CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapport Leiden Bio Science Park

raadscommissie Werk en Middelen 4 maart 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Formuleren heldere doelen t.b.v. monitoren Leiden Bio Science Park21.579 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

25

3.2 Indirecte economische betekenis Voor de indirecte economische betekenis gaan we in op de achterwaartse economische effecten. Oftewel de inkoop van goederen en diensten bij andere bedrijven in Leiden door bedrijven en instellingen op het LBSP. Ook zijn de bestedingen van bezoekers, werknemers en studenten op het LBSP beschouwd. Tabel 3.3 De totale indirecte economische betekenis van de bedrijven en instellingen, werknemers, bezoekers en studenten op LBSP, 2019 Indirecte economische betekenis LBSP

Totaal

In Leiden

Werkgelegenheid (aantal banen)

8.000

3.200

Productie (mln. €)

840

310

Toegevoegde waarde (mln. €)

410

160

Bron: Gemeente Leiden en Decisio, bewerking Decisio

Indirect achterwaartse economische bijdrage: inkoop goederen en diensten De bedrijven en instellingen op het LBSP kopen goederen en diensten in bij andere bedrijven en organisaties in Leiden en daarbuiten. Dit resulteert uiteindelijk in 6.200 banen; dit wordt ook wel de ‘indirecte achterwaartse werkgelegenheid’ genoemd die te relateren is aan de inkooprelaties van de bedrijven op het LBSP. Hiervan zijn er 1.400 in Leiden, 3.900 in Zuid-Holland (excl. Leiden) en nog eens 900 elders in Nederland. De belangrijkste sectoren waar de indirecte werkgelegenheid is te vinden, zijn handel, industrie en de zakelijke dienstverlening. Dit gaat om zowel banen voor hogeropgeleiden in de wereld van accountancy, informatie(technologie) en rechtskundige dienstverlening als om werk voor lageropgeleiden zoals schoonmaak, beveiliging en uitzendkrachten. De indirecte werkgelegenheid betekent een additionele productiewaarde van ruim € 100 miljoen en € 50 miljoen aan toegevoegde waarde in Nederland 19.

19 De indirecte economische betekenis is gecorrigeerd voor het ‘clustereffect’ op het LBSP.

Voor een deel nemen bedrijven op het LBSP ook diensten van elkaar af (een van de redenen om zich daar te vestigen). In de berekening is hier voor gecorrigeerd en zijn alleen de effecten naar de rest van Leiden, Zuid-Holland en Nederland meegenomen.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

26

Tabel 3.4 De indirecte achterwaartse economische bijdrage van het LBSP voor Leiden, Zuid-Holland en elders in Nederland Indirecte achterwaartse economische betekenis Leiden Zuid-Holland Rest NL

Totaal

Productie (mln. €)

100

430

100

630

Toegevoegde waarde (mln. €)

50

200

50

300

1.400

3.900

900

6.200

Werkgelegenheid (aantal banen)

Bron: Gemeente Leiden en Decisio, bewerking Decisio

Bestedingseffecten werknemers, studenten en bezoekers Naast de achterwaartse indirecte effecten heeft het LBSP ook ‘voorwaartse’ indirecte effecten door bestedingen van werknemers, studenten en bezoekers. Zij besteden gezamenlijk ongeveer € 210 miljoen per jaar in Leiden. Dit komt bijvoorbeeld terecht in de detailhandel en horeca. In het vervolg van de paragraaf zetten we de bestedingseffecten achtereenvolgens uiteen voor werknemers, studenten, bezoekers. Afbakening Als afbakening is gekozen om de bestedingen in Leiden van de werknemers en studenten op het LBSP en de bestedingen van bezoekers die vanwege het LBSP naar Leiden komen, mee te nemen. Voor de (ondernemers in) de gemeente Leiden maakt het niet uit wie het geld uitgeeft: inwoners van de stad die op het LBSP werken of die elders werken. Echter, op dit moment zijn deze bestedingen te relateren aan de werkgelegenheid (en studenten) op het LBSP en laten we zien wat deze bestedingen betekenen voor de stad Leiden.

Tabel 3.5 Bestedingseffecten van bezoekers, studenten en werknemers in termen toegevoegde waarde en werkgelegenheid (aantal banen), 2019 Bestedingseffecten in Leiden

Werknemers

Studenten

Bezoekers

Totaal

Bestedingen (mln. €)

100

80

30

210

Toegevoegde waarde (mln. €)

50

50

10

110

Werkgelegenheid (aantal banen)

700

600

500

1.800

Bron: Gemeente Leiden, bewerking Decisio

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

27

Bestedingseffecten werknemers De werkgelegenheid in het LBSP bedraagt 15.400 FTE20 en kent een gemiddelde beloning van bijna € 47 duizend per FTE21. Circa 25 procent van de werknemers woont in de gemeente Leiden en besteedt daar dus een groot deel van het inkomen22. Een groot deel van het inkomen wordt uitgegeven nabij de woonlocatie: van de dagelijkse boodschappen, tot een bezoek aan een restaurant of café, van de aankoop van een nieuwe fiets tot de schilderbeurt aan het huis. Maar niet het volledige inkomen wordt lokaal besteed: de vakantie, de hypotheekafbetaling, gas/water/licht, verzekeringen en belastingen komen veelal terecht bij bedrijven en organisaties buiten de gemeente. Tot slot geeft ook het personeel op het LBSP dat niet in Leiden woonachtig is incidenteel geld uit in Leiden, bijvoorbeeld in de horeca of aan een boodschap onderweg. De personen werkzaam op het LBSP besteden gezamenlijk naar schatting € 100 miljoen op jaarbasis in de gemeente Leiden. Uitgaven aan huur en de eigen woning, detailhandel en de horeca zijn de belangrijkste sectoren en goed voor circa 60% van deze lokale bestedingen. De toegevoegde waarde die resulteert uit deze bestedingen in Leiden bedraagt jaarlijks € 50 miljoenen leidt tot een werkgelegenheid van 700 banen.

Bestedingseffect bezoekers Voor het bestedingseffect van bezoekers is gekeken naar het aantal zakelijke overnachtingen, bezoekersaantallen van Naturalis en de bestedingspatronen. Jaarlijks zijn er meerdere congressen, symposia en bijeenkomsten in Leiden23. Ook zijn er andersoortige meerdaagse zakelijke reizen gerelateerd aan het LBSP. Het aantal (zakelijke) overnachtingen als gevolg hiervan, berekenen we op 117 duizend

20 Een FTE (‘fulltime equivalent’) is een voltijds baan.

21 Bestedingen die volgen uit dit inkomen (incl. belastingafdrachten e.d.) vinden plaats

conform CBS gemiddelden die onderdeel uitmaken het van Decisio input-output model. 22 Op basis van verschillende onderzoeken (zoals een intern LUMC-onderzoek naar

vervoersstromen van het personeel, gemeentelijke pendelbalans van het CBS). Deze ligt lager dan de 30% bij maatschappelijke effecten (pendelbalans), vanwege het hogere gemiddelde opleidingsniveau van werknemers op het LBSP, en de daarmee samenhangende hogere reisbereidheid voor werk. Zie o.a. https://www.trouw.nl/binnenland/nederlanderswonen-steeds-verder-van-hun-werk~b3dd12a1/ 23 Alleen de universitaire faculteiten op LBSP organiseren tussen 2014-2024 74 congressen,

Leiden Convention Bureau.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

28

in 201924. Daarbij wordt ongeveer € 329 per persoon per dag besteed aan onder meer horeca, vervoer, detailhandel, musea en attracties, waarvan circa 75% in de gemeente Leiden landt25. Verder bezochten in 2019 circa 280.000 mensen Naturalis26. Zij geven naar schatting € 15,- uit aan horeca en detailhandel in Leiden27. Dit resulteert in een totaalbedrag van € 30 miljoen die bezoekers aan het LBSP op jaarbasis besteden in de gemeente Leiden. Dit resulteert in een toegevoegde waarde € 10 miljoen en een werkgelegenheid van 500 banen in de gemeente Leiden. Bestedingseffect studenten Voor het bestedingseffect van de studenten is bekeken hoeveel studenten op het LBSP studeren, wat hun woonsituatie is en welke bestedingspatroon daarbij hoort. Aan de Leidse Instrumentenmakerschool, de Hogeschool Leiden en de faculteiten van de Universiteit Leiden in het LBSP-gebied studeren 25.000 studenten. Bijna 8 duizend van hen zijn uitwonend in Leiden. Daarnaast zijn er ook bijna duizend thuiswonende studenten in Leiden. De aanname is dat indien zij niet in Leiden hadden kunnen studeren, ze elders zouden wonen. De uitgaven van thuiswonende studenten in Leiden zijn lager dan die van uitwonende studenten, aangezien ze geen huur hoeven te betalen aan een huisbaas. Studenten die buiten Leiden wonen, geven ook (incidenteel) geld uit in de stad, bijvoorbeeld in de horeca.

Tabel 3.6 Woonsituatie studenten op het LBSP Uitwonend

Thuiswonend

Leiden

7.820

950

Elders

5.270

10.780

Bron: Leidse monitor studentenhuisvesting (2019) en Landelijke studentenmonitor (2019). Bewerking: Decisio 24 LBSP is een voorname inkomstenbron voor hoteliers in Leiden. 60 procent van de

overnachtingen in Leiden is zakelijk, waarvan 80 procent gerelateerd is aan LBSP. Bron: gesprekken, overnachtingsgegevens van Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland en Gemeente Leiden. Toeristisch bezoek aan Leiden (2018). 25 Bron: Onderzoek Inkomend Toerisme, NBTC (2014).

26 Naturalis verwelkomde na de verbouwing in vijf maanden tijd circa 280 duizend mensen.

De verwachting is dat Naturalis circa 400 duizend bezoekers per jaar zal ontvangen. Dit leidt tot 5 procent additionele bestedingseffecten van bezoekers. 27 De ligging aan ‘de verkeerde kant van het spoor’ en het grote aandeel gezinnen met

kinderen, maakt dat we van de helft van de bestedingen uitgaan van een gemiddelde museumbezoeker. Bron: Toeristisch bezoek aan Leiden (2018).

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

29

Gezamenlijk besteden de op het LBSP studerende studenten op jaarbasis gezamenlijk € 80 miljoen in de gemeente Leiden. Dat is voornamelijk aan: huur (44 procent), detailhandel (28 procent) en horeca (14 procent). De toegevoegde waarde van de bestedingen bedragen jaarlijks € 50 miljoen. De bestedingen in desbetreffende sectoren leiden tot een werkgelegenheid van 600 banen in de gemeente Leiden. Indirecte werkgelegenheidseffect Het LBSP biedt een werkgelegenheid van ongeveer 29 duizend banen, waarvan ruim 20 duizend banen direct bij bedrijven en instellingen op het LBSP en 3 duizend indirecte banen elders in Leiden. In totaal gaat het om 23.400 banen in de gemeente Leiden. Circa de helft van de (directe en indirecte) werkgelegenheid wordt ingevuld door laag- en middelbaar opgeleiden. De andere helft door mensen met een hbo-opleiding of universiteitsdiploma. Een belangrijke kanttekening is dat het werk op het LBSP zelf overwegend wordt ingevuld door hoogopgeleiden, terwijl dit voor de indirecte werkgelegenheid juist andersom geldt. In deze paragraaf zijn de verschillen nader uiteengezet. Er is onderscheid gemaakt tussen laag-28, middelbaar29- en hoogopgeleiden30.

Tabel 3.7 Werkgelegenheid in Leiden naar opleidingsniveau, 2019 Laag- en Werkgelegenheid

middelbaar

Hoog-

(aantal banen)

opgeleid

opgeleid

Direct op het LBSP

20.200

46%

54%

Indirect door inkoop bedrijven het LBSP

1.400

60%

40%

Indirect door bestedingen werknemers

700

69%

31%

Indirect door bestedingen studenten

600

77%

23%

Indirect door bestedingen bezoekers

500

88%

12%

23.400

50%

50%

Totaal Bron: Gemeente Leiden en Decisio, bewerking Decisio

De directe werkgelegenheid op het LBSP bestaat voor 10 procent uit laagopgeleiden, 36 procent uit middelbaar opgeleiden en 54 procent uit hoogopgeleiden. Dat betekent in de praktijk dat 46 procent van de werkenden op

28 Personen waarvoor basisonderwijs, vmbo, onderbouw havo of mbo 1 de hoogst behaalde

opleiding is. 29 Personen waarvoor havo, vwo, mbo 2, 3, 4 de hoogst behaalde opleiding is. 30 Personen waarvoor hbo of universiteit de hoogst behaalde opleiding is.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

30

het LBSP maximaal een mbo-opleiding heeft afgerond. Ongeveer de helft van deze personen is werkzaam in de gezondheidszorg. Gegevens verstrekt door het LUMC, als grootste werkgever op het LBSP, ondersteunen dit: globaal valt namelijk te stellen dat 15 procent van het personeelsbestand van het LUMC laagopgeleid is, 42 procent middelbaar en 43 procent hoogopgeleid. Daarnaast zijn praktisch geschoolden werkzaam in de productiefaciliteiten van farmaceuten, zoals de instrumentenmakers die aan de LIS hebben gestudeerd. De indirecte werkgelegenheid als gevolg van het LBSP bestaat in totaal voor 22 procent uit laagopgeleiden, 42 procent uit middelbaar opgeleiden en 36 procent uit hoogopgeleiden. In vergelijking met de directe werkgelegenheid zijn er meer personen met maximaal een mbo-opleiding, namelijk 64 tegen 46 procent. De werkgelegenheid als gevolg van de achterwaartse effecten (zoals inkoop van accountancydiensten of rechtsbijstand) is voornamelijk werk voor hoger opgeleiden, terwijl de voorwaartse bestedingseffecten meer banen schept voor lager opgeleiden: ▪

Inkoop producten en diensten bedrijven het LBSP: Om en nabij 60 procent van deze indirect werkgelegenheid wordt ingevuld door laag- en middelbaaropgeleiden, en 40 procent hoogopgeleiden.

▪

Bestedingseffecten werknemers: De indirecte werkgelegenheid wordt overwegend (69 procent) ingevuld door laag- en middelbaaropgeleiden. De resterende werkgelegenheid (31 procent) wordt ingevuld door hoogopgeleiden.

▪

Bestedingseffecten bezoekers: De indirecte werkgelegenheid als gevolg van deze bestedingen wordt voor 88 procent ingevuld door laag- en middelbaaropgeleiden en de overige 12 procent door hoogopgeleiden.

▪

Bestedingseffecten studenten: De indirecte werkgelegenheid als gevolg van deze bestedingen wordt voor 77 procent ingevuld door laag- en middelbaaropgeleiden en de overige 23 procent door hoogopgeleiden.

Werkgelegenheid voor Leidenaren In hoeverre de door LBSP gegeneerde werkgelegenheid bestemd is voor Leidenaren, is af te lezen aan de pendelstromen. Uit analyse van de gemeentelijke pendelstromen blijkt dat dat 31 procent van het aantal banen in Leiden door Leidse inwoners wordt ingevuld, de rest van de werkzame personen woont dus elders. Gegeven de ‘pendelbalans’, is de inschatting dat ongeveer 8.400 van 27.900 banen wordt ingevuld door Leidenaren. Dat is circa 12 procent van de werkzame beroepsbevolking in de gemeente Leiden.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

31

3.3 Bijdrage aan vestigingsklimaat en economie Science park: ecosysteem met snelle afstemming tussen wetenschap en praktijk Het Leiden Bio Science Park behoort tot een van de tien ‘volwassen campussen’ in Nederland. Het park wordt gedefinieerd als een science park: een (parkachtig) bedrijventerrein gerelateerd aan een universiteit/universitair medisch centrum, met R&D en kennisuitwisseling door universiteiten, academische medische centra, onderzoeksinstituten en bedrijven31. Het park telt in 2019 circa 350 bedrijven, gezondheidsorganisaties, onderzoeksinstituten en onderwijsinstellingen 32. Een campus onderscheidt zich van een bedrijventerrein door de focus op kennis. Onderwijs- en kennisinstellingen, bedrijven en overheden werken intensief samen op het gebied van innovatie, export, opleidingen, startups, etc. Uit diverse literatuur33 blijkt dat geografische nabijheid en interactie bijdraagt aan de uitwisseling van kennis en informatie. Voordelen voor bedrijven zijn onder andere toegang tot specifieke kennis door netwerk en R&D-instituten, beschikbaarheid van gespecialiseerd personeel, aanwezigheid van gespecialiseerde toeleveranciers, profilering en nabijheid van concurrentie. Meerdere interviewpartners onderschrijven een ketenbenadering op het Bio Science Park: met een snelle en sterke afstemming tussen wetenschap en praktijk.

Wanneer Janssen Pharma apparatuur nodig heeft voor onderzoek, kan de Leidse Instrumentenmakers School (LiS) dit maken. Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit Leiden kan relatief snel opgeschaald worden met hulp van de bedrijven op het park. Deze innovatiecyclus is gebaat bij nabijheid.

“Het Bio Science Park is een innovatiedistrict waarbinnen kennisuitwisseling plaatsvindt tussen kennis- en onderwijsinstellingen, onderzoeksinstituten 31 Bron: Buck Consultants International, Meerwaarde van campussen (2018). 32 Bron: Facts & Figures Leiden Bio Science Park (2019). 33 Onder andere: Porter (1990), The competitiveness Advantage of Nations. Raspe et al.

(2003), The Regional Knowledge Economy; a Multilevel Perspective on Firm Performance and Localized Knowledge Externalities. Van Oort et al. (2007), Clusters en economische groei.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

32

en bedrijven. Juist die diversiteit aan insteken is zeer waardevol.” Gesprek LUMC In de afgelopen jaren zijn onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven gezamenlijk initiatieven gestart als MLO, Technolab en BioPartner. In Technolab werken studenten van verschillende onderwijsinstellingen aan concrete opdrachten uit het bedrijfsleven. Maar ook daarbuiten weet ‘men elkaar te vinden’: de lijnen tussen onderwijsinstellingen en bedrijven zijn kort en er vindt in projecten samenwerking plaats tussen studenten van de LiS, hogeschool en universiteit. BioPartner, waarvan de vijfde locatie inmiddels in Oegstgeest in aanbouw is, is een stichting waaraan de Universiteit Leiden en LUMC deel nemen. In deze verzamelgebouwen kunnen startende en opschalende bedrijven hun ideeën verder uitwerken. Een bedrijf als Baseclear, dat onderzoek doet naar DNA, is eerder in zo’n incubator begonnen en uitgegroeid tot een zelfstandig bedrijf op het park. Life sciences & health cluster Het Bio Science Park in Leiden is onderdeel van het life science-cluster in Nederland: er is sprake van een sectorgebonden ecosysteem, met een scherp afgebakend profiel in met name rode biotechnologie 34. In vergelijking met de life science-clusters in Utrecht en Amsterdam, is Leiden vier tot zes keer zo groot 35. Tegelijkertijd beperkt het life sciences cluster zich niet tot de Leidse regio.

Nabijheid van steden als Amsterdam en Utrecht zorgt voor een versterking van de positie van life sciences in Leiden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de vestiging van het European Medicine Agency (EMA) in Amsterdam. De nabijheid van de EMA is voor medicijnontwikkelaars een belangrijke factor bij hun locatiekeuze en geeft daarmee indirect een impuls aan het vestigingsklimaat op het Bio Science Park. Breder dan life sciences alleen vindt er samenwerking plaats tussen drie universiteiten, twee medische centra, vier hogescholen, bedrijven, zorginstellingen en overheden van Leiden, Rotterdam en Delft: ook wel de medical delta genoemd. Zo wordt in Rotterdam een nieuw incubatorprogramma opgezet, en ervaringen van het Leidse incubatorprogramma en Yes!Delft worden hierin gedeeld. Een gesprekspartner geeft aan dat er een sterke wil is om van elkaar te leren.

34 Rode biotechnologie is een moderne biotechnologie dat gebruik maakt van organismen

om de gezondheidszorg te verbeteren en het lichaam te helpen ziekten te bestrijden. 35 Bron: Index071, editie 2019-2020. Economie071.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

33

Tegelijkertijd zijn er mogelijkheden om de onderzoekskant in de medical delta nog verder uit te bouwen. Specialisatie in onderwijs, gezondheidszorg en zakelijke diensten Het Leiden Bio Science Park zorgt voor circa een derde van de Leidse werkgelegenheid36. In vergelijking met andere campussen is het Bio Science Park na de High Tech campus van Eindhoven de grootste in termen van commerciële werkgelegenheid37. Daarnaast bevindt de helft van alle banen in de gemeente Leiden zich in de sectoren gezondheids- en welzijnszorg, onderwijs en specialistische zakelijke diensten. Er is sprake van een oververtegenwoordiging van deze sectoren ten opzichte van Nederland als geheel: voor wat betreft onderwijs gaat het om ruim twee keer zoveel banen op het totaal, voor gezondheids- en welzijnszorg om ruim anderhalf keer meer dan gemiddeld.

Tabel 3.8 Aantal banen zorg, onderwijs en specialistische diensten gemeente Leiden, 2018 Aantal banen

Op totaal

LQ38

Gezondheids- en welzijnszorg

18.400

26%

1,63

Onderwijs

10.500

15%

2,39

Specialistische zakelijke diensten

4.700

7%

1,10

Bron: CBS Statline, 2018

Studenten Op het park zijn drie onderwijsinstellingen gevestigd: de Universiteit Leiden, Hogeschool Leiden en de Leidse Instrumentenmakers School (LiS), een mboopleiding in de fijnmechanische techniek (inclusief een hbo-vervolgopleiding). In totaal gaat het om ruim 25.400 studenten die jaarlijks onderwijs volgen op het park. Met de kennis en vaardigheden die zij hier opdoen, dragen ze bij aan de kenniseconomie van Nederland.

36 Bron: interviews. 37 Bron: Index071, editie 2019-2020. Economie071. 38 De LQ (LocatieQuotiënt) laat zien hoe geconcentreerd een bepaalde sector is in

vergelijking met Nederland als geheel. Een LQ boven 1,0 laat zien dat er sprake is van een hoger dan gemiddelde concentratie van banen in deze sector.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

34

Tabel 3.9 Aantal studenten per onderwijsinstelling op het LBSP Onderwijsinstelling

Aantal studenten

Universiteit Leiden

13.600

Hogeschool Leiden

10.900

Leidse Instrumentenmakers School (LiS)

350

Middelbare Laboranten Opleiding (MLO)

500

Bron: Universiteit Leiden, Hogeschool Leiden, LiS

Leiden als onderdeel van een startend space cluster Naast het life sciences cluster waar het Leiden Bio Science Park deel van uit maakt, is er sprake van een startend spacecluster in de regio. Naast de vestiging van Airbus op het park, is in Noordwijk ESA ESTEC gevestigd, het technische hart van de Europese ruimtevaartorganisatie. Bovendien is de relatie met Delft van belang gezien de aanwezige technische kennis, onder andere op de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek. Leiden beschikt zelf over een faculteit Wis- en Natuurwetenschappen (met o.a. een afdeling Sterrenkunde) en het fijnmechanisch vakmanschap van de Leidse Instrumentmakersschool39. Het toelaten van meer spacegerelateerde werkgelegenheid laat zien dat het life science cluster wat aan het vermengen is met andersoortige werkgelegenheid. Er zijn twee ontwikkelingen die zorgen voor een extra impuls aan de spacesector in de Leidse regio. Ten eerste de komst van SRON (Stichting Ruimte Onderzoek Nederland) in 2021 (met ca. 200 werknemers). Samen met de Universiteit Leiden en TU Delft zijn zes wetenschappers aangesteld die zich gaan bezig houden met onderzoek naar exoplaneten, de evolutie van structuur in het heelal en technologie voor innovatieve ruimte-instrumenten.

Ten tweede wordt op het voormalig vliegveld Valkenburg gewerkt aan de ontwikkeling van een fieldlab waar diverse innovaties en technieken uit de ruimtevaart getest kunnen worden. Diverse partijen in de regio hebben zich al verbonden aan dit initiatief waaronder de TU Delft, Hogeschool Leiden en de LIS40.

3.4 Maatschappelijke effecten Pendel Een van de vragen die raadsleden stellen is in hoeverre er nu Leidenaren werken in het LBSP. Pendelcijfers op de schaal van het LBSP waren voor dit onderzoek niet beschikbaar. Om toch een beeld te geven, is gekeken naar pendelstromen op 39 Bron: Index071. Editie 2019-2020. Economie071. 40 Bron: Index071. Editie 2019-2020. Economie071.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

35

gemeentelijk schaalniveau. Uit deze analyse blijkt dat zo’n 31 procent van het aantal banen in Leiden door Leidse inwoners wordt opgevuld, de rest van de werkzame personen woont dus elders. In Haarlem en Delft is het aantal inwoners dat de banen in de stad betrekt respectievelijk 31 en 40 procent. In de tweede plaats is - wat bij een centrumgemeente als Leiden mag worden verwacht (zie kader) - de inkomende pendel groter dan de uitgaande (45.000 tegen 40.000). Verder blijkt dat Leidenaren voor een relatief groot deel in de G4, Delft en Haarlem werken (18.500 uitgaande pendelaars naar die steden tegen 11.400 inkomend). Relatief veel inwoners van de randgemeenten hebben in Leiden een baan (16.000; 7.600 Leidenaren werken in een van de randgemeenten). Haarlemmermeer wordt een aantal keer genoemd als gemeente waarvan veel inwoners in Leiden werken, dat zijn er 900. Tegelijkertijd werken er 2.100 Leidenaren in Haarlemmermeer (waarschijnlijk voor een groot deel op Schiphol). Aandachtspunten bij analyse pendelstromen Hierbij moet een aantal zaken in het oog worden gehouden. In de eerste plaats biedt het LBSP relatief veel werk aan hoger opgeleiden. Hoger opgeleiden hebben een grotere gemiddelde woon-werkreisafstand dan middelbaar en lager opgeleid personeel.

Het gaat daarbij voor een deel om specialistisch werk, waarvoor de bedrijven en instellingen uit een groter gebied mensen moeten werven. De tweede opmerking is dat arbeidsmarkten regionaal werken. Zo zijn er veel mensen uit de regio, en met name de buurgemeenten, in Leiden werkzaam. Onderzoek onder LUMC-personeel (Decisio, 2013) bevestigt dit: 27 procent van het LUMC-personeel woont in Leiden. Tegelijkertijd zijn er veel Leidenaren werkzaam in Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Haarlemmermeer, Haarlem en Delft. Een derde opmerking is dat Leiden een centrumstad is. Dat wil zeggen dat er veel voorzieningen zijn met een regionale (en in het geval van het LBSP) nationale of zelfs internationale werking. Denk daarbij aan onderwijs, zorg, detailhandel, horeca, cultuur. Dit betekent dat de inkomende pendelstromen groter zijn dan de uitgaande.

De gemeente Leiden heeft de ambitie om haar ruimte zo duurzaam en leefbaar mogelijk te gebruiken. Daartoe behoort ook duurzame mobiliteit. In dit kader biedt de situering van het LBSP direct naast Leiden Centraal voordelen. Een deel van de pendelstromen van en naar het LBSP wordt ondervangen door de ontsluiting op het het bus- en treinnetwerk. Daardoor genereert het LBSP op de huidige locatie minder autoverkeer dan wanneer het aan de rand van Leiden is gelegen, waardoor de luchtkwaliteit wordt bevorderd en schadelijke emissies teruggedrongen. Verkeer De negatieve maatschappelijke effecten van het woon-werkverkeer zijn uitgewerkt in paragraaf 2.2.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

36

Ruimte-intensiteit Er zijn 20.200 arbeidsplaatsen op het LBSP (Leidse deel). Het gebied is 125 hectare bruto in omvang. Dat komt neer op 160 arbeidsplaatsen per hectare (bruto). Dat is fors meer dan een distributieterrein of industrieterrein met ruwweg 40 arbeidsplaatsen per hectare, maar aanzienlijk minder dan een kantoorgebied waar in meerdere bouwlagen mensen vrij intensief werken (220 a.p./ha of meer). Daarmee kunnen we concluderen dat het Bio Science Park wat betreft ruimteintensiteit vergelijkbaar is met een gemiddelde werklocatie. Met een verdere toevoeging van wonen en voorzieningen zal de gebruiksintensiteit van het LBSP voor andere functie toenemen, en zal het gebied meer verspreid over het etmaal gebruikt gaan worden. Verbinding met de stad De verbinding tussen het Bio Science Park en de binnenstad van Leiden is op dit moment beperkt. Geluiden in de gesprekken zijn dat het park soms ‘als een eiland’ opereert. Fysiek komt dat vooral door de barrièrewerking van station Leiden Centraal en het spoor. Werknemers, studenten en bezoekers gaan naar het park voor werk, onderwijs, en vertrekken daarna weer huiswaarts. Het stationsgebied speelt dus een belangrijke rol in de verbinding met de rest van Leiden. Tegelijkertijd vergt het omvangrijke investeringen om deze barrièrewerking effectief op te heffen.

Wel kunnen aantrekkelijke looproutes vanaf het park naar de binnenstad ervoor zorgen dat mensen die werken of studeren gemakkelijker ’s avonds de stad in gaan om wat te gaan eten. Groen, duurzaamheid en biodiversiteit Het thema duurzaamheid wordt vooral toegepast bij de domeinen infrastructuur en ruimtelijke ordening. Bij vergunningverlening voor de ontwikkeling van nieuwe gebouwen worden expliciete eisen gesteld over duurzaamheid en circulariteit. Het gebouw BioPartner5, op het Oegstgeesterdeel, wordt bijvoorbeeld zoveel mogelijk volledig circulair gebouwd.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

37

4. Kosten en opbrengsten gemeente In dit hoofdstuk is de financiële betrokkenheid van de gemeente bij het LBSP beschouwd. Eerst komen de kosten en opbrengsten van het LBSP voor de gemeente aan bod. Daaropvolgend beschrijven we de betrokkenheid van Leiden op kwalitatieve wijze en vergelijken we die met drie andere gemeenten.

4.1 Kosten en opbrengsten Op basis van gesprekken en documentatie zijn de gemeentelijke kosten en opbrengsten in relatie tot het LBSP geanalyseerd (tabel 4.1). Tabel 4.1 Kosten en opbrengsten voor Leiden gerelateerd aan LBSP, 2011-2019 Kosten Personele inzet Subsidies/bijdragen aan LBSP Ruimtelijke ontwikkeling Beheer & Onderhoud Acquisitiekosten Belastingvrijstellingen Totaal Opbrengsten OZB Toeristenbelasting Precario-opbrengsten Grondverkoop en -verhuur Vergoedingen/subsidies van derden Totaal Saldo kosten en opbrengsten 2011-2019

in miljoen € 6,3 6,3 11,4 9,5 0,8 34,3 in miljoen € 58,1 3,2 1.2 10,7 1,6 74,8 € 40,5 miljoen

Aandeel 18% 18% 33% 28% 2%

Aandeel 78% 4% 2% 14% 2%

Bron: Decisio, op basis van cijfers gemeente Leiden Werkwijze analyse financiële kosten en opbrengsten Met behulp van bureaustudie en gesprekken met betrokkenen van de gemeente is informatie over gemeentelijke kosten en opbrengsten verzameld en vervolgens geanalyseerd en gecategoriseerd. De ambtelijke betrokkenen hebben hiervoor tal van documenten en cijfers aangeleverd: jaarstukken, raadsbesluiten, projectrapportages, masterplannen, financiële overzichten. De geleverde informatie betrof de kosten (personele inzet, subsidiebijdrage, infrastructuur, etc.) en opbrengsten (OZB-opbrengsten, vergoedingen en subsidies van derden etc.). Voor de volledigheid en ter controle zijn de jaarstukken van de gemeente Leiden nagelopen, waarna de uitkomsten van de analyse op volledigheid en juistheid aan de betrokkenen zijn voorgelegd.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

38

Kosten De kosten zijn onderverdeeld naar personele inzet, subsidies/bijdragen aan LSBP/acquisitiekosten, infrastructuur en openbare ruimte en belastingvrijstelling. Onderstaand is een toelichting gegeven op de soorten gemaakte kosten en komen concrete voorbeelden van (investerings)kosten ter sprake. We beginnen met een totaaloverzicht van de gemeentelijke kosten in de periode 2011-2019:

Tabel 4.2 Kosten per categorie en per jaar (x 1.000) 2011-2019 Kosten (in €)

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Personele inzet

280

300

480

530

780

730

950 1.080 1.130

330

460

640 1.720 2.000

280

170

220

450

450

450

7.790

450

450

450

450

960

990

1.020 1.050 1.070

Acquisitiekosten

-

30

30

30

30

30

50

450

120

Belastingvrijstellingen

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Subsidies/bijdragen aan LBSP Ruimtelijke ontwikkeling* Beheer & Onderhoud

Totaal

2.020 2.230

450

450

9.960 3.780 4.330

2018

2019

1.070 1.090 1.120 1.160

2.560 2.710 3.320 3.310

Bron: Gemeente Leiden, gesprekken, bewerking Decisio * Met uitzondering van project OBSP/Plesmanlaan, zijn de uitvoeringskosten voor ruimtelijke ontwikkelingen evenredig verdeeld over de periode 2011-2019.

Personele inzet De gemeente Leiden heeft door de jaren heen personeel ingezet ten behoeve van planvorming voor Leiden Bio Science Park. Het gaat bijvoorbeeld om onderzoeken naar de noodzaak van een nieuw masterplan en bestemmingsplan voor het LBSP en voor het ontwerp van infrastructuur (Ontsluiting Bio Science Park). Van de gemeente Leiden zijn bij de planvorming onder meer stads- en verkeersingenieurs, procesmanagers en beleidsmedewerkers van meerdere afdelingen betrokken. De jaarlijkse kosten voor de inzet van personeel lopen in de tijd op: van € 280 duizend naar meer dan een € 1 miljoen in 2019. De belangrijkste verklaring hiervoor ligt in toenemende inspanningen van de gemeente Leiden in het gebied, waaronder de doorontwikkeling van LBSP naar een innovation district. Het gaat dus om kosten voor interne plankosten, onderzoeken en de projectorganisatie. In de periode 2011-2019 bedraagt de totale gemeentelijke inzet € 6,3 miljoen.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

39

Subsidies/bijdragen aan LBSP De gemeente Leiden steunt een aantal samenwerkingsverbanden op Leiden Bio Science Park, zoals de Ondernemersvereniging Bio Science Park (OV.BSP), Leiden Bio Science Park foundation en de recent opgericht Parkorganisatie Leiden BioScience Park. Daarnaast is de gemeente betrokken bij Medical Delta; een samenwerkingsverband dat werkt aan technologische oplossingen voor duurzame zorg. InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Zuid-Holland, is tot slot ook partner van de gemeente Leiden en wordt ingezet voor de acquisitie en business development op het LBSP (voor 2014 werd deze rol opgepakt door de NFIA). De financiële bijdrage van de gemeente Leiden aan de verschillende samenwerkingen en organisaties bedraagt € 4,2 miljoen in de periode van 20112019 (zie tabel 4.3).

Tabel 4.3 Financiële bijdrage aan (in €) aan samenwerkingsverbanden in de periode 2011-2019 Samenwerkingsverband Stichting Parkorganisatie (2019) OV.BSP Bio Science Park foundation (2011 – 2017) Medical Delta Innovation Quarter/NFIA* REGMED/LUMC Overig Programma Kennisintensieve bedrijvigheid41

In € 280.000 110.000 1.340.000 190.000 990.000 610.000 630.000

Bron: Gemeente Leiden, bewerking Decisio * Dit is de volledige bijdrage van gemeente Leiden aan IQ. Hiervan is een derde specifiek toe te schrijven als acquisitiekosten aan het LBSP. InnovationQuarter In de periode 2011-2019 heeft de gemeente Leiden bijna € 1 miljoen afgedragen aan de NFIA (tot 2014) en InnovationQuarter (IQ) (na 2014). Uit de gesprekken blijkt dat een derde daarvan is toe te schrijven aan het LBSP. Vanaf 2019 draagt Leiden jaarlijks € 185 duizend bij aan de exploitatie van IQ, waarvan € 50 duizend expliciet bestemd is voor het LBSP.

Verder heeft de gemeente meerdere initiatieven en projecten financieel ondersteund. Zo heeft de gemeente in 2014 een subsidie (€ 500 duizend) verstrekt aan Stichting Bio Partner om BioPartner 4, een verzamelgebouw, gereed te maken. Een ander voorbeeld is financiële ondersteuning van de gemeente voor de 41 O.m. subsidies ten behoeve van Stichting Science Meets Business Leiden, Stichting

Hogeschool Leiden, Universiteit Leiden, Stichting Kennisalliantie Zuid-Holland, Stichting Science Café Leiden, etc.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

40

uitbreiding van de LiS (€ 340 duizend). Daarnaast heeft de gemeente eenmalig bijgedragen aan de oprichting van Biotech Training Facility en Proeftuin Zorg en Welzijn, respectievelijk € 450 duizend en € 465 duizend. Tot slot, als onderdeel van de grondverkoop aan Naturalis voor de nieuwbouw, een miljoen euro geschonken. In totaal gaat het om incidentele bijdragen die optellen tot € 3,1 miljoen verspreid over de periode 2011-2019. Bovenstaande is niet uitputtend, maar toont de brede betrokkenheid van de gemeente Leiden. In de periode 2011-2019 is de totale financiële bijdrage aan samenwerkingsverbanden (exclusief bijdrage aan IQ), initiatieven en projecten van de gemeente Leiden € 6,3 miljoen geweest. Ruimtelijke ontwikkeling Op het LBSP is het grondeigendom verdeeld tussen Universiteit Leiden en de gemeente Leiden. Men ontwikkelt het LBSP in samenwerking met elkaar en daartoe is een exploitatieovereenkomst gesloten. De gemeente Leiden is verantwoordelijk voor de planvorming en -uitvoering van infrastructurele werken op het LBSP. Na realisatie van een infrastructuurproject, draagt de Universiteit Leiden naar rato van grondeigendom) bij aan de projectkosten. Universiteit Leiden is verantwoordelijk voor de realisatie van publieke ruimte (parken, groenvoorzieningen). Zodra dit gereed is, wordt het eigendom en beheer overgedragen aan de gemeente.

Het beheer en onderhoud komt daarmee voor rekening van de gemeente en wordt na overdracht gedekt door de OZB-inkomsten uit gerealiseerd vastgoed. Het grootste infrastructurele werk is de ongelijkvloerse kruising op de Plesmanlaan in 2013 (€ 15 miljoen na aftrek van subsidies en vergoedingen). Voor de ongelijkvloerse kruising op de Plesmanlaan is de helft van de kosten toegekend aan LBSP. Enerzijds omdat het centrum van Leiden ook profiteert van de verbeterde bereikbaarheid, anderzijds helpt het om verkeer soepel naar de N206 te geleiden 42. Daarom is de ongelijkvloerse kruising voor ongeveer € 7 miljoen op de balans gezet. In de afgelopen negen jaar zijn daarnaast de volgende plannen gerealiseerd/in realisatie: Leeuwenhoekpark, Einsteinweg en De Stal.

42 Verkeersintensiteiten voor het prognosejaar 2030 laten zien dat zeker niet meer dan een

kwart van het verkeer over de ongelijkvloerse kruising het LBSP oprijdt. De kruising is ongetwijfeld ook aangelegd om toekomstig (na 2030) verkeer goed op te kunnen vangen.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

41

Tabel 4.4 Uitvoeringskosten (in €) van diverse projecten in de periode 2011-2019 Project Leeuwenhoekpark Einsteinweg De Stal

In € 1.360.000 340.000 470.000

Bron: Gemeente Leiden, bewerking Decisio

Daarnaast maakt de gemeente ook externe plankosten in de ontwerpfase (ongeveer € 1,8 miljoen): stedenbouwkundig plannen, verkeerskundige- en milieuonderzoeken, etc. Beheer- en onderhoudskosten Verder draagt de gemeente ook de beheer- en onderhoudskosten op het LBSP, wat jaarlijks naar schatting ongeveer een miljoen euro kost. De totale B&O-kosten in de periode 20112019 is geraamd op € 9,5 miljoen. Gemeente Leiden stelt geen hogere beeldkwaliteitseisen aan de openbare ruimte op LBSP dan elders in de stad.

De kosten voor ruimtelijke ontwikkeling bedragen jaarlijks gemiddeld ruim € 1,3 miljoen in de periode 2011-2019. Dit is inclusief de uitschieter qua ruimtelijke ontwikkelkosten van 2013 (€ 7 miljoen aan de ongelijkvloerse kruising Plesmanlaan). In de periode 2011-2019 heeft de gemeente Leiden € 11,4 miljoen aan kosten gemaakt voor de voor de ruimtelijke ontwikkeling van LBSP. In diezelfde periode besteedde de gemeente Leiden € 9,5 miljoen aan beheer en onderhoud. Na 2019 is sprake van een nieuwe uitschieter in ruimtelijke ontwikkelkosten: de kosten van de aanleg van de centrale infrastructuur van € 9,8 miljoen. Indien de onderzoeksperiode langer zou zijn (2011-2020; en deze kosten ook daadwerkelijk in 2020 worden uitgegeven), dan nemen de gemiddelde jaarlijkse kosten voor ruimtelijke ontwikkeling toe met € 1 miljoen tot € 2,3 miljoen in de periode 20112020. Acquisitiekosten De gemeente Leiden heeft in de periode 2011-2019 kosten gemaakt ten behoeve van acquisitie. De acquisitie van bedrijven en instellingen is door de gemeente Leiden uitbesteed aan IQ. Naar schatting is een derde van de € 990 duizend aangewend voor acquisitie ten behoeve van LBSP. Daarnaast heeft de gemeente Leiden andere financiële inspanningen verricht om bepaalde instellingen aan te trekken. Zo krijgt SRON een meerjarige tegemoetkoming in de huisvestingslasten ter compensatie van de erfpachtcanon.

Een ander voorbeeld is de tegemoetkoming (€ 410 duizend) bij de verhuizing van TNO naar het LBSP en daarmee heeft de gemeente deels de Accelerator Mass Spectrometer bekostigd.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

42

Naast deze vorm van steun geeft de gemeente geen (directe) belastingvrijstellingen om bedrijven aan te trekken. De jaarlijkse acquisitiekosten bedragen gemiddeld € 90 duizend, in de periode 2011-2019 dus totaal € 800 duizend. Opbrengsten Opbrengsten van de gemeente uit het LBSP zijn afkomstig uit de onroerende zaakbelasting (OZB), toeristenbelasting, grond-/huuropbrengsten en vergoedingen/subsidies van derden. In het vervolg van de subparagraaf zijn de soorten opbrengsten toegelicht en komen concrete voorbeelden ter sprake. We beginnen met een totaaloverzicht van de gemeentelijke opbrengsten in de periode 2011-2019

Tabel 4.5 Opbrengsten per categorie en per jaar (x 1.000), 2011-2019 Opbrengsten (in €)

2011

2012

2013

2014

OZB

5.130 5.410

5.740

6.800 6.710

2015

2016

2017

6.470 7.250

2018

2019

7.300 7.310

Toeristenbelasting

330

340

340

350

350

360

370

370

380

Precario-opbrengsten

10

50

160

160

160

170

170

170

160

-

40

100

5.620

110

100

160

4.380

200

180

180

180

180

180

180

180

180

180

Grond/huuropbrengsten en bouwleges Vergoedingen/subsidies van derden Totaal

5.650 6.020

6.520 13.110 7.510

7.280 8.130 12.400 8.230

Bron: Gemeente Leiden, bewerking Decisio

OZB De gemeente Leiden heft jaarlijks OZB. De totale opbrengsten van OZB op het Leiden Bio Science Park is jaarlijks gegroeid sinds 2012: van € 5,7 miljoen tot € 7,5 miljoen in 2018. In de periode van 2012 tot en met 2018 groeide de totale OZBopbrengst jaarlijks met 3,9 procent. De opbrengsten uit de OZB zijn echter niet volledig voor de gemeente. In 2005 is het Ondernemersfonds Leiden 43 opgericht, toen is afgesproken dat 5,3 procent van de opbrengsten terugvloeit en ten goede komt aan de bedrijvigheid op het LBSP. Derhalve komt ongeveer 95 procent van de totale OZB-opbrengsten bij de gemeente Leiden terecht. In de periode 2011-2019 was de financiële OZB-opbrengst voor de gemeente € 58 miljoen. 43 Het Ondernemersfonds is bedoeld om de collectieve bestedingen van ondernemers in de

gemeente Leiden te financieren door een additionele collectieve heffing van 5,3% op de OZB niet-woningen.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

43

De jaarlijkse groei is gebaseerd op de gerealiseerde OZB-opbrengsten tussen 2012 en 2018. Voor 2019 is alleen informatie beschikbaar over de geraamde OZBopbrengsten. De jaarlijkse groei in gemeentelijke OZB-opbrengsten tussen 2013 en 2019 is geschat op 1,5 procent (zie ook het kader op pagina 44). Onroerendezaakbelasting De totale opbrengsten voor de gemeente Leiden uit de onroerende zaakbelasting (OZB) op het Leiden Bio Science Park namen in de periode 2012 tot en met 2018 jaarlijks toe met 4,6 procent. De OZB-opbrengsten voor de gemeente Leiden als geheel groeide tussen 2012 en 2018 jaarlijks met 1,4 procent44. In totaal bracht het LBSP de gemeente Leiden om en nabij € 7,3 miljoen aan OZB-opbrengsten in 2018. Het aandeel van het LBSP in de totale OZBopbrengsten is door de jaren gegroeid van 12,5 procent in 2012 tot 15,4 procent in 2018, vanwege de snellere jaarlijkse groeivoet van het LBSP. Figuur 4.6 Aandeel van de OZB-opbrengsten op het LBSP in de totale gemeentelijke OZBopbrengsten. € 60.000.000 € 50.000.000 € 40.000.000 € 30.000.000 € 20.000.000 € 10.000.000 €2012

2013

2014

LBSP

2015

2016

2017

2018

2019*

Gemeente Leiden

* geschatte OZB-opbrengst. Bron: Gemeente Leiden, bewerking Decisio Het Leiden Bio Science Park levert jaarlijks absoluut en relatief dus een steeds grotere bijdrage aan de gemeentelijke OZB-opbrengsten. Het LSBP levert per hectare daarnaast meer OZB-opbrengsten. Bovendien stijgt dit sneller dan de opbrengsten per hectare voor 44 De jaarlijkse groei is gebaseerd op de gerealiseerde OZB-opbrengsten tussen 2012 en

2018. Voor 2019 is alleen informatie beschikbaar over de geraamde OZB-opbrengsten. De jaarlijkse groei in gemeentelijke OZB-opbrengsten tussen 2013 en 2019 is geschat op 1,5 procent.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

44

Leiden als geheel. Dit verschil is deels te verklaren doordat op LBSP veel nieuwbouw is gerealiseerd door de jaren heen. Op dit vastgoed wordt ook OZB-belasting geheven. Andere verklaring heeft betrekking op het soort vastgoed: het LBSP herbergt voor het overgrote deel commercieel vastgoed, wat doorgaans per vierkante meter meer waard is dan residentieel vastgoed. Daarnaast is het OZB-tarief voor commercieel vastgoed (0,49 procent) hoger dan voor woningen (0,14 procent). Tot slot hebben we de € 7,3 miljoen aan OZB-opbrengsten in 2018 op het LBSP in het perspectief geplaatst van de opbrengst als LBSP primair een woongebied was geweest. Bij deze berekening is de gemiddelde (WOZ-)woningwaarde, de gemiddelde Leidse adressendichtheid en het OZB-tarief gebruikt. Uitgaande van een gemiddelde WOZ-waarde van € 259 duizend euro per woning, een adressendichtheid van gemiddeld 2.539 woningen per vierkante kilometer en OZB-tarief van 0,14 procent, zou het huidige areaal van het LBSP ruim € 1,1 miljoen aan OZB opbrengen. Dat betekent dat het LBSP jaarlijks circa 6 miljoen euro meer aan OZB oplevert dan een gemiddelde woonwijk. De kostenkant van een gemiddelde woonwijk (beheer en onderhoud, wijk(her)inrichting etc.) is niet onderzocht.

Toeristenbelasting Naast OZB heft de gemeente Leiden toeristenbelasting (€ 2,50 per overnachting) op (zakelijke) overnachtingen. Van de totale opbrengst uit de toeristenbelasting, is jaarlijks ongeveer € 330 tot € 380 duizend toe te kennen aan de activiteiten (congressen, symposia, bijeenkomsten, etc.) op het LBSP. Naar schatting heeft het LBSP de gemeente in de periode 2011-2019 € 3,2 miljoen aan opbrengsten uit toeristenbelasting opgeleverd. De gemeente zet de opbrengsten uit toeristenbelasting door naar Leiden Marketing. Doel van de organisatie is het breder positioneren van Leiden: de stad van cultuur en kennis. Dit door niet alleen toerisme te omarmen, maar ook te focussen op het binnenhalen van wetenschappelijke congressen en het vestigingsklimaat van de stad. Leiden als geheel ontleent zo op indirecte wijze nut aan de opbrengsten uit toeristenbelasting. Precario-opbrengsten Gemeente Leiden heeft in de periode 2011-2019 opbrengsten uit precario (kabels en leidingen op Leids grondgebied) gegenereerd. Naar schatting heeft dit de gemeente in de periode 2011-2019 € 1,2 miljoen aan opbrengsten opgeleverd. Grondverkoop en -leges of – verhuur Gemeente Leiden heeft in de periode 2011-2019 diverse kavels op het LBSP verkocht of verhuurd. Denk hierbij aan de grondverkoop en -verhuur aan Naturalis voor de uitbreiding van het museum en de parkeervoorzieningen langs de

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

45

Mendelweg en Einsteinweg. Ook heeft gemeente Leiden huurinkomsten gehad en exploitatieovereenkomsten gesloten. In de periode 2011-2019 is de financiële opbrengst uit grondverkoop en -verhuur voor de gemeente Leiden € 10,7 miljoen geweest. Subsidies en vergoedingen De gemeente Leiden heeft voor de gemaakte plan- en uitvoeringskosten (uitgevoerde onderzoeken, beeldkwaliteits- en stedenbouwkundige plannen) vergoedingen ontvangen van derden. Het gaat om zo’n € 360 duizend verspreid over de jaren. Daarnaast heeft de gemeente vanuit het Rijk, de provincie ZuidHolland en Holland-Rijnland subsidies gekregen: € 1,2 miljoen 45. In totaal kreeg de gemeente Leiden in de periode 2011-2019 € 1,6 miljoen vergoedingen en subsidies van derden. Overzicht In de periode 2011-2019 heeft de gemeente Leiden voor € 34,3 miljoen geïnvesteerd in Leiden Bio Science Park. 60 procent van de totale investeringen heeft betrekking op de infrastructuur en openbare ruimte. Daar tegenover staan € 74,8 miljoen aan baten. Met name in de vorm van OZB-opbrengsten; bijna 80 procent. Onder aan de streep betekent dit een positief saldo van € 40,5 miljoen in de periode 2011-2019. De financiële analyse geeft een indicatie van de gemeentelijke geldstromen van en naar het LBSP, en waaruit deze is opgebouwd.

Partners van de gemeente Leiden op LBSP Behalve de gemeente Leiden, investeren de onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven ook in LBSP. Het bedrijfsleven bijvoorbeeld in huisvesting (HAL Allergy, Kadans Science Partner, Yisheng, etc.) en het universitair Vastgoedbedrijf in de kwaliteitsverbetering van openbare ruimte en de realisatie van vastgoed (Universitair Sportcentrum, Parkeergarage Ehrenfestweg en Campusplein, etc.). Daarnaast is de universiteit, samen met de provincie, (financieel) partner in de realisatie van infrastructuur. Een voorbeeld is de bijdrage van € 1 miljoen van de universiteit aan de ongelijkvloerse kruisweg Plesmanlaan.

4.2 Betrokkenheid gemeente De gemeente is betrokken bij de ontwikkeling van het Leiden Bio Science Park vanwege haar rol m.b.t. verkeer, bereikbaarheid en veiligheid. Daarnaast stuurt de gemeente aan op een optimale invulling van het gebied.

45 Dit bedrag is exclusief subsidies en vergoedingen voor de ongelijkvloerse kruising

Plesmanlaan. De kostenpost voor dit project is reeds exclusief subsidies en vergoedingen.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

46

In de mate van betrokkenheid van de gemeente Leiden kan onderscheid gemaakt worden tussen de reguliere taken die bij een lokale overheid horen, en de extra inzet van de gemeente. Reguliere taken zijn investeringen in infrastructuur, bereikbaarheid en veiligheid: zoals de verkeerskundige ingrepen aan de Plesmanlaan of het beheer en onderhoud (B&0) van infrastructuur en groenstroken. Deze reguliere taken gelden bijvoorbeeld ook voor het centrumgebied Leiden of andere wijken in de stad. Buiten deze taken pleegt de gemeente extra personele en financiële inzet in de vorm van sturing en het bij elkaar brengen van partijen en belangen, maar ook investeringen in promotie van het park en acquisitiekosten bij het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid. Kijkend naar de financiële betrokkenheid (hoofdstuk 4), beslaan de kostenposten ruimtelijke ontwikkeling en B&O zo’n 75 procent van de totale kosten van de gemeente aan het LBSP. Het grootste deel van de kosten aan het park gaat dus niet naar de extra inzet, maar besteedt de gemeente aan haar reguliere overheidstaak. In onderstaand kader wordt een korte vergelijking gemaakt met drie andere campussen in Nederland en (voor zover bekend) de betrokkenheid van de betreffende gemeente bij de campusontwikkeling. TU Delft campus/Delft De TU Delft is de grootste technologische campus van Nederland. De campus is sterk multidisciplinair.

Dat is ook direct het grootste verschil met het meer monodisciplinaire Leiden Bio Science Park. Bovendien is het LBSP een meer volwassen campus in vergelijking met de TU Delft campus: op het LBSP zijn meer grote bedrijven zoals Janssen; op de TU Delft campus gaat het om verschillende kleinere bedrijven. Net als bij het LBSP is het grootste deel van het campusterrein in handen van de universiteit. De gemeente heeft vooral een adviserende en begeleidende rol. In haar publieke rol houdt ze zich bezig met thema’s als bereikbaarheid, bestemmingsplannen en vergunningen. In aanvulling daarop heeft de gemeente ook een private rol, zoals door stimulering van de oprichting van field labs via (gedeeltelijke) financiering van een kwartiermaker. Recentelijk zijn er ook wat grotere investeringen gedaan: een incubator- en acceleratorgebouw. Dan financiert de gemeente Delft mee (evenals een privaat campusinvesteringsfonds). Delft heeft geen parkorganisatie zoals in Leiden. Wel bestaat Delft Technology Partners: deze organisatie heeft contact met de bedrijven op het park. Daarnaast heeft de gemeente tweewekelijks contact met de afdeling campusontwikkeling van de universiteit. Binnen de gemeente Delft zijn er verschillende mensen betrokken bij de ontwikkeling van de campus. Dat gaat om planologen, stedenbouwkundigen, strategische economische ontwikkeling, maar ook public affairs en lobby.

Er zijn zo’n 6 à 7 mensen ongeveer de helft

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

47

van hun tijd bezig met de campusontwikkeling. Net als bij het LBSP is de TU Delft campus een groot en belangrijk onderdeel van de stad. Bron: gesprek met beleidsmedewerker van de gemeente Delft (2020) Eindhoven/Zuidoost-Brabant De Stichting Brainport is een samenwerkingsverband van bedrijven, kennisinstellingen en overheden (‘triple helix’) in Zuidoost-Brabant. Samen werken zij onder voorzitterschap van de burgemeester van Eindhoven eraan dat de regio ‘zijn positie als toptechnologieregio behoudt en versterkt’. Stichting Brainport bepaalt de strategie van Brainport Development, een ontwikkelingsmaatschappij ter stimulering van de economie van Zuidoost-Brabant. Het jaarbudget van BD is 13,7 miljoen euro (2020). Bron: Jaaroverzicht 2019 Brainport Development, Jaarplan 2020 Brainport Development, Samenwerkingsagenda Stedelijk Gebied Eindhoven 2018-2025, Decisio De gemeente Eindhoven draagt via het regionale samenwerkingsverband MRE bij aan Brainport Development, te weten € 2,55 (2018) per inwoner, wat neerkomt op circa 583.000 euro. Ook andere regiogemeenten dragen 2,55 per inwoner af aan BD. Bron: Programmajaarverslag 2018 Metropoolregio Eindhoven Brainport Development is niet zozeer vergelijkbaar met Leiden Bio Science Park (werk (en woon-)gebied), maar eerder met InnovationQuarter dat ook een regionaal werkende ontwikkelingsmaatschappij is, in het geval IQ voor Zuid-Holland.

IQ wordt wel ingeschakeld voor business development (waarvoor de gemeente jaarlijks 50.000 euro aan IQ betaalt) op het LBSP en participeert in een aantal daar gevestigde bedrijven. De gemeente Leiden draagt jaarlijks 185.000 euro bij aan de algemene exploitatie van IQ (inclusief 50.000 euro voor businessdevelopment LBSP) en is aandeelhouder van IQ (2 miljoen euro) en van UNIIQ (1 miljoen euro). De Universiteit Leiden draagt ook bij aan de exploitatiekosten van IQ (50.000 euro), LUMC is aandeelhouder (€ 500.000,-). De exploitatiebijdrage van Delft is bijvoorbeeld 200.000 euro per jaar, die van Den Haag 400.000 euro en die van Westland, Zoetermeer en de regio Drechtsteden elk 100.000 euro. Bron: Jaarverslag IQ 2019, gesprekken, Decisio HealthTech Campus/Rotterdam De gemeente Rotterdam huisvest ongeveer 400 LSH-bedrijven en organisaties. Daarmee heeft het een marktaandeel van 10 procent in Nederland. Rotterdam biedt naast het Erasmus Medisch Centrum een aantal faciliteiten voor het LSH-cluster: een ‘hub’ en een deellaboratorium. Op basis van gesprekken zet de gemeente Rotterdam vier ambtenaren in die zich met LSH bezighouden. Recent kondigden de TU Delft en de Erasmus Universiteit en academisch ziekenhuis een samenwerkingsverband aan. Naast het voormalig onderkomen van het Erasmus MC ontwikkelt men de HealthTech Campus.

Mogelijk neemt de gemeentelijke betrokkenheid toe met de omvang van het LSH-cluster in Rotterdam. Bron: gesprekken met betrokkenen, LS&H010

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

48

5. Betrokkenheid en rol gemeenteraad In dit hoofdstuk gaan we in op de rol van de gemeenteraad bij het Leiden Bio Science Park. Het LBSP is een belangrijk thema in de Leidse politiek, waarover de raad en het college regelmatig van gedachten wisselen. De vragen die we in dit hoofdstuk behandelen zijn: ▪

Hoe verloopt de informatievoorziening over het LBSP aan de raad? Welke onderwerpen zijn in de raad besproken?

▪

Hoe heeft de raad zijn kaderstellende, controlerende en vertegenwoordigende rol ingevuld?

▪

Wat zijn de beïnvloedingsmogelijkheden van de raad? Hoe wordt bij de beleidsbepaling rekening gehouden met de voor- en nadelen? Welke afweging vindt daarbij plaats?

▪

Wat heeft de inzet van de gemeente betekend voor het LBSP?

5.1 Besproken dossiers/onderwerpen in relatie tot LBSP We hebben ons voor dit hoofdstuk gebaseerd op negen gesprekken met raadsleden en twee gesprekken met voormalige raadsleden. Daarnaast hebben we door de gemeente en rekenkamercommissie aangeleverde raadstukken beschouwd en een eigen scan gedaan van het Politiek Portaal. Aan de hand van de besprekingen van de volgende selectie dossiers en onderwerpen in de periode 2014-2019 hebben we geïnventariseerd hoe de raad is geïnformeerd en hoe hij zijn verschillende rollen heeft ingevuld46: ▪

Programma economie en toerisme (2014).

▪

Bestemmingsplan Ontsluiting Leiden Bio Science Park (2015).

▪

Discussie veranderende rol gemeente bij LBSP en Biotech Training Facility (2015, 2019).

▪

Subsidie Stichting LBSP Foundation (2016).

▪

Grondaankoop SRON (2016).

▪

Discussie over adviesrapport Biodiversiteit (2019).

▪

Deelname gemeente aan Stichting LBSP (2019).

Hiernavolgend gaan we kort op elk van deze onderwerpen in.

46 De raad is vaker geïnformeerd, zoals bij het Masterplan, begrotingen en jaarrekeningen. In

dit onderzoek kijken we voor de rol van de raad naar selecties en dossiers van de zeven bovenstaande onderwerpen.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

49

Programma economie en toerisme In november 2014 wordt in het kader van het programma economie en toerisme gediscussieerd over het LBSP. Het belang van het LBSP wordt onderkend, maar de raad spreekt de zorg uit dat er wel erg veel beleidsgeld en -aandacht gaat naar de kenniseconomie en het LBSP. Zo wordt onder andere besloten voor 500.000 euro subsidie voor aanpassing van het Biopartner 4-gebouw voor huisvesting van kennisintensieve bedrijvigheid. De wethouder doet daarop de toezegging om te verkennen of de focus ook bij andere ondernemersactiviteiten kan worden gelegd. Vervolgens komt het aspect duurzaamheid op het Leiden Bio Science Park aan de orde. In juli 2014 had de raad al het besluit genomen dat de gemeente zich moet inspannen om bedrijven aan te trekken die alternatieven voor dierproeven ontwikkelen.

“Het is een complex dossier, maak het inzichtelijk” Gemeenteraadslid Leiden Bestemmingsplan ‘Leiden Bio Science Park en station’ (2014) De raad stelt begin 2014 het conserverende bestemmingsplan ‘Leiden Bio Science Park en station’ vast. In het plan staan doelen en randvoorwaarden, zoals een strikt toelatingsbeleid en dat het gebied geschikt wordt gemaakt om te wonen, te werken en te recreëren. Voor de verdere stedenbouwkundige ontwikkeling wordt gekozen voor het ‘beeldmerk van de Hollandse campus’; het landschap (en het groen) is daarin leidend. Het Stedenbouwkundig Masterplan De Hollandse Campus met de bijbehorende exploitatieovereenkomst had de raad al in 2009 vastgesteld. Als doelen worden geformuleerd: ▪

Behouden en versterken van het kenniscluster in Leiden door meer ruimte te creëren voor kennisintensieve bedrijvigheid.

▪

Ontwerpen en realiseren van een hoogwaardig stedelijk gebied met functiemenging, een goede weginfrastructuur, openbaar vervoer, groen en water.

▪

Clusteren en moderniseren van de universitaire huisvesting.

In september 2014 neemt de raad het besluit om geen detailhandel toe te staan in het Boerhaavegebied. Het stond abusievelijk ruim in het bestemmingsplan, maar is in strijd met het detailhandelsbeleid.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

50

Verkoop kavel X aan partij X Eind 2014 komt de verkoop van de kavel X aan partij X47 in de gemeenteraad. De prijs (6 miljoen euro) wordt verminderd met een bijdrage van 1 miljoen euro, waarmee de netto grondopbrengst op 5 miljoen euro uitkomt. Ontsluiting Bio Science Park In de raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling dd. 5 februari 2015 wordt het ontwerpbestemmingsplan ‘Ontsluiting Bio Science Park’ besproken. In de raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid is al eerder gesproken over het kaderbesluit en het uitvoeringsbesluit. In de commissie staat men achter de plannen die zullen bijdragen aan oplossing van de verkeersknelpunten in LeidenWest en aan een betere bereikbaarheid van het Bio Science Park. Een week later stelt de raad het dan ook - met een aantal wijzigingen - vast. In juni 2015 worden bij het mobiliteitsplan randvoorwaarden meegegeven voor de OV-ontsluiting en de fietsroutes tussen LBSP en binnenstad. Veranderende rol gemeente bij Leiden Bio Science Park en Biotech Training Facility In november 2015 stuurt het college een brief aan de gemeenteraad over de veranderende rol van de gemeente bij het Leiden Bio Science Park en de Biotech Training Facility en stelt de raad in de gelegenheid om zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Het college wil € 400.000 lenen aan de Biotech Training Facility. Het LUMC en de universiteit stellen ook een lening beschikbaar.

Inhoudelijke bedenkingen vanuit de raad zijn dat het verstrekken van een hypothecaire lening geen taak van de gemeente is en dat het financiële risico dat de gemeente loopt bij het verstrekken van de hypothecaire lening te groot is. Wensen zijn om nogmaals te onderzoeken of een bank de lening wil verstrekken met een gemeentegarantie vanuit Leiden en om in overleg te gaan met private partners / belanghebbenden om te onderzoeken of er bereidheid is tot het verstrekken van de lening, eventueel met een gemeentegarantie. In de raadsvergadering van 11 februari 2016 wordt uitgebreid stilgestaan bij het collegevoorstel om een lening te verstrekken. Er wordt een motie van afkeuring ingediend die wordt verworpen. In december 2019 wordt besloten voor een garantiestelling van 257.000 euro aan de Biotech Training Facility. Een aantal voor onderhavig onderzoek geïnterviewde raadsleden ervaart dat ze voor het blok worden gezet door het late moment dat het voorstel voor een lening aan de Biotech Training Facility in de raad wordt gebracht - een maand voor de beoogde vestiging - en het argument dat anderen ook mee-investeren. Dit speelde 47 Vanwege vertrouwelijkheid en de concurrentiepositie zijn deze namen geanonimiseerd.

ONDERZOEK LEIDEN BIO SCIENCE PARK; RAPPORTAGE 28 SEPTEMBER 2020

51

volgende deze geïnterviewden ook bij de vestiging van andere organisaties in het gebied. Zie ook volgende punt (grondaankoop SRON). Grondaankoop SRON (2018 - 2019) In de raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling van 8 februari 2018 wordt de grondaankoop van SRON besproken. Om de hoofdvestiging van Netherlands Institute for Space Research (SRON) op de Sciencecampus op het Leiden Bio Science Park te krijgen kocht de gemeente grond aan van de Universiteit Leiden. Het College stelt: “De grond wordt in erfpacht aan SRON uitgegeven en SRON krijgt een meerjarige tegemoetkoming in de huisvestingslasten ter compensatie van de erfpachtcanon. De komst van SRON naar de kennisstad Leiden zal de wereldwijde positie van de universiteit Leiden en het space cluster in Zuid-Holland versterken en werkgelegenheid bieden.”48 De discussie gaat over (rente)risico’s, dekking van de middelen, of Leidenaren en lager opgeleiden er ook van gaan profiteren, stageplekken en duur van de tegemoetkoming aan SRON. Ook wordt de vraag gesteld wat de indirecte werkgelegenheidseffecten zijn van SRON (bij toeleveranciers). Daar wordt op dat moment niet op ingegaan omdat dat een technische vraag is die vooraf gesteld had moeten worden. Ook het proces komt aan de orde, waarop de wethouder zegt: “Spreker voelt de druk bij dit soort dossiers waar de raad snel over moet besluiten. Het college handelt ondernemend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9249426/1