Inspreektekst de heer Boting namens Leidse Bond van Amateurtuinders bij RV Visie stadstuinieren d.d. 11 maart 2021
Tekst van het document
Inspreken tijdens commissievergadering op 11 maart 2021 Geachte leden van de gemeenteraad en andere belangstellenden, Mijn naam is Henk Boting, sinds december 2018 voorzitter van de Leidse Bond van Amateurtuinders. Eveneens aanwezig is penningmeester Bert Jansen. De Leidse Bond van Amateurtuinders behartigt de belangen van de zes aangesloten Leidse volkstuinverenigingen met samen meer dan 1.200 volkstuinen; in oppervlakte is dat meer dan 45 hectare. Daarmee verschaffen die verenigingen naar schatting zo’n 5000 mensen plezier met een volkstuin. Verder zijn er keihard werkende besturen, commissieleden en overige vrijwilligers. Natuurlijk tuinieren en biodiversiteit staan hoog in het vaandel. Vier verenigingen hebben al het Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren. Daar ligt een langdurige en grondige procedure aan ten grondslag. De andere twee zijn hard aan het werk om aan te sluiten. Maar ook hebben twee verenigingen het Internationaal Diploma Ecologisch Tuinpark. Maar ook: bijenverenigingen, sportloopclubs, educatie/lezingen en workshops over milieu en natuur voor iedereen. Steevast aangekondigd in de lokale pers. Maatschappelijke organisaties zoals ’s Heerenloo, jeugdhulpverlening etc. En het zijn zeer aantrekkelijke wandelgebieden; de groene longen van de stad. De Visie Stadstuinieren vinden wij als leden van de Leidse volkstuingemeenschap een lofwaardig beleidsvoornemen.
Er zijn veel positieve elementen in te vinden en zowel de LBA als de aangesloten verenigingen hebben met veel plezier en inzet geparticipeerd in het tot stand komen van deze visie. Daarnaast hebben wij ook gezamenlijk een uitgebreide inspraakvisie ingediend. Voor de geïnteresseerden heb ik de inspraakvisie toegevoegd aan de tekst van mijn inspraak hedenavond. Vanavond willen wij enkele essentiële elementen uit deze visie onder de aandacht brengen 1. In de Visie wordt nadrukkelijk geopteerd voor een multifunctioneel gebruik van de clubhuizen. Een ontwikkeling die al jaren aan de gang is in de volkstuinwereld getuige de diverse maatschappelijke organisaties die op enigerlei wijze ‘onderdak’ hebben gevonden.
Wij hebben als LBA aangegeven deze clubhuizen nog meer te kunnen en willen gebruiken voor tuin gerelateerde activiteiten, zoals manifestaties en cursussen. Daarmee zou mooi aansluiting kunnen ontstaan met het stadstuinieren in bredere zin. Het is dan ook heel plezierig te constateren dat het verbod tot extern gebruik niet meer terug gaat komen in het nieuwe huurcontract dat op 1 januari 2021 ingaat. En vanzelfsprekend dat het aan de verenigingen zelf is met wie zij in zee gaan. De aanduiding ‘waar mogelijk’ op pagina 40 lezen wij als zodanig. Die clubhuizen zijn in eigen beheer gebouwd en worden door vrijwilligers niet alleen geëxploiteerd maar ook onderhouden. Waar een clubhuis aan vervanging toe is, sparen de leden voor nieuwbouw. Men is zuinig op die clubhuizen; er zit veel geld, werk en liefde in. Bovendien vormen de volkstuincomplexen een oase van rust, zowel voor mens als dier, en daar kan niet zomaar iedere activiteit in worden ondergebracht. Kortom, LBA en dus de verenigingen staan positief in de verdere ontwikkeling van de maatschappelijke participatie. Dat moet echter zonder meer aan de volkstuinorganisatie zelf worden overgelaten. Het voert té ver om een verplichting op te nemen in het huurcontract om met plannen in die richting te gaan komen. Want deze plannen vragen dan ook weer om evaluatie. Een te zware en onnodige last voor de besturen.
Zéker waar er geen enkele subsidierelatie tot de gemeente ligt op dit speelveld. 2. De compensatie van verloren gegane volkstuingrond wordt in dit visierapport finaal afgewikkeld. Afgewikkeld betekent ook dat van de resterende 5 ha er twee worden gecompenseerd. Aan die compensatie ligt een convenant tussen gemeente en LBA ten grondslag. Daarin legt de gemeente zichzelf de verplichting op te komen tot die compensatie. En ook staat er in vermeld dat de financiële gevolgen van deze compensatie voor rekening van de gemeente zijn. En daar gaat het wringen! Volgens berekeningen van de gemeente Leiden is een bedrag van €1.600.000 (prijspeil 2016) nodig om het gebied Oostvlietpolder rijp te maken voor volkstuingrond. Dit terwijl er een krediet beschikbaar is van € 791.000. Aangepast aan prijspeil 2021 en PFAS etc. ontstaat er een tekort van naar schatting € 1.000.000! Het visierapport lezend staat op pagina 48 onder “2021-2024 uitbreiding volkstuinen” de zin: “De compensatie wordt gelimiteerd door de ruimte op de locatie Oostvlietpolder en het beschikbare krediet”.
Kortom, er wordt al veel minder gecompenseerd dan oorspronkelijk afgesproken. Maar bovendien zijn er nog maar voor de helft van die compensatie financiële middelen beschikbaar! Al helemaal verbazingwekkend was een recente bespreking met de gemeente waarin werd gesteld dat het tekort door de volkstuinorganisatie moest worden opgebracht. Maar de gemeente was wel bereid dit bedrag te verwerken in de huurprijs! Een organisatie grond afnemen, compenseren en een rekening van € 1.000.000 neerleggen. Schokkend en volledig in strijd met het convenant. In diezelfde bespreking kwam ook naar voren dat de huurprijs voor het nieuwe contract geharmoniseerd gaat worden met andere grondprijzen in het Leidse. U zult begrijpen dat ik geen neerwaartse bijstelling verwacht. Houdt u er svp rekening mee dat voor veel volkstuinders een verhoging van de m2-prijs niet betaalbaar is en men zich genoodzaakt zal zien deze prachtige hobby om die reden te moeten beëindigen. 3. De Oostvlietpolder inhoudelijk De weerstand in de omgeving is zeer groot; dat behoeft geen nader betoog. In het Leidsch Dagblad van jl. dinsdag kon u dat lezen. Als volkstuinorganisatie kijken wij naar toepasbaarheid en effectiviteit. De aangrenzende tuinverenigingen Oostvliet en OTV doen onderzoek bij hun leden en kandidaatleden naar de behoefte van de stukjes grond die er gepland staan.
Doorgaans kleinere oppervlakken, geen of minimale bebouwing etc. Waar volkstuinen thans gemiddeld 300 m2 zijn, mogen deze in het slagenlandschap van de Oostvlietpolder maximaal 150 m2 zijn. En er wordt gekeken naar de bestuurlijke impact voor beide verenigingen. Voor beiden zijn het ingrijpende en veelomvattende projecten. Ook moeten wij ons realiseren dat het volkstuinareaal zich voor het overgrote deel aan deze kant van de stad bevindt. De vraag rijst of mensen vanuit de stad willen fietsen naar dergelijke kleine stukjes grond. Stukjes grond die eerder om de hoek aantrekkelijk zijn dan na een kwartier fietsen. Beide verenigingen zijn met enquêtes en nader onderzoek druk doende. Dat betekent ook dat de eerste geluiden uit een enkel vooronderzoek niet maatgevend zijn. De resultaten zullen wij zo spoedig mogelijk bekend maken.
Mochten de gronden wél passen binnen de behoefte naar dit soort tuinieren, maar té belastend blijken te zijn voor de organisatie, dan zou oprichting van een nieuwe vereniging voor de hand liggen. Maar ook hier doen wij dan een dringend beroep op de gemeente Leiden voor ondersteuning. Een vereniging draaiend houden kunnen wij heel goed. Maar in dit soort bijzondere trajecten is werving en projectleiding een gegeven dat naar onze mening tot het werkveld van de gemeente Leiden behoort. 4. De Oostvlietpolder wordt als de laatste mogelijkheid voor volkstuincomplexen gezien. Wij hebben echter met klem gevraagd om een open mind te houden voor toekomstige mogelijkheden. De strook grond bij de Stevenshof zou zich uitstekend lenen voor volkstuingronden zonder bebouwing. Daarmee blijft het open zicht behouden. Het is zeer wel mogelijk dat men daar thans niets voor voelt, maar gelet alle ontwikkelingen zou dat idee kunnen veranderen. Het is nu eenmaal zo dat onze mooie stad fors wordt volgebouwd en dat gaat toch ten koste van groen; in ieder geval van groen waar men zelf wat mee kan. En dan ligt een volkstuin voor de hand. Samenvattend verwachten wij van u als leden van de Raad dat u zich inspant voor de Leidse volkstuinorganisatie en: 1. De maatschappelijke participatie aan de volkstuinorganisatie zelf over te laten, waaronder het gebruik van de clubhuizen; 2.
De totale compensatie op minstens 2ha vast te stellen; 3. De financiële gevolgen van de compensatie voor rekening van de gemeente Leiden te laten zijn, conform het convenant; 4. De m2-prijs voor de volkstuinen te houden op het huidige niveau, met hooguit de jaarlijkse verhoging op basis van de prijsindex. 5. Met open mind te blijven kijken naar mogelijkheden van volkstuinieren op andere plaatsen in de stad, zonder deze op voorhand af te wijzen. En dan met name aan de westkant van de stad. Tot slot. Zonder meer zoeken en onderhouden wij de dialoog. Met de gemeente Leiden, andere groenorganisaties, maatschappelijke organisaties en wat dies meer zij. Dank u wel voor uw aandacht. Henk Boting, voorzitter van de Leidse Bond van Amateurtuinders