CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief college B&W - reactie op Rekenkameronderzoek duurzaamheid d.d. 14 januari 2021 (LIS januari 2021, nr. 33)

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 11 maart 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bestuurlijke reactie college5.419 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Burgemeester en Wethouders

Retouradres: Postbus 9100, 2300 PC Leiden

Gemeente Leiden Bezoekadres Stadskantoor

Aan: de leden van de raad

Bargelaan 190 Postadres Postbus 9100 2300 PC Leiden Telefoon 14071 Website www.leiden.nl/gemeente

14 januari 2021 Z/20/1693737 Onderwerp Evaluatie duurzaamheidsbeleid door Rekenkamercommissie, dd. 26 november 2020 Datum

Contactpersoon

Ons kenmerk

Doorkiesnummer

Nanda van Beest 5326

Geachte leden van de raad, Op 2 december 2020 heeft u het onderzoeksrapport ‘Evaluatie duurzaamheidsbeleid gemeente Leiden’ van de Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp ontvangen. Het college ziet in de grondtoon van het onderzoeksrapport een bevestiging dat Leiden met de ingezette versnelling en intensivering van het duurzaamheidsbeleid in 2019 een goede richting heeft ingeslagen en ziet de aanbevelingen van de Rekenkamer als aanmoediging om onze inspanningen te optimaliseren. Leiden heeft een voortvarende aanpak, waarmee we zowel gedegen als enthousiast met de stad aan de slag zijn, ook al zijn zowel (financiële) middelen als invloed niet onuitputtelijk. Lokale effectiviteit vereist samenwerking, maar ook daadkracht. In deze brief lichten wij toe hoe we de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie inzetten om de doelstelling om in 2050 een duurzame stad te zijn te bereiken. Leiden maakt zich klaar voor de toekomst. We zijn verantwoordelijk voor ambitieuze doelen en die bereiken we niet alleen. Samenwerking met bewoners, maatschappelijke partners en ondernemers is hierbij cruciaal. We werken in kleine stappen aan een groot gezamenlijk doel: een gezonde, groene en leefbare stad. U ontvangt deze brief binnen de wettelijk gestelde termijn van 6 weken en op 21 januari krijgt u een nadere toelichting door de Rekenkamer in de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid.

Graag gaan wij in de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid op 11 februari 2021 met u in gesprek over de aanbevelingen uit dit onderzoek. Het rapport legt de focus op de programmadoelen uit de periode 2016-2020 en besteedt deels aandacht aan de versnelling die is ingezet in de periode 2019-2020. Deze versnelling is ingebed in het programma ‘Duurzame Stad’. Hierover is uw raad geïnformeerd met brieven Z/19/1348277 en Z/20/1495396. Ook heeft u eerder dit jaar besluiten genomen met de vaststelling van de uitvoeringsprogramma’s energietransitie, circulaire economie, duurzame mobiliteit en klimaatadaptatie en biodiverse vergroening. Daarnaast heeft u met het Financieel Perspectief Duurzame Stad een belangrijk instrument vastgesteld om de investeringen in de duurzaamheidsopgaven te versnellen. Iedere duurzaamheidsopgave bevindt zich in een eigen stadium. We informeren u graag per opgave. Eerst benoemen we welke duurzaamheidsdoelen reeds zijn omgezet in concrete uitvoeringsprogramma’s en projecten, hoe de aanbevelingen uit het onderzoek dit kunnen versterken en wat de raad de komende periode kan verwachten.

Datum

14 januari 2021

Kenmerk

Z/20/1693737

Pagina

Gemeente Leiden

2/9

De cyclische voortgangsrapportages aan de raad op de inhoudelijk thema’s volgen hun eigen planning en kunt u in het eerste kwartaal van 2021 tegemoet zien. De koers van de energietransitie Met de vaststelling van het uitvoeringsprogramma Energietransitie Gebouwde Omgeving 20202023 is onze ambitie voor deze opgave bepaald: een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050, waar geen aardgas meer gebruikt wordt voor de verwarming van de gebouwde omgeving, duurzame energie zo veel als mogelijk zelf wordt opgewekt en een flinke dosis aan energiebesparing is gerealiseerd. Deze ambitie sluit aan op de landelijke doelstellingen, onlangs gepresenteerd in het nieuwe Klimaat- en Energieakkoord. Dit uitvoeringsprogramma heeft als strategisch kader, met daarin verschillende uitgangspunten voor de uitvoering en een afwegingskader voor toekomstige ontwikkelingen, het handelingspersectief energietransitie meegekregen, dat voor het zomerreces van 2020 in uw raad is vastgesteld. Binnen het huidige uitvoeringsprogramma wordt concreet werk gemaakt van de uitvoering van de energietransitie. Dit document biedt een overzicht van acties die per uitvoeringslijn worden ingezet. Met een looptijd van vier jaar worden in dit domein concrete stappen gezet. Dit was ook zo binnen de reeds afgesloten Duurzaamheidsagenda 2016-2020.

Dat er concrete stappen worden gezet in de energietransitie, wordt terecht bij de bevindingen door de Rekenkamer genoemd. Daarbij merkt de Rekenkamer op dat de gemeente nog niet op koers ligt om de doelstellingen die zijn vastgesteld te halen. Hierbij noemt zij specifiek de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie en de reductie van CO2. Aan het einde van deze paragraaf informeren wij u hoe we hier vervolg aan geven. Wij vinden het belangrijk om u in deze brief mee te nemen hoe binnen dit thema acties worden uitgezet die leiden tot resultaat. Zo faciliteren we binnen de uitvoeringslijn energiebesparing een netwerk van wijkambassadeurs die in nauw contact staan met bewoners en diverse wijkacties hebben georganiseerd. We hebben onze samenwerking met lokale bewonersinitiatieven geïntensiveerd, met als resultaat allerlei communicatie-acties en wijkavonden. Dit doen we omdat we contact met de stad en de daaruit voortvloeiende toename in draagvlak belangrijk vinden. Daarnaast wordt op dit moment gewerkt aan een Energiefonds waar o.a. bewonersinitiatieven beroep op kunnen doen. Tevens heeft Erfgoed Leiden in 2020 maatwerkadviezen geschreven voor circa 185 historische woningen. Komend jaar gaan zij in samenwerking met het Duurzaam Bouwloket een grootschalige inventarisatie doen van woningen in de Zuidelijke Schil.

Hiermee wordt zo’n 2.000 woningeigenaren inzicht geboden in verduurzamingsmaatregelen die geschikt zijn voor hun woning. In 2020 heeft het Duurzaam Bouwloket al verschillende woningtypes in de Vogelwijk en het Houtkwartier geïnventariseerd en daarop aansluitende webinars georganiseerd. De gemeente ondersteunt niet alleen particuliere woningeigenaren, maar biedt ook gratis energiescans aan VvE’s en het MKB. In 2020 zijn er 22 scans aangevraagd en uitgevoerd. Daarbij verzorgt de Omgevingsdienst ondersteuningstrajecten vanuit hun rol als handhaver en boekt hierin, zelfs in deze economisch lastige tijden, mooie resultaten. Het college streeft hierbij naar een aanpak van verleiden en ondersteunen, en niet gelijk naar een aanpak met strenge naleving en handhaving. We zorgen bovendien dat er voldoende kennis en kunde is in de stad voor het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen. We zijn een actie gestart om Leidse installateurs en leerlingen van het MBO Rijnland op te leiden in het waterzijdig inregelen van radiatoren en het verlagen van de temperatuur van de cv-ketel. We hebben dit jaar bij alle ruim 25.000 koopwoningen teGoedbonnen ter waarde van €70 bezorgd. Deze zijn in te zetten voor kleine, energiebesparende maatregelen in huis. Inmiddels zijn bijna een kwart van de bonnen ingewisseld.

Binnen de uitvoeringslijn duurzaam opwekken zijn diverse acties opgezet die hebben geleid tot realisatie van meer duurzame energie. 2020 was in Leiden het Jaar van het Dak. Deze campagne werd gevoerd om de aanleg van zonnepanelen en groene daken te stimuleren. Eind 2020 kwam een ‘zonnekaart’ online – een website waarop Leidenaren kunnen zien of en hoeveel zonnepanelen op hun dak kunnen worden geplaatst. Dankzij de verruiming van de

Datum

14 januari 2021

Kenmerk

Z/20/1693737

Pagina

Gemeente Leiden

3/9

welstandsnota zijn de regels voor het aanleggen van zonnepanelen binnen de Zuidelijke Schil ruim versoepeld. Ook investeert het college grootschalig in de verduurzaming van het eigen vastgoed, worden er bijvoorbeeld komende jaren 4.000 zonnepanelen op de daken gelegd en is een energiecoordinator aangesteld die verantwoordelijk is voor de energiehuishouding van de gemeente als organisatie zelf. Dit wordt terecht opgemerkt door de Rekenkamer. Een opgave van de schaal van de energietransitie vergt daarnaast veel samenwerking met diverse partijen binnen en buiten de stad. Daarom hebben we dit jaar prestatieafspraken gesloten voor 2020-2024 met woningcorporaties, waarvan zo’n twintig afspraken betreffende de energietransitie. Ook hebben we met de overige regiogemeenten een concept-RES voor Holland-Rijnland opgesteld waarin potentiële warmtevoorzieningen en verdeling van warmte in kaart worden gebracht. We blijven verder in gesprek met netbeheerders om de toekomstbestendigheid van het elektriciteitsnet te waarborgen. Hierover is uw raad voor het zomerreces van 2020 geinformeerd. Ditzelfde geldt voor alle inspanningen die het college doet ten aanzien van de realisatie van een warmtetransportleiding. Hierover bent u geinformeerd. Mocht dit op termijn tot daadwerkelijke realisatie leiden, slaat de gemeente hier een grote slag mee.

Dit soort grote projecten hebben echter wel een lange adem nodig. Binnen de uitvoeringslijn omschakelen naar een aardgasvrije stad worden grote stappen gezet. Zo is de coalitie Leiden Aardgasvrij, een samenwerking tussen stakeholders in de aardgasvrije opgave waarin gemeentelijke plannen worden getoetst, opgezet en versterkt. Tot slot hebben we veel werk verzet in de wijken Zuidwest, Meerburg, en Stevenshof. Dat dit in veel gevallen nu nog niet altijd tot resultaat leidt, toont aan dat de opgave lastig en soms ondoorgrondelijk is. Het college is des te contenter dat er bijvoorbeeld bij enkele particuliere initiatieven en corporatie-renovaties van de Centrale Blokken en de Agaatlaan grootschalige stappen worden gemaakt in het aardgasvrij maken van grote aantallen woningen. Afsluitend over de resultaten van afgelopen jaar merkt het college graag op dat er werk wordt gemaakt van de overkoepelende aansturing van de energietransitie. Begin 2021 is er een kwantitatieve routekaart die de route naar een klimaatneutrale stad uitstippelt. Deze actie is in lijn met de constatering die de Rekenkamer doet. Het blijft lastig om in deze nieuwe opgave scherp te krijgen of de gestelde doelen ook daadwerkelijk gehaald dan wel binnen handbereik zijn. Hiervoor is een scherper beeld op realistische doelen door de tijd heen, indicatoren en streefwaarden nodig.

Hiervoor wordt, op basis van de routekaart, een voorstel bij de aankomende Kaderbrief gedaan. Daarbij merken we op dat we aan het begin staan van de energietransitie, waarbij bijvoorbeeld rollen, kaders, instrumentarium, financiering en meer nog niet altijd duidelijk is. Dit zorgt er mede voor dat een actie die als gemeente wordt ingezet ook niet altijd direct vertaald wordt in een kwantitatieve uitwerking. Sterker nog, misschien is het in de fase waarin de energietransitie zich op dit moment bevindt ook relevanter om te werken aan draagvlak, samenwerkingen, perspectieven en kleine projecten. Het college deelt de mening van de Rekenkamer dat dit uiteindelijk natuurlijk altijd moet leiden tot zichtbaar resultaat, uit te drukken in concrete indicatoren. Bij de verdere uitwerking wordt hier expliciet rekening mee gehouden. Het kompas van de klimaatadaptatie & biodiverse vergroening Met de vaststelling van het uitvoeringsprogramma 2020-2023 is onze ambitie voor deze opgave bepaald: in 2050 is Leiden een klimaatbestendige stad, is de stad zichtbaar groener geworden en is de biodiversiteit vergroot. Deze ambitie sluit aan op de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, waarin als doel is gesteld dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig is ingericht voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen.

Nederland, en zeker Leiden als dichtbebouwde stad, heeft daarmee een flinke opgave. Het komt aan op goede timing en samenhang van maatregelen, op samenwerking met de stad en op effectieve inzet van de beschikbare middelen. Hoe we dat doen staat in het uitvoeringsprogramma. Hier zijn de doelen om de ambitie te concretiseren gekoppeld aan verschillende inspanningen. Een goed voorbeeld van de Leidse aanpak is het programma van wijkvervangingen, waarbij we de komende jaren 6 wijken integraal voorbereiden op een

Datum

14 januari 2021

Kenmerk

Z/20/1693737

Pagina

Gemeente Leiden

4/9

klimaatbestendige toekomst. Deze wijken, met een gezamenlijke omvang van ca. 540.000 m², oftewel 80 voetbalvelden zijn straks klaar een voor een toekomst waarbij het vaker hard regent en er langdurige hete periodes zijn. De riolering wordt vernieuwd en voorzien van gescheiden afvoer van afval- en hemelwater; we reserveren ondergronds ruimte voor de energietransitie; we voegen groen toe en doen dat met slimme keuzes ter versterking van de biodiversiteit; we hergebruiken zo veel mogelijk verhardingsmaterialen; we faciliteren duurzame mobiliteitsvormen. De keuze welke wijken we aanpakken wordt bepaald door een combinatie van planningen van rioolvervanging, energietransitie en verstedelijkingsprojecten, en daarmee ook door de mogelijkheid om investeringsbudgetten te bundelen. Deze werkwijze betekent dat de wijkvervangingsprojecten betaalbaar zijn. Het tempo wordt mede bepaald door de vraag welke projecten in hetzelfde tijdvak kunnen worden uitgevoerd terwijl tegelijk de stad bereikbaar blijft. Ook dit is dus maatwerk. Met de lopende projecten en de tot 2030 geplande projecten liggen we in relatie tot onze ambitie goed op koers als we kijken naar het gerealiseerde deel van het areaal. Uiteraard blijven er grote vraagstukken voor de periode daarna over, niet in het minst in het compacte historisch centrum van de stad.

Het aanpassen van de stad aan deze opgaven vraagt om innovatie en nieuwe kennis. Het onderzoeksrapport van de Rekenkamer constateert dat Leiden in netwerken als SPONGE, BiodiverCities en het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland hiervoor kennis uitwisselt, bijvoorbeeld met andere steden, ministeries en kennisinstituten. Andere voorbeelden die genoemd zouden kunnen worden zijn het netwerk KANS (Klimaatadaptatie Nederlandse Steden) en de City Deal Openbare Ruimte, die Leiden onlangs heeft gesloten. We maken deel uit van deze netwerken, omdat we op deze opgave als één van de koplopers gelden en voor partners aantrekkelijk zijn in verband met onze kennis en netwerken (zoals in de City Deal en BiodiverCities). Om de doelen te halen moeten we echter ook gewoon beginnen en leren. Onze aanpak kenmerkt zich dan ook door een sterke uitvoeringsgerichtheid, waarbij we leren van de praktijk, en in de tussentijd nauwlettend de technologische ontwikkelingen volgen voor toekomstige projecten. We zijn er dan ook trots op dat in het Noorderkwartier Oost de schop de grond in is en de andere wijken binnenkort volgen. De Rekenkamer constateert terecht dat de indicatoren voor groen, biodiversiteit en klimaatadaptatie in de begroting nog beperkt zijn. Dit speelt niet alleen in Leiden.

In de landelijke netwerken waar we bij zijn aangesloten wordt ook gezocht naar goede indicatoren voor deze opgaven. Bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma is er weloverwogen voor gekozen om aan te sluiten bij de instrumenten die zullen voortvloeien uit deze landelijke verkenningen, om de juiste scherpte en reikwijdte te kunnen vatten bij de monitoring van doelen. De indicatoren in de begroting zijn echter niet de enige manier voor uw raad om de voortgang te toetsen. We maken de voortgang van de vergroening in de stad sinds kort jaarlijks zichtbaar in een Groenrapportage en daarnaast ontvangt u de diverse kader- en uitvoeringsbesluiten. De indicatoren in de begroting kunnen echter wel aangescherpt worden. Bij de komende Kaderbrief doen we een voorstel voor het aanscherpen van de indicatoren. Voor de keuze van indicatoren zijn we afhankelijk van beschikbare data. We maken graag van de gelegenheid gebruik een aantal meetbare resultaten te noemen die wij structureel bijhouden op het gebied van vergroening en biodiversiteit: we hebben dit jaar 160.000 m2 gazon omgezet in ecologische bermen, we voeren 29 adviezen van de stadsecoloog uit, we hebben ruim 2500 convenanten met bewoners afgesloten voor vergroening en zelfbeheer, we hebben 27 locaties van de Groenekansenkaart vergroend en we hebben 540.000 m2 aan areaal in voorbereiding om klimaatadaptief in te richten.

De Rekenkamer constateert daarnaast ook dat we sterk inzetten op stimulering in plaats van regulering. De helft van het grondgebied in de stad is particulier eigendom. Als gemeente vragen we daarom ook inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om mee te doen. Dit doen we met verschillende projecten zoals Samen aan de Slag, het Jaar van het Dak om het vergroenen van daken te stimuleren en in 2021 met het Jaar van de Tuin om het vergroenen van tuinen te stimuleren. Met de hemelwaterverordening (ver)nieuwbouw is de eerste stap gezet voor regulering door van ontwikkelaars waterberging op eigen terrein te eisen. En ook in de verschillende kaders die uw raad meegeeft aan ontwikkelaars worden steeds meer eisen en

Datum

14 januari 2021

Kenmerk

Z/20/1693737

Pagina

Gemeente Leiden

5/9

wensen ten aanzien van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen opgenomen. Daarnaast zal de vraag van uw raad over of differentiatie in de rioolheffing haalbaar en effectief is komend jaar met u worden onderzocht. Het werken aan de thema’s klimaatadaptatie, vergroening en biodiversiteit is een integraal onderdeel van de organisatie in beleid, ontwerp, projecten, beheer, inkoop en communicatie geworden. Hoewel niet in een indicator te vangen, is dit een belangrijk resultaat van de afgelopen jaren, waar we de komende periode de vruchten van plukken. Via de reguliere P&Ccyclus brengen we de voortgang en eventuele bijsturingsvoorstellen in beeld. De strategie van circulaire economie Met de vaststelling van de strategie en het uitvoeringsprogramma 2020-2023 is onze inzet voor deze opgave bepaald: komende jaren ligt de focus op de onderwerpen bouw, verwaarden van materiaalstromen en MVI. En dat doen we door samen te leren en te communiceren. Hiermee werken we gericht aan de circulaire economie: een samenleving zonder afval, waarin producten na gebruik opnieuw waarde krijgen. Deze transitie naar een circulaire, duurzame economie is een bijzonder omvangrijke opgave: het is een relatief nieuw thema dat voortbouwt op ‘duurzaam ondernemen’ en het bestaande afvalbeleid.

Nederland wil het einddoel al over 30 jaar bereikt hebben, waarbij het gaat om veranderingen in techniek, beleid en gedrag van heel veel verschillende partijen: bestuur, inwoners en bedrijven. Om al deze partijen in beweging te krijgen, kunnen we als gemeente inspireren, stimuleren en samenwerking organiseren. Maar we kunnen niet afdwingen. Daar komt bij dat de voortgang van de transitie op lokale schaal vooralsnog niet direct meetbaar is. Desondanks zijn in de programmabegroting 2021 nieuwe indicatoren opgenomen van de effecten die we willen bereiken: meer werkgelegenheid in toekomstbestendige ‘circulaire’ banen, minder restafval en meer circulaire bouwprojecten. Het speelveld voor circulaire economie is dus complex: weinig data, een diversiteit aan veranderingen, veel actoren, hoge tijdsdruk en weinig directe sturingsmogelijkheden. Dat betekent dat niet van alle activiteiten direct meetbaar resultaat verwacht kan worden: vaak kun je kansen verzilveren doordat je eerder hebt geïnvesteerd in activiteiten die alleen indirect bijdragen aan de doelstellingen. De inzet is een mix van activiteiten met meetbaar resultaat op de korte termijn (eigen bouwprojecten, MVI), concrete producten die later effect opleveren (verwaarden van materiaalstromen, circulaire woningbouw) en meer onderzoekende en verbindende inzet (kennisontwikkeling, netwerkbijeenkomsten, communicatie).

Zo geven we samen vorm aan een duurzaam en circulair Leiden in 2050. Met het onderdeel ‘circulaire bouw’ hebben we als kennisstad snel toonaangevende inzichten in de mogelijkheden en effecten van circulaire bouw opgedaan. We hebben geleerd dat circulaire woningbouw tot 2030 net zoveel CO2 kan besparen als de jaarlijkse uitstoot van de gehele Leidse gebouwde omgeving. We weten nu dat de doelen haalbaar zijn, maar dat we daarvoor verschillende strategieën moeten inzetten. En we grijpen kansen in de combinatie met de verstedelijkingsopgave, door bijvoorbeeld steeds meer circulaire producten (hergebruik bruggen, steiger, straatstenen) en mogelijkheden van houtbouw te ontwikkelen. In de wethoudersbrief, circulaire bouwbrief, die u onlangs heeft ontvangen, hebben we u hier een update over gegeven. In de eigen bouwprojecten, waar tot 2023 de primaire focus op gericht is, werken we in de communicatie en vertaling naar de praktijk zoveel mogelijk samen met klimaatadaptatie en biodiverse vergroening. Omdat we voor een circulaire (bouw)economie niet alleen aan de lat staan, proberen we onze kennis, inzichten en ervaringen te delen in samenwerkingen met ketenpartners en andere overheden. Daarom nemen we bijvoorbeeld deel aan coalities en convenanten zoals Cirkelregio-071, Betonakkoord en de Citydeal Circulair en Conceptueel Bouwen.

Het Rekenkamercommissie-onderzoek laat zien dat we in Leiden resultaten boeken op afvalinzameling; zowel met de introductie van nascheiding van plastic, metalen verpakkingen en drankenkartons als met de invoering van minicontainers voor papier verwachten we

Datum

14 januari 2021

Kenmerk

Z/20/1693737

Pagina

Gemeente Leiden

6/9

meetbare effecten ten aanzien van (rest)afval. Ook benoemt het rapport de introductie van de statiegeldbekers als een nationale showcase. Daar zijn we inderdaad trots op; de Leidse ondernemers en inwoners hebben dit tot een succes gemaakt! Met de vaststelling van het afvalpreventieplan zetten wij komende jaren verder in op preventie. Daarnaast hebben we de subsidieregeling Circulair Verwaarden vastgesteld, waarmee we initiatiefnemers in de gelegenheid stellen om concrete projecten uit te voeren die nieuwe waarde creëren uit materiaalstromen. Zo werken we ook aan kansen voor nieuwe bedrijvigheid, en leren we samen met de stad waar goede mogelijkheden zijn om de circulaire economie, in onderlinge samenwerking, verder te versterken. Ten slotte is het thema ‘maatschappelijk verantwoord inkopen’ (MVI) en de rol van de interne organisatie. Dit is, zoals de Rekenkamercommissie terecht signaleert, inderdaad een traject van lange adem. MVI is inhoudelijk veelomvattend (van sociaal tot innovatie, van MKB-vriendelijk tot circulair), de ambitie en (financiële) haalbaarheid is vaak niet direct duidelijk en het gaat over heel veel verschillende inkooptrajecten overal in de organisatie. Er is geen pasklare oplossing om zo’n opgave goed geïmplementeerd te krijgen, dat vergt tijd en aandacht, waarbij het resultaat niet direct zichtbaar is. Er zijn echter genoeg goede voorbeelden.

Om er een paar te noemen: de inkoop van de bushokjes die genomineerd was voor de Koopwijsprijs, we versterken de kennis en kunde om vaker milieukosten te scoren, we gaan via onze inkoop bijdragen aan Zero Emissie Stadslogistiek. Dit soort goede voorbeelden versterken en benutten we om toe te werken naar een MVI Actieplan 2.0, dat we eind 2021 hopen vast te stellen. Door in dat Actieplan verder in te gaan op de doelen, rolverdeling en wijze van borging in de organisatie, verwachten we in de toekomst nog veel meer goede voorbeelden van innovatieve en duurzame inkooptrajecten en maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering. Het nieuwe normaal van mobiliteit – Leiden Duurzaam Bereikbaar Veel van het achterliggende beleid voor duurzame mobiliteit is recentelijk tot stand gekomen en/of vastgesteld. Daardoor zijn de impact en de effecten van dit beleid nog niet goed zichtbaar en/of inzichtelijk. Voor de zomer 2020 is de Mobiliteitsnota Leiden Duurzaam Bereikbaar vastgesteld waarin onze ambitie voor een modal shift naar schone mobiliteit zoals te voet, fietsen en openbaar vervoer het uitgangspunt is. Hoe deze ambitie te bereiken is, is verder vastgelegd in de parkeervisie (die ook voor de zomer is vastgesteld) en de beleidsprogramma’s fiets en voetganger en de Agenda Autoluwe Binnenstad die rond dit tijdstip ter besluitvorming voorliggen.

Bij al deze nota’s is uitvoerig geparticipeerd met verschillende belanghebbenden. Ook bij de verdere uitwerking en uitvoering worden zij betrokken. De uitvoering, die is opgenomen in het uitvoeringsprogramma Leiden Duurzaam Bereikbaar, is reeds ter hand genomen. Voorbeelden hiervan zijn de onlangs vastgestelde beleidsregel parkeernormen, de aanpassing van de parkeerverordening, maar ook de nieuwe beleidsregel elektrisch laden, waarbij het strategisch plaatsen van laadpalen mogelijk gemaakt is. Met het ondertekenen van het convenant Zero Emissie Stadsdistributie (voor vracht- en bestelverkeer) in december 2020 is een belangrijke stap gezet naar het verbeteren van het leefklimaat in de binnenstad. Zo draagt alleen al het vrachtverkeer In Leiden voor 1/3 bij de vervuilende uitstoot en zal een ZE zone vracht en bestel een aanzienlijke verschoning van de luchtkwaliteit opleveren. Daarbij streven wij naast de overige maatregelen die we hebben afgesproken in het kader van het Schone Lucht Akkoord met het Rijk naar een vermindering van 13 % NOx en 7% minder PM10 (fijnstof).

Enkele maatschappelijke koplopers, als Inzamelhelden (emissievrije afvalinzameling), HerenDoeza (bezorging per elektrische bakfiets), Cityhub (overslagpunt) en Citybarge (elektrische boot), zijn ook al goed op weg met het zero emissie bevoorraden en de gemeente zelf draagt daar zelf ook bij door bijvoorbeeld elektrische veegwagens in te kopen, naast de duurzame bushokjes die we aanbesteed hebben. Bovendien werken wij aan verdere uitwerking van ZE-inkoop en -aanbesteding. Ook is er specifieke aandacht voor de retour- en afvalstromen (circulair) in dit proces zoals met (elektrisch) vervoer over water.

Datum

14 januari 2021

Kenmerk

Z/20/1693737

Pagina

Gemeente Leiden

7/9

Het fietsen wordt op verschillende manieren gestimuleerd. De Rekenkamer merkt al op dat de streefwaarden voor het aantal fietsritten voor 2020 (66.500 fietsritten) al in 2016 en 2017 (72.300) werden behaald. Wij blijven inzetten op de verandering naar meer fietsbewegingen (40% meer in 2030) door het verbeteren van fietsverbindingen en fietsvoorzieningen. Zo merkt het onderzoeksbureau van de Rekenkamer tot ons genoegen op dat de Leidse Ring Noord intussen omgevormd is tot een project dat de modal shift naar schoon vervoer faciliteert, waarbij grootschalige investeringen in een sterk verbeterde fietsinfrastructuur langs het gehele traject integraal onderdeel zijn geworden van het nieuwe beleid. Ten slotte werken we met onze partners samen aan het verbeteren van het openbaar vervoer, bijvoorbeeld via de propositie Knooppunt Leiden Verbindt, en zetten we in op het bevorderen van deelmobiliteit middels het faciliteren van laadpalen voor e-auto’s en het verstrekken (onder voorwaarden) van deelauto-parkeervergunningen en laadvoorzieningen. Ook worden op het gebied van mobiliteit de al bestaande wettelijk mogelijkheden ingezet om duurzame doelstellingen te bereiken. Zo hebben we de parkeertarieven aangepast, zodat we gebruikers prikkelen om te kiezen voor schoon vervoer terwijl we tegelijkertijd de extra inkomsten investeren in duurzame (vervoers)alternatieven.

Wij zijn blij dat de Rekenkamer concludeert dat we een groot aantal effectieve maatregelen inzetten om de mobiliteit te verduurzamen. De Rekenkamer merkt ook op dat de middelen van het thema wat versnipperd zijn; dit heeft te maken met reikwijdte van het thema duurzame mobiliteit zelf. De integraliteit en de middelen worden echter geborgd in kader van Leiden Duurzaam Bereikbaar en de Agenda Autoluwe Binnenstad. Daarnaast beveelt de Rekenkamer het nader vastleggen van de doelen van het duurzaamheidsbeleid aan. In het kader van onze jaarbegroting zijn al indicatoren benoemd. Daarnaast sluiten wij op enige terreinen aan bij regionale indicatoren. Zo zal binnenkort de regionale laadvisie door college en raad worden vastgesteld. Een belangrijke indicator hierbij vormt de realisatie van het aantal laadpalen. Hierbij sluiten we als gemeente aan bij de indicatoren zoals genoemd in de Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL; van de huidige ca. 220 laadpalen naar 700 laadpalen in 2025 ) en ook zullen we aansluiten bij indicatoren zoals genoemd in de RES ten aanzien van duurzame mobiliteit. Daarnaast zal in het kader van de Mobiliteitsnota en de voortgang van de projecten die in het kader van Leiden Duurzaam Bereikbaar worden uitgevoerd, gekeken worden hoe een set passende en zinvolle indicatoren kunnen worden ontwikkeld die inzicht geven in het bereiken van de doelstellingen.

We staan aan het begin van een verandering naar meer duurzame mobiliteit. De snelheid waarmee deze verandering vorm krijgt is niet alleen afhankelijk van onze voorwaardenscheppende inzet, maar vooral van de bereidheid van de verkeersdeelnemers om hun vervoerswijze aan te passen. Veel voorwaarden realiseren we samen met onze partners. Samenvattend Het bovenstaande maakt duidelijk dat iedere duurzaamheidsopgave een eigen tijdpad doorloopt. We onderkennen de diversiteit in fasering en opdrachten en zullen dus blijvend al doende leren en bijstellen. Dat geldt ook voor het formuleren van indicatoren. Waar we de bestaande indicatoren kunnen aanvullen met nieuwe indicatoren die meerwaarde bieden, zullen wij dit in de P&C-cyclus per opgave voorstellen. Hier komen we op terug bij de eerstvolgende Kaderbrief. Waar wij menen dat het verstandig is om aan te sluiten bij landelijk te ontwikkelen indicatoren, geven wij dit aan. Bij de inzet van de beschikbare capaciteit geven wij prioriteit aan daadwerkelijke realisatie van projecten en integratie van duurzaamheidsdoelen in alle activiteiten van de gemeente. Wij zien duurzaamheid niet als een apart thema, maar als werkwijze die past bij de transformatie die we in de komende decennia vormgeven.

Via de jaarlijkse actualisatie van de uitvoeringsprogramma’s (waarin de projecten in onderlinge samenhang zijn opgenomen) en de reguliere P&C-cyclus brengen we de voortgang en deze indicatoren in beeld.

Datum

14 januari 2021

Kenmerk

Z/20/1693737

Pagina

Gemeente Leiden

8/9

In dat licht zijn we dan ook van mening dat de aanbevelingen van de Rekenkamer aan het college en de gemeenteraad voor een groot deel in de tweede helft van 2020 in gang zijn gezet en dat we voortvarend aan de slag zijn. We vatten dit hieronder samen.

Aanbevelingen Rekenkamercommissie aan het college • Maak duidelijk welke andere partijen nodig zijn voor het realiseren van doelstellingen, maak daarover afspraken en stuur daar ook op. Hierboven hebben we per opgave met een aantal voorbeelden geschetst hoe we per project helder maken, welke partijen nodig zijn om de doelstellingen te realiseren. Voor iedere opgave hebben we de samenwerking passend vorm gegeven en sturen we op samenwerking en realisatie. • Zorg voor een samenhangend overzicht van projecten en de beoogde en gerealiseerde bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen. De uitvoeringsprogramma’s en voortgangrapportages geven een overzicht van projecten en doelstellingen, die jaarlijks gebundeld worden in een integrale voortgangsbrief in het voorjaar, in het Financieel Perspectief Duurzame Stad en in de reguliere stukken van de P&C-cyclus. Bij de Kaderbrief zullen we voorstellen doen voor aanscherping en aanvulling van indicatoren waar mogelijk. Het overzicht van de doelstellingen, streefwaarden en indicatoren uit de programmabegroting 2020, zoals opgenomen in bijlage B van het onderzoeksrapport, kan als leidraad dienen voor de toekomstige manier van rapporteren.

Aanbevelingen Rekenkamercommissie aan de gemeenteraad Het valt op dat de Rekenkamercommissie de evaluatie van het Programma Duurzaamheid ook heeft benut om advies te geven over de uitvoeringsprogramma’s van de afzonderlijke thema’s, welke medio 2020 in gang zijn gezet. Deze uitvoeringsprogramma’s zijn, zoals hierboven in de brief is toegelicht, veelomvattend, bevatten een duidelijke koers met indicatoren en afstemmingsmomenten met de raad en de stad. Het Financieel Perspectief Duurzame Stad is hiervoor het financieel kader en meetbare indicatoren zijn onderdeel van de programmabegroting. Het college volgt de landelijke trends om, indien gewenst, een voorstel tot bijsturing met de Kaderbrief aan uw raad voor te leggen. Het college zet volop in op de kansen die er liggen waar zij zelf invloed op heeft maar verliest tegelijkertijd de samenwerking met de stakeholders in de stad niet uit het oog en faciliteert bewoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers bij de verduurzaming van hun eigen omgeving. Het is aan de raad om de keuze te maken om de frequentie van informeren en raadplegen over het ingezette beleid te bepalen. 1. Vraag het college om inzichtelijk te maken welke extra tussendoelen worden beoogd en welke middelen worden ingezet om de eerder vastgestelde en toekomstige doelstellingen te halen.

Het college heeft in de uitvoeringsprogramma’s, de P&C-cyclus en daarmee ook het Financieel Perspectief concreet aangegeven aan welke doelstellingen wordt gewerkt en welke middelen hiervoor worden benut. De aanbeveling om extra tussendoelen te formuleren kunnen wij niet goed plaatsen, evenals de verwijzing naar eerder vastgestelde doelstellingen. 2. Stel samen met het college vast via welke indicatoren de realisatie van het duurzaamheidsbeleid wordt bijgehouden. In de P&C-cyclus stellen wij de indicatoren vast. In de programmabegroting zijn deze al opgenomen. Voorstellen voor aanvullingen, waar mogelijk, doen wij uw raad in de Kaderbrief. 3. Vraag het college om de samenhang tussen de duurzaamheidsprojecten, hun kosten en (beoogde) effectiviteit inzichtelijk te maken. Hierboven hebben wij aangegeven dat dit in de vastgestelde uitvoeringsprogramma’s, de P&C-cyclus en het Financieel Perspectief inzichtelijk is gemaakt. In aanvulling zal het college u jaarlijks blijven informeren met een integrale duurzaamheidsbrief in het eerste

Datum

14 januari 2021

Kenmerk

Z/20/1693737

Pagina

Gemeente Leiden

9/9

4.

5.

6.

7.

8.

kwartaal, zoals wij u sinds 2019 toesturen. Voorliggende brief mag u als de editie van dit jaar beschouwen, begin 2022 ontvangt u de nieuwste versie. Vraag daarbij met name om in te gaan op het bredere instrumentarium: handhaving en fiscale instrumenten. Hierboven zijn we concreet per opgave ingegaan op de ingezette en in te zetten instrumenten. We gaan graag het gesprek met uw raad aan over mogelijke aanvullingen. Ga regelmatig het met college in gesprek over de uitvoeringsprogramma’s. Wij gaan graag met uw raad hierover in gesprek, zoals we hierboven bij de verschillende opgaven hebben geschetst. Geef prioriteit aan die zaken waar de gemeente zelf invloed op heeft. Wij investeren fors in de duurzaamheidsopgaven en kunnen met deze investeringen invloed aanwenden om doelen te realiseren. Hierboven hebben we echter aangegeven dat de samenwerking met organisaties, ondernemers en bewoners cruciaal is om effectief te zijn, draagvlak te hebben voor ingrijpende veranderingen en ook cofinanciering te krijgen. Maak afspraken met het college over hoe de raad duurzaam wordt geïnformeerd over het realiseren van de doelstellingen, de ingezette instrumenten en de gemoeide kosten. In aanvulling op de verantwoording die per opgave plaatsvindt in het kader van de P&Ccyclus ontvangt u per opgave voortgangsrapportages, of zult u deze dit jaar voor het eerst ontvangen.

Zie verder ook onze reactie onder 3. Evalueer jaarlijks gezamenlijk en in samenhang de effectiviteit van de ingezette instrumenten. Wij stellen voor dat dit het onderwerp van gesprek is in het kader van de P&C-cyclus, waarbij de raad aan de hand van voorstellen in bijvoorbeeld de Kaderbrief kan oordelen over de samenhang en effectiviteit van de instrumenten.

Het college blijft zich inzetten om samen met de stad de schouders te zetten onder de verduurzaming van onze stad. We beseffen terdege dat een transitie van dergelijke omvang om regelmatige bijsturing vraagt, soms slechts kleine stappen kunnen worden gezet, maar dat we met elkaar het gezamenlijk doel, een gezonde, groene en leefbare stad nastreven. We vinden het belangrijk om de raad hierin mee te nemen. Graag gaan we met u in gesprek over de bevindingen van de Rekenkamer en de ontwikkelingen die wij in gang zetten om van Leiden een toekomst- en klimaatbestendige stad te maken.

Hoogachtend,

Burgemeester en Wethouders van Leiden, de Secretaris, de Burgemeester,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9690035/2