Concept-besluitenlijst Gemeenteraad Leiden 7 oktober 2021
Tekst van het document
GEMEENTERAAD VAN LEIDEN Besluitenlijst van de vergadering op 7 oktober, 20:00 tot 00:55 uur _________________________________________________________________________________ VOORZITTER: de heer H.J.J. Lenferink GRIFFIER: de heer G.F.C. Van Leiden LOCATIE: Naturalis Aanwezig zijn voorts 38 raadsleden: de heer Bleijie (CDA), mevrouw Van Bree (GL), de heer De Crom (VVD), de heer Van Diepen (D66), de heer Dirkse (VVD), de heer Friso (GL), mevrouw Van Gaal (GL), de heer Gaulard (afwezig bij stemming agendapunt 14, D66), mevrouw Haliloviċ (D66), de heer Van Halm (SP), mevrouw Heijnen (CDA), mevrouw Herman (D66), mevrouw Van der Jagt (PvdA), de heer Jermoumi (PvdA), de heer Jitan (LP), mevrouw Jordan (D66), de heer Van der Kaap (PvdD), de heer Kersten (PS), mevrouw Klever (PvdA), de heer Köroğlu (D66), de heer Krijgsman (D66), de heer Krol (CU), de heer Leest (aanwezig vanaf agendapunt 3, VVD), de heer Olthof (D66), de heer Otten (PvdA), de heer Van Peijpe (GL), mevrouw Raat (PvdD), de heer Rowaan (GL), mevrouw Van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw Schreuder (GL), de heer van Spronsen (GL), de heer Storm (CDA), de heer Terlouw (GL), de heer Theeuwen (SP), mevrouw Verbree (VVD), mevrouw Voorwald (VVD), mevrouw Van Walraven (SP) en mevrouw Zeggelt (D66).
Tevens aanwezig: de wethouders Damen (PvdA), Van Delft (GL), Dirkse (D66), North (GL) en Spijker (D66) en de gemeentesecretaris mevrouw Van Vliet. Afwezig is: mevrouw Gilissen (VVD). 1. Opening De voorzitter opent de vergadering. 2. Vaststelling van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Actualiteit Het lid Dirkse (VVD) stelt vragen aan het college over verkeersveiligheid in Leiden. Wethouder North antwoordt namens het college. Toezegging Wethouder North zal aan de raad een terugkoppeling geven van de reactie van het college op de cijfers uit het rapport van Independer over verkeersveiligheid. Het lid Krol (CU) stelt mede namens VVD en PvdD vragen aan het college over de warmteleiding. Wethouder Spijker antwoordt namens het college. 4. Mededelingen De plaatsvervangend voorzitter de heer Van Peijpe feliciteert namens de gemeenteraad de heer Lenferink met het feit dat hij sinds 1 oktober i de langstzittende burgemeester van Leiden ooit is. Sinds eerder dit jaar was hij al de langstzittende burgemeester van de nu actieve burgemeesters in Nederland . De heer Van Peijpe feliciteert namens de gemeenteraad mevrouw Verbree en haar partner met de geboorte van hun zoontje. De voorzitter staat stil bij het droevige bericht dat op 30 september jl. de heer Anton Dronkers, o.a. voormalig
1 / 19
raadslid en ereburger, is overleden. Namens het gemeentebestuur heeft de burgemeester de nabestaanden medeleven betuigd. 5. Regeling van werkzaamheden De raad besluit overeenkomstig het voorstel met betrekking tot de Regeling van Werkzaamheden. 6. Ingekomen stukken B 01. Collegebrief over project herinrichting openbare ruimte Verbeekstraat d.d. 070921 Brief voor kennisgeving aannemen B 02. Wethoudersbrief over afschrift brief aan Bomenbond d.d.130921 Brief voor kennisgeving aannemen B 03. Wethoudersbrief over halfjaar rapportage Veilig Thuis en informatie over de aanpak huiselijk geweld Brief, op verzoek van de VVD-fractie, te betrekken bij de bespreking van de P&C stukken in de commissie OS op 26 oktober 2021. B 04. Wethoudersbrief over campagne Orange the World d.d.160921 Brief voor kennisgeving aannemen B 05. Collegebrief over alternatief plan Humanities Campus d.d.160921 Brief voor kennisgeving aannemen B 06. Wethoudersbrief over Quick wins realisatie 30 kmh zones d.d. 210921 Brief voor kennisgeving aannemen B 07. Collegebrief over nieuw Bibob beleid d.d. 220921 Brief voor kennisgeving aannemen B 08. Wethoudersbrief over Programma Leiden Duurzaam Bereikbaar Voortgangsrapportage 3 d.d. 290921 Brief voor kennisgeving aannemen B 09. Wethoudersbrief over Rapportage woningbouwmonitor 2021-2 d.d. 280921 Kan worden betrokken bij de begrotingsbehandeling O 01.
Brief over oproep voor opvang asielzoekers en huisvesting statushouders d.d. 090921 Brief in handen stellen van B&W ter afdoening O 02. Brief GS Zuid-Holland met tussenbericht financieel toezicht 2021 d.d. 140921 Brief voor kennisgeving aannemen O 03. Nota van Uitgangspunten Ouderencontact ProfBurgwijk d.d. 130921 Brief voor kennisgeving aannemen O 04. Brief over studietoeslag in Leiden d.d. 160921 Brief voor kennisgeving aannemen O 05. Brief provincie Zuid-Holland over Jaarrekening 2020 en begroting 2022 Servicepunt71 d.d. 21921 Brief voor kennisgeving aannemen O 06. Brief over twee overtredingen in het LBSP, te weten vernieling rietorchissengebied zuidelijke oever noordelijke sloot Trambaan en illegale kap bij MORE d.d. 230921 Brief voor kennisgeving aannemen O 07. VNG Nieuwsledenbrief Coronacrisis d.d. 240921 Brief voor kennisgeving aannemen O 08. Brief met verzoek om kennis te nemen van onderzoeken naar kankervorming bij ratten en muizen door blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden d.d. 270921 Brief voor kennisgeving aannemen O 09. Gemeenteraadsverkiezingen 2022 | De voorbereidingen kunnen starten! d.d. 220921 Kan worden betrokken bij de verkiezingen en formatie O 10. Brief LSF met 10 punten - Verkiezingen Gemeenteraad Leiden 2022 d.d. 240921 Kan worden betrokken bij de verkiezingen en formatie O 11. Brief over advies openingstijden Leidens Ontzet d.d.
240921 Brief voor kennisgeving aannemen 2 / 19
O 12. Motie bevolkingsonderzoek borstkanker gemeente Heerhugowaard d.d. 290921 Brief voor kennisgeving aannemen P 01. Brief melding overlast Fortuinwijk d.d. 120921 Brief in handen stellen van B&W ter afdoening P 02. Brief over nieuwe parkeerplekken Doezastraat d.d.130921 Brief in handen stellen van B&W ter afdoening P 03. Brief over herinrichting van het Beethovenpark d.d.130921 Brief in handen stellen van B&W ter afdoening P 04. Brief over boom die ongeschikt is voor een plaats aan de Jan van Houtkade d.d.150921 Kan betrokken worden bij RV 21.0034 Kaderbesluit Herinrichting Jan van Houtkade (Singelpark, fase 2) P 05. Brief over studietoeslag studenten met een beperking d.d.160921 Brief voor kennisgeving aannemen P 06. Brief inzake beleid WMO en PGB d.d. 230921 Brief in handen stellen van B&W ter afdoening De lijst van ingekomen stukken wordt gewijzigd (advies bij brief nr. B03) vastgesteld. 7. Vaststelling besluitenlijst van 16 september 2021 De besluitenlijst van de vergadering van 16 september 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld.
HAMERSTUKKEN 8. RV 21.0071 Uitvoeringsbesluit herinrichting Centrumroute fase 4, tracédeel Schuttersveld BESLUIT bij RV 21.0071: 1. In aansluiting op het Kaderbesluit Centrumroute (RV. 15.0093) en Voortgangsbesluit (RV. 19.0045), het Uitvoeringsbesluit herinrichting Centrumroute fase 4, tracédeel Schuttersveld vast te stellen met de volgende uitgangspunten: a. Kruispunten inrichten op een manier zodat de doorstroming van de bus optimaal wordt gefaciliteerd. b. Ruimte maken voor busstroken op plekken waar dat bijdraagt aan het betrouwbaar laten rijden van de bus ten opzichte van het overige verkeer. c. Optimaal op elkaar afstemmen van verkeerslichten om een zo efficiënt mogelijke verkeersafwikkeling te realiseren. d. Plaatsen van nieuwe bomenrijen en groene bermen langs het Schuttersveld om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. e. Efficiënter inrichten van de oversteekmogelijkheden voor fiets en voetganger. f. De aanleg van een twee-richtingen fietspad aan de noordoostzijde van het Schuttersveld om een beter fietsnetwerk rondom het stationsgebied te faciliteren. 2. Voor het tracédeel Schuttersveld aanvullend op het voorbereidingskrediet een uitvoeringskrediet van €5.859.831 beschikbaar te stellen en deze te dekken door: a.
Activeren en af te schrijven in 40 jaar waarbij de kapitaallasten gedekt zijn in Programma 4 onder prestatie ‘4B1.2 Realisatie afspraken HOV overeenkomst Zuid-Holland’ zoals opgenomen in het Meerjareninvesteringsplan á €1.997.249. b. Subsidieregeling R-net Zuid-Holland á €2.400.000. c. Een bijdrage d.m.v. de subsidieregeling Mobiliteit ZH á €475.000.
3 / 19
d. Het krediet voor het Schuttersveld á €235.875 af te ramen waarbij de kapitaallasten á € 8.256 in de meerjarenbegroting vrijvallen in Programma 5, prestatie ‘5A1.3 Beheren openbare ruimte’. e. Het krediet voor de Rijnsburgerweg á €100.512 af te ramen waarbij de kapitaallasten á € 3.518 in de meerjarenbegroting vrijvallen in Programma 5, prestatie 5A1.3 Beheren openbare ruimte. f. Het krediet voor de Centrumroute Fase 1 Jan van Houtkade af te ramen met € 100.000 waarbij de kapitaallasten van € 3.500 vrijvallen in Programma 4 onder prestatie 4B1.2 Realisatie HOV overeenkomst Zuid Holland’. g. Het krediet voor de Centrumroute Fase 2 Hooigracht af te ramen met € 551.195 Waarbij de kapitaallasten van € 19.292 vrijvallen in Programma 4 onder prestatie ‘4B1.2 Realisatie HOV overeenkomst Zuid Holland’.
3. De begrotingswijziging voor de jaren 2021-2024 vast te stellen zoals hieronder weergegeven. Programma Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Bestuur en dienstverlening Veiligheid Economie Bereikbaarheid Omgevingskwaliteit Stedelijke ontwikkeling Jeugd en onderwijs Cultuur, sport en recreatie Maatschappelijke ondersteuning Werk en inkomen Algemene middelen, Overhead,Vennootschapsbelasting en Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat
2021 Lasten
2022 Baten
Lasten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 neutraal
0 0 neutraal
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 -
0
Lasten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 -
2024 Baten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 -
0
Lasten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 -
2023 Baten
0 0 neutraal
Baten
0 0 0 11.774 -11.774 0 0 0 0 0
0 -
0 -
0
0 0 neutraal
Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 32 stemmen voor en 6 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van PvdD en SP tegen het voorstel hebben gestemd.
9. RV 21.0075 Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving BESLUIT bij RV 21.0075: 1. In te stemmen met de beantwoording van de zienswijzen, zoals verwoord in de ‘Zienswijzennota en Staat van Wijzigingen’; 2. In het bestemmingsplan ‘Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving’ de in de ‘Zienwijzennota en Staat van wijzigingen’ weergegeven wijzigingen door te voeren; 3. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving’ met identificatienummer NL.IMRO.0546.BP00166-0301 digitaal vast te stellen; 4. De ondergrond o_ NL.IMRO.0546.BP00166-0301.dwg van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving’ vast te stellen. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 32 stemmen voor en 6 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en PS tegen het voorstel hebben gestemd.
4 / 19
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
10. RV 21.0084 Gemeenschappelijke Regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland BESLUIT bij RV 21.0084: 1. In te stemmen met het voorstel tot het oprichten van een Bedrijfsvoering GR Zorg voor de ServiceOrganisatie. 2. De financiële consequenties voor de gemeente Leiden te betrekken bij de Leidse Programmabegroting 2022 Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
11. RV 21.0085 Zienswijze ontwerp-begrotingswijziging 2021 ServicePunt71 BESLUIT bij RV 21.0085: 1. geen belemmeringen te zien in het vaststellen van de van de ontwerp-begrotingswijziging van de begroting 2021 van Servicepunt71, 2. dit besluit kenbaar te maken aan het Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Servicepunt71. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
12. RV 21.0087 Bestuurlijke werkafspraken over de Omgevingswet: Werkwijzer bestuur en Omgevingswet BESLUIT bij RV 21.0087 (incl. erratum): 1. om het ontwikkelen en het beschermen van de fysieke leefomgeving vorm te geven met de hieronder genoemde Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet met als doel dat de raad en het college hiermee uitvoering geven aan de onderschreven verbeterdoelen van de Omgevingswet; 2. dat deze verbeterdoelen voor de gemeentelijke uitvoering van de Omgevingswet betekenen dat deze uitvoering: a. inzichtelijk en voorspelbaar is, b. de leefomgeving centraal stelt (hiermee wordt bedoeld opgavegericht en integraal werken), c. inhoudt dat de raad en het college gebruikmaken van de door het rijk gedecentraliseerde bestuurlijke afwegingsruimte voor maatwerk en d. ervoor zorgt dat de besluitvorming snel en van goede kwaliteit is; 3. om de volgende Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet vast te stellen die inhoudt: ten aanzien van de beleidscyclus en regie a. dat de raad door middel van kaderstellend beleid regie op hoofdlijnen voert op het ontwikkelen en beschermen van de fysieke leefomgeving; b. dat de raad daarbij op drie detailniveaus fysieke kaders stelt met de integrale beleidsproducten uit de beleidscyclus van de Omgevingswet (als bedoeld onder 3.c.); c. dat de drie verschillende integrale detailniveaus binnen de beleidscyclus bestaan uit: i.
een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid in de gemeentelijke Omgevingsvisie (niveau 1); ii. strategisch beleid voor de lange termijn als uitwerking van de Omgevingsvisie voor grotere samenhangende delen van de stad in Ontwikkelperspectieven (niveau 2) met ambities en beleid op hoofdlijnen gekoppeld aan meer specifieke locaties, waarbij o.a. aangegeven wordt welke projecten of activiteiten waar wenselijk of noodzakelijk zijn; 5 / 19
iii. operationeel beleid in het Omgevingsplan (niveau 3) waarin o.a. voor projecten of activiteiten een complete set juridisch bindende kaders voorgeschreven wordt met ruimte voor meerdere uitvoeringsvarianten binnen deze kaders; waarbij op dit operationele niveau 3 de raad naast het Omgevingsplan ook gebruik kan maken van het bindend adviesrecht bij een omgevingsvergunning om af te wijken van het Omgevingsplan en van andere beschikbare instrumenten buiten de Omgevingswet, zoals de Financiële verordening ten behoeve van een subsidieregeling en beleidsregels waarnaar het Omgevingsplan verwijst voor bijvoorbeeld het welstandsbeleid. d. dat de raad tevens regie op hoofdlijnen voert door beleidsinhoudelijke monitoring en evaluatie van de uitvoering van het kaderstellend beleid voor de fysieke leefomgeving op basis van een monitoringsplan, dat het college uitvoert; ten aanzien van thematisch en/of gebiedsgericht beleid e. dat fasegewijs werken binnen de beleidscyclus inhoudt dat de raad nieuwe thematische en/of gebiedsgerichte fysieke beleidskaders vastlegt binnen de genoemde beleidsproducten op de drie genoemde detailniveaus binnen de beleidscyclus; f.
dat de raad desgewenst een ‘totaalpakket’ van beleid voor een specifiek thema kan vaststellen door in een raadsvoorstel meerdere van de genoemde beleidsproducten op de drie genoemde detailniveaus van de beleidscyclus tegelijk vast te stellen of te wijzigen; en door eventueel tegelijk het college de opdracht te geven om beleid uit te werken via een Omgevingswet-programma; ten aanzien van het realiseren van beleid via een Omgevingswet-programma of een project g. dat indien het realiseren van beleid niet mogelijk is door het enkel stellen van beleidskaders door de raad, maar een actieve sturing door de gemeente nodig is, het college verantwoordelijk is voor deze uitvoering, bijvoorbeeld via een Omgevingswet-programma of via een planmatig uitgevoerd project binnen de door de raad gestelde fysieke beleidskaders in de beleidscyclus als bedoeld onder 3.c. ten aanzien van kaders voor activiteiten h. dat het werken volgens de beleidscyclus tevens inhoudt dat de raad beoordelingskaders voor activiteiten in de fysieke leefomgeving zo veel mogelijk vastlegt via het Omgevingsplan zelf in plaats van via beleid dat gaat over mogelijkheden om af te wijken van het Omgevingsplan; ten aanzien van de regio i. dat het gemeentelijk beleid zoals vastgelegd binnen de beleidscyclus het uitgangspunt is voor afstemming met de regio over regionaal beleid; j.
dat het college in voorkomende gevallen voorstellen zal doen over hoe regionale afspraken die de gemeente maakt met betrekking tot de fysieke leefomgeving, uitgewerkt worden volgens de Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet; 4. om bovenstaande Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet gefaseerd in te voeren volgens de volgende invoeringsmaatregelen en tevens de volgende overgangsbepalingen te hanteren: in het algemeen a. raad en college werken volgens genoemde Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet met ingang van de dag na het inwerkingtreden van de Omgevingswet (naar verwachting medio 2022) met inachtneming van onderstaande invoeringsmaatregelen en overgangsbepalingen; b. bij besluiten over fysieke kaders vóór het inwerkingtreden van de Omgevingswet geven raad en college aan hoe die kaders na het inwerkingtreden van de Omgevingswet een plaats zullen krijgen volgens de afspraken uit de Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet; ten aanzien van de Ontwikkelperspectieven c. de raad verzoekt het college om uiterlijk in 2024 een raadsvoorstel voor te leggen om te besluiten dat de Omgevingsvisie en de vastgestelde Ontwikkelperspectieven juridisch en digitaal opgaan in één beleidsproduct (de Omgevingsvisie) waarbij de Ontwikkelperspectieven afzonderlijk herkenbare en benoembare beleidsonderdelen blijven; ten aanzien van het vigerende beleid d.
de raad verzoekt het college om een planning te maken voor de planmatige aanpak om bestaand thematisch en/of gebiedsgericht beleid (in tranches) aan te passen aan eisen uit de Omgevingswet en aan de Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet (in samenhang met een nadere planning voor het verdere proces van de totstandkoming van het Leids
6 / 19
Omgevingsplan), waarbij aandacht is voor de volgorde van totstandkoming, de participatie, de noodzakelijke middelen en de verdere met elkaar te voeren dialoog, en om de raad hierover uiterlijk in Q1 2022 per brief te informeren en om via de Kaderbrief deze aanpassing van de beleidsproducten aan te melden; e. de raad als uitgangspunt hanteert dat huidig gebiedsgericht beleid (zoals gebiedsvisies) dat vigeert naast de Omgevingsvisie en de Ontwikkelperspectieven overgezet wordt in het Omgevingsplan met inachtneming van de bredere reikwijdte van het Omgevingsplan dan de huidige ‘goede ruimtelijke ordening’ op basis van de Wet ruimtelijke ordening; f. bij besluiten om thematisch en/of gebiedsgericht beleid te laten voldoen aan de Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet besluit de raad tevens ook over wat er met onderdelen van het beleid gebeurt dat geen plek krijgt binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet; ten aanzien van het adviesrecht g.
de raad verzoekt het college om eind 2021 aan de raad een raadsvoorstel voor te leggen over het vastleggen van het adviesrecht in specifiek te benoemen categorieën van gevallen waarin een omgevingsvergunning wordt aangevraagd om af te wijken van het Omgevingsplan, waarbij het raadsvoorstel een uitwerking zal zijn van het eerder genoemde uitgangspunt dat de raad regie op hoofdlijnen voert op de ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving; ten aanzien van planmatig uitgevoerde projecten h. totdat vigerende thematische en/of gebiedsgerichte fysieke beleidskaders voldoen aan de Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet, blijven deze bestaande fysieke beleidskaders gelden, ook voor projecten; i. met ingang van het inwerking treden van de Omgevingswet (naar verwachting medio 2022) zal de raad geen nieuwe procedures meer faciliteren volgens de ‘Werkwijzer participatie 2018 voor private (bouw)initiatieven’ met de daarbij behorende Nota van Uitgangspunten; daarvoor in de plaats stelt de raad dan de fysieke kaderstelling vast conform de Werkwijzer bestuur en Omgevingswet en vindt participatie dan plaats conform de Omgevingswet en een raadsbesluit over een eind van dit jaar voor te leggen voorstel over de Leidse uitwerking van de participatieregeling in de Omgevingswet; j.
procedures waarbij de raad volgens de ‘Werkwijzer participatie 2018 voor private (bouw)initiatieven’ een Nota van Uitgangspunten heeft vastgesteld vóór het inwerkingtreden van de Omgevingswet, zal de raad met inachtneming van die Nota van Uitgangspunten afronden; 5. om in 2022 te onderzoeken hoe de vergader- / commissiestructuur het best kan aansluiten bij de werkwijzer Bestuur en Omgevingswet; 6. om het werken volgens de Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet als volgt binnen de P&C-cyclus te evalueren: a. het college doet verslag aan de raad over: i. de voortgang om conform de Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet te werken; ii. welke zaken volgens het college daarbij goed gaan; iii. welke zaken volgens het college daarbij beter kunnen, met voorstellen om waar nodig het werken volgens de Werkwijzer Bestuur en Omgevingswet of volgens de Omgevingswet te optimaliseren; iv. welke link er is met de monitoring en evaluatie van het inhoudelijke fysieke beleid; v. relatie met separate evaluatie van het participatiebeleid; vi. afstemming met mogelijk door de raad zelf geïnitieerde monitoring en evaluatie van het werken volgens de Omgevingswet via bijvoorbeeld de Rekenkamer of een klankbordgroep van raadsleden; 7. dat hierbij de Motie van Van Sandick (CDA) inzake inventarisatie bestaand beleid voor de Omgevingswet (M17.0078/2) is afgedaan.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
7 / 19
13. RV 21.0092 Huisverstingsverordening als onderdeel van de Verordening fysieke leefomgeving en standstill verkamering BESLUIT bij RV 21.0092 (incl. erratum): 1. Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel Huisvesting, luidende aldus: Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel Huisvesting. Artikel I Wijzigen verordening De Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd. A. Van Hoofdstuk 3, Afdeling 3.2 komt paragraaf 3.2.2. Huisvesting integraal te vervallen. B. Van Hoofdstuk 7, Afdeling 7.1, paragraaf 7.1.2 komen, onder hernummering van het volgende artikel, de volgende artikelen te vervallen. Artikel 7.1.2.5 Bestuurlijke boete (Huisvestingsverordening) Artikel 7.1.2.6 Hardheidsclausule (Huisvestingsverordening) C. In Bijlage 1 van Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 komen, onder vernummering van de overige begrippen, de volgende begrippen te vervallen. 3. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat: Een leefbare woonomgeving die aansluit bij voorwaarden en behoeften die in zijn algemeenheid daaraan worden gesteld; 34.
Duurzame gemeenschappelijke huishouding: Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen; 36. Eigen toegang: Elke deur die direct toegang geeft tot de woning, bereikbaar via de straatzijde, dan wel vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte en die is voorzien van een van gemeentewege verleend huisnummer; 54. Huishouden: Een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. Alleenstaanden die bij elkaar wonen, vormen in de regel geen huishouden; 55. Huurprijs: Prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; 56. Huurprijsgrens: De subsidiabele huurprijs per maand zoals genoemd in de Wet op de huurtoeslag; 60. Inwoning: Bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; 61. Kamer: Een verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011, 416); 63.
Koopprijs: De prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald; 64. Koopprijsgrens: De prijs van een woning onder de maximale koopsom zoals deze wordt genoemd in de Wet bevordering eigenwoningbezit; 65. Kwetsbare doelgroepen: Mensen die begeleid worden door maatschappelijke instanties en enige vorm van zorg ontvangen van maatschappelijke instanties; 79. Onttrekken: Het slopen of het gebruiken van een (deel van de) woning voor een ander doel dan permanente bewoning door één huishouden; 80. Onttrekkingsvergunning: De vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014;
8 / 19
81. Onzelfstandige woonruimte: Een deel van een woning dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend is niet het hebben van een eigen toegang, het gezamenlijke gebruik (met bewoners van andere onzelfstandige woonruimte in de woning) van sanitaire voorzieningen en/of een keuken met kooktoestel. Een onzelfstandige woonruimte kan uit meerdere kamers bestaan; 109. Woningcorporatie: Toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; 110. Woningvorming: Het splitsen van een zelfstandige woonruimte in twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014; 111. Woningvormingsvergunning: De vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014; 112. Zelfstandige woonruimte: Een woning die dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van een eigen toegang tot de woning, eigen sanitaire voorzieningen en keuken met kooktoestel. Artikel II Inwerkingtreding Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel III Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel Huisvesting. 2.
Vast te stellen de Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2021, luidende aldus: Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2021. Intitulé Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent huisvesting (Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2021) De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel ***), mede gezien het advies van de commissie Stedelijke Ontwikkeling, Besluit de Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2021, vast te stellen, luidende aldus: Artikel 1 Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Duurzame gemeenschappelijke huishouding: Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen; b. Eigen toegang: Elke deur die direct toegang geeft tot de woning, bereikbaar via de straatzijde, dan wel vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte en die is voorzien van een van gemeentewege verleend huisnummer; c. Gebruiksoppervlakte: Gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; d.
Herstructurering: Planmatig en veelal grootschalig ingrijpen in de gebouwde omgeving om verouderde en verloederde gebieden zodanig te vernieuwen dat zij voldoen aan de huidige eisen op het gebied van wonen, werken, recreëren en mobiliteit;
9 / 19
e. Huishouden: Een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren. Alleenstaanden die bij elkaar wonen, vormen in de regel geen huishouden; f. Huurprijs: Prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; g. Huurprijsgrens: De subsidiabele huurprijs per maand zoals genoemd in de Wet op de huurtoeslag; h. Inwoning: Bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; i. Kamer: Een verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 (Stb. 2011, 416); j. Koopprijs: De prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald; k. Koopprijsgrens: De prijs van een woning onder de maximale koopsom zoals deze wordt genoemd in de Wet bevordering eigenwoningbezit; l. Kwetsbare doelgroepen: Mensen die begeleid worden door maatschappelijke instanties en enige vorm van zorg of begeleiding ontvangen van maatschappelijke instanties; m. Onttrekken: Het slopen of het gebruiken van een (deel van de) woning voor een ander doel dan permanente bewoning door één huishouden; n. Omzettingsvergunning: De vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014; o.
Onzelfstandige woonruimte: Een deel van een woning dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend is niet het hebben van een eigen toegang, het gezamenlijke gebruik (met bewoners van andere onzelfstandige woonruimte in de woning) van sanitaire voorzieningen en/of een keuken met kooktoestel. Een onzelfstandige woonruimte kan uit meerdere kamers bestaan; p. Wet: Huisvestingswet 2014 q. Woningcorporatie: Toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in de gemeente; r. woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder j van de Huisvestingswet 2014; s. Woningvorming: Het splitsen van een zelfstandige woonruimte in twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014; t. Woningvormingsvergunning: De vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014; u. Zelfstandige woonruimte: Een woning die dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van een eigen toegang tot de woning, eigen sanitaire voorzieningen en keuken met kooktoestel. Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. Het is niet toegestaan zonder vergunning van het college: a.
woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens, dan wel met een huurprijs beneden de huurprijsgrens, geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; b. woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens, dan wel een huurprijs beneden de huurprijsgrens, geheel of gedeeltelijk samen te voegen, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; c. zelfstandige woonruimten in onzelfstandige woonruimten om te zetten en / of omgezet te houden; d. woonruimten te verbouwen tot twee of meer zelfstandige woonruimten, als ten minste één van de te vormen woonruimten een gebruiksoppervlakte heeft van 40m2 of minder. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: a. ten aanzien van woonwagens;
10 / 19
b. ten aanzien van woningen van een woningcorporatie die ten behoeve van herstructurering worden gesloopt; c. in gevallen waar sprake is van inwoning. Artikel 3 Aanvraag vergunning 1. De aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden, naast het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. Het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; b. De naam en het adres van de aanvrager, zijnde de eigenaar van de woonruimte of het gebouw; c. Straat, huisnummer(s), kadastrale aanduiding(en) en huur- of koopprijs van de betrokken woonruimte(n); d. Een omschrijving van de activiteit waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, waarbij ten minste wordt aangegeven: i. Ten behoeve van welke (andere) bestemming een woonruimte aan de bestemming tot bewoning wordt onttrokken, en welk deel van de woonruimte dit betreft, of; ii. Welke woonruimten worden samengevoegd, of; iii. Het aantal (on)zelfstandige woonruimten waarin een zelfstandige woonruimte wordt omgezet; e. De gewenste vergunningstermijn; f. De gegevens over de bestaande situatie, waaronder, voor zover van toepassing, de huur- of koopprijs, het aantal kamers, de gebruiksoppervlakte, de woonlaag en de staat van onderhoud; g.
De gegevens over de beoogde situatie, waaronder, voor zover van toepassing, de huurprijs, het aantal kamers, het aantal bewoners en de bouwtekening of omgevingsvergunning; h. Bij een aanvraag om een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte: gegeven waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de regels zoals gesteld in de vastgestelde Tijdelijke Beleidsregel woningomzetting en woningvorming Leiden 2021. Artikel 4 Voorschriften Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kunnen voorschriften worden verbonden over onder andere: a. een beperkte geldingsduur van de vergunning als deze voorziet in een tijdelijke behoefte; b. de periode waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt. Artikel 5 Weigeringsgronden 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt in ieder geval geweigerd als: a. Naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het belang dat met het omzetten, samenvoegen of woningvorming wordt gediend; b. De onder a genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; c. Het verlenen van de vergunning zou leiden tot strijdigheid met de voorschriften uit het bouwbesluit of het ter plaatse geldende bestemmingsplan. 2.
Een vergunning als bedoeld in artikel 21 onder d, van de Huisvestingswet, wordt geweigerd als ten minste één van de te realiseren woonruimtes een gebruiksoppervlakte heeft van minder dan 24m2. 3. Het college kan afwijken van het bepaalde in dit artikel als de aanvraag voor een omzettingsvergunning is bedoeld voor het huisvesten van kwetsbare doelgroepen.
11 / 19
Artikel 6 Intrekking Het college kan in aanvulling op het bepaalde in artikel 26 van de wet , een vergunning als bedoeld in artikel 2 van deze verordening intrekken als: a. de woning niet in goede staat van onderhoud wordt gehouden; b. de feitelijke situatie of het feitelijk gebruik niet meer in overeenstemming is met de vergunde situatie. Artikel 7 Bestuurlijke boete 1. Het overtreden van de verboden als bedoeld in artikel 21 van de wet , of het handelen in strijden met de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 24 van de wet , kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2. De boete voor het overtreden van de verboden als bedoeld in artikel 21 van de wet bedraagt: a. voor de eerste overtreding, en herhaalde overtreding na 24 maanden: €2.500,- voor nietbedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b. voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €5.000,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €10.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie. 3. De boete voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 24 van de wet bedraagt: a. voor de eerste overtreding, en herhaalde overtreding na 24 maanden: €1.000,- voor nietbedrijfsmatige exploitatie en €2.500,- voor bedrijfsmatige exploitatie; b.
voor herhaalde overtreding binnen 24 maanden: €2.500- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en €5.000,- voor bedrijfsmatige exploitatie. Artikel 8 Hardheidsclausule Het college kan van het bepaalde in deze verordening afwijken door te besluiten een aanvraag om een omzettingsvergunning niet te weigeren, als door bijzondere omstandigheden het strikt toepassen van deze bepalingen volgens het college zou leiden tot een onrechtvaardige uitkomst. Artikel 9 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, onderdeel Huisvesting, daaronder begrepen de overgangsbepaling van die verordening, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en vervalt op 1 oktober 2025. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2021. 3. Vast te stellen de toelichting op de Huisvestingsverordening, onderdeel woonruimtevoorraad, Leiden 2021 met de bijlage Notitie Schaarste in de gemeente Leiden d.d. 18 februari 2021; 4.
In te stemmen met vaststelling door het college van de Tijdelijke beleidsregel woningomzetting en woningvorming, Leiden 2021 inclusief bijlagen en toelichting; 5. Het college opdracht te geven, ten einde de maatschappelijke doelen te bereiken, optie a Aanpassen van het stelsel na wetswijziging door het rijk, al dan niet in combinatie met andere maatregelen, verder uit te werken en de raad daarover een voorstel aan te bieden. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
12 / 19
BESPREEKSTUKKEN 14. RV 21.0028 Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030 De teksten van de ingediende moties en het ingediende amendement zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Jermoumi (PvdA) amendement: A21.0028/01 Onderwerp: Terughoudend met shared space Bovenstaand amendement wordt met algemene stemmen aangenomen. Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS) motie: M21.0028/01 Onderwerp: Een veiligere Kommarotonde door het beter scheiden van voetgangers en fietsers Bovenstaande motie wordt verworpen met 4 stemmen voor en 33 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van PS, CU en de leden Van Schaik en Raat (PvdD) voor de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS) motie: M21.0028/02 Onderwerp: Zet een punt achter de onveilige situatie bij de Komma Bovenstaande motie wordt verworpen met 1 stemmen voor en 36 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van voor de motie hebben gestemd. BESLUIT bij RV 21.0028: 1. Het Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030 vast te stellen en daarmee de volgende 10 actiepunten: 1. Fijnmazigheid, kwaliteit en bewegwijzering van voetgangersnetwerk verbeteren 2. Singelpark koppelen aan wandelknooppuntennetwerk 3. Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte aanvullen met een hoofdstuk over voetgangers 4.
Voetgangersnetwerk obstakelvrij en voldoende breed maken 5. De openbare ruimte voor iedereen toegankelijk en herkenbaar maken, zeker ook voor mensen met een visuele en/of auditieve beperking en daarbij terughoudend om te gaan met de toepassing van shared space en in die gevallen waar het college kiest voor shared space dat beargumenteerd voor te leggen aan de raad. 6. Rustplekken en verblijfsplekken creëren langs wandelroutes 7. Verbeteren voetgangersgebied binnenstad door duidelijker onderscheid tussen verkeersstromen met gebruik van verplaatsingsdata 8. Bushaltes toegankelijk maken voor iedereen 9. Beleidsregels voor afweging tussen oversteekplaatsen en zebrapaden opstellen 10. Lopen stimuleren door gezondheidsacties zoals Op Voeten En Fietsen Naar School Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
15. RV 21.0056 Strategische uitgangspunten Omgevingsplan Leiden De teksten van de ingediende amendementen zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid De Crom (VVD)amendement: A21.0056/01
13 / 19
Onderwerp: Doorlooptijden woningbouwprojecten verkorten Bovenstaand amendement wordt aangenomen met 32 stemmen voor en 6 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van PvdD en SP tegen het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Van Spronsen (GL) amendement: A21.0056/02 Onderwerp: Dereguleren is geen doel Bovenstaand amendement wordt aangenomen met 20 stemmen voor en 18 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van D66, VVD, CDA en PS tegen het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Van der Kaap (PvdD) amendement: A21.0056/03 Onderwerp: Terughoudendheid met ja, mits Bovenstaand amendement wordt aangenomen met 30 stemmen voor en 8 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en CDA tegen het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Theeuwen (SP) amendement: A21.0056/04 Onderwerp: Toelatingsplanologie Bovenstaand amendement wordt verworpen met stemmen 8 voor en 30 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van PvdD, SP, PS en LP voor het amendement hebben gestemd.
Ingediend wordt door raadslid Otten (PvdA) amendement: A21.0056/05 Onderwerp: Balans in de stad Bovenstaand amendement wordt aangenomen met 30 stemmen voor en 8 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en CDA tegen het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Krol (CU) amendement: A21.0056/06 Onderwerp: Democratische legitimatie Bovenstaand amendement wordt aangenomen met 23 stemmen voor en 15 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van D66 en VVD tegen het amendement hebben gestemd. BESLUIT bij RV 21.0056 (incl. erratum): In het kader van het opstellen van het Leids Omgevingsplan voor de gemeente Leiden aan de voorkant van het totstandkomingsproces van het Leids Omgevingsplan: 1. Het Leids Omgevingsplan te zien en te gebruiken als een middel om te sturen op het behalen van de gemeentelijke ambities en doelen; 2. Het Leids Omgevingsplan te gebruiken als kaderstellend instrument, waarmee de raad (nog meer) invulling geeft aan zijn kaderstellende rol en de uitvoerende rol (nog meer) neerlegt bij het college; 3. Het college de volgende uitgangspunten mee te geven, welke als koers kunnen worden gebruikt bij de voorbereiding op en het opstellen van het Leids Omgevingsplan: a. Ten aanzien van het onderdeel ‘sturing’: i.
Te kiezen voor een situationele aanpak, waarbij zoveel mogelijk gezocht wordt naar een evenwichtige benadering tussen het bieden van ruimte voor ontwikkeling en het waarborgen van kwaliteit, door kaders vast te stellen die recht doen aan de betrokken opgaven, het gebied, het specifieke thema en de (maatschappelijke) belangen die daarom stringent zijn waar dat volgens de raad moet en die ruimte bieden waar dat volgens de raad kan en de uitkomsten van deze aanpak voor te leggen aan de raad; ii. Te kiezen voor een meer conserverende en gedetailleerde aanpak wanneer de gemeentelijke ambities en doelen meer gericht zijn op het behouden en beheren van
14 / 19
bestaande kwaliteiten, zoals bijvoorbeeld in het beschermd stadsgezicht en in het bijzonder de Binnenstad; iii. Te kiezen voor een meer conserverende en gedetailleerde aanpak wanneer bescherming, gelet op de gemeentelijke ambities en doelen, van bepaalde onderdelen wenselijk en noodzakelijk is, zoals bijvoorbeeld bij het kappen van bomen en de bescherming van (gemeentelijke) monumenten. b. Ten aanzien van het onderdeel ‘samenwerking’: i. Actief te kijken welke thema’s kunnen worden overgelaten aan de samenleving en hiervoor voorstellen te doen; ii. Proactief de afstemming te zoeken met andere bestuursorganen voor o.a. het oppakken van gebiedsoverstijgende ambities en doelen. c. Ten aanzien van het onderdeel ‘planning’: i. Te streven naar een zo goed mogelijke kwaliteit, waarbij in beginsel kwaliteit prevaleert boven snelheid. d. Ten aanzien van de knoppen die invloed hebben op de ‘planning’: i. Bij de totstandkoming van het Leids Omgevingsplan in te zetten op het (verder) positief formuleren van regels, van nee, tenzij naar ja, mits. Maar hier terughoudend mee te zijn waar het gaat om het beschermen van kwetsbare waarden met betrekking tot dieren, natuur en milieu; ii. Bij de totstandkoming van het Leids Omgevingsplan wordt voor de verdere toegankelijkheid van de regelgeving ingezet op het (verder) herschrijven en formuleren van regels op B1 (taal)niveau; iii.
Bij de totstandkoming van het Leids Omgevingsplan wordt door het college gekeken of er mogelijkheden zijn om de (gemiddelde) doorlooptijd van woningbouwprojecten te verkorten en hiervoor concrete voorstellen te doen. e. Ten aanzien van het onderdeel ‘regelen van activiteiten en functies’: i. Het casco voor het omgevingsplan van de VNG als basis te gebruiken voor het Leids Omgevingsplan; ii. Het onderdeel ‘regelen van activiteiten en functies’ (vooralsnog) te beschouwen als een resultante van de keuze(s) op het onderdeel ‘sturing’; iii. Als de resultante nadelig uitpakt of wanneer door voortschrijdend inzicht andere keuzes op dit onderdeel noodzakelijk dan wel wenselijk zijn, hierover opnieuw de dialoog te voeren met elkaar. Aan het einde van deze dialoog besluit de raad wat er met de uitkomsten hiervan gebeurt. f.
Ten aanzien van de onderdelen ‘gebieden’ en ‘inhoudelijke thema’s’: i. De Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0 (of haar rechtsopvolger(s)) en de Leidse Ontwikkelperspectieven te gebruiken als primaire kader voor het bepalen van de inhoudelijke koers op de onderdelen gebieden en inhoudelijke thema’s; ii. Wanneer de documenten zoals benoemd onder besluitpunt 3, onder f onder i onvoldoende antwoord geven, wordt - indien mogelijk - teruggevallen op al ander (secundair) vastgesteld beleid (bijlage 3) voor het bepalen van de inhoudelijke koers op de onderdelen gebieden en inhoudelijke thema’s; iii. Wanneer de documenten onder besluitpunt 3, onder f onder i en ii onvoldoende antwoord geven, voeren raad en college over deze gebieden en/of inhoudelijke thema’s opnieuw de dialoog met elkaar. Aan het einde van deze dialoog besluit de raad wat er met de uitkomsten hiervan gebeurt.
15 / 19
4. Het college te verzoeken om een (nadere) planning te maken voor het verdere proces van de totstandkoming van Leids Omgevingsplan, waarbij aandacht is voor, de volgorde van totstandkoming, de democratische legitimatie, de participatie, de noodzakelijke middelen en de verdere met elkaar te voeren dialoog, en de raad hierover uiterlijk in Q1 2022 per brief te informeren. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 30 stemmen voor en 8 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en SP tegen het voorstel hebben gestemd.
16. RV 21.0076 Kaderbesluit Hoge Mors De teksten van de ingediende motie en het ingediende amendement zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS) amendement: A21.0076/01 Onderwerp: Voldoende parkeerplaatsen in de Hoge Mors Bovenstaand amendement wordt verworpen met 13 stemmen voor en 25 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA, SP, PS en LP voor het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Kersten (PS) motie: M21.0076/01 Onderwerp: Niet onnodig versmallen straten Bovenstaande motie wordt verworpen met 5 stemmen voor en 33 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van SP, PS en LP voor de motie hebben gestemd. BESLUIT bij RV 21.0076: om het college van burgemeesters en wethouders opdracht te geven om voor het project Hoge Mors de verdere ontwerp- en voorbereidingsfase te doorlopen om een duurzame en toekomstgerichte 1. herinrichting van de wijk te realiseren door in het ontwerp te integreren: a. aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel (regenwater en afvalwater door een aparte buis); b. klimaatadaptieve inrichting van perceelgrens tot perceelgrens; c. ondergrondse ruimtereservering voor een stadsverwarmingsnet; d. vergroten biodiversiteit; e. verbeteren grondwaterbeheersing; f.
waar mogelijk toevoegen van extra groen in de straten; g. de drie extra opgaven: I. herinrichting Diamantplein en omgeving als Hart van de wijk. II. vergroenen en klimaatadaptief inrichten Granaatplein en bij voldoende budget ook de Onyxstraat. III. fietsroute Agaatlaan, vanaf kruising Smaragdlaan tot aan de Leeghwatertunnel. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
17. RV 21.0078 Vaststelling Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1-versie De teksten van de ingediende motie en amendementen zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid De Crom (VVD) amendement: A21.0078/01(gewijzigd) Onderwerp: Meer aandacht voor sociale veiligheid Bovenstaand amendement wordt aangenomen met 31 stemmen voor en 7 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van PvdD, SP en LP tegen het amendement hebben gestemd. 16 / 19
Ingediend wordt door raadslid De Crom (VVD) amendement: A21.0078/02 Onderwerp: Geen taboes over de Oostvlietpolder Bovenstaand amendement wordt verworpen met 8 stemmen voor en 30 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en CDA voor het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid De Crom (VVD) amendement: A21.0078/03(gewijzigd) Onderwerp: Waarborg de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van wijken De stemmen staken met 19 stemmen voor en 19 tegen. In de volgende raadsvergadering wordt opnieuw gestemd over dit amendement en gestemd over het raadsvoorstel. Ingediend wordt door raadslid Van der Kaap (PvdD) amendement: A21.0078/04 Onderwerp: Op naar de 75 m2 Bovenstaand amendement wordt verworpen met 12 stemmen voor en 26 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van CDA, PvdD, SP, PS, CU en LP voor het amendement hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Krol (CU) amendement: A21.0078/05 Onderwerp: Goede kwaliteit besluitvorming gaat voor snelle besluitvorming Bovenstaand amendement wordt voor de stemming ingetrokken door de indiener. Ingediend wordt door raadslid Heijnen (CDA) amendement: A21.0078/06 Onderwerp: Groen voor bewoners Bovenstaand amendement wordt voor de stemming ingetrokken door de indiener.
Ingediend wordt door raadslid De Crom (VVD) motie: M21.0078/01 Onderwerp: Werk maken van meer banen Bovenstaande motie wordt verworpen met 10 stemmen voor en 28 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD, CDA, PS en CU voor de motie hebben gestemd. BESLUIT bij RV 21.0078 (incl. 3 errata): Omdat de stemmen bij amendement 21.0078/03 staakten, wordt in de volgende raadsvergadering over dit amendement en over het raadsvoorstel gestemd.
Stemming over voortzetting van de vergadering Omdat het 23.00 uur is geweest, wordt gestemd over het voortzetten van de vergadering. De vergadering wordt voortgezet met 30 stemmen voor en 8 tegen.
18. RV 21.0083 Vaststelling inkoopstrategie Begeleiding, maatschappelijke zorg en huishoudelijke ondersteuning Leidse regio-gemeenten De teksten van de ingediende moties en het ingediende amendement zijn te raadplegen via https://gemeenteraad.leiden.nl (Politiek Portaal/ Documenten). Ingediend wordt door raadslid Van Gaal (GL) amendement: A21.0078/01(gewijzigd) Onderwerp: Duur van de overeenkomst +2+2=11 Bovenstaand amendement wordt aangenomen met 25 stemmen voor en 13 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van D66, SP en PS tegen het amendement hebben gestemd.
17 / 19
Ingediend wordt door raadslid Van Gaal (GL)motie: M21.0083/01(gewijzigd) Onderwerp: Clientervaringen "app" Bovenstaande motie wordt verworpen met 18 stemmen voor en 20 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van GL, PvdD, SP, PS, LP en de leden Klever en Van der Jagt (PvdA) voor de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Van Gaal (GL) motie: M21.0083/02 Onderwerp: Continuïteit in de maatschappelijke zorg, begeleiding en huishoudelijke hulp Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen. Ingediend wordt door raadslid Van Gaal (GL) motie: M21.0083/03 Onderwerp: Leren, innoveren, experimenteren als strategie bij inkoop Bovenstaande motie wordt met algemene stemmen aangenomen. Ingediend wordt door raadslid Van Walraven (SP) motie: M21.0083/04 Onderwerp: Evalueer eerst en ga dan verder Bovenstaande motie wordt verworpen met 7 stemmen voor en 31 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van PvdD, SP en PS voor de motie hebben gestemd. Ingediend wordt door raadslid Van Walraven (SP) motie: M21.0083/05 Onderwerp: Laat het over aan de nieuwe Raad Bovenstaande motie wordt verworpen met 7 stemmen voor en 31 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van PvdD, SP en PS voor de motie hebben gestemd. BESLUIT bij RV 21.0083 (incl. erratum): 1.
de inkoopstrategie Begeleiding, Maatschappelijke Zorg en Huishoudelijke Ondersteuning Leidse regiogemeenten vast te stellen, en daarmee tevens in te stemmen met a. de volgende uitgangspunten voor de inkoop Wmo 2023: i. We gaan uit van de eigen kracht van inwoners en de samenkracht van inwoners onderling en stimuleren en ondersteunen dit. ii. We ondersteunen mantelzorgers, we zetten in op het voorkomen van overbelasting en bieden passende ondersteuning wanneer er toch sprake is van te zware belasting; iii. We ondersteunen in een vroeg stadium om erger te voorkomen, ook als inwoners zelf geen hulpvraag formuleren (zorgmijders); iv. De noodzaak van de ondersteuningsvraag/behoefte van de inwoner staat centraal. Deze wordt integraal bekeken; v. Ondersteuning is laagdrempelig en dichtbij en is ontwikkelingsgericht, en waar mogelijk, herstelgericht; vi. Normalisering is het uitgangspunt, ook wat betreft wonen; vii. Het resultaat is leidend, niet de regels en procedures; viii. Op- en afschalen van zorg en ondersteuning verloopt soepel; ix. Proces- en casusregie is vanzelfsprekend en helder belegd. x. We sturen op de kwaliteit van ondersteuning ten aanzien van pgb en zorg in natura (ZIN); xi. We zien keuzevrijheid als de vrijheid en de mogelijkheid om uit verschillende ondersteuningsvormen te kiezen welke het beste aansluit bij de wensen en behoeften van een inwoner; xii.
In de relatie met aanbieders gaan we uit van partnerschap voor wat betreft het realiseren van veranderopgaven; xiii. De inkoop draagt bij aan het grip krijgen op de uitgaven.
18 / 19
b. het onder andere door deze inkoop de komende jaren werken aan in de inkoopstrategie geschetste veranderopgaven waaronder: i. We investeren in een passend voorliggend veld. ii. De toegang tot ondersteuning voor inwoners is integraal georganiseerd en de afspraken over regievoering zijn helder en uniform, zowel binnen de gemeente als bij de aanbieders. Er vindt vanuit toegang stevige regie plaats op het realiseren van de doelen en waar mogelijk door- en uitstroom. iii. We willen dat begeleiding en (nieuwe) vormen van beschut en Beschermd Wonen op elkaar aansluiten, zodat er doorlopende lijn, begeleidingscontinuüm, ontstaan. iv. We willen de ondersteuning die de Leidse regio biedt in het kader van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang meer in lijn met elkaar brengen. v. De ondersteuning is herstel- en ontwikkelingsgericht, richt zich op alle leefgebieden en is in principe tijdelijk van aard. vi. Er is een doorgaande lijn tussen Jeugdhulp en Wmo-ondersteuning. Een goede afstemming tussen de toegangen Wmo en Jeugd is belangrijk. De kalenderleeftijd is daarmee niet leidend. vii. We stimuleren (ouder wordende) inwoners, om zich voor te bereiden op de toekomst. viii. Meer samenwerking met Zorg en Zekerheid als preferente zorgverzekeraar en zorgkantoor is gewenst om oudere inwoners zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen. ix.
Huishoudelijke ondersteuning is alleen bedoeld voor inwoners die het niet zelf kunnen betalen en regelen1. x. Vanuit de gedachte van positieve gezondheid zetten we in op reablement. Hierbij worden inwoners geholpen om zichzelf te helpen. c. een gedifferentieerde inkoop van de Wmo naar meerdere segmenten per 2023 die zowel moet bijdragen aan de doorlopende lijn in begeleiding als tegelijkertijd rekening houdt met de specifieke kenmerken of omstandigheden van een cliëntgroep/ zorgsoort. d. Het organiseren en inkopen van de ondersteuning per 2023 in de vorm van arrangementen. e. Voor alle segmenten willen we werken met een selectiever aantal aanbieders. f. Het aangaan van overeenkomsten met een lange looptijd tot maximaal 3+2+2+2+2 (maximaal 11 jaar) jaar ten behoeve van het aangaan van continuïteit, aanloop- en opstartkosten en strategisch partnerschap. Op voorwaarde dat de regio-gemeenten gezamenlijk hiermee instemmen. Voor Huishoudelijke ondersteuning zal, gezien de situatie en het feit dat het kabinet mogelijk tot andere keuzes komt – gekozen worden voor een kortere (initiële) duur van de overeenkomst. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 31 stemmen voor en 7 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van PvdD, SP en PS tegen het voorstel hebben gestemd.
19. Sluiting van de vergadering De voorzitter sluit de vergadering om 0.55 uur.
Vastgesteld in de vergadering van 9 en 11 november 2021, de Griffier,
de Voorzitter,
1 In afwachting van nieuwe wet- en regelgeving wordt geen inkomensafhankelijke toets ingevoerd. 19 / 19