M.21.0093.13 PvdD Rivierkreeft
Tekst van het document
RV21.0093 Programmabegroting 2022 – 2025 Motie: 21.0093/ Onderwerp: Rivierkreeft
De Raad van de gemeente Leiden, bijeen in de vergadering van 11 november 2021,
Constaterende dat •
• •
•
•
In gezonde natuur met een rijk onderwater leven de populatie Amerikaanse rivierkreeft voldoende gereguleerd wordt door natuurlijke processen (denk aan predatie door natuurlijke vijanden)1; Rivierkreeften vooral goed gedijen op plaatsen die door de mensenhand uit balans is geraakt2; Uit onderzoek blijkt dat“Visserij (bijv. via beroepsvisserij of muskusrattenbestrijding) is één van de meest genoemde vormen van beheersing. Het succes van de methode valt of staat bij de intensiteit en continuïteit, maar lijkt in Nederland op landschapsschaal op zichzelf niet afdoende als middel om rivierkreeften naar een wenselijk niveau te verlagen”3; Het wegvangen van rivierkreeft negatieve gevolgen kan hebben, namelijk: o Schade aan de biodiversiteit (in verband met het risico op bijvangst); o Het vergroten van de populatie rivierkreeften doordat de volwassen dieren (die normaal gesproken de jongere dieren opeten) verdwijnen 4; o Kans op verspreiding van rivierkreeft bij transport van gevangen dieren; Onderzoek tevens laat zien dat het vergroten van veerkracht en robuustheid van ecosystemen waarschijnlijk wel een zeer hoge kans van slagen heeft5;
Overwegende dat • • • • • 1
Er op dit moment net een onderzoek gestart is waarbij gekeken wordt naar de effecten van het wegvangen van rivierkreeften in de praktijk6; Overheden op allerlei niveaus (landelijk, provincie, waterschappen) samenwerken aan het vergroten van kennis om de populatie rivierkreeften te beheersen; Het, gezien bovengenoemde 2 punten, uiterst voorbarig is om op de conclusies vooruit te lopen door gemeentelijke vangstvergunningen af te gaan geven 7; Het wegvangen van Amerikaanse rivierkreeft de oorzaak achter het probleem (een verstoord ecosysteem) niet oplost; Professioneel vangen van invasieve soorten meestal‘dweilen met de kraan open’is8;
https://www.stad-en-groen.nl/upload/artikelen/sg717sterkenatuurbestewapen.pdf https://www.stad-en-groen.nl/upload/artikelen/sg717sterkenatuurbestewapen.pdf 3 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2021Z14017&did=2021D36383 onder vraag 4 op p2 4 De populatie van rivierkreeften worden mede gereguleerd door kannibalisme: de oudere dieren eten de jongere dieren op. Als volwassen dieren weggevangen worden, krijgen de jonge dieren meer ruimte om op te groeien. Zie ook https://www.stowa.nl/deltafacts/waterveiligheid/beoordelen-waterkeringen/rivierkreeften 5 Zie https://www.stowa.nl/deltafacts/waterveiligheid/beoordelen-waterkeringen/rivierkreeften 6 https://www.hhdelfland.nl/actueel/nieuws/2021/juli/rivierkreeften-wandel/ 7 https://www.hhdelfland.nl/actueel/nieuws/2021/september/nulmeting-exotische-rivierkreeften/ 8 Prof. Dr. M. Schilthuizen, communicatie per e-mail, op aanvraag beschikbaar 2
•
Het Hoogheemraadschap Rijnland inmiddels al heeft aangegeven open te staan voor een gesprek met de gemeente Leiden om gezamenlijk verbetermogelijkheden te verkennen 9;
Verzoekt het college om • •
In te gaan op het aanbod van het Hoogheemraadschap Rijnland om in een gesprek de verbetermogelijkheden voor de water- en oeverkwaliteit in Leidse wateren te verkennen; De raad, bij voorkeur in de vorm van een expertmeeting of informele sessie, te informeren over de gezamenlijke aanpak van Amerikaanse rivierkreeft in de Leidse wateren.
Martine van Schaik – Partij voor de Dieren
Toelichting Amerikaanse rivierkreeften komen steeds meer voor in de Leidse wateren. Dit is niet uniek voor Leiden, maar deze trend is in het hele land zichtbaar. Door de landelijke overheid, waterschappen, provincies en gemeenten wordt samengewerkt aan het vergroten van de kennis over hoe de populatie rivierkreeften het best beheerd kan worden. Hoewel het wegvangen van rivierkreeften intuïtief misschien logisch lijkt, is het niet aangetoond dat deze aanpak ook daadwerkelijk werkt. Zo vraag Stichting Toegevast Onderzoek Waterbeheer (STOWA)10 zich af: Zijn uitheemse rivierkreeften wel te beheersen middels visserij in Nederlandse wateren? STOWA benoemt deze vraag als kennisleemte. Daarnaast kan het wegvangen van rivierkreeften er zelfs voor zorgen dat de populatie rivierkreeften groter wordt! Het kabinet schrijft daarover, in antwoord op door de VVD gestelde Kamervragen: “Een verkeerde opzet van de bevissing kan de groei en omvang van een kreeftenpopulatie zelfs (tijdelijk) stimuleren doordat selectief grote (dominante) kreeften worden weggevangen...». Een geschikte aanpak van de uitheemse rivierkreeften is dus nog niet voor handen. Wel lopen er verschillende onderzoeken naar de impact van rivierkreeften en hun mogelijke bestrijding/beheersing, met als doel om tot een werkbaar handelingsperspectief te komen”11.
Omdat er nog veel onduidelijk is over de effectiviteit van het wegvangen van rivierkreeften, en gezien de lopende onderzoeken (onder andere van het Hoogheemraadschap Delfland), is het uiterst voorbarig als de gemeente Leiden concludeert dat het wegvangen van rivierkreeft ingezet moet worden als middel voor het beheersen van de populatie rivierkreeft in Leidse wateren. Daarom stelt deze motie voor om aan te sluiten bij onderzoeken die momenteel lopen en in samenwerking met andere overheden (denk aan waterschappen en provincie) te komen tot een gecoördineerde aanpak.
9
Zie bijlage bij deze motie. https://www.stowa.nl/deltafacts/waterveiligheid/beoordelen-waterkeringen/rivierkreeften#Kennisleemten 11 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2021Z14017&did=2021D36383 10
BIJLAGE: Antwoorden Hoogheemraadschap Rijnland op bestuursvragen van Harbert van der Kaap (PvdD) over vissterfte in Cronesteijn
Registratienummer Onderwerp Indiener Datum vraag Datum antwoord Bron Aan Van Portefeuillehouder Context 21.061952 vissterfte polderpark Cronesteyn Harbert van der Kaap, fractie Partij voor de Dieren 31 augustus 2021 13 september 2021 E-mail De verenigde vergadering Dijkgraaf en hoogheemraden
Waldo von Faber De heer Van der Kaap vraagt aandacht voor de volgende situatie: “In Polderpark Cronesteyn zijn tientallen dode karpers aangetroffen. Het lijkt erop dat alleen karpers slachtoffer van deze sterfte zijn. Daarnaast is de waterkwaliteit op veel plaatsen zorgwekkend te noemen, het water is over het algemeen bijzonder troebel en waterplanten zijn op veel plekken vrijwel helemaal verdwenen. Rivierkreeften zijn wel in een uitbundige hoeveelheid aanwezig en dat lijkt ook te maken te hebben met de oeverbegroeiing, die op een aantal plaatsen uit woekerende braamstruiken bestaat. Deze struiken hangen over de oevers, waardoor er beschutting en bescherming voor rivierkreeften wordt gecreëerd en predatie wordt bemoeilijkt. Rietkragen zijn verdwenen, evenals andere beplanting die juist voor natuurvriendelijke oevers van belang zijn” Vraag De heer Van der Kaap stelt op basis van bovenstaande context de volgende vragen: 1. Is het college bereid om een onderzoek in te stellen naar de opgetreden vissterfte? 2. Kunnen er maatregelen genomen worden om verdere verspreiding van deze sterfte tegen te gaan?
3. Is het college bereid om in overleg te treden met de gemeente Leiden om tot gezamenlijke maatregelen te komen om de waterkwaliteit te verbeteren, aangezien de oeverbegroeiing een rol lijkt te spelen en deze begroeiing onder de verantwoordelijkheid van Leiden valt. 4. Kan er een pilot worden opgestart om maatregelen te onderzoeken die voor een versteviging van het ecosysteem kunnen zorgen, zodat de aanwas van rivierkreeften teruggedrongen kan worden? 5. Kunnen er in overleg met de gemeente Leiden op korte termijn meer oevers natuurvriendelijk worden ingericht?
1/3
Antwoord Antwoord op vraag 1) Met de ontvangst van de melding(en) van deze vissterfte op 31 augustus 2021 is Rijnland direct gestart met een onderzoek naar de mogelijke oorzaak. Tegelijkertijd is de hoeveelheid inlaat water vanuit het boezemkanaal De Vliet verdubbeld om zo de polder door te spoelen en het water te verversen. Op 31 augustus en ook enkele dagen later zijn zuurstofmetingen op diverse plaatsen (en tijdstippen) in het polderpark uitgevoerd. Er zijn op die momenten geen acute zuurstoftekorten geconstateerd. Wel zijn de waargenomen zuurstofgehalten lager dan de waarden die men (dag gemiddeld) mag verwachten indien er sprake is van verzadiging, nl. ca. 9mg/l. In het veld zijn geen andere zaken waargenomen die een mogelijke directe oorzaak van de vissterfte zouden kunnen zijn (bijvoorbeeld vergiftiging, riooloverstorten, onderhoudswerk watergangen, algenbloei of kroosdekken, ..). Ook zijn geen naar lucht happende vissen (vissoorten en lengteklassen) in het veld waargenomen. Omdat bij deze sterfte uitsluitend de vissoort karper is betrokken, ontstond de idee dat de oorzaak mogelijk lag in een besmetting met een karper virus. Virologisch onderzoek is mogelijk door het aanleveren van nog levende vissen aan het vis-, schaal-, en schelpdierziektenlaboratorium van Wageningen Bioveterinary Research te Lelystad.
Daartoe heeft op 2 september 2021 Visserij Service Nederland in opdracht van Rijnland twee karpers gevangen en levend afgeleverd bij het genoemde laboratorium voor nader onderzoek. Op 9 september is de uitkomst van het onderzoek ontvangen; citaat: “De diagnose is niet gesteld kunnen worden. In de ingezonden karpers werd geen van de te verwachten virussen KHV en CEV aangetoond, noch een bacteriële of parasitaire infectie die de sterfte kan verklaren. Er is geen verdenking op botulisme, aangezien de andere vissoorten niet dood gingen. Ook vergiftiging is daarmee onwaarschijnlijk. Zuurstofloosheid zal wel op de grootste vissen het eerst effect gehad hebben. Verder is het mogelijk, dat er al weken geleden een virusuitbraak (door KHV of CEV) was
en deze is uitgedoofd. De vissen die WBVR onderzocht zagen er goed uit, kunnen overlevende vissen zijn van een dergelijk inmiddels uitgedoofde virusinfectie.” Rijnland concludeert hieruit dat de oorzaak van de vissterfte niet duidelijk is aan te wijzen. Een tijdelijk zuurstoftekort kan niet worden uitgesloten evenals een eerdere (karper)virusuitbraak. In beide gevallen heeft dit het bestand van karper geraakt. De gemeente Leiden heeft tot 8 september in totaal 125 stuks karper geruimd. Antwoord op vraag 2) Hoewel een duidelijke oorzaak niet is aangetoond, is het zinvol kennis te namen van het volgende. Visvirussen zijn onderdeel van het leefmilieu van de vis. Indien vispopulaties in een goede conditie zijn, dan is er meestal sprake van voldoende afweer. Als gevolg van stress-factoren (bijvoorbeeld winterperiode, milieu omstandigheden, kwaliteit van het ecosysteem) kan er een verhoogde kwetsbaarheid optreden voor allerhande visziekten (waaronder bacteriologische of virale ziekten). In de casus Cronesteyn is door partijen een directe relatie gelegd tussen de aanwezigheid van exotische rivierkreeften en de vissterfte. Een dergelijke directe relatie is echter niet bekend uit literatuur of praktijk. Wél is er sprake van een weinig gevarieerde en weinig robuust ecosysteem waardoor ook de visstand eenzijdig is. Dat kan leiden tot een verlaagde natuurlijke weerstand tegen visziekten.
21.061952 / vissterfte polderpark Cronesteyn 2
Exotische rivierkreeften spelen in de terugval van het ecosysteem duidelijk wél een rol. In samenhang beantwoorde vragen 3 – 5) Rijnland werk sinds jaar en dag prettig samen met de gemeente Leiden. Sinds dit voorjaar zijn we in gesprek met de gemeente Leiden over het nemen van maatregelen om de aanwezigheid (en daarmee de effecten op het ecosysteem) van exotische rivierkreeften binnen en buiten Leiden te beteugelen. Dit vraagt om een brede en integrale aanpak. Gedacht wordt onder meer aan het realiseren en herstellen van natuurlijk begroeide oevers. Deze oevers bieden naast stabiliteit (oeverafkalving en belemmering graafactiviteiten door rivierkreeften) vooral ook levensruimte voor een meer gevarieerde waterfauna. Vissoorten als snoek en baars zouden in grotere aantallen kunnen gaan voorkomen en daarmee rivierkreeften prederen. We nemen in dit overleg polderpark Cronesteyn mee als een mogelijke pilot locatie binnen de gemeente. Daarbij kunnen we ook de lokale aanwezige kennis over de aanwezigheid van de rivierkreeften in het park betrekken. Het watersysteem van het polderpark Cronesteyn heeft alle kenmerken van een voedselrijk en ecologisch weinig gevarieerd watersysteem; troebel, relatief ondiep, ontbreken van ondergedoken waterplanten met enkele bedden drijfbladplanten.
Een aanzienlijk deel van de oevers ogen natuurlijk begroeid maar lokaal is er ook duidelijk sprake van steil kanten / afkalving. Het polderpark biedt, gelet op de historie, de ligging, het gebruik en betrokken partijen, kansen om te werken aan verbetering van de waterkwaliteit. We staan open voor gesprek met de gemeente en betrokkenen om gezamenlijk verbetermogelijkheden te verkennen.
21.061952 / vissterfte polderpark Cronesteyn 3