Breedveld e.a. - bedrijventerrein Rooseveltstraat 2017.32170 17 mei 2021 inspraakreactie Gebiedsvisie Roosevelt West FG
Tekst van het document
Per email griffie@leiden.nl Gemeente Leiden De gemeenteraad Postbus 9100 2300 PC LEIDEN
Behandeld door Telefoon Mobiel E-mail Onze referentie Uw referentie Plaats / Datum
Dhr. mr. F.P. van Galen, Advocaat, partner +31 71 535 80 50 +31 6 10 41 12 45 vangalen@tk.nl Breedveld e.a. /Bedrijventerrein Rooseveltstraat, 2017.32170, FG Gebiedsvisie Roosevelt West Leiden , 17 mei 2021
INSPRAAKREACTIE GEBIEDSVISIE ROOSEVELT WEST T.B.V. DE COMMISSIEVERGADERING SO VAN 18 MEI 2021
Geachte leden van de raad, Tot mij wendden zich 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Breedveste B.V., gevestigd te Leiden, 2. de heer R.H. Breedveld sr., alsmede de heer R.H. Breedveld jr., beiden wonende te Leiden, en 3. de (rechts)personen genoemd op de bijlage bij deze inspraakreactie, hierna te noemen: “de ondernemers”, allen eigenaren/huurders van percelen op het bedrijventerrein Rooseveltstraat en Trekvliet respectievelijk ondernemers gevestigd op dat bedrijventerrein, met het verzoek om namens hen schriftelijk te reageren op het ontwerp van de Gebiedsvisie Roosevelt West. De ondernemers constateren dat aan uw raad nu de fundamentele keuze wordt voorgelegd of al dan niet het gedeelte van het bedrijventerrein Rooseveltstraat en Trekvliet aan de westzijde van de Rooseveltstraat tot een gemengd woon- werkgebied wordt getransformeerd met alle gevolgen van dien. De ondernemers hebben op 28 juli 2020 een inspraakreactie kenbaar gemaakt op de startnotitie, waarin zij hun bezwaren tegen de transformatie al eens naar voren hebben gebracht. Wij constateren dat het voorstel nog altijd uitgaat van een transformatie van een belangrijk deel van het bedrijventerrein naar een gemengd gebied met wonen.
Vondellaan 51 Postbus 201 2300 AE, Leiden
T +31 71 535 80 00 F +31 71 535 80 01 I www.tk.nl
KvK
Omschrijving bedrijventerrein De ondernemers constateren dat opnieuw in de Gebiedsvisie een onjuist beeld wordt geschetst van de aard van het bedrijventerrein. Op pagina 9 is bijvoorbeeld opgemerkt: “In het gebied zelf en aan de oostzijde van het gebied bestaat het levendige bedrijventerrein Rooseveltstraat. Gebruikers uit Leiden en omstreken komen naar dit gebied, dat een diversiteit aan functies huisvest: een yoghurtfabriek, boulderhal, boksschool, maar ook verfwinkels en showrooms.” Daarmee wordt ten onrechte de indruk gewekt dat het gebied bestaat uit een gebied met vooral detailhandel en leisure. Het gaat om één van de laatste bedrijventerreinen in Leiden en omstreken waar bedrijven zijn toegestaan tot en met milieucategorie 3.2. Dergelijke bedrijven zijn productiebedrijven (fabrieken), werkplaatsen en groothandels. Aan de westzijde van de Rooseveltstraat bevindt zich inderdaad een zone met meer lichtere bedrijvigheid en leisure. Dat is het resultaat van een goede milieuzonering in het verleden. De ondernemers wijzen op het feit dat in de bestaande situatie sprake is van een aaneengesloten bedrijventerrein, waar ook het gebied aan de westzijde van de Rooseveltstraat deel van uitmaakt.
Nota bene is in de toelichting op het vigerende bestemmingsplan “Zuidwest” met zoveel woorden opgemerkt: “Voor de bestaande situatie is te zien dat de zware categorie bedrijven zo ver mogelijk van de milieugevoelige functies zijn gesitueerd. Verder naar de buitenkant van het industrieterrein (en daarmee dichter naar de gevoelige functies) worden stapsgewijs telkens minder zware milieucategorieën toegestaan.” Met andere woorden, hier is bewust een bufferzone – met bedrijven uit categorie 2 en een enkel bedrijf uit categorie 3.2, zoals de naast de onderhavige locatie gelegen yoghurtfabriek – gepland, zonder wonen. Transformatie en wijze van compenseren is in strijd met provinciale regelgeving Uit de bedrijventerreinenstrategie en de rapporten van Stec Groep die daaraan ten grondslag liggen, blijkt dat grote behoefte bestaat aan bedrijventerreinen (47,2 tot 63,5 ha) en dat juist behoefte bestaat aan matig gedifferentieerde bedrijventerreinen (lees zwaardere industrie die op afstand van woningen moet blijven), te weten 26,7 – 33,7 ha (vgl. Figuur B1.3 Bedrijventerreinenstrategie). Stec-groep concludeerde in het rapport van 26 januari 2018, met betrekking tot de transformatie van bedrijventerrein Rooseveltstraat (vgl.
pagina 17 van het rapport): "Het gaat soms ook om de ontwikkeling van woningen in de nabijheid of een ontwikkeling naar een gemengd programma op de locatie met lichtere bedrijfsfuncties. Voorbeelden zijn De Hallen en Rooseveltstraat in Leiden. Hierdoor is wel sprake van een wijziging van het bedrijfsprofiel van de terreinen. Bovendien worden de vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden voor (hinder)gevende) bedrijven op deze locaties beperkt als woningen en andere hindergevoelige objecten in de nabijheid worden ontwikkeld. Planologisch kan er dan wel milieuruimte zijn, maar het bedrijf kan deze in de praktijk niet meer benutten bij een eventuele uitbreiding in omvang of bedrijfsactiviteiten. Daarmee wordt het potentieel van de bedrijventerreinen uitgehold en zullen bedrijven eerder geneigd
2
zijn te desinvesteren op de locatie, wat mogelijk ten koste gaat van arbeidsplaatsen aldaar." Op pagina 82 en verder van de Gebiedsvisie wordt onder het kopje Compensatie van bedrijvigheid opgemerkt: “In de tabel en de afbeeldingen is te zien dat in de huidige situatie 72% van het oppervlak van de bedrijfszijde van Roosevelt West gebruikt voor bedrijfsactiviteiten, waarvan 65% in bedrijfsbebouwing en circa 7% met buitenruimte die direct ten dienste staat aan bedrijfsactiviteiten. Het gaat in totaal om 25.000 m2. Van deze bedrijfsruimte wordt in de huidige situatie ook een deel gebruikt voor functies gericht op leisure. In de gebiedsvisie mogen alleen de bouwvlakken worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van laden en lossen. Dit oppervlak is in het basisplan 19.500 m2. Daarmee is het niet mogelijk om al de huidige 25.000 m2 bedrijvigheid bij transformatie terug te brengen in dit gebied.” Hiermee wordt een onjuiste toepassing gegeven aan de provinciale Omgevingsverordening en de afspraken in het Convenant. Het gaat om compensatie van als gevolg van transformatie verloren gegane oppervlakte bedrijventerrein. Na de transformatie naar een gemengd gebied kan dit gedeelte niet langer als bedrijventerrein worden aangemerkt terwijl dat tot nog toe wel het geval is. De overgangszone maakt immers gewoon onderdeel uit van het bedrijventerrein.
De ruimte voor (lichte) bedrijven die eventueel terugkomt in het gebied kan dan ook niet als compensatie worden aangemerkt. Milieuzonering kern van het bedrijventerrein Belangrijker nog is echter dat met de transformatie ook de milieuruimte van de kern van het bedrijventerrein onherstelbaar wordt aangetast. De ondernemers stellen voorop dat in de bestaande situatie ten opzichte van de gronden waar milieucategorie 3.2 bedrijven zijn toegestaan een richtafstand geldt en in acht wordt genomen van 100 meter. Het toestaan van woningen direct naast het gebied waar 3.2 bedrijven zijn toegelaten en gevestigd, leidt tot een aanzienlijk beperking van de bestaande milieuruimte en tot een vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie. Op pagina 38 van de Gebiedsvisie wordt opgemerkt: “De nieuwe bedrijvigheid zal geschikt moeten zijn voor functiemenging. Hiervoor wordt de systematiek van de VNG Brochure ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ toegepast. De kern hiervan is dat er geen sprake mag zijn van geluid-, geur-, stof- of trillinghinder buiten een bedrijf, met dien verstande dat voor geluid en trillingen voldaan moet worden aan de normen uit het Activiteitenbesluit.” De suggestie wordt hiermee gewekt dat aan de richtlijnen van deze nieuwe VNG Brochure Milieuzonering nieuwe stijl wordt voldaan. Dat is echter niet het geval.
In deze Brochure Milieuzonering nieuwe stijl is op pagina 12 opgemerkt: “Aan de rand van bedrijventerreinen liggen vaak overgangsgebieden richting omliggende (woon) wijken. De regeling voor bedrijventerreinen heeft ook betrekking op deze overgangsgebieden. De overgangsgebieden zijn vooral bedoeld en ingericht voor de minder hinderlijke bedrijven. Hier komt veelal een menging 3
van (in het algemeen niet milieugevoelige) functies voor, zoals bedrijven, bouwmarkten, kantoren. Ook de overgangsgebieden zijn in beginsel niet bedoeld voor gevoelige objecten. Het gebied wordt er niet op ingericht en in samenhang met de wel toegelaten functies zou toelating van ‘standaard’ gevoelige objecten (zoals woningen en scholen) in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Combinaties wonen/werken kunnen wel toegelaten worden, in beginsel op maat (dus niet in zijn algemeenheid overal).” Op pagina 14 van de Brochure Milieuzonering nieuwe stijl wordt opgemerkt: “Met het oog op een goede ruimtelijke ordening/veilige en gezonde fysieke leefomgeving, is het uitgangspunt voor bedrijventerreinen: functiescheiding en het aanhouden van voldoende afstand tot gevoelige gebouwen en locaties. Hoe groter deze afstand, hoe meer gebruiksruimte de bedrijven op een bedrijventerrein krijgen in het bestemmingsplan.” De richtafstanden zijn met de nieuwe VNG Brochure milieuzonering nieuwe stijl niet gewijzigd. Op pagina 15 en 16 van de Brochure Milieuzonering nieuwe stijl wordt een en ander inzichtelijk gemaakt met de volgende figuur, tabel en toelichting:
[…]
4
Kort gezegd volgt hieruit dat ook op grond van de Brochure milieuzonering nieuwe stijl tussen het beoogde nieuwe gemengde gebied met wonen (Ruis-zone en de Reuringzone) en het resterende bedrijventerrein met milieucategorie 3.2, ten minste 50 meter afstand in acht genomen moet worden. Een verdere verlaging van deze afstand is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Maatregelen geluid Op pagina 80 van de Gebiedsvisie is opgemerkt: “Aan de oostzijde van de Rooseveltstraat is bedrijvigheid toegestaan tot en met milieucategorie 3.2. De richtafstand van bedrijven in deze categorie tot woningen in gemengd gebied bedraagt 50 meter. Het projecteren van woningen in het plangebied op een kortere afstand dan 50 meter tot de bedrijven aan de oostzijde van de Rooseveltstraat is niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening, zonder nadere afweging of maatregelen.” […] “De richtafstand is 50 meter, zodat nieuwe bedrijven in categorie 3.2 op die afstand moeten kunnen voldoen aan de norm van 50 dB(A). Een bedrijf dat op 50 meter afstand voldoet aan 50 dB(A), voldoet ook aan een norm van 55 dB(A) op een afstand van 30 meter.
Het beleid moet de mogelijkheid bieden om voor bedrijven in categorie 3.2 die zich vestigen binnen een afstand van 50 meter van de grens waar nieuwe woningbouw mogelijk wordt, zo nodig een maatwerkvoorschrift vast te stellen die het betreffende bedrijf tot maximaal 5 dB meer geluidruimte biedt. Alle overige bedrijven moeten in beginsel voldoen aan de standaardwaarden uit het Activiteitenbesluit. Door de verruimingsmogelijkheid voor milieucategorie 3.2 bedrijven worden de te projecteren woningen in potentie hierdoor hoger geluidsbelast. Dit kan echter in het nieuwe bestemmingsplan en in het geluidbeleid binnen voorwaarden als aanvaardbaar worden beschouwd. Een van de voorwaarden zal moeten zijn dat de woningen moeten zijn voorzien van extra geluidwering van de gevels. Die extra geluidwering zal toch al nodig zijn vanwege wegverkeerslawaai. In het bestemmingsplan zal worden vastgelegd dat de woningen tenminste 25 dB geluid weren. Daarmee kan met marge worden voldaan aan de eis uit het Activiteitenbesluit, dat bij het vastleggen van een geluidnorm hoger dan 50 dB(A), voldaan moet worden aan een binnennorm van 35 dB(A).
Die marge is ook toereikend om een tot 5 dB hoger gezamenlijk geluidniveau (van meerdere bedrijven) in voldoende mate te weren.” Het standpunt dat een bedrijf dat op 50 meter afstand voldoet aan 50 dB(A), ook voldoet aan een norm van 55 dB(A) op een afstand van 30 meter is niet nader onderbouwd en in zijn algemeenheid niet juist zeker niet op dergelijk korte afstand. Bovendien is de
5
betreffende afname afhankelijk van tal van factoren, zoals de cumulatie van geluid, de aard van de bronnen en de vraag of het geluid binnen of buiten wordt geproduceerd. Tevens wordt miskend dat de norm van 50 dB(A) Lr,AT voor de dagperiode geldt, maar dat op het bedrijventerrein ook veel activiteiten in de avond- en nachtperiode plaatsvinden. Juist vele overlastgevende laad- en losactiviteiten vinden ’s ochtend vroeg plaats. In de avond- en nachtperiode gelden strengere geluidsnormen en dienen ook vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening strengere eisen te worden gesteld. Al met al is het vanuit het oogpunt van een goede milieuzonering niet mogelijk om een woongebied te realiseren direct naast een gebied waar bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 zijn toegelaten. Ruimtelijke keuze ontwikkelperspectief bedrijventerrein Rooseveltstraat Op pagina 26 en 27 van de Gebiedsvisie wordt ten onrechte met een verwijzing naar het Ontwikkelperspectief Zuidwest gesteld dat de Rooseveltstraat een “levendige stadsstraat” moet worden. De ondernemers wijzen erop dat ten aanzien van het onderhavige gebied in het Ontwikkelperspectief juist nog geen keuze werd gemaakt. De toekomst van dit gebied werd daarin afhankelijk gesteld van de keuze in de Bedrijventerreinenstrategie (vgl. paragraaf 7.4.1 Ontwikkelperspectief Leiden Zuidwest en 47A inspraaknota Ontwikkelperspectief).
De ontwikkelvarianten voor het bedrijventerrein in het Ontwikkelperspectief zagen op het gehele gebied ten westen van de Trekvliet. Er werden drie scenario`s voor dit gebied geschetst (Vgl. uitdrukkelijk pagina 98 Ontwikkelperspectief): • traditioneel bedrijventerrein • bedrijventerrein als ‘Place to be’ • gemengd woon-werkgebied Op pagina 99 van het Ontwikkelperspectief staat: “Als de regionale markt voor bedrijven er om blijft vragen om in stedelijk gebied ruimte te houden voor categorie 3 bedrijven, dan is het verstandig geen wonen in het gebied toe te staan.” In de Bedrijventerreinenstrategie is vervolgens gekozen voor het behoud van in ieder geval de kern van het bedrijventerrein Rooseveltstraat en Trekvliet als matig gedifferentieerd bedrijventerrein met categorie 3.2 bedrijven in combinatie met een transformatie van de overgangszone ten westen van de Rooseveltstraat en ten oosten van de Trekvliet. In feite is daarmee geen van de eerder genoemde drie varianten gekozen. In plaats daarvan is gekozen voor een onmogelijke combinatie van enerzijds een traditioneel bedrijventerrein en enkele meters verderop een gemengd woonwerkgebied.
De ondernemers wijzen erop dat de term Place te be in het Ontwikkelperspectief enerzijds betrekking had op de ontwikkelopgaven voor heel Zuidwest en anderzijds op een mogelijke ontwikkelvariant van het bedrijventerrein, waarvoor uiteindelijk met de Bedrijventerreinenstrategie niet gekozen is. De tekening op pagina 26 van de Gebiedsvisie genaamd “Uitsnede themakaart Place to be uit Ontwikkelperspectief Zuidwest (2019)” hebben de ondernemers in het vastgestelde Ontwikkelperspectief overigens niet kunnen terugvinden.
6
Rooseveltstraat als levendige stadsstraat De keuze voor het behouden van in ieder geval een deel van het bedrijventerrein als traditioneel bedrijventerrein betekent dat de Rooseveltstraat onmogelijk kan worden ingericht als levendige stadsstraat.
Op pagina 21 en 22 van de Gebiedsvisie is opgemerkt: “Volgens het principe van een Duurzaam Veilige inrichting (CROW) van wegen zouden langs de Rooseveltstraat vrijliggende fietspaden en voetpaden moeten liggen. Dat is nu niet het geval. Er zijn tussen januari 2014 en april 2020 op de Rooseveltstraat 72 ongevallen geregistreerd met 21 gewonden (bron: ViaStat). Dit tezamen maakt een herinrichting van de Rooseveltstraat, helemaal met een toevoeging van een woonprogramma, noodzakelijk.” […] “De verkeersveiligheid op met name de Rooseveltstraat behoeft aandacht. Aan de westzijde van de Rooseveltstraat ontbreekt op delen het trottoir en vrijliggende fietspaden ontbreken over de gehele lengte van de Rooseveltstraat. Er is veel verkeer dat de bedrijfspercelen op- en af rijdt, vrachtwagens komen om te laden en lossen en doen dat bij diverse bedrijven ook langs de Rooseveltstraat. Er zijn tussen januari 2014 en oktober 2020 op de Rooseveltstraat (rotonde Vijf Meilaan en kruispunt Voorschoterweg niet meegeteld) 42 ongevallen geregistreerd met 9 gewonden (bron: ViaStat). Omdat de Rooseveltstraat onderdeel is van het bedrijventerrein, zijn hier logischerwijs veel vrachtwagens aanwezig die rijden door het gebied, die manoeuvreren en die laden en lossen.
Dit gecombineerd met het ontbreken van veilige fietspaden en het trottoir aan de westzijde van de Rooseveltstraat maakt dat de verkeersveiligheid op met name de Rooseveltstraat aandacht behoeft.” Op pagina 61 van de Gebiedsvisie is opgemerkt: “Speciale aandacht is nodig voor de verkeersveiligheid. Door de toevoeging van 1.150 woningen aan een gebied dat momenteel meer een werkgebied/ bedrijventerrein is ontstaat een spanning tussen enerzijds het afwikkelen van vrachtverkeer en anderzijds de positie van fietsers en voetgangers. Langs de Rooseveltstraat moeten waar mogelijk voet en fietspaden aangelegd worden voordat de eerste woning wordt opgeleverd. De huidige situatie met laden en lossen direct langs de rijbaan van de Rooseveltstraat gaat niet goed samen met voetgangers en fietsers van- en naar het nieuwe woongebied.” De ondernemers constateren dat de cijfers over het aantal ongelukken tegenstrijdig lijken. Duidelijk is in ieder geval dat de Rooseveltstraat al in de huidige situatie zeer onveilig is en dat het toevoegen van woningen de onveiligheid zal vergroten. Op pagina 40 van de Gebiedsvisie is opgemerkt: “De visie voor 2040 is dat de Rooseveltstraat een continu profiel krijgt en aantrekkelijk is om te verblijven. Het verblijfskarakter van de straat zal toenemen met de introductie van een brede en continue stoep, een veilige fietsinrichting en de introductie van wonen.
Zo ontstaat aan de westzijde van de straat een 7
vriendelijk voetgangersklimaat waar er interactie is tussen het gebouw en de straat.” De oplossing wordt gezocht in het gebruiken van de Gerrit van der Veenstraat voor het laden en lossen en een nieuwe verkaveling van het gebied. Op pagina 40 van de Gebiedsvisie is opgemerkt: “Direct laden en lossen langs de straat met grote vrachtwagens is ook in dit deel van de Rooseveltstraat in de toekomst niet meer mogelijk. In de tijdelijke situatie kan dit wel. Datzelfde geldt voor vuilnisophaal. Het aantal parkeerplaatsen in de straat zal afnemen. De Gerrit van der Veenstraat gaat steeds meer functioneren als verkeerslus voor het woon-werk-gebied in Roosevelt West. Het laden en lossen voor de bedrijven gaat hier plaatsvinden, de vuilnisophaal en de inritten voor parkeergarages zijn via deze straat te bereiken.” De ondernemers constateren dat in de Gebiedsvisie in feite alleen wordt ingegaan op de ontsluiting van het gebied aan de westzijde van de Rooseveltstraat. Daarmee wordt miskend dat de Rooseveltstraat in de eerste plaats de ontsluiting is van het hele bedrijventerrein en met name ook het gebied met de zwaardere bedrijvigheid aan de oostzijde van de Rooseveltstraat. Kort gezegd menen de ondernemers dat een ontsluiting van een bedrijventerrein eenvoudigweg niet dient plaats te vinden over een weg die tevens wordt gebruikt als ontsluiting voor een woongebied.
De ondernemers menen bovendien dat het toevoegen van een tweerichting fietspad langs de westzijde van de Rooseveltstraat de situatie niet veiliger, althans niet veilig genoeg zal maken, zeker in de tijdelijke situatie. Ook de bedrijven aan de westzijde van de Rooseveltstraat zullen bereikbaar moeten blijven voor vrachtwagens. Het in- en uitrijden van vrachtwagens en bussen zal ook in de toekomstige situatie leiden tot gevaarlijke situaties. Bovendien zal de toename van het fietsverkeer ertoe leiden dat het voor vrachtwagens en bedrijfsbussen moeilijker wordt om de Rooseveltraat op te komen of te verlaten, hetgeen zal leiden tot files. Daar komt bij dat uit de Gebiedsvisie blijkt dat een organische ontwikkeling wordt beoogd. Met andere woorden, de gemeente gaat afwachten totdat individuele eigenaren met een bouwplan komen en laat de ontwikkeling geleidelijk plaatsvinden. Op pagina 61 van de Gebiedsvisie is opgemerkt: “Langs de Rooseveltstraat moeten waar mogelijk voet en fietspaden aangelegd worden voordat de eerste woning wordt opgeleverd. De huidige situatie met laden en lossen direct langs de rijbaan van de Rooseveltstraat gaat niet goed samen met voetgangers en fietsers van- en naar het nieuwe woongebied. […] Het gebied zal gefaseerd ontwikkeld worden. De wegenstructuur zal naar verwachting jarenlang niet volgens het eindbeeld aangelegd zijn.
Ook in deze tijdelijke situatie en tijdens de bouw van een volgende fase moet de verkeersveiligheid gewaarborgd zijn. Achteruit rijden door bijv. vrachtverkeer op lange stukken openbare weg wordt vanuit verkeersveiligheidsargumenten niet toegestaan.” Dat is naar de mening van de ondernemers een volstrekt onwenselijke situatie. In feite wordt de strook langs de Rooseveltstraat, die nu beschikbaar is voor laden en lossen, al vervangen door het op zichzelf wenselijke fietspad, zonder dat het alternatief, te weten de heringerichte Gerrit van der Veenstraat, gereed is. Naar de mening van de 8
ondernemers kan deze ontwikkeling – onverminderd het overigens in deze inspraakreactie gestelde - uitsluitend op verantwoorde wijze plaatsvinden als de ontwikkeling integraal en actief door de gemeente wordt uitgevoerd. Fietsverbinding over het bedrijventerrein Op pagina 60 van de Gebiedsvisie is opgemerkt: “In het Ontwikkelperspectief Zuidwest is een nieuwe voetgangers- en fietsverbinding voorzien van de oostzijde van de Churchilllaan, langs de Fortuinsloot naar de Tomatenstraat. Deze verbindt Zuidwest met de Lammenschansweg, waaronder NS station Lammenschans en moet dus in de plannen van de gebiedsvisie Rooseveltstraat worden mee ontwikkeld.” De fietsroute met de brug over de Trekvliet is opgenomen op de tekening op pagina 33. Al in de huidige situatie is de Rooseveltstraat overbelast en gevaarlijk vanwege de menging van vrachtverkeer en personenwagens. Het toevoegen van fietsers aan de verkeersstromen is niet op een veilige manier mogelijk. Naar de mening van de ondernemers zou de Rooseveltstraat juist als doorgaande route voor nietbestemmingsverkeer moeten worden ontmoedigd. Dat geldt te meer nu in de Bedrijventerreinenstrategie is gekozen voor het behouden van in ieder geval een gedeelte van het bedrijventerreinen als traditioneel bedrijventerrein.
Conclusie De ondernemers roepen de raad op om af te zien van de transformatie van de overgangszones op het bedrijventerrein Rooseveltstraat en Trekvliet. Van een dergelijke transformatie kan pas sprake zijn als het hele bedrijventerrein wordt getransformeerd en nadat daarvoor voldoende compensatie is gevonden. De beoogde gedeeltelijke en geleidelijke transformatie zal leiden tot een jarenlange situatie waarin de ondernemers niet weten waar zij aan toe zijn en geen investeringsbeslissingen kunnen nemen. Bovendien zal een vanuit het oogpunt van milieuzonering onaanvaardbare situatie ontstaan en de verkeersveiligheid ernstig in het gedrang komen. Hoogachtend,
F.P. van Galen
TeekensKarstens advocaten notarissen
9