CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept-besluitenlijst Gemeenteraad Leiden 29 april 2021

Gemeenteraad 22 juni 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Vaststelling besluitenlijsten van 29 april 2021 en 3 juni 202116.420 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTERAAD VAN LEIDEN Besluitenlijst van de vergadering op 29 april 2021, 20:00 tot 21:57 uur _________________________________________________________________________________ VOORZITTER: de heer H.J.J. Lenferink GRIFFIER: de heer G.F.C. Van Leiden LOCATIE: digitaal Aanwezig zijn voorts 38 raadsleden: de heer Bleijie (CDA), mevrouw Van Bree (GL), de heer De Crom (VVD), de heer Van Diepen (D66), de heer Dirkse (VVD), de heer Friso (GL), mevrouw Van Gaal (GL), de heer Gaulard (D66), mevrouw Gilissen (VVD), mevrouw Haliloviċ (D66), de heer Van Halm (SP), mevrouw Heijnen (CDA), mevrouw Herman (D66), mevrouw Van der Jagt (PvdA), de heer Jermoumi (PvdA), de heer Jitan (LP), mevrouw Jordan (D66), de heer Van der Kaap (PvdD), de heer Kersten (PS), mevrouw Klever (PvdA), de heer Köroğlu (D66), de heer Krijgsman (D66), de heer Krol (CU), de heer Leest (VVD), de heer Olthof (D66), de heer Otten (PvdA), de heer Van Peijpe (GL), mevrouw Raat (PvdD), de heer Rowaan (GL), mevrouw Schreuder (GL), de heer van Spronsen (GL), de heer Storm (CDA), de heer Terlouw (GL), de heer Theeuwen (SP), mevrouw Verbree (VVD), mevrouw Voorwald (VVD), mevrouw Van Walraven (SP) en mevrouw Zeggelt (D66). Tevens aanwezig: de wethouders Damen (PvdA), Van Delft (GL), Dirkse (D66), North (GL) en Spijker (D66) en de gemeentesecretaris mevrouw Van Vliet. Afwezig is: mevrouw Van Schaik-Gerritsen (PvdD).

1. Opening De voorzitter opent de vergadering. 2. Vaststelling van de agenda De agenda wordt gewijzigd vastgesteld met dien verstande dat agendapunt 15, RV 21.0024 Zienswijze conceptbegroting 2022 Veiligheidsregio Hollands Midden, als hamerstuk in plaats van als bespreekstuk wordt behandeld. Dit op nader advies van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid. 3. Actualiteit De heer De Crom (VVD) stelt vragen over problemen bij nieuwe huurappartementen aan de Leidse Schans. Wethouder Spijker antwoordt namens het college. TOEZEGGINGEN • Wethouder Spijker zegt toe één en ander met betrekking tot problemen bij de nieuw opgeleverde huurappartementen van Yours aan de Leidse Schans nader te laten uitzoeken. Zo nodig zal zij de beheerder en/of eigenaar aanspreken op de problemen. Mocht de gemeente zelf verantwoordelijk zijn voor het een of ander, dan wordt dat eveneens opgepakt • Wethouder Spijker zegt toe dat bij de planvorming voor de volgende projecten lering wordt getrokken uit de ervaringen van de campus aan de Leidsche Schans. Ontwikkelaars worden erop gewezen dat ze vooraf beheersmaatregelen moeten treffen. 4. Mededelingen In het kader van de coronamaatregelen verwijst de voorzitter naar de meest recente persconferentie van het kabinet. Het Presidium heeft een besluit genomen over de periode tussen het mei- en zomerreces, voor wat betreft de

1 / 31

mogelijkheid om enkele vergaderingen fysiek te kunnen houden. Voor de details verwijst de voorzitter naar dat besluit en de weergave van de gevolgen in de Regeling van werkzaamheden. Vanaf vandaag wordt gestart met het toekennen van interruptietijd per fractie. Het uitgangspunt is drie minuten interruptietijd per fractie voor de hele vergadering. De klok loopt vanaf het begin van de interruptie tot en met het moment dat de vraag is gesteld. De beantwoording wordt niet getimed.

5. Regeling van werkzaamheden De raad besluit overeenkomstig het voorstel met betrekking tot de Regeling van Werkzaamheden. 6. Ingekomen stukken • 01 B 01 Puntensysteem voor natuur inclusief bouwen B&W d.d.010421 Brief voor kennisgeving aannemen • 01 B 02 Groenrapportage 2020 Wethouder A. North d.d.060421

Brief te agenderen voor een vergadering van de commissie LB in afwachting van een behandelvoorstel van de PvdD en D66. lndien dit voorstel niet tijdig wordt aangeleverd wordt de brief voor kennisgeving aangenomen • • • • • • •

• •

• • •

•

01 B 03 Project Gezonde Kansrijke Start Leiden Wethouder M. Damen d.d.060421 Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 04 Normenkader 2020 B&W d.d.060421 Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 05 Tussentijdse voortgangsrapportage aan de raad Implentatie Omgevingswet B&W d.d.060421 Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 06 Tarieven Sportaccommodaties 2021 Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 07 Regionaal toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Burgemeestersbrief d.d.060421 Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 08 Brief lid Verbree VVD tijdelijk verlof zwangerschap toekennen Proces voor tijdelijke opvolging wordt gestart 01 B 09 Brief Rekenkamercommissie Leiden Leiderdorp met nadere informatie bomenonderzoek Leiden Betrekken bij bespreking van het RKC-rapport in LB 22 april 2021 01 B 10 Wethoudersbrief 13042021 Online participatie via doemee.leiden.nl Kan tzt betrokken worden bij bespreking onderzoek participatie in LB 01 B 11 Collegebrief 14 april 2021 over Lammenschansstrip - anterieure overeenkomsten ZINC Ten Brinke en Kempeneers Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 12 Collegebrief 13 april 2021 over het Lokaal Preventieakkoord Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 13 Wethoudersbrief 20 april 2021 over update Haalbaarheidsonderzoek Leiden Law Park Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 14 Wethoudersbrief 19 april 2021 over voorgenomen bijsturingsmaatregelen huishoudelijke

ondersteuning Brief voor kennisgeving aannemen 01 B 15 Collegebrief 20 april 2021 over intrekken stimuleringsregeling modelsteigersligplaatsenplan voor de pleziervaartuigen Brief voor kennisgeving aannemen

2 / 31

•

•

•

• • •

•

• • •

• • • • •

•

• •

•

01 O 01 Bekostiging transport en opvang gewonde of verweesde wilde dieren nog steeds niet geregeld St. ter ondersteuning van de Dierenambulance-Vogelasiel Regio Leiden Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 02 Open brief Behandeling kadernota Diamantplein e.o. in cie Stedelijke Ontwikkeling op 30 maart jl. Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 03 SDO notitie Tozo Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers aandachtspunten 31 maart 2021 Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 04 Inrichtingsvoorstel Roomburgerpark Lorentzschool d.d.050421 Kon worden betrokken bij besluitvorming over RV in raad 8 april.

01 O 05 Financieel toezicht begroting 2021 Provincie Zuid Holland Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 06 Ondernemersdesk hulp voor ondernemers die geraakt zijn door de coronacrisis Centrummanagement Leiden Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 07 Brief Ramadan 2021 Islamitische Stichting Nederland Mimar Sinan Moskee Leiden d.d.030421 Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 08 Keukenhof toch open tijdens testdagen Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 09 Nieuwsbrief nr 2 - april 2021 Omgevingsdienst West-Holland Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 10 VNG Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij provincies gemeenten en waterschappen 2021 - vierde gewijzigde druk Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 11 RomeKrant 25 april 2021 digitaal Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 12 Jaarverslag Leids MediaFonds 2020 wordt betrokken bij de behandeling van Jaarrekening/kadernota 01 O 13 Nota en verwachtingen en Accountantscontrol Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 14 Nieuwsbrief IBI nr 101 april 2021 te betrekken bij jaarrekening 2020 01 O 15 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland met jaarstukken 2020 en meerjarenbegroting 20222025 Brief in handen stellen van B&W voor advies en na advisering door college agenderen voor bespreking in WM 01 O 16 Brief RDOG over Begroting 2022 en businesscase II RDOG 2024 Brief in handen stellen van B&W voor advies en na advisering door

college agenderen voor bespreking in OS uiterlijk 8 juni 01 O 17 Notitie Lokale Heffingen 2021 Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 18 Brief 15 april 2021 concept begroting 2022 Holland Rijnland en concept jaarrekening 2020 Holland Rijnland Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 19 Omgevingsdienst West-Holland over de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening Brief voor kennisgeving aannemen

3 / 31

• •

• • • •

• • • • • • • • •

01 O 20 Brief Deloitte Accountants met aanvullende werkzaamheden Leiden Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 21 VNG over hulp 'Aanjaagteam digitale toegankelijkheid' i.v.m. implementatie tijdelijk Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid 15042021 Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 22 VNG over ontwikkelingen inzake coronavirus 15042021 Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 23 Voortgangsnotitie Raden in verzet 15042021 Brief voor kennisgeving aannemen 01 O 24 DZB Leiden 2020 - 2021 Met het oog op de toekomst 21042021 Kan desgewenst betrokken worden bij behandeling Jaarstukken 2020.C 01 O 25 VNG met vernieuwd convenant nationaal antennebeleid inzake plaatsing vergunningvrije antenne-installaties voor mobiele communicatie 19042021 Brief voor kennisgeving aannemen 01 P 01 Brief Particulier Opstapelende vuil d.d.050421 Brief voor kennisgeving aannemen 01 P 02 HARTENKREET Particulier Brief voor kennisgeving aannemen 01 P 03 Brief particulier over Afval Lange Mare 19042021 Brief in handen stellen van B&W ter afdoening Brief Particulieren, blanco Brief in handen stellen van B&W ter afdoening Brief Particulieren, blanco Brief in handen stellen van B&W ter afdoening Brief Particulieren, blanco Brief in handen stellen van B&W ter afdoening Brief Particulieren, blanco Brief in handen stellen van B&W ter afdoening Brief Particulieren, blanco Brief in handen stellen van B&W ter

afdoening

De lijst van ingekomen stukken wordt gewijzigd (advies bij brief nr. 01 B 02) vastgesteld.

7.

Vaststelling besluitenlijst van 8 en 13 april 2021 De besluitenlijst van de vergadering van 8 en 13 april 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld.

HAMERSTUKKEN 8. RV 21.0016 Eerste technische wijziging programmabegroting 2021 BESLUIT bij RV 21.0016:

4 / 31

1.

De 1e technische wijziging van de Programmabegroting 2021 vast te stellen en daarmee de programmabudgetten 2021 en het meerjarenbeeld als volgt te wijzigen:

Programma Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Bestuur en dienstverlening Veiligheid Economie Bereikbaarheid Omgevingskwaliteit Stedelijke ontwikkeling Jeugd en onderwijs Cultuur, sport en recreatie Maatschappelijke ondersteuning Werk en inkomen Algemene middelen, Overhead,Vennootschapsbelasting en Onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat

2021 Lasten Baten -110.747 47.934 -429.710 465.470 -164.331 326.019 1.073.694 -4.637.266 131.424 69.047 1.223.001 -124.680 294.471 -5.046 117.595 -14.442 470.186 -29.016 2.875.972 396.781

2022 Lasten Baten -257.871 47.934 -507.010 542.770 164.138 -340 256.554 -637.266 233.381 69.047 699.852 82.235 18.533 -5.046 75.397 -14.442 2.229.683 -29.016 1.158.477 287.541

2023 Lasten Baten -260.150 47.934 -507.202 542.770 159.374 -340 245.222 -638.181 364.591 69.535 630.446 118.620 13.550 -4.436 42.774 -14.625 2.296.206 -29.016 1.527.712 -122.919

2024 Lasten Baten -260.698 47.934 -507.776 542.770 159.461 -340 239.358 -638.181 516.153 69.535 626.430 118.620 13.745 -4.436 45.060 -14.625 2.291.613 -29.016 -4.387.467 5.363.081

996.140 -5.559.870 -1.068.647 -2.569.759 -1.077.712 -2.569.414 -1.059.198 -2.170.821 6.477.695 -9.065.069 3.002.487 -2.226.342 3.434.811 -2.600.072 -2.323.319 3.284.521 5.498.141 -2.910.767 822.053 -1.598.198 2.330.097 -3.164.836 564.742 -1.525.944 0 0 0 0 neutraal neutraal neutraal neutraal

2.

De reserve strategische aankopen op te heffen;

3.

Programma 4 Bereikbaarheid Een aanvullend krediet van € 500.000 beschikbaar te stellen voor de OV-knoop en dit te dekken door een onttrekking aan de reserve Duurzame stad;

4.

In het meerjareninvesteringsplan de provinciale bijdrage van € 2,0 miljoen voor het krediet CentrumrouteLangegracht en de bijdrage € 2,0 miljoen voor de Centrumroute-Schuttersveld af te ramen en hiervoor structurele kapitaallasten van € 140.000 (afschrijvingstermijn van 40 jaar) op te nemen onder prestatie ‘4B1.02 Realisatie afspraken HOV-overeenkomst Zuid-Holland Noord’. De kapitaallasten te dekken door een terugontvangen bedrag van de provincie van € 4,0 miljoen te doteren aan de reserve afschrijvingen investeringen en jaarlijks een bedrag van € 100.000 aan deze reserve te onttrekken. De jaarlijkse rentelast van € 40.000 te dekken op de prestatie geldleningen;

5.

Een krediet van € 446.000 beschikbaar te stellen voor de kosten van voorbereiding tot aan kaderbesluit van het project Hoge Rijndijk. Voor de dekking van deze kosten een bedrag van € 446.000 te onttrekken aan de reserve afschrijving investeringen en dit te doteren aan de reserve bereikbaarheidsprojecten. In de begroting staan in de jaarschijf 2021 twee investeringen opgenomen voor de beide fasen van het werk aan de Hoge Rijndijk (Herinrichtingsmaatregelen Centrum - N11). Beiden worden voor de helft van dit voorbereidingskrediet (€ 223.000) verlaagd;

6.

Programma 5 Omgevingskwaliteit Het krediet herontwikkeling Zeeheldenbuurt met € 11.580 te verlagen en de dekking (een onttrekking aan de voorziening Groot Onderhoud Wegen) met hetzelfde bedrag te verlagen;

7.

Het krediet Singelpark-Energiepark te verlagen met een bedrag van € 600.000 en een krediet van € 600.000 in het meerjareninvesteringsplan op te nemen voor ‘Singelpark-Energiepark tweede fase’. De kapitaallasten blijven in de meerjarenbegroting ongewijzigd;

8.

Het krediet Singelpark-Ankerpark te verlagen met € 21.000 en de exploitatiebijdrage van Beheer met hetzelfde bedrag te verlagen;

9.

Programma 6 Stedelijke Ontwikkeling Een krediet van € 400.000 beschikbaar stellen voor asbestsanering en deze te dekken door een onttrekking van € 400.000 aan de reserve asbestsanering;

5 / 31

10. Het krediet lnitiatieven derden te verhogen met een bedrag van € 75.000 en dit te dekken door een onttrekking aan de reserve grondexploitaties; 11. Het krediet Uitvoeringsagenda wonen 2020-2023 met € 270.000 te verhogen voor uitvoering van de pilot huurteam en dit te dekken door een exploitatiebijdrage van € 135.000 in 2021 en 2022 uit het beleidsterrein Wonen; Programma 8 Cultuur, sport en recreatie 12. Het krediet Buitenbad De Vliet te verhogen met € 353.000 en dit te dekken door een bijdrage uit de SPUK regeling (btw teruggave);

Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

9. RV 21.0018 Afgifte ontwerp verklaring van geen bedenkingen woonark Schelpenkade 48a BESLUIT bij RV 21.0018: 1. een ontwerp verklaring van geen bedenkingen vrij te geven voor het indienen van zienswijzen ten behoeve van de realisatie van het bouwplan ‘Schelpenkade 48a’ met het kenmerk NL.IMRO.0546.OV000133-0201. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.

10. RV 21.0021 Vaststellen tweede tranche van de Verordening fysieke leefomgeving BESLUIT bij RV 21.0021 (incl. erratum): 1. Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, luidende aldus: Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020.

Artikel 1 Wijzigen verordening De Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd. A. Aan Hoofdstuk 1, Artikel 1.2 wordt een vijfde lid toegevoegd dat luidt als volgt: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.2 Toepassingsbereik 5. Deze verordening is niet van toepassing op bijzondere markten en/of braderieën waarvoor het gebruiken van gemeentegrond op grond van privaatrecht is met het college is geregeld en/of waarvoor op grond van de Algemene plaatselijke verordening een evenementenvergunning is verleend.

B. In Hoofdstuk 2, Afdeling 2.1 een Paragraaf 2.1.2 toe te voegen die luidt als volgt: Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Paragraaf 2.1.2 Markten Artikel 2.1.2.1 Reguliere warenmarkten (Instellingsbesluit markten) Het college stelt de volgende reguliere warenmarkten in: a. Dinsdag, bij winkelcentrum de Luifelbaan/Bevrijdingsplein in Leiden Zuidwest, van 08.00 tot 13.00 uur;

6 / 31

b. Woensdag, in het centrum, Nieuwe Rijn, Vismarkt, Visbrug, Botermarkt, Aalmarkt en de Koornbeursbrug, van 08.00 tot 17.00 uur. Een deel van deze markt is exclusief bestemd voor de biologische markt. Op de inrichtingskaart die bij het inrichtingsplan van deze markt hoort, is ingetekend welke standplaatsen daarvoor zijn bestemd; c. Donderdag, bij winkelcentrum de Stevensbloem in de Stevenshof, van 09.00 tot 16.00 uur; d. Vrijdag, bij winkelcentrum de Kopermolen in de Merenwijk van 10.00 tot 17.00 uur; e. Zaterdag, in het centrum, Nieuwe Rijn, Vismarkt, Visbrug, Botermarkt, Gangetje, Karnemelksbrug, Aalmarkt, Koornbeursbrug en Koornbrugsteeg, en de Nieuwstraat, van 08.00 tot 17.00 uur. Artikel 2.1.2.2 Inrichtingsplan (Marktverordening) 1. Het college stelt voor iedere markt een inrichtingsplan vast. Dat plan bevat in ieder geval: a. een aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd); b. een kaart van de markt; c. indien van toepassing: de mededeling dat het anciënniteitsstelsel van toepassing is; d. een aanduiding van de manier waarop vergunning op grond van deze verordeningen kunnen worden verleend; e. voor zover van toepassing: dat het verbod om te bedienen zonder vergunning geldt, en het maximum aantal bedienvergunningen dat kan worden verleend. 2. Op de kaart moeten de volgende zaken worden aangegeven: a.

de grenzen van de markt; b. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vergunning voor een vaste standplaats; c. voor zover van toepassing: de afmetingen of maten van de standplaatsen; d. voor zover van toepassing: de plaatsen of gebieden waar een of meer branches of artikelgroepen voorrang hebben, en indien van toepassing de maximum aantallen vaste standplaatsvergunningen die kunnen worden afgegeven voor één of meer branches of artikelgroepen, of combinaties daarvan; e. voor zover van toepassing: de plaatsen of gebieden waar houders van een dagplaatsvergunning voorrang hebben; f. voor zover van toepassing: de plaatsen of gebieden waar houders van een standwerkvergunning voorrang hebben; g. voor zover van toepassing: de plaatsen of gebieden die bedoeld zijn voor standplaatsen die zijn voorzien van bakinstallaties of andere voorzieningen die bedoeld zijn voor het verhitten of warmhouden van voedingsmiddelen; h. voor zover van toepassing: de plaatsen of gebieden die bedoeld zijn voor houders van een bedienvergunning; i. voor zover van toepassing: de plaatsen of gebieden die bedoeld zijn voor het opstellen van kraammateriaal. 3.

Als bij de aanvang van de markt een standplaats die is bedoeld voor de houder van een vergunning voor een vaste standplaats nog niet door de vergunninghouder of zijn plaatsvervanger is ingenomen, kan voor die plaats een dagplaatsvergunning worden afgegeven. 4. Het inrichtingsplan is tijdens de markttijd bij de markt aanwezig en in te zien. Artikel 2.1.2.3 Biologische markt (Marktverordening) 1. Het college kan een biologische markt instellen. 2. Op de biologische markt mogen uitsluitend biologische producten worden verhandeld. 3. Voor deze markt wordt een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 2.1.2.2 vastgesteld. Artikel 2.1.2.4 Lakenmarkt en 3 oktobermarkt (Marktverordening) 1. Het college kan een speciale markt instellen voor de Lakenmarkt tijdens de Lakenfeesten en voor de 3 oktobermarkt tijdens de viering van Leidens Ontzet. 2. Voor deze markten worden een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 2.1.2.2 vastgesteld. Artikel 2.1.2.5 Geen markt op feestdagen (Instellingsbesluit markten) Op Nieuwjaarsdag, eerste en tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag en op eerste en tweede Kerstdag wordt geen markt gehouden. Op verzoek van de Commissie Ambulante Handel kan worden bekeken of de warenmarkt op een andere dag kan worden gehouden. Als 3 oktober op een woensdag of een zaterdag valt wordt er geen markt gehouden.

7 / 31

Artikel 2.1.2.6 Afwijking reguliere warenmarkt (Instellingsbesluit markten) Het college kan afwijken van artikel 2.1.2.1 en bepalen dat om dringende redenen een markt tijdelijk zal plaatsvinden op: a. een andere dag; b. een andere tijd, of; c. een andere plaats. Artikel 2.1.2.7 Afgelasten of anders inrichten markt (Instellingsbesluit markten) Het college kan een markt geheel of gedeeltelijk afgelasten of opdragen dat een markt geheel of gedeeltelijk anders wordt ingericht, als dit nodig is in het kader van het algemeen belang, ter uitvoering van werken of in het geval van extreme weersomstandigheden. Artikel 2.1.2.8 Mandaatverboden (Marktverordening) De bevoegdheid om inrichtingsplannen vast te stellen en te wijzigen kan niet worden gemandateerd.

C. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.2 een Paragraaf 3.2.2 toe te voegen die luidt als volgt: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.2 Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten, sloopactiviteiten Paragraaf 3.2.2 Huisvesting Artikel 3.2.2.1 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte (Huisvestingsverordening) 1. Het is niet toegestaan zonder vergunning van het college: a. woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens, dan wel met een huurprijs beneden de huurprijsgrens, geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; b. woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens, dan wel een huurprijs beneden de huurprijsgrens, geheel of gedeeltelijk samen te voegen, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; c. zelfstandige woonruimten om te zetten in onzelfstandige woonruimten; d. woonruimten te verbouwen tot twee of meer zelfstandige woonruimten, als ten minste één van de te vormen woonruimten een gebruiksoppervlakte heeft van 40m2 of minder. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing: a. ten aanzien van woonwagens; b. ten aanzien van woningen van een woningcorporatie die ten behoeve van herstructurering worden gesloopt; c. in gevallen waar sprake is van inwoning.

Artikel 3.2.2.2 Aanvraag vergunning (Huisvestingsverordening) 1. De aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 wordt ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden, naast het bepaalde in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. Het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; b. De naam en het adres van de aanvrager, zijnde de eigenaar van de woonruimte of het gebouw; c. Straat, huisnummer(s), kadastrale aanduiding(en) en huur- of koopprijs van de betrokken woonruimte(n); d. Een omschrijving van de activiteit waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, waarbij ten minste wordt aangegeven: i. Ten behoeve van welke (andere) bestemming een woonruimte aan de bestemming tot bewoning wordt onttrokken, en welk deel van de woonruimte dit betreft, of; ii. Welke woonruimten worden samengevoegd, of; iii. Het aantal (on)zelfstandige woonruimten waarin een zelfstandige woonruimte wordt omgezet; e. De gewenste vergunningstermijn;

8 / 31

f.

De gegevens over de bestaande situatie, waaronder, voor zover van toepassing, de huur- of koopprijs, het aantal kamers, de gebruiksoppervlakte, de woonlaag en de staat van onderhoud; g. De gegevens over de beoogde situatie, waaronder, voor zover van toepassing, de huurprijs, het aantal kamers, het aantal bewoners en de bouwtekening of omgevingsvergunning; h. Bij een aanvraag om een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte: gegeven waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de regels zoals gesteld in de vastgestelde Beleidsregel onttrekking en woningvorming, zoals een geluidsisolatieplan. Artikel 3.2.2.3 Voorwaarden en voorschriften (Huisvestingsverordening) Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden over onder andere: a. een beperkte geldingsduur van de vergunning als deze voorziet in een tijdelijke behoefte; b. de periode waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt; c. de voorwaarde dat de huurprijs wordt bepaald op grond van het woningwaarderingssysteem volgens de Huurprijzenwet woonruimte; d. geluidsisolatie-eisen; e. goed verhuurderschap; f. het voorkomen van overlast; g.

het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning waarop de aanvraag betrekking heeft, als de vergunning betrekking heeft op het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimten of meerdere zelfstandige woonruimten. Artikel 3.2.2.4 Weigeringsgronden (Huisvestingsverordening) 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 wordt in ieder geval geweigerd als: a. Naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het belang dat met het onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvorming wordt gediend; b. Het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving van de betreffende woning; c. De onder a en b genoemde belangen niet voldoende kunnen worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; d. Het verlenen van de vergunning zou leiden tot strijdigheid met de voorschriften uit het bouwbesluit of het ter plaatse geldende bestemmingsplan. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 21, onder c, van de Huisvestingswet, wordt in ieder geval ook geweigerd als: a. Het verlenen van de vergunning zou leiden tot het overschrijden van het maximum percentage onttrokken woningen per straat, zoals bedoeld in de vastgestelde Beleidsregel onttrekking en woningvorming; b.

Er tussen de woningen met onzelfstandige ruimte horizontaal, en indien van toepassing verticaal, niet ten minste 2 aaneengesloten zelfstandige woonruimten of andere panden niet zijnde woonruimte zijn. 3. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 onder d, van de Huisvestingswet, wordt geweigerd als ten minste één van de te realiseren woonruimtes een gebruiksoppervlakte heeft van minder dan 24m2. 4. Het college kan afwijken van het bepaalde in het tweede lid als de aanvraag voor een onttrekkingsvergunning is bedoeld voor het huisvesten van kwetsbare groepen. Artikel 3.2.2.5 Intrekking (Huisvestingsverordening) Het college kan in aanvulling op het bepaalde in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014, een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.2.1 intrekken als: a. de woning niet in goede staat van onderhoud wordt gehouden; b. er sprake is van aantoonbare en stelselmatige overlast waardoor het woon- en leefklimaat voor omliggende woningen niet langer aanvaardbaar is, en dit niet kan worden opgelost door het stellen van nadere voorwaarden en voorschriften; c. de feitelijke situatie of het feitelijk gebruik niet meer in overeenstemming is met de vergunde situatie.

D. In Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4 een Paragraaf 3.4.11 toe te voegen die luidt als volgt:

9 / 31

Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.4 Activiteiten op of bij wegen of bij wateren in beheer bij de gemeente Paragraaf 3.4.11 Markten Artikel 3.4.11.1 Vergunningen (Marktverordening) 1. Het is niet toegestaan om op een markt een standplaats voor het uitoefenen van markthandel in te nemen zonder een vergunning van het college voor een vaste standplaats, een seizoensplaats of een dagplaats. 2. Een vergunning voor een vaste standplaats geldt voor onbepaalde tijd en voor de standplaats die op de vergunning is vermeld, tenzij de vergunning anders bepaalt. Het college kan in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen. 3. Een dagplaatsvergunning geldt voor één dag en voor de standplaats die op de vergunning is vermeld. 4. Het is niet toegestaan om op een markt als standwerker op te treden zonder een standwerkvergunning van het college. 5. Het is niet toegestaan om voedsel en dranken die bedoeld zijn om ter plaatse te consumeren te verkopen aan vergunninghouders en degenen die hen vervangen of bijstaan zonder een bedienvergunning van het college. Een bedienvergunning geldt voor onbepaalde tijd, tenzij de vergunning anders bepaalt. 6. Het is niet toegestaan om marktkramen te plaatsen of daarvoor voorbereidingen te treffen zonder een vergunning van het college. 7.

Er kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden aan een vergunning die is verleend op grond van deze verordening. 8. Een vergunning kan alleen worden verleend aan een natuurlijk persoon die handelingsbekwaam is, die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die geen vergunning heeft voor een vaste standplaats voor de betreffende markt. 9. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Artikel 3.4.11.2 Mandaatverboden (Marktverordening) De bevoegdheid om een vergunning te verlenen of in te trekken als bedoeld in deze paragraaf kan niet worden gemandateerd aan de marktmeester of een andere toezichthouder. De dagplaatsvergunning kan als uitzondering hierop wel aan de marktmeester of een andere toezichthouder worden gemandateerd. Artikel 3.4.11.3 Overschrijven vergunning vaste standplaats (Marktverordening) 1. De vergunning voor een vaste standplaats, inclusief de daarbij behorende opgebouwde rechten, kan door het college worden overgeschreven op naam van de gehuwd of geregistreerd partner van de vergunninghouder, of een andere persoon met wie hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding vormt of vormde: a. op verzoek van de vergunninghouder als hij zelf geen gebruik meer wil maken van de vergunning; b. op verzoek van de curator van de vergunninghouder als hij onder curatele is gesteld; c.

op verzoek van de erven van de vergunninghouders als hij is overleden. 2. Als de overschrijving als bedoeld in het eerste lid niet kan worden gedaan, dan kan de vergunning, exclusief de daarbij opgebouwde rechten, op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator worden overgeschreven op: a. zijn kind, als deze ten minste drie aaneengesloten jaren in loondienst bij de vergunninghouder heeft gewerkt direct voorafgaand aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid; b. de mede-eigenaar van diens bedrijf, als deze ten minste drie aaneengesloten jaren medeeigenaar was direct voorafgaand aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid; c. zijn medewerker, als deze ten minste drie aaneengesloten jaren in loondienst bij de vergunninghouder heeft gewerkt direct voorafgaand aan de gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid. 3. In het geval van het overlijden of de ondercuratelestelling van de vergunninghouder moet de aanvraag om de vergunning over te schrijven binnen twee maanden na die gebeurtenis worden ingediend. 4. Het college kan van het bepaalde in dit artikel afwijken als het toepassen hiervan voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die vanwege de bijzondere omstandigheden niet in verhouding staan tot het doel van dit artikel.

10 / 31

5. De aanvraag om een vergunning over te schrijven wordt alleen geweigerd als niet wordt voldaan aan de eisen uit dit artikel of aan een eis waar een houder van een vergunning voor een vaste standplaats volgens deze verordening aan moet voldoen. 6. Als de nieuwe vergunninghouder al een vergunning voor een vaste standplaats voor de betreffende markt heeft, wordt deze vergunning ingetrokken. Artikel 3.4.11.4 Intrekking en vervallen vergunning voor vaste standplaats (Marktverordening) 1. De vergunning voor een vaste standplaats wordt door het college ingetrokken als: a. de vergunninghouder daar schriftelijk om verzoekt; b. binnen twee maanden na het overlijden of na de ondercuratelestelling van de vergunninghouder geen verzoek tot overschrijving is ingediend als bedoeld in artikel 3.4.11.3. 2. De vergunning voor een vaste standplaats kan door het college worden ingetrokken als: a. voor het verkrijgen van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de gegevens in de vergunning niet meer kloppen met de werkelijke situatie; c. de vergunninghouder, degene die hem vervangt of iemand die hem bijstaat op de markt zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog, of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; d. van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt; e.

de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. Als de vergunninghouder, of zijn vervanger als bedoeld in artikel 3.4.11.6, zijn standplaats niet uiterlijk bij de aanvang van de markt heeft ingenomen, dan vervalt de vergunning voor de rest van de dag. De standplaats komt dan in aanmerking voor een dagplaats. De regels over het in acht nemen van de markttijden uit het inrichtingsplan gelden hierbij. Artikel 3.4.11.5 Tijdelijke intrekking van een vergunning voor een vaste standplaats (Marktverordening) Het college kan, eventueel voorwaardelijk, een vergunning voor een vaste standplaats telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen intrekken, als de vergunninghouder of degene die hem bijstaat: a. een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. Dit geldt naast het bepaalde in artikel 3.4.11.4. Artikel 3.4.11.6 Persoonlijk innemen standplaats; vervanging (Marktverordening) 1. De houder van een vergunning voor een vaste standplaats neemt de standplaats die aan hem is toegewezen persoonlijk in. 2.

Het college kan toestaan dat de standplaats door een vervanger wordt ingenomen in geval van vakantie, ziekte of bijzondere omstandigheden. Bij de aanvraag daarvoor worden de reden en de verwachte duur van de afwezigheid (maximaal zes aaneengesloten weken) en de naam van de vervanger vermeld. 3. Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid in het geval van ziekte of bijzondere omstandigheden die langer duren dan zes weken. 4. Voor de aanvraag als bedoeld in het tweede en het derde lid wordt het formulier gebruikt dat door het college is vastgesteld. 5. Als de vergunninghouder langer dan zes maanden ziek is moet hij zich laten keuren door een instantie die door het college wordt vastgesteld. 6. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder gelden gelijk voor de vervanger, met uitzondering van het recht op vervanging als bedoeld in dit artikel. Artikel 3.4.11.7 Vergunning voor een seizoensplaats (Marktverordening) 1. Een vergunning voor een seizoensplaats kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt, voor de periode van 5 oktober tot en met 4 april, op plaatsen die daarvoor in aanmerking komen op grond van het inrichtingsplan. 2.

Als een seizoensplaats vrijkomt zal door middel van adverteren worden geprobeerd om deze op te vullen met een ontbrekende artikelgroep of een ontbrekend product uit een artikelgroep. 3. De seizoensplaats zal worden vrijgegeven voor alle artikelgroepen als na vier weken adverteren niet kan worden voorzien in een ontbrekende artikelgroep of een ontbrekend product uit een artikelgroep.

11 / 31

4. De vergunningen voor seizoensplaatsen worden verleend aan de gegadigden die in aanmerking komen op volgorde van wanneer de aanvragen zijn ontvangen. 5. Een vergunning voor een seizoensplaats is gelijk aan een vergunning voor een vaste standplaats voor wat betreft de regels voor overdracht, bijstand en vervanging. Artikel 3.4.11.8 Vergunning voor een dagplaats (Marktverordening) 1. Een vergunning voor een dagplaats kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt: a. op plaatsen die daarvoor in aanmerking komen op grond van het inrichtingsplan, en; b. op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vergunning voor een vaste standplaats omdat: i. voor de plaats geen vergunning geldt; ii. de vergunning (tijdelijk) is vervallen, of; iii. de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is vervangen als bedoeld in artikel 3.4.11.6. 2. Voor een vergunning voor een dagplaats komen degenen in aanmerking die: a. staan ingeschreven op de meeloperslijst, b. zich minstens 15 minuten vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester hebben gemeld, en; c. die niet zijn uitgesloten omdat zij tijdens een of meer van de vier voorafgaande marktdagen: i. een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling hebben overtreden; ii. zich schuldig hebben gemaakt aan wangedrag of bedrog; iii.

niet of niet tijdig heb verschuldigde marktgeld hebben betaald dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 3. Het college kan bepalen dat ten aanzien van een gegadigde een uitsluitingsgrond niet geldt, of dat voor de toepassing van het vorige lid een langere termijn geldt. 4. De vergunningen voor een dagplaats worden verleend aan de gegadigden die in aanmerking komen in de volgorde van hun positie op de meeloperslijst. 5. Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. 6. Het is niet toegestaan om deel te nemen aan de loting als bedoeld in artikel 3.4.11.9 en daarnaast in aanmerking te willen komen voor een vergunning voor een dagplaats voor dezelfde dag. Artikel 3.4.11.9 Standwerkvergunning (Marktverordening) 1. Een standwerkvergunning kan worden verleend voor die plaatsen of gebieden die zijn aangewezen voor standwerken op grond van het inrichtingsplan. 2. In de standwerkvergunning staat vermeld voor welke markt, dag en standwerkplaats deze geldt, en welk(e) artikel(en) mag/mogen worden verkocht. 3. Een standwerkvergunning wordt verleend door middel van een loting. 4. De loting vindt plaats op de marktdag bij aanvang van de markt. 5. Iemand die staat ingeschreven op de meeloperslijst mag niet deelnemen aan de loting zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen. 6.

Als een standwerker zich wil laten bijstaan, moet hij dit vooraf aan de marktmeester melden samen met de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. 7. Een standwerker mag geen weegapparatuur gebruiken of prijskaartjes tonen bij zijn producten of aan zijn kraam. Artikel 3.4.11.10 Bedienvergunning (Marktverordening) 1. Het college kan op aanvraag een bedienvergunning verlenen. In de vergunning staat vermeld voor welke artikelen deze geldt. 2. Artikel 3.4.11.2 van deze verordening is hierop van toepassing. Artikel 3.4.11.11 Opbouwvergunning (Marktverordening) 1. Het college kan op aanvraag een opbouwvergunning verlenen. In de vergunning staat vermeld voor welke artikelen deze geldt. 2. Het college kan in de opbouwvergunning nadere eisen stellen over de opbouwtijden, het te gebruiken materiaal en de opstelplaatsen daarvan. 3. Artikel 3.4.11.2 van deze verordening is hierop van toepassing.

12 / 31

Artikel 3.4.11.12 Uitsluiting standwerker of houder van een vergunning voor een dagplaats (Marktverordening) 1. Het college kan een verleende vergunning voor een dagplaats of een standwerkvergunning intrekken als de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; d. niet als standwerker actief is op de standwerkplaats die aan hem is toegewezen; e. direct of indirect de goede gang van zaken op de markt in gevaar brengt of verstoort. 2. Het college kan een houder van een vergunning voor een dagplaats of van een standwerkvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd uitsluiten van de toewijzing van een dagplaats of standwerkplaats als de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat: a. een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling of de voorschriften van de vergunning overtreedt; b. zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld betaalt dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; d. niet als standwerker actief is op de standwerkplaats die aan hem is toegewezen; e. direct of indirect de goede gang van zaken op de markt in gevaar brengt of verstoort.

Artikel 3.4.11.13 Bijstand (Marktverordening) De houder van een vergunning voor een vaste standplaats, voor een seizoensplaats, voor een dagplaats of van een bedienvergunning kan zich laten bijstaan door één of meer andere personen. Artikel 3.4.11.14 Markt schoonhouden (Marktverordening) 1. Een vergunninghouder is verplicht afval dat vrijkomt tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats te bewaren op een manier dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Daaronder valt verpakkingsmateriaal. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af. 2. Een vergunninghouder is verplicht na afloop van de markt de standplaats die door hem is ingenomen en de naaste omgeving daarvan veegschoon achter te laten. Artikel 3.4.11.15 Versterkt geluid en muziek (Marktverordening) 1. Het is niet toegestaan om tijdens de markt op het marktterrein: a. luidsprekers, versterkers en andere middelen om geluid te versterker te gebruiken; b. radiotoestellen, afspeelapparatuur of dergelijke apparatuur te gebruiken. 2. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1.

Artikel 3.4.11.16 Vervroegd einde markt (Instellingsbesluit markten) De marktmeester kan toestemming geven aan standplaatshouders om af te wijken van de plicht om tot het einde van de markt aanwezig te blijven, in het geval van weersomstandigheden of andere dringende redenen.

E. In Hoofdstuk 3, een Afdeling 3.7 toe te voegen dat luidt als volgt: Hoofdstuk 3 Activiteiten in de fysieke leefomgeving Afdeling 3.7 Activiteiten met betrekking tot bodem en ondergrond Paragraaf 3.7.1 Algemene bepalingen met betrekking tot bodem en ondergrond Artikel 3.7.1.1 Handboek Leidingen (Leidingenverordening) Het college stelt ter uitvoering van deze verordening een Handboek Leidingen vast, waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot de aanleg, het houden, het wijzigen en het verwijderen van kabels en leidingen. Paragraaf 3.7.2 Leidingen Artikel 3.7.2.1 Verbodsbepaling (Leidingenverordening) 1. Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning, in, op of boven de openbare ruimte, leidingen: a. aan te leggen;

13 / 31

b. te houden; c. te onderhouden; d. te verwijderen. 2. Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning, in of op infrastructurele voorzieningen, leidingen: a. aan te leggen; b. te houden; c. te onderhouden; d. te verwijderen. 3. Het is niet toegestaan om zonder of in afwijking van een vergunning bestaande leidingen: a. te wijzigen; b. te verplaatsen; c. een andere functie te geven dan in de vergunning is omschreven. Artikel 3.7.2.2 Aanvragen vergunning (Leidingenverordening) 1. Het college verleent een vergunning op aanvraag aan de leidingexploitant, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. 2. De aanvraag om een vergunning wordt digitaal ingediend bij het college door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat is gepubliceerd op de website van de gemeente Leiden. 3. Het college stelt in het Handboek Leidingen vast welke gegevens en documenten nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag. 4. In het geval van reparaties en het maken van huisaansluitingen met een maximale lengte van 25 meter in de openbare ruimte geldt een verkorte procedure. Het college verleent toestemming voor de beoogde werkzaamheden als de leidingexploitant ten minste twee werkdagen voorafgaand aan de werkzaamheden daarvan digitaal een melding heeft gedaan op de manier die door het college is vastgesteld.

Het college kan voorwaarden stellen aan de toestemming. Artikel 3.7.2.5 tweede lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing. 5. Het vierde lid is niet van toepassing op hoogspanningskabels van meer dan 380 Volt en leidingen ten behoeve van stadsverwarming. 6. Bij storingen, waarvoor uitstel van de reparatie niet mogelijk is, of wanneer de storing buiten de normale werktijden plaatsvindt, wordt de digitale melding als bedoeld in het vierde lid, gedaan binnen een week na aanvang van de reparatiewerkzaamheden. Artikel 3.7.2.3 Naleven vergunningvoorschriften (Leidingenverordening) 1. Een vergunning die is verleend voor een leiding geldt alleen voor die leiding. De leidingexploitant zorgt ervoor dat de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden worden nageleefd. 2. Als de leiding waarvoor een vergunning is verleend wordt overgedragen, of als de leidingexploitant in een andere rechtsvorm wordt omgezet, melden de oude en de nieuwe leidingexploitant, respectievelijk de nieuwe rechtspersoon, dit direct schriftelijk aan het college. 3. Het college kan in afwijking van het eerste en tweede lid in de vergunning bepalen dat de vergunning alleen geldt voor de leidingexploitant. 4. Een vergunning die is verleend op grond van deze paragraaf geldt, voor zover van toepassing ook als een vergunning op basis van artikel 3.4.4.2 van deze verordening.

Artikel 3.7.2.4 Beslistermijn (Leidingenverordening) 1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2. De termijn als bedoeld in het eerste lid kan met acht weken worden verlengd. 3. Het college houdt een beslissing op de aanvraag om een leidingvergunning aan als er op grond van artikel 3.4.4.2 van deze verordening ook een omgevingsvergunning nodig is voor het aanleggen, verplaatsen of verwijderen van de leiding, en er verder geen andere redenen zijn om de aanvraag om een leidingvergunning te weigeren. Dit geldt niet als de omgevingsvergunning is verleend en er zes weken zijn verstreken waarbinnen geen bezwaar is aangetekend, of als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend en op dat verzoek is beslist. 4. De vergunning wordt in ieder geval niet verleend als niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Artikel 3.7.2.5 Vergunningvoorschriften (Leidingenverordening) 1. Het college kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden met inachtneming van het Handboek Leidingen. 2. De voorschriften en beperkingen als bedoeld in het eerste lid hebben betrekking op:

14 / 31

a. b. c. d. e. f. g.

de bescherming van de openbare orde; de bescherming van de bodem; het voorkomen van gevaar, schade of hinder; de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer; het verschaffen van nadere informatie; de afstemming met andere werken; de verzekering van de toestand waarin het tracé na voltooiing van het werk moet worden opgeleverd; h. het bepalen van het tijdstip waarop de feitelijke werkzaamheden aan de leiding mogen of moeten beginnen; i. de vaststelling van het in te dienen werkplan en de termijn waarbinnen het plan moet zijn ingediend; j. het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding; k. de voorwaarden waaronder afwijken van het werkplan of het tijdschema is toegestaan; l. het tracé waar de leiding moet worden gelegd en gehouden. 3. Het college kan met het oog op de belangen als bedoeld in het tweede lid een verleende vergunning wijzigen. Artikel 3.7.2.6 Wijzigings- en intrekkingsgronden (Leidingenverordening) Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 3.7.2.5, derde lid, de vergunning wijzigen of intrekken als: a. de leidingexploitant niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden is begonnen zoals die zijn omschreven in de vergunning; b.

de leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden staakt, of de leiding op een andere manier gedurende een periode van ten minste zes maanden niet in gebruik is; c. blijkt dat de vergunning is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens; d. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is verleend; e. het bij of krachtens deze verordening bepaalde niet wordt nageleefd door de leidingexploitant; f. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden niet worden nageleefd door de leidingexploitant; g. dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken. Artikel 3.7.2.7 Intrekken vergunning (Leidingenverordening) 1. Het college trekt de vergunning in als de leidingexploitant schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van de vergunning. 2. Degene die een verklaring als bedoeld in het eerste lid afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in de openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als leidingexploitant, tenzij de leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd door een andere persoon. In dat geval wordt de laatstgenoemde persoon als leidingexploitant beschouwd. 3.

In afwijking van het tweede lid wordt in het geval van een persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 3.7.2.3, derde lid, de vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd, tot aan het moment dat hij schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van de vergunning en de exploitatie van de leiding staakt, of de leiding waar de vergunning betrekking op heeft in eigendom overdraagt en hij daarvan bij het college schriftelijk melding heeft gedaan, met dien verstande dat hij het bewijs van de overdracht kan leveren. Artikel 3.7.2.8 De aanleg (Leidingenverordening) 1. Het college kan de leidingexploitant verplichten binnen een vast te stellen termijn na het verlenen van de vergunning, en voor de beoogde aanvang van de feitelijke werkzaamheden voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de leiding, bij het college documenten in te dienen zoals aangegeven in het Handboek Leidingen. 2. De leidingexploitant voltooit de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg, wijziging of verwijdering binnen zes maanden na aanvang van de werkzaamheden, tenzij in de vergunning anders is bepaald. Artikel 3.7.2.9 Oplevering (Leidingenverordening) 1. De leidingexploitant zorgt ervoor dat het leidingtracé na afloop van het werk wordt opgeleverd in de oorspronkelijke, dan wel in de staat die in de vergunning is omschreven.

15 / 31

2. Als door de leidingexploitant werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de kosten in rekening bij de leidingexploitant voor het herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van die openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden, volgens het Besluit vaststelling tarieven voor schade veroorzaakt door ingravingen in verhardingen gemeente Leiden. Artikel 3.7.2.10 Ondergrondse obstakels (Leidingenverordening) 1. De leidingexploitant meldt het direct aan het college als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse obstakels worden gevonden. 2. Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het tracé van de leiding aan de leidingexploitant maatregelen opdragen ter bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt en opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van de te nemen maatregelen zijn voor rekening van de vergunninghouder. 3. De opschorting als bedoeld in het tweede lid wordt pas gelast als: a. is gebleken dat er geen uitvoering is gegeven aan de maatregelen die door het college aan de leidingexploitant zijn opgedragen, of; b. naar het oordeel van het college de maatregelen als bedoeld onder a niet mogelijk zijn.

Artikel 3.7.2.11 Ter beschikking stellen tekeningen (Leidingenverordening) Het college kan de leidingexploitant verplichten na de voltooiing van het werk tekeningen kosteloos aan het college ter beschikking te stellen waaruit de feitelijke situatie na de uitvoering van de werkzaamheden blijkt. Artikel 3.7.2.12 Verontreiniging, gevaar en hinder (Leidingenverordening) De leidingexploitant is verplicht om verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden onmiddellijk te melden aan het college. Artikel 3.7.2.13 Verwijderen van leidingen (Leidingenverordening) 1. De leidingexploitant is verplicht de leidingen te verwijderen binnen een door het college te bepalen termijn na het verlopen, opzeggen of geheel of gedeeltelijk intrekken van de vergunning. 2. De artikelen 3.7.2.1, 3.7.2.8, 3.7.2.9, 3.7.2.10 en 3.7.2.11 zijn van overeenkomstige toepassing op de verwijderingen als bedoeld in het eerste lid. Paragraaf 3.7.3 Rioleringen Artikel 3.7.3.1 De aanvraag voor een aansluiting (Rioolverordening) 1. Een nieuwe aansluiting of een wijziging van een bestaande aansluiting moet bij de gemeente worden aangevraagd door de rechthebbende van het betreffende perceel. 2.

Als er werkzaamheden in de openbare weg nodig zijn bij de uitvoering van de aanleg of wijziging van de aansluiting van het particulier riool op de openbare riolering, of bij de verwijdering van een bestaande aansluiting als bedoeld in artikel 3.7.3.2, worden deze alleen door of namens de gemeente uitgevoerd. De kosten daarvan zijn op basis van de werkelijke kosten geheel voor rekening van de rechthebbende. 3. De uitvoering van de aanleg of wijziging van de aansluiting door of namens de gemeente vindt alleen plaats als het aan te sluiten riool tot aan het aansluitpunt aanwezig is, en als het voldoet aan de daaraan te stellen eisen. 4. De datum en de voorlopig begrote kosten van de aanleg of wijziging van de aansluiting worden zo snel mogelijk na het ontvangen van de aanvraag vastgesteld en aan de rechthebbende meegedeeld. Bij het vaststellen van het tijdstip voor de uitvoering wordt zo veel mogelijk met de wensen van de rechthebbende rekening gehouden. 5. Pas als de voorlopig begrote kosten door de rechthebbende aan de gemeente zijn betaald en door de gemeente zijn ontvangen, gaat de gemeente de feitelijke werkzaamheden uitvoeren. 6. Als de werkzaamheden zijn uitgevoerd worden de werkelijke kosten daarvan vastgesteld in een definitieve afrekening. Deze worden verrekend met de voorlopig begrote kosten die door de rechthebbende zijn betaald.

Artikel 3.7.3.2 (Sloop)werkzaamheden, verwijdering aansluiting (Rioolverordening) 1. Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een perceel dat op het openbare riool is aangesloten, moet de rechthebbende voorzieningen treffen aan de particuliere afvoerleiding zodat verzanding van het openbare riool en de perceelaansluitleiding wordt voorkomen.

16 / 31

2. De gemeente heeft de bevoegdheid de aansluiting op het openbare riool af te sluiten als de rechthebbende niet voldoet aan de zorgplicht als bedoeld in het eerste lid. De kosten daarvan zijn voor rekening van de rechthebbende. 3. De rechthebbende is verplicht de gemeente op de hoogte te stellen als het gebruik van de perceelaansluitleiding definitief wordt beëindigd. 4. De gemeente verwijdert de aansluiting als het gebruik van een aansluiting van een particulier riool op de openbare riolering definitief wordt en/of is beëindigd. De kosten daarvan zijn voor rekening van de rechthebbende. Artikel 3.7.3.3 Storingen (Rioolverordening) 1. Bij een verstopping, lekkage of een andere storing in de particuliere afvoerleiding onderzoekt de rechthebbende of de gebruiker of het gaat om een storing in de particuliere afvoerleiding (terreinleiding) of in de perceelaansluitleiding. Aan de perceelaansluitleiding mogen onder geen enkele voorwaarde werkzaamheden worden uitgevoerd zonder voorafgaande toestemming van de gemeente. 2. Als uit het onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding, of van een verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het openbare riool, neem de rechthebbende of de gebruiker met de gemeente contact op voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden.

De ontstoppingsvoorziening moet worden vrijgehouden totdat deze werkzaamheden zijn verricht. Als de rechthebbende of de gebruiker zelf aan een derde de opdracht geeft om werkzaamheden te verrichten, zonder dat de gemeente voorafgaand toestemming heeft gegeven, komen de kosten daarvan voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker. 3. Als uit het onderzoek bedoeld in het eerste lid blijkt dat er sprake is van een verstopping, lekkage, breuk of storing in de particuliere afvoerleiding moet de rechthebbende of de gebruiker deze zelf verhelpen. De kosten daarvan zijn voor de rechthebbende of de gebruiker. 4. Als er sprake is van een verstopping of storing als bedoeld in het tweede lid, moet de rechthebbende of de gebruiker, voordat de gemeente met de werkzaamheden start, schriftelijk akkoord gaan met de voorwaarde dat de kosten van die werkzaamheden aan de rechthebbende of de gebruiker in rekening worden gebracht als blijkt dat deze kosten voor de rechthebbende of de gebruiker zijn.

F. In Hoofdstuk 4, Afdeling 4.2, Paragraaf 4.2.1 een artikel 4.2.1.2 toe te voegen dat luidt als volgt: Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Afdeling 4.2 Overige bepalingen Paragraaf 4.2.1 Water en riolering Artikel 4.2.1.2 Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging (Rioolverordening) 1. Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat deze werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een onjuist gebruik van het particuliere riool. In dat geval zijn de kosten voor rekening van de rechthebbende of de veroorzaker. 2. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. Het via deze aansluiting lozen van stoffen die door hun aard en samenstelling voor verstoppingen in de aansluitleiding of het openbare riool kunnen zorgen; b. Het via deze aansluiting lozen van stoffen die door hun aard of concentratie de constructie van de aansluitleiding of het riool aantasten; c. Het lozen van hemelwater en/of drainagewater op de drukriolering. 3. De kosten voor het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de particuliere afvoerleiding (terreinleiding) zijn voor rekening van de rechthebbende, tenzij vaststaat dat de noodzaak voor onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbare riool.

Dit geldt ook voor verzamelleidingen in particuliere grond die zijn aangelegd voor de gezamenlijke afvoer van twee of meer woningen. 4. Als de hoogteligging van het aansluitpunt door de gemeente wordt gewijzigd, moet de rechthebbende ervoor zorgen dat de particuliere afvoerleiding hierop kan worden aangesloten zodat de afvoer vanuit het perceel ongehinderd kan plaatsvinden.

17 / 31

G. In Hoofdstuk 4, Afdeling 4.2 een Paragraaf 4.2.2 toe te voegen die luidt als volgt: Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Afdeling 4.2 Overige bepalingen Paragraaf 4.2.2 Stadsverwarming Artikel 4.2.2.1 Stadsverwarming (Leidingenverordening) De beheerder van de stadsverwarming moet aan de gemeente aannemelijk maken dat de veiligheidsaspecten van de stadsverwarmingsleidingen in voldoende mate zijn gewaarborgd. De beheerder kan dit onder andere aannemelijk maken door een daartoe strekkende verklaring van de Autoriteit Consument & Markt aan te leveren. De hiervoor genoemde verplichting voor de beheerder van de stadsverwarming vervalt als een toereikende regeling voor de veiligheidsaspecten in de Warmtewet wordt opgenomen. H. In Hoofdstuk 5 een Afdeling 5.3 toe te voegen die luidt als volgt: Hoofdstuk 5 Financiële bepalingen Afdeling 5.3 Nadeelcompensatie Paragraaf 5.3.1 Nadeelcompensatie leidingen Artikel 5.3.1.1 Nadeelcompensatie (Leidingenverordening) Als blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit van het college om de vergunning in te trekken of te wijzigen als bedoeld in artikel 3.7.2.6, onder g, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend, en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding toe.

Een dergelijke vergoeding wordt toegekend zo lang de gemeente op grond van artikel 228 van de Gemeentewet precario kan heffen.

I. In Hoofdstuk 7, Afdeling 7.1, komt de titel van Paragraaf 7.1.1 als volgt te luiden: Hoofdstuk 7 Handhaving, overgangs- en slotbepalingen Afdeling 7.1 Handhaving en strafbepalingen Paragraaf 7.1.1 Toezichthouders en handhaving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10295160/1