Inspreektekst mevrouw Hoogheid namens Bomenbond Rijnland bij Bomenverordening d.d. 22 april 2021
Tekst van het document
Inspraak Bomenbond Rijnland (adviseur Bea Hoogheid) in cie LB d.d.22 april 2020 bij Agendapunt 6, Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel Bomen
Geachte voorzitter, leden van de commissie, wethouder, Drie minuten om toe te lichten bij welke punten de Bomenbond vragen en zorgen heeft bij het voorstel voor de nieuwe Bomenverordening. Dat is niet veel. Ik ga er maar van uit dat onze zienswijze zicht biedt op onze opmerkingen bij de complexe structuur van de voorgestelde verordening, de onduidelijke teksten in het Beleidskader, het loslaten van de digitale Groene kaart, het invoeren van meldingen in plaats van vergunningen en het geheel vrijlaten van het dunnen van bosplantsoen. Voor nu een paar woorden over de gevolgde procedure en tot slot nog wat cijfers. In augustus vorig jaar werden een paar belangenorganisaties uitgenodigd voor twee ronde tafel-bijeenkomsten. Planning: 1e bijeenkomst over conceptteksten 24 september, 2e in oktober, vaststelling in de Raad van juni 2021. In de eerste bijeenkomst ontbraken de toegezegde conceptteksten echter. Het gesprek ging over dilemma ‘s die de gemeente ervoer met de huidige verordening en door haar bedachte oplossingsrichtingen. De tweede bijeenkomst – nu wel met concrete teksten – volgde niet in oktober maar ruim 3 maanden later, op 15 januari 2021. Aard van deze bijeenkomst was louter informatief, dankzij een planning waarin het college slechts vier dagen later dezelfde teksten zou vaststellen en voor inspraak vrij zou geven.
Op dat moment begon de Verordening te leven bij belangenorganisaties en individuele burgers, wat zich vertaalde in druk bezochte bijeenkomsten als het Groen Idee Café op 22 februari en de info-sessie die het college organiseerde op 12 maart. Er kwam een enorme energie vrij bij de inwoners van de stad die betrokken zijn bij het zo belangrijke maar onder druk staande bomenbestand.
Helaas zijn de vierenzestig zienswijzen (64, dames en heren) toch vaak beantwoord met ontwijkende formuleringen. De enkele bijstellingen volgen met name uit het onderzoek van de Rekenkamercommissie en adviezen van externe juristen. Maar dat zijn niet de mensen die een Verordening in de praktijk doen slagen. Dat zijn de projectleiders en plantoetsers bij de gemeente en inwoners en andere deelnemers aan het dagelijkse leven in onze stad. Waarom is er geen gebruik gemaakt van de aantoonbaar aanwezige energie en betrokkenheid bij zoveel lokale groeperingen en individuele burgers? Waarom is er zo’n kennelijke haast om de huidige bomenverordening nog deze zomer te vervangen, terwijl begin volgend jaar een nieuwe slag gemaakt moet worden als gevolg van de invoering van de Omgevingswet? Verankering van biodiversiteit en klimaatadaptatie – in de uitleg van het college één van de hoofdredenen voor de herziening – kan op korte termijn immers ook met een eenvoudige amendering van de huidige Verordening worden geregeld. Onze oproep aan het college is dan ook om de betrokkenheid van de vele burgers te benutten in bredere consultaties en op grond van die inbreng in het najaar toe te werken naar een Verordening 2021 met verworven draagvlak en in overeenstemming met de Omgevingswet.
Deelt uw commissie deze oproep? In opmaat naar uw behandeling van het voorstel in de volgende commissievergadering maken wij graag met belangstellenden onder u een afspraak om deze suggestie en de nu voorliggende stukken uit te diepen.
Tot slot, voorzitter aan u de vraag of er nog tijd is om enkele cijfers uit onze analyse van de verleende kapvergunningen 2014 t/m2020 te noemen? Zo niet dan kunnen ze ook via de griffie aan u worden gestuurd. Ik dank u voor uw aandacht.