Inspraak 8 feb 2022 Duurzame Energie Merenwijk
Tekst van het document
Inspraakreactie DEM De Merenwijk is een divers samengestelde wijk, met zowel veel sociale huur als particulier woningbezit. Veel Merenwijkers zijn zeer betrokken bij de energietransitie. Huiseigenaren én huurders willen zeggenschap hebben in hun hoe hun energievoorziening er in de toekomst uit komt te zien. Niet voor niets kan Stichting Duurzame Energie Merenwijk inmiddels leunen op een achterban van circa 350 personen, en het worden er nog steeds meer. Wij vinden het dan ook, net als het college, ontzettend belangrijk dat huurders en huiseigenaren mee kunnen praten en denken over de energieoplossingen van de toekomst voor hún wijk, en dat er voor hen iets te kiezen valt. Wij denken ook dat de Merenwijk veel potentie heeft om vanuit bewonersinitiatieven tot innovatieve duurzame oplossingen te komen, zoals coöperatieve warmtebronnen. Naar aanleiding van de studie van Fakton zet het college in de Transitievisie Warmte in op een warmtenet voor grote delen van Leiden. DEM herkent zich voor een belangrijk deel in de argumenten die het college daarbij geeft. Ten aanzien van de onderwerpen participatie en keuzevrijheid – kortom: zeggenschap voor bewoners – heeft DEM echter nog een tweetal belangrijke kanttekeningen dan wel vragen. Eén over de inrichting van het participatieproces en één over de inhoud die het college geeft aan het begrip ‘keuzevrijheid’.
Ten aanzien van het participatieproces: De energietransitie kan enkel een succes worden als burgers daarin daadwerkelijk kunnen participeren, als zij het gevoel hebben dat zij zeggenschap hebben over hun toekomst. Gemeenten, provincies en Rijk hebben de burger heel hard nodig voor het welslagen van de energietransitie. Getuige bijvoorbeeld de ellenlange juridische procedures van burgers tegen de overheidsplannen voor windmolens in de provincies Groningen en Drenthe. Draagvlak is cruciaal, en dat draagvlak kan alleen worden verworven wanneer burgers actief worden betrokken in het besluitvormingsproces. DEM mist in de Transitievisie Warmte een gedegen visie op de inrichting van het participatieproces. Wij vragen daarom van uw raad dringend aandacht voor dit proces. Het is van belang dat er een goed uitgewerkt participatieplan komt, in samenspraak met alle stakeholders, dus ook met bewoners. Daarin moet in ieder geval worden uitgewerkt wat wij met elkaar verstaan onder participatie, wie welke rol heeft, welke belangrijke beslismomenten er zijn en waar beïnvloedingsruimte is en waar niet. Ik benadruk: zo’n participatieplan moet het resultaat zijn van een proces dat is uitgevoerd samen met bewoners en andere stakeholders, en niet iets dat top-down door de gemeente wordt opgelegd.
Ten aanzien van keuzevrijheid: Uit de Transitievisie Warmte blijkt onvoldoende wat het college verstaat onder het begrip ‘keuzevrijheid’. Wordt daarmee enkel bedoeld de vrijheid voor de burger om te kiezen welke warmteleverancier hij contracteert? Of wordt daarmee bedoeld de vrijheid om te zoeken naar eigenstandige duurzame oplossingen voor de warmtevoorziening? Bijvoorbeeld in de vorm van een coöperatieve warmtebron? DEM vindt dat beide vrijheden door de gemeente geborgd moeten worden. De reacties van het college op de vele zienswijzen die zijn ingediend door bewoners en bewonersinitiatieven geven ons echter ten aanzien van beide vormen van keuzevrijheid onvoldoende het vertrouwen dat deze geborgd zijn. DEM zal dat voor elk van deze twee vormen van keuzevrijheid toelichten.
Keuzevrijheid buurtinitiatief/coöperatieve warmtebron Wij vragen ons af of het voor de bewoners van de Merenwijk zinvol is om tijd en geld te investeren in een of meer lokale, coöperatieve warmtebronnen. Zoals wij de Transitievisie Warmte nu lezen, lopen we het risico dat we over een paar jaar te horen krijgen dat onze investeringen in zo’n project voor niets zijn geweest en dat onze plannen niet kunnen worden uitgevoerd omdat anders de business case voor het warmtenet niet van de grond komt. In het gunstigste geval kunnen we de door ons buurtinitiatief opgewekte warmte dan invoeden in het warmtenet van Vattenfall cum suis. Ondanks de goede intenties van Vattenfall, is de onderhandelingspositie van de gemeente richting de beheerder of beheerders van het warmtenet naar ons idee een stuk minder rooskleurig dan ons in de Transitievisie Warmte wordt voorgehouden. De gemeente heeft immers - naast het voorliggende plan voor een warmtenet dat voor een belangrijk gedeelte in eigendom is bij Vattenfall - geen plan-B om de hele stad van voldoende warmte te voorzien. Vattenfall bevindt zich tegenover de gemeente dus in dezelfde luxe positie als premier Poetin tegenover West-Europa.
Keuzevrijheid warmteleverancier Op basis van de huidige Warmtewet kan de gemeente Vattenfall niet dwingen om het deel van het warmtenet dat bij haar in eigendom is, open te stellen voor andere warmteleveranciers. Heeft de gemeente, naast de mogelijkheid van contractsonderhandelingen in 2026 (wanneer het bestaande contract met Vattenfall afloopt), nog andere juridische mogelijkheden om af te dwingen dat Vattenfall warmtebronnen van andere leveranciers laat invoeden op het deel van het warmtenet dat bij haar in eigendom is? Zo ja, welke juridische mogelijkheden zijn dit en gaat de gemeente deze ook inzetten wanneer Vattenfall onverhoopt geen andere warmteleveranciers toelaat op haar gedeelte van het warmtenet? Zo nee, hoe garandeert de gemeente dan de keuzevrijheid voor bewoners, die zijzelf zegt zo belangrijk te vinden, en waarvan ook gebleken is dat die cruciaal is voor het welslagen van de energietransitie? De gemeente is in belangrijke mate afhankelijk van Vattenfall voor haar toekomstige warmtevoorziening. Zonder nadere, juridisch afdwingbare afspraken met Vattenfall over invoeding door lokale warmtebronnen en over vergaande samenwerking met buurtcoöperaties, is keuzevrijheid voor de Leidse burger een wassen neus. Om kort te gaan, vraagt DEM van de gemeente: 1. dat er snel een gedegen participatieplan komt en 2.
dat de gemeente de keuzevrijheid van haar inwoners garandeert en ervoor zorgdraagt dat deze keuzevrijheid ook juridisch afdwingbaar is bij de netbeheerders.