Concept-besluitenlijst Gemeenteraad Leiden 10 en 12 november 2020
Tekst van het document
GEMEENTERAAD VAN LEIDEN Besluitenlijst van de vergadering op 10 en 12 november 2020, 19:00 tot 22:00 uur en 16:00 tot 23:45 uur ________________________________________________________________________________ VOORZITTER: de heer H.J.J. Lenferink PLV. VOORZITTER: de heer W. van Peijpe (deel agendapunt 17, deel agendapunt 20) GRIFFIER: de heer G.F.C. Van Leiden LOCATIE: digitaal Aanwezig zijn voorts 39 raadsleden: mevrouw Van den Berge (PvdD)-vanaf agendapunt 8, de heer Bleijie (CDA), mevrouw Van Bree (GL), de heer De Crom (VVD), de heer Van Diepen (D66), de heer Dirkse (VVD), de heer Friso (GL), mevrouw Van Gaal (GL), de heer Gaulard (D66), mevrouw Gilissen (VVD), mevrouw Haliloviċ (D66), de heer Van Halm (SP), mevrouw Heijnen (CDA), mevrouw Herman (niet bij stemming M.20.0096/35 en M.20.0096/36 -agendapunt 20-, D66), mevrouw Van der Jagt (PvdA), de heer Jermoumi (PvdA), de heer Jitan (Leiden Participeert), mevrouw Jordan (D66), de heer Van der Kaap (PvdD), de heer Kersten (Partij Sleutelstad), mevrouw Klever (PvdA), de heer Köroğlu (D66), de heer Krijgsman (D66), de heer Krol (CU), de heer Leest (VVD), de heer Olthof (D66), de heer Otten (PvdA), de heer Van Peijpe (GL), de heer Rowaan (GL), mevrouw Van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw Schreuder (GL), de heer Van Spronsen (GL), de heer Storm (CDA), de heer Terlouw (GL), de heer Theeuwen (SP), mevrouw Verbree (VVD), mevrouw
Voorwald (VVD), mevrouw Van Walraven (niet bij stemming agendapunt 15, SP) en mevrouw Zeggelt (D66). Tevens aanwezig: de wethouders Damen (PvdA), Van Delft (GL), Dirkse (D66), North (GL) en Spijker (D66) en de gemeentesecretaris mevrouw Van Vliet.
1. Opening De voorzitter opent de vergadering. 2. Vaststelling van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3. Actualiteit Er worden geen vragen gesteld bij het agendapunt actualiteit omdat bij de begrotingsbehandeling op donderdag 12 november alle onderwerpen aan de orde kunnen worden gesteld. 4. Mededelingen De burgemeester vertelt dat de gemeenteraad informatie over Covid19 ontving van het college en van de Veiligheidsregio. 5. Regeling van werkzaamheden De raad besluit overeenkomstig het voorstel met betrekking tot de Regeling van Werkzaamheden. 6. Ingekomen stukken 01. Leidse parkvernietiging krijgt landelijke aandacht; heden de telegraaf Brief particulier d.d.021020 Brief voor kennisgeving aannemen 02. Zonnepanelen LDN Historische Vereniging Oud Leiden d.d.051020 Brief voor kennisgeving aannemen 03. Coming Out Dag 2020 Brief COC Leiden d.d.051020 Brief voor kennisgeving aannemen
1 / 48
04. Organisatieplan Urban Sportpark Leiden d.d.051020 Brief voor kennisgeving aannemen 05. Rapportage Veilig Thuis 2e kwartaal 2020 Wethoudersbrief M.Damen d.d.051020 Brief voor kennisgeving aannemen 06. Brief LBSP Een waardevol deel van de stad d.d.07102020 RKC Brief te agenderen in commissie WM van 8 december 07. Brief info Rhijnvreugd wethouder Spijker d.d. 25092020 Brief voor kennisgeving aannemen 08. Wijksportpark Brief Particulier d.d.071020 Desgewenst betrekken rv wijk sportpark Roomburgerpark 09. Brief Raden Zienswijze ontwerp begrotingswijziging I-organisatie groep 3 Servicepunt71 d.d.081020 Komt via raadsvoorstel college voor behandeling in WM.10. 10. Brief rapportage Woningbouwmonitor 2020 d.d.08092020 Wethouder Spijker Brief voor kennisgeving aannemen 11. Brief Fietsrotonde Herenstraat d.d.08102020 Wethouder North Brief voor kennisgeving aannemen 12. Verzoek om advies inzake Rapport Rekenkamercommissie Bio Science Park een waardevol deel van de stad Brief voor kennisgeving aannemen 13. Brief Update verplaatsing 16 woonunits naar Verdamstraat d.d.08102020 Wethouder Damen Brief voor kennisgeving aannemen 14. Stand van zaken COVID-19 ( brief 11) dd.11102020 VRHM Brief t.z.t. betrekken bij de verantwoording door de vz VRHM 15.
Brief Informatie Nationaal Groeifonds en samenwerking d.d.13102020 College B&W Verzoek PvdD brief te agenderen in nader te bepalen commissie (LB of WM) 16. Brief Voortgang Materialenpaspoort d.d.13102020 Wethouder Delft Brief voor kennisgeving aannemen 17. Actieplan Leiden op leeftijd Adviesraad Sociaal Domein Leiden d.d.141020 Desgewenst betrekken bij behandeling RV actieplan Leiden op leeftijd in OS 17-11 18. Fietsenrekken K.S.R.V. Njord d.d.081020 Brief voor kennisgeving aannemen 19. Wat betekent 5G voor gemeenten Het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen d.d.121020 Brief voor kennisgeving aannemen 20. ODWH nieuwsbrief nr 3 d.d.121020 Brief voor kennisgeving aannemen 21. Brief Discrepantie door wijziging huisvestingswet inzakekabinet en Tweede Kamer n.a.v. motie LL gemeente Lelystad d.d.131020 Brief voor kennisgeving aannemen 22. Herinrichting kruising Broekweg Veluwemeerlaan Wethoudersbrief A. North d.d.131020 Brief voor kennisgeving aannemen 23. Brief Zero-emissie stadsdistributie Wethoudersbrief A.North Y.van Delft d.d.141020 Brief voor kennisgeving aannemen 24. Initiatiefvoorstel GroenLinks inzake de verbetering van de acceptatie en emancipatie van transgender personen M. Schreuder GL d.d.121020 Voorstel in handen stellen van presidium voor agendering en raad 25.
Reactie Actieplan Leiden op Leeftijd Zorgcoördinator (WMO) Ambulante Jeugdhulp d.d.141020 Desgewenst betrekken bij behandeling RV actieplan Leiden op leeftijd in OS 17-11 26. Toelichting geen inspraak Roomburgerpark Sporting Trigon d.d.141020
2 / 48
Desgewenst betrekken bij behandeling RV Inrichtingsvoorstel wijksportpark Roomburgerpark in OS 15-10 27. 15e Noodverordening COVID-19 VRHM d.d.14102 Brief wordt tzt geagendeerd bij verantwoording maatregelen Corona 28. Zienswijzen van de gemeenteraden tav begrotingswijziging 2020 en de programmabegroting 2021 van de RDOG HM van uw gemeente d.d.151020 Brief voor kennisgeving aannemen 29. Straatgesprekken Wijkvereniging Stationsgebied Leiden d.d.151020 Brief voor kennisgeving aannemen 30. 30. Brief Collegevoorstel Beleidsregels Winterterras d.d. 15102020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 31. Update digitaal-fysiek vergaderen en tijdelijke vergaderlocaties Brief voor kennisgeving aannemen 32. Ontwikkeling BUIG-budget 2020 Brief desgewenst betrekken bij begrotingsbehandeling in commissie WM 33. Brief aan KNHB over Roomburgerpark d.d.191020 Brief voor kennisgeving aannemen 34. Onze Koop Lokaal-campagne gaat door bestel bij de Leidse ondernemer Centrum management Leiden d.d.161020 Brief voor kennisgeving aannemen 35. Terugkijklink digitale bijeenkomst Samen de coronacrisis uit in gesprek over herstelbeleid d.d.161020 Brief voor kennisgeving aannemen 36. Gewijzigde planning tweede businesscase RDOG d.d.201020 Brief voor kennisgeving aannemen 37. Toezegging beeldkwaliteit onkruid van B naar C Wethouder A. North d.d.261020 Brief voor kennisgeving aannemen 38.
Adviezen categorie 2 Ecologisch advies Wethouder A.North d.d.261020 Brief voor kennisgeving aannemen 39. Steunpakket 2e lockdown KHN Leiden d.d.201020 Brief voor kennisgeving aannemen 40. Brief Inrichtingsvoorstel Roomburgerpark VVE-bestuur d.d. Brief voor kennisgeving aannemen 41. Brief Inzake Lutherse Kerk Bewoners d.d.261020 Brief voor kennisgeving aannemen 42. het Diaconaal Weekend in het teken van ongedocumenteerden in onze stad Diaconaal Centrum De Bakkerij d.d.261020 Brief voor kennisgeving aannemen 43. Aankondiging inleidend referendumverzoek Referendumkamer aan fractievoorzitters d.d.261020 Brief voor kennisgeving aannemen 44. Brief aan de raad tegenvallers compensatie abonnementstarief en algemene uitkering Brief desgewenst betrekken bij begrotingsbehandeling in commissie WM 45. Brief tijdelijke zomermaatregelen d.d.27102020 Wethouder North Brief voor kennisgeving aannemen 46. Brief Collegevoorstel Jaarverantwoording toezicht kinderopvang 2019 d.d.27102020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 47. Voortgang Combibad IJshal Indoor Sportcentrum d.d.29102020 College B&W Fractie VVD verzoekt agendering in cie OS, behandelvoorstel volgt 48. Positioneringsdocument Knooppunt Leiden verbindt d.d.29102020 College B&W Brief wordt onderwerp informele bijeenkomst 17 november 2020
3 / 48
49. Brief City Deal Openbare Ruimte dd.30102020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 50. Kennisgeving van benoeming M. van den Berge Beëdiging is voorzien in de raad van 10 november 51. Brief toelichting verordeningen lokale heffingen 2021 d.d. 29102020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 52. Brief Stand van zaken Veranderopgave Inburgering (VOI) d.d.02112020 Wethouder Van Delft Brief voor kennisgeving aannemen 53. Brief Stand van zaken huurteam d.d.29102020 Wethouder Spijker Brief voor kennisgeving aannemen 54. Definitief ontwerp Fietsstraat en rotonde Haagweg Zuid d.d301020 Brief voor kennisgeving aannemen 55. Nieuwsbrief september 2020 Leiden Marathon en binnenstadondernemers helpen elkaar d.d.301020 Brief voor kennisgeving aannemen 56. Wijkwinkelcentra 2020 d.d.021120 Desgewenst te betrekken bij de begrotingsbehandeling. 57. Wethoudersbrief evaluaties maatwerkbudget en stichting leergeld d.d.03112020 Wethouder Damen Fractie SP verzoekt agendering in cie WM en dient daartoe een behandelvoorstel in 58. Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht 2019 2020 Holland Rijnland d.d.02112020 Brief voor kennisgeving aannemen 59. Brief Uitslag inleidend verzoek referendum Roomburgerpark 4 november 2020 Betrekken bij behandeling RV 20.0117 inleidend referendumverzoek 60.
Brief college aan referendumkamer over referendum Roomburgerpark 4 november 2020 Betrekken bij behandeling RV 20.0117 inleidend referendumverzoek 61. Tussentijdse voortgangsrapportage aan de gemeenteraad voor Leiden 2014 Implementatie Omgevingswet d.d.03112020 College B&W Brief voor kennisgeving aannemen 62. Begeleidende brief referendumkamer aan gemeenteraad Wordt betrokken bij raadsvoorstel RV 20.0117 63. De 16e Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Hollands Midden inwerkingtreding 041120 om 2200 uur VRHM d.d.041120 Brief t.z.t. betrekken bij de verantwoording door de VRHM De lijst van ingekomen stukken wordt gewijzigd (advies bij brieven nr. 15,47 en 57) vastgesteld.
7. Vaststelling besluitenlijst Op dit moment ligt geen besluitenlijst voor.
BEËDIGING EN BENOEMING LEDEN 8. Beëdiging van nieuw raadslid Marijke van den Berge (PvdD) De heer Köroğlu vermeldt dat de commissie Onderzoek geloofsbrieven, bestaande uit de leden Van Gaal, Verbree, Bleijie en hemzelf, de geloofsbrieven van het nieuw benoemde lid van de Raad, mevrouw M. Van den Berge heeft onderzocht en akkoord bevonden en stelt daarmee vast dat Marijke van den Berge als lid van de Raad kan worden toegelaten. Mevrouw Van den Berge (PvdD) wordt tot lid van de raad beëdigd. Zij zal Lianne Raat vervangen gedurende
4 / 48
haar ziekteverlof.
9. Benoeming in commissies Op voorstel van de PvdD, wordt mevrouw Van den Berge benoemd als lid van de commissie LB en mevrouw Van Schaik als lid van de commissie WM en de commissie voor de Rekeningen.
HAMERSTUKKEN 10. RV 20.0091 Monitor Sociaal Domein BESLUIT bij RV 20.0091 (incl. erratum): 1.
2. 3. 4.
In te stemmen met de monitor sociaal domein 2020 met daarin opgenomen: a. De lijst met VNG indicatoren zoals gepubliceerd op de site http:\\waarstaatjegemeente.nl; b. De volgende aanvullende indicatoren: i. Type jeugdzorg dat jongeren in Leiden krijgt; ii. Percentage in- en uitstroom jeugdzorg en structureel gebruik jeugdzorg; iii. Verwijzingen naar zwaardere hulp jeugdzorg; iv. Groep die langdurig gebruik maakt van de bijstand; v. Armoede onder alleenstaanden; vi. Gebruik jeugdzorg; vii. Tevredenheid personen in de bijstand. c. Een onderzoeksagenda voor nader onderzoek op de volgende thema’s: i. Eén gezin, één plan; ii. Effectiviteit van de jeugdhulp en interventies t.b.v. meedoen; iii. Invloed van jeugdhulptrajecten en activiteiten in werk & inkomen op kinderarmoede; iv. Barrières voor zorggebruik, ofwel het voorkomen van zorgmijden; v. Samenhang jeugdzorg, speciaal onderwijs en voortijdig schoolverlaten; vi. Tijdigheid verstrekking voorzieningen Sociaal Domein; vii. Maatwerk kwetsbare groepen.
De moties Erger Voorkomen I (M19.0081/01) en Erger Voorkomen II (M19.0081/02) uit te werken binnen het onderzoeksthema ‘Tijdigheid verstrekking voorzieningen Sociaal Domein’; De motie Bijsturingsmaatregelen Sociaal Domein (M19.0114) uit te werken binnen het onderzoeksthema ‘Maatwerk kwetsbare groepen’; De onderzoeksagenda te betrekken bij de financiële paragraaf van het sociaal domein in de kaderbrief 2021- 2025. De raad kan dan een integrale afweging maken.
Bovenstaand raadsvoorstel wordt aangenomen met 33 stemmen voor en 6 tegen, met dien verstande dat de aanwezige leden van de fractie van de VVD tegen het voorstel hebben gestemd.
11. RV 20.0101 Algemeen Controleplan 2020 BESLUIT bij RV 20.0101: 1. het Algemeen Controleplan (ACP) 2020 - Kaders voor Leiden in control vast te stellen, met de volgende 8 focusgebieden: 1 2 3
Mate in control van proces Europese aanbestedingen Mate in control van proces WMO (incl. PGB) Mate in control rondom projecten (projectcontrol) 5 / 48
4 5 6 7 8
Mate in control van misbruik en oneigenlijk gebruik, integriteits- en frauderisico’s Mate in control informatiebeveiliging en privacygevoelige informatie Mate in control van proces inkomende subsidies Mate in control van proces Jeugd hulp (via Tijdelijke Werkorganisatie Holland Rijnland) Mate in control rondom de gevolgen van de coronamaatregelen voor de rechtmatigheid
Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
12. RV 20.0089 Toetreding gemeente Velsen tot de Gemeenschappelijke Regeling BSGR BESLUIT bij RV 20.0089: 1. Toestemming te verlenen aan het college van burgemeester en wethouders in te stemmen met: a. de toetreding van de gemeente Velsen tot de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland per 1 januari 2021; b. de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland 2021. Bovenstaand raadsvoorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
13. RV 20.0118 Herstelbesluit inwerkingtredingsbepalingen wijzigingsverordeningen behorende bij de Verordening fysieke leefomgeving BESLUIT bij RV 20.0118: 1. Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening tot wijziging van de Erfgoedverordening Leiden 2017, luidende aldus: Verordening tot wijziging van de Verordening tot wijziging van de Erfgoedverordening Leiden 2017 Artikel I Wijziging verordening De Verordening tot wijziging van de Erfgoedverordening Leiden 2017 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel I onder C. komt als volgt te luiden C. Hoofdstuk 6, artikel 29 komt als volgt te luiden: Artikel 29 citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als Erfgoedverordening Leiden 2017. B. Artikel II Inwerkingtreding vervalt en artikel III en IV worden vernummerd naar artikel II en III. Artikel II Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening tot wijziging van de Wijzigingsverordening Erfgoedverordening 2017. Artikel III Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 8 oktober 2020.
6 / 48
2.
Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Leiden 2020, luidende aldus: Verordening tot wijziging van de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Leiden 2020 Artikel I Wijziging verordening De Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel I onder D komt te vervallen B. Artikel II Inwerkingtreding vervalt en artikel III en IV worden vernummerd naar artikel II en III Artikel II Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening tot wijziging van de Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Leiden 2020. Artikel III Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 8 oktober 2020.
3.
Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening tot wijziging van de Bouwverordening 1992, luidende aldus: Verordening tot wijziging van de Verordening tot wijziging van de Bouwverordening 1992 Artikel I Wijziging verordening Verordening tot wijziging van de Bouwverordening 1992 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel I onder C. komt te vervallen B. Artikel II Inwerkingtreding vervalt en artikel III en IV worden vernummerd naar artikel II en III Artikel II Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening tot wijziging Wijzigingsverordening Bouwverordening 1992. Artikel III Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 8 oktober 2020.
4.
In te trekken de Beleidsregel van de raad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent terrassen Beleidsregels en Nadere regels Terrassen 2019.
7 / 48
5.
Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020, luidende aldus Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020 Artikel I Wijziging verordening In artikel 3.4.5.1 wordt een lid 5 toegevoegd luidende aldus: 5. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van: a. het waarborgen van de verkeersveiligheid op en nabij het terras; b. de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen; c. het voorkomen van overlast voor eigenaren/gebruikers van belendende percelen; d. de veiligheid en gezondheid op het water vanwege een terras; e. de inrichting van terrassen in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Artikel II Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Leiden 2020. Artikel III Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
6.
Vast te stellen de Bomenverordening Leiden 2015, luidende aldus:
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Leiden houdende regels omtrent bomen Bomenverordening Leiden 2015 Intitulé Met raadbesluit RV 20.0079 van 8 oktober 2020 is in het kader van het vaststellen van de Verordening fysieke leefomgeving de Bomenverordening Leiden 2015 ingetrokken. Uit het gehele stelsel van besluiten rond de vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving is duidelijk dat deze een bedoelde datum van inwerkingtreding heeft van 1 januari 2021. De intrekking van de Bomenverordening Leiden 2015op de dag na bekendmaking was derhalve prematuur. Met dit besluit komt de Bomenverordening Leiden 2015 daarom te herleven. Deze herleving gaat in op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 23 oktober 2020. Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. beheerplan: een beschrijving door de rechthebbende van inrichting en werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden om tot een optimale ontwikkeling te komen van houtopstanden, boomstructuren en boomgebieden en die voor een tijdsperiode van 5, 10 of 15 jaar geldt; b. beschermde houtopstand: een houtopstand die is opgenomen op de Groene Kaart; c. beschermde solitaire houtopstand: een houtopstand die is opgenomen op de Groene Kaart als herdenkingsboom, monumentale boom, toekomstboom of waardevolle boom;
8 / 48
d. boom: een houtachtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 30 centimeter, gemeten op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam; e. boombeschermingsplan: een beschrijving van handelingen en werkzaamheden, gebaseerd op een Bomen Effect Analyse, ter voorkoming van schade aan bomen op het perceel in verband met een voorgenomen bouw of aanleg; f. boomdeskundige: een natuurlijk persoon in bezit van geldig European Tree Technician – certificaat; g. boomgebied: grote groeneenheid zoals een park, volkstuincomplex, begraafplaats, botanische tuin. In een boomgebied kunnen solitaire bomen staan en/of bosvormige elementen en smalle lijnvormige houtopstanden zoals houtwallen; h. boomstructuur: een lijnvormige, ecologische of ruimtelijke functionele eenheid van bomen, in middenen/of zijbermen van een weg, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet; i. boomveiligheidscontrole: Visual Tree Assesment( VTA) uitgevoerd door een gecertificeerde deskundige; j. boomvormer: een houtachtig gewas met een of meer hoofdtakken, dat kan uitgroeien tot een één- of meerstammige boom; k. boomwaardebepaling: volgens de NVTB uitgevoerde systematiek om de waarde uitgedrukt in Euro’s van een boom vast te stellen. In een boomgebied geldt een waarde per m2; l.
Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom op het betreffende perceel, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting, uitgevoerd door een boomdeskundige; m. Bomenfonds: het door burgemeester en wethouders ingestelde fonds waarin door kapvergunninghouders gelden worden gestort ter uitvoering van een in de kapvergunning opgenomen voorschrift tot financiële compensatie van de met vergunning te vellen bomen of andere houtopstanden; of ter uitvoering van handhavingsmaatregelen betreffende een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, en zonder vergunning is geveld en geen herplantplicht op het perceel kan worden opgelegd; n. burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders en in de gevallen waarin sprake is van de provincie als bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland; o. compensatieplan: een door burgemeester en wethouders vastgesteld document waarin door de rechthebbende en vergunninghouder is aangegeven waar en hoe compensatie van de te vellen houtopstand zal plaatsvinden. Het document is ten minste voorzien van een gemaatvoerde tekening van de situatie vóór en na het vellen; p.
bestendig beheer: alle handelingen, zoals knotten, leiden van leibomen, reguliere snoei, dunnen, afzetten hakhout, die volgens een door de rechthebbende vastgesteld beheerplan uitgevoerd worden, ter instandhouding van vorm of functie en ter bevordering van de gewenste ontwikkeling van de houtopstand; q. de Groene Kaart: de door burgemeester en wethouders vastgestelde kaart, behorende bij deze verordening met daarop aangegeven de locaties van beschermde houtopstanden met bijbehorend register; r. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen die al dan niet door snoei een specifieke vorm gekregen hebben; s. houtopstand op de Groene Kaart: een op de Groene Kaart opgenomen solitaire of andere houtopstand, boomstructuur of boomgebied; t. noodkap: een besluit van de burgemeester om op grond van een spoedeisend belang in het kader van openbare orde of veiligheid onmiddellijk over te gaan tot het vellen van een boom of andere houtopstand; u. NVTB: Nederlandse Vereniging van Taxateurs voor Bomen; v. openbare ruimte: openbare plaats, een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, hieronder vallen ook
9 / 48
erven en terreinen die niet kenbaar ten opzichte van de openbare weg zijn begrensd of afgescheiden door inrichting, beplanting of begroeiing; w. perceel: een onroerende zaak, een stuk grond al dan niet met bebouwing, die met erf en tuin een eenheid vormt; x. rechthebbende: degene die krachtens eigendom of beperkt recht of krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken; y. register bij de Groene Kaart: het door burgemeester en wethouders vastgestelde register met de locaties van de beschermde solitaire houtopstanden en andere houtopstanden en de redengeving voor opname op de Groene Kaart; z. vellen: alle handelingen niet zijnde bestendig beheer – zoals kappen, rooien, verplanten, vernielen, verkleinen van groeiplaats en snoeien van meer dan 25 procent van de kroon of het wortelgestel-, waardoor een houtopstand verdwijnt, ernstig ontsierd, beschadigd of gedood wordt. Hoofdstuk 2. Aanwijzing beschermde houtopstanden Artikel 2. De Groene Kaart, aanwijzing beschermde houtopstand 1. Burgemeester en wethouders stellen de Groene Kaart met bijbehorend register vast. 2. De Groene Kaart bevat de volgende beschermde houtopstanden: a. solitaire bomen en andere houtopstanden; b. boomstructuren; c. boomgebieden. 3. Het register bevat: a. een aanduiding waarom de houtopstand op de Groene Kaart is opgenomen; b. de soort houtopstand; c.
de x- en y coördinaten van de houtopstand; d. de eigendomsgegevens van de houtopstand. 4. In de aanduiding in het register waarom de houtopstand op de Groene Kaart is opgenomen worden één of meer van de volgende waarden genoemd en inhoudelijk beschreven: a. natuur- en milieuwaarden; b. landschappelijke waarden; c. cultuurhistorische waarden; d. waarden van stadsschoon; e. waarden voor recreatie en leefbaarheid; f. waarde voor de groene hoofdstructuur van de stad. 5. Beschermde solitaire houtopstanden hebben op de Groene Kaart en het bijbehorende register een nadere aanduiding als: herdenkingsboom, monumentale boom, toekomstboom of waardevolle boom. 6. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een houtopstand aan de Groene Kaart en het register toe te voegen of van de Groene Kaart en het register af te voeren. Artikel 3. Mededelingsplicht rechthebbende beschermde houtopstand De rechthebbende van een beschermde houtopstand op de Groene Kaart doet aan burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling van: a. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een beschermde houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende vergunning; b. de dreiging dat de beschermde houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan; c. overdracht door de rechthebbende van het perceel waarop de houtopstand staat. Artikel 4. Uitvoeren boomveiligheidscontrole houtopstanden
10 / 48
Burgemeester en wethouders voeren periodiek een boomveiligheidscontrole uit met betrekking tot de door hen aangegeven houtopstanden. Hoofdstuk 3. Vergunningstelsel houtopstanden Artikel 5. Kapverbod voor beschermde solitaire houtopstand 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een beschermde solitaire houtopstand te vellen of te doen vellen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een beschermde solitaire houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een last onder bestuursdwang of onder dwangsom van burgemeester en wethouders , waarbij het bepaalde over herplant en schadevergoeding in deze verordening van kracht blijft. Artikel 6. Kapverbod voor houtopstand binnen beschermde boomstructuur, boomgebied en voor bomen in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 centimeter of meer, gemeten op 130 cm 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een houtopstand in beschermde boomstructuren en boomgebieden zoals die zijn opgenomen op de Groene Kaart, te vellen of te doen vellen. 2. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders bomen die zich bevinden in de openbare ruimte en niet op de Groene Kaart zijn opgenomen te vellen of te doen vellen, voor zover deze een stamomtrek hebben van 45 centimeter of meer, gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld. 3.
De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor: a. een houtopstand binnen beschermde boomstructuren of beschermde boomgebieden waarvan de stam op een hoogte van 130 centimeter boven het maaiveld een kleinere omtrek dan 30 centimeter heeft; b. een houtopstand binnen beschermde boomstructuren en beschermde boomgebieden die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een last onder bestuursdwang of onder dwangsom van burgemeester en wethouders. Het bepaalde in artikel 11 betreffende herplant blijft van toepassing. Artikel 7. Indienen aanvraag kapvergunning voor een beschermde houtopstand en voor een boom in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 centimeter of meer 1. Een vergunning, als bedoeld in artikel 5 en 6, wordt aangevraagd door de rechthebbende van de beschermde houtopstand of van de boom in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 centimeter of meer. 2. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende stukken en documenten overlegd: a. een kaart waarop de boom of andere houtopstand waarvoor kapvergunning wordt aangevraagd is aangegeven, huidige situatie en waarop te zien is waarom de boom gekapt moet worden; b. welk maatschappelijk belang van de aanvrager het instandhouden van de houtopstand of boom overstijgt; c. welke alternatieven voor behoud van de boom of houtopstand zijn onderzocht; d.
voor zover de aanvraag een beschermde houtopstand betreft de gegevens uit het register bij de Groene Kaart. 3. De aanvrager kan verzocht worden de volgende stukken te overleggen: a. een boomwaardebepaling; b. een boomveiligheidscontrole (VTA). 4. Als de vergunningaanvraag tot vellen als gevolg van een verondersteld verminderde stabiliteit en/of vitaliteit van de houtopstand wordt ingediend, dient de aanvraag voorzien te zijn van een rapportage door een boomdeskundige welke aantoont dat de verminderde vitaliteit of stabiliteit de kap rechtvaardigt.
11 / 48
5. Indien de vergunningaanvraag wordt ingediend in verband met een voorgenomen bouw- of renovatie/aanlegproject waarbij werkzaamheden nabij beschermde bomen plaats gaan vinden, dient de aanvraag voorzien te zijn van een in artikel 1 genoemde Bomen Effect Analyse. 6. Indien de vergunningaanvraag als gevolg van een bouw- of renovatie/aanleg project aangevraagd wordt, dient de aanvraag voorzien te zijn van een compensatieplan. 7. Als de herplant van de te kappen houtopstand financieel dient te worden gecompenseerd, zal de rechthebbende verzocht worden de aanvraag te voorzien van een berekening van de boomwaarde van de te vellen houtopstand. 8. De rechthebbende kan verplicht worden een natuurtoets te overhandigen inzake de aan- of afwezigheid van negatieve gevolgen van de voorgenomen kap op beschermde plant- of diersoorten volgens de Floraen Faunawet. Artikel 8. Criteria voor vergunningverlening vellen beschermde houtopstanden en bomen in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 centimeter of meer 1. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor het vellen van een beschermde houtopstand en voor een boom in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 centimeter of meer, gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld, weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. 2.
Een vergunning voor het vellen kan worden verleend indien wordt voldaan aan een of meer van de navolgende criteria: a. de alternatieven inzake behoud zijn onderzocht en gebleken is dat alternatieven voor het vellen niet aanwezig zijn; b. er sprake is van een zodanig maatschappelijk belang van de aanvrager dat opweegt tegen: i. de aanduiding in het register waarom de beschermde houtopstand op de Groene Kaart is opgenomen; ii. de aan de boom in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 centimeter of meer gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld, toe te kennen waarde of waarden; c. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is gelet op het belang van voorkoming van letsel of ernstige schade; d. wanneer er sprake is van overlast op grond van de daarvoor vastgestelde beleidsnota ‘Versterken en verbinden van groen in Leiden’ met bijlage ‘Overlast van bomen?’. Artikel 9. Criteria voor weigering vergunning vellen houtopstanden binnen aangewezen boomstructuren en boomgebieden en voor bomen die zich bevinden in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 centimeter of meer 1. Burgemeester en wethouders weigeren een vergunning voor: a.
het vellen van een houtopstand binnen een als beschermde houtopstand aangewezen boomstructuur en boomgebied indien de belangen van vergunningverlening niet opwegen tegen de in het register opgenomen aanduiding waarom de houtopstand op de Groene Kaart is opgenomen; b. voor bomen in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 centimeter of meer indien de belangen van vergunningverlening niet opwegen tegen in artikel 2, vierde en vijfde lid opgenomen waarden. 2. Een vergunningaanvraag voor het vellen van houtopstand binnen een als beschermde houtopstand aangewezen boomstructuren en boomgebieden en voor bomen in de openbare ruimte met een omvang van 45 centimeter of meer kan ook geweigerd worden indien naar boomdeskundige maatstaven: a. de mogelijkheden en/of alternatieven inzake behoud niet voldoende gemotiveerd zijn onderzocht; b. de reden van de aanvraag verband houdt met vermeende gevaarzetting en dit niet voldoende gemotiveerd wordt aangetoond.
12 / 48
Artikel 10. Bijzondere vergunningvoorschriften; herplanten, boombeschermingsplan, storting Bomenfonds, flora- en fauna regelgeving 1. Aan de verleningsvergunning kan het voorschrift worden verbonden dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2. Indien niet ter plaatse, op hetzelfde perceel of in de nabije omgeving kan worden herplant met bomen van vergelijkbare waarde, kan als voorschrift worden opgenomen dat een financiële bijdrage gestort dient te worden in het Bomenfonds. De financiële bijdrage is gelijk aan het bedrag van de boomwaarde zoals genoemd in de boomwaardebepaling. 3. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald dat binnen één jaar na de herplant, en op welke wijze, niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 4. In het geval de aanvraag verband houdt met een bouwplan, werken of werkzaamheden betreffende of nabij beschermde houtopstanden, kan tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften de verplichting behoren: a. een boombeschermingsplan op te stellen en ter vaststelling aan burgemeester en wethouder voor te leggen en b. bij de uitvoering van de vergunning het vastgestelde boombeschermingsplan te gebruiken. 5. Tot de voorschriften kunnen verder behoren: a.
dat binnen een bepaalde periode een houtopstand niet geveld mag worden vanwege een vaste rust- en verblijfplaats van een dier, behorende tot een beschermde diersoort, volgens de Flora- en Faunawet; b. de verplichting tot het opstellen van een natuurtoets naar mogelijke effecten op beschermde flora en fauna; c. dat maatregelen genomen moeten worden ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna; d. het geven van aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand. Artikel 11. Herplant-/instandhoudingsplicht bij vellen zonder vergunning 1. Nadat een houtopstand, waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergunning is geveld, kunnen burgemeester en wethouders bij een last onder bestuursdwang of onder dwangsom aan de overtreder de verplichting opleggen te herplanten. De herplant vindt plaats overeenkomstig de bij een last onder bestuursdwang of onder dwangsom van burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen en binnen een door hen te stellen termijn. Deze verplichting wordt opgelegd aan de rechthebbende van de gevelde houtopstand, en/of aan degene die de houtopstand heeft geveld of heeft laten vellen. 2. Als er niet fysiek kan worden herplant, zal de boomwaarde van de gevelde houtopstand als financiële bijdrage gestort moeten worden in het Bomenfonds. 3.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 4. Wordt een beschermde houtopstand in het voortbestaan bedreigd door menselijk handelen, dan kunnen burgemeester en wethouders aan de rechthebbende van de bedreigde houtopstand, of aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, in het kader van de op te leggen last onder bestuursdwang of last onder dwangsom, de verplichting opleggen om: a. activiteiten welke de bedreiging veroorzaken onmiddellijk te staken en over een onherroepelijk geworden kapvergunning te beschikken, alvorens de activiteiten voort te zetten; b. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; c. activiteiten welke de bedreiging veroorzaken onmiddellijk te staken en een Bomen Effect Analyse op te stellen en voor te leggen aan burgemeester en wethouders; d. schades aan bomen waarvan de gemeente de rechthebbende is, en veroorzaakt zijn omdat een beschermde houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is en in het voortbestaan
13 / 48
ernstig wordt bedreigd door menselijk handelen, te vergoeden door het bedrag van een boomschade taxatie door de overtreder te laten vergoeden door een storting in het Bomenfonds. Hoofdstuk 4. Het Bomenfonds Artikel 12. Bomenfonds 1. In het door burgemeester en wethouders ingestelde Bomenfonds worden financiële bijdragen gestort: a. door kapvergunninghouders ter uitvoering van een in de kapvergunning opgenomen voorschrift tot financiële compensatie van de met vergunning te vellen bomen of andere houtopstanden; b. door rechthebbenden en/of overtreders nadat een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergunning is geveld, en in het kader van handhavingsmaatregelen geen herplantplicht op het perceel kan worden opgelegd ter uitvoering van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. 2. Burgemeester en wethouders beheren het Bomenfonds en stellen nadere regels voor de uitvoering. Hoofdstuk 5. Slotbepalingen Artikel 13. Schadevergoedingsverzoek op grond van Boswet Burgemeester en wethouders zijn het bevoegde bestuursorgaan om te beslissen op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 17 van de Boswet. Artikel 14. Afstand van de erfgrenslijn De afstand van de erfgrenslijn als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek is voor bomen vastgesteld op 0,5 meter (50 cm.) en voor heesters en heggen op 0,0 m. (0 cm). Artikel 15.
Bestrijding iepziekte en andere boomziekten 1. Indien zich op een erf of terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkever, is de rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a. indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; b. de iepen ter plaatse te ontschorsen en de schors te vernietigen; c. of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 2. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter. 4. Indien door Provincie of Rijk voorschriften worden uitgevaardigd m.b.t. andere boomziekten dan dienen deze nageleefd worden. 5. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. Artikel 16. Toestemming of verplichting uitvoeren noodkap 1.
De burgemeester kan toestemming geven of de verplichting opleggen tot het uitvoeren van noodkap, indien sprake is van ernstig gevaar voor zaken of personen door instabiliteit van een houtopstand of vergelijkbaar spoedeisend belang. 2. De rechthebbende is, indien hij daartoe door de burgemeester is aangeschreven, verplicht binnen de bij de last onder bestuursdwang of onder dwangsom opgelegde termijn aan de daarin gestelde verplichtingen en voorschriften te voldoen.
14 / 48
Artikel 17. Strafbepaling 1. Degene die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 10, artikel 15, lid 2 en artikel 19 bepaalde kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde. 2. De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid van het instellen door burgemeester en wethouders van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of een houtopstand waarvan de gemeente de rechthebbende is. Artikel 18. Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen toezichthouders. Artikel 19. Nadere regels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter uitvoering van het bepaalde in deze verordening nadere regels vast te stellen. Artikel 20. Slotbepalingen 1. Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening Leiden 2015. 2. De Groene Kaart en het bijbehorend register zoals die golden op 22 oktober 2020 blijven van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld als Groene Kaart en bijbehorend register als bedoeld in artikel 1 onder q en artikel 2 van deze verordening.
7. Vast te stellen de Bedrijfs- en Pleziervaartuigenverordening Leiden 2017, luidende aldus: Bedrijfs- en Pleziervaartuigenverordening Leiden 2017 Intitulé Met raadbesluit RV 20.0079 van 8 oktober 2020 is in het kader van het vaststellen van de Verordening fysieke leefomgeving de Bedrijfs- en pleziervaartuigenverordening Leiden 2017 ingetrokken. Uit het gehele stelsel van besluiten rond de vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving is duidelijk dat deze een bedoelde datum van inwerkingtreding heeft van 1 januari 2021. De intrekking van de Bedrijfs- en Pleziervaartuigenverordening op de dag na bekendmaking was derhalve prematuur. Met dit besluit komt de Bedrijfs- en Pleziervaartuigenverordening Leiden 2017 daarom te herleven. Deze herleving gaat in op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 23 oktober 2020. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden; b. ligplaats: dat gedeelte van het openbaar water waar afmeren van een vaartuig is toegestaan gedurende ten minste de periode tussen zonsondergang en zonsopkomst;
15 / 48
c.
d.
e. f.
g.
h.
i. j. k.
l. m.
n. o.
openbaar water: alle openbaar toegankelijke en bevaarbare - zij het mogelijk met restrictie - wateren binnen de gemeente Leiden met uitzondering van openbaar toegankelijke en bevaarbare wateren welke niet in gemeentelijk eigendom zijn; vaartuig: elk drijvend voorwerp, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing, dat wegens zijn drijfvermogen feitelijk wordt gebruikt, dan wel is bestemd voor het vervoer te water van personen of goederen met uitsluiting van woonschepen zoals bedoeld in de Woonschepenverordening 2009 en het bijbehorende ligplaatsenplan; pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik dan wel voor sportbeoefening; bedrijfsvaartuig: een vaartuig dat in hoofdzaak in gebruik is of in hoofdzaak bestemd is voor bedrijfsmatig gebruik; hieronder wordt ook verstaan een vaartuig dat feitelijk niet geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water (bijvoorbeeld dekschuit), met uitzondering van een dekschuit of vergelijkbaar vaartuig dat wordt gebruikt als terrasboot indien en voor zover voor die terrasboot een vergunning zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening is verleend en de locatie de aanduiding “Terrasboot” heeft in het vigerende Bestemmingsplan; Dekschuit: een bedrijfsvaartuig met een gesloten en vlak dek, zonder opbouw of aandrijving dat niet in gebruik is als terrasboot waarvoor een
vergunning in gevolge de Algemene Plaatselijke Verordening is verleend; bedrijfsmatig gebruik: de uitoefening van enig water gerelateerd beroep of bedrijf waaronder begrepen maar niet uitsluitend; goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/of verhuur ten behoeve van de pleziervaart; drijvende voorwerp: drijvend bouwsel dat vanwege zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst met uitzonding van die drijvende bouwsels die omgevingsvergunningsplichtig zijn; vergunninghouder: de (rechts)persoon aan wie een ligplaatsvergunning is verleend; binnenhavengeld: rechten die worden geheven ter zake van het gebruik van het openbaar water en ter zake van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik; passantenplaats: ligplaats bedoeld voor pleziervaartuigen die, op doorreis zijnde, tijdelijk, doch maximaal 24 uur in de gemeente Leiden verblijven, passantenhaven: gebied met ligplaatsen bedoeld voor pleziervaartuigen die, op doorreis zijnde, tijdelijk, doch maximaal 72 uur in de gemeente Leiden verblijven en waarvoor bovendien niet al voor een andere ligplaats binnen de gemeente Leiden binnenhavengeld wordt betaald en/of een ligplaatsvergunning is verleend, wachtlijst: een door het college bij te houden lijst waarop belangstellenden die voor een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig in aanmerking willen komen zich kunnen
(laten) inschrijven; afgebakend bedrijfsonderdeel: een onderdeel van een onderneming waarbinnen een watergebonden bedrijvigheid wordt uitgeoefend die onderscheidend is van de andere delen van de onderneming. Een bedrijfsonderdeel heeft zijn eigen plannen, inkomsten, kosten en bedrijfsmiddelen en gebruikt deze om waarde te creëren voor klanten in de vorm van goederen en/of services onderscheidend van de andere bedrijfsonderdelen.
Artikel 2 Categorieën bedrijfs- en pleziervaartuigen Ten behoeve van het bij of krachtens deze verordening bepaalde kan de raad in het ligplaatsenplan categorieën ligplaatsen voor bedrijfs- en pleziervaartuigen onderscheiden. Artikel 3 Toepassingsbereik 1. Deze verordening is van toepassing op alle bedrijfs- en pleziervaartuigen welke gelegen zijn in het openbaar water. In voorkomende gevallen kan het zo zijn dat tevens regelgeving van andere waterbeheerders dan de gemeente Leiden van toepassing is.
16 / 48
2. Deze verordening is niet van toepassing op een dekschuit waarvoor een terrasvergunning in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening 2015 is verleend en die op een ligplaats ligt die in het vigerende bestemmingsplan is aangeduid als ligplaats voor een terrasboot. Artikel 4 Vaststelling ligplaatsenplannen 1. De gemeenteraad stelt ter uitvoering van deze verordening ligplaatsenplannen vast waarin wordt aangegeven welke locaties in aanmerking komen voor een vergunning voor ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen respectievelijk pleziervaartuigen. 2. In het ligplaatsenplan is aangegeven - per categorie vaartuig - op welke locaties voor welk(e) soort(en) vaartuig(en) een ligplaatsvergunning kan worden verleend. 3. Per ligplaats kunnen voorschriften worden gegeven over: a. de toegestane categorie of categorieën vaartuigen; b. het toegestaan aantal vaartuigen; c. de minimale te hanteren afstand tussen de vaartuigen of de ligplaatsen onderling; d. de maximale lengte, breedte, hoogte en diepgang die vaartuigen maximaal mogen hebben om op een ligplaats af te mogen meren. 4. In het ligplaatsenplan kunnen tevens bestaande afvaartplaatsen, opstapplaatsen, passantenplaatsen en passantenhavens worden vastgelegd. 5. Het college kan aan bestaande afvaartplaatsen, opstapplaatsen, passantenplaatsen en passantenhavens nadere eisen stellen. 6.
Het college kan nieuwe afvaartplaatsen, opstapplaatsen, passantenplaatsen en passantenhavens aanwijzen en daaraan nadere eisen stellen. Hoofdstuk 2 Verbodsbepalingen Artikel 5 Verbodsbepalingen 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college met enig vaartuig of ander drijvend voorwerp een ligplaats in het openbaar water in te nemen. 2. Het is verboden om buiten de daarvoor in het ligplaatsenplan aangewezen passantenhavens, op een vaartuig, niet zijnde een woonschip, te overnachten of het tijdelijk of permanent als woon- of nachtverblijf te gebruiken. Artikel 6 Tijdelijke ligplaatsen Een tijdelijke ligplaats mag uitsluitend worden ingenomen in de daartoe aangewezen passantenhaven of op de daartoe aangewezen passantenligplaatsen die zijn aangeduid in het ligplaatsenplan als bedoeld in artikel 4, Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen met betrekking tot de vergunning Artikel 7 Karakter van de vergunning 1. Een vergunning op grond van deze verordening is niet overdraagbaar tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. De vergunninghouder mag de ligplaats waarop de vergunning ziet niet verhuren of anderszins, al dan niet om niet, in gebruik geven. 3. De vergunninghouder draagt ervoor zorg dat de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen worden nageleefd. Artikel 8 Algemene weigeringsgronden 1.
Een vergunning op grond van deze verordening kan worden geweigerd:
17 / 48
a. indien de aanvraag niet in overeenstemming is met de door het college gestelde voorschriften; b. in geval van strijd met het bestemmingsplan; c. indien de toestand van het vaartuig, waaronder in ieder geval begrepen de technische staat en uiterlijke staat van onderhoud daartoe aanleiding geeft; d. indien alle betreffende ligplaatsen bezet zijn; e. indien het innemen van de ligplaats feitelijk onmogelijk is; f. indien dit in het belang van de veiligheid, verkeersveiligheid, het milieu of de welstand noodzakelijk is. 2. Per categorie vaartuig kunnen bij of krachtens deze verordening nog aanvullende weigeringsgronden worden bepaald. Artikel 9 Algemene intrekkings- of wijzigingsgronden 1. De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. indien de vergunning in strijd met wettelijke voorschriften is gegeven; c. indien de gegevens in de vergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; d. indien niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; e. indien de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; f. indien de vergunninghouder dit verzoekt; g.
indien de vergunninghouder zijn betalingsverplichtingen inzake het verschuldigde binnenhavengeld niet nakomt; h. indien het college oordeelt dat het woon- en leefklimaat in omgeving van het vergunde nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het vergunde; i. indien de toestand van het vaartuig, waaronder in ieder geval begrepen de technische staat en uiterlijke staat van onderhoud daartoe aanleiding geeft of indien deze technische staat en uiterlijke staat van onderhoud het uiterlijk aanzien van de gemeente schaadt of het landschap verstoort; j. de ligplaats niet wordt gebruikt waarvoor deze bedoeld is. 2. Per categorie vaartuig kunnen bij of krachtens deze verordening nog aanvullende intrekkings- of wijzigingsgronden worden bepaald. Artikel 10 Voorschriften en beperkingen 1. Een vergunning kan voor bepaalde of onbepaalde tijd worden verstrekt, afhankelijk van de aard, het doel en de strekking van de vergunning. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden ter bescherming van de belangen die ten grondslag liggen aan de betrokken bepalingen. 2. De voorschriften en beperkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op: a. de bescherming van de waterkwaliteit of de kwaliteit van de bodem; b. de voorkoming van gevaar, schade of hinder; c.
de verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer zowel op het water als op het land; d. de bescherming en ongestoorde exploitatie van naburige ligplaatsen; e. de afstemming met andere gebruikers van het openbaar water; f. de bepaling van het tijdstip waarop de feitelijke ingebruikname van de ligplaats mag of moet beginnen; g. de omvang van de ligplaats waarbinnen het vaartuig moet worden aangelegd; h. het uiterlijk van het vaartuig indien dit naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente of het landschap verstoort,
18 / 48
i. de bescherming van het historisch en archeologisch erfgoed. 3. Het college kan met het oog op de belangen bedoeld in het tweede lid een verleende vergunning wijzigen. 4. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Hoofdstuk 4 Pleziervaartuigen Artikel 11 Aanvraag ligplaatsvergunning voor pleziervaartuigen 1. De aanvraag voor een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig wordt digitaal ingediend bij het college door middel van een aanvraagformulier dat beschikbaar is op de website van de gemeente Leiden. 2. Het college beslist over een aanvraag van een ligplaatsvergunning voor pleziervaartuigen binnen acht weken na de dag waarop het aanvraagformulier is ingediend. 3. Een ligplaatsvergunning voor pleziervaartuigen wordt, naast het bepaalde in artikel 8, geweigerd indien: a. de aanvrager niet staat ingeschreven in de Basisregistratie Pesonen van Leiden; b. de aanvrager niet beschikt over een pleziervaartuig en / of het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het indienen van de aanvraag met het pleziervaartuig de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; c. de lengte van het pleziervaartuig gelegen aan particuliere wal meer bedraagt dan de maat van het aan het water grenzende deel van het betreffende perceel. 4.
De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de aanvrager en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats en de kenmerken, waaronder in ieder geval de lengte, breedte, kleur en naam, van het pleziervaartuig. Artikel 12 Karakter van de vergunning 1. Een voor een ligplaats voor een pleziervaartuig verleende vergunning is persoonsgebonden. 2. Indien de vergunninghouder is komen te overlijden vervalt de ligplaatsvergunning van rechtswege zes maanden na de datum van overlijden. 3. Indien de vergunninghouder niet meer staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen van de gemeente Leiden vervalt de ligplaatsvergunning een jaar na de datum van uitschrijving uit de gemeente Leiden van rechtswege. 4. Indien de vergunninghouder van een vergunning voor een ligplaats voor een pleziervaartuig is overleden, dan kan het college met instemming van de echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner de vergunning overschrijven op naam van deze echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner. De overschrijving wordt binnen zes maanden geregeld. 5. Indien de echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner als bedoeld in het vorige lid reeds over een vergunning voor een ligplaats voor een pleziervaartuig beschikt, kan de vergunning als bedoeld in het vorige lid niet worden overgeschreven. Artikel 13 Wachtlijst ligplaatsvergunning pleziervaartuig 1.
Gegadigden voor het verkrijgen van een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig kunnen zich (laten) inschrijven op een wachtlijst welke gepubliceerd is op de website van de gemeente Leiden. Het inschrijven vindt plaats middels een door het college vastgesteld formulier dat gepubliceerd is op de website van de gemeente Leiden. 2. Zij die in het bezit zijn van een ligplaatsvergunning voor een pleziervaartuig en in aanmerking willen komen voor een ligplaats elders in het openbaar water kunnen zich eveneens op de wachtlijst laten plaatsen. 3. De volgorde op de registratielijst wordt bepaald op basis van de datum en tijdstip van binnenkomst van de aanvraag.
19 / 48
4. Periodiek stelt het college vrijgekomen ligplaatsen beschikbaar aan alle op de wachtlijst geplaatste gegadigden. 5. Na toewijzing van een ligplaats vervalt de registratie op de wachtlijst. 6. Indien aan een gegadigde als bedoeld in het tweede lid een ligplaatsvergunning wordt verleend vervalt de eerder aan deze gegadigde verleende ligplaatsvergunning. Artikel 14 Geldigheidsduur, intrekkings- en wijzigingsgronden 1. Een verleende vergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning is aangevangen met de zichtbare ingebruikname van de ligplaats als omschreven in de vergunning, tenzij met college hiervan uitdrukkelijk afwijkt in het besluit tot toekenning van de vergunning. 2. Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 9, eerste lid, de vergunning wijzigen of intrekken, indien: a. dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken en/of evenementen, b. het pleziervaartuig bedrijfsmatig wordt gebruikt. Artikel 15 Voeren vergunningsticker 1. Het college verstrekt jaarlijks een vergunningsticker aan de vergunninghouder. 2. De vergunninghouder is verplicht de vergunningsticker aan te brengen op zijn vaartuig. De vergunningsticker moet dusdanig aangebracht zijn dat deze van buitenaf goed zichtbaar is.
Hoofdstuk 5 Bedrijfsvaartuigen Artikel 16 Nadere regels omtrent vergunningverlening Het college stelt nader regels met betrekking tot het proces van vergunningverlening, waaronder begrepen maar niet beperkt tot - de vorm en inhoud van de aanvraag, de verdelings- en verleningssystematiek en de wachtlijst en de wijze van hanteren daarvan. Artikel 17 Karakter van de vergunning 1. Een voor een ligplaats verleende vergunning is aan de (rechts)persoon gebonden aan wie de vergunning is verleend. 2. In het geval van een faillissement van de in het eerste lid bedoelde (rechts)persoon vervalt de verleende ligplaatsvergunning van rechtswege. Artikel 18 Weigeringsgronden Een ligplaatsvergunning voor bedrijfsvaartuigen kan, naast het bepaalde in artikel 8, worden geweigerd indien: a. de aanvrager niet beschikt over een bedrijfsvaartuig en / of het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het indienen van de aanvraag met een bedrijfsvaartuig de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; b. de lengte van het bedrijfsvaartuig gelegen aan particuliere wal meer bedraagt dan de maat van het aan het water grenzende deel van het perceel waar de beoogde ligplaats is gesitueerd en waarvan de aanvrager eigenaar of gebruiker is. Artikel 19 Overdracht vergunning in geval van bedrijfsoverdracht en wijzigen rechtsvorm 1.
In afwijking van artikel 7 kan een vergunning voor een ligplaats voor een bedrijfsvaartuig worden overgedragen indien een vergunninghouder zijn gehele onderneming (waarin als activum de vergunning is opgenomen) of een afgebakend bedrijfsonderdeel (waarin als activum de vergunning is opgenomen) verkoopt en in eigendom overdraagt aan een derde.
20 / 48
2. In een situatie als bedoeld in het eerste lid of indien de vergunninghouder in een andere rechtsvorm wordt omgezet, melden de oude en de nieuwe vergunninghouder respectievelijk de vergunninghouder die zijn rechtsvorm wijzigt dit onverwijld schriftelijk aan het college. 3. De aanvraag voor de overschrijving van een vergunning wordt tenminste zes weken voor de juridische eigendomsoverdracht digitaal ingediend bij het college door middel van een formulier dat beschikbaar is op de website van de gemeente Leiden. 4. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst op de aanvraag zoals bedoeld in het derde lid. Deze termijn kan met acht weken worden verlengd. 5. De overschrijving van de vergunning wordt in ieder geval geweigerd indien niet wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Artikel 20 Het gebruik van de ligplaats 1. De vergunninghouder van: a. één of meerder ligplaatsen ten behoeve van bedrijfsvaartuigen kan van die ligplaatsen gebruik maken voor elk van zijn bedrijfsvaartuigen, mits daarbij de buitengrenzen van de individuele ligplaats niet worden overschreden, b.
aaneengesloten ligplaatsen ten behoeve van bedrijfsvaartuigen kan van die ligplaatsen gebruik maken voor elke van zijn bedrijfsvaartuigen - inclusief de tussen iedere ligplaats geprojecteerde twee-meter vaartuigvrije zone - mits daarbij de buitengrenzen van de gezamenlijk aaneengesloten ligplaatsen niet worden overschreden. 2. De vergunninghouder van een ligplaatsvergunning voor een bedrijfsvaartuig is verplicht het bedrijfsvaartuig op duidelijke wijze te voorzien van de naam van de vergunninghouder. Artikel 21 Voorschriften en beperkingen 1. De vergunning vermeldt de categorie of de categorieën bedrijfsvaartuigen waarmee de betreffende ligplaats mag worden ingenomen. 2. Het college kan aan de ligplaatsvergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken ter bescherming van het oogmerk van deze verordening. Artikel 22 Geldigheidsduur, intrekkings- en wijzigingsgronden 1. Een verleende vergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning is aangevangen met de zichtbare ingebruikname van de ligplaats als omschreven in de vergunning, tenzij het college hiervan uitdrukkelijk afwijkt in het besluit tot toekenning van de vergunning. 2. Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 9, eerste lid, de vergunning wijzigen of intrekken, indien: a.