Reactie op Technische vragen Marcel Terlouw BSGR inclusief nadere vragen
Tekst van het document
Technische vragen GroenLinks Marcel Terlouw BSGR in bijlage 3 Begroting 2022-2025 staat op pag 15: “Gemeentelijke heffingen mogen wettelijk geen deel uitmaken van vroegsignalering, en afspraken over de invordering van gemeentelijke heffingen mogen niet door het sociale wijkteam gemaakt worden. De BSGR zal in 2021 voor de sociale wijkteams van de deelnemende gemeenten toegang verlenen tot haar systeem zodat deze hier hun informatie van hun eigen inwoners kunnen opvragen.” In bijlage 2 Jaarstukken BSGR 2020, pag 22 staat dat BSGR invordering voor 3 jaar opschort bij Onvermogendossiers (Bewindvoering en Schuldhulpverlening), Vragen: - betekent dit dat de gemeentelijke belastingen geen deel uitmaken van een het schuldhulpverleningstraject en niet geïnd zullen worden? Gemeentelijke heffingen zijn geen onderdeel van Vroegsignalering, maar wel onderdeel van Schuldhulpverlening/Bewindvoering. Bij Vroegsignalering hoeft er gezien de latere vervaltermijn nog geen betalingsprobleem voor gemeentelijke heffingen te zijn, maar is er al wel sprake van betalingsachterstand op andere terreinen, bijvoorbeeld huur, ziektekosten, etc. Onderdeel van Vroegsignalering is dat er een betalingsregeling kan worden afgesproken voor alle aangesloten instanties. Dit is voor gemeentelijke heffingen dus niet mogelijk.
Om hulpverleners aanvullende informatie voor Vroegsignalering te kunnen aanleveren waar zij dan ook rekening mee kunnen houden bij het maken van betalingsafspraken, wordt er toegang tot de BSGR-systemen gemaakt. In verband met de privacy beperkt deze informatie zich enkel tot openstaande vorderingen van de betreffende BSN-nummers die bij Vroegsignalering bekend zijn. Officiële schuldhulpverleners die aangesloten zijn bij de NVVK krijgen volledige toegang. -wat gebeurt er met deze opschorting na drie jaar? Wordt de schuld dan alsnog ingevorderd of wordt deze kwijtgescholden? Als het Schuldhulpverlening-traject is afgerond, wordt gecontroleerd of het vooraf afgesproken bedrag ook daadwerkelijk is ontvangen. Daarna worden de openstaande vorderingen die in het traject zijn meegenomen oninbaar geleden. Indien het afgesproken bedrag niet is betaald aan het eind van het Schuldhulpverlening-traject wordt er met de behandelende schuldhulpverlener eerst overlegd alvorens een vervolgactie wordt bepaald. [Nadere vragen: Worden hiermee dan ook belastingschulden die deel uitmaken van de schuldsaneringsafspraken kwijtgescholden als voldaan is aan de afspraken? Als is voldaan aan de gemaakte afspraken inzake de schuldsanering, dan worden de daaronder vallende belastingschulden niet meer ingevorderd; ze worden dan oninbaar verklaard.
Het is formeel gezien namelijk niet mogelijk om deze schulden kwijt te schelden, omdat daarvoor strikte regelgeving geldt. - in hoeverre is er vanuit BSGR contact met schuldhulpverlenings instanties (zoals sociale wijkteams en stadsbank) naar aanleiding van kwijtscheldings verzoeken? De BSGR heeft t/m 2019 jaarlijks meerdere informatie-avonden georganiseerd voor schuldhulpverleners en gemeenten. De animo hiervoor is sterk afgenomen van de zijde van de gemeenten.]
- houdt BSGR zelfstandig rekening met het feit of iemand in een schuldhulpverleningstraject zit bij kwijtscheldingsverzoeken? Ja, bij het behandelen van een kwijtscheldingsverzoek wordt hier rekening mee gehouden. In bijlage 2 Jaarstukken BSGR 2020, pag 20 staat onder het kopje “beroepen kwijtschelding & bezwaren tegen invorderingsmaatregelen” : “De meest voorkomende reden van toewijzing is het verstrekken van recentere informatie door de belastingplichtige dan de informatie waar de BSGR zijn besluit op heeft genomen.” Vragen: -Hoe kan het dat de informatie waar BSGR zich op baseert in vele gevallen niet up to date is? De BSGR maakt voor een eerste toets of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding gebruik van de hiervoor beschikbare landelijke informatiebron: het Inlichtingenbureau (IB). De informatie vanuit het IB komt vanuit de RDW, het UWV en de Belastingdienst (RBD). Met name de gegevens die vanuit de RBD worden aangeleverd zijn niet altijd actueel. Als kwijtschelding op basis van de gegevens bij het IB niet wordt toegekend, dan controleert de BSGR daarom, op basis van de mogelijk bij hen reeds beschikbare gegevens van het afgelopen jaar (uit een eerder gedaan verzoek om kwijtschelding met bijlagen), of deze gegevens actueler zijn en neemt dan op basis van deze actuelere gegevens een besluit.
Zijn de gegevens aangeleverd vanuit het IB en de bij de BSGR aanwezige gegevens onvoldoende om een besluit op te kunnen baseren, dan wordt er navraag gedaan bij de burger. De meest voorkomende reden ‘verstrekken van recentere informatie’ heeft meestal betrekking op het saldo van (bank)rekeningen. De BSGR gebruikt het saldo van de RBD (dezelfde gegevens die gebruikt worden voor de aangifte inkomstenbelasting). Als dit saldo hoger is dan het huidige saldo, dan volgt – voor zo ver bekend – altijd een reactie van de burger. Als burgers dan een recenter banksaldo aanleveren (veelal afschriften van laatste 2 maanden) en dit saldo is lager dan het saldo waarover de BSGR beschikt, dan wordt het meest recente banksaldo door de BSGR gebruikt voor de beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek en/of beroepschrift. NB : indien recenter banksaldo hoger is, is nog nooit bezwaar gemaakt tegen het genomen besluit. -is het niet up to date zijn van de informatie bij BSGR de belangrijkste reden dat 40.000 van de nog geen 50.000 kwijtscheldingsverzoeken moesten worden gehonoreerd in 2020? Nee, dit is niet het geval. Over de jaren 2016 t/m 2020 is het aantal kwijtscheldingsverzoeken alsmede de verhouding toe-/ afwijzingspercentages op de kwijtscheldingsverzoeken jaarlijks praktisch gelijk gebleven.
Uit onze wekelijkse controle in het kader van de ISAE is ook niet gebleken dat er in de afgelopen jaren onterecht kwijtscheldingsverzoeken zouden zijn toegewezen (NB. bij een ‘onterechte’ afwijzing kan een burger tegen de afwijzing in beroep gaan). Zoals hiervoor aangegeven wordt primair uitgegaan van de gegevens die beschikbaar zijn bij het IB. Is er vanuit het IB aangegeven dat een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding, dan wordt geen nader onderzoek gedaan en wordt het kwijtscheldingsverzoek toegewezen. Alleen bij afwijzing van het kwijtscheldingsverzoek vindt een nader onderzoek plaats. Eerst wordt nagegaan of de BSGR niet zelf over recentere gegevens beschikt, is dat niet het geval dan worden gegevens bij de betreffende burger opgevraagd. In de verhouding tussen automatische toetsing bij het IB en handmatige beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken is onderling wel een verschuiving opgetreden. De afgelopen jaren is als gevolg van de inwerkingtreding van de AVG sprake geweest van een daling van de toetsingen bij het IB en zijn er meer kwijtscheldingsverzoeken handmatig beoordeeld. Dit komt doordat een burger nu expliciet toestemming moet gegeven aan de BSGR om jaarlijks de gegevens bij het IB te mogen uitvragen. Ontbreekt de toestemming – op het aanvraagformulier om kwijtschelding wordt hier ook nadrukkelijk om verzocht – dan moet de
BSGR de ontbrekende informatie bij de burger opvragen om het kwijtscheldingsverzoek te kunnen toetsen. Hoe meer er vooraf (dus voor aanslagoplegging) getoetst kan worden, hoe meer verzoeken automatisch kunnen worden afgehandeld. Burgers die schriftelijk kwijtschelding aanvroegen dienden altijd alle benodigde informatie bij te sluiten. Veel schriftelijk ingediende verzoeken zijn niet compleet qua informatie. In veel gevallen diende de BSGR hier meerdere verzoeken voor te doen om de ontbrekende informatie alsnog aan te leveren. Vanaf eind 2020 worden niet alleen de burgers die toestemming voor verlenging van de toetsing hadden gegeven automatisch getoetst, maar ook de bij de BSGR ingediende kwijtscheldingsverzoeken. Hier is geen specifieke toestemming van de burger voor nodig, dit geldt alleen voor jaarlijkse toetsing die plaatsvindt vóór het versturen van de aanslag. Veelal kan met de informatie vanuit het IB het kwijtscheldingsverzoek worden gecompleteerd en worden afgehandeld, zodat een verdere uitvraag om gegevens bij de burger niet meer noodzakelijk is. Hierdoor kunnen meer kwijtscheldingsverzoeken via het IB voor burgers worden afgehandeld.
-wordt er bij BSGR aan gewerkt om de informatie waarop aanslagen gebaseerd zijn zo actueel mogelijk te krijgen, waardoor vermoedelijk minder bezwaren en kwijtscheldingsverzoeken zullen worden ingediend? Zo ja hoe gebeurt dit? Voor diverse elementen van de aanslagoplegging moet verplicht gebruik worden gemaakt van de gegevens die in de landelijke basisregistraties zijn vermeld (Basisregistratie personen, Kadaster e.d.). Indien hierin gegevens niet correct zijn verwerkt, heeft dat direct gevolgen voor de opgelegde belastingaanslag. Het is dus van belang dat de gegevens in de landelijke Basisregistraties up-to-date zijn deze worden door meerder overheidsorganisaties beheerd. De BSGR heeft hier slechts beperkt invloed op.