RV 20.0127 Raadsvoorstel Vaststelling Integraal Huisvestingsplan voor Onderwijs 2020-2032 (herijking IHP 2019-2030)
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Rv. nr.: 20.0127
B en W-besluit d.d.: 18-11-20 B en W-besluit nr.: 20.0566
*Z1AAD5397EA* Naam programma: 07 Jeugd en onderwijs Onderwerp: Vaststelling Integraal Huisvestingsplan voor Onderwijs 2020-2032 (herijking IHP 2019-2030) Aanleiding: Begrippenlijst: IHP:
Integraal Huisvestingsplan voor het Onderwijs. Een integraal huisvestingsplan is een planningsinstrument waarin een meerjarenperspectief is opgenomen voor de portefeuille onderwijshuisvesting. Het biedt een leidraad voor investeringen in de huisvesting, zorgt voor een beleidsmatige en evenwichtige inzet van middelen en biedt een goed vertrekpunt voor het verbinden van opgaven in het sociaal maatschappelijk domein. De gemeente en schoolbesturen werken samen aan de totstandkoming van een IHP.
IP
Investeringsprogramma. Het investeringsprogramma bestaat uit alle investeringen die de gemeente gedurende een periode vier jaar pleegt. Jaarlijks wordt dit IP herzien en opnieuw vastgesteld.
BENG
Bijna Energie Neutraal Gebouw
ENG
Energie Neutraal Gebouw
BVO
Bruto vloeroppervlakte
Uitvoeringsprogramma
Het uitvoeringsprogramma bij het IHP is een instrument, waarin staat opgenomen welke schoolgebouwen er gedurende de looptijd van het IHP worden aangepakt, van welke aanpak er sprake is en wanneer deze worden uitgevoerd. Ten laatste is het investeringsvolume van alle in de eerste en tweede fase uit te voeren projecten in het uitvoeringsprogramma opgenomen.
Kapitaallasten
Op het moment dat een investeringsproject in gebruik wordt genomen, wordt de investering geactiveerd en overgeboekt naar de materiële vaste activa. Vanaf dat moment wordt over het project afgeschreven en rente toegerekend. Deze afschrijvingskosten en rentelasten vormen samen de kapitaallasten en zijn een belangrijke vaste kostenpost binnen de begroting.
Op 4 oktober 2018 heeft de gemeenteraad bij besluit nr. RV 18.0071 het Integraal Huisvestingsplan voor het Onderwijs 2019-2030 (IHP) vastgesteld. In 2019 zag het college zich geconfronteerd met een dreigend tekort bij reeds in voorbereiding zijnde scholenbouw projecten, begroot in het Investeringsprogramma (IP). Het was duidelijk dat deze lopende projecten niet zonder extra financiering konden doorgaan, er moest bijgestuurd worden. Het college stelde zich op het standpunt dat het in het coalitieakkoord opgehoogde onderwijshuisvestingsbudget vooralsnog leidend zou zijn. Er is toen in samenspraak met de schoolbesturen geconcludeerd dat ingrepen in het IHP onvermijdelijk waren. Bij de Kaderbrief 2020-2023 is aangekondigd om vier projecten uit het in 2018 het vastgestelde IHP 2019-2030
1/12
te schrappen, om lopende projecten uit het IHP 2012-2027 te kunnen realiseren. Daarnaast heeft de raad bij het besluit over de nieuwbouw van twee verdiepte gymzalen t.b.v. het Stedelijk Gymnasium Athena (RV19.0038) besloten om ter dekking van deze gymzalen de gereserveerde middelen voor de realisatie van extra gymzalen in het Roodenburgdistrict gebruikt. Daarmee komt het aantal geschrapte projecten uit het IHP 2019-2030 op vijf. Met het schrappen van deze vijf projecten is tegelijkertijd de conclusie getrokken dat hierdoor een herijking van het IHP noodzakelijk was. Dit Integraal Huisvestingsplan voor Onderwijs 2020-2032 (herijking IHP 2019-2030) is hiervan het resultaat en kent draagvlak onder de Leidse schoolbesturen. Een IHP dat fasegewijs zal worden uitgevoerd en dat uit een integrale en realistische investeringsplanning bestaat op basis van de staat van de gebouwen, leerlingen prognoses, stedelijke ontwikkelingen en andere relevante factoren. Doel: Met het vaststellen van het IHP 2020-2032, vervalt het in 2018 door de raad vastgestelde IHP 2019-2030 (RV18.0071). Het IHP 2020-2032 kent als doel om middels dit integrale plan inzicht te geven in de investeringen in onderwijsgebouwen die nodig zijn om een duurzame en gezonde onderwijsomgeving in stand te houden en voort te zetten. Kader: • • • • • • •
Beleidsakkoord 2018-2022 “Samen maken we de stad”; Wet op het Primair Onderwijs; Wet op het Voortgezet Onderwijs; Wet op de Expertise Centra; Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Leiden 2015 (RV15.0005); Green Deal 'Verduurzaming Leidse Schoolgebouwen'; Integraal Huisvestingsplan voor het onderwijs 2019-2030 (RV18.0071).
Overwegingen: Voor onderwijshuisvesting geldt dat de wettelijke zorgplicht bij de gemeente ligt. De Verordening voorzieningen huisvesting gemeente Leiden 2015 (RV15.0005) geeft een nadere invulling aan deze zorgplicht. Een IHP is een belangrijk visiedocument, waarin afspraken tussen gemeente en schoolbesturen over huisvesting worden opgenomen, alsook een uitvoeringsprogramma inclusief planning en bijbehorend investeringsvolume. De schoolbesturen en de gemeente zien de urgentie voor de projecten die zijn opgenomen in het IHP 2020-2032. Hiervoor zijn echter wel extra middelen nodig. Door extern bureau ICS in in opdracht van de gemeente en de schoolbesturen in kaart gebracht welke scholenbouwprojecten in welke volgorde opgenomen dienen te worden in dit herijkte IHP en welk investeringsvolume dat met zich meebrengt. Het rapport concludeert dat er om navolging te kunnen geven aan het IHP 2020-2032 €106,4 miljoen tot en met 2032 nodig is. Dit is exclusief gemeentelijke plankosten. In Programma 7, onderdeel onderwijshuisvesting, resteert voor deze opgave, naast de dekking voor lopende projecten, indexering en nieuwe projecten nog €47,6 miljoen aan investeringsruimte. Het college heeft geconcludeerd dat het de aanvullende dekking die
2/12
hiervoor moet worden opgenomen in de meerjarenbegroting niet in één keer structureel beschikbaar kan stellen. Daarom is het nodig om dit IHP in drie fases uit te voeren. Het benodigde investeringsvolume voor de eerste fase bedraagt €46,3 miljoen (incl. gemeentelijke (plan)kosten) en is daarmee ongeveer gelijk aan het restant investeringsvolume van het IHP 2019-2030. Voor de tweede fase is €24,1 miljoen (incl. gemeentelijke (plan)kosten) nodig. De dekking voor deze eerste twee fases zijn reeds bij de Kaderbrief 2021-2024 aangemeld. Vervolgens zijn de investeringen in de periode 2020 t/m 2024 in het Investeringsplan 2021-2024 in de begroting 2021 opgenomen. De derde fase, inclusief indicatief investeringsvolume, wordt onderdeel van een nieuw IHP (planning eind 2023). Hierdoor wordt de druk op de gemeentelijke begroting gefaseerd gelegd en kunnen de investeringen in het scholenbestand blijven doorgaan. Hiermee wordt de onderwijshuisvesting in Leiden kwalitatief en kwantitatief structureel verbeterd. Voor meer informatie over de gefaseerde aanpak, zie de Memo Toelichting Gefaseerde Aanpak IHP 2020-2032 (bijlage II). Een van de redenen om vast te blijven houden aan de investeringsplanning, zoals nu voorligt, is de tijdelijke huisvesting van scholen in wissellocaties tijdens de realisatiefase.
Voor de beschikbare wissellocaties geldt dat deze afwisselend door scholen voor tijdelijke huisvesting worden gebruikt en het risico groot is dat schuiven in de investeringsplanning problemen voor de tijdelijke huisvesting oplevert. Maar de belangrijkste reden om vast te blijven houden aan de gehele investeringsplanning is de noodzaak om gezien de slechte technische staat van alle hierin opgenomen bestaande gebouwen de kwaliteit van onderwijshuisvesting concreet in beeld te houden. Er is wat dit aspect betreft nagenoeg geen onderscheid te maken in urgentie. Opgenomen onderwijsgebouwen Het doel van de herijking is om het IHP 2019-2030 te voorzien van een realistisch uitvoeringsprogramma met een daarbij behorende investeringsplanning. In dit IHP 2020-2032 zijn de vier projecten die in 2019 uit het IHP 2019-2030 zijn geschrapt t.b.v. de realisatie van lopende onderwijshuisvestingsprojecten uit het IHP 2012-2027 weer opnieuw opgenomen. Bewegingsonderwijs in gymnastieklokalen De komende jaren worden er een aantal gymnastieklokalen gerealiseerd, ofwel ter vervanging van te vervallen gymnastieklokalen ofwel als uitbreiding, namelijk: • Stedelijk Gymnasium (Fruinlaan), sloop van 1 gymnastieklokaal en uitbreiding met 2 gymnastieklokalen; • Sportzaal Oppenheimstraat, 2 sportzalen die gebruikt zullen worden door drie basisscholen (St.
Josephschool, Lorentzschool en de Joppenszschool), maar in de avonduren ook door de breedtesport; • Indoor Sportcentrum, de zalen in dit sportcentrum worden niet alleen gebruikt door breedtesportverenigingen, maar ook voor de gymnastieklessen van het Leonardo college en het mboRijnland. Met deze toevoegingen is de verwachting dat er de komende jaren geen extra vraag naar losse gymnastieklokalen ontstaat. Bij het opstellen van het nieuwe IHP wordt opnieuw bekeken of er voldoende aanbod is.
3/12
In het IHP 2020-2032 is in een aantal gevallen sprake van (ver)nieuwbouw van scholen inclusief gymzaal. Dit betreft geen uitbreiding. Duurzaamheid Het beoogde kwaliteitsniveau van de projecten in het IHP 2020-2032 hangt sterk samen met de ambities ten aanzien van duurzaamheid. Schoolbesturen en gemeenten streven naar een samenleving die toekomstbestendig is voor volgende generaties. In lijn met het Klimaatakkoord van Parijs (2015) vraagt dit om verantwoord gebruik van beschikbare energiebronnen om daarmee de invloed van klimaatveranderingen op de samenleving te beperken. Schoolgebouwen hebben een aanzienlijke energiebehoefte en hebben daarmee impact op de gewenste energietransitie. Een groot deel van de schoolbesturen heeft uitgesproken zich in te zetten voor verduurzaming en een lager energie- en gasverbruik. Dit is bekrachtigd in de Green Deal tussen de schoolbesturen en de gemeente Leiden die op 23 april 2015 is ondertekend. Het Klimaatakkoord wordt binnen de gemeente Leiden als uitgangspunt genomen, maar de gemeente heeft de ambitie om op het gebied van te nemen duurzaamheidsmaatregelen te versnellen. Leiden zet in op een CO2-reductie van 40% (ten opzichte van 1990) in 2030 en een CO2-neutrale gemeentelijke organisatie in 2030. De gemeente heeft hoge ambities voor de gehele portefeuille en wil het goede voorbeeld geven als het om maatschappelijk vastgoed gaat.
De projecten in het voorliggende IHP 2020-2032 dragen hieraan bij, door te voldoen aan de BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) Daarnaast is binnen de gemeente een start gemaakt met een ‘Transitievisie Warmte’, welke uiterlijk in 2021 gereed moet zijn. In dit plan is opgenomen dat er stapsgewijs, per wijk, van het aardgas af wordt gegaan. Dit geldt dus ook voor onderwijsgebouwen. Van BENG naar ENG In het rapport van ICS staat opgenomen dat schoolbesturen €100 per m² bvo investeren in het behalen van aanvullende duurzaamheidsambities om van BENG naar ENG (Energie Neutraal Gebouw) te komen. De twee grootste schoolbesturen in Leiden, PROO Leiden/Leiderdorp en SCOL, hebben toegezegd deze investering in hun gebouwen te doen. Voor de kleinere schoolbesturen geldt dat zij hebben aangegeven dat €100 per m² bvo investeren in hun schoolgebouw(en) een te grote belasting op hun begroting tot gevolg heeft. Deze schoolbesturen geven aan dat zij graag met de gemeente in gesprek gaan over het bedrag dat zij wel kunnen investeren. Ze staan vanzelfsprekend achter de afspraken in de eerdergenoemde Green Deal 'Verduurzaming Leidse Schoolgebouwen' en komen met een ander voorstel omtrent hun financiële bijdrage aan de verduurzaming van hun gebouw(en). Veranderingen t.o.v.
IHP 2019-2030 Door voortschrijdend inzicht is het nodig gebleken om een aantal zaken in dit IHP anders aan te pakken dan in het IHP 2019-2030. De beleidskaders en uitgangspunten zoals verwoord in hoofdstuk 3 van het IHP 2019-2030 blijven gehandhaafd en worden met de vaststelling van dit IHP 2020-2032 niet ingetrokken. Deze staan benoemd onder beslispunt 5 van dit raadsvoorstel. Veel van deze beleidskaders en uitgangspunten worden opgepakt tijdens de initiatieffases van de onderwijshuisvestingsprojecten en andere worden in de Leidse Educatieve Agenda (LEA)
4/12
Werkgroep Onderwijshuisvesting opgepakt ter verdere uitwerking. Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor het onderwerp segregatie. Het tegengaan van segregatie is een uitgangspunt waar de betrokken partijen zich voor inzetten. Dit onderwerp zal geagendeerd worden in de LEA Werkgroep Onderwijshuisvesting, zodat schoolbesturen en gemeente samen hier verdere uitwerking aan kunnen geven. Het eerder genoemde voortschrijdend inzicht heeft ertoe geleid dat er projecten zijn bijgekomen en dat de gemeentelijke (plan)kosten zijn geraamd en onderdeel uitmaken van het benodigde investeringsvolume. Twee nieuwe basisscholen In het beleidsakkoord van het college “Samen maken we de Stad” staat dat Leiden tot 2030 8.500 extra woningen nodig heeft. Het toevoegen van deze woningen aan de Leidse woningvoorraad betekent dat er voor deze nieuwe bewoners ook voldoende maatschappelijke voorzieningen beschikbaar moeten zijn, waaronder scholen. In tegenstelling tot het IHP 2019-2030 wordt in dit IHP voorgesorteerd op de (leerlingen)vraag die de komende jaren op het onderwijs af komt. Naar aanleiding van de forse woningbouwopgave waar Leiden de komende jaren voor staat is op basis van plannen voor woningbouwontwikkeling een leerlingprognose opgesteld.
Deze prognose laat zien dat aan de noordkant van Leiden en in het Morskwartier een flinke stijging van het leerlingenaantal in het basisonderwijs wordt verwacht de komende jaren. Om op tijd aan de vraag te kunnen voldoen is het noodzakelijk om in dit IHP twee nieuwe basisscholen op te nemen. Eén in het Morskwartier en één in Leiden Noord of directe omgeving. Uiteraard wordt de planvorming van woningbouwprojecten de komende jaren goed in de gaten gehouden. Zo kan er op tijd worden bijgestuurd en indien nodig de aandacht verlegd worden naar andere wijken in Leiden. Daarnaast wordt natuurlijk ook gekeken naar leegstand in bestaande onderwijsgebouwen. Indien de vraag op te lossen is in bestaande bouw, dan wordt deze oplossingsrichting eerst verkend, alvorens de planvorming naar nieuwbouw te starten. Investeren in wissellocaties Om de (onevenredig) hoge kosten voor tijdelijke huisvesting (noodlokalen) zoveel als mogelijk te voorkomen, wordt in het IHP ingezet op de inzet van wissellocaties. Op dit moment zijn er voor het VO twee onderwijslocaties beschikbaar die tijdens de looptijd van dit IHP gebruikt worden als tijdelijke huisvesting voor VO-scholen tijdens de renovatie of (ver)nieuwbouw van hun gebouw. Het gaat om Noachstraat 2 (voormalige locatie Leonardo college) en Vijf Meilaan 137 (voormalige locatie Visser ’t Hooft).
Om deze locaties gedurende de looptijd van het IHP geschikt te houden is een beperkte ingreep in deze gebouwen noodzakelijk. Om de programmering van het IHP volgens planning te kunnen uitvoeren is er, naast deze twee wissellocaties, nog een derde voor VO-scholen nodig. In overleg met het Vlietland college wordt op korte termijn onderzocht of op het terrein van Vijf Meilaan 137 nieuwbouw voor het Vlietland college gerealiseerd kan worden. Het plan is om na oplevering van deze nieuwbouw het huidige gebouw van het Vlietland college (Apollolaan 262) in te zetten als wissellocatie. Indien nieuwbouw niet mogelijk is, dan zal er alsnog tijdelijke huisvesting gerealiseerd moeten worden, ofwel op het terrein van Vijf Meilaan 137, ofwel elders. Dit betekent dan ook gelijk dat de aanpak voor het Vlietland college verandert van nieuwbouw elders naar vervangende nieuwbouw van de huidige locatie.
5/12
Voor het PO geldt dat de twee nieuwbouw basisscholen na oplevering eerst gebruikt worden als wissellocatie. Mocht door voortschrijdend inzicht blijken dat één of beide nieuwbouw basisscholen in een andere wijk nodig zijn of zelfs niet nodig zijn, dan moet er samen met de PO-scholen die worden aangepakt naar een oplossing worden gezocht. Indien ofwel geen overeenstemming is bereikt over de locatie, ofwel de geplande nieuwbouw basisschool niet nodig blijkt, dan moet alsnog overgegaan worden op tijdelijke huisvesting. Dit betekent dat indien blijkt dat realisering van één of beide nieuwbouw basisscholen niet nodig is of dat de tijdelijke locatie niet geschikt is voor een of meerdere PO-scholen, er aanvullende middelen nodig zijn om tijdelijke huisvesting in de directe omgeving van deze school of scholen te vinden. Omdat de aanpak van al deze scholen gepland staan vanaf 2026 zal het reserveren van de hiervoor benodigde financiële ruimte onderdeel uitmaken van het nieuwe IHP. Gemeentelijke (plan)kosten In het IHP 2019-2030 is ervoor gekozen om de gemeentelijke kosten, namelijk plankosten en aanhelingskosten, niet op te nemen en deze te zijner tijd als eenmalige kosten mee te nemen.
Vanwege de transparantie, maar ook omdat er wel een inschatting van deze kosten van tevoren gemaakt kan worden, zijn deze kosten wel opgenomen in dit IHP en maken ze daarmee onderdeel uit van het totaal benodigd investeringsvolume. Het opvoeren van deze gemeentelijke (plan)kosten is één van de redenen voor het grote verschil tussen het totale investeringsvolume uit het IHP 2019-2030 en dit IHP 2020-2032. De gemeentelijke (plan)kosten voor de eerste twee fases bedragen in totaal €3.580.000. Zie voor meer informatie over de gemeentelijke (plan)kosten het bij dit raadsvoorstel behorend Memo Toelichting Financiële Paragraaf IHP 2020-2032 (bijlage III). Financiën: Gemeenten zijn bij wet verantwoordelijk voor het zorgdragen van adequate onderwijshuisvesting. Zij ontvangen hiervoor middelen via de Algemene Uitkering van het gemeentefonds. De verdeling van deze middelen wordt bepaald op basis van bepaalde verdeelmaatstaven. Dit zijn variabelen die het uitgavenniveau onderwijshuisvesting van verschillende typen gemeenten verklaren. Er wordt hiermee dus geen specifiek onderwijshuisvestingbudget als zodanig vastgesteld. Er wordt alleen bepaald welk deel iedere gemeente van het totale gemeentefonds krijgt op basis van de bestedingen door vergelijkbare gemeenten.
De middelen in de algemene uitkering zijn vrij besteedbaar, zolang gemeenten aan hun verantwoordelijkheid voor adequate huisvesting voldoen (zorgplicht). Hieronder staat het deel van het gemeentefonds dat de gemeente Leiden ontvangt op basis van de verdeelmaatstaven voor onderwijshuisvesting: septembercirculaire 2020: Jaar
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Algemene uitkering
11.840
12.200
12.340
12.472
12.600
12.705
(k€)
Budget onderwijshuisvesting in programmabegroting 2020-2023 Investeringen in onderwijsgebouwen worden geactiveerd op de balans van de gemeente. Na verloop van tijd is sprake van verlies van functionaliteit en waardevermindering. Periodieke vervangingsinvesteringen zijn daarom noodzakelijk. De waardevermindering wordt opgevangen door afschrijving over de verwachte levensduur van de onderwijsgebouwen. Het overgrote deel van het budget voor onderwijshuisvesting ligt dan ook meerjarig vast in
6/12
kapitaallasten van afgeronde investeringen in onderwijsgebouwen, maar ook in onderwijsprojecten die nog in uitvoering zijn of waarvan de uitvoering nog moet starten. De kapitaallasten hiervan zijn al wel in de begroting opgenomen. Kapitaallasten ontwikkeling OHV 2020 t/m 2024 en de periode daarna Met deze gefaseerde aanpak stijgen de kapitaallasten als gevolg van de extra investeringen in de benoemde projecten (€22,8 miljoen) en eveneens door een andere fasering van de uitvoering van de projecten. In onderstaand schema wordt inzichtelijk gemaakt hoe de kapitaallasten zich gedurende de periode 2020-2030 in absolute getallen ontwikkelen (kolom 4). Tevens is in kolom 5 het extra beslag op kapitaallasten van de gefaseerde aanpak ten opzichte van het IHP 2019-2030 (kolom 2) zichtbaar gemaakt. Hierbij is gebruik gemaakt van geactualiseerde cashflows die zijn gebruikt voor de samenstelling van het IP 2020-2024 in de begroting 2021. De uitkomsten wijken daarom ook enigszins af van de getallen van de Kaderbrief 2020-2024. In de komende periode 2020 – 2024 waar we nu voor staan is in onderstaand schema te zien dat er gedurende deze periode van een beperkt extra budgettair beslag sprake is. De geringe extra kapitaallast in 2024 wordt verwerkt in het Investeringsprogramma 2020 – 2024 in de begroting 2021.
In de periode daarna lopen de extra kapitaallasten bij de voorgestelde gefaseerde aanpak op van bijna €1,1 miljoen in 2025 tot ruim €1,6 miljoen in 2030. In de tabel op de volgende pagina zijn de kapitaallasten van het IHP 2019-2030 vanaf 2025 als een constante waarde weergegeven. Hierdoor is duidelijk welke ‘extra’ structurele budgettaire ruimte vanaf 2025 nog in de begroting moet worden gevonden ten opzichte van het structureel geraamde budget in de begroting. Kanttekening hierbij is wel dat ook onder het IHP 2019-2030 de kapitaallasten vanaf 2026 verder waren gestegen en tot 2030 zouden oplopen tot circa €1,6 miljoen. Voor deze extra kapitaallasten zou ook nog dekking moeten worden gevonden. Daarnaast zou door de linaire afschrijvingssystematiek ook jaarlijks een klein deel van de kapitaallasten weer vrijvallen. Door het presenteren als constante waarde zijn deze nuances nu niet zichtbaar in de cijfers. In de Kaderbrief 2020-2024 zijn de structurele kapitaallasten die voortkomen uit fase I en II tot en met 2025 gedekt1. Voor 2026 en verder volgt bij komende Kaderbrieven nog een jaarlijks extra benodigd budget dat geleidelijk oploopt naar €600.000 in 2030 dat dan zal worden afgezet tegen de vrijval op kapitaallasten en overige mee- en tegenvallers in de begroting.
7/12
Jaar
Investering IHP
Kapitaallast IHP
Investering IHP
Kapitaallast IHP
Verschil
2019-2030 **
2019-2030
2020 - 2032
2020-2032
(kolom 2 en
fase 1 + 2 ***
fase 1 + 2
kolom 4)
(3)
(4)
(5)
(1)
(2)
2020
323.894
2021
3.443.531
11.336
2022
15.014.134
28.473
47.385.000
2023
5.588.083
171.698
13.875.000
142.155
-29.543
2024
7.018.000
313.831
3.860.000
326.443
12.612
2025
2.692.250
850.370
1.941.450
1.091.080
2026
4.077.700
850.370
2.308.580
1.458.210
2027
2.202.200
850.370
2.415.670
1.565.300
2028
3.025.000
850.370
2.418.994
1.568.624
2029
1.603.250
850.370
2.549.038
1.698.668
2030
2.601.500
850.370
2.529.922
1.679.552
Totalen
47.589.542
-11.336
5.280.000
70.400.000
-28.473
22.810.458
*Ten opzichte van de Kaderbrief 2020-2024 zijn deze getallen in de begroting 2021 en het IP 2020-2024 geactualiseerd met de laatste inzichten omtrent de cashflows van de investeringen. **exclusief gemeentelijke plankosten ***inclusief gemeentelijke plankosten
1
In de Kaderbrief 2020-2024 zijn de kapitaallasten voor 2025 al boekhoudkundig in 2024 als structureel budget opgevoerd, maar
met een incidentele stelpost als correctie. Bij het opstellen van de begroting 2022-2025 wordt straks het jaar 2025 aan de meerjarenbegroting toegevoegd. Hierbij komen alle incidentele begrotingsposten uit 2024 te vervallen, maar blijven alle structurele begrotingsposten uit 2024 staan. Bij een structureel sluitende begroting is er in 2025 dan dekking voor dit extra structureel budget.
Door nieuwe investeringen is er sprake van oplopende extra kapitaallasten van circa €13.000 in 2024 tot ruim €1,6 miljoen in 2030. Tegenover deze extra kapitaallasten als gevolg van extra investeringen in onderwijshuisvesting staat een tegengestelde ontwikkeling, namelijk van geleidelijk vrijvallende kapitaallasten van bestaande onderwijsgebouwen, inclusief de investeringen die nog in uitvoering zijn. In de periode 2024 t/m 2032 loopt de vrijval van kapitaallasten geleidelijk op tot ruim €1 miljoen in 2032. Deze vrijval zal in toekomstige begrotingen worden opgenomen. Benodigd investeringsvolume Het IHP 2020-2032 vraagt een investering van de gemeente van €106,4 miljoen tot en met 2030. Daarnaast is er dekking nodig voor de gemeentelijke (plan)kosten. Van het bij het IHP 2019-2030 vastgestelde investeringsvolume van €72,9 miljoen resteert nog €47,6 miljoen aan budgettaire ruimte. Het benodigde investeringsvolume voor de eerste fase bedraagt €46,3 miljoen (incl. gemeentelijke (plan)kosten) en is daarmee €1,3 miljoen lager dan het restant investeringsvolume van het IHP 2019-2030. Voor de tweede fase is €24,1 miljoen (incl. gemeentelijke (plan)kosten) nodig. De eerste twee fases zijn reeds bij de Kaderbrief 20202024 aangemeld. Vervolgens zijn de investeringen en de kapitaallasten daarvan in de periode 2020 t/m 2024 in het Investeringsplan 2021-2024 in de begroting 2021 opgenomen.
8/12
De derde fase wordt onderdeel van een nieuw IHP. Eind 2023 zal een volgend college dit nieuwe IHP aan de raad aanbieden. Daarin zal o.a. de benodigde dekking worden opgenomen voor deze laatste fase. Voor extra toelichting over de financiële consequenties, zie de Memo Toelichting Financiële Paragraaf IHP 2020-2032 (bijlage III). Inspraak/participatie:Het voorliggende IHP 2020-2032 is evenals haar voorganger in samenspraak met de schoolbesturen tot stand gekomen. Het adviesbureau dat is ingehuurd is geselecteerd op verzoek van enkele schoolbesturen. Alle schoolbesturen zijn akkoord met het nu voorliggende IHP 2020-2032, al maken sommige schoolbesturen zich over een aantal zaken wel zorgen. Deze zorgen zijn gebundeld in het memo Kanttekeningen schoolbesturen op Integraal Huisvestingsplan voor Onderwijs 2020-2032 (bijlage IV). Evaluatie: Eind 2023 zal er een nieuw IHP ter vaststelling aan de raad worden aangeboden. De derde fase zal onderdeel van de gehele investeringsplanning van het nieuwe IHP gaan uitmaken, evenals uitwerking van beleid, zoals bv. de visie op een Leids Scholenlandschap en Integrale Kindcentra. Bijgevoegde informatie: 1. Rapport Herijking Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2032; 2. Memo Toelichting Gefaseerde Aanpak IHP 2020-2032; 3. Memo Toelichting Financiële Paragraaf IHP 2020-2032; 4.
Memo Kanttekeningen Schoolbesturen op Integraal Huisvestingsplan voor Onderwijs 2020-2032; 5. Feitenrelaas Proces IHP 2019-2030 en de herijking hiervan.
RAADSBESLUIT:
9/12
De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel 20.0127 18 november van 2020), mede gezien het advies van de commissie, BESLUIT 1. het Integraal Huisvestingsplan voor het onderwijs 2020-2032 (herijking IHP 2019-2030) vast te stellen en te aanvaarden als leidraad voor de uitvoering van de volgende huisvestingsvoorzieningen, opgenomen in fase 1 en 2 van dit IHP: a. Voor het jaar 2022 (start investering): i. Vervangende nieuwbouw van het Vlietland college, inclusief gymzalen; ii. Vernieuwbouw van de Lucas van Leyden, Vliet; iii. De beperkte ingrepen van de wissellocaties Vijf Meilaan 137 en Noachstraat 2; iv. Vervangende nieuwbouw van De Weerklank, inclusief gymzaal; v. Vernieuwbouw van het Scholencomplex Stevenshofschool, inclusief gymzaal. b. Voor het jaar 2023 (start investering): i. Nieuwbouw van een PO-school in Leiden Noord of directe omgeving; ii. Tijdelijke huisvesting voor het Scholencomplex Stevenshof; iii. Vernieuwbouw van Scholencomplex De Zwaluw; iv. Nieuwbouw van een PO-school in het Morskwartier c. Voor het jaar 2024 (start investering): i. Vernieuwbouw van Scholencomplex ’t Klankbord. d. Voor het jaar 2025 (start investering): i. Vernieuwbouw van de Vrije School Mareland, inclusief gymzaal. 2.
de benodigde investeringen en de dekking van de kapitaallasten van de jaarlijks op basis van actuele inzichten te bepalen noodzakelijke investeringen jaarlijks te betrekken bij de programmabegroting; 3. daarmee aan te geven dat de voorzieningen opgenomen in fase 1 en 2 van dit planningsinstrument in volgorde van prioriteit en mogelijkheid van realisatie worden opgenomen, waarbij voor alle voorzieningen geldt dat realisatie afhankelijk is van voldoende budget; 4. voor elk onder beslispunt 1 genoemde voorziening op een geëigend moment bij separaat raadsvoorstel (via de begroting en het jaarlijkse programma onderwijshuisvesting) een krediet ter beschikking te stellen; 5. de volgende beleidskaders en uitgangspunten zoals verwoord in hoofdstuk 3 van het lntegraal Huisvestingsplan voor het onderwijs 2019-2030 te handhaven: a. De spreiding en toegankelijkheid van onderwijsvoorzieningen zal in overleg met de schoolbesturen gewaarborgd moeten worden; b. De schoolgrootte zal beheerst moeten worden door, indien mogelijk, zo veel mogelijk leerlingen van het basisonderwijs binnen de eigen wijk onderwijs te bieden; c. De bestaande onderwijshuisvesting dient leidend te zijn en op basis daarvan moet een maximale capaciteit per schoolgebouw vastgesteld worden. Medegebruik van schoolgebouwen is daarbij een uitgangspunt; d. Uitgangspunt is dat alle scholen afdoende gebruik kunnen maken van goede
10/12
gymnastiekaccommodaties. Dat hoeft geen eigen accommodatie te zijn; medegebruik is uitgangspunt. Potentiële medegebruikers worden in een vroeg stadium betrokken bij de toewijzing van de betreffende gymnastiekaccommodatie, zodat de veilige bereikbaarheid van de accommodatie bij de toewijzing een afwegingspunt is; e. Voor schoolgebouwen is een goede kwaliteit vereist, omdat het hierbij gaat om een investering in de leer- en leefomgeving van de leerlingen voor veel jaren. Bij het ontwerp van schoolgebouwen wordt rekening gehouden met onderwijskundige vernieuwingen. Gedurende de levensduur van het pand moet het inpandig mogelijk zijn de indeling te veranderen, wanneer onderwijsvernieuwing dat wenselijk maakt; f. ln de programma's van eisen voor nieuwe schoolgebouwen kan multifunctioneel gebruik van ruimten worden opgenomen waardoor ook de combinatie met buitenschoolse opvang mogelijk is; g. De opbrengsten van af te stoten onderwijsterreinen en - gebouwen dienen altijd geïnvesteerd te worden in het onderwijs. Bij het raadsvoorstel over PRIL 2011 – Het Perspectief 2011 - 2015 (RV11.0046 behandeld op 17 mei 201 1) is besloten dat in het vervolg de verdiencapaciteit van voormalige schoollocaties ter beschikking komt aan onderwijs op het moment dat deze worden gerealiseerd (besluit 7); h.
De gebouwgegevens van de gemeente en de schoolbesturen zoals vermeld in bijlage I van dit IHP zijn correct en uitgangspunt bij mutaties; i. ln het kader van de sociale duurzaamheid stelt de gemeente Social Return (on investment) als voorwaarde bij inkoop- en aanbestedingstrajecten met een opdrachtwaarde boven de € 100.000 (gemeentelijke investering). Dit is gemeentelijk beleid. Schoolbesturen dienen dit mee te nemen bij aanbestedingen; j. Als er een uitbreiding of renovatie noodzakelijk is aan een schoolgebouw met een monumentale status, dan is het nodig maatwerk te leveren en rekening te houden met die monumentenstatus (locatie gebonden kosten). Ten aanzien van het reguliere onderhoud waarvoor het schoolbestuur verantwoordelijk is, wordt geen uitzondering gemaakt; k. Gemeente en schoolbesturen blijven ten aanzien van het onderwijs aan de vluchtelingen en statushouders met elkaar in gesprek over spreiding, noodopvang, en het bieden van onderwijs; l. Vervangende bouw is geen automatisme als een schoolgebouw 40 jaar of ouder is, omdat het gebouw boekhoudkundig dan afgeschreven zou zi¡n. Het kan wel een moment zijn om als gemeente en schoolbestuur het gesprek met elkaar aan te gaan over de toekomst van het schoolgebouw.
Tijdens het gesprek komt aan de orde dat, indien renovatie bouwtechnisch mogelijk is, levensduur verlengend is (dit betekent dat het gebouw zodanig flexibel gemaakt kan worden dat het kan worden aangepast aan de onderwijsvraag in de toekomst) en financieel verantwoordbaar is, renovatie de voorkeur verdient; m. ln lijn met de duurzaamheidsagenda zal via de Green Deal Scholen Leiden het verduurzamen van schoolgebouwen worden opgepakt op de volgende onderdelen: gezond binnenklimaat (verbeterde leerprestaties), minder energieconsumptie, meer gebruik van hernieuwbare energie, kostenreductie, gedrag/onderwijs. Het verduurzamen van de bestaande voorraad
11/12
(toekomstbestendig maken) is een gezamenlijke verantwoordelijkheid waarop we met elkaar in gesprek moeten blijven; n. Bij de vaststelling van het lntegraal Huisvestingsplan voor het onderwijs blijft het tegengaan van segregatie een uitgangspunt waar de betrokken partijen zich voor moeten inzetten. 6. met uitzondering van de opsomming bij beslispunt 5 het Integraal Huisvestingsplan 2019-2030 (RV18.0071) in te trekken. Gedaan in de openbare raadsvergadering van, de Griffier,
de Voorzitter,
dhr. G.F.C. Van Leiden
drs. H.J.J. Lenferink
12/12