CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Erratum RV 21.0078a Bijlage 1 Geanonimiseerd erratum OV 1.1

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 31 augustus 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0078 Vaststelling Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie3.315 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1/7

ERRATUM

2021. Nr.

: 21.0358

Vaststelling Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie Leiden, 10 augustus 2021

Na besluitvorming op de Inspraaknota Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie is gebleken dat er 6 inspraakreacties niet betrokken zijn. Hiervoor is onderhavig erratum opgesteld. Erratum op Raadsvoorstel 21.0358 “Vaststelling Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie” Wijziging van het genoemde aantal ingediende inspraakreacties in het raadsvoorstel. Daar waar het aantal 73 is genoemd verandert naar 79. Erratum op Inspraaknota Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie Wijziging van het genoemde aantal ingediende inspraakreacties: 79 in plaats van 73. Aanvulling van paragraaf 4 “Samenvatting en beantwoording inspraakreacties”: Nr 74 75 76 77

Indiener Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd

2/7

78 79

Geanonimiseerd Geanonimiseerd

Aanvulling van paragraaf 4 “Samenvatting en beantwoording inspraakreacties 74

75

76

Samenvatting inspraakreactie

Reactie gemeente

Gevolgen besluit

Inspreker stelt dat de omgevingsvisie onleesbaar is vanwege het taalgebruik. Inspreker verzoekt om een nieuwe versie te publiceren zonder alle bestuurlijke en nietszeggende termen.

Het college van B en W neemt kennis van deze opmerking. Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekening gehouden met de leesbaarheid en de omvang, waar mogelijk zijn moeilijk leesbare teksten herschreven en ingekort. Het is onvermijdelijk dat het soms jargon betreft en we proberen het zo goed mogelijk uit te leggen. Het is steeds balanceren tussen wettelijke/technische termen en eenvoudige bewoordingen. Bij de ontwerp-omgevingsvisie is daarom ook een toegankelijke publieksversie gemaakt en is een speciale special in de stadskrant gepubliceerd. Reactie gemeente

Geen wijzigingen

In de Omgevingsvisie wordt constateert dat er een grote ruimtedruk op de stad ligt. We hebben een grote woningbouwopgave, met alle bijbehorende voorzieningen, maar moeten tegelijkertijd ruimte vinden voor bijv. waterbuffering en biodiversiteit. In die context is de hoogbouwvisie van 2007 tegen het licht gehouden en heeft het gemeentebestuur geconstateerd dat het in beperkte mate verhogen van de bouwhoogte kan bijdragen aan de verstedelijkingsopgave van de stad. Juist door heel selectief te werk te gaan wordt het karakter van de stad zo min mogelijk aangetast.

Geen wijzigingen

Samenvatting inspraakreactie Inspreker maakt bezwaar op de hoogbouwplannen. Ondanks de beperkte bevolkingsgroei van Leiden, lijken diverse partijen toch de plannen voor hoogbouw door te drukken. Inspreker vraagt zich af wie daar belang bij heeft. Inspreker verzoekt de gemeente Leiden om een pas op de plaats te maken en eerst alle inwoners te raadplegen voordat de stad onherstelbare schade aangedaan wordt. Het referendum zou daar een uitstekend middel voor zijn.

Samenvatting inspraakreactie

In de week van 11 januari vond de ‘Week van de Leidse Hoogte’ plaats. Hierin stond de volgende vraag centraal; hoe verdichten we en houden we de stad leefbaar? Hoogbouw is daarbij geen doel op zich, maar een middel. Tijdens deze week organiseerde de gemeente digitale stadsgesprekken over hoogbouw in de stad. Van 31 december tot en met 17 januari konden inwoners ook een online enquête over hoogbouw invullen. Daarnaast werd er een stadsmakers-gesprek georganiseerd met experts en raadpleegden we het Leiden Panel met een aparte vragenlijst. Op doemee.leiden.nl konden mensen voorbeelden van hoogbouw delen en erop reageren. Deze inbreng is vervolgens gebruikt bij het vernieuwen van de hoogbouwvisie (als onderdeel van de Omgevingsvisie Leiden 2040) en wordt gebruikt bij de nog separaat op te stellen Kwaliteitstoets voor Hoogbouw. De stad is op verschillende momenten hierover geïnformeerd en heeft ook nog de mogelijkheid om in te spreken bij de raadscommissie. Reactie gemeente

Inspreker stelt dat om oudere wijkbewoners te doen besluiten hun huidige, vaak grote, huizen te verlaten en te verhuizen naar aangepaste

Het college van B en W heeft hier oog voor en heeft doorstroming als aandachtspunt in de omgevingsvisie opgenomen. Bij het realiseren van de

Gevolgen besluit

Gevolgen besluit Geen wijzigingen

3/7

levensloopbestendige woningen, het noodzakelijk is vormen van geclusterd wonen te ontwikkelen. Dergelijke vormen van geclusterd wonen dienen in de eigen wijk tot stand te komen. In iedere wijk dus. Alleen dan blijven opgebouwde sociale netwerken in stand. Alleen dan zal een zo noodzakelijke doorstroming gerealiseerd kunnen worden. Bij het ontwikkelen van een omgevingsvisie voor de langere termijn achten wij het belangrijk dit punt als algemene richtlijn vastgelegd te hebben.

77

Samenvatting inspraakreactie Inspreker verzoekt om voor de aspecten geluid en externe veiligheid in relatie tot Spoorwegen gebruik te maken van de meest recente gegevens.

Gevolgen besluit

Het college van B en W neemt kennis van deze opmerking. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie en de Omgevingseffectrapportage is gebruik gemaakt van de op dat moment beschikbare en meest recente gegevens. In de Omgevingsvisie is hier in het hoofdstuk 5.2 Vestigingsklimaat onder het kopje Oog houden voor omgevingsveiligheid en gezondheid bij stadsinbreiding aandacht voor. Ook in de verdere planvorming is hier aandacht voor. Het college van B en W is zich hiervan bewust. De bestemming en functieaanduiding van de gronden zijn in het bestemmingplan ook vastgelegd als enkelbestemming Verkeer-Railverkeer In aansluiting op de huidige betrokkenheid en afstemming bij actuele projecten zal die er ook zijn bij toekomstige ontwikkelingen.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

Inspreker stelt dat onderstations niet mogen komen te vervallen en dat deze te allen tijde bereikbaar moeten blijven. Samenvatting inspraakreactie

Het college van B en W pakt dit op in de verder uitwerking van de Omgevingsvisie en relevante projecten. In de relevante projecten is hier aandacht voor en wordt tijdig afstemming gezocht met ProRail. De gemeente heeft geen intentie op die bestemmingen te wijzigen. Mocht dat op een gegeven moment wenselijk zijn dan dient daarvoor afgeweken te worden van het bestemmingsplan/omgevingsplan en wordt de inspreker natuurlijk betrokken in dat proces. Het college van B en W neemt kennis van de opmerking en heeft hier aandacht voor bij actuele projecten en toekomstige ontwikkelingen. Reactie gemeente

De inspreker stelt dat in de terminologie van hoogstedelijk dynamisch, stads en levendig een verslechtering van het leefmilieu in de wijken verhult. Deze visie leidt zonder twijfel in bijvoorbeeld de Vogelwijk tot afname van groene zones en speelruimte voor kinderen, toename van verkeer en vervuiling, afbraak van karakteristieke historische structuren.

De gemeente Leiden heeft een enorme woningbouwopgave, aangezien er op dit moment nog steeds een groot tekort aan huisvesting is voor vele doelgroepen. De gemeente gaat zorgvuldig om met wijken, zo ook de Vogelwijk. De voorgestelde indeling in leefmilieus wil niet zeggen dat de Vogelwijk wordt ‘opgeofferd’.

Naar aanleiding van meerdere inspraakreacties is hoofdstuk 6 herzien en verduidelijkt en is de kaart met betrekking tot de leefmilieus aangepast

Inspreker raad ook aan, ondanks het feit dat het geen wettelijke verplichting is, het aspect trillingen te betrekken bij de omgevingsvisie. Inspreker stelt dat gronden in beheer ProRail niet zomaar gebruikt mogen worden, zonder toestemming van ProRail Inspreker vraagt om vooraf betrokken te worden bij bouwplannen dichtbij spoorlijnen, zodat er afspraken kunnen worden gemaakt alvorens overgegaan wordt tot uitvoering. Inspreker stelt voor om contact op te nemen om te bezien of de visie gevolgen heeft voor gevaarlijke punten op spoor- en overwegen. Inspreker stelt dat het grondwaterpeil niet mag worden gewijzigd om de stabiliteit van spoorwegen te borgen Inspreker verzoekt om zorg te dragen voor bestemmingen ‘railverkeer’ en ‘spoorwegdoeleinden’ en die te behouden

78

woningbouwopgave hebben we oog voor de diverse doelgroepen. We bouwen daarom woningen die geschikt zijn voor ouderen (bijvoorbeeld gelijkvloers, woningen met liften of coöperatieve woonvormen met gedeelde voorzieningen) én voor bijvoorbeeld starters en kleine gezinnen. Ouderen die vanuit hun te groot geworden eengezinswoning en binnen hun wijk willen verhuizen, krijgen zo de mogelijkheid door te stromen. Ook kan doorstroming in de wijk bevorderd worden door bij bijvoorbeeld wijkcentra, vanwege de zeer nabije voorzieningen en openbaar vervoer, geschikte woningen voor ouderen toe toevoegen. Het toevoegen van nieuwe woningen en het toevoegen van een ‘nieuwe laag’ aan bestaande bebouwing in de wijk kan helpen om doorstroming te bevorderen. Hier dient per wijk maatwerk geleverd te worden. Reactie gemeente

Naar aanleiding van een nadere bestudering op basis van alle binnengekomen inspraakreacties is besloten om de Vogelwijk en Raadsherenbuurt onder het leefmilieu ‘Luw’ te scharen. Daarbij is ook opgevallen dat er veel verwarring is ontstaan over de leefmilieus. De

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen Geen wijzigingen

Geen wijzigingen Geen wijzigingen

Geen wijzigingen Gevolgen besluit

4/7

De inspreker vraagt zich af welke afwegingen bij de leefmilieus zijn gemaakt om tot deze indeling te komen? In hoeverre is daarin tot nu toe via de eerdere participatietrajecten de input van de bewoners meegenomen een hoe en waar komt deze exact tot uiting?

leefmilieus zijn geen directe vertaling van alle ambities en doelstelling uit de omgevingsvisie voor deze gebieden, maar geven aandachtspunten en kenmerken mee voor ontwikkelingen in de milieus. Gebieden binnen de leefmilieus kunnen nog steeds van elkaar verschillen, waardoor niet alles van toepassing is op elk deelgebied binnen de leefmilieus. De leefmilieus kunnen niet los gezien worden van de stadskeuzes en genoemde uitwerking van deze stadskeuzes. Naar aanleiding van de inspraakreacties wordt H6 herzien en wordt meer toelichting gegeven over hoe de leefmilieus bedoeld zijn. Het college van B en W heeft naar aanleiding van de inspraakreactie met betrekking op de leefmilieus het hoofdstuk verduidelijkt en meer toelichting gegeven over de indeling van de leefmilieus. De indeling naar leefmilieus is globaal en vanuit de stad als geheel bekeken. Binnen één leefmilieu kunnen buurten en deelgebieden verschillen op een deel van deze kenmerken (bijvoorbeeld groener of luwer, of meer accent op werken of op wonen). Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om alles binnen één leefmilieu gelijk te trekken. De indeling heeft als doel om specifieke aandachtspunten (naast de stadskeuzes) mee te geven en zo recht te doen aan het maatwerk in de stad. Hiermee moet, naast de stadskeuzes, rekening worden gehouden bij verdere gebiedsuitwerking of concrete projectontwikkeling.

Bij de indeling naar leefmilieus is gekeken naar een combinatie van kenmerken en aandachtspunten en zijn een doorvertaling van de eerdergenoemde stadskeuzes, waarover is geparticipeerd: • Positie van het gebied in de stad: ligging ten opzichte van de binnenstad en LBSP, ligging ten opzichte van NS-stations en HOV-haltes en/of ligging aan het groene buitengebied. • De betekenis van de functies/programma in het gebied. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen functies met een (boven)regionale, een stedelijke/wijkgerichte of meer wijk-/buurtgerichte betekenis. Denk daarbij aan werkfuncties, onderwijs- en kennisfuncties, voorzieningen of cultureel programma. • Mate van functiemenging (wonen, werken en voorzieningen): dit kan verschillen van multifunctioneel met mix van functies tot vooral monofunctioneel met specifieke plekken voor voorzieningen of werken. • Type ontsluiting van een gebied wat betreft de dominante vervoerswijze: bijvoorbeeld langzaam verkeer, openbaar vervoer of auto. • Wijze waarop groen is ingepast in gebieden: is het groen vooral geconcentreerd in openbare parken en straten of is het groen op veel plekken aanwezig, bijvoorbeeld in (voor)tuinen, straten, parken en kleinere groengebieden door de hele wijk.

Bij de doorontwikkeling van deze Omgevingsvisie Leiden 2040 (versie 1.1) zijn inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere partijen wederom betrokken, dit als vervolgstap op de intensieve participatie van de Omgevingsvisie 1.0. In de periode februari 2020 tot en met januari 2021 hebben diverse participatieactiviteiten en informatieve activiteiten

Naar aanleiding van meerdere inspraakreacties is hoofdstuk 6 herzien en verduidelijkt en is de kaart met betrekking tot de leefmilieus aangepast

5/7

plaatsgevonden. De gesprekken vonden vooral plaats in het najaar van 2020. Er zijn diverse presentaties gegeven en gesprekken gevoerd met belangenvertegenwoordigers, stadmakers en adviesraden. Informatie over de omgevingsvisie en het daarbij behorende proces was te vinden via www.doemee.nl. De inspreker vraagt zich af hoe de bewoners in het verdere traject worden meegenomen? Via een zoveelste "participatie" traject waarbij de uitkomst tevoren al vaststaat en de gemeente de belangen van het politieke individu/bedrijven laat prevaleren?

Welke visie heeft de gemeente ontwikkeld om eerst het onderliggende probleem aan te pakken? De inspreker doelt hier op de bevolkingsgroei binnen de gemeentegrenzen. Onderkent de gemeente dit als een aan te pakken probleem? Kaart zij dat op nationaal overheidsniveau aan? Wordt lokaal het aantrekken van bedrijven (bijvoorbeeld het bioscience park) getemperd of een halt toegeroepen? Wordt er actief gezocht naar andere mogelijke ruimte binnen de stadsgrenzen die minder nadelig voor kwaliteit van leven in Leiden is? Heeft de gemeente bijvoorbeeld gekeken naar vrijkomende kantoorruimte voor woonruimte, door toename van thuiswerken de komende jaren?

Het college realiseert zich goed dat er vaak aan bewoners wordt gevraagd om mee te denken en te reageren. Het college koestert dan ook deze grote betrokkenheid van de stad. De belangen van huidige bewoners maken altijd onderdeel uit van de afwegingen waarbinnen een ontwikkeling of beleid tot stand komt. Een bestuurlijke en politieke weging van directe en indirecte belangen, van krachtige en van stillere stemmen, blijft altijd noodzakelijk om zorg te dragen voor een gelijk speelveld om het algemeen belang goed te kunnen wegen. De participatieverordening stelt duidelijke regels over de verantwoordelijkheid die college en raad daarbij hebben in een representatieve democratie. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie in diverse uitvoeringsplannen en projecten hecht het college belang aan tijdig overleg, betrokkenheid en transparantie in participatietrajecten. Leiden heeft gekozen om bij te dragen aan de grote woningbouwopgave die vanuit het Rijk is geformuleerd. Er is een groot tekort aan geschikte huisvesting, voor bijna alle doelgroepen. Maar ook specifiek in stedelijke gebieden, zoals Leiden. Het college erkent dat de bevolking in de komende jaren groeit en ziet tegelijkertijd nog voldoende plekken in de stad om de woningbouwopgave te realiseren, samen met het realiseren van andere opgaven zoals vergroening, aantrekkelijk vestigingsklimaat en klimaatadaptatie.

Ook werkt de gemeente hierin samen met de regio en wordt afstemming met en waar mogelijk gebruik gemaakt van middelen van de Provincie en het Rijk. De gemeenteraad heeft bij het vaststellen van de verstedelijkingsnotitie in 2018 en de Omgevingsvisie 1.0 in 2019 een aantal gebieden aangewezen als kansrijk voor duurzame verstedelijking. Verder verwoordt de gemeente Leiden in de vastgestelde woonvisie uit 2019 haar visie op de toekomst van het wonen in de stad. De concrete uitwerking voor de komende vier jaar is opgenomen in de Uitvoeringsagenda wonen Leiden 2020-2023. Die uitvoeringsagenda zal worden aangepast zodra zich belangrijke veranderingen op de woningmarkt voordoen die ook hun effect hebben op de Leidse woningmarkt. Daarnaast ziet het college op het LBSP nog voldoende ruimte om daar verder te groeien. Dit is belangrijk voor de landelijke, regionale en lokale economie. Het college is daarnaast ook bewust van de mogelijkheden die leegstaande kantoorpanden bieden om te voorzien in de woningvraag. De (lange termijn) gevolgen van de (nieuwe) trend van thuiswerken zijn op dit moment nog onzeker en worden daarom nauwlettend in de gaten gehouden.

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

6/7

79

Samenvatting inspraakreactie

Reactie gemeente

Gevolgen besluit

Inspreker geeft aan dat de integrale visiekaart op p. 29-30 een beeld geeft van de beoogde groenblauwe structuur in en rondom het 'eiland' De Waard. De oost- en de westkant (de Zijlsingel en het Rijn-Schiekanaal) van de Zeeheldenbuurt/De Waard maken deel uit van de groenblauwe structuur, maar de noord- en zuidkant (de Oude en Nieuwe Rijn) niet. In de eerdere Structuurvisie 2025, de Agenda Gebiedsvisie De Waard en de Wijkvisie Zeeheldenbuurt was het echter het doel om alle waterwegen en oevers rondom De Waard nadrukkelijker bij de inrichting van de wijk te betrekken. Ook de gemeenteraad nam in 2014 een motie o.a. daarover aan.

In de Omgevingsvisie zijn in het Groen-Blauw raamwerk de grotere/stedelijke Groen-Blauwe structuren opgenomen. Daarnaast is de ambitie opgenomen om (snipper)groengebieden zoveel mogelijk met elkaar te verbinden. De bestaande groene en waterrijke verbindingen daarbinnen zijn ook onderdeel van het Groen-Blauw raamwerk alleen niet allemaal zichtbaar op de kaart. Het intensiveren van het groen en versterken van de groenblauwstructuur gelden voor heel de stad, juist ook op plekken zoals de Waard. Hoe dit wordt vormgegeven is een nadere uitwerking. Deze vindt niet binnen de Omgevingsvisie plaats maar in andere instrumenten van de Omgevingswet of projecten in de wijk.

Geen wijzigingen

Hoe mogen we het groenblauwe raamwerk op de visiekaart interpreteren? Is het nog steeds de bedoeling om het water langs de Oude- en Nieuwe Rijn – waar mogelijk – openbaar en beleefbaar te maken voor bewoners? Worden het 'spaken' tussen de groenblauwe singels en de 'buitenring'? Momenteel worden enkele plekken langs de Oude en Nieuwe Rijn gebruikt als opslagterrein van bedrijven. Stel dat in de toekomst zo'n bedrijf vertrekt, dan zou het gemiste kans zijn als daarvoor in de plaats een bedrijfsgebouw tot aan het water komt te staan. Dus de toekomstige bestemming van de oevers is van belang. Daarnaast kan de inrichting van sommige bestaande stukjes openbaar terrein langs de beide Rijnarmen nog verbeterd worden.” De inspreker geeft aan dat in de Omgevingsvisie gesproken wordt over het planten van bomen die passen bij het toekomstige klimaat, de biodiversiteit versterken en zorgen voor voldoende schaduw. Ook wordt gesproken over koele routes door de wijken en ecologische verbindingen tussen wijkparken en andere groen. Op de visiekaart staat midden in de Zeeheldenbuurt/De Waard zelfs een symbooltje voor 'natuurhistorische locatie (indicatief)'. Dat is een mooi idee, maar dit zou nog wel wat beter moeten worden uitgewerkt in de aanwezige groenstructuren. Hopelijk blijft het dus niet bij voorstellen in de Omgevingsvisie, maar wordt het ook concreet.

Komt er ook een vergroeningsplan voor de stad, waarin het groenblauwe raamwerk wordt uitgewerkt? In de Zeeheldenbuurt bleek vergroenen van de openbare ruimte tot nu toe lastig vanwege de vele kabels en leidingen in de ondergrond. Het is inderdaad erg belangrijk een goed beeld te hebben van de ondergrond.”

In de omgevingsvisie wordt in H5.1 onder het kopje “Het realiseren van nieuwe routes en verblijfsplekken langs, en aan, het water” het belang genoemd om het water beter beleefbaar te maken, doormiddel van meer verblijfsplekken, ecologische zones en recreatieve routes. De waterzijde moet weer - waar mogelijk - openbaar verblijfsgebied worden. Bij de toekomstige bestemming van de oevers wordt hier zoveel mogelijk rekening mee gehouden. De uitwerking hiervan vindt plaats bij gebiedsontwikkelings- en transformatieprojecten, waarbij de mogelijkheden worden onderzocht om openbare ruimte, routes of een openbaar toegankelijke plek aan het water te maken en/of te verbeteren.

Voor De Waard gaat het om verdichting van bedrijvigheid en voorzieningen. Dit is een interessante ontwikkeling en het lijkt ons belangrijk ook de bewoners van de Zeeheldenbuurt hierbij te betrekken. De woonbuurt Zeeheldenbuurt en bedrijventerrein De Waard zijn

Het college van B en W heeft inderdaad de ambitie om de stad te vergroenen, vanwege o.a. klimaatadapatie, biodiversiteit, maar ook omdat het fijner wonen is in een groene stad. Met het Groen-Blauwe raamwerk wordt het belang hiervan in de omgevingsvisie ook benadrukt. De detailuitwerking van het Groen-Blauwe raamwerk wordt komende tijd nog verder uitgewerkt. Tegelijkertijd worden nu al diverse inspanningen gedaan zo zijn in de Zeeheldenbuurt het Tasmanpark en het Bontekoepark opgeleverd, waarmee het huidige groen in de buurt is versterkt. Het klopt dat met de smalle straten in de Zeeheldenbuurt, de ruimte beperkt is, waardoor het plaatsen van extra bomen een uitdaging is. Maar er wordt ook naar andere mogelijkheden gekeken zoals het aanleggen van geveltuintjes via Samen aan de Slag met o.a. verticaal groen. Het college is zich bewust van de beperkte ruimte onder de grond en de vele belangen die ondergronds en bovengronds spelen. In de omgevingsvisie benoemt het college dan ook het belang van het beter afstemmen van ontwikkelingen boven en onder de grond en introduceert bijvoorbeeld de noodzaak van een grandsdesign. Het college is het eens met de buurtvereniging dat er bij de verdere ontwikkeling van dit gebied gedacht en ontwikkeld moet worden vanuit samenhang, waarbij rekening wordt gehouden met de diverse functies in het gebied en de verkeerssituatie.

Betrokkenheid van onder andere de bewoners

Geen wijzigingen

Geen wijzigingen

7/7

weliswaar qua functies en verkeerskundig grotendeels van elkaar gescheiden, maar toch kunnen beiden niet los van elkaar worden gezien. Het bedrijventerrein omsluit immers de woonwijk direct aan één hele en twee halve kanten. Voor een toekomstbestendig gebied is het daarom essentieel het hele 'eiland' De Waard als een gebied te zien, en te denken vanuit een samenhangend ruimtelijk kader

van de Zeeheldenbuurt is bij verdere ontwikkeling ook gewenst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10474948/1