RV 21.0075 Vaststelling parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Rv. nr.: 21.0075
B en W-besluit d.d.: 13-7-2021 B en W-besluit nr.: 21.0390
*Z1BA4C870E0* Naam programma: 04 Bereikbaarheid Onderwerp: Vaststelling parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving Aanleiding: Naar aanleiding van het doorlopen van de zienswijzenfase, dient de gemeenteraad een besluit te nemen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving Doel: Met de inwerkingtreding van de nieuwe Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020 geldt er voor de gebieden Binnenstad en Stationsomgeving een maximale parkeernorm. Het vigerende parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening voorziet in een dynamische verwijzing naar de parkeerregels en op basis van de huidige bepaling is het al mogelijk om in gebieden een maximale parkeernorm te hanteren. Echter zal in deze parapluherziening ter verduidelijking een aanvullende bepaling worden opgenomen voor het hanteren van een maximale parkeernorm, specifiek voor de gebieden Binnenstad en Stationsomgeving waar een maximale parkeernorm van toepassing is. Tevens geldt er in de stationsomgeving voor alle functies behalve kantoren een maximale parkeernorm van nul. Dit betekent dat bij nieuwe aanvragen met betrekking tot nieuwbouw, functiewijziging of andere bouwprojecten in de stationsomgeving geen autoparkeerplaatsen mogen worden gerealiseerd.
Maar aangezien parkeervoorzieningen in veel gevallen ook binnen de bestemming zijn toegestaan, wordt er een gebruiksbepaling opgenomen die ervoor zorgt dat het realiseren van nieuwe parkeerplaatsen ten behoeve van functies binnen bestemmingen waarvoor een maximale parkeernorm van nul geldt, wordt aangemerkt als strijdig gebruik. Dit paraplubestemmingsplan voorziet enkel in een juridische vertaling van de nieuwe Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020. Kader: Wet ruimtelijke ordening Ingevolge artikel 3.1, lid 1 Wro stelt de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Parkeervisie Auto- en fietsparkeren 2020-2030 - Binnenstad en Stationsomgeving De gemeente Leiden streeft naar een meer autoluwe binnenstad. Dit is ook een van de ambities uit het beleidsakkoord. De organisatie van het parkeren speelt hierbij een belangrijke rol. Parkeerplaatsen hebben nu eenmaal een aantrekkende werking. In de binnenstad en de omgeving van station Leiden Centraal gaat Leiden de straatparkeerplaatsen stapsgewijs opheffen. Pagina 1 van 5
Beleidsuitgangspunten en doelen De beleidsuitgangspunten voor de binnenstad en de omgeving van station Leiden Centraal zijn: 1. Bezoekers aan de binnenstad hebben voldoende mogelijkheden om hun auto te parkeren in (de omgeving van) de binnenstad, bij voorkeur in de gebouwde parkeervoorzieningen met een goede autobereikbaarheid. 2. Werknemers uit het centrum parkeren op afstand of op dalmomenten (werkdagen) in de parkeergarages. 3. De gemeente beperkt het parkeren op straat zoveel mogelijk: (lang) parkeren door bezoekers vindt zo min mogelijk op straat plaats. Het parkeerregime op straat ondersteunt dit. 4. Met tarifering stuurt de gemeente doelgroepen naar de juiste plek. Parkeren op straat wordt substantieel duurder dan parkeren in de parkeergarages. Parkeren op afstand (P+R) kost het minst. 5. Openbare parkeergarages worden optimaal benut: tijdens de daluren kunnen bewoners, bezoekers van bewoners en werknemers uit de binnenstad en de stationsomgeving de openbare parkeergarages gebruiken, tegen beperkte aanvullende parkeerkosten. 6. Bij nieuwbouw en gebouwen die een andere functie krijgen mogen slechts een maximaal (beleidsmatig bepaald) aantal parkeerplaatsen worden aangelegd. Om extra autoverkeer van en naar de binnenstad te beperken. 7. Het aantal uit te geven parkeervergunningen wordt beperkt tot maximaal één per adres.
Op termijn resulteert dit in minder auto’s op straat en dus in mogelijkheden om de openbare ruimte aantrekkelijker in te richten. Beleidsuitwerking De uitwerking van de beleidsuitgangspunten voor de binnenstad bestaat grotendeels uit aanpassingen van het parkeerregime. In het gebied rond station Leiden Centraal houdt de gemeente het bouwen van parkeerplaatsen bij nieuwbouw en andere projecten tegen. Zo wil de gemeente het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer stimuleren. En het aantal autobewegingen van en naar de binnenstad verminderen. Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020 De gemeente Leiden bepaalt de hoogte van de autoparkeernormen per gebied. In de binnenstad gelden bijvoorbeeld andere autoparkeernormen dan in de woonwijken. In algemene zin houden de autoparkeernormen rekening met de autoafhankelijkheid van (toekomstige) gebruikersgroepen. Voor de autoafhankelijkheid kijkt de gemeente naar: • De kwaliteit en kwantiteit van het (hoogwaardig) openbaar vervoer; • De kwaliteit van fietsroutes en de beschikbaarheid van fietsparkeervoorzieningen; • De nabijheid van (dagelijkse) voorzieningen. • De kenmerken van de bewoners en overige doelgroepen zoals bezoekers en werknemers. Daarnaast is bepaald dat voor de gebieden Binnenstad en Stationsomgeving een maximale parkeernorm geldt.
Stationsomgeving en Binnenstad In de stationsomgeving geldt voor alle functies behalve kantoren een maximumparkeernorm van nul. Dit betekent dat in nieuwbouw, functiewijziging of andere bouwprojecten in de stationsomgeving geen autoparkeerplaatsen mogen worden aangelegd (met uitzondering van gebouwen met een kantoorfunctie). In de binnenstad gelden de autoparkeernormen ook als maximumparkeernorm. De maximumparkeernorm in de binnenstad is gebaseerd op de minimumbandbreedte binnen de parkeerkencijfers van het CROW. De aanleg van meer autoparkeerplaatsen dan bepaald door de maximumparkeernorm vormt een van de weigeringsgronden voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
Pagina 2 van 5
Gebiedsvisie Stationsgebied Leiden Medio juli 2021 wordt de Gebiedsvisie Stationsgebied vastgesteld door de raad. De gebiedsvisie stationsgebied Leiden is een integraal document dat de ruimte geeft en kaders stelt om kansen en vraagstukken met betrekking tot duurzame verstedelijking toekomstbestendig op te pakken. In de gebiedsvisie zijn de actuele ambities, beleid en eerdere besluiten ingepast, waaronder de Mobiliteitsnota, de Agenda Autoluwe Binnenstad en de Parkeervisie Leiden en beleidsregels 2020-2030. Het stationsgebied en de binnenstad worden autoluw, waardoor extra ruimte ontstaat voor lopen, fietsen en vergroening. In het toekomstige stationsgebied kan zeer beperkt op straat geparkeerd worden. De vaststelling van het bestemmingsplan Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving is in lijn met de gebiedsvisie voor het Stationsgebied. Overwegingen: De gemeente Leiden streeft naar een meer autoluwe binnenstad. Dit is ook een van de ambities uit het beleidsakkoord. De organisatie van het parkeren speelt hierbij een belangrijke rol. Parkeerplaatsen hebben nu eenmaal een aantrekkende werking. In de binnenstad en de omgeving van station Leiden Centraal gaat Leiden de straatparkeerplaatsen stapsgewijs opheffen. Om dit verantwoord te doen, moet eerst het aantal parkeerders op straat afnemen.
In het gebied rond station Leiden Centraal houdt de gemeente het bouwen van parkeerplaatsen bij nieuwbouw en andere projecten tegen. Zo wil de gemeente het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer stimuleren. En het aantal autobewegingen van en naar de binnenstad verminderen. Voor deze gebieden geldt een maximumparkeernorm. Het vigerende parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening voorziet in een dynamische verwijzing naar de parkeerregels. Op basis van de huidige bepaling is het al mogelijk om in gebieden een maximale parkeernorm te hanteren. Echter zal in deze parapluherziening ter verduidelijking een aanvullende bepaling worden opgenomen voor het hanteren van een maximale parkeernorm, specifiek voor de gebieden Binnenstad en Stationsomgeving waar een maximale parkeernorm van toepassing is. Daarnaast geldt er in de stationsomgeving voor alle functies behalve kantoren een maximale parkeernorm van nul. Dit betekent dat bij nieuwe aanvragen met betrekking tot nieuwbouw, functiewijziging of andere bouwprojecten in de stationsomgeving geen autoparkeerplaatsen mogen worden gerealiseerd.
Maar aangezien parkeervoorzieningen in een aantal gevallen ook binnen bestemmingen zijn toegestaan, wordt er een gebruiksbepaling opgenomen die ervoor zorgt dat het realiseren van nieuwe parkeerplaatsen ten behoeve van functies binnen bestemmingen waarvoor een maximale parkeernorm van nul geldt, wordt aangemerkt als strijdig gebruik. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen. In deze periode is er één zienswijze binnengekomen. De zienswijze heeft met name betrekking op een te hoge parkeerdruk op het Morssingelterrein. Om die reden heeft er met de beantwoording van de zienswijze afstemming plaatsgevonden met het bestemmingsplan De Geus. De Zienswijzennota is als bijlage bij dit besluit toegevoegd. De binnengekomen zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Aanpassingen t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan Naar aanleiding van een wijziging in de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020, vastgesteld in de collegevergadering van 13 oktober 2020, is de verbeelding op een klein deel aangepast. De wijziging betreft een aanpassing van het plangebied (plancontour), waarbij de twee woningen aan de Rijnburgerweg 6 en 8 in de nieuwe situatie buiten het plangebied vallen. Ter plaatse van deze woningen geldt er dus geen maximale parkeernorm. De verbeelding is hierop aangepast.
Financiën: Het bestemmingsplan parapluherziening beleidsregels parkeren binnenstad en stationsomgeving voorziet in een planologische-juridische regeling voor het hanteren van een maximale parkeernorm in de binnenstad en stationsomgeving voor alle vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente Leiden. Het opstellen van dit parapluplan valt binnen de begroting van het Pagina 3 van 5
opstellen van het parkeerbeleid. Er zijn geen personele en organisatieconsequenties aan het plan verbonden. Grondexploitatiewet: Het parapluplan maakt zelf geen bouwplannen mogelijk, die op grond van artikel 6.2.1. Bro noodzaken tot het opstellen van een exploitatieplan. Hierdoor is de Grondexploitatiewet niet aan de orde bij het besluit tot vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. Planschade: Deze parapluherziening betreft enkel een juridisch-planologische aanpassing naar aanleiding van een de nieuwe Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020. Feitelijk gezien worden er als gevolg van dit bestemmingsplan geen wijzigingen aangebracht in het toegestane gebruik van gronden. De beleidsregels zijn hierin bepalend en verantwoordelijk voor eventuele beperkingen van gebruik. In samenspraak met een planschade adviseur is geconcludeerd dat het risico op planschade hiermee niet aan de orde is.
Bijgevoegde informatie: 1. Bestemmingsplan Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving (bestaande uit verbeelding, regels, toelichting met bijlagen); 2. Zienswijzennota en Staat van wijzigingen
Pagina 4 van 5
RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0075 van 13 juli 2021), mede gezien het advies van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid,
1. 2.
3.
4.
BESLUIT In te stemmen met de beantwoording van de zienswijzen, zoals verwoord in de ‘Zienswijzennota en Staat van Wijzigingen’; In het bestemmingsplan ‘Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving’ de in de ‘Zienwijzennota en Staat van wijzigingen’ weergegeven wijzigingen door te voeren; Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving’ met identificatienummer NL.IMRO.0546.BP00166-0301 digitaal vast te stellen; De ondergrond o_ NL.IMRO.0546.BP00166-0301.dwg van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving’ vast te stellen.
Gedaan in de openbare raadsvergadering van, de Griffier,
de Voorzitter,
dhr. G.F.C. Van Leiden
drs. H.J.J. Lenferink
Pagina 5 van 5