofdstuk zeven van de omgevingsvisie. Inspraak/participatie: Bij de doorontwikkeling van deze Omgevingsvisie Leiden 2040 (versie 1.1) zijn inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere partijen wederom betrokken, dit als vervolgstap op de intensieve participatie van de Omgevingsvisie 1.0. In de periode februari 2020 tot en met januari 2021 hebben diverse participatieactiviteiten en informatieve activiteiten plaatsgevonden. De gesprekken vonden vooral plaats in het najaar van 2020. Er zijn diverse Pagina 4 van 10

presentaties gegeven en gesprekken gevoerd met belangenvertegenwoordigers, stadmakers en adviesraden. Informatie over de omgevingsvisie en het daarbij behorende proces was te vinden via www.doemee.nl. Daarnaast waren de aankondigingen van de webtalk en de enquête en de uitnodiging aan iedereen om mee te doen, opgenomen in meerdere artikelen in de stadskrant en via sociale media. Ook is voor het onderwerp hoogbouw een aparte “Week van de Leidse hoogte” georganiseerd. Dit verslag is ook in de bijlage toegevoegd en te vinden op https://doemee.leiden.nl/nl-NL/projects/verslag-leidse-hoogte Uit de gesprekken en reacties op de ontwerp-omgevingsvisie blijkt dat er grote betrokkenheid is als het gaat over de toekomst van Leiden. Het college is verheugd met de grote diversiteit aan mensen en organisaties die gereageerd en meegedacht hebben. Ook koestert het college deze grote betrokkenheid van de stad. De gemeente Leiden heeft een motiveringsplicht conform artikel 2.1.1. uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) om te verantwoorden met wie er geparticipeerd is, wat uit deze participatie naar voren is gekomen en wat hier mee gedaan is. In de omgevingsvisie is het participatieproces kort en beknopt beschreven. Daarnaast is een participatieverslag opgesteld. Deze is als bijlage toegevoegd.

Conform de participatie- en inspraakverordening heeft de ontwerp omgevingsvisie voor een periode van 6 weken (vanaf 2 april) ter visie gelegen. Inwoners van Leiden en andere belanghebbenden hebben een inspraakreactie kunnen indienen op de ontwerp omgevingsvisie. Er zijn 73 ontvankelijke inspraakreacties binnengekomen. Deze zijn samengevat en beantwoord in de bijgevoegde inspraaknota. Aanpassingen naar aanleiding van de inspraakperiode De rode lijn in veel inspraakreacties is dat men ziet dat de nieuwe omgevingsvisie een slag heeft gemaakt in integraliteit, nieuwe thema’s heeft toegevoegd en thema’s met elkaar in verbinding heeft gebracht. Tegelijkertijd worden ook vragen gesteld en aandachtstspunten meegegeven. Onderstaande de hoofdlijnen van de opmerkingen uit de inspraak en de wijzigingen op hoofdlijnen naar aanleiding van de opmerkingen; • In algemene zin wordt opgemerkt dat meerdere inspraakreacties niet direct ingaan op de inhoud van de Omgevingsvisie maar op thematische beleidsproducten of bestemmingsplanprocedures. Het college heeft om recht te doen aan de zienswijzen zoveel mogelijk inhoudelijk antwoord gegeven, maar dit heeft niet geleid tot wijzigingen in de omgevingsvisie. • Het college heeft aandacht voor de geuite zorgen rondom de snelheid van de verstedelijking ten opzichte van de verduurzaming, vergroening en leefbaarheid.

Het is van belang om een goede balans te vinden tussen verstedelijking, klimaatadaptatie, groen en gezondheid. Daarom wordt onderzocht welk middel en/of welke maatregel kan worden genomen om recht te doen aan de inspraakreacties en de uitkomsten uit het Omgevingseffectrapport. Naast dit onderzoek werkt de gemeente concreet aan de doelen richting 2040/2050 door het toevoegen van groen, zoals duizenden m² extra groen in de wijken, het verbeteren van de infrastructuur, wijkvervanging riolering in combinatie met het toevoegen van extra groen, de Groene Kansenkaart en de aanleg van nieuwe parken, zoals het Lakenpark. • Er is onduidelijkheid over de bedoeling en de opzet van hoofdstuk 6 (leefmilieus) in de Ontwerp-Omgevingsvisie. Naar aanleiding van deze opmerkingen heeft het College van B en W het zesde hoofdstuk verduidelijkt en aangepast. Hierdoor komt het doel en de Pagina 5 van 10

•

•

•

•

•

meerwaarde van dit hoofdstuk beter naar voren. Er zijn drie leefmilieus te onderscheiden, namelijk ‘Dynamisch’, ‘Levendig’ en ‘Luw’. Opgemerkt wordt dat de leefmilieus slechts een verdere (gebiedsgerichte) uitwerking van enkele, in hoofdstuk 4 en 5 genoemde ambities en doelstellingen, betreffen. De leefmilieus kunnen niet los gezien worden van de stadskeuzes en genoemde uitwerking van deze stadskeuzes. Er zijn ook inspraakreacties binnengekomen over de indeling van de Vogelwijk en de Raadsherenbuurt binnen deze leefmilieus. Naar aanleiding van deze inspraakreacties is zowel de Vogelwijk als de Raadsherenbuurt onder het (nieuwe) leefmilieu ‘luw’ gepositioneerd. In de ontwerp Omgevingsvisie was de Vogelwijk en de Raadsherenbuurt gepositioneerd in het leefmilieu ‘stads en levendig’. Ook zijn er veel inspraakreacties binnengekomen die gaan over de verstedelijkingsopgave, hoogbouw en de toepassing van de Kwaliteitstoets Hoogbouw. Het College van B en W erkent dat er een grote ruimtedruk op de stad ligt. Er is een grote woningbouwopgave, met alle bijbehorende voorzieningen, en tegelijkertijd moet ruimte worden gezocht voor bijvoorbeeld energie, sport, beweging, klimaatadaptatie, water, biodiversiteit. Het gemeentebestuur heeft geconstateerd dat het verhogen van de bouwhoogte kan bijdragen aan de verstedelijkingsopgave van de stad.

Om goede kwaliteit te garanderen en recht te doen aan de inspraakreacties wordt aanvullend de Kwaliteitstoets voor Hoogbouw opgesteld en zo snel mogelijk, na de vaststelling van de omgevingsvisie, behandeld in de gemeenteraad. Enkele reacties gaan ook over het gemis van een eenduidig afwegingskader en ontbreken van keuzes, terwijl er volgens hen veel ambities in de omgevingsvisie worden vastgelegd. Het College van B en W gebruikt de omgevingsvisie als afwegingskader. De visie geeft de richting aan, afhankelijk van de opgave, worden gebiedsgericht keuzes gemaakt. In hoofdstuk vijf van de omgevingsvisie worden per thema een aantal hoofdkeuzes benoemd en omschreven. Daarnaast wordt in de kaarten aangegeven waar een deel van de keuzes landt. Waar ambities met elkaar concurreren wil het college zo veel mogelijk gebiedsgericht naar oplossingen zoeken (maatwerk) samen met de stad. Ook zal middels monitoring worden gekeken of er tussentijds moet worden bijgestuurd of ingegrepen als doelstellingen en ambities niet gehaald worden. Het gemeentebestuur zal in andere instrumenten van de Omgevingswet uitwerken waar concretere doelstellingen kunnen worden vastgelegd en kunnen worden aangescherpt. Verder zijn er reacties met betrekking tot de manier de manier waarop de gemeente Leiden participatietrajecten doorloopt in het algemeen.

Het College van B en W hecht veel waarde aan deelname en inzet van de stad bij de verschillende participatietrajecten. Het gemeentebestuur en gemeentelijk apparaat leren bij elk participatietraject wat beter kan en voeren hierover ook gesprekken met de stad. Leiden floreert namelijk bij samenwerking met de stad. Het college bepaalt per opgave en project welke participatiegraad gehanteerd wordt, dit doet het college met in achtneming van de eerder vastgestelde besluiten en kaders. Verwachtingsmanagement en goede communicatie hierover zijn cruciaal. Daarnaast is meerdere malen aangegeven een concrete normen in de omgevingsvisie ontbreken. Dit wordt vooral gemist bij thematische aspecten die te maken hebben met klimaatadaptatie/ groen/ gezondheid. Het college hecht belang aan klimaat, groen en gezondheid. Dit belang is ook verwoord in de visie, maar het college begrijpt dat deze opgaven soms op gespannen voet kunnen staan met verstedelijking. Vooralsnog legt het college geen normen/ vuistregels in de omgevingsvisie vast. Dit past namelijk niet bij het detailniveau van de visie zoals deze nu is opgezet. Mocht het wenselijk zijn om tot een norm te komen voor een specifiek thema, dan dient eerst uitvoerig onderzoek gedaan te Pagina 6 van 10

worden naar de hoogte van deze norm en de gevolgen die een norm met zich meebrengt. Aspecten zoals monitoren (zodat er kan worden bijgestuurd wanneer de norm niet gehaald wordt) zijn hier ook een belangrijk onderdeel van. Tot slot zijn naar aanleiding van de reacties ook de integrale visiekaart en de thematische visiekaarten aangescherpt en verduidelijkt. Tekstueel zijn er ook aanpassingen en aanvullingen gedaan op basis van de binnengekomen inspraakreacties, adviesbrieven en nieuwe ambtelijke inzichten. Al deze aanpassingen en aanvullingen zijn in de inspraaknota opgenomen en navolgbaar gemaakt.

•

Evaluatie: Door de staat van de fysieke leefomgeving te monitoren, houden we in de gaten of de ontwikkelingen passen bij de gewenste richting van de stad. Monitoringsgegevens bieden inzicht in de haalbaarheid van beleidsdoelen. Blijkt dat de haalbaarheid van een beleidsdoel of de ontwikkeling van de stad in het gedrang komt, dan kan een aanpassing van de omgevingsvisie of een programma nodig zijn. Door datagedreven te werken faciliteren we beleidsprocessen en projecten in de stad. De uitvoering van samenhangende monitoring vraagt om het uitwerken van een

monitoringsplan

dat

na

vaststelling

van

deze

omgevingsvisie

en

de

Omgevingseffectrapportage zal worden opgepakt. De uitwerking van monitoring is afhankelijk van andere instrumenten uit de beleidscyclus, zoals programma’s, omgevingsplan en vergunningen en moet in samenhang worden bezien. De leefomgevingsfoto wordt samen met de al bestaande monitoringssystemen, zoals de woonmonitor of het stadsnatuurmeetnet, gebruikt als basis om tot een nieuw en toekomstgericht monitoringssysteem te komen. Bijgevoegde informatie: • • • • • • • • •

Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie Geanonimiseerde Inspraaknota Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie Omgevingseffectrapport Advies Commissie-m.e.r. Reactie op advies Commissie-m.e.r. Participatieverslag Participatieverslag week van de Leidse hoogte Reactie college op de vier adviesbrieven Vertrouwelijk: Inspraaknota Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie (niet geanonimiseerd)

Pagina 7 van 10

RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0078 van 2021), mede gezien het advies van de commissie Stedelijke Ontwikkeling, BESLUIT 1. de Omgevingsvisie Leiden 2040 (1.1-versie) met kenmerk NL.IMRO.0546.OGV00020301 en de daarin genoemde bijlagen waaronder een Omgevingseffectrapport (OER) vast te stellen als structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 Wet ruimtelijke ordening (tot inwerking treden van de Omgevingswet) en tevens (met ingang van inwerking treden van de Omgevingswet) als omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 Omgevingswet met gebruikmaking van het overgangsrecht zoals opgenomen in artikel 4.10 lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet, met de volgende inhoudelijke uitgangspunten: a. de Regionale agenda omgevingsvisie 2040 ‘Hart van Holland’, de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0-versie en de Verstedelijkingsnotitie te gebruiken als uitgangspunt; b. de ambities voortkomend uit de 1.0-versie en vigerende beleidskaders te zien als basis voor uitwerking van deze omgevingsvisie; c. duurzame verstedelijking als rode draad te zien in de ontwikkeling van de stad, waarbinnen klimaatadaptatie een belangrijke plek inneemt; d. hoogbouw te zien als een van de middelen om Leiden duurzaam te verstedelijken en dit zorgvuldig in te passen door; 1.

de Leidse hoogte van 70 meter als maximum aan te houden, waarbij vier locaties zijn aangewezen waar van deze hoogte mag worden afgeweken. 2. een nog nader uit te werken, en door de gemeenteraad vast te stellen, Kwaliteitstoets Hoogbouw die heldere kwaliteitskaders geeft waaraan hoogbouwprojecten moeten voldoen e. de integrale visie inclusief de integrale visiekaart te zien als het kader en wenkend perspectief voor heel Leiden en de lange termijn (2040); f. de integrale visie bestaat uit vier samenhangende ruimtelijke thema’s met daarbij de volgende stadskeuzes; 1. Groen-blauw raamwerk I. We realiseren een robuust groen-blauw raamwerk voor klimaatadaptatie, mens en natuur II. We intensiveren vergroening in de stad waar mogelijk III. We benutten het water beter en maken het beter beleefbaar 2. Aantrekkelijk vestigingsklimaat I. We kiezen voor stadsinbreiding in plaats van stadsuitbreiding om te voorzien in de vraag naar woningen en banen II. We werken aan uitbreiding van stedelijke gemengde milieus III. We zetten in op het versterken en verduurzamen van de economie IV. We bieden ruimte aan bedrijvigheid V. We hebben een gevarieerd aanbod van voorzieningen VI. We benutten historie en cultuur als belangrijke waarde van de stad 3. Duurzame mobiliteit

Pagina 8 van 10

I.

We gaan naar een duurzaam mobiliteitssysteem: gezond, schoon, veilig en ruimte-efficiënt. II. We verbeteren de regionale en (inter)nationale bereikbaarheid III. We stemmen verstedelijking en mobiliteit goed op elkaar af 4. Bodem als fundament I. We brengen (ondergrondse) netwerken in samenhang in beeld II. We bereiden de ondergrond voor op de toekomst III. We stemmen ontwikkelingen onder en boven de grond op elkaar af g. Het grondgebied van de gemeente op te delen in drie leefmilieus met daarbij behorende aandachtspunten. 2. dat bij de geometrische begrenzingen van de Omgevingsvisie 1.1. gebruik is gemaakt van de basisregistratie topografie (BGT, 2020) als bedoeld in artikel 1.2.4 Besluit ruimtelijke ordening 3. de vaststelling van de Omgevingsvisie op de wettelijk voorgeschreven wijzen kenbaar te maken en de Omgevingsvisie op de wettelijk voorgeschreven manier beschikbaar te stellen; 4. dat de Omgevingsvisie in werking treedt met ingang van de dag na het kenbaar maken van het vaststellingsbesluit en het beschikbaar stellen van de Omgevingsvisie. 5. ten aanzien inspraak en adviezen van de formele adviescommissies Leiden a. Kennis te nemen van de beantwoording van de inspraakreacties die zijn ingediend naar aanleiding van de ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1versie, zoals is vastgelegd in de inspraaknota ‘Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1versie’ b.

Kennis te nemen van de beantwoording op de ingediende adviezen van de Leidse Milieuraad (LMR), Leidse Sport Federatie (LSF), Adviesraad Sociaal Domein en Adviescommissie Cultuurhistorie Leiden (ACL). c.

Degenen die hebben ingesproken en adviezen hebben gegeven te informeren over de bekendmaking van onderhavig besluit over de Omgevingsvisie en te informeren over de digitale beschikbaarstelling van het besluit

6. dat de Omgevingsvisie 1.1 tot het inwerkingtreden van de Omgevingswet en daarmee tot het intrekken van de Planwet verkeer en vervoer, de functie heeft van Gemeentelijk verkeer en vervoersplan als bedoeld in artikel 9 van de Planwet verkeer en vervoer; 7. de volgende kaders aan te passen de dag nadat de Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1 kenbaar is gemaakt en gepubliceerd; a. de Omgevingsvisie Leiden 2040 (versie 1.0 uit 2019) in te trekken (RV19.0068) b. de Verstedelijkingsnotitie uit 2019 (RV 18.0437) in te trekken, aangezien deze voldoende geborgd is in deze Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1. c. Op aanvulling van de eerder ingetrokken Structuurvisie Leiden 2025, ook de herziening van de Structuurvisie Leiden 2025 voor het onderdeel Oostvlietpolder (RV 11.0104) in te trekken d. de status van de Mobiliteitsnota Leiden Duurzaam Bereikbaar 2020-2030 (RV 20.0030) als gemeentelijk verkeer en vervoersplan (GGVP) als bedoeld in artikel 9 van de Planwet verkeer en vervoer (Pvv) te laten vervallen aangezien de hoofdzaken van het beleid voor verkeer en vervoer zijn opgenomen in de Omgevingsvisie Leiden 2040 versie 1.1 en de Omgevingsvisie tot inwerkingtreden van de Omgevingswet de functie heeft van GVVP. e.

de Mobiliteitsnota Leiden Duurzaam Bereikbaar 2020-2030 (RV 20.0030) te continueren als beleidsnota zonder status van GVVP; en bij actualisatie ervan onder de Omgevingswet te bezien welk soort beleidsproduct hiervoor het meest passend is; Pagina 9 van 10

dat de structuurvisie ‘Verder met de Binnenstad’ (waarvoor krachtens de Invoeringswet Omgevingswet geen overgangsrecht geldt) na inwerkingtreden van de Omgevingsvisie 1.1 en ook na inwerkingtreden van de Omgevingswet van kracht blijft en als uitwerking van de Omgevingsvisie 1.1 geldt totdat de raad de structuurvisie intrekt; en bij actualisatie van deze structuurvisie te bepalen welk soort beleidsproduct onder de Omgevingswet het meest passend is. g. dat de ontwikkelperspectieven Zuidwest, De Mors en Leiden Noord (de laatste na vaststelling door de raad) als strategische beleidsnotitie na vaststelling van de Omgevingsvisie 1.1 en ook na inwerkingtreden van de Omgevingswet van kracht blijven en als nadere uitwerking gelden van de Omgevingsvisie 1.1. 8. In te stemmen met de onderstaande vervolgstappen; a. Dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting op 1 juli 2022) de Omgevingsvisie; 1. Aangepast wordt aan de nieuwe standaarden voor het digitaal publiceren van omgevingsdocumenten, namelijk de Standaard officiële publicaties (STOP) en de Toepassingsprofielen (TPOD). 2. Gepubliceerd wordt op de Landelijke Voorziening Bekend maken en Beschikbaar stellen (LVBB); b. Het monitoringsplan na vaststelling van deze Omgevingsvisie uit te werken. c.

Met betrekking tot een betere balans tussen verstedelijking, klimaatadaptatie, groen en gezondheid wordt onderzocht welk middel en/of welke maatregel kan worden genomen om recht te doen aan de inspraakreacties en de uitkomsten uit het Omgevingseffectrapport. 9. Kennis te nemen van het advies van de Commissie-m.e.r. en de beantwoording daarop, over het uitgevoerde Omgevingseffectrapport. 10. Dat hiermee de motie van Van Diepen (D66) inzake ‘laat de omgevingsvisie landen’ (M19. 0068/1) is afgedaan; 11. Dat hiermee de motie ‘breng ondergrond in beeld’ (M.190094.02) is afgedaan; f.

Gedaan in de openbare raadsvergadering van, de Griffier,

de Voorzitter,

dhr. G.F.C. van Leiden

drs. H.J.J. Lenferink

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10409167/1