CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderbouwing mw Roos wetsovertredingen door College van BW Leiden mbt traject en besluitvorming Transitievisie Warmte Leiden 23-2-2022 DEF

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 24 februari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijdragen van insprekers8.877 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pagina 1 van 20

Onderbouwing wetsovertredingen door College van B&W Leiden m.b.t. traject en besluitvorming Transitievisie Warmte Leiden Inleiding: Naar aanleiding van mijn inspraak in de Commissie Stedelijke Ontwikkeling op 8 februari 2022 heeft de Commissie mij gevraagd om voorbeelden van wetsovertredingen van het College. Dat heb ik toegezegd en dat heeft in deze onderbouwing geresulteerd. De korte onderbouwing heb ik tijdens mijn inspraak vermeld. Een afschrift daarvan staat als bijlage op de site bij de vergadering van 8 februari 2022 van de Commissie. Mijn eerdere inspraak is van 25 nov 2021 en is door het College behandeld in bijlage 3 Inspraaknota 22.0024 onder inspreker 19. De belangrijkste wetsovertredingen: Uit I. College heeft vooringenomen standpunt: alleen warmtenetten als

systeemkeuze: Het elke keer laten (her)bevestigen van de systeemkeuze voor WLQ+ zonder alle opties/scenario’s gedegen te hebben doorgerekend is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, art. 3:2 Awb, dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden én nemen door zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, het motiveringsbeginsel, art. 3:46 Awb, dat zegt dat de overheid haar besluiten feitelijk juist, logisch, en begrijpelijk moet motiveren en het fair-play-beginsel, art. 2:4 Awb, dat zegt dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid of partijdigheid. Het resultaat van het bovenstaande is dat ook het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden, omdat de burgers nu niet weten waar ze aan toe zijn. Uit III. College heeft geen verantwoordelijkheid voor de gemaakte

systeemkeuze : Hoe kan het College wél een systeemkeuze maken terwijl zij daarna aangeeft dat het College niét gaat over de eigen toetsingscriteria die bij die systeemkeuze horen? Als het College niet zélf iets heeft te zeggen over betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam, maar derden zijn daarvoor verantwoordelijk, dan kan het College ook geen besluit nemen over de systeemkeuze. Als het College nu de herbevestiging van de systeemkeuze voor het multi-bronnenscenario met WLQ+ doorzet, handelt het College in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, dat zegt dat de overheid haar besluiten zó moet formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is. Daar kan het College niet aan voldoen omdat zij betaalbaarheid, leveringszekerheid noch duurzaamheid kan garanderen. Als het College nu de herbevestiging van de systeemkeuze voor het multi-bronnenscenario met WLQ+ doorzet, handelt zij daarmee in strijd met het legaliteitsbeginsel, dat zegt dat er geen bevoegdheid is zonder grondslag in wet of Grondwet. Het College is immers geen partij bij afspraken tussen burgers en private organisaties. Hier bestaat jurisprudentie over. Het College gaat dus ook niet over het werven van klanten om zo de concrete vraag naar warmte 23-2-2022 versie 4

Pagina 2 van 20 uit het warmtenet te vergroten, zoals is afgesproken in raadsbesluit ‘Handelingsperspectief Energietransitie’ 20.0032 uit 2020 bij punt 3.a.ii: “de aanleg van een regionale warmtetransportleiding te bevorderen door in Leiden, en waar mogelijk in samenwerking met de andere gemeenten uit de Leidse regio, in samenwerking met lokale partners, in te zetten op het vergroten van een concrete vraag naar warmte uit het warmtenet.” De enige mogelijkheid om zowel aan het legaliteitsbeginsel als het rechtszekerheidsbeginsel te kunnen voldoen is als de gemeente eigenaar zou zijn van de gehele keten vanaf de energie-omzetting in de Rijnmond tot aan de inwoners van Leiden. 19M uit bijlage 3 Inspraaknota 22.0024: “Is de gemeente Leiden voornemens om een gemeentelijk warmtebedrijf op te richten?” Antwoord gemeente: “Nee. Er vindt enkel regionale samenwerking plaats op het vlak van de warmtetransitie. Er is nergens in de raadsstukken gesteld dat er een zelfstandig energiebedrijf wordt opgezet. Er is geen zelfstandig rechtspersoon opgericht dat rechten en plichten zou kunnen scheppen en geen daartoe strekkende bevoegdheden gemandateerd of overgedragen”.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met enkele artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht, de Awb: 1. het zorgvuldigheidsbeginsel, dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen door een correcte behandeling van de burger en het zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen (art. 3:2 Awb). 2. het motiveringsbeginsel, dat zegt dat de overheid haar besluiten goed moet motiveren: de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn (art. 3:46 Awb). 3. het rechtszekerheidsbeginsel, dat zegt dat de overheid haar besluiten zó moet formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. Bovendien moet de overheid de geldende rechtsregels juist en consequent toepassen. 4. het fair-play-beginsel, dat zorgt voor een eerlijke behandeling van een besluit. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid of partijdigheid (Art 2:4 Awb). 5. het legaliteitsbeginsel, dat zegt dat er geen bevoegdheid is zonder grondslag in wet of Grondwet. De overheid mag geen zaken regelen die niet binnen haar bevoegdheid liggen of die willekeur oproepen. Verder moet de overheid, dus ook het College, zich houden aan de voorwaarde uit de EU richtlijn1 dat burgers goed voorgelicht moeten worden over de energietransitie 1 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX%3A32018L2001&from=EN

RICHTLIJN (EU) 2018/2001 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (Voor de EER relevante tekst) blz. 5 punt (28)

Marja Roos Leiden 22-02-2022 23-2-2022 versie 4

Pagina 3 van 20

I. College heeft vooringenomen standpunt: alleen warmtenetten als systeemkeuze Het College legt u een besluit voor, dat wederom gestoeld is op één systeemoplossing, namelijk een warmtering rond Leiden, gevoed door Warmtelinq+ door met name de afvalverbrandingsinstallatie AVR uit Rotterdam. Vanaf het begin van de Warmtevisie in 2016 vindt er continue (her)bevestiging van een keuze vooreen warmtenet plaats zonder gedegen onderbouwing.

1 Vanaf begin van de Warmtevisie in 2016 vindt er continue (her)bevestiging van een keuze voor warmtenet/WLQ+ plaats zonder gedegen onderbouwing. 22.0024 Raadsvoorstel: “1 de kaders in de Warmtevisie (2017), Handelingsperspectief (2020), de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland 1.0 (2021) en de Samenwerking warmtetransitie Leidse regio en restwarmte via WarmtelinQ+ (2021) te (her)bevestigen (zoals weergegeven in Bijlage 2), waaronder de volgende kaders: a) het inzetten op een diversiteit van mogelijke bronnen zoals restwarmte via WLQ+, geothermie uit de regio, decentrale warmtebronnen zoals aquathermie en met een transitierol voor de huidige Uniper-centrale (vanaf nu een multi-bronnenstrategie genoemd); b) met deze strategie te komen tot een robuuste, toekomstig bestendige warmte-infrastructuur voor Leiden;” De systeemoplossing Warmtelinq+ wordt verkocht als zijnde de beste oplossing voortgekomen uit het FAKTON-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’, definitief eindrapport versie 21-5-2021, waarin slechts 5 scenario’s worden ‘verkend‘ en waarvan 3 van die scenario’s warmtenetten betreft en waarbij in 2 van de 3 scenario’s WLQ+ betrokken is. Op het rapport is heel wat aan te merken, zie hieronder onder punt 3.

Het College schrijft in haar antwoord op 19D uit bijlage 3: “Bovendien is het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ een belangrijke bouwsteen voor de Transitievisie Warmte…” Echter: in 2017 was dit rapport er nog niet en was de inzet van het College ook al geheel op warmtenetten: in het raadsbesluit 17.0072 van 2017 staat: “1b) We moeten samen uitvoeren. Door met belangrijke partners in de Leidse warmteketen samen te werken kunnen we de benodigde schaal maken;” In bijlage 4 van het voorliggende raadsvoorstel 22.0024 schrijft het College zelf onder punt 2.3 eerste item: “Er is kritiek op de gemeente waarom het ene scenario wel en het andere niet is of wordt doorgerekend.” Het elke keer laten (her)bevestigen van de systeemkeuze voor WLQ+ zonder alle opties/scenario’s gedegen te hebben doorgerekend is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, art. 3:2 Awb, dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden én nemen door zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, het motiveringsbeginsel, art. 3:46 Awb, dat zegt dat de overheid haar besluiten feitelijk juist, logisch, en begrijpelijk moet motiveren en het fair-play-beginsel, art. 2:4 Awb, dat zegt dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid of partijdigheid.

Het resultaat van het bovenstaande is dat ook het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden, omdat de burgers nu niet weten waar ze aan toe zijn: onzorgvuldig besluit kan onderuitgehaald worden dus is er geen rechtszekerheid. 23-2-2022 versie 4

Pagina 4 van 20 2

Opdracht aan FACTON selectief

De systeemoplossing Warmtelinq+ wordt verkocht als zijnde de beste oplossing, voortgekomen uit het FAKTON-rapport “toekomstig energiesyteem Leiden’, definitief eindrapport versie 21-5-2021. Uit het antwoord College op 19D uit bijlage 3: “Bovendien is het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ een belangrijke bouwsteen voor de Transitievisie Warmte…” Maar wat was de opdracht aan FAKTON? Op sheet 12 van het FAKTON-rapport lezen we: “De vraag van de gemeente Leiden is tweeledig: • Biedt ondersteuning en advisering op ambtelijk en bestuurlijk niveau, op de onderwerpen: a) richten van de onderhandelingen voor de benutting van WLQ+, b) het richten en inrichten van de gemeentelijke rol in de warmtetransitie en c) het inrichten van regionale samenwerking met de omliggende gemeenten; • Breng de energiescenario’s voor 2050 in kaart en bepaal de routekaart voor deze scenario’s.” Het richten van de onderhandelingen van de benutting van WLQ+ laat zien dat het College nog voor de doorrekening van de scenario’s heeft plaatsgevonden, reeds inzet op WLQ+. Dit is in strijd met het fair-play-beginsel, dat zegt dat het bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid of partijdigheid moet vervullen. Omdat er op die manier geen goede afweging gemaakt kan worden, is het sturen van de opdracht ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.

3

FAKTON-rapport inhoudelijk

A

Berekeningen a) De doorberekeningen van de scenario’s in dit rapport zijn niet na te rekenen of te controleren. De berekeningsmethodiek is één grote black box. b) FAKTON blz. 45: “De hierna gepresenteerde uitgangspunten zijn gehanteerd bij de eerste doorrekening van het model”, waarbij de woorden ‘eerste doorrekening’ door FAKTON groot, vet en onderstreept gemaakt zijn. Ik zie géén foutenmarges of bandbreedtes. c) Het model is nog niet klaar: FAKTON geeft haar visie aan op blz. 12: “Om de energiescenario’s in beeld te brengen is een dynamisch rekenmodel nodig, dat het hele energiesysteem beslaat. De bouw van dit model vraagt een iteratief proces om alternatieven te verkennen en te evalueren; Een iteratief proces vraagt vele malen doorrekenen om tot een zo goed mogelijk resultaat te bereiken. Kennelijk zijn die doorrekeningen niet gemaakt of zijn ze wel gemaakt en zijn de uitgangspunten (zie onder b)) veranderd na de eerste doorrekening? FAKTON zegt verder op blz. 12: “De advisering over strategische beslissingen kan niet wachten tot het model klaar is, dus in plaats van een sequentieel adviestraject, richten we een parallel traject in. Op basis van prioriteit en voortschrijdend inzicht boeken we progressie.”

23-2-2022 versie 4

Pagina 5 van 20

Gezien het onder bovengenoemde punten a, b en c is het niet realistisch en tevens voorbarig om de multi-bronnenstrategie met WLQ+ als beste uitkomst te presenteren. Dat het College dit toch doet, is in strijd met • het zorgvuldigheidsbeginsel dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden én nemen door zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, • het motiveringsbeginsel dat zegt dat de overheid haar besluiten feitelijk juist, logisch, en begrijpelijk moet motiveren • het fair-play-beginsel, dat zegt dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid of partijdigheid

B

Betaalbaarheid is in werkelijkheid een kostenoverzicht FAKTON Blz. 30: “De betaalbaarheid van de transitie vergroten vraagt om het spreiden van kosten. Dit betekent bijvoorbeeld een ontkoppeling in fasering van uitrol warmtenetten en snelheid van isoleren;” En blz. 46: “De betaalbaarheid voor de eindgebruiker is bepaald door de systeemkosten terug te rekenen naar kosten per GJ afgenomen energie. Hierin zijn zowel de keteninvesteringen als tarieven meegenomen. Voor de tarieven zijn de maximum ACM-tarieven gehanteerd, prijspeil heden. Inzichten uit bestaande businesscases zijn gehanteerd om de keteninvesteringen om te rekenen naar kosten per GJ.” De kop zou beter kunnen zijn: Kosten voor de burger per GJ afgenomen energie. Het toerekenen van de kosten per GJ is het inzichtelijk maken van de kosten voor de burger, het spreiden gaat kosten verdelen over de tijd, maar beiden zeggen niets over de betaalbaarheid hiervan voor de burger. Het College heeft betaalbaarheid nog niet gedefinieerd/gekwantificeerd. Uit de uitkomsten van FAKTON is niet duidelijk geworden wat nog betaalbaar is voor de burger, alleen wat hij zou moeten betalen. Het is dus misleidend om kosten als betaalbaar op te voeren.

Als het College dit toch doet, handelt zij in strijd met • het zorgvuldigheidsbeginsel dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden én nemen door een correcte behandeling van de burger en het zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, • het motiveringsbeginsel dat zegt dat de overheid haar besluiten feitelijk juist, logisch, en begrijpelijk moet motiveren • het rechtszekerheidsbeginsel dat zegt dat de overheid haar besluiten zó moet formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is.

23-2-2022 versie 4

Pagina 6 van 20 C

gegevens waarmee gerekend wordt zijn niet bekend a) FAKTON blz. 30 m.b.t. betaalbaarheid voor de burger “……..Inzichten uit bestaande businesscases zijn gehanteerd om de keteninvesteringen om te rekenen naar kosten per GJ “ Nergens in het FAKTON-rapport zijn deze inzichten te vinden. b) Blz. 48: “Energiebronnen - Informatie met betrekking tot energiebronnen zijn gebaseerd op informatie uit de regio en gesprekken met de ontwikkelende partijen. Dit betreft o.a. de RES, Dunea, Alliander, Vattenfall en geothermiepartijen.” Er is dus geen informatie beschikbaar in het FAKTON rapport over de dimensionering van de Warmtelinq+. Hoe verhouden zich bijvoorbeeld de aansluitwaarden in kW die Gasunie voor WLQ+ gebruikt t.o.v. de door FAKTON op blz. 50 gebruikte kWh/m² GBO? FAKTON: “HT woningen kennen een warmtevraag van meer dan 110 kWh/m² GBO, MT woningen een warmtevraag van tussen de 110 en 75 kWh/m² GBO en LT woningen een warmtevraag van minder dan 75 kWh/m² GBO.” Zijn en hoé zijn de benodigde Warmteoverdrachtsstations (WOS) en Hulpwarmtecentrales (HWC) meegenomen? Hoe zijn de verliezen in transportnet en distributienet meegenomen? Enz. c) Blz.

49: “Uitgangspunten – Technische aspecten systeem - De conversie van warmtevraag gebeurt op basis van natuurkundige constanten en kenmerken van de specifieke systemen.” Nergens in het FAKTON-rapport wordt vermeld wat die specifieke systemen zijn en wat de kenmerken van de specifieke systemen zijn. Er is geen controle op de berekeningen mogelijk. Daardoor is het niet realistisch en voorbarig om de multibronnen-strategie met WLQ+ als beste uitkomst te presenteren. Dat het College dit toch doet, is in strijd met • het zorgvuldigheidsbeginsel dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden én nemen door zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, • het motiveringsbeginsel dat zegt dat de overheid haar besluiten feitelijk juist, logisch, en begrijpelijk moet motiveren • het fair-play-beginsel, dat zegt dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid of partijdigheid

23-2-2022 versie 4

Pagina 7 van 20 D

selectieve aanname elektrificatie met warmtepompen

Uit Bijlage I hoofdstuk 3 Transitievisie Warmte gemeente Leiden: “Gekeken naar de uitgangspunten en voorwaarden heeft de inzet op een collectief systeem de voorkeur. Het multibronnenscenario en het WLQ+ scenario (C) realiseren de hoogste CO2 -reductie, opgeteld voor de periode 2025-2050.” en “Het all-electricscenario heeft duidelijk niet de voorkeur op basis van kwantitatieve factoren: de totale keteninvesteringen zijn het hoogst in het all-electricscenario. Dit ligt vooral aan de betaalbaarheid voor bewoners, omdat er fors meer investeringen nodig zijn in woningaanpassingen door de forse isolatieopgave en kosten van installatie en de benodigde netverzwaring. Daarbij is de stijging van woonlasten voor bewoners tevens hoger dan in de warmtescenario’s. De CO2 -reductie is vergelijkbaar met de collectieve warmtescenario’s” Het College kiest dus op grond van de CO2-uitstoot voor het multibronnenscenario. In de TVW staat op blz.58 dat de CO2-reductie van all-electric-scenario vergelijkbaar is met dat van de collectieve warmtescenario’s. Dat die vergelijkbaar is zie ik overigens niet terug in de balkjesdiagrammen op blz.57 TVW of in het FAKTON-rapport op blz. 66. De CO2-reductie door afvalwarmte staat wat mij betreft óók ter discussie, zie III punt 3: warmte uit afvalverbranding via WLQ+.

MAAR: elektrificatie gaat volgens FAKTON altijd met warmtepompen, waardoor de isolatiegraad hoog moet zijn en een dure warmtepompinstallatie gekocht moet worden. FAKTON blz. 67 investeringsprofiel en blz. 68 betaalbaarheid: “Het elektrificatiescenario komt als ongunstigste uit de bus. Dit heeft vooral te maken met de (herhaalde) investeringen die woningeigenaren moeten doen in isolerende maatregelen en installaties. Daarnaast vertaalt dit scenario zich in hogere energierekeningen voor bewoners;” Maar: elektrificatie van verwarming kan ook m.b.v. infraroodpanelen die plaatselijk verwarmen en dus niet de hele ruimte hoeven op te warmen. Met infrarood is de stralingstemperatuur veel hoger en hoeft de isolatiegraad helemaal niet super te zijn. Door de warmtelevering te elektrificeren met infraroodpanelen i.p.v. warmtepompen gaan de kosten voor de burger heel erg omlaag: zowel qua installatie als qua isolatie. Het zou zeer interessant zijn om dit eens door te rekenen. Dan is het all-electric-scenario wellicht helemaal zo gek nog niet. Elektrificatie met warmtepompen is selectief winkelen: hierdoor worden de voordelen van WLQ+ groter. Daardoor is het niet realistisch en voorbarig om de multibronnen-strategie met WLQ+ als beste uitkomst te presenteren.

Als het College dit toch doorzet, handelt zij in strijd met • het zorgvuldigheidsbeginsel dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden én nemen door zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, • het motiveringsbeginsel dat zegt dat de overheid haar besluiten feitelijk juist, logisch, en begrijpelijk moet motiveren • het fair-play-beginsel, dat zegt dat het bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid of partijdigheid

23-2-2022 versie 4

Pagina 8 van 20

II. Niet gedefinieerde en niet gekwantificeerde toetsingscriteria Uit het voorliggende raadsvoorstel 22.0024 punt 1.c): “borgen van de publieke waarden (duurzaamheid, betaalbaarheid en haalbaarheid voor bewoners en laagste maatschappelijke kosten) blijft steeds de centrale toets bij het maken van keuzes;” De door het College in het voorliggende raadsvoorstel 22.0024 punt 1 c) – opnieuw - aangehaalde toetsingscriteria: haalbaar, betrouwbaar, betaalbaar, duurzaam, laagste maatschappelijke kosten, zijn echter weer niet gekwantificeerd, zoals te lezen is in de TVW op blz. 16 waar alleen iets gezegd wordt over betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar: •

• •

Betaalbaar: we streven naar het behouden van betaalbare warmte voor onze inwoners. Dit geldt voor zowel het afnemen van warmte als benodigde aanpassingen om de woningen geschikt te maken voor de nieuwe warmtebronnen. Hierbij zetten we naast het bestaande warmtenet in op een open transportnet met meerdere bronnen, waardoor concurrentie voor het leveren van warmte mogelijk is en de kosten worden gedrukt voor de inwoners en de overheden zelf. Duurzaam (bijdrage aan CO2-reductie): zoveel mogelijk benutten van lokale en regionale, duurzame bronnen, toewerkend naar een klimaatneutrale energievoorziening. Betrouwbaar: Leiden wil een warmtevoorziening hebben waar de stad op kan vertrouwen. Leveringszekerheid van warmte is daarbij een belangrijke voorwaarde. Het open net draagt bij aan de realisatie van een infrastructuur waarin verschillende systemen als back-up voor elkaar kunnen dienen. De leveringszekerheid moet ook door de warmteleverancier worden geborgd volgens de huidige wetgeving.

Hoe zijn echter keuzes te maken als die publieke waarden niet zijn gekwantificeerd voor de verschillende systeemkeuzes? Hoe weeg je de verschillende publieke waarden? Met andere woorden: is de één belangrijker dan de ander? Toch wordt in het raadsvoorstel 22.0024 onder 1a) en 1b) door het College voorgesteld om in te zetten op een ‘multi-bronnenstrategie‘, gebaseerd op alleen warmtenetten. De selectie van deze systeemkeuze is dus niet gebeurd aan de hand van gekwantificeerde toetsingscriteria. Deze systeemkeuze is daarom in strijd met het zorgvuldigheidbeginsel, het motiveringsbeginsel, het fair-play-beginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, dat zegt dat de overheid haar besluiten zó moet formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is. Op blz. 16 van de TVW worden de selectiecriteria ‘toegelicht’ en opgehangen aan het Warmtenet van de toekomst, waarvoor moet gelden: Open: Het warmtenet moet toetreding van nieuwe partijen toelaten Uitvoerbaar: Het warmtenet moet juridisch en praktisch haalbaar zijn Betaalbaar: Het warmtenet moet leiden tot redelijke maandelijkse tarieven voor warmteafnemers Duurzaam: verminderen CO2 -uitstoot met duurzame warmte Toekomstbestendig: Het warmtenet moet evolutie van het net mogelijk maken en perspectief op rendement bieden Betrouwbaar: Het warmtenet moet levering garanderen

23-2-2022 versie 4

Pagina 9 van 20 Het bovenstaande is een nieuw voorbeeld dat het College een vooringenomen standpunt heeft: waarom worden deze criteria niet algemeen gedefinieerd maar opgehangen aan het warmtenet? Het College handelt hier in strijd met het fair-play-beginsel omdat hier de toetsingscriteria alleen betrekking hebben op warmtenetten. Waarom alleen het warmtenet ter sprake komt, is niet gemotiveerd. Het College handelt dus in strijd met het motiveringsbeginsel. Tevens getuigt dat niet van het zorgvuldigheid om de andere systeemkeuzes buiten beschouwing te laten. Het College handelt dus in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.

III. College heeft geen verantwoordelijkheid voor de gemaakte systeemkeuze 1

Betaalbaar: de gemeente gaat niet over tarieven

19V uit 22.0024 bijlage 3 Inspraaknota: Opmerking van mij over warmtenetten: “Duur voor eindgebruiker vanwege monopolypositie voor bedrijven met maximumprijs van de overheid (Autoriteit Consument en Markt, ACM), prijs gekoppeld aan aardgas. Daarbij gaat ACM uit van de kosten als je op gas zou stoken. Dit heet de Niet-Meer-Dan-Anders (NMDA) methode” en 19Y uit 22.0024 bijlage 3 Inspraaknota: opmerking van mij over warmtenetten: “Dure aansluitkosten: Bijdrage Aansluit Kosten (BAK) kan 5000,- zijn zonder dat de eindgebruiker aandeelhouder wordt” Antwoord College: “De gemeente gaat niet over de tarieven, die worden vastgesteld door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Van de site van ACM (hoeveel mag ik vragen voor een nieuwe aansluiting op het warmtenetwerk): Tot en met 25 meter rekent u maximaal 4.959,14 euro voor een nieuwe aansluiting. Is de afstand langer dan 25 meter? Dan vraagt u maximaal 224,49 euro voor iedere extra meter.” 19B1 uit 22.0024 bijlage 3 Inspraaknota: Opmerking van mij over warmtenetten: “Eindgebruiker melkkoe: financieel afgeschreven in 15 jaar, technisch 50 jaar mee” Antwoord College: “Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is verantwoordelijk voor het vormgeven van de wetgeving rondom warmtelevering (Warmtewet). De ACM is de toezichthouder voor de uitvoering en naleving van de wetgeving.

En de energieleveranciers en infrabeheerders staan dan ook onder toezicht van de ACM. Onderdeel van dat toezicht is het financieel rendement van de warmteleveranciers. Vattenfall (of een andere warmteleverancier bij toekomstige warmtenetten) dienen zich te houden aan de gestelde kaders van de ACM voor het redelijk rendement. In bijna alle gevallen sluiten warmteleveranciers overeenkomsten met eindgebruikers met een looptijd van 30 jaar. Daarmee is het niet zo dat na afloop van deze periode het warmtenet enkel inkomsten geeft – er dient voortdurend onderhoud en vervangingsinvesteringen gedaan te worden om het warmtenet dusdanig technisch in bedrijf te houden om aan de leveringszekerheid van 99,9% te voldoen. Bovendien zal de warmteleverancier moeten investeren om de CO2-reductie verder te verhogen.”

23-2-2022 versie 4

Pagina 10 van 20 2

Betrouwbaar: de gemeente gaat niet over de leveringszekerheid

19M1 uit bijlage 3 Inspraaknota 22.0024: “Eventuele sabotage van de energievoorziening zal met individuele voorzieningen of kleine lokale initiatieven veel moeilijker zijn en slechts kleinere hoeveelheden huishoudens treffen” Antwoord College: “Het is aan een energieleverancier om de leveringszekerheid te garanderen. Het college wil de inspreker er wel op wijzen dat een van de voordelen van grootschalige, collectieve oplossingen (zeker in combinatie met elkaar) juist is dat er voldoende piek- en back-up mogelijkheden zijn wat tot meer leveringszekerheid leidt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een stand-alone aquathermie oplossing zonder aansluiting op het stadswarmtenet, als terugvaloptie. In het geval van waterstof zijn er volgens huidige inzichten nog geen betaalbare en haalbare mogelijkheden om dit op woningniveau/klein-collectieve schaal (met een elektrolyzer) op te lossen. Het college is bereid om dit verder te verkennen, maar kan op dit moment geen toezegging doen over het financieel mogelijk maken.” 3

Duurzaam: de gemeente gaat niet over de kwalificatie van duurzame warmte

19F1 uit bijlage 3 Inspraaknota 22.0024: “Die restwarmte is gewoon omgezet met als restproduct CO2! Je kunt de warmte wel gebruiken, maar die is dan nog steeds niet CO2-arm. Bij verbranding van troep komt meer CO2 vrij dan bij de verbranding van aardgas, dus hoezo CO2-arm verwarmen van woningen en bedrijfspanden?” Antwoord College: “De gemeente gaat niet over de kwalificatie van duurzame warmte. Restwarmte komt vrij bij een productieproces, wordt getransporteerd via een bestaand of nieuw warmtenet en wordt gebruikt voor het verwarmen van gebouwen en tapwater. Restwarmte is warmte die over is en niet meer binnen het bedrijf zelf kan worden gebruikt. Met andere woorden: de CO2 die nu vrij komt bij de afvalverbranding, komt ook vrij als je de restwarmte niet benut. In die zin is de benutting voor de gebouwde omgeving CO2-arm; er is nog steeds CO2-uitstoot nodig voor transport en piek en backup.” Hoe kan het College wél een systeemkeuze maken terwijl zij daarna aangeeft dat het College niét gaat over de eigen toetsingscriteria die bij die systeemkeuze horen? Als het College niet zélf iets heeft te zeggen over betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam, maar derden zijn daarvoor verantwoordelijk, dan kan het College ook geen besluit nemen over de systeemkeuze.

Als het College nu de herbevestiging van de systeemkeuze voor het multi-bronnenscenario met WLQ+ doorzet, handelt het College in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, dat zegt dat de overheid haar besluiten zó moet formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is. Daar kan het College niet aan voldoen omdat zij betaalbaarheid, leveringszekerheid noch duurzaamheid kan garanderen. Als het College nu de herbevestiging van de systeemkeuze voor het multi-bronnenscenario met WLQ+ doorzet, handelt zij daarmee in strijd met het legaliteitsbeginsel, dat zegt dat er geen bevoegdheid is zonder grondslag in wet of Grondwet. Het College is immers geen partij bij afspraken tussen burgers en private organisaties. Hier bestaat jurisprudentie over.

23-2-2022 versie 4

Pagina 11 van 20 Het College gaat dus ook niet over het werven van klanten om zo de concrete vraag naar warmte uit het warmtenet te vergroten, zoals is afgesproken in raadsbesluit ‘Handelingsperspectief Energietransitie’ 20.0032 uit 2020 bij punt 3.a.ii: “de aanleg van een regionale warmtetransportleiding te bevorderen door in Leiden, en waar mogelijk in samenwerking met de andere gemeenten uit de Leidse regio, in samenwerking met lokale partners, in te zetten op het vergroten van een concrete vraag naar warmte uit het warmtenet.” De enige mogelijkheid om zowel aan het legaliteitsbeginsel als het rechtszekerheidsbeginsel te kunnen voldoen is als de gemeente eigenaar zou zijn van de gehele keten vanaf de energie-omzetting in de Rijnmond tot aan de inwoners van Leiden. 19M uit bijlage 3 Inspraaknota 22.0024: “Is de gemeente Leiden voornemens om een gemeentelijk warmtebedrijf op te richten?” Antwoord gemeente: “Nee. Er vindt enkel regionale samenwerking plaats op het vlak van de warmtetransitie. Er is nergens in de raadsstukken gesteld dat er een zelfstandig energiebedrijf wordt opgezet. Er is geen zelfstandig rechtspersoon opgericht dat rechten en plichten zou kunnen scheppen en geen daartoe strekkende bevoegdheden gemandateerd of overgedragen”.

IV. Inconsequenties in doelstelling tot uitfaseren aardgas 1

aardgasinfrastructuur blijft noodzakelijk volgens FAKTON, maar College wil rooien

blz.29 FAKTON: “Aardgasinfrastructuur blijft noodzakelijk voor geothermie bronnen (back-up voorziening opwaarderen warmte), Energy Hubs (back-up en piekvoorziening opwaarderen warmte) en hybride oplossingen (pieklast). Ook in wijken die volledig overstappen op collectieve warmte is het daarom niet mogelijk om de aardgasinfrastructuur volledig te verwijderen.” Dit advies over het handhaven van de gasinfrastructuur neemt het College niet over van FAKTON. Waaróm het College heeft besloten dit advies van FAKTON niet over te nemen, heeft zij niet gemotiveerd. Hiermee handelt het College in strijd met het motiveringsbeginsel. Hoe de opwaardering van de warmtenetten en de piekvoorziening dan wél gerealiseerd moeten worden, heeft het College niet aangegeven. Hiermee handelt het College in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Mocht de reden voor het niet overnemen door het College zijn dat zij de leidingen zo snel mogelijk wil verwijderen, dan handelt zij in strijdt met het legaliteitsbeginsel: het ligt – nog – niet binnen haar bevoegdheid om het verwijderen van het gasnet te eisen. 2

gasinfrastructuur wel behouden voor binnenstad en niet voor overige wijken

Blz. 46 FAKTON-rapport: “- Er is geen rekening gehouden met herinvesteringen in de bestaande gasinfrastructuur voor de bestaande vervangingsopgave; - Voor waterstof zijn géén complete keteninvesteringen opgenomen, enkel meer-investeringen in het aanpassen van bestaande gasinfrastructuur;”

23-2-2022 versie 4

Pagina 12 van 20 Kennelijk kan in de binnenstad wel de bestaande gasinfrastructuur blijven liggen tot er op termijn waterstofgas beschikbaar komt. Het lijkt dan ook slim om dit voor de overige wijken ook als optie open te houden. Burgers vragen hier uitdrukkelijk om. En het hergebruiken van het aardgasnet voor waterstofgas past binnen de circulaire economie. De motivering van het College voor het verwijderen van het aardgasnet in de overige wijken is niet consequent en logisch, dus in strijd met het motiveringsbeginsel. Tevens zou het College met het verwijderen van het unieke gasnet een onomkeerbaar besluit nemen waarvan zij niet kan overzien wat de gevolgen zijn en handelt zo in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Ook handelt het College in strijdt met het legaliteitsbeginsel: het ligt – nog – niet binnen haar bevoegdheid om het verwijderen van het gasnet te eisen. Twee voorbeelden dat het College af wil van het gasnet en die in strijd zijn met het legaliteitsbeginsel omdat de netbeheerder gaat over het vervangen van leidingen: 1) Warmtevisie Leiden – 2017 punt 1 e: “….geen oude gasleidingen meer vervangen….” 2) 19B uit Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden van raadsvoorstel 22.0024: “In de Merenwijk zijn een paar stukjes brosse materialen (ca. 280 m bij elkaar) die vóór 2030 vervangen worden.

Naast de korte stukjes GIJ liggen hier andere materialen die we niet actief vervangen mar het zijn niet uitsluitend kunststof leidingen…………”

V. contraproductieve maatregelen 1

tussenoplossing met ketel op afstand slechter dan oorspronkelijke manier van verwarmen

het voorliggende raadsvoorstel 22.0024 vraagt om “de kaders in de Warmtevisie (2017), Handelingsperspectief (2020), de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland 1.0 (2021) en de Samenwerking warmtetransitie Leidse regio en restwarmte via WarmtelinQ+ (2021) te (her)bevestigen (zoals weergegeven in Bijlage 2),” In het raadsvoorstel behorend bij besluit 20.0032, inhoudelijk gebaseerd op het rapport ‘Handelingsperspectief gemeente Leiden in de energietransitie’ van adviesbureau Berenschot staat op blz. 6: “Het derde uitgangspunt: Duurzaam - een stap richting verduurzaming: Door het gebrek aan voldoende duurzame warmtebronnen moet de gemeente Leiden op een andere manier omgaan met het behalen van de ambitie. Veel grote gemeenten in Nederland staan voor dezelfde opgave. Onze aanpak wacht niet totdat er innovatieve toepassingen beschikbaar zijn, maar ziet de periode tot 2050 als een transitieperiode om van het aardgas te komen. Het college stelt daarom voor om op korte termijn een stap richting verduurzaming te maken, om vandaaruit op de middellange termijn toe te werken naar een 100% duurzame energievoorziening.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van lokale warmtenetten op een tijdelijke aardgasgestookte ketel en later de aansluiting van een geothermie bron.” Dat resulteerde in raadsbesluit 20.0032 van 2020 punt 1b: “kiezen voor een stapsgewijze aanpak richting verduurzaming, waarbij ook tussenoplossingen en/of transitiemiddelen onderdeel van de aanpak zijn;”

23-2-2022 versie 4

Pagina 13 van 20 De ‘tussenoplossing’ van een HR-ketel op afstand (namelijk de tijdelijk aardgasgestookte ketel) zal zorgen voor meer energieverliezen in plaats van minder! Dit is contraproductief in de strijd tegen de klimaatverandering. De tussenoplossing met een op aardgas gestookte ketel op afstand is slechter dan oorspronkelijke manier van verwarmen met HR-ketels: alleen al in het warmtedistributienet bedragen de energieverliezen minimaal 26% (Warmtemonitor 2019). Daar komen de verliezen van de WLQ+, de tussenstations en de pompverliezen nog bij, waardoor het totale energieverlies tot wel 44 % kan oplopen! Je kunt dus met dezelfde redenering dat je tot 2050 een transitieperiode hebt om aardgasvrij te worden nóg veel beter het aardgasnet laten liggen tot er waterstof (géén groen gas, want dat stoot ook CO2 uit bij verbranding, zie hieronder bij 2) door kan. Door in die tussentijd de aardgasgestookte HR-ketels bij burgers te laten staan, voorkom je energieverliezen. 2

waterstofgas op één lijn met biogas/duurzaam gas/groen gas

Dat het College ‘waterstofgas’ in de TVW vervangen heeft door ‘duurzaam gas’ is, een verslechtering van de Transitievisie Warmte. Biogas geeft óók CO2 bij verbranding, net als de zogenaamde fossiele brandstoffen. Dan kun je net zo goed aardgas blijven verbranden. Vegetatie neemt CO2 uit alle bronnen op, of die nou uit aardgasverbranding (fossiel), houtverbranding (voorstadium fossiel) of uit de uitademing van mens en dier komt. De boekhoudkundige truc dat vegetatie alléén CO2 uit niet-fossiele verbranding zou opnemen, gaat tegen alle natuurwetten in: er zit geen verschil in de scheikundige formule van CO2 uit aardgas of CO2 uit biogas. De natuur volgt de natuurwetten, niet de boekhoudkundige trucs. Dus óók de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van biogas/duurzaam gas/groen gas draagt bij aan het verhogen van de absolute concentratie CO2 in de atmosfeer en draagt dus bij aan het klimaatprobleem. Alleen waterstofgas geeft bij verbranding geen CO2!

3

warmte uit afvalverbranding via WLQ+

Afvalverbranding (104,4 kg CO2/GJ) geeft per geleverde GJ ongeveer net zo veel CO2-emissie als de verbranding van biomassa-stook (109,6 kg CO2/GJ), namelijk twéé keer de CO2-uitstoot die vrijkomt bij de verbranding van aardgas, omdat afvalverbranding en biomassa-stook een lagere stookwaarde hebben. Bron: RVO https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/03/Nederlandse-energiedragerlijst-versiejanuari-2020.pdf. Onderstaand plaatje afbeelding uit de TCTubantia van 3 okt 2019:

23-2-2022 versie 4

Pagina 14 van 20 Afvalverbranding is dus een inefficiëntere manier van warmtelevering dan aardgasverbranding. Energetisch gezien is afvalverbranding dus geen goed idee. Milieutechnisch is het een ramp: het bodem-as is zwaar chemisch afval. Voor het klimaat is afvalverbranding ook contra-productief, want er komt zoals aangegeven bijna 2 x meer CO2 bij vrij dan bij aardgasverbranding. Dat de ‘restwarmte’ van de afvalverbranding CO2-neutraal zou zijn, omdat de warmte een bijproduct is, is onzin. De warmte komt vrij bij een proces dat je niet moet willen. De door de STEG/Unipercentrale geleverde warmte voor het warmtenet van Vattenfall geeft óók CO2-emissie. Daarnaast helpt afvalverbranding niet om de maatschappij circulair te maken. Het Planbureau voor de Leefomgeving, PBL, heeft 1 februari 2022 in een nieuw rapport aangegeven dat de overheid consumenten moet verleiden of dwingen minder afval te produceren om zo tot een circulaire economie te komen. Door een afvalverwerkingsbedrijf te kiezen blijft het College tevens stimuleren dat zware metalen uit batterijen die in de bodem-as zitten, het milieu vervuilen door als ondergrond te dienen voor wegaanleg. De door het College aan de raad in 22.0024 gevraagde (her)bevestiging van de maatregelen onder 1, 2 en 3 werken contraproductief in de strijd tegen de klimaatverandering. Dit kan dus nooit de bedoeling zijn van B&W.

Als het College deze maatregelen toch doorzet, handelt zij in strijd met • • •

het zorgvuldigheidsbeginsel dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden én nemen door zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, het motiveringsbeginsel dat zegt dat de overheid haar besluiten feitelijk juist, logisch, en begrijpelijk moet motiveren het fair-play-beginsel, dat moet zorgen voor een eerlijk besluit: het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid of partijdigheid

VI. Tunnelvisie: College relateert alles aan warmtenetten en geeft zo blijk van een zeer beperkte opvatting over keuzemogelijkheden: 1

multibronnenstrategie gaat alleen over warmteleverantie op en door een warmtenet

22.0024 Raadsvoorstel: “1 de kaders in de Warmtevisie (2017), Handelingsperspectief (2020), de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland 1.0 (2021) en de Samenwerking warmtetransitie Leidse regio en restwarmte via WarmtelinQ+ (2021) te (her)bevestigen (zoals weergegeven in Bijlage 2), waaronder de volgende kaders: a) het inzetten op een diversiteit van mogelijke bronnen zoals restwarmte via WLQ+, geothermie uit de regio, decentrale warmtebronnen zoals aquathermie en met een transitierol voor de huidige Uniper-centrale (vanaf nu een multi-bronnenstrategie genoemd); b) met deze strategie te komen tot een robuuste, toekomstig bestendige warmteinfrastructuur voor Leiden;”

23-2-2022 versie 4

Pagina 15 van 20 2

Innovaties worden alleen gerelateerd aan warmtenetten

19 U uit 22.0024 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden: “Geen innovatie de komende 50 jaar, investering is al gedaan en het gaat om enorme bedragen.” Antwoord College: “Dit is zowel voor het bestaande stadswarmtenet als voor toekomstig aan te leggen warmtenetten (zoals WLQ+) niet waar. Innoveren is voor de huidige leverancier van stadswarmte in Leiden (Vattenfall) essentieel om de doelen van een fossielvrije warmtelevering in 2040 te bereiken. Zo heeft Vattenfall in Leiden op dit moment meerdere innovatietrajecten lopen waaronder; - voeden vanuit de retour (de temperaturen in het warmtenet maximaal benutten), - onderzoek met Energiek Poelgeest voor het gebruik van oppervlakte- en afvalwater (zie https://energiekpoelgeest.nl/2021jul-loi/) en temperatuurverlaging bij grootzakelijke klanten door bijvoorbeeld samen met die klanten naar optimalisaties te zoeken. Doordat Vattenfall voor delen van de regio Leiden zekerheid heeft over de warmteketen is het voor Vattenfall juist mogelijk om innovatiebudgetten vrij te maken voor die regio en te onderzoeken hoe de warmtelevering verder verbeterd kan worden op de drie belangrijkste thema’s: betaalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid. Verder kan Vattenfall alle opgedane kennis in de andere warmteregio’s inzetten in de regio Leiden.

Voor toekomstig aan te leggen warmtenetten is het ook niet waar, omdat een warmtenet slechts infrastructuur is. De bron kan worden verduurzaamd en de aanvoertemperatuur kan worden verlaagd. Bovendien kunnen lokale, kleinschalige neten op basis van lokale bronnen bestaan náást een groot collectief warmtenet (of daar op termijn op invoeden). Op die manier is er volgens de gemeente nog voldoende ruimte om te innoveren, ook als warmtenetten een belangrijk onderdeel van de oplossing zijn.” Uit bovenstaande punten 1 en 2 blijkt dat Het College innovaties alleen betrekt op warmtenetten en niet naar andere systeemkeuzes kijkt. Dat is een zeer beperkte visie. Hiermee handelt het College in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat zij geen zorgvuldig onderzoek doet naar andere feiten en belangen lees innovaties. Tevens is de keuze van het College om innovaties alleen te betrekken op warmtenetten, niet gemotiveerd, zodat het College in strijd handelt met het motiveringsbeginsel. Het getuigt ook van vooringenomenheid om zonder gemotiveerde systeemkeuze alleen innovaties m.b.t. een warmtenet te onderzoeken. Daarmee handelt het College in strijd met het fair-playbeginsel. Prof. Van Marrewijk van de TU Delft heeft op dinsdag 8 februari 2022 tijdens inspreken over de Transitievisie Warmte Leiden, een scherpe uitspraak gedaan.

Hij ziet dat er de komende jaren verrassende innovaties zullen opborrelen die een nieuwe impuls geven aan de energietransitie. Als we nu kiezen voor warmtenetten, zitten we daar voor tientallen jaren aan vast. “Warmtenetten hebben daarom absoluut niet de toekomst”. Hij waarschuwt het gemeentebestuur ruimte te laten voor innovaties en geen onverantwoorde verplichtingen aan te gaan. Ervaring leert bovendien dat vergelijkbare projecten 60 tot 80 procent duurder uitvallen dan begroot.

23-2-2022 versie 4

Pagina 16 van 20

VII. Het achterhouden van informatie 1

College levert geen info en wil niet naar bijlage burger kijken vanwege niet juiste aannames

22.0024 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden: 14Z1: Bijlage – WarmtelinQ kan Leiden in de winter niet verwarmen 14A2: Bijlage – Transitievisie Warmte onder de loep Antwoord College op vraag 14Z1 en 14A2 in 22.0024 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden: “……………….Bij een volgende versie van deze bijlage met de juiste aannames, is het college bereid de memo beter te becommentariëren” Dit is de omgekeerde wereld. Burger heeft moeite gedaan om problemen aan te kaarten en heeft dit, opgemaakt uit het antwoord van het College, op basis van aannames gedaan die het College niet juist acht. Het College zou met goede aannames moeten komen om een transparante, goed onderbouwde berekening te kunnen maken om haar eigen conclusies te onderbouwen: wie beweert, die bewijst! Het College moet de burger voorzien van de benodigde informatie die ten grondslag ligt aan berekeningen waarop het College beslissingen wil nemen. Het College handelt in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel vanwege het niet correct behandelen van de burger en het motiveringsbeginsel omdat de motivering om niet naar de bijlage te willen kijken onlogisch en niet begrijpelijk is: het College moet zelf met de benodigde informatie komen.

2

burger krijgt geen inzicht in rapporten en studies

Het College geeft zelf aan in 22.0024 Bijlage 4 punt 2.3 eerste item: “Er is kritiek op de gemeente waarom het ene scenario wel en het andere niet is of wordt doorgerekend. Waarom houden we bijvoorbeeld wel rekening met geothermie in de mix, maar niet met waterstof? Er is behoefte aan inzicht in de rapporten en studies die hebben geleid tot deze gemeentelijke opvattingen. Zo is er een aantal keer gevraagd naar de studie die zou uitwijzen dat een collectief warmtenet in de meeste gevallen de optie is tegen de minst hoge maatschappelijke kosten.” De behoefte aan inzicht in rapporten en studies geeft aan dat dit dus nog niet gebeurt: het College schiet schromelijk tekort met informatieverstrekking aan burgers. Het College handelt in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel vanwege het niet correct behandelen van de burger en het motiveringsbeginsel omdat het College niet kan motiveren cq heeft gemotiveerd waarom de burger geen inzicht kan krijgen in de rapporten.

3

geen antwoord op vraag wat voor afspraken er gemaakt zijn mbt WLQ+

19 F in 22.0024 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden: “Zijn er al afspraken en intentieovereenkomsten gemaakt met enig leverancier of bedrijf over de levering van warmte, tracé, enz.?”

23-2-2022 versie 4

Pagina 17 van 20 Antwoord College op vraag 19F in 22.0024 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden: “Het college weet niet op welke afspraken de inspreker doelt. Wat betreft Warmtelinq, heeft het kabinet op Prinsjesdag bekend gemaakt €427 miljoen vrij voor te maken voor de ontwikkeling ervan, dat wordt uitgevoerd door Gasunie. Het ministerie heeft Gasunie als onafhankelijk beheerder van WarmtelinQ aangewezen. Daarmee draagt de overheid financieel bij aan het project, want Gasunie is een overheidsbedrijf. De gemeente is met name bereid mee te werken aan het provinciaal inpassingsplan rondom WLQ+.” Dit antwoord is vreemd. Als je een vraag stelt of er al afspraken zijn, dan doel je niet op bepaalde afspraken, maar wil je weten of die er zijn en zo ja, met wie en wat die inhouden. Niet ik moet afspraken aandragen die gemaakt zijn, het College moet mij en alle andere burgers informeren over welke afspraken gemaakt zijn! Het antwoord van het College is nog vreemder als je vervolgens het hele raadsvoorstel 22.0024 bekijkt en leest in bijlage 2: 1.

dat bij ‘Regionale samenwerking op de Leidse warmtetransitie – 2021’, RV 21.0026 van 2021, geschreven staat bij punt 4 van het besluit: “Het college te mandateren om ter uitvoering van dit besluit –en voor zoverhet geen onomkeerbare rechtshandelingen betreft –afspraken te maken met partijen ten einde aan een collectieve oplossing voor de warmtetransitie binnen de Leidse regiogestalte te geven.” 2. dat bij ‘Handelingsperspectief Energietransitie 2020’ geschreven staat bij punt 3.b.vi: “vi. inzetten op het maken van afspraken over de uitbreiding van het bestaande warmtenet, de aanleg van nieuwe warmtenetten en de regierol van de gemeente Leiden die zij in de warmteketen wil innemen;” Het College snapt mijn vraag dus niet terwijl het College gemandateerd is om afspraken te maken en zegt in te zetten op het maken van afspraken. Ik heb deze kronkel tijdens mijn inspreekbeurt op 8 februari 2022 in de commissie Stedelijke Ontwikkelingen geuit. Het wordt nog gekker. Onder punt 1 van dit schrijven heb ik laten zien dat in bijlage 2 niet de echte tekst van RV 21.0026 van 2021 staat. Als we het echte tekst erbij pakken, lezen we: “2.

De regionale organisatie warmtetransitie Leidse regio in oprichting een budget mee te geven van maximaal € 903.408,-, met dekking uit budget reserve duurzame stad, programma energietransitie, voor de periode tot eind 2022 om de organisatie vorm te geven en in effectieve samenwerking met Gasunie, Alliander, woningcorporaties en andere partners eerste stappen te zetten in de totstandkoming van een open regionaal transport- en distributienetwerk, waarbij er vanuit gegaan wordt dat het Rijk daadwerkelijk de in het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur voorgerekende uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord beschikbaar stelt.” en: “5. Binnen de kaders van dit raadsbesluit het college te mandateren om ter uitvoering van dit raadsbesluit formele afspraken te maken met Gasunie en/of andere partijen om de ingezette koers te kunnen vervolgen. De inhoud en scope van dergelijke afspraken kunnen slechts gebaseerd zijn op de in dit document verwoorde beslispunten en toelichting en past daarmee binnen het mandaat zoals dat wordt vastgesteld in de raden.” Het College geeft aan formele afspraken te maken met Gasunie en/of andere partijen om de ingezette koers om een warmtenet c.q. de Warmtelinq+ te realiseren, te kunnen vervolgen. Maar het 23-2-2022 versie 4

Pagina 18 van 20 College wil die informatie niet delen. Dat is het achterhouden van informatie! Het College handelt in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel vanwege het niet correct behandelen van de burger en het motiveringsbeginsel omdat het College niet kan motiveren cq heeft gemotiveerd waarom de burger geen inzicht kan krijgen in de gemaakte afspraken.

4 geen antwoord op wat de financiële afschrijftermijnen zijn van het warmtenet in de Merenwijk 19D uit 22.0024 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden: het College geeft de financiële afschrijftermijnen van het warmtenet in de Merenwijk niet, omdat “De financiële afschrijving is niet voor een hele wijk te benoemen, dit hangt niet alleen af van de technische staat van de leiding maar ook bijvoorbeeld contractduur met klanten.” De financiële afschrijftermijnen en de contractduur met klanten is van groot belang voor de prijs die de burger moet betalen. Het niet – kunnen - verstrekken of misschien niet kennen van deze gegevens laat zien dat het College over de prijs voor de burger geen zeggenschap heeft. Ook dit is het achterhouden van informatie die inzicht kan geven over de redelijkheid van de kosten die de burger moet gaan betalen voor het warmtenet. Het College handelt in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel vanwege het niet correct behandelen van de burger en het motiveringsbeginsel omdat het College niet kan motiveren cq heeft gemotiveerd waarom de burger geen inzicht kan krijgen in de gemaakte afspraken.

VIII. Ontbreken van inhoudelijk technische kennis bij het College 1

geen kennis m.b.t. energie-inhoud van aardgas

19 I 1 uit 22.0024 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden: “De gemeente schrijft: “40 megawatt warmte staat gelijk aan grofweg warmte voor 12.000 huishoudens.” MW is vermogen, MW’s is MJ is een energiehoeveelheid. Huishoudens nemen geen vermogen af. Zou de gemeente willen herformuleren wat zij bedoelt?” Antwoord College: “Het verbruik van een woning kan omgerekend worden naar vermogen. Van de RES Factsheet Warmte: De aardgasvraag in een gemiddelde woning in Nederland is 1.270 m3 per jaar. Gasverbruik in m3 kun je omrekenen naar bijvoorbeeld gigajoule (GJ) of kilowattuur (kWh): 1 m3 gas is 0,03165 GJ of 8,79 kWh. Om een gemiddeld huishouden te verwarmen is dus 40,2 GJ of 11.200 kWh energie nodig. In het stadswarmtenet van Leiden/Leiderdorop/Oegstgeest wordt ongeveer 40MW vermogen gebruikt om 12.000 woningen te verwarmen.” Ik werd er op attent gemaakt dat naast de 12.000 woningen ook nog rond de 500 bedrijven door het warmtenet van Vattenvall warmte geleverd krijgen. Dat zijn omgerekend 11.000 woningequivalenten. De rekensom zou dus gemaakt moeten worden voor 23.000 woningequivalenten.

Bij de burger thuis staat een aardgasgestookte HR-ketel waarbij energie vrijkomt gelijk aan de bovenste verbrandingswaarde (Hb is bovenwaarde is 35,17 MJ/m3) en niet op de onderste verbrandingswaarde (Ho is onderwaarde is 31,65 MJ/m3), doordat een HR-ketel gebruik maakt van 23-2-2022 versie 4

Pagina 19 van 20 de condensatiewarmte van de rookgassen. Daarom is het ook een Hoog Rendementsketel. Omrekenen van het gasverbruik op onderwaarde geeft een te laag energiegebruik. Als je op bovenwaarde rekent is 1m3 aardgas gelijk aan 9,75 kWh/m3. Dan is er 1275m3 x 35,17 MJ/m3 is 44,8 GJ óf 1275m3 x 9,75kWh/m3 is 12.383 kWh nodig per jaar voor ruimteverwarming van dat gemiddelde huishouden. Dat is 44,8 MJ gedeeld door 40,2 MJ is 11% hoger dan op onderwaarde. Dus dan moet je warmtenet 11% meer energie leveren! Heel belangrijk voor de dimensionering!

2

geen kennis m.b.t. verschil energie in J of kWh en vermogen in W of J/s

19 I 1 uit 22.0024 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden: “De gemeente schrijft: “40 megawatt warmte staat gelijk aan grofweg warmte voor 12.000 huishoudens.” MW is vermogen, MW’s is MJ is een energiehoeveelheid. Huishoudens nemen geen vermogen af. Zou de gemeente willen herformuleren wat zij bedoelt?” Antwoord College: “Het verbruik van een woning kan omgerekend worden naar vermogen. Van de RES Factsheet Warmte: De aardgasvraag in een gemiddelde woning in Nederland is 1.270 m3 per jaar. Gasverbruik in m3 kun je omrekenen naar bijvoorbeeld gigajoule (GJ) of kilowattuur (kWh): 1 m3 gas is 0,03165 GJ of 8,79 kWh. Om een gemiddeld huishouden te verwarmen is dus 40,2 GJ of 11.200 kWh energie nodig. In het stadswarmtenet van Leiden/Leiderdorp/Oegstgeest wordt ongeveer 40MW vermogen gebruikt om 12.000 woningen te verwarmen.” Ik wil nog steeds graag horen wat voor aansluitwaarde per woning gebruikt is en hoeveel tijd van het jaar welke hoeveelheid energie/warmte door het warmtenet per woning geleverd wordt. Daarnaast is de vraag op welke wijze de 11.000 woningequivalenten (rond de 500 bedrijven) van warmte worden voorzien. 3 geen inhoudelijke vragen over het FAKTON-rapport bekend, terwijl hier alle aanleiding toe is Zoals uit I 3 blijkt, is er heel wat aan te merken op het FAKTON-rapport.

In de stukken bij het raadsvoorstel zijn echter vanuit het College geen kanttekeningen of vragen over het rapport meegeleverd waaruit blijkt dat het College kritisch naar het rapport gekeken heeft en snapt dat er nogal wat haken en ogen zitten aan de conclusie van FAKTON dat het multi-bronnenscenario als beste uit het rapport komt. Hoe kan het College zonder kennis van zaken, zie hierboven 1 t/m 3, een rapport als dat van FAKTON beoordelen? Als zij dit wel doet, handelt zij in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel dat zegt dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen door het zorgvuldig onderzoek naar feiten en belangen, handelt zij in strijd met het motiveringsbeginsel dat zegt dat de overheid haar besluiten goed moet motiveren: de feiten moeten kloppen, en handelt zij in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, dat zegt dat de overheid haar besluiten zo moet formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is.

23-2-2022 versie 4

Pagina 20 van 20

IX. Ontbreken van echte participatie 1

Voorlichtingsavonden waarbij systeemkeuze al vastligt is geen participatie

Inspraaksessies/wijkbijeenkomsten met burgers organiseren waarbij de gemeente Leiden haar verhaal doet en waarbij de gemeente aangeeft dat de systeemkeuze al gemaakt is, is geen participatie maar voorlichting. De door de burgers vragen zijn door de gemeente beantwoord, maar hebben niet tot wijzigingen in het beleid geleid. De gemeente heeft de burger aangehoord, maar de burger heeft niet geparticipeerd. 2

Geen inzicht in achterliggende berekeningen en technische gegevens

Het participatietraject voor de burger wordt extra belemmerd doordat het College/de gemeente Leiden geen inzicht wil geven in de achterliggende technische gegevens, randvoorwaarden, rapporten en berekeningen. Zie ook onder I3 en VII. 3

Ontbreken van een aanspreekpunt op technisch gebied

Gezien de grote rol die de techniek speelt in de Transitievisie Warmte, zou het fijn zijn als er niet alleen voorlichters zijn, maar ook technisch inhoudelijke aanspreekpunten. Zie ook onder VIII. Door de burger niet serieus te laten participeren, handelt het College in strijd met het zorgvuldigheidbeginsel, dat zegt dat de overheid de burger correct moet behandelen.

Ervaring uit de praktijk: warmtenet bij Sperwerhorst niet betaalbaar voor huurders 19G uit bijlage 3 Inspraaknota 22.0024: “Woningbouwvereniging Portaal heeft vorig jaar haar flats bij o.a. de Sperwerhorst van het warmtenet afgehaald om individuele cv-ketels te laten installeren. Vindt de gemeente dit een goede zaak in het licht van bewust omgaan met energie?” Antwoord College: “Na navraag bij de woningbouwvereniging Portaal blijkt dat dit besluit is genomen omdat, met een aansluiting op het stadswarmtenet, de woonlasten en daarmee de betaalbaarheid voor de huurders onder druk kwam te staan. De individuele cv-ketels hingen er al, maar het complex is in eerste instantie overgestapt op het warmtenet. Doordat de verbruiken en daarmee de kosten voor de individuele bewoners onverklaarbaar hoog bleven met deze aansluiting, is besloten om de cv-ketels niet alleen voor de warmwatervoorziening maar ook voor de verwarming in te zetten. Zowel de gemeente als Portaal erkennen dat dit vanuit duurzaamheidsoogpunt niet de meest ideale gang van zaken is. Het warmtenet ligt er nog en als dit in de toekomst een duurzame en betaalbare optie blijkt, staat de woningbouwvereniging ervoor open om (weer) over te stappen.” Dit voorbeeld laat zien dat blokverwarming met stadswarmte leidt tot onredelijke beprijzing. Overgaan op stadswarmte is dus niet vanzelfsprekend.

De stelling dat een warmtenet duurzamer is dan een HR-ketel wordt met dit voorbeeld niet onderbouwd. Sterker nog: het omgekeerde is het geval.

23-2-2022 versie 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11235631/1