Concept-besluitenlijst Gemeenteraad Leiden 2 december 2021
Tekst van het document
GEMEENTERAAD VAN LEIDEN Besluitenlijst van de vergadering op 2 december 2021, 20:00 tot 22:48 uur _________________________________________________________________________________ VOORZITTER: de heer H.J.J. Lenferink GRIFFIER: de heer G.F.C. Van Leiden LOCATIE: digitaal Aanwezig zijn voorts 38 raadsleden: de heer Bleijie (CDA), mevrouw Van Bree (GL), de heer De Crom (VVD), de heer Van Diepen (D66), de heer Dirkse (VVD), de heer Friso (GL), mevrouw Van Gaal (GL), de heer Gaulard (D66), mevrouw Gilissen (VVD), mevrouw Haliloviċ (D66), de heer Van Halm (SP), mevrouw Heijnen (CDA), mevrouw Herman (D66), mevrouw Van der Jagt (PvdA), de heer Jermoumi (PvdA), de heer Jitan (LP), mevrouw Jordan (D66), de heer Van der Kaap (PvdD), de heer Kersten (PS), mevrouw Klever (PvdA), de heer Köroğlu (D66), de heer Krijgsman (D66), de heer Krol (CU), de heer Leest (VVD), de heer Otten (PvdA), de heer Van Peijpe (GL), mevrouw Raat (PvdD), de heer Rowaan (GL), mevrouw Van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw Schreuder (GL), de heer van Spronsen (GL), de heer Storm (CDA), de heer Terlouw (GL), de heer Theeuwen (SP), mevrouw Verbree (VVD), mevrouw Voorwald (VVD), mevrouw Van Walraven (SP) en mevrouw Zeggelt (D66). Tevens aanwezig: de wethouders Damen (PvdA), Van Delft (GL), Dirkse (D66), North (GL) en Spijker (D66) en de gemeentesecretaris mevrouw Van Vliet. Afwezig is: de heer Olthof (D66).
1. Opening De voorzitter opent de vergadering. 2. Vaststelling van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Actualiteit Het lid Kersten (PS) stelt vragen over overlast in de Haarlemmerstraat. Burgemeester Lenferink antwoordt namens het college. Het lid Kersten (PS) stelt vragen over woningbouwcijfers. Wethouder Spijker antwoordt namens het college. Het lid Van Gaal (GL) stelt, mede namens het lid Krol (CU) vragen over stad van vluchtelingen in alle opzichten. Wethouder Damen antwoordt namens het college. 4. Mededelingen De burgemeester geeft een stand van zaken wat betreft Covid-19. De heer Otten (PvdA) en de heer Kersten (PS) stellen hierover vragen. De burgemeester antwoordt namens het college. De voorzitter staat stil bij het overlijden van oud raadslid van het CDA, de heer Abraham Flippo. Namens het stadsbestuur heeft burgemeester Lenferink de familie veel sterkte gewenst. De voorzitter meldt dat de gemeenteraad sinds vanmiddag een nieuwe website heeft. Het adres is www.gemeenteraadleiden.nl.
1 / 32
5. Regeling van werkzaamheden De raad besluit overeenkomstig het voorstel met betrekking tot de Regeling van Werkzaamheden. 6. Vaststelling besluitenlijst van 9/11 november 2021 De besluitenlijst van de vergadering van 9/11 november 2021 wordt ongewijzigd vastgesteld. 7. Ingekomen stukken • B 01. Wethoudersbrief over Herenstraat, (regionale) retailvisie d.d. 081121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 02. Wethoudersbrief over stand van zaken Samen tegen Eenzaamheid d.d. 081121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 03. Wethoudersbrief over Project afsluiting Spanjaardsbrug voor autoverkeer en afhandeling motie RV 20.0030 ‘afwaarderen Spanjaardsbrug d.d. 031121 Afdoening motie • B 04. Collegebrief over voortgang Warmte Leidse Regio en update WLQ+ d.d. 051121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 05. Wethouderbrief over Bomen voor Leiden start project Adopteer een Leids boompje. Elke tuin verdient een kruin d.d. 031121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 06. Wethoudersbrief over evaluatie armoedebeleid d.d. 161121 Kan worden betrokken bij de presentatie in de commissie WM • B 07. Collegebrief over Stand van zaken huisvesting statushouders en nooden crisisopvang asielzoekers d.d. 101121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 08. Collegebrief over voornemen tot het uitbreiden van de vuurwerkvrije zones tijdens de jaarwisseling met het Stationsdistrict van Leiden d.d.
091121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 09. Collegebrief over update Entreegebied Leiden Bioscience Park d.d. 161121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 10. Wethoudersbrief over delen van kennis binnen de Energietransitie d.d. 111121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 11. Brief aan de raad Voortgang vernieuwing BplusC en collegebrief Kan worden betrokken bij de presentatie in de commissie WM • B 12. Collegebrief Vaststellen Beleidsregel loting ligplaatsen bedrijfsvaartuigen Brief voor kennisgeving aannemen • B 13. Brief aan college over adviesaanvraag rapport RKC Verbonden partijen 11 oktober 2021 Kan worden betrokken bij de behandeling in de commissie LB • B 14. Brief over Derde tussentijdse voortgangsrapportage Leiden 2040 implentatie Omgevingswet d.d. 231121 Brief voor kennisgeving aannemen • B 15. Wethoudersbrief over uitstel visie dienstverlening d.d. 231121 Brief voor kennisgeving aannemen • 01. Flyer Voorkom jongerendakloosheid Kan worden betrokken bij de verkiezingen en formatie • 02. Webinar flyer Gemeenteraadsverkiezingen 2022: Maatschappelijke vraagstukken oplossen in de openbare ruimte Kan worden betrokken bij de verkiezingen en formatie • 03. Gemeenteraadsverkiezingen een tekstsuggestie voor de paragraaf over digitalisering/mobiele bereikbaarheid in uw aanstaande verkiezingsprogramma d.d. 051121
2 / 32
• • •
• • • • • • • •
•
•
•
• •
Kan worden betrokken bij de verkiezingen en formatie 04. Brief over modernisering verlofregelingen d.d. 031121 Voor kennisgeving aannemen en overlaten aan de leden 05. Brief over kanttekeningen bij de voorgenomen oprichting Warmtebedrijf Leidse Regio Brief voor kennisgeving aannemen 05. Brief over opnieuw aangescherpte corona maatregelen: Crisisteam Economie staat ondernemers bij met raad en daad Brief voor kennisgeving aannemen 06. Persbericht najaarsronde 2021 d.d. 181121 Brief voor kennisgeving aannemen 07. Herfstbrief 2021 Nederlandse Vereniging voor Raadsleden Brief voor kennisgeving aannemen 08. Motie periodiek borstonderzoek Brief voor kennisgeving aannemen 09. Nieuwsbrief met artikel gemeentemanifest TLN Kan worden betrokken bij de verkiezingen en formatie 10. Brief over ondersteunen inwoners bij energiearmoede d.d. 181121 Brief voor kennisgeving aannemen 11. Brief over rivierkreeften in polderpark Cronesteyn d.d. 101121 Is behandeld in de raadsvergadering van 11 november 12. Atlas voor gemeenten 2021 Brief voor kennisgeving aannemen 13. 13e Noodverordening COVID-19 VRHM 27 september 2020 Voor kennisgeving aannemen : Deze noodverordening is eerder wel verspreid maar per ongeluk niet op de LIS gezet. Dat wordt nu alsnog geregeld. 14.
18e Noodverordening COVID-19 VRHM 18 november 2020 Voor kennisgeving aannemen : Deze noodverordening is eerder wel verspreid maar per ongeluk niet op de LIS gezet. Dat wordt nu alsnog geregeld. P 01. Brief particulier over Onderzoek ‘Participatie in Leiden Ontleed’ van Platform31 d.d. 041121 Kon betrokken worden bij behandeling RV 21.0098 Onderzoek 'Participatie in Leiden Ontleed van Platform31' P 02. Brief Particulier over vergunning HHR aan projectontwikkelaar voor vervuilde grond in geluidswallen Hof- en Oostvlietpolder Brief in handen stellen van B&W ter afdoening P 03. Brief inzake dossier, v.v. GHC Brief in handen stellen van B&W ter afdoening P 04. Zienswijze op Ontwerpbesluit herverdeling en aanpassing parkeerregimes parkeerzone A d.d. 141121 Brief in handen stellen van B&W ter afdoening
De lijst van ingekomen stukken wordt ongewijzigd vastgesteld.
3 / 32
HAMERSTUKKEN 8. RV 21.00082 Kaderbesluit Openbare Ruimte Sportpark De Vliet BESLUIT bij RV 21.0082: 1. Het college van burgemeester en wethouders opdracht te geven om voor de Openbare Ruimte Sportpark De Vliet conform het Leids Planproces de ontwerp- en voorbereidingsfase te doorlopen en een Uitvoeringsbesluit Openbare Ruimte Sportpark De Vliet voor te bereiden en daarbij de volgende kaders mee te geven: a. De uitwerking van de openbare ruimte sportpark De Vliet met de in dit voorstel opgenomen faciliteiten, rekening houdende met de mogelijke vestiging van Denksport op sportpark De Vliet. b. Voor de éénmalige investering als financieel kader aan te houden een budget van € 5.900.000 ex btw inclusief stelpost voor vervanging van het leidingwerk, welke past binnen de opgenomen investering in het Meerjareninvesteringsplan voor de aanleg van de openbare ruimte sportpark De Vliet, waarbij de kapitaallasten zijn opgenomen in de meerjarenbegroting, programma 8C1.1 exploiteren gemeentelijke sportaccommodaties. c.
De extra structurele budgetruimte van € 45.500 ex btw in afwijking van bestaand beleid niet naar de Algemene Middelen te laten toevloeien, maar in te zetten als aanvullende dekking voor de stelpost vervanging ondergronds leidingwerk (structureel €14.000) en het deelproject nieuwbouw binnenbadijshal De Vliet als gevolg van de extra onvoorziene prijsstijgingen in de bouwsector (structureel € 31.500).
d. Voor het toekomstig beheer van de openbare ruimte een budget aan te houden van € 108.000 ex btw, welke als volgt wordt gedekt: i. € 79.000 opgenomen in meerjarenbegroting in meerder programma’s voor sportpark De Vliet. ii. € 29.000 op te nemen in programma 8C1.1 exploiteren gemeentelijke sportaccommodaties en dit te dekken door de stelpost Areaal Uitbreiding Openbare Ruimte in programma Algemene Dekkingsmiddelen af te ramen met € 29.000. e. Voor de ontwerp- en voorbereidingsfase tot aan het Uitvoeringsbesluit van het project aanleg openbare ruimte sportpark de Vliet een krediet van € 1.400.000 beschikbaar te stellen en deze in mindering te brengen op de investering aanleg openbare ruimte sportpark de Vliet in het Meerjareninvesteringsplan in programma 8C1.1 exploiteren gemeentelijke sportaccommodaties.
2. De begrotingswijziging voor de jaren 2021-2024 vast te stellen zoals hieronder weergegeven Programma Bedragen in € (+ = nadeel, -/- = voordeel) Bestuur en dienstverlening Veiligheid Economie Bereikbaarheid Omgevingskwaliteit Stedelijke ontwikkeling Jeugd en onderwijs Cultuur, sport en recreatie Maatschappelijke ondersteuning Werk en inkomen Algemene middelen, Overhead,Vennootschapsbelasting en Saldo van baten en lasten Mutatie reserves Resultaat
2021 Lasten
2022 Baten
Lasten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 neutraal
0 -
0
Lasten
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 -
2023 Baten
0 0 4 / 32 neutraal
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 29.000 0 0
0
-29.000 0 0 neutraal
0
2024 Baten
Lasten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 29.000 0 0
0
-29.000 0 0 neutraal
0
Baten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
9. RV 21.0090 Doordecentralisatie maatschappelijke zorg per 2023 BESLUIT bij RV 21.0090: 1. In te stemmen met het voorstel van de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten in de regio Holland Rijnland om afspraken te maken die afwijken van het landelijk gemaakte tijdspad voor de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg, te weten: a. Binnen de regio Holland Rijnland zowel voor Beschermd Wonen als Maatschappelijke Opvang per 2023 door te decentraliseren voor zowel bestaande als nieuwe cliënten; 2. In te stemmen met het per 2023 overdragen van de Rijksmiddelen en de middelen vanuit het CAK die centrumgemeente Leiden ontvangt voor bestaande cliënten Beschermd wonen (historisch model) en voor Maatschappelijke opvang, verslavingszorg en OGGZ naar de gemeenten in Holland Rijnland volgens de nader door de colleges vast te stellen verdeling. 3. Het college van Burgemeester en Wethouders te verzoeken om met de andere gemeenten in Holland Rijnland samenwerkingsafspraken te maken over: a. de wijze waarop de Rijksmiddelen voor bestaande cliënten beschermd wonen (vanuit historisch budget) over de gemeenten verdeeld worden in de periode totdat alle middelen beschermd wonen rechtstreeks van het Rijk naar de individuele gemeenten komen; b.
de wijze waarop de decentralisatie-uitkering voor maatschappelijke opvang, verslavingszorg en Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) over de gemeenten verdeeld wordt zodat gemeenten deze taken zelf kunnen financieren; c. de wijze waarop specialistische voorzieningen gezamenlijk met de gemeenten in de regio Holland Rijnland worden gecontracteerd en gefinancierd; d. de wijze waarop om te gaan met compensatie van eventuele (nader in beeld te brengen) frictiekosten die bij gemeente Leiden optreden als gevolg van het beëindigen van de centrumgemeentefunctie; e. de wijze waarop de regionale toegang, inkoop, monitoring en overige ambtelijke taken betreffende de regionale specialistische voorzieningen worden geregeld. 4. Het college van Burgemeester en Wethouders opdracht te geven om de juridische verankering voor de uitvoering van de regionale taken samen met de andere gemeenten in Holland Rijnland uit te werken en voor te leggen aan de gemeenteraad in de eerste helft van 2022. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
10. RV 21.0100 Aanwijzing wet voorkeursrecht gemeenten Hoge Rijndijk 352 BESLUIT bij RV 21.0100 (incl. erratum): 1. om op grond van het bepaalde in artikel 2 juncto 5 Wet voorkeursrecht gemeenten het perceel kadastraal bekend gemeente Leiden sectie T nummer 5978 met een oppervlakte van 918 m2, plaatselijk bekend als Hoge Rijndijk 352 te Leiden, gelegen binnen de integrale herontwikkeling Rhijnvreugd voor welk gebied de gemeente niet voornemens is een structuurvisie vast te stellen, voor de duur van maximaal drie jaar aan te wijzen als perceel waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 Wet voorkeursrecht gemeenten van toepassing zijn; Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen. 5 / 32
11. RV 21.0102 Uitvoeringsbesluit Leidse Ring Noord-deelproject Oude Spooorbaan BESLUIT bij RV 21.0102 (incl. 2 errata): 1. in aansluiting op het geactualiseerd kaderbesluit Leidse Ring Noord (RV 19.0109), het Uitvoeringsbesluit Oude Spoorbaan l vast te stellen met daarin de volgende uitgangspunten: • verbreding van de weg naar 2x twee rijstroken en instellen van de maximum snelheid van 70 km/h • uitvoeren van de noordelijke rijstrook op de rotonde bij de Schildwacht als een onderdeel van de rotonde • aanbrengen van een middenberm van 2,50 meter • bouwen van een ongelijkvloerse kruising voor fietsers en voetgangers ter hoogte van de rotonde Schildwacht en verbreden van de fietspaden naar 4,00 meter, • toepassen van geluidsreducerend asfalt dunne deklaag B met uitzondering van rotonde Schildwacht waar SMA NL 8 G+ wordt toegepast • toepassen van groene begroeide schermen van 0,85 meter hoogte. Aan de westzijde van de aansluiting met de Schildwacht wordt het laatste deel van het scherm transparant (glas) uitgevoerd ten behoeve van de verkeersveiligheid. • aanbrengen van een groen begroeid scherm van 0,75 meter hoogte als geleiderail langs het gedeelte tussen Dwarswateringbrug en het geluidsscherm van 0,85 meter voor de Leyhof. 2. voor de realisatie van de Oude Spoorbaan a. het investeringsbudget van € 17.800.000 vast te stellen; b.
in aanvulling op het reeds beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet van in totaal € 2.550.334 het uitvoeringskrediet beschikbaar te stellen van in totaal € 15.249.666 en dit als volgt te dekken: i. subsidie Leidse Ring Noord van de Provincie Zuid-Holland à € 11.277.166; ii. bijdrage van de gemeente Leiderdorp à € 3.500.000; iii. vergoeding van de netbeheerders in het kader van de verleggingsregeling à € 472.500. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 28 stemmen voor en 10 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van CDA, PvdD, SP en PS tegen het voorstel hebben gestemd.
12. RV 21.0110 t/m 21.0118 Verordeningen Lokale heffingen BESLUIT bij RV 21.0111: 1. vast te stellen de navolgende Verordening tot wijziging van de verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2021 Artikel I Letter e. van de tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2021 wordt als volgt gewijzigd: e.
voor bedrijfsvaartuigen waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per box 1. Indien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig of een vaartuig zonder eigen voortstuwing betreft 2. Indien het een elektrisch aangedreven vaartuig betreft 3. Indien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland
6 / 32
€
508,09
€ €
116,64 132,07
of in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft Artikel II Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2021. Artikel III Deze verordening wordt aangehaald als “eerste wijziging verordening binnenhavengeld Leiden 2021”. De ‘Geconsolideerde gewijzigde Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2021’ en de ‘Tarieventabel behorende bij de verordening binnenhavengeld Leiden 2021’ zijn te vinden bij de agenda van de raadsvergadering op 2 december 2021 via https://gemeenteraadleiden.nl. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
BESLUIT bij RV 21.0118: 1. vast te stellen de navolgende Verordening tot wijziging van de verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Leiden 2021 Artikel I Hoofdstuk 6 van de tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Leiden 2021 wordt als volgt gewijzigd: Hoofdstuk 6 Terrassen 6.1
Het tarief bedraagt voor terrasgebonden voorwerpen (niet zijnde elektrisch verlichte reclamevoorwerpen) op of boven een terras waarbij in aanmerking wordt genomen de totale oppervlakte zoals vermeld in de vergunning, bedraagt:
6.1.1
per m2, per maand
€
6.1.2
per m2, per jaar
€
6.2
6.2
4,75 28,52
In afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid en hetgeen hiervoor onder 6.1 is bepaald bedraagt het tarief voor (een gedeelte van) een terras dat is gelegen op het water en boven gemeentegrond: In afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid en hetgeen hiervoor onder 6.1 is bepaald bedraagt het tarief voor (een gedeelte van) een terras dat is gelegen op het water en boven gemeentegrond:
6.2.1
per m2, per week
€
6.2.2 6.2.3
per m2, per maand
€ €
per m2, per jaar
0,57 1,71 17,10
Artikel II Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2021. Artikel III Deze verordening wordt aangehaald als “eerste wijziging verordening precariobelasting Leiden 2021”.
7 / 32
De ‘Geconsolideerde gewijzigde Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Leiden 2021’ en de ‘Tarieventabel behorende bij de verordening precariobelasting Leiden 2021’ zijn te vinden bij de agenda van de raadsvergadering op 2 december 2021 via https://gemeenteraadleiden.nl. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
BESLUIT bij RV 21.0110: 1. vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Leiden 2022 (Verordening rioolheffing Leiden 2022) Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt: - hetgeen in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt; - een roerende zaak; - een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; - een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. b. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; c. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; d. woning: een roerende of een onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient; e. niet-woning: een roerende of een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient; f.
verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2. Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht van het perceel gebruikmaakt. b. Voor de toepassing van onderdeel a, wordt:
8 / 32
1e. gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; 2e. gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; 3e. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt ter zake van niet-woningen geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.
Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige wettelijke bepaling. 4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als water is afgevoerd. 5. De belasting wordt ter zake van woningen geheven naar een vast bedrag afhankelijk van de omvang van het huishouden.
Artikel 6 Belastingtarieven 1. De belasting als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, bedraagt: a. indien de woning wordt gebruikt door één persoon € 114,00; b. indien de woning wordt gebruikt door twee personen € 163,08; c. indien de woning wordt gebruikt door drie of meer personen € 212,28; d. indien de woning op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, niet permanent mag worden bewoond, € 114,00. 2. Indien betreffende het eerste lid in de loop van het belastingjaar een verandering plaatsvindt van sub c. naar sub b. respectievelijk van sub b. naar sub a. respectievelijk van sub c. naar sub a. wordt het tarief als bedoeld in het eerste lid sub b. of sub a. toegepast met ingang van de eerst volgende kalendermaand, tenzij in dezelfde dan wel de eerstvolgende kalendermaand opnieuw sprake is van sub c dan wel sub b. 3. De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt voor een niet-woning: voor een hoeveelheid water tot en met 250 m3
€
206,40
voor elke m3 boven de 250 m3 tot en met 500 m3
€
1,59;
voor elke m3 boven de 500 m3 tot en met 10.000 m3
€
1,09;
9 / 32
voor elke m3 boven de 10.000 m3 tot en met 100.000 m3
€
0,69;
voor elke m3 boven de 100.000 m3 tot en met 1.000.000 m3
€
0,33;
voor elke m3 boven de 1.000.000 m3
€
0,05.
Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. Indien de belastingplicht eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.
Indien het totaalbedrag van een aanslagbiljet waarop verschillende aanslagen zijn verenigd, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder is dan € 5,00 wordt dit bedrag niet geheven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,00 doch minder dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal acht termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en het tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing. Artikel 12 Overgangsrecht De 'Verordening rioolheffing Leiden 2021’ van 3 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
10 / 32
Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing Leiden 2022'. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 31 stemmen voor en 7 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en PS tegen het voorstel hebben gestemd.
BESLUIT bij RV 21.0112: 1. vast te stellen de volgende verordening Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Leiden 2022 (Verordening afvalstoffenheffing Leiden 2022) Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. 2. Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt: a. hetgeen in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt; b. een roerende zaak; c. een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 226,20 indien het perceel wordt gebruikt door één persoon. 2. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 325,20 indien het perceel wordt gebruikt door twee personen. 3. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 424,44 indien het perceel wordt gebruikt door drie of meer personen.
11 / 32
4. In afwijking van de voorgaande leden bedraagt de belasting, indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, niet permanent mag worden bewoond, € 226,20. 5. Indien in de loop van het belastingjaar een verandering plaatsvindt van het derde naar het tweede lid, respectievelijk van het tweede lid naar het eerste lid, respectievelijk van het derde naar het eerste lid, wordt het tarief als bedoeld in het tweede lid of het eerste lid toegepast met ingang van de eerst volgende kalendermaand, tenzij in dezelfde dan wel de eerstvolgende kalendermaand opnieuw sprake is van lid 3 dan wel lid 2. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,00 doch minder dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal acht termijnen.
De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel 10 Overgangsrecht De 'Verordening afvalstoffenheffing Leiden 2021' van 3 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
12 / 32
Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing Leiden 2022'. Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 31 stemmen voor en 7 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en PS tegen het voorstel hebben gestemd.
BESLUIT bij RV 21.0113: 1. vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2022 (Verordening binnenhavengeld Leiden 2022) Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. havengebied: het water binnen de grenzen van de gemeente, dat in eigendom, beheer of onderhoud is van de gemeente; b. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met uitzondering van bevaarbare en openbaar toegankelijke wateren die geen eigendom zijn van de gemeente; c. vaartuig: elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water; d. woonschip: elk vaartuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen; e. bedrijfsvaartuig: een vaartuig dat voornamelijk wordt gebruikt en bestemd is voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf, of daarvoor bestemd is, waaronder begrepen: goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/of verhuur ten behoeve van de pleziervaart.
Hieronder vallen ook vaartuigen die feitelijk niet geschikt zijn om zich door het water te verplaatsen, met uitzondering van terrasboten waar een terrasvergunning voor is verleend en waarvan de locatie de aanduiding “terrasboot” heeft in het vigerende bestemmingsplan; f. passagiersschip (rondvaartboten en partysloepen): vaartuigen bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen en die het gehele havengebied van Leiden kunnen bevaren; g. pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik dan wel voor sportbeoefening; h. box: een vaste ligplaats voor een bedrijfsvaartuig. De afmetingen hiervan bedragen 12,5 meter bij 4 meter waarbij met de langste maat de maat langs de kade wordt bedoeld. i. havenmeester: de teamleider havenbeheer van de gemeente of diens plaatsvervanger; j. tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieven; k. termijn: dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren; week: een aaneengesloten tijdvak van 7 dagen; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen; kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten kalendermaanden; jaar: een kalenderjaar;
13 / 32
l. m.
vaste ligplaats: een, door middel van een vergunning, van gemeentewege aangewezen locatie in het openbaar water bestemd voor het afmeren van een vaartuig; reis: een periode van ononderbroken verblijf binnen de grenzen van het havengebied van veertien dagen of korter.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam binnenhavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik van het havengebied en ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de houder van een ligplaatsvergunning en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de eigenaar van het vaartuig, de reder, de schipper, de kapitein, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger voor één van dezen optreedt. Artikel 4 Maatstaf van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 5 Tarief Het binnenhavengeld wordt geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en bijzondere bepalingen en van het bepaalde in artikel 6. Artikel 6 Tariefberekening en toepassing 1. Voor de toepassing van de tarieven voor de bedrijfsvaartuigen geldt dat: a. de box de basis is van het te berekenen tarief; b. in die gevallen dat een ligplaatsvergunning met maatwerk wordt afgegeven en de maten van de ligplaats afwijkend van de box, zal het tarief naar rato van de afwijking worden berekend. c.
in die gevallen dat er bij het begin van het belastingjaar bij de gemeente bekende vaartuigen van een vergunninghouder en na het rangschikken per box van vaartuigen per tariefgroep een situatie ontstaat dat er een box overblijft die vaartuigen uit meerdere tariefgroepen bevat, dan wordt voor dat belastingjaar het tarief gehanteerd van het vaartuig dat de meeste oppervlakte binnen de box inneemt. 2. Voor de toepassing van de tarieven voor alle overige vaartuigen: a. wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en de grootste breedte; b. worden de lengte en de breedte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles en de grootste breedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief, dan wel ambtshalve worden vastgesteld; c. wordt een gedeelte van een eenheid van oppervlakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend.
Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 8 Vrijstellingen Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van: 1. binnen het havengebied nieuw gebouwde vaartuigen, die voor de eerste maal vaarklaar zijn gemaakt en geen lading hebben;
14 / 32
2. vaartuigen, die blijkens een schriftelijke verklaring van de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, in dienst van de gemeente worden gebruikt; 3. politievaartuigen waarmede binnen de gemeente toezicht wordt gehouden; 4. vaartuigen, welke het havengebied binnenkomen en doorvaren naar een binnen het havengebied aan het water gelegen scheepsmakerij, machinefabriek of motorherstelplaats, teneinde aldaar een herstelling te ondergaan, mits het betreffende bedrijf precariobelasting betaalt voor het gebruik of genot van gemeentegrond. Artikel 9 Wijze van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven bij wege van aanslag, indien een vaste ligplaatsvergunning is afgegeven. In alle overige gevallen bij wege van voldoening op aangifte. Artikel 10 Verschuldigdheid 1. Het binnenhavengeld is verschuldigd zodra het gebruik van de wateren binnen de gemeentegrenzen aanvangt. 2. Bij verlening van een vaste ligplaatsvergunning is het binnenhavengeld verschuldigd vanaf de 1e dag van de maand volgend op de verlening van de vergunning. Artikel 11 Aangifte; aanslag; betaling 1. De aangifte wordt gedaan bij de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger. 2.
Het binnenhavengeld moet overeenkomstig de aangifte aan de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, worden betaald op de eerste werkdag volgende op de dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, doch vóór het tijdstip waarop het vaartuig uit het havengebied vertrekt. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het binnenhavengeld worden betaald binnen 14 dagen na de dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, mits ten genoegen van de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, zekerheid tot betaling van het binnenhavengeld is gesteld. 4. Indien het vaartuig in de loop van een termijn, die in de tarieventabel is aangeduid als een termijn per reis, uit het havengebied vertrekt en daar in de loop van die termijn terugkeert, begint bij de terugkeer een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang. 5. Bij voortgezet verblijf in het havengebied, na afloop van de termijn waarvoor binnenhavengeld is betaald, begint een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang.
Alsdan moet opnieuw aangifte en betaling overeenkomstig het 2e lid plaatsvinden. 6. De aanslag moet worden voldaan in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die van de dagtekening van het aanslagbiljet. 7. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 8. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 Teruggaaf en overschrijving 1. Van het binnenhavengeld dat wordt betaald naar een termijn van een jaar wordt, indien het gebruik van het havengebied is geëindigd voor het verstrijken van de termijn, op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het
15 / 32
gebruik van het havengebied volle maanden overblijven, met dien verstande dat bedragen beneden € 11,48 niet worden teruggegeven. 2. Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig wordt deze wijziging ingevoerd met ingang van het nieuwe kalenderjaar. De voor het lopende belastingjaar opgelegde aanslag blijft in stand. De situatie op 1 januari, dan wel bij aanvang belastingplicht gedurende het belastingjaar, vormt de grondslag voor het vaststellen van de aanslag. Artikel 13 Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de binnenhavengelden. Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening binnenhavengeld 2021" van 15 december 2020 met de daarbij behorende tarieventabel wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening binnenhavengeld Leiden 2022".
De ‘Tarieventabel behorende bij de verordening binnenhavengeld Leiden 2022’ is te vinden bij de agenda van de raadsvergadering op 2 december 2021 via https://gemeenteraadleiden.nl. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
BESLUIT bij RV 21.0114: 1. vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Leiden 2022 (Verordening toeristenbelasting Leiden 2022) Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten en vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; c. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; d. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan; e.
passagiersschip: een vaartuig dat middel van vervoer en/of verblijf is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer en/of verblijf van personen.
16 / 32
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1 van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet toelating zorginstellingen. 2. Van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers.
Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden. Artikel 6 Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per overnachting € 3,50 per persoon. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief ter zake van het houden van verblijf met overnachten op campings in mobiele kampeeronderkomens en in trekkershutten (inclusief blokhutten) € 0,55 per overnachting per persoon. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffen 1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. Wanneer er sprake is van overnachten op passagiersschepen die binnen de gemeente hun verblijf houden, wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3. Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopig aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het aantal overnachtingen waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel 9 Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen. Artikel 10 Termijnen van betaling 1.
De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
17 / 32
2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige aanslagen worden betaald in maximaal acht termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 11 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door de het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 12 Registratieplicht 1 De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden een nachtverblijfregister bij te houden. 2. Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft ten minste gegevens betreffende: a. naam en woonplaats; b.
datum van aankomst en datum van vertrek; c. het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is. Artikel 13 Naderen regels door het College van Burgemeester en Wethouders Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Artikel 14 Overgangsrecht De "Verordening toeristenbelasting 2020" van 3 december 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 15 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening toeristenbelasting Leiden 2022". Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 29 stemmen voor en 9 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fracties van VVD en CDA tegen het voorstel hebben gestemd.
BESLUIT bij RV 21.0115: 1. vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting Leiden 2022 (Verordening precariobelasting Leiden 2022)
18 / 32
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: een periode van vierentwintig uren, beginnende bij 0.00 uur, of een gedeelte daarvan; b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand: een kalendermaand; d. jaar: een kalenderjaar; e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. f. een reclame- of ander aankondigingsbord met kunstverlichting: een reclame- of ander aankondigingsbord voorzien van inwendige of uitwendige kunstverlichting dan wel geschikt om kunstverlichting te voeren. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van a. voorwerpen of werken, welke door of vanwege de gemeente Leiden, of een andere gemeente, de provincie of het rijk, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak zijn aangebracht of geplaatst; b. brievenbussen, postzegelautomaten en telefooncellen, praatpalen en snuffelpalen; c. wegwijzers, borden en palen welke uitsluitend zijn aangebracht ten algemenen nutte ofwel ter opluistering van nationale of plaatselijke feesten, winkelweken en dergelijke; d. een brug of pont over gemeentewater, die de enige gelegenheid biedt om van een perceel de openbare weg te bereiken; e. deuren of hekken; f. vlaggen zonder reclame of handelsnaam en vlaggenstokken met de bijbehorende vlaggenstokhouders; g. brandleidingen en brandputten ten behoeve van bouw- of kunstwerken, vermeld op de voorlopige lijst der Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst; h. monumenten en luifels, kroonlijsten, stoepen, stoeppalen, trap, ingang keldergat of iets dergelijks aan of bij percelen die voorkomen op de lijst van beschermde monumenten in Leiden; i.
voorwerpen, welke behalve de naam niet meer bevatten dan een aanduiding of afbeelding omtrent het beroep of bedrijf dat wordt uitgeoefend in het perceel waaraan het voorwerp is bevestigd, mits minder dan 5 cm van de gevel uitstekend, aan de gevel is aangebracht en de grootste afmeting niet meer dan 1 m. en oppervlakte ten hoogste 0,50 m2 bedraagt; j. spiegels, bloem- of plantenbakken en dergelijke voorwerpen of bloemversieringen; k. balkons, erkers, dakgoten, vensterbanken, afvoerbuizen voor hemelwater en gevelrooster, welke aan een perceel zijn aangebracht; l. een sierlamp of - lantaarn zonder opschrift of reclame; m. voorwerpen die dienen tot bescherming van de walkant; n. plinten, pilasters en dergelijke uitstekende bouwgedeelten, met uitzondering van luifels.
19 / 32
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. 5.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. 8. Bij de terrassen genoemd in hoofdstuk 6 van de tarieventabel wordt, indien de belastingplichtige structureel hinder ondervindt als gevolg van de wekelijkse warenmarkten, rekening gehouden met een correctie van de verschuldigde precariobelasting. 9. Onder structurele hinder als bedoeld in lid 8 wordt verstaan: het niet of niet geheel kunnen benutten van de terrasoppervlakte zoals vermeld in de terrasvergunning. De structurele hinder wordt geacht één dag per warenmarktdag te duren.
10. De correctie als bedoeld in lid 8 wordt berekend volgens de formule (A/B) * (C/7) * 100%, waarbij A = verlies aantal m2, B = aantal m2 volgens de terrasvergunning, C = aantal dagen per week structurele hinder Artikel 7 Motorbrandstoffen 1. De grondslag voor de berekening van de belasting voor het al dan niet automatisch aftappen van motorbrandstoffen, is het aantal omgezette liters motorbrandstoffen in het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek, de grondslag vastgesteld op de in het betreffende kalenderjaar werkelijke hoeveelheid omgezette liters motorbrandstoffen. 3. De belastingplichtige, die een installatie voor het aftappen van motorbrandstoffen exploiteert, aan wie niet binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar, voorafgaand aan het kalenderjaar, een aangiftebiljet is uitgereikt, is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die twee maanden bij Burgemeester en Wethouders een schriftelijk verzoek in te dienen tot uitreiking van een aangiftebiljet.
20 / 32
Artikel 8 Belastingtijdvak 1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel 9 Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld 1. De precariobelasting is verschuldigd na afloop van het belastingtijdvak. 2. Indien het totaalbedrag van een aanslagbiljet waarop verschillende aanslagen zijn verenigd, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan minder is dan € 5, wordt dit bedrag niet geheven. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 12 Overgangsrecht De “Verordening precariobelasting Leiden 2021” van 15 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening precariobelasting Leiden 2022".