CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspraakreactie Energiek Leiden reactie op raadsvoorstel regionale warmtenet Warmtelinq met toelichting DEF-3-6

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 18 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Inspraakreacties2.119 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspraakreactie Energiek Leiden Raadcommissie Stedelijke Ontwikkeling 18 mei 2021 Er liggen vergevorderde plannen voor een regionale warmtetransportleiding tussen Vlaardingen Den Haag, en verder naar Leiden. Bewoners uit de Leidse regio krijgen met deze nieuwe warmte te maken. Coöperatie Energiek Leiden maakt zich hier zorgen over. Wij vragen de raadscommissie uiterste voorzichtigheid te betrachten bij het nemen van een besluit over het mandaat aan het College, omdat we zien dat niet alle overwegingen worden meegenomen in de besluitvorming. We hebben een aantal punten op een rij gezet die volgens ons aandacht vragen: De besluitvorming is niet onafhankelijk De aanleg van WLQ+ is verweven met de leveringsverplichtingen die het Warmtebedrijf Rotterdam (WbR) en daarmee de provincie en Rotterdam als aandeelhouders zijn aangegaan met Vattenfall. Deze afhankelijkheid van de belangen van één marktpartij is niet wenselijk. Het is niet duidelijk of de besluitvorming over het regionale warmtenet hierdoor niet beïnvloed is. Besluitvorming dient gebasseerd te zijn op een transparante maatschappelijke kosten baten analyse en los te staan van belangen van specifieke marktpartijen. Inwoners worden niet betrokken bij de besluitvorming Inwoners van Leiden wonen in wijken die mogelijk worden aangesloten op het warmtenet.

Aansluiting op een warmtenet heeft gevolgen achter de voordeur van hun eigen huis. Het ligt dus voor de hand dat zij betrokken worden bij de besluitvorming. Dat is nu niet het geval. Restwarmte drukt andere oplossingen uit de markt De warmtevraag is groot in onze regio. Het is dan ook wenselijk om zoveel mogelijk soorten bronnen van warmte te ontwikkelen. In een aantal wijken werken bewoners aan lokale plannen. Lokale warmtebronnen concurreren straks op kostprijs en duurzaamheid met relatief goedkope restwarmte uit Rotterdam. Op deze manier is geen project meer rendabel of financierbaar en verliezen we bronnen die hard nodig zijn. Aanbevelingen      

Zorg dat de wijkdistributienetten open staan voor invoeden door lokale (lagetemperatuur)bronnen. Eis van de warmteleverancier dat hij warmte van lokale bronnen afneemt. Geef afnemers/bewoners de vrijheid om alternatieve niet-collectieve warmteoplossingen te ontwikkelen en te kiezen, ook in gebieden ('kavels') waar een collectief warmtenet wordt ontwikkeld. Geef ruimte voor innovatie van de eigendomssituatie in de warmtemarkt (‘warmteschappen’1), zodat het mogelijk is om lokale warmtebronnen en -netten in eigen beheer te ontwikkelen zonder winstoogmerk. Reserveer een deel van de 2 miljoen voor verdere verkenning van de kansen voor lokale warmtebronnen en –netten, lokaal zeggenschap en eigenaarschap. Zorg voor een zorgvuldiger besluitvormingsproces rond de transitievisie warmte en de wijkuitvoeringsplannen en benader inwoners en betrokken bewonersinitiatieven daarvoor proactief. Een aankondiging in de Stadskrant is niet voldoende.

1

Ontsluit de kennis en besluitvormingsstukken over de energietransitie beter.

In de bijlage lichten wij onze aanbevelingen nader toe. M.b.t bewonersbetrokkenheid verwijzen wij graag naar de ‘ spiekkaarten om bewonersrol te borgen’ van de Participatiecoalitie: https://departicipatiecoalitie.nl/nieuws/participatiecoalitie-helptvolksvertegenwoordigers-met-res-beoordeling/

Tineke Mook, Anne Marieke Schwencke namens de kerngroep warmte Energiek Leiden

2

BIJLAGE BIJ INSPRAAKREACTIE

Energiek Leiden: visie op plannen regionale warmtenet Warmte uit Rotterdam, een regionaal transportnet Er liggen vergevorderde plannen voor een regionale warmtetransportleiding tussen Vlaardingen Den Haag, en voor een verlenging tussen Rijswijk - Leiden. Met de transportleiding kan restwarmte uit het havengebied van Rotterdam naar onze regio en stad gevoerd worden. In dit project, Warmtelinq werken het Rijk, de Gasunie, de provincie Zuid-Holland en gemeenten samen2. Bewoners uit de Leidse regio krijgen met deze nieuwe warmte te maken. In ieder geval de bewoners die momenteel zijn aangesloten op het bestaande stadswarmtenet gevoed met restwarmte uit de gascentrale aan de Langegracht in Leiden3. Als het regionale warmtenet er ligt, dan zal de Rotterdamse haven en industriegebied hun huizen verwarmen. Dat geldt ook voor bewoners die in de toekomst op dit bestaande warmtenet worden aangesloten. Op 18 mei en 3 juni buigt de Leidse gemeenteraad zich over een belangrijk voorstel van het college. In het Raadsvoorstel vraagt het college om een mandaat om afspraken te maken met de partijen van het transportnet.

Ook vragen ze om een budget voor een regionale organisatie warmtetransitie voor de Leidse regio om “in effectieve samenwerking met Gasunie, Alliander, woningcorporaties en andere partners eerste stappen te zetten in de totstandkoming van een open regionaal transport- en distributienetwerk” 4 . Als kerngroep van Energiek Leiden volgen de ontwikkeling van het regionale warmtenet op de voet. Wij houden ons beroepsmatig bezig met energie en / of wonen in de stad en willen actief bijdragen aan de Leidse energietransitie. We maken ons zorgen. Gaat dat allemaal wel goed? Wat betekent die Rotterdamse warmte voor ons als bewoners? Zijn andere lokale warmteopties straks nog wel mogelijk? We hebben een aantal punten op een rij gezet die volgens ons aandacht vragen. Aanbeveling aan de gemeenteraad: betracht voorzichtigheid bij besluit over mandaat Wij vragen de raadscommissie uiterste voorzichtigheid te betrachten bij het nemen van een besluit over het mandaat aan het College, omdat wij zien dat niet alle overwegingen worden meegenomen in de besluitvorming. Er is een enorme lacune in kennis over de technische kanten en de financiële consequenties van Warmtelinq+ voor de Leidse regio. Wij zijn bezorgd dat de regionale plannen innovatieve lokale warmteoplossingen frustreren. In de toekomst hebben alle soorten warmtebronnen nodig.

2

https://www.warmtelinq.nl/ Stadswarmtenet Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest 4 Raadsvoorstel samenwerking warmtetransitie Leidse regio en restwarmte via WarmtelinQ+, 6 april 2021: https://online.ibabs.eu/ibabsapi/publicdownload.aspx?site=regio071&id=987cca9e-2733-4405-a8335ea39f53d75c 3

1

Aandachtspunten 1. Besluitvorming op basis van een onderbouwde afweging van beste opties (mkba), onafhankelijk van de belangen van marktpartijen De aanleiding voor WLQ+ voor de Leidse regio is sterk verbonden met de leveringsverplichtingen die het Warmtebedrijf Rotterdam (WbR) en daarmee de provincie en Rotterdam als aandeelhouders zijn aangegaan met Vattenfall. Deze afhankelijkheid van de belangen van één marktpartij is niet wenselijk. Het mag de besluitvorming over het regionale warmtenet niet beïnvloeden. De besluitvorming over WLQ+ moet gebaseerd zijn op een transparante en gedragen maatschappelijke kosten baten analyse met een afweging op basis van technische en financiële haalbaarheid, beschikbaarheid van (rest)warmtebronnen, betaalbaarheid en duurzaamheid én een vergelijking met alternatieve warmteoplossingen. De afspraken met Vattenfall én WbR dienen geen rol te spelen en niet meegewogen te worden in de besluitvorming over WLQ+. Specifieke punten/ vragen: 

  

In het Raadsvoorstel wordt gesteld dat de keuze voor restwarmte is gebaseerd op een maatschappelijke kosten baten analyse. Tegelijkertijd geeft het Leidse college aan dat “de colleges momenteel niet beschikken over een precieze duiding of objectivering” en “laten zij de verantwoordelijkheid bij de rijksoverheid en provincie om een afweging te maken” (punt 6). Dit suggereert dat er nog onvoldoende zicht bestaat op de verwachte maatschappelijke kosten en baten. Verschillende beleidsstukken lijken elkaar bovendien tegen te spreken. Zo is te lezen Ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040: “Als de resultaten positief zijn, is geothermie een alternatief voor de restwarmte uit het Rotterdamse havengebied5. De onduidelijkheid over het wel of juist niet beschibaar zijn van een solide onderbouwing lijkt ons geen goede basis voor besluiten met vergaande gevolgen. De onderzoeken die zijn uitgevoerd zijn lastig vindbaar. Alle onderzoeken dienen openbaar beschikbaar te zijn. Dat is nu niet het geval. De mogelijkheid van het afkopen van de leveringsverplichting van Vattenfall dient als serieuze mogelijkheid op de agenda te blijven staan.

2. Bewoners betrekken: zeker afnemers van het stadswarmtenet als direct belanghebbenden Particuliere woningeigenaren en huurders die zijn aangesloten op het stadswarmtenet hebben momenteel geen stem en geen positie in het samenwerkingsverband van de gemeenten in de Leidse regio. Zij hebben geen invloed op de besluitvorming over de regionale warmte. Dat is onwenselijk. Als afnemers zijn zij direct belanghebbenden; zij zijn immers contractpartij via hun warmteafnamecontract met de warmteleverancier Vattenfall. De woningcorporaties en een aantal grootverbruikers zijn wel actief betrokken in het proces. Het is belangrijk dat ook de particuliere afnemers van stadwarmte een stem hebben en zeggenschap krijgen in het besluitvormingsproces. Datzelfde geldt voor alle Leidse inwoners. Zij wonen in wijken die mogelijk worden aangesloten op het warmtenet. Soms werken zij aan lokale warmte plannen die

5

(Ontwerp omgevingsvisie Leiden 2040, p. 61).

2

door de komst van een regionale warmte beïnvloed wordt. Ook zij zijn op dit moment niet betrokken bij de besluitvorming over het regionale warmtenet6. 3. Kansen voor innovatieve lokale oplossingen, diversiteit en flexibiliteit De warmtevraag is groot in onze regio. Het is dan ook wenselijk om zoveel mogelijk soorten bronnen van warmte te ontwikkelen. Dus ook lokale lage temperatuur warmtebronnen zoals aquathermie, bodemwarmte en andere. In een aantal wijken werken bewoners aan lokale plannen. Onze zorg is dat het regionale warmtenet innovatie en ontwikkeling van lokale collectieve oplossingen in de weg staat. Lokale warmtebronnen concurreren straks op kostprijs en duurzaamheid met relatief goedkope restwarmte uit Rotterdam. Op deze manier is geen project meer rendabel of financierbaar. Specifieke punten/ vragen: 

 

Lokale bronnen (lagere temperatuur) voeden in op de distributienetten, niet in op het hoofdtransportnet van Warmtelinq. Een open hoofdtransportnet waar meerdere bronnen op aankunnen sluiten lost het probleem voor lokale bronnen niet op. Lokale bronnen moeten aangesloten kunnen worden op de distributienetten. Ook de distributienetten dienen dus ‘open’ te zijn. De eigenaar van het warmtenet moet meerdere bronnen op het warmtenet toestaan, m.a.w. toegang van derden op distributienetten moet gereguleerd worden. Afname van de lokale warmte tegen een redelijke prijs door de warmteleverancier die via dat distributienet levert, zal dan ook gereguleerd moeten worden dan wel gegarandeerd. Wat ons betreft krijgt lokale warmte voorrang. De voorwaarde ‘bij gelijke geschiktheid (betaalbaarheid, duurzaamheid)’ biedt onvoldoende bescherming tegen concurrentie met relatief goedkope, want gesubsidieerde, Rotterdamse warmte. Zonder bescherming komen innovatieve lokale oplossingen niet meer van de grond. Verder: De restwarmte van de centrale aan de Langegracht (huidige STEG van Uniper) wordt benut zolang de centrale in bedrijf blijft voor elektriciteitsproductie. Afnemers/ bewoners moeten de vrijheid houden om alternatieve niet-collectieve warmteoplossingen te ontwikkelen, ook in gebieden ('kavels') waar een collectief warmtenet wordt ontwikkeld.

3. Geef ruimte voor innovatie in de eigendomssituatie: lokaal eigenaarschap Het huidige stadswarmtenet is eigendom van Vattenfall. In de toekomst kunnen ook andere bedrijven delen van de stad en regio van warmte gaan voorzien. De gemeente heeft de bevoegdheid om concessies uit te geven. In de nieuwe Warmtewet krijgt de gemeente de bevoegdheid om ‘kavels’en ‘warmtebedrijven’ aan te wijzen. Bewoners moeten de mogelijkheid krijgen om invloed uit te oefenen op de besluitvorming én om (indien gewenst) de warmtebedrijven in eigen beheer te nemen, zonder winstoogmerk en collectief eigendom met zeggenschap bij bewoners. Specifieke punten/ vragen: 

6

De besluitvorming over de aanwijzing van een warmtekavel en een warmtebedrijf dient altijd mét de beoogde afnemers dwz bewoners, bedrijven en andere lokale warmteafnemers te worden genomen.

(Raadsvoorstel, 6 april, punt 10).

3

Bij het aanwijzen van kavels, uitgeven van concessies krijgt wat ons betreft het lokaal eigendom-model voorrang. Dat betekent niet dat bewoners alles zelf gaan doen, wel dat zij als afnemerscollectief (mede-)eigenaar zijn van het warmtebedrijf en daarmee ook zeggenschap hebben over de bedrijfsvoering. Wij pleiten voor innovatie van de eigendomssituatie in de warmtemarkt (ook wel aangeduid met de term ‘warmteschappen’7). De omvang van de kavels dienen daarom ook op een passende (wijk) maat te worden aangewezen.

4. Reserveer financiële middelen voor lokale warmte-initiatieven: De 6 gemeenten in de Leidse regio zijn van plan om 2 miljoen euro te reserveren voor een verdere verkenning van de mogelijkheden van het regionale transportnet Warmtelinq+. Daarnaast wordt gedacht aan een investeringsfonds. Tegelijkertijd geven zij aan ook aan waarde te hechten aan lokale initiatieven uit de samenleving8. Wij pleiten voor reservering van een deel van het budget voor verdere verkenning van de kansen voor lokale warmtebronnen en –netten, lokaal zeggenschap en eigenaarschap. 5. Actieve participatie bewoners bij beleids- en planvorming: De gemeenten werken aan een Transitievisie Warmte en wijkuitvoeringsplannen en aan een Regionale Warmte Strategie in regionaal verband. Bewoners worden beperkt betrokken bij de beleids- en planvorming van gemeenten en regio. Er wordt nu een plan voor participatie in de energietransitie uitgevoerd. Dit zien wij als een verbetering waarover wij onze waardering uitspreken. Specifieke punten:  

Er is meer helderheid over de inspraakmogelijkheden is nodig. Het is bij bewoners vaak nog niet bekend op welke momenten zij kunnen inspreken op voorgenomen besluiten, of zienswijzen aanleveren. Een veel actiever oproep om te reageren is wenselijk. In de informatiebijeenkomsten wordt informatie gegeven (‘zenden’), waardoor er onvoldoende ruimte is om tot een uitwisseling en dialoog met bewoners te komen. De procesmanagers kunnen stadbewoners die beroepsmatig met de energietransitie bezig zijn, actiever benaderen en vragen om inbreng.

6. Openbaarheid informatie Als bewoners is het lastig om informatie te vinden over het regionale warmtenet. Ontsluiting van de informatie is voorwaarde om als bewoner actief mee te kunnen werken aan de warmtetransitie. Een toegankelijke webpagina waar alle relevante openbare stukken goed vindbaar zijn en die goed wordt bijgehouden is een voorwaarde voor goede kennisuitwisseling.

7

Energie Samen| Buurtwarmte: Manifest Warmteschappen

8

(Raadsbesluit, RES 1.0 Regionale Warmte Strategie). 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10131280/1