Inspreektekst de heer van der Ploeg namens Stichting Leiden Oogst bij RV Visie stadstuinieren d.d. 11 maart 2021
Tekst van het document
Inspraakreactie Visie Stadstuinieren op 11 maart 2021 Siebrand van der Ploeg, bestuurslid Stichting Leiden Oogst (Het Zoete Land en Groentepark Bontekoe, de moestuin voor de Voedselbank) + bijlage inspraaktekst uit 2015 over voedselvisie Geachte leden van de Raad, dank u wel dat ik hier het woord mag voeren. Als Stichting Leiden Oogst, beheerder van stadstuinderij Het Zoete Land en Groentepark Bontekoe, zijn we bijzonder ingenomen met de Visie Stadstuinieren. We hebben dan ook met veel plezier input geleverd en meegewerkt. Zoals we in onze Inspraakreactie op de concept-visie al hebben aangegeven, inspireert ze en is ze tegelijk concreet. Dat vinden we sterk. Vandaag wil ik ingaan op een aantal punten die we ook in onze inspraakreactie aan de orde hebben gesteld. Daarna wil ik graag een algemene opmerking maken over de Visie Stadstuinieren. 1. Uitbreiding Om te beginnen vraag ik nog eens uw aandacht voor onze wens om op beide locaties uit te breiden. Dit gezien de enorme wachtlijst voor Het Zoete Land en de grote en stijgende behoefte van de Voedselbank. Om een voorbeeld te noemen: om mee te kunnen oogsten bij Het Zoete Land is de wachttijd opgelopen tot 10 á 15 jaar; de wachtlijst telt meer dan 170 gegadigden. Van de gemeente vragen we dan ook om hierin actief met ons mee te denken. 2.
Contractduur Daarnaast hebben wij in verband met de investeringen die wij doen, graag voor langere tijd zekerheid over de beschikbaarheid van de grond voor Het Zoete Land en het Groentepark Bontekoe. We hopen dan ook dat deze Visie spoedig leidt tot een langjarig contract voor Het Zoete Land. 3. Grondprijs Verder wijs ik graag nog op onze opmerking over de grondprijs, namelijk dat het logischer is om de grond voor stadstuinderijen zonder winstoogmerk om niet, of voor een bescheiden bedrag beschikbaar te stellen. In antwoord op onze schriftelijke inspraakreactie merkt het college op dat het de meerwaarde van Het Zoete Land erkent, maar dat bedrijfsmatig geëxploiteerde 1
stadstuinderijen een prijs voor de grond betalen, ook als ze openbaar zijn en geen winstoogmerk hebben. Het lijkt erop dat we hier slachtoffer worden van onze schaal en onze professionele aanpak, die zorgt voor een prachtig, door de gemeenschap onderhouden, openbaar toegankelijk stuk groen. Het Zoete Land is gebaseerd op het model van community supported agriculture. Dit houdt in dat consumenten en producenten samen verantwoordelijk zijn voor opbrengsten, kosten en risico’s. Bij ons gaat het puur om een burgerinitiatief, waarbij we met een groep van 35 vrijwilligers de tuin onderhouden onder leiding van een professionele tuinder. De 125 oogstdeelnemende huishoudens delen samen opbrengsten, kosten en risico’s. Groentepark Bontekoe wordt eveneens onderhouden door een groep vrijwilligers onder professionele leiding. De kosten en risico’s worden hier gedekt uit subsidies omdat de opbrengst naar de Voedselbank gaat. Voor deze tuin hoeven we geen huur te betalen. De huur voor Het Zoete Land is fors hoger dan het tarief voor volkstuinen of een gangbaar tarief voor landbouwgrond. 4. Het grote kader Tot slot wil ik nog ingaan op een opvallend gemis in de Visie Stadstuinieren. Op blz 9 lezen we waar de Visie niet over gaat, namelijk dat de visie niet over voedselstrategie, korte ketens of gezonde voeding gaat.
Terwijl waarden zoals sociale samenhang, biodiversiteit, ontspanning en bewegen wel belicht worden. En terwijl de inventarisatie bol staat van voorbeelden van tuinen waar mensen iets eetbaars telen: in de Visie Stadstuinieren ontkom je gewoon niet aan het thema ‘voedsel’! Graag wijs ik erop dat we hier in 2015 als Leiden Oogst in uw vergadering ook al aandacht voor hebben gevraagd. Ik zal u de inspreektekst van dat jaar doen toekomen. Stadstuinieren kan bijdragen aan bewustwording over gezonde voeding (denk ook aan obesitas!) en het belang van een duurzamer voedselvoorziening. Het is jammer dat deze relatie niet in de visie Stadstuinieren wordt gelegd. Verschillende steden in Nederland en Vlaanderen zijn Leiden al voorgegaan 2
met een stedelijke voedselstrategie. In Leiden zijn we daarom nu met een werkgroep zelf bezig met een opzet. We ontdekten dat er hier al best wat gebeurt, van Jong leren eten en Stichting Naar Buiten, tot Stichting Duurzame Horeca. Van voedselfamilies Zuid-Holland tot Voedselbos Okkerheide. Maar het zijn versnipperde initiatieven. Er lag zelfs een uitstekend concept van een voormalig lid van de Leidse Milieuraad. Ik zou zeggen: verbindt de stadstuinen en andere initiatieven in één beleid en geef als gemeente het goede voorbeeld met gezond en overwegend regionaal geproduceerd voedsel in alle gemeentelijke kantines. Of laat één keer per week een gezonde lunch van producenten uit de regio of uit eigen schooltuinen verzorgen op alle basisscholen. Of doe iets anders! Er zijn veel burgers die willen meedenken en meedoen! Afsluitend nogmaals onze complimenten voor de Visie Stadstuinieren. Die betekent een mooie, en voor Het Zoete Land cruciale, stap voorwaarts. Als Leiden Oogst zijn we er echt blij mee. We helpen – samen met de gemeente – graag mee met de uitvoering door andere initiatiefnemers te vertellen hoe je een buurtmoestuin opzet. Ook kijken we graag met de gemeente naar uitbreidingsmogelijkheden, zodat we tegemoet kunnen komen aan de vraag naar deelname aan Het Zoete Land en aan de behoefte van de Voedselbank.
Tegelijkertijd is deze Visie wat ons betreft een gouden kans om verder na te denken over, en te werken aan een gezonde stedelijke voedselomgeving in de breedste zin van het woord. Dank u wel.
Bijlage: Inspraak Het Zoete Land op Duurzaamheidsagenda (oktober 2015)
3
Inspraak Het Zoete Land op Duurzaamheidsagenda (oktober 2015) Mijn naam is Mieke Hogervorst, bestuurslid van Stichting Leiden Oogst en ik word vergezeld door Jessica Zwartjes, die als tuinder werkzaam is voor ons op het Zoete Land. Graag reageer ik op de stukken die nu voorliggen. Eerder dit jaar gaf Marijtje Mulder, voorzitter van ons bestuur, als inspraakreactie op het Ambitiedocument Leiden Duurzaam 2030 de reactie genoemd onder By, waarin zij aangeeft het te betreuren dat in het ambitiedocument geen aandacht is voor een voedselstrategie. In het antwoord geeft het college aan dat het voor de gemeente slechts een beperkte rol hierin ziet, maar initiatieven van onderaf wilt steunen. Vanavond willen wij graag op beide punten reageren, namelijk op de mogelijke rol van de gemeentelijke overheid bij een voedselstrategie en op de steun die wij vragen voor ons stadstuinbouw-initiatief Het Zoete Land. Als eerste wil ik graag aangeven waarom wij het belangrijk vinden dat in het Ambitiedocument en de Duurzaamheidsagenda aandacht is voor een voedselstrategie. Niet duurzame voedselproductie is verantwoordelijk voor een fors deel van de wereldwijde milieuproblematiek. Denk daarbij aan de uitstoot van broeikasgassen door mestoverschotten, hoog energie-, water- en pesticidenverbruik en bodemuitputting.
In de stad wordt veel voedsel geconsumeerd dat elders op een niet-duurzame wijze wordt geproduceerd. Wij vinden dat de stad ook verantwoordelijkheid moet nemen voor de gevolgen die dit elders heeft. Meerdere steden delen deze mening, reden waarom een aantal steden de handen ineen heeft geslagen en hun ambities op papier heeft gezet ten aanzien van hun bijdrage aan duurzame voedselproduktie. Deze ambities zijn vastgelegd in het op 15 oktober aan de VN gepresenteerde Milan urban food policy pact. De steden die dit ondertekenden, spreken hierin af om op allerlei manieren een duurzame voedselketen te bevorderen. Bijv. door ruimte te bieden aan lokale initiatieven voor duurzame, communitybased voedselproductie, door samenhangend beleid te voeren gericht op voedselproducenten rondom de stad, door duurzaam en gezond voedsel toegankelijk en bereikbaar te maken voor alle lagen van de bevolking, door met scholen afspraken te maken over duurzame en gezonde voeding, door aandacht te schenken aan duurzaam transport, opslag en distributie van voedsel. Nederlandse steden als Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Bosch en Almere hebben dit pact mede-ondertekend om werk te maken van een duurzame voedselstrategie en wij denken dat Leiden in dit rijtje thuis hoort.
Met ons eigen initiatief van een stadstuinderij in de binnenstad maken wij met vele vrijwilligers en donateurs werk van duurzame, ‘communitybased’ voedselproductie. Daarmee dragen wij ook bij aan de 6 thema's van het ambitiedocument. Door lokale voedselvoorziening is er minder energieverbruik voor transport (thema 1 en 5), wij zijn een voorbeeld van duurzaam ondernemen (thema 2) en de biodiversiteit op de locatie van Het Zoete Land is in de afgelopen periode indrukwekkend toegenomen: een kaal grasveld is getransformeerd in een soortenrijk groen gebied waar de bodemvruchtbaarheid enorm is toegenomen, waar vele dieren inmiddels een plekje hebben gevonden en waar bijen naar hartenlust kunnen foerageren (thema 3). Wij produceren geen afval door de gesloten kringloop waarbij het tuinafval wordt gecomposteerd en gebruikt voor bemesting (thema 4). Wij dragen bij aan verhoogde weerbaarheid van de bodem tegen extreme weersinvloeden door onze wijze van landbouw en bodembeheer (thema 5). En bovenal maken wij mensen, jong en oud, meer bewust van het belang van duurzaamheid in zijn algemeenheid door hen dicht bij huis te betrekken bij en duurzame voedselproductie en liefde voor de natuur. Wij voorzien daarmee in een grote behoefte, wat is te merken aan het grote aantal vrijwilligers 4
en het feit dat het aantal mensen dat oogstdeelnemer wil worden na slechts 1 oogstseizoen al groter is dan de 100 deelnemers die wij aankunnen. Wij willen niet alleen in milieuopzicht op een duurzame manier werken, maar ook in sociaal opzicht op een duurzame manier werken door duurzame relaties aan te gaan met ideële samenwerkingspartners zoals Resto van Harte, jeugdhulpverlening en scholen. Graag zouden wij een duurzame relatie met de stad aan gaan, vanuit een positie waarin wij ons verzekerd weten van ons voortbestaan voor de komende jaren. Daartoe zouden wij graag voor langere tijd een gebruiksovereenkomst met de gemeente aangaan voor de grond. Vanuit die positie willen wij dan ook graag met de gemeente en andere partijen meedenken hoe handen en voeten te geven aan een bredere duurzame voedselstrategie.
5