RV 21.0029 Aanbevelingen Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp over Onderzoek naar de werking van het Bomenfonds in Leiden
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Rv. Nr.: 21.0029 Naam programma: Bestuur en Dienstverlening Onderwerp: Aanbevelingen Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp over ‘Onderzoek naar de werking van het Bomenfonds in Leiden’ Aanleiding: De Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp heeft het onderzoek gedaan: ‘Onderzoek naar de werking van het Bomenfonds in Leiden’. De onderzoeksvraag van dit rapport is: Hoe functioneren de Bomenverordening en het Bomenfonds gelet op het doel van beide? Doel: Het vastleggen van de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp bij het onderzoeksrapport ‘Onderzoek naar de werking van het Bomenfonds in Leiden’. Kader: - Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp 2017; - Raadsbesluit 20.0022: Terugkoppeling over de uitvoering en afdoening van aanbevelingen rekenkamercommissie. Overwegingen: De Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp heeft onderzoek gedaan naar de werking van het Bomenfonds in Leiden. Het onderzoek is in eigen beheer gedaan. De resultaten van het onderzoek staan in het onderzoeksrapport ‘Onderzoek naar de werking van het Bomenfonds in Leiden’. De rekenkamercommissie heeft naar aanleiding van de bevindingen uit het feitenrapport de rekenkamerbrief ‘Bomen in Leiden, papier en praktijk’ opgesteld.
In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: Hoe functioneren de Bomenverordening en het Bomenfonds gelet op het doel van beide? De Rekenkamercommissie concludeert in haar brief, kort samengevat: “De Bomenverordening en het Bomenfonds garanderen onvoldoende dat compensatie van gekapte bomen plaatsvindt. Hierdoor is in de afgelopen jaren het bomenbestand in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin verslechterd. Redenen hiervoor zijn te vinden in de onduidelijke formulering van de Bomenverordening, maar ook in de uitvoering van dit bomenbeleid. De voorgestelde gewijzigde Bomenverordening zal om de volgende redenen dit probleem niet oplossen: • Het doel van de Bomenverordening wordt nu verbreed tot bomen en groen. Dit leidt per saldo tot nog minder compensatie van bomen c.q. boomwaarde. • Door de introductie van ‘meldingen’ naast vergunningen wordt de uitvoeringspraktijk nog complexer en minder transparant. • De nieuw voorgestelde Bomenverordening is wel duidelijker over wanneer er fysiek en wanneer er financieel moet worden gecompenseerd, maar zonder een deugdelijke administratie en handhaving Pagina 1 van 4
voor zowel fysieke als financiële compensaties zal het bestaande uitvoeringsprobleem blijven bestaan en blijft de waarde van het bomenbestand niet op peil”. De rekenkamercommissie doet naar aanleiding van deze conclusies in haar brief enkele aanbevelingen, die zijn opgenomen in het voorgestelde raadsbesluit. In de rekenkamerbrief wordt ingegaan op wat de uitkomsten van het onderzoek betekenen voor de voorgestelde nieuwe bomenverordening, en worden tevens een aantal zaken in overweging gegeven en aanbevelingen gedaan voor wijzigingen in de Bomenverordening, die op het moment van aanbieding van dit onderzoeksrapport voor inspraak voorlag. Het college heeft het raadsvoorstel over de gewijzigde Bomenverordening op 30 maart 2021 inmiddels vastgesteld, voor bespreking in de raad. Bestuurlijke reactie college en schriftelijke reactie rekenkamercommissie Het college is na de aanbieding van de rekenkamerbrief en het onderzoeksrapport op 23 februari 2021 door de griffier namens de gemeenteraad gevraagd om een bestuurlijke reactie te geven. Op 30 maart 2021 heeft het college een bestuurlijke reactie aan de raad gestuurd n.a.v. dit onderzoeksrapport. Daarin geeft het college een reactie op de aanbevelingen en suggesties die worden gedaan bij de voorgestelde wijzigingen bij de Bomenverordening.
Op 1 april 2021 heeft de rekenkamercommissie de resultaten van het onderzoek gepresenteerd aan de commissie LB. Leden van de commissie merkten op dat er ruimte leek te zitten tussen de brieven van de rekenkamercommissie en het college en men heeft aan de rekenkamercommissie gevraagd hoe men deze ruimte duidt. De rekenkamercommissie heeft daarom de commissie LB een schriftelijke reactie op deze brief van het college toegezegd. Deze is op 12 april jl. ontvangen en verzonden aan de commissie. De RKC stelt daarin een gewijzigd beslispunt 2 voor, voor het RV 21.0029 Onderzoek naar de werking van het Bomenfonds in Leiden (Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp). Dit is door de griffie verwerkt in het voorliggende raadsvoorstel, dat de commissie op 12 april heeft ontvangen. Opvolging aanbevelingen De raden van zowel Leiden als Leiderdorp hebben ingestemd met het verzoek van de Rekenkamercommissie om jaarlijks te spreken over de opvolging van de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp. Het betreft raadsvoorstel RV 20.0022 dat op 23 april 2020 is vastgesteld in Leiden en raadsvoorstel Z/20/101480/199474 dat is vastgesteld in Leiderdorp op 13 juli 2020.
In deze besluiten is vastgelegd dat in de raadsvoorstellen over de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de besluiten waarbij het college zal rapporteren over de voortgang en de punten die de raad zelf zal bewaken. Een overzicht wordt jaarlijks bij de Jaarrekening naar de raad gestuurd. Financiën: Niet van toepassing. Evaluatie: Niet van toepassing. Inspraak/participatie: Niet van toepassing op dit raadsvoorstel.
Pagina 2 van 4
Bijgevoegde informatie: - Bijlage 1 - Rekenkamerbrief ‘Bomen in Leiden, papier en praktijk’, d.d. 22 februari 2021 - Bijlage 2 - Onderzoeksrapport ‘Onderzoek naar de werking van het Bomenfonds in Leiden’, d.d. 22 februari 2021 - Bijlage 3 - Bestuurlijke reactie college, ‘Reactie college onderzoek Rekenkamercommissie naar de werking van het Bomenfonds’, d.d. 30 maart 2021 - Bijlage 4 – Brief Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp, ‘Nadere informatie bomenonderzoek Leiden’, d.d. 12 april 2021
Pagina 3 van 4
RAADSBESLUIT:
De raad van de gemeente Leiden: Gezien de rekenkamerbrief, het feitenrapport, en gezien het advies van het College B&W d.d. 30 maart 2021, de brief van de rekenkamercommissie d.d. 12 april 2021 en gezien het voorstel van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid (raadsvoorstel 21.0029 van 2021), BESLUIT 1. De conclusies van de rekenkamercommissie over te nemen en de aanbevelingen en suggesties te betrekken bij de behandeling van de nieuwe bomenverordening; 2. In de nieuwe bomenverordening een heldere keuze te maken inzake het advies van de rekenkamercommissie om het doel van het bomenbeleid in relatie tot kap en herplant te beperken tot het handhaven van de waarde van het bomenbestand en het bomenfonds niet te gebruiken om het overige groen te bekostigen. 3. Het college te verzoeken om het beleid eenvoudiger en beter uitvoerbaar te maken: a. Verplicht bij alle kapvergunningen het doen van een storting in het Bomenfonds om beter te garanderen dat vergunninghouders hun compensatieplannen daadwerkelijk uitvoeren. b. Voer voor deze stortingen één eenduidige administratie, waarin zowel de compensatie van bomen én boomwaarde als de uitputting van budgetten wordt bijgehouden. c. Gebruik deze administratie om serieus werk te maken van handhaving van de compensatieplannen. 4.
Het college te verzoeken om met een voorstel te komen om de kosten van administratie en handhaving te financieren door middel van een opslag op de stortingen in het Bomenfonds; 5. Het college te verzoeken voor het einde van het jaar te rapporteren over de (voorgenomen) verbeteringen in de administratie rondom het bomenfonds.
Gedaan in de openbare raadsvergadering van,
de Griffier,
de Voorzitter,
Pagina 4 van 4