RV 21.0038 Gebiedsvisie Stationsgebied
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Rv. nr.: 21.0038
B en W-besluit d.d.: 26-04-2021 B en W-besluit nr.: 21.0214
Naam programma: 06 Stedelijke ontwikkeling Onderwerp: Gebiedsvisie Stationsgebied Leeswijzer: Aanleiding: Het stationsgebied in Leiden is dé centrale ontwikkellocatie van Leiden: bovenop Knooppunt Leiden Centraal, aansluitend aan Leiden Bio Science Park en de binnenstad met onder andere vele culturele voorzieningen, kennis- en onderwijsinstellingen. Leiden en de regio hebben een grote woningbouwopgave uit te voeren. De krapte op de woningmarkt is groot en de vraag naar kantoren vlakbij Knooppunt Leiden Centraal en nabij het Leiden Bio Science Park (LBSP) is ook groot. Het stationsgebied speelt daardoor een belangrijke rol in de ontwikkeling van Leiden als internationale kennis- en cultuurstad. De spoorzone, bestaande uit het stationsgebied, de Schipholweg en het Vondelkwartier, is daarnaast aangeduid als locatie voor duurzame verdichting van wonen en het behouden en uitbreiden van werkvloeren (kantoormeters). (Verstedelijkingsnotitie (d.d. oktober 2018) en regionale kantoorvisie Holland Rijnland 2019 2024). In 2012 heeft u middels het ‘Kaderbesluit herontwikkeling Stationsgebied Leiden’ (RV 12.0063, raadsbesluit 11 oktober 2012) onder meer het stedenbouwkundig plan ‘Leiden Stationsgebied’ (d.d. 24 november 2011) vastgesteld.
Inmiddels zijn er actuele ambities, nieuw beleid, besluiten en ontwikkelingen die voor de verdere ontwikkeling van het stationsgebied om borging en besluitvorming vragen. In de gebiedsagenda stationsgebied, door u vastgesteld (RV 19.0165, raadsbesluit 23 januari 2020), is beschreven hoe we van het stedenbouwkundig plan uit 2012, naar een gebiedsvisie stationsgebied komen. En wat de uitgangspunten waren om invulling te geven aan de verrijking van het stedenbouwkundig plan. In het afgelopen jaar is, onder het motto ‘Samen maken we het stationsgebied’, hard gewerkt aan de gebiedsvisie Stationsgebied Leiden (bijlage 1). In dit traject zijn bewoners betrokken geweest, maar ook verschillende marktpartijen uit het projectgebied en professionele stakeholders. Nu is het moment aangebroken om de uitgangspunten aan uw raad ter besluitvorming aan te bieden in de vorm van de gebiedsvisie. Op basis van dit besluit kunnen initiatiefnemers hun plannen ontwerpen en starten de ruimtelijke procedures. Door vaststelling van de gebiedsvisie geeft uw raad invulling aan uw kader stellende rol. Initiatieven binnen het gebied zullen moeten worden uitgewerkt binnen de kaders van de gebiedsvisie. Om die reden zal er voor initiatieven binnen het gebied niet meer worden overgegaan tot het opstellen van een Nota van Uitgangspunten. 1
Afbeelding: De begrenzing van de gebiedsvisie stationsgebied Doel: De gebiedsvisie stationsgebied Leiden is een integraal document dat de ruimte geeft en kaders stelt om kansen en vraagstukken met betrekking tot duurzame verstedelijking toekomstbestendig op te pakken. Voor de visie zijn alle actuele opgaven en ontwikkelingen van het Leidse stationsgebied in samenhang bekeken en beoordeeld. De visie draagt bij aan de ontwikkeling van Knooppunt Leiden Centraal en de Duurzaamste Kilometer, geeft invulling aan de verstedelijkingsopgave en de groei van de kenniseconomie. In de gebiedsvisie zijn de actuele ambities, beleid en eerdere besluiten ingepast. Door de vaststelling van de visie worden deze zaken geborgd en op een heldere en eenduidige manier vastgelegd voor de toekomstige duurzame ontwikkeling van het Stationsgebied. In de gebiedsvisie is ook rekening gehouden met het MIRT-besluit Knooppunt Leiden Centraal dat is genomen in november 2020. De visie vervangt het stedenbouwkundige plan uit 2012, op basis waarvan de eerste ontwikkelingen in het gebied in gang zijn gezet. De gebiedsvisie Stationsgebied loopt vooruit op de implementatie van de omgevingswet in 2022. Deze gebiedsvisie is een document opgesteld ten behoeve van het Leids Planproces. Hieruit zullen kaders en regels worden gedestilleerd die opgenomen worden in omgevingsplannen.
Kader: • Gebiedsagenda Stationsgebied 2019 (RV 19.0165) • Geactualiseerd Kaderbesluit Leidse Ring Noord (RV19.0109) • Verstedelijkingsnotitie (RV18.0093) • Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0 (RV19.0068)
• Afwegingskader Duurzaamheid (Z/19/1388869) • Hemelwaterverordening (RV.20.0074) • Mobiliteitsnota 2020-2030 (RV2 0.0030) • Parkeervisie Leiden en beleidsregels 2020-2030 (RV 20.0038)
2
• Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte (RV 11.0117) • Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte (B&W 12.0417) • Participatie- en inspraakverordening (RV19.00037) • Convenant Ruimte voor bedrijven 20182022 (B&W18.0105) • Convenant Klimaat adaptief bouwen • Hoogbouwvisie 2007 • Kantorenstrategie Holland Rijnland, 20192024 geactualiseerd 2019 (RV 12.0010) • Ruimtelijk-economische horecavisie Leiden, 2016 (RV 15.0142) • Geactualiseerd kaderbesluit Leidse Ring Noord (RV19.0109) • Beleidsakkoord 2018-2022; Samen maken we de stad • Green Deal Duurzaamste Kilometer (B&W 18.0224) • Leiden Global Goals • Woonvisie 2020-2030 (RV 19.0104) • Zero-emissie stadsdistributie (B&W 20.0623) • Agenda Autoluwe Binnenstad (RV 20.0148) • Voortgangsbesluit Centrumroute (RV 19.0045) • Woondeal Zuidelijke Randstad • Leiden Verbindt (B&W 20.0513) • Beweegsleutels (B&W 21.0122) • Gebiedsvisie Schipholweg (RV 20.0056) • Gebiedsvisie Vondelkwartier (RV 20.0112) • Ontwikkelperspectief De Mors (RV 20.0110) • Indiening aanvraag tweede tranche woningbouwimpuls (B&W 20.0547)
2
Overwegingen: De herzieningsplannen van het stationsgebied staan niet op zichzelf. Er zijn veel lopende gebiedsontwikkelingsprojecten in Leiden aan de gang of worden voorbereid. Al deze initiatieven dragen bij aan de verdere ontwikkeling van de stad Leiden en staan in relatie tot elkaar. In de ‘Omgevingsvisie Leiden 2040’ wordt de samenhang hiervan besproken en nader toegelicht. Het geeft een gemeenschappelijke visie en richting aan de groei en ontwikkeling van Leiden. De gebiedsvisie Stationsgebied is in nauwe samenhang met de gebiedsvisie Vondelkwartier, ontwikkelperspectief De Mors, Schipholweg en de ontwikkeling van Leiden Bio Science Park uitgewerkt. Deze samenhang heeft vooral betrekking op de programmatische invulling, verbindingen op het gebied van mobiliteit, openbare ruimte, groenstructuren en stedenbouwkundige aansluiting. 1. Analyse Voorafgaand aan de uitwerking van deze gebiedsvisie heeft de gemeente veel informatie verzameld door informatie uit de stad op te halen, deskundigen in te schakelen en heeft stedenbouwkundig bureau Posad Maxwan het gebied ook nog eens kritisch geanalyseerd. De belangrijkste conclusies van al deze inspanningen zijn samengevat in onderstaande opsomming van kwaliteiten, knelpunten kansen en uitdagingen. Het zijn belangrijke uitgangspunten geweest bij de totstandkoming van deze gebiedsvisie.
Kwaliteiten Het stationsgebied heeft haar kwaliteiten, het is immers de regionale OV-Knoop die Leiden en de regio met elkaar verbindt en de toegangspoort is naar de rest van Nederland. Dagelijks maken meer dan 100.000 reizigers gebruik van het mobiliteitsknooppunt. Nergens anders in Nederland liggen een historisch centrum en een innovatief centrum zoals het LBSP zo dicht tegen elkaar, verbonden door het stationsgebied. Daarnaast zijn beide entrees gelijkwaardig en kent het station dus geen voor- en achterkant. Knelpunten De huidige verkeersstromen zijn niet logisch met elkaar verbonden waardoor onveilige situaties kunnen ontstaan. Voetgangers, fietsers, bussen en auto’s zitten elkaar namelijk wel eens in de weg. De overstapfunctie van bus naar trein en omgekeerd is niet goed geregeld. De openbare ruimtes rondom het station zijn niet aantrekkelijk en niet overzichtelijk. Het spoor vormt een fysieke en mentale barrière tussen de twee stadsgebieden; het scheidt de historische binnenstad van het innovatie centrum LBSP. De smalle onderdoorgangen en de toegangspoortjes in het station dragen hier sterk aan bij. Kansen en uitdagingen Op het moment dat het gebied ontwikkeld wordt, zijn er zeker ook veel kansen in en voor het gebied. Het toekomstige stationsgebied wordt het visitekaartje van de stad, een aantrekkelijke entree.
Het wordt een plek waar het fijn is om te verblijven, je wilt er even blijven hangen; een plek van verbinding, vergroening en ontmoeting. In het dicht verstedelijkte stationsgebied moeten de verschillende functies zoveel mogelijk tot hun recht komen. Dat betekent dat er slim en zorgvuldig met de beperkte ruimte moet worden omgegaan. De MIRT-verkenning is een kans om gezamenlijk met het Rijk, de provincie, NS en ProRail tot de transformatie van het Knooppunt Leiden Centraal te komen. Met de beschikbaarstelling van de rijkssubsidie ‘Woningbouwimpuls’ wordt een groot deel betaalbare woningen gerealiseerd. Daarnaast moet het sterk versteende stationsgebied in veel opzichten een duurzame upgrade krijgen. Met de inzet van groene energie, duurzame mobiliteit, circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en innovatieve vergroeningsvormen. Het stationsgebied ligt in de ‘Duurzaamste Kilometer van Nederland’. Dit samenwerkingsverband tussen partijen in het stationsgebied biedt kansen om ook uit te blinken op nog meer duurzaamheidthema’s en het mobiliteitsknooppunt in te zetten als proefstation voor 3
verschillende duurzaamheidsmaatregelen. Het stationsgebied is straks een nieuw stukje Leiden om trots op te zijn. 2. Visie op hoofdlijnen De stad is ongekend populair. De vraag naar woningen en werkplekken in de grote steden in de Randstad is groot. Om op een duurzame manier aan de vraag te voldoen, is door verschillende overheden afgesproken om vooral te bouwen rondom OV-knooppunten. In Leiden worden daarom woningen, werkplekken, vermaak en gezelligheid toegevoegd rondom Knooppunt Leiden Centraal. Het stationsgebied wordt prachtige stadsentree met veel groen; een geliefde plek waar je graag bent en blijft hangen, omdat het er prettig aanvoelt. Een gebied dat de Leidenaren trots maakt. De meer dan honderdduizend reizigers en bezoekers die dagelijks in het gebied komen voelen zich welkom in de stad omdat er veel te zien en te beleven valt. Velen zullen stationsgebied Leiden als de (start van hun) ontdekking van Leiden gaan zien. Gebaseerd op het verleden, het heden en de behoeftes en wensen van de toekomst zijn er drie verhaallijnen of thema’s gemaakt. Deze thema’s zijn ontstaan tijdens het participatieproces in de zomer van 2020 over het Identiteitskompas (Bijlage 2). De verhaallijnen beschrijven het karakter en de ambities van het toekomstige stationsgebied. Het stationsgebied wordt een: - Plek van verbinding. - Plek van ontmoeten. - Plek van verduurzaming en vergroening.
Naast deze drie thema’s is voor de gebiedsvisie ook in kaart gebracht wat de gebiedswaarden en de kwaliteiten van het toekomstige stationsgebied zijn. In het stationsgebied van de toekomst komt alles samen. Het wordt een levendig en kwalitatief hoogwaardig stadsdeel met een diversiteit aan functies: wonen, werken, reizen, detailhandel, horeca, recreatie en maatschappelijke voorzieningen. Bij de uitwerking van de gebiedsvisie zijn de volgende stedenbouwkundige bouwstenen toegepast: -
-
-
-
Het stationsgebied: verantwoord ruimtegebruik, levendige stadsentree Bouwen in de buurt van stations levert een grote bijdrage aan duurzame mobiliteit. Wonen en werken in de directe omgeving van een station leidt tot duurzaam reizen. Door in de omgeving van een station de ruimte optimaal te benutten worden meerdere doelen behaald. Een duurzaam stationsgebied Het ontwerp van het stationsgebied is volledig afgestemd op het maken van een duurzaam stationsgebied. Bij de keuzes voor de sloop, nieuwbouw en herinrichting van het stationsgebied staan zes duurzame thema’s centraal: duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, duurzame energie, circulariteit, biodiversiteit en vitaliteit. Wonen en werken in het stationsgebied Het stationsgebied wordt een buurt met een brede diversiteit aan woningen en werkplekken. Je kunt wonen of werken langs het spoor, met uitzicht over de stad, in hogere gebouwen langs het spoor of met lager uitzicht over de straten en pleinen. Verenigen van oud en nieuw Het stationsgebied is de schakel tussen twee sterk van elkaar verschillende karakteristieke stadsdelen van Leiden: de historische binnenstad en het moderne innovatie district Leiden Bio Science Park 4
-
-
-
-
De vergroening van het stationsgebied Een groene metamorfose zal het stationsgebied aantrekkelijker maken. Vergroening draagt op allerlei manier bij aan een aangenaam en duurzame omgeving. Bomen dienen in de zomer als schaduwplekken. Het heel jaar rond zorgt het groen voor kleurwisselingen die de seizoenen volgen. Een efficiënte, aantrekkelijke mobiliteitsknoop Knooppunt Leiden Centraal bestaat naast uit treinstation uit het busstation, fietsparkeergarages, Kiss-and-Ride voorzieningen en taxistandplaatsen. Dit alles wordt bereikbaar en onderling verbonden met aantrekkelijke voetgangersverbindingen. Een bereikbaar stationsgebied: fietsers en voetgangers met stip op nummer 1! Het stationsgebied wordt ingericht op gebruik door voetgangers en fietsers, de auto is te gast. De bestaande en nieuwe verbindingen voor langzaam verkeer bieden een veelheid aan routes door het gebied. De Stationsweg en de Steenstraat worden door fietsers en voetgangers als een groene loper naar de binnenstad ervaren. Kwaliteit passend bij de entree van de stad De gebruikskwaliteit en de visuele kwaliteit van bebouwing en de openbare ruimte zijn van hoog niveau, passend bij de entree van de stad en een mooi ingerichte, goed georganiseerde stationsomgeving. De gebouwen zijn toekomstbestendig, het openbaar vervoer is gebruiksvriendelijk, service, gemak en comfort staan voorop.
2.1. Plek van verbinding Elk gebied is zo sterk als haar verbindingen; tussen mensen, tussen de regio, gebouwen en de natuur, met groen en water. Al deze verbindingen zorgen ervoor dat het gebied goed kan functioneren als geheel. De regio die Leiden bediend omvat circa 350.000 inwoners, verdeeld over Leiden, Leiderdorp, Zoeterwoude, Voorschoten, Oegstgeest, Katwijk, Noordwijk en Teylingen. Op steenworp afstand van mainport Schiphol, de Metropoolregio Amsterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is de Leidse regio zowel internationaal als binnen de Randstad centraal gelegen. Deze gunstige ligging, in combinatie met een aantal uitzonderlijke historische en landschappelijke kwaliteiten, maakt het uniek. Deze kwaliteiten omvatten de historische binnenstad, de Limes & landgoederenzone en een aantal bijzondere, waardevolle landschappen, waaronder uiteraard de onvolprezen kust. Het gebied heeft alles in zich om een schaalsprong te maken van een aantal unieke, losse plekken naar een samenhangende, duurzame metropool met internationale uitstraling waarin werken, wonen en recreëren naadloos op elkaar aansluiten In de kern van het stationsgebied ligt Knooppunt Leiden Centraal, bestaande uit het bus- en treinstation, bijbehorende voorzieningen als fietsenstallingen en (bus)routes.
De gebiedsvisie beschrijft hoe rondom het mobiliteitsknooppunt een nieuwe stedelijke buurt, met een levendig karakter ontstaat. Een buurt waarin verschillend functies met elkaar verbonden zijn: reizen, wonen, werken, studeren, winkelen en ontspannen. Jong en oud, Leidenaren, studenten en toeristen verplaatsen zich in het stationsgebied en worden met elkaar verbonden. Leiden sluit niemand uit. Iedereen vindt zijn of haar weg in het gastvrije stationsgebied van de toekomst. Belangrijke punten van versterking van het huidige OV-knooppunt zijn: een efficiënt, overzichtelijk en overdekt busstation met een inpandige wachtruimte, een interne verbinding tussen het busstation en het treinstation, meer ruimte rondom de OV-poortjes, een nieuw plein, grote 5
inpandige fietsenstallingen met korte looplijnen naar de OV-terminal en voldoende goed bereikbare opstelplekken voor kiss-and-ride, taxi’s en aanbod van deelmobiliteit. In november van 2020 is tijden het BO MIRT het besluit gevallen dat Knooppunt Leiden Centraal een MIRTverkenning kan worden met een multi-organisatie projectteam. Meer over de MIRT verkenning valt te lezen bij Organisatie en Uitvoering. Mobiliteit Mobiliteit is een essentieel onderdeel van het stationsgebied Leiden. Het vormt de kern en zorgt ervoor dat de stad en regio bereikbaar is en blijft. Schone vormen van mobiliteit en voetganger en fietser krijgen prioriteit en de openbare ruimte wordt sterk verbeterd en verkeersveiliger gemaakt. Het OV wordt gestimuleerd door de ontwikkeling van Knooppunt Leiden Centraal en door betrouwbare routes voor bussen. Bij het maken van deze keuzes is voortgebouwd op onder andere het Beleidsakkoord ‘Samen maken we de stad’, de Mobiliteitsnota 2020-2030, de Agenda Autoluwe Binnenstad en de Beleidsprogramma’s fiets en voetganger 2020-2030. De huidige situatie in het stationsgebied met vele verkeersconflicten verdient flinke verbetering. Niet alle vormen van verkeer kunnen nog langer overal in het gebied hun plek in de openbare ruimte claimen.
Door het zo veel mogelijk uit elkaar halen van verkeersstromen neemt het grote aantal conflicten tussen kruisende verkeersdeelnemers af waardoor de verkeersveiligheid toeneemt. Daarnaast ontstaan mogelijkheden om de openbare ruimte prettiger, groener en overzichtelijker in te richten, op een manier die past bij de potentie van het gebied. Keuzes maken is niet alleen noodzakelijk om de huidige situatie te verbeteren. Het is een voorwaarde om het fors groeiende aantal fietsers en voetgangers in het gebied, maar ook de groei van het OV, in de toekomst op een goede manier te organiseren. Daarom wordt, in aansluiting op de Agenda Autoluwe Binnenstad, gekozen om busverkeer anders door het stationsgebied te leiden. Op het Stationsplein, in de Stationsweg en de Steenstraat wordt ruimte gecreëerd voor de groeiende stroom voetgangers en fietsers. Bussen rijden in de nieuwe situatie over betrouwbare routes via onder andere de route Bargelaan – Rijnsburgertunnel – Schuttersveld en op termijn mogelijk via de Morsweg – Rijnzichtbrug. De doorgaande fietser wordt door het verbeteren van routes gestimuleerd om via de flanken te fietsen zodat het fietsverkeer beter over het stationsgebied verspreid wordt. De auto is te gast in het stationsgebied en past zich aan de overige verkeersdeelnemers aan.
Er wordt onderzocht of het mogelijk is het doorgaand autoverkeer op de Morsweg en Rijnsburgerweg te verminderen ten behoeve van de voetganger, de fietser, het busverkeer en vergroening in de openbare ruimte. Op het Morspoortterrein en op de Connexxionlocatie is de auto te gast, in straten die gedeeld worden met voetgangers en fietsers. De Leidse straatjes krijgen een gedeelde bestrating en geen aparte rijbaan voor auto’s. De straatjes zijn toegankelijk voor bestemmingsverkeer, hulpdiensten, verhuizingen en logistieke diensten, zoals pakketbezorgers. Fietsenstallingen worden goed vindbaar en bereikbaar gemaakt, de populariteit van fietsen als voor- en natransport zal de komende jaren namelijk verder stijgen. In het stationsgebied is inmiddels een start gemaakt met de uitbreiding van de capaciteit met de stalling onder Lorentz en worden er voorbereidingen getroffen voor een forse stalling onder De Geus. Voor de langere termijn zijn er nog verschillende locaties in studie, zoals een uitbreiding van de Zeezijdestalling en een bovengrondse stalling op de locatie van het taxipallet. In Mobiliteitsstructuur stationsgebied (bijlage 3) zijn de afwegingen en onderbouwingen bij de bepaling van de routes verder toegelicht.
6
Auto-parkeren In de gebiedsvisie is het parkeervraagstuk voor de auto als een onderzoeksopgave opgenomen. Op het Morspoorterrein en het Morssingelblok zijn twee reserveringen opgenomen voor mogelijk parkeervoorzieningen op deze locaties. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen wordt bepaald door de nu aanwezige parkeerplaatsen (inclusief de Morspoortgarage), de nieuwe parkeerplaatsen die nodig zijn voor met name de nieuwe kantoren en de woningen op het Morspoortterrein) en parkeerplaatsen die met name als gevolg van de Agenda Autoluwe Binnenstad mogelijk in het stationsgebied gerealiseerd dienen te worden gecompenseerd. Naast de bepaling van het aantal parkeerplaatsen vraagt het ontwerp en de exploitatievorm ook onderzoek. Stedenbouwkundige verbinding Uit het oogpunt van duurzaam ruimtegebruik, het maximaal benutten van de ligging nabij het Knooppunt Leiden Centraal, het aanbieden van voldoende nieuwe woningen en werkplekken én het bijdragen aan de levendigheid van het stationsgebied, is er een intensief bouwprogramma voor het stationsgebied samengesteld. Voor de kern van het stationsgebied (Rijnsburgerblok, Morssingelblok, Buslocatie en Trafolocatie) wordt voor dit programma een bijzonder gebouwtype voorgesteld. Tien tot zestien meter hoge sokkels (drie à vier verdiepingen) vormen de straatwanden.
Bovenop elke sokkel komen één of meer bovenbouwen, die terug liggen ten opzichte van de straatgevels. We noemen dit type: sokkel en bovenbouw. De sokkel maakt de verbinding met de historische binnenstad. De trapsgewijs oplopende bovenbouw van 30 naar 50 naar 70 meter hoog maakt de verbinding naar het hoog stedelijke gebied rondom de OV-Knoop. Door dit gebouwtype kunnen ook kleinschalige straten, in aansluiting op die van de binnenstad, hand in hand gaan met een fors bouwprogramma. Zo verbindt het stationsgebied door de diversiteit aan bebouwing: hoog met laag, groot met klein en nieuw met oud. De verbinding tussen het innovatieve LBSP, de historische binnenstad, het Houtkwartier, Transvaal en de omgeving Schipholweg en Vondelkwartier wordt gemaakt door het stationsgebied. Dit wordt onder andere gedaan door in de bouwhoogtes aan te sluiten op respectievelijk de binnenstad en het LBSP.
Afbeelding: stedenbouwkundige invulling De bouwhoogte van 70 meter komt overeen met de maximum bouwhoogte zoals beschreven in de ‘Leidse hoogbouwvisie’ uit 2007: Mocht in de nieuwe hoogbouwvisie dit maximum voor het stationsgebied worden verhoogd, dan staat bij de locatiekeuze van een dergelijk hoog gebouw de nabijheid van de historische binnenstad centraal. De hoge nieuwbouw langs het spoor mag de belangrijkste zichtlijnen vanuit de binnenstad (Rapenburg, Oude Rijn, Oude Vest) niet verstoren. Dat betekent dat een bouwhoogte 7
van meer dan 70 meter eigenlijk alleen mogelijk lijkt op de Trafolocatie. Variatie in bouwhoogtes is voor de toekomstige skyline zeer waardevol. Dergelijke variatie, in combinatie met bijzondere vormgeving van de bovenkant van het gebouw, zijn belangrijke voorwaarden in de uitwerking. Molenbiotoop In het Singelpark staan de molens ‘De Valk’ en ‘De Put’. Deze molens staan beide aan de Singel, net buiten het projectgebied van de gebiedsvisie, maar de ontwikkelingen in het stationsgebied staan in de invloedsfeer, de zogenaamde molenbiotoop, van deze molens. De twee molens hebben een cultuurhistorische waarde en een maatschappelijke functie. ‘De Valk’ als molenmuseum en ‘De Put’ als werkende graanmolen, waar eigen gemalen meel wordt verkocht. Ze verdienen een respectvolle aanpak, bij de bouwopgave voor het stationsgebied. Daarom zijn en worden in overleg met de provincie en de eigenaren van de molens afspraken gemaakt op welke wijze de waarden van de molenbiotopen worden geborgd. 2.2. Plek van ontmoeten Het stationsgebied wordt een ontmoetingsplek, waar mensen graag ‘blijven hangen’ om op een aangename manier tijd met elkaar door te brengen. Je komt niet meer alleen door het stationsgebied als je de trein of bus wilt halen, maar je spreekt hier ook met elkaar af, zowel voor zakelijke ontmoeting als privé.
De bezoekersaantallen van de stad zullen stijgen en veel mensen zullen Leiden vaker gaan bezoeken dankzij het vriendelijkere stationsgebied. Waar je vandaan komt en wie je ook bent, de hoofdentree van de stad ontvangt je met open armen en je voelt je snel thuis in de nieuwe, levendige en rijk gemengde stedelijke buurt. De stationspleinen aan beide zijdes geven je dit welkome gevoel. Openbare ruimte Bij de herinrichting van het stationsgebied wordt veel aandacht besteed aan de openbare ruimte. De straten, pleinen en parkjes worden opnieuw ingericht. Het stationsgebied wordt veel groener. De twee stationspleinen, de twee hoofdentrees, worden omzoomd met bomen, en bomen en de geveltuintjes in de kleine straatjes maken het stationsgebied groener en de daken van alle laagbouw worden vergroend en ingericht op ‘slim watergebruik’. De gevels van gebouwen worden bekleed met verticaal groen. In de uitwerking van het stationsgebied zal zowel voor gebouwen als voor de inrichting van openbare ruimte toegankelijkheid voor mensen met een beperking worden gewaarborgd. Er komen logische goed beloopbare routes van en naar de OV knoop. De route naar de binnenstad is aangeduid als een geleide-route en in de uitwerking van de pleinen en de straatjes worden niveauverschillen en obstakels geminimaliseerd.
Hetzelfde geldt voor de pocket parken, de parkjes zijn goed toegankelijkheid en aangenaam vertoeven voor iedere gebruiker. Programma Op het gebied van wonen, werken en voorzieningen zijn met andere overheden afspraken gemaakt, dat het toevoegen van programma, zoveel mogelijk binnen het bebouwd gebied en vlakbij hoogwaardig openbaar vervoer wordt ingepast. Het stationsgebied is dus een ideale plek voor het toevoegen van programma. De plaats van de functies ligt nog niet definitief vast. De visie biedt hiervoor flexibiliteit. Samen met de supervisor en met de ontwikkelaars zal het gemeentelijke projectteam ervoor zorgen dat deze opgaven worden gerealiseerd
8
Overzicht: Programmatische invulling deelgebieden .
Afbeelding: Invulling van het programma
Woningen Leiden is een stad voor en van iedereen. Het woonprogramma houdt dan ook rekening met alle doelgroepen. De woningbouw in het stationsgebied wordt gemengd, er komen zowel sociale huurwoningen als duurdere (koop)woningen in verschillende soorten en maten. Het streven is om gemengde wijken op stadsniveau te realiseren. Van de totale te nog realiseren woningbouwopgave op het Morspoortterrein, het Morssingelblok, de Trafolocatie en de Buslocatie dient ten minste 30% sociale huur te zijn. Met de toekenning van Woningbouwimpuls van het ministerie van BZK geldt voor het Morspoorterrein, het Morssingelblok en een deel van de Trafolocatie de eis tot realisatie van 527 woningen met een huurprijs tot €1000,- per maand of een VON-prijs tot de NHG grens. Tot 2040 groeit het aantal alleenstaande als samenwonende ouderen. Daarom worden gelijkvloerse woningen voor ouderen gebouwd met liften, die ook geschikt zijn voor starters of jonge gezinnen. Kantoren In het stationsgebied Leiden zijn regionale afspraken gemaakt voor de realisatie van een kantoorprogramma van ca. 60.000 m2. Deze gebiedsvisie voor het stationsgebied biedt voldoende flexibiliteit om post-corona te veranderingen van wonen en werken op te vangen. De 9
verwachting is dat ongeveer de helft van de werkweek zich op kantoor afspeelt. Met toekomstbestendige kantoren, gelegen op een locatie goed bereikbaar met openbaar vervoer, blijft stationsgebied Leiden, ook post-corona in trek als werklocatie. Overige functies Voor een levendig stationsgebied is passende horeca essentieel. Het bevordert de ontmoetingen tussen bezoekers en stimuleert daarmee het gebied. Ook een uitbreiding van gepast winkelaanbod is een welkome aanvulling. In het stationsgebied is ook behoefte aan maatschappelijke functies. Door de toevoeging van wonen en werken ontstaat er ook behoefte aan in elk geval kinderopvang, ontmoetingsplekken (jeugd- en jongerenwerk en welzijnswerk) en voldoende speelruimte voor kinderen. Zie bijlage 4 (Leiden programma stationsgebied) voor het uitgebreide onderzoek naar de programmaring van het stationsgebied. 2.3. Plek van vergroening en verduurzaming In alle opzichten wordt het stationsgebied groen en duurzaam. In de straten, op de pleinen en in de bebouwing. Het is er toegankelijke, gezond en veilig. Het bestaande groen wordt verbeterd en sluit met een nieuw netwerk van groene ingerichte straten, pleinen en parkjes aan op het Singelpark. Ook figuurlijk wordt het nieuwe stationsgebied groen, in de zin van duurzaamheid, gezondheid en veiligheid.
Duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie & biodiversiteit, duurzame energie, circulariteit en vitaliteit staan hoog in het vaandel in het stationsgebied van de toekomst. De openbare ruimte en de gebouwen zijn bestand tegen hittestress, wateroverlast en zijn droogtebestendig, door de aanplant van groen en realiseren van waterberging. De duurzaamheidsthema’s staan niet op zichzelf en kunnen elkaar versterken, de som is meer dan de losse delen. Het integreren en combineren van deze duurzaamheidsthema’s in het stedenbouwkundig ontwerp biedt de kans om voor het stationsgebied een unieke signatuur te ontwikkelen die passend is bij de Duurzaamste Kilometer van Nederland. Daarbij wordt er bewust geprioriteerd per duurzaamheidsthema om een balans te vinden in ambities en maatregelen die aansluiten bij de fysieke, technische en financiële ruimte.
Afbeelding: Overzicht duurzaamheidsthema’s en prioritering De duurzaamheidsvisie is een leidraad om de juiste keuzes in het gebiedsontwikkelingsproces te maken. In het proces dat doorlopen is om tot de duurzaamheidsvisie voor het stationsgebied te komen, is gekeken naar voorbeeldmaatregelen en is een indicatie gegeven van de financiële haalbaarheid om de duurzaamheidsthema’s uit te werken. Een eerste vervolgstap is de 10
uitwerking van kavelpaspoorten en inrichtingsplannen waarin aantallen woningen, oppervlaktes, openbare ruimte en dergelijke worden aangegeven. Dat kan dan in gezamenlijkheid met ontwerpers en inhoudelijke experts op de verschillende duurzaamheidsthema’s worden voorzien van een grondige check en doorrekening op hoofdlijnen om na te gaan of ambities op deze wijze worden behaald. Op basis van deze vervolgstap kan een (duurzaamheids)programma van eisen worden opgesteld. In deze paragraaf lichten we de essentie toe per duurzaamheidsthema die leidend is voor de gebiedsontwikkeling van het stationsgebied. Zie bijlage 5 en 6 voor een uitgebreide toelichting op de vergroening en verduurzaming van het stationsgebied. 1. Vergroening en biodiversiteit In het huidige stationsgebied is maar weinig groen aanwezig. En in het stedenbouwkundige plan uit 2012 was hier maar beperkt oog voor. Juist de vergroening in deze gebiedsvisie is een van de elementaire punten is, waarop we het verschil willen maken. De vergroening van het stationsgebied draagt in belangrijke mate bij aan het realiseren van diverse ambities die voor het stationsgebied gelden. Groenvoorzieningen kunnen hittestress verminderen en de gevolgen van heftige regenbuien vertragen en bufferen. Groen versterkt ook de stedelijke biodiversiteit. Maar het draagt bij aan de wens om de stationsomgeving aantrekkelijker te maken.
Dit bereiken we door onder meer een levendige, groene openbare ruimte te realiseren met een hoge ecologische waarde, zodat er aantrekkelijke leefgebieden (biotopen) ontstaan, waar flora en fauna elkaar ontmoeten en ‘hand in hand’ gaan. Het maken van een groen raamwerk van 'grote straten' bestaande uit de Singel de Plesmanlaan en Schuttersveld- Rijnsburgerweg. Hierop worden de Bargelaan, Schipholweg en Stationsweg aangesloten. Het Morspoortterreinpark, het Morssingelblokpark en de Ballontuin worden buurtparkjes waar rust en (spontane)ontmoeting centraal staat. De twee stationspleinen zijn belangrijke entrees van de stad, waarmee de stad zich bij binnenkomst laat zien, aan haar bewoners, gebruikers en bezoekers. Deze pleinen worden veel groener ingericht en levendigheid en ontmoeting staat centraal staat. De Leidse straatjes zijn geïnspireerd op de vele woonstraten in het historisch centrum van de stad. Deze straatjes worden gekenmerkt door boomaanplant en geveltuinen. De daken van de sokkels en laagbouw in het stationsgebied worden deels ingericht als buitenruimte voor de bewoners en werknemers, het grootste deel van het dakoppervlak wordt groen ingericht, met oog voor de stedelijke ecologie. Bij de (her)inrichting wordt een omgeving gecreëerd waar insecten en kleine dieren zich thuis voelen.
Dit draagt bij aan een ecologisch veerkrachtige leefomgeving die het nieuwe stationsgebied wordt nagestreefd. Er gaat zoveel mogelijk groene aanplant bijkomen, waarbij altijd wordt gelet op andere ruimtelijke claims, zodat deze elkaar niet in de weg gaan zitten. We hanteren hierbij de volgende uitgangpunten: Het groen wordt voel- en zichtbaar in ieder seizoen. Groenvoorzieningen zijn bij voorkeur groot en aaneen gesloten. Het groen wordt door toepassing van kruidenrijke vegetatie en inheemse soorten geschikt gemaakt om leefgebieden (biotopen) te ontwikkelen voor vogels, vlinders insecten etc. Door natuurinclusief te ontwerpen wordt in het stationsgebied zo veel als mogelijk kansen benut om natuur te faciliteren. Bij de vergroeningsopgave wordt goed rekening gehouden dat het groen goed en gezond oud kan worden.
11
Afbeelding: Vergroening van het stationsgebied
2. Duurzame mobiliteit In het gebiedsontwerp wordt zwaar ingezet op duurzame mobiliteit. Het stationsgebied wordt een belangrijk duurzaam OV-knooppunt waar meerdere vervoersmodaliteiten samenkomen, zoals treinen en bussen, maar ook voetgangers, fietsers en gebruikers van deelauto’s. Naast het bestaande openbaar vervoer moet een ruim aanbod van deelmobiliteit beschikbaar komen. De reizigers krijgen duurzame alternatieven aangeboden voor hun reis naar of uit het stationsgebied. Bijvoorbeeld met de methode Mobility as a Service (MaaS), dat gezamenlijk en gedeeld gebruik van vervoersmiddelen van auto’s, scooters of fietsen stimuleert. Deelauto's kunnen worden aangeboden in een compacte parkeeroplossing binnen de ontwikkeling van het Morssingelblok. Door primaire voorzieningen voor bewoners bijna ‘aan huis’, in de directe leefomgeving aan te bieden wordt een belangrijk deel van potentiële reisbewegingen. We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: Thuiswerken en overige voorzieningen worden zoveel mogelijk nabij voorzieningen georganiseerd. Reizigers laten de auto staan ten faveure van actieve mobiliteit. Fietsers en voetgangers krijgen de ruimte. Bewoners en bezoekers van het Stationsgebied worden gestimuleerd om zeroemissie vervoersmodaliteiten te gebruiken. De logistiek in het Stationsgebied is duurzaam, gebundeld en gecentraliseerd.
3. Klimaatadaptatie Het vergroende stationsgebied moet bestand zijn tegen hitte, droogte en wateroverlast om de vitale functies van de stad te kunnen garanderen. Bij elk ontwerp wordt rekening gehouden met waterrobuustheid. In het stationsgebied worden schaduwrijke gebieden gerealiseerd. We hanteren hierbij de volgende uitgangpunten: In de openbare ruimte wordt veel schaduw gerealiseerd. De ambitie is tenminste 50% schaduw op de hoogste zonnestand te garanderen. Horizontale oppervlakken worden deels warmte-werend of verkoelend ingericht, om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen. Het is de ambitie tenminste 40% van de horizontale wordt warmte werend of verkoelend ingericht/gebouwd.
12
-
In de stedelijke omgeving van het stationsgebied is voldoende waterberging van wezenlijk belang. Het doel is het gebied functionerend te houden bij extreme neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u).
4. Duurzame energie In het stationsgebied is duurzame energie het nieuwe normaal. Door de hoge dichtheid van het stationsgebied en de al aanwezige bebouwing is het niet mogelijk een volledig energie neutraal gebied te ontwikkelen. Binnen de mogelijkheden die er wel zijn, wordt een slim en duurzaam energieconcept ontwikkeld, aan de hand van de volgende bouwstenen: vraagbeperking, collectieve warmte en koude en lokale opwekking van duurzame elektriciteit. Het beperken van de energievraag is een belangrijke eerste stap voor een duurzaam energiesysteem. Voor het beperken van koeling wordt gekeken naar een optimale verhouding in de gevel tussen open en dicht. Door te kiezen voor een goed geïsoleerde gevel, een efficiënt ventilatiesysteem, compacte bouw en slimme gebouwsturing wordt de energievraag verder beperkt. In het stationsgebied wordt lokaal elektriciteit opgewekt. Daarnaast wordt er voorzien in duurzame, collectieve warmte en koude, een systeem met gedeelde bronnen wordt uitgewerkt. We hanteren hierbij de volgende uitgangpunten: De wettelijke eis BENG 3 wordt voor het Stationsgebied gehanteerd, daar waar de dichtheid hoog is. Bij lagere dichtheden wordt de wettelijke eis BENG 1 gehanteerd. In het Stationsgebied wordt lokaal elektriciteit opgewekt. 5. Circulariteit Leiden heeft de wens om meer te doen dan waar het wettelijk minimum om vraagt.
Het stationsgebied wil de transitie naar de circulaire economie aanjagen door marktpartijen uit te nodigen om tot de beste circulaire innovaties te komen. Om het duurzaamheidsthema circulariteit concreet te maken, zijn er zes bouwstenen voor dit thema geformuleerd: nieuwe verdien-modellen, grondstoffen-besparing, hernieuwbare materialen, direct hergebruik door urban mining (het herwinnen van grondstoffen uit producten die oud of versleten zijn), grondstoffenbesparing door recycling en remontabelheid (schroefbare onderdelen in de bouwconstructie). We hanteren hierbij de volgende uitgangpunten: De milieudruk van materialen wordt verlaagd. In het stationsgebied geldt een MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) waarde van minimaal 0,8. Toepassing van biobased en hernieuwbare materialen wordt gestimuleerd. Multifunctioneel ruimtegebruik en compacte gebouwvormen bespaard grondstoffen. Remontabel bouwen is de standaard. 6. Vitaliteit Het stationsgebied van de toekomst wordt het kloppende hart van de gezonde stad die Leiden wil zijn. Voor het ontwerpproces zijn zes bouwstenen geformuleerd die elk hun vitale en gezonde bijdragen aan het gebied leveren. Sociaal maatschappelijk participeren, mentaal welbevinden, toegang tot (basis)voorzieningen, fysiek functioneren, kwaliteit van de leefomgeving en ruimte voor zingeving.
Zodra de gebiedsvisie wordt omgezet in concrete bouw- en inrichtingsplannen worden deze bouwstenen concreet gemaakt. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: Het stationsgebied nodigt uit tot bewegen. Er is in het stationsgebied ruimte om elkaar te ontmoeten. Het stationsgebied is een schoon gebied met een aangenaam leefklimaat.
13
-
In het stationsgebied zijn veel voorzieningen aanwezig gericht op wonen, werken en recreëren. Basisvoorzieningen zijn nabijgelegen en toegankelijk.
2.4. Deelgebieden Binnen het stationsgebied wordt onderscheid gemaakt tussen drie grote deelgebieden: het stationsgebied centrumzijde (dat bestaat uit de Trafolocatie, de buslocatie, het taxipalet, het Morssingelblok en het Rijnsburgerblok), het Morspoortterrein en de Connexxionlocatie. In het stationsgebied centrumzijde wordt de bebouwingsdichtheid relatief hoog en zijn de functies gemengd. Het Morspoortterrein en de Connexxionlocatie blijven hoofdzakelijk woongebieden, met een mix van grondgebonden woningen en appartementen. De Buslocatie, de Trafolocatie en het taxipalet, zijn drie kavels die in nauwe samenhang met Knooppunt Leiden Centraal of zelfs binnen de MIRT-verkenning worden opgepakt.
Afbeelding: De deelgebieden Morspoortterrein De opgave voor deze plek is een sterke, duurzame verbinding tussen de historische binnenstad en de wijk Transvaal. Het uitgangspunt voor de herinrichting van het Morspoortterrein is een woonbuurt maken die aansluit op de bestaande buurt. De huidige tweedeling in bebouwing, van kleinschalige bouwblokken en grootschalige losstaande bebouwing, krijgt samenhang door de bestaande smalle straatjes in de nieuwe buurt door te trekken. Met het plaatsen van gesloten bouwblokken binnen het patroon van straatjes rondom het centraal gelegen buurtpark ontstaat er eenheid tussen oud en nieuw. Het programma is een mix van gezinswoningen, goedkope en middeldure huur en (sociale) huurwoningen. De bomen in de bocht Morsweg-Morssingel blijven behouden, voor de singel wordt onderzoek gedaan om deze een verkeersluwe inrichting te geven. In de nieuwbouw wordt het kunstwerk van Jan Meine Jansen opgenomen. Het kunstwerk wordt zichtbaar vanaf de straat, maar niet publiek toegankelijk. Voor een nieuwe locatie van ‘De Binnenveste’ zijn er verschillende opties, binnen en buiten het stationsgebied; deze worden integraal afgewogen. Morssingelblok Het bouwproject De Geus zorgt voor de eerste nodige veranderingen op deze plek. De binnenruimte van het Morssingelblok, is in de huidige situatie ingericht als weinig aantrekkelijk 14
openbaar gebied dat wordt gedomineerd door een groot parkeerterrein met daaraan grenzend de achterkanten van winkels, bergingen, tuinmuren en schuttingen. De vernieuwing van het terrein biedt de mogelijkheid de kwaliteit sterk te verbeteren door de lage bebouwingswand aan de Schipholweg te slopen en te vernieuwen en de parkeerplaatsen op het binnenterrein te verplaatsen. De ruimte die daardoor beschikbaar komt, wordt verkaveld met drie blokken van het type sokkel- met bovenbouw. Aan de Schipholweg gaat de nieuwbouw 50 meter de hoogte in, op de binnenterreinen wordt de hoogte maximaal 30 meter. Het parkje wat aan de binnenterreinen ligt wordt uitgebreid met nieuwe groene inrichting en recreatie- en spelvoorzieningen. Het gebied krijgt een gezellige sfeer zoals in een Leids hofje. Het programma op deze plek bestaat overwegend uit woningen, aangevuld met ruimte voor andere functies. Denk aan woonwerkwoningen, ateliers, kleine kantoorruimtes. De parkeerruimte is nog onderwerp van studie, of deze wordt gesitueerd onder de bouwblokken of in de nieuw te bouwen Morspoortgarage. Connexxionlocatie De locatie is nu in gebruik als busremise met de bijbehorende kantoorruimtes. De verwachting is dat de remise een andere locatie krijgt, waarmee deze plek op termijn vrij komt voor woningbouw. De voorgestelde verkaveling voor deze locatie sluit aan bij de woningen aan de Boerhaavelaan.
De woningen met tuinen aan de Boerhaavelaan worden gespiegeld in de nieuwbouw, zo ontstaat er een compleet bouwblok. Tussen de tuinen komt een middenpad met toegang tot de tuinen en woningen. De nieuwe woningen komen aan een Leids straatje te liggen. Het straatje komt aan de zuidzijde uit op de Rijnsburgerweg, waar het wordt overbouwd met een poortgebouw van circa 30 meter hoog. Dit gebouw loopt af in hoogte, naar de bestaande woningen aan de Rijnsburgerweg. Het nieuw ontstane straatje is 250 meter lang. De bebouwing grenzend aan de tuinen van de Boerhaavelaan bestaat uit drie tot vier bouwlagen. De bebouwing grenzend aan het spoor is vier lagen hoog, met soms een accent naar zes lagen hoog. De variantie aan woningen in dit programma bestaat uit starterswoningen, gezinswoningen en studentenwoningen. Voorzieningen als een kinderdagverblijf krijgen hier een plek. Buslocatie De Buslocatie is de plek van het huidige busstation. Het is een regionale verkeersknoop die een gebied met meer dan 400.000 inwoners bedient. Het is een drukke, onoverzichtelijke locatie waar snel gevaarlijke verkeerssituaties ontstaan. Dat moet en kan anders. Het is de ambitie om het busstation inpandig vorm te geven en daarboven kantoren en woningen te realiseren. Door de bebouwing van onder andere deze locatie wordt het Stationsplein dan ook mooi omsloten en wordt het een echt plein.
Het heeft de voorkeur om bovenop het busstation te bouwen; woningen en/of kantoren. Deze bebouwing kan verbonden worden met het treinstation waardoor er een verbinding ontstaan met de centrale ontvangsthal voor de gebruikers van bus en trein. Wanneer deze invulling niet haalblaar blijkt, zijn de volgende scenario’s in de gebiedsvisie opgenomen: - De bovenbouw komt te vervallen, boven het busstation wordt wel de sokkel gerealiseerd. - Een busstation met een ‘geprogrammeerd’ dak. Dit kan worden getransformeerd tot daktuin met horeca of een zaalruimte. - Een busstation met een fraai vormgegeven overkapping, niet toegankelijk voor publiek, maar met bijzondere architectonische uitstraling. Aandacht voor vergroening en waterbuffering (waterval naar het plein). - Een busstations zonder grote overkapping, met mooi vormgegeven wachtruimtes, vergelijkbaar met het busstation naast Rotterdam CS. Trafolocatie De grond diende afgelopen jaren als kweektuin voor de Stichting Singelpark. Momenteel wordt deze plek tijdelijk benut als pilotlocatie ‘The Field’ waar innovatieve, duurzame initiatieven worden getest in het kader van de Duurzaamste Kilometer.
15
Op deze locatie zal bebouwing komen van het type sokkel-bovenbouw met voornamelijk kantoren in de sokkel en kantoren en woningen in de bovenbouwen. De twee bovenbouwen kunnen 70 meter reiken. De locatie is niet bereikbaar voor auto’s. Mocht er een nieuwe tunnel voor langzaam verkeer worden aangelegd naast de Joop Walenkamptunnel of wordt deze verbreed, dan leidt dat tot inkorting van het kavel op de Trafolocatie. Taxipalet Het huidige taxipalet is een stapeling van een fietsenstalling en taxistandplaats. Het ontwerp is kwetsbaar en kostbaar in onderhoud. De nieuwe situatie kan op diverse manieren worden ingericht. In de gebiedsvisie zijn twee mogelijke varianten weergegeven. Een grote bovengrondse fietsenstalling of een groen plek aan het Stationsplein. Maar er zijn meerdere mogelijkheden: - Een gebouw aan de noordzijde van het Stationsplein. - Een fietsenstalling die bijdraagt aan het oplossen van de grote stallingsopgave - Een nieuwe drop-off/pick0up point voor taxi’s. - ‘Vaste’ onderkomens aanbieden voor ambulante handel op het stationsplein. De locatie Taxipalet wordt als onderzoeksopgave meegenomen in de MIRT-studie om te verkennen welke mogelijke invulling haalbaar blijken en separaat, als onderdeel van het gehele resultaat van de MIRT-verkenning ter besluitvorming voorgelegd. 3.
Verschillen met Kaderbesluit 2012 In het onderstaande was-wordt overzicht zijn de belangrijkste verschillen tussen het stedenbouwkundige plan uit 2012 (SP 2012) en de gebiedsvisie 2021 (GV 2021) aangegeven SP 2012 Het busstation wordt verplaatst naar de zeezijde. De Buslocatie was een ontwikkel locatie met het sokkel – bovenbouw als bebouwingstypologie.
De Joop Walenkamptunnel is gegeven de gewijzigde positie van het busstation en daarmee samenhangend gewijzigde routes voor het busverkeer volledig beschikbaar voor langzaam verkeer. Met verplaatst busstation vindt de afwikkeling van bussen enkel nog plaats tussen het Bargelaan en het Schuttersveld. Stationsweg en Joop Walenkamptunnel zijn gevrijwaard van busverkeer. Advies van de Rijksadviseurs: het NS station is af, concentreer op het maken van een stationsbuurt. Een nieuwe fietsroute, een verbinding tussen binnenstad en LBSP (Kruisstraat / Joop walenkamptunnel), waarbij de Joop Walenkamptunnel gegeven gewijzigde
GV 2021 Busstation blijft behouden op huidige locatie. De Buslocatie blijft de locatie voor het busstation, voor de locatie worden in de visie naast de voorkeursvariant met volledige bovenbouw van sokkel en hoogbouw vier opties beschreven waarbij de omvang van het programma in de bovenbouw stapsgewijs beperkt wordt. Door behoud van busstation op zijn huidige locatie vindt afwikkeling van busverkeer richting centrumroute plaats via Joop Walenkamptunnel en Bargelaan. Afwikkeling richting Plesmanlaan vindt plaats aan weerszijde entree Schipholtunnel (conform huidige situatie), afwikkeling richting centrumroute vindt plaats via Joop walenkamptunnel en Bargelaan. Knooppunt Leiden Centraal (inclusief NS station) is onderdeel van MIRT verkenning en daarmee wordt in de gebiedsvisie rekening gehouden. De nieuwe fietsroute, Kruisstraat / Joop walenkamptunnel / LBSP is vervallen. De visie voorziet in een gewijzigde strategie voor de doorgaande fietser, niet door het 16
positie busstation geheel vrij van busverkeer volledig bedoeld is als een langzaam verkeer verbinding tussen stad en zeezijde. Geen parkeren op straat, parkeren wordt per kavel inpandig opgelost. In het Stationsgebied komen enkele openbare garages met een grote parkeercapaciteit die het bezoekersparkeren van deelgebieden in zich opnemen.
Het plan voorziet in ondergrondse stalling onder kavel Lorentz, en Busstation kavel en kavel De Geus als optie.
Een minimale beschrijving betreffende groen in het stationsgebied Het onderwerp Duurzaamheid komt tot uiting is een stedenbouwkundigplan waarbij efficiënt grondgebruik in de nabijheid van een OV-knoop centraal staat. Programmatische invulling: Wonen: 90.200 m2 BVO. Kantoren 62.300 m2 BVO. Overig: 45.900 m2 BVO - Maatschappelijke voorzieningen - Detailhandel - Leisure - Hotel en Conferentie - Fietsparkeerplaatsen Autoparkeren: 58.000 m2 BVO. 20% sociale woningbouw
hart van het plangebied, maar ‘over de flanken’ van het gebied.
Gewijzigd parkeerbeleid: Behoudens het Morspoortterrein geldt een parkeernorm 0 voor woningbouw en voor kantoorfuncties een beperkte maximale parkeernorm van 0.6 / 100m2. In de visie is een reservering voor een ondergrondse parkeergarage onder de toekomstige bebouwing op het Morspoortterrein en/of Morssingelblok opgenomen. De visie voorziet in 4 opties voor oplossen restopgave stallingen: uitbreiding stalling Zeezijde, een nieuwe stalling in spoorlichaam ontsloten via Rijnsburgerwegtunnel, nieuwe ondergrondse stalling parallel aan Schipholtunnel, nieuwe bovengrondse tunnel op locatie taxipalet. Vergroening van het stationsgebied heeft een prominente plek in de gebiedsontwikkeling gekregen Duurzaamheid heeft een prominente plek in de gebiedsontwikkeling gekregen waarbij onderscheid wordt gemaakt in de thema’s duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, duurzame energie, circulariteit en vitaliteit. Programmatische invulling: Wonen: 129.600 m2 BVO Kantoren: 65.700 m2 BVO Overig: 45.000 m2 BVO - Maatschappelijke voorzieningen - Detailhandel - Leisure - Hotel en Conferentie - Fietsparkeerplaatsen Autoparkeren: n.t.b. 30% sociale woningbouw
17
De Connexxionlocatie was geen onderdeel van het plan. De huidige remise bleef behouden. Het Morspoortterrein is volledig bebouwd.
Het Binnenterrein van het Morssingelblok is volledig bebouwd en de bebouwing is tegen het te behouden IBIS hotel geplaats.
De Connexxionlocatie is als deelgebied toegevoegd. De locatie zal na verplaatsing van de remise beschikbaar komen voor het realiseren van woningbouw. Door één blok minder te realiseren is gemaakt voor een parkje in het hart van het gebied. De bebouwing op het binnenterrein is beperkter van omvang, verder teruggelegd ten opzichte van bebouwing langs de singel. Het bestaande groen blijft volledig behouden en verbeterd. De bebouwing is los gehouden ten opzichte van het te behouden IBIS hotel ten behoeve van de doorwaadbaarheid en openheid van het gebied.
4. Maakbaarheid en uitvoerbaarheid De doorontwikkeling van het Leidse stationsgebied is een omvangrijke operatie die veel belangen dient. Die ook veel tijd in beslag gaat nemen, minstens nog tien jaar. Met de realisatie van Lorentz fase 1 zijn eerste stappen zijn gezet. In 2021 en 2022 wordt gestart met drie projecten, te weten , Lorentz fase II, De Geus en Octagon. Relaties met andere projecten De ontwikkeling van het stationsgebied en de bijbehorende mobiliteit en routes staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van haar omgeving. Keuzes die gemaakt worden in het stationsgebied kunnen effect hebben op de omliggende projecten, wijken en wegen. Andersom hebben (mobiliteits)projecten in de omgeving ook weer effect op de keuzes in het stationsgebied. In dat kader wordt qua inhoud en planning nauw afgestemd met alle omliggende projecten. Dit geldt in belangrijke mate voor: - Vondelkwartier en Schipholweg: Het stationsgebied vormt samen met Vondelkwartier en Schipholweg de spoorzone. In de drie gebieden gebeurt veel. Om gebieden met een eigen karakter te maken en de markt voor woningen en kantoren niet onderling te beconcurreren is onderzoek uitgevoerd naar het meest kansrijke programma voor de drie deelgebieden. Daarnaast zijn het Vondelkwartier en de Schipholweg heel erg gebaat bij een goede verbinding met Leiden CS.
- Leiden Bio Science Park: Voor de doorontwikkeling van LBSP is het van groot belang dat met name fysiek en programmatisch het stationsgebied en het LBSP goed met elkaar zijn verbonden. Het blijft een continue onderwerp van aandacht en afstemming op welke wijze daar in vervolg op de gebiedsvisie invulling aan te geven. Centrumroute: Eind 2022 dient de Centrumroute gereed te zijn. Ook de deel Rijsburgerweg en Bargelaan zijn dan geschikt gemaakt voor de afwikkeling van HOV/R-net. - De Mors: De gebiedsvisie sluit aan op het ontwikkelperspectief De Mors. Eventuele toekomstige ontwikkelingen in Transvaal kunnen zelfstandig tot ontwikkeling worden gebracht. - Leidse Ring Noord: Het plangebied van de Leidse Ring Noord, aansluiting Schipholweg/Morsweg, grenst direct aan het plangebied van het Vondelkwartier. De twee projecten raken elkaar voornamelijk in ontwerp en fasering. Beide aspecten zijn op hoofdlijnen op elkaar afgestemd en worden in samenhang verder uitwerkt. - Agenda Autoluwe Binnenstad: Het busvrij maken van het stationsplein en -weg is een belangrijke maatregel die nadrukkelijk afstemming vraagt omdat het aanpassen van de 18
busroutes ook ingrepen vraagt in de binnenstad. Een effect van de Autoluwe Binnenstad kan een verschuiving van parkeerplaatsen voor auto’s naar het stationsgebied veroorzaken. MIRT-verkenning In november 2020 is het besluit gevallen dat voor Knooppunt Leiden Centraal gestart kan worden met een MIRT-verkenning. De input van Leiden voor het Bestuurlijk Overleg Meerjareninvestering Infrastructuur Ruimte en Transport met daarin de opgaven en doelen was Leiden Verbindt. Voor de transformatie van Knooppunt Leiden Centraal naar een hoogwaardig OV-Knooppunt gecombineerd met duurzame verstedelijking wordt in de gebiedsvisie stationsgebied de koers uitgezet en ruimte gelaten voor verdere uitwerking. De realisatie ervan hangt namelijk nog van veel factoren af, waaronder commitment en medefinanciering van medeoverheden (provincie, rijk) en spoor-partijen. Met deze partijen zullen het uiteindelijke toekomstbeeld en het definitieve toekomstbeeld dan ook nog verder uitgewerkt moeten worden, in het MIRT-traject. Vanwege deze afhankelijkheid van andere trajecten zijn voor diverse onderdelen van het Knooppunt Leiden Centraal (zie hoofdstuk 8.4 Buslocatie en 8.6 Taxipalet van de gebiedsvisie) in de visie varianten benoemd die de gemeente wenselijk acht, zonder nu een definitieve keuze te maken.
Deze keuze zal na studie binnen het MIRT-traject gemaakt worden en separaat aan uw raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Participatie is ook een belangrijk onderdeel van een MIRTtraject. Tijdelijke situatie De bouwwerkzaamheden in het stationsgebied gaan lang duren, naar verwachting tien jaar of meer. Dat zorgt voor een lange periode van tijdelijkheid, waarin hard gewerkt wordt om ‘van oud naar nieuw’ te gaan. De bouwoverlast voor reizigers, bezoekers en verkeer moet tot een minimum beperkt worden. De kwaliteit van het gebied moet niet alleen gewaarborgd blijven, maar ook verbeterd worden. Dat geldt ook voor de veiligheid die continu zorg en aandacht moet krijgen. Nu en in de toekomst moet het stationsgebied een plek zijn waar bewoners, reizigers en ondernemers veilig kunnen verblijven, werken en elkaar kunnen ontmoeten. Parallel aan deze ‘harde’ voorwaarden moet ook onderzocht worden welke tijdelijke functies een plek kunnen krijgen, zodat het publiek zich al verbonden gaat voelen met het stationsgebied van de toekomst en om het voortdurend een plek van betekenis te laten zijn. Een stationsgebied dat door bewoners en gebruikers op een positieve manier wordt ervaren en waar door tijdelijke, creatieve invulling de leefbaarheid in de buurt gewaarborgd blijft.
Ruimtelijke procedures Aangezien de voorgestelde ontwikkelingen in de gebiedsvisie strijdig zijn met het huidige bestemmingsplan zullen er nieuwe bestemmingsplannen moeten worden opgesteld om de projecten te faciliteren. Wanneer de gebiedsvisie is vastgesteld door de raad, vormt dit mede de basis (het kader) voor de op te stellen bestemmingsplannen. De verschillende projecten doorlopen ieder een eigen bestemmingsplanprocedure en een eigen vergunningstraject. De invoering van de nieuwe omgevingswet is van invloed op deze procedures. In plaats van in bestemmingsplannen worden de kaders voor de gebiedsvisie stationsgebied opgenomen in een omgevingsplan. Op dit moment is nog niet aan te geven wat de precieze gevolgen hiervan zullen zijn.
Marketing en branding Bij de verdere ontwikkeling van het programma in de spoorzone wordt een nog te ontwikkelen branding- en marketingstrategie gehanteerd om het hele gebied te profileren voor werken, 19
voorzieningen en wonen. Hiertoe zal de gemeente samen met eigenaren, vastgoedadviseurs en ontwikkelaars in gesprek te gaan om samen met hen het concept te formuleren. Planning Onderstaande afbeelding is een overzicht van de planning op hoofdlijnen.
Afbeelding: planning op hoofdlijnen Financien: Met de vaststelling van de gebiedsvisie is nog geen financieel besluit genomen hoe de plannen uit te voeren en te financieren. Aan de hand van de ambities worden plannen gemaakt en tot uitvoering gebracht. Dit proces gaat gepaard met een aantal uitvoeringsbesluiten waarin de te maken kosten zijn opgesomd en aangegeven is waar de dekking vandaan komt. Een uitvoeringsbesluit kan verschillende vormen aannemen en deze vorm bepaalt ook waar de dekking van de te maken kosten vandaan komt. Onderstaand een overzicht van verschillende voor het stationsgebied te verwachten uitvoeringsbesluiten. Verstedelijking: Financiële dekking bij uitvoeringsbesluiten omtrent de realisatie van bouwplannen In de gebiedsvisie komt de ambitie voor het realiseren van verschillende bouwplannen naar voren. Aangezien de bouwplannen voornamelijk op gemeentelijk grondeigendom gesitueerd zijn, worden enkele uitvoeringsbesluiten ter besluitvorming voorgelegd in de vorm van de vaststelling van één of meerdere grondexploitatie(s). Een grondexploitatie betreft het financiële kader voor werkzaamheden die gericht zijn op het produceren van bouwkavels, zodat bouwplannen gerealiseerd kunnen worden. Deze werkzaamheden kosten geld en de dekking wordt met name gevormd door de grondopbrengsten uit verkoop van de (bouw)kavels.
De werkzaamheden gaan verder dan alleen grondbewerkingen en de bestemmingsplanwijziging, het gaat om alles wat (causaal) verband houdt met het functioneren van het toekomstige vastgoed. Zo behoren aanlegkosten van openbare ruimte rondom het toekomstige vastgoed tot de grondexploitatiebegroting. Naast deze plankosten kunnen ook plan overstijgende kosten verband houden met het functioneren van het toekomstige vastgoed, zo is het denkbaar dat vanuit de grondexploitatie ook een deel van de dekking voor gebied brede groenvoorzieningen en/of watercompensatie verzorgd wordt. Voor de beoogde bouwplannen op het Morspoortterrein, het Morssingelblok en de Trafolocatie wordt minimaal één uitvoeringsbesluit (vaststelling grondexploitatie) verwacht. In deze gemeentelijke grondexploitatie is de dekking geregeld voor werkzaamheden die verband houden met betreffende bouwplannen. In het kader van het Woningbouwimpuls (WBi)-traject van het ministerie van BZK is ter onderbouwing van de subsidieaanvraag een haalbaarheidsberekening uitgevoerd. Hieruit bleek dat de te verwachte grondopbrengsten voor de integrale ontwikkeling van deze drie locaties lager waren dan de kosten. Dit leidt tot een verwachte onrendabele top. Het uitgangspunt van het WBi-traject is dat de gemeente en het Rijk gezamenlijk zorgen voor de benodigde aanvullende dekking.
Voor dekking van het gemeentelijk deel van deze onrendabele 20
top zijn de reserve STEO en de reserve grondexploitaties nadrukkelijk in beeld. De subsidieaanvraag voor de helft van de onrendabele top is inmiddels gehonoreerd. Voor de ontwikkeling van het Buskavel worden meerdere opties onderzocht. Centraal staat de realisatie van een hoogwaardige busterminal en de wens is om deze een dak te geven en daarboven woningen; kantoren en/of een hotel te realiseren. Deze laatste wensen zijn vooralsnog als optioneel in de gebiedsvisie opgenomen, op basis van de resultaten van enkele bouwtechnische en marktonderzoeken is duidelijk geworden dat een bouwprogramma moeilijk te realiseren zal zijn en hoge kosten met zich meebrengt. In de 0-variant (geen bouwprogramma boven de busterminal) wordt onderzocht in hoeverre het bouwprogramma elders in het stationsgebied een plaats kan krijgen. In de gebiedsvisie is voor de Connexxionlocatie het door de gemeente gewenste eindbeeld van een volledige woningbouwontwikkeling opgenomen. De verplaatsing van de nu aanwezige busremise is nog onderwerp van onderzoek. De situatie kan ontstaan dat de Connexxionlocatie gefaseerd wordt ontwikkeld waarbij voor een bepaalde periode voorzieningen aanwezig blijven ten behoeve van het busvervoer. De verwachting is dat de meeste invullingen voldoende grondopbrengsten zullen genereren om kosten die met het waarmaken van de ambities op deze locatie gemoeid zijn te kunnen dekken.