Inspraakbijdrage Werkgroep Amateurkunst Leiden nav collegebrieven Cultuureducatieve activiteiten en aanbesteding BplusC 010221
Tekst van het document
Geachte leden van de Commissie Werk & Middelen, Als voorzitter van de Werkgroep Amateurkunst Leiden wil ik graag uw aandacht vragen voor het volgende. Met veel interesse hebben wij de collegebrieven gelezen betreffende de Aanbesteding Cultuureducatieve Activiteiten en BplusC. Deze brieven bevatten een (deel van) een visie op de toekomst van bibliotheek, cultuureducatie en cultuurparticipatie in Leiden. Naar aanleiding van deze brieven, de startnotitie Bibliotheek, cultuureducatie en cultuurparticipatie en de aankomende aanbesteding zijn er binnen de WAK vragen gerezen op die we graag aan de raadscommissie ter bespreking in de commissie zouden willen voorleggen. De WAK en BplusC werken als Centrum voor Amateurkunst Leiden (CAL) intensief samen. Het CAL organiseert Open Podia, Korenweekenden, de Amateurkunstweekenden rond kerstmis en verschillende festivals waar de leden van de bijna 100 verenigingen en tienduizenden amateurkunstbeoefenaars in Leiden aan kunnen meedoen. De kunstenaars, verenigingen en talloze ensembles gebruiken de gebouwen van BplusC voor activiteiten, exposities, concerten en voorstellingen en we zorgen samen dat de amateurkunstverengingen worden voorzien van belangrijke informatie over activiteiten, regelingen en bijvoorbeeld subsidies.
Het CAL verbetert de link tussen kunsteducatie en de kunstbeoefenaars, regelt de facilitaire ondersteuning van de sector en bundelt en coördineert initiatieven. Een enorme bak werk, tegen relatief lage kosten. Een samenwerking als deze is van enorm belang voor de verenigingen in Leiden. Het relatief kleine bedrag van 16.000 euro per jaar dat BplusC nu besteedt aan al deze activiteiten voor de amateurkunst zal in een aanbesteding onvermijdelijk leiden tot een beperking van de faciliteiten en diensten ten gunste van de amateurkunst. Iets waar wij niet naar uitkijken. De brief van 3 december (die een opmaat moet zijn voor de aanbesteding van het kavel Cultuureducatie) rept nauwelijks over de relatie tussen WAK en de ondersteunende of coördinerende organisatie. Als direct belanghebbenden maken wij ons zorgen dat de faciliteiten zoals we deze hebben opgebouwd voor de amateurkunstbeoefenaars in Leiden binnen een aanbesteding niet genoeg worden geborgd. Sterker nog, we zien een verschraling en versnippering op ons afkomen die vrijwel zeker optreedt wanneer verschillende partijen uit verschillende hoeken zich gaan bezighouden met het aanbieden van cultuureducatie en de daaruit voortvloeiende activiteiten ter ondersteuning van amateurkunst cultuureducatie en cultuurparticipatie. Vanuit
de WAK missen wij een duidelijke visie op hoe een aanbestedende partij dit zou moeten oppakken en hoe deze geborgd dient te worden. Als hoofd Publiekszaken bij Laaktheater, een Cultuuranker in Den Haag maak ik dagelijks van heel dichtbij mee hoe versnipperd het cultuurparticipatie landschap is. Wijkprojecten – waaronder een groot aanbod aan educatieve projecten - worden vanuit de wijktheaters, grote culturele instellingen, culturele organisaties en helaas ook welzijnsorganisaties opgepakt. Dit resulteert vaak in een strijd om de doelgroepen, waarbij de niet-interessante doelgroepen geacht worden voor de invulling van hun eigen culturele behoefte te zorgen. Bovendien, veel organisaties trekken zich na gedane zaken weer terug of verplaatsen zich naar een andere wijk waar een andere organisatie in dezelfde vijver vist. Er wordt niet geïnvesteerd in betaalbare locaties waar amateurkunstenaars (voornamelijk volwassenen) die buiten de doelgroepen vallen zich kunnen ontwikkelen, samenkomen, repeteren en voorstellingen, concerten of exposities organiseren. Dit beleid resulteert al met al juist in uitsluiting en versnippering en niet in gezonde en inclusieve amateurkunst- en cultuur. Dat er in deze aanbesteding een zware nadruk ligt op kinderen en jongeren baart ons zorgen. Verenigingen zijn grotendeels gericht op volwassenen.
Wij vinden het belangrijk dat cursussen en opleidingen beschikbaar blijven voor onze leden omdat het de kwaliteit van onze activiteiten beter maakt. Commercieel aanbesteden van deze lessen of deze lessen overlaten aan tot zzp’ers verworden ex-docenten van de Muziekschool is niet iets waar wij erg warm van worden. Dit leidt tot verschraling van het aanbod en zal ook hier de inclusie niet ten goede komen. Immers, welke zzp’er zal een Saz-workshop of hindoestaanse dans gaan aanbieden wanneer hij met gitaarlessen en jazzballet meer kan verdienen? Daarnaast worden er vanuit BplusC tegen een voor amateurs betaalbare vergoeding talloze muziek- en zangensembles gefaciliteerd en ondersteund. Niet alleen met de - toch al spaarzame - oefenlocaties, maar ook met professionele ondersteuning van docenten. Vanuit deze notitie zien we ook geen aanknopingspunten dat deze functie in de toekomst nog langer kan worden ondersteund. Onze vragen: - hoe wordt volgens deze brieven de duurzame samenwerking geborgd in een aanbesteding tussen aanbieder en de amateurkunstverenigingen?
- wat is de meerwaarde van het apart aanbesteden van cultuurparticipatie, terwijl er duidelijk een keten is van educatie naar participatie? Voor de amateurkunstsector zijn hier geen voordelen, eerder obstakels te zien - hoe wordt participatie en inclusie geborgd, wanneer de keuze valt op een (commerciële) aanbieder zonder vaste wortels en locaties in Leiden of op verschillende culturele instellingen in Leiden afzonderlijk die subsidies voor eenmalige projecten moeten aanvragen bij landelijke fondsen waar momenteel de regelgeving steeds strenger en eenzijdiger wordt? Met vriendelijke groet, Sigrid de Zwart Voorzitter Werkgroep Amateurkunst Leiden