CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij Inspreektekst de heer Boting namens Leidse Bond van Amateurtuinders bij RV Visie stadstuinieren d.d. 11 maart 2021

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 11 maart 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Mondelinge inspreekbijdragen (teksten en aanvullende informatie)2.575 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INSPRAAK VISIE STADSTUINIEREN

ZAAKNUMMER: Z/20/1578653

1.

Vooraf.

De thans voorliggende versie van de Visie Stadstuinieren is uitgebreid onderwerp van gesprek geweest binnen de Leidse Bond van Amateurtuinders en de daarbij aangesloten zes volkstuinverenigingen (hierna aangeduid als ‘LBA’). In zijn algemeenheid wordt een integrale visie op het stadstuinieren zeer toegejuicht. De geschetste onderlinge samenhang, met daarmee een lint van groen DOOR onze stad en groene longen IN onze stad zijn van essentieel belang voor een gezond en mooi leefklimaat. De waarden, zoals omschreven op p. 19 van het rapport worden door de LBA ten volle onderschreven. In dit groen en de daarbij behorende biodiversiteit vervullen de zes volkstuinverenigingen een essentiële rol. Een rol die al jarenlang wordt vervuld en er inmiddels toe heeft geleid dat vier verenigingen het Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren hebben verworven en de andere twee verenigingen zich maximaal inspannen dit keurmerk ook te behalen. In bijlage 3 van de visie is opgenomen welke volkstuinverenigingen er zijn in Leiden inclusief de door de LBA aangeleverde nadere gegevens. De LBA is een organisatie die geheel steunt op vrijwilligers. De LBA kent een mix van autochtone en allochtone leden. Het LBA ledenbestand is een afspiegeling van de samenleving. Tuinvereniging ‘Ons Buiten’ bijv. heeft leden met wortels uit wel dertig landen.

De leden worden niet alleen bijgestaan in het inrichten en bijhouden van hun tuin; ook sociale cohesie is een belangrijk item. N.B.: a. alle verenigingen kennen een nog steeds groeiende wachtlijst met kandidaat-leden. Het totaal aantal gaat richting de 500; overigens is dit een landelijk verschijnsel (Amsterdam bijv. kent een wachtlijst van meer dan 5000 kandidaten); b. ter oriëntatie: vier verenigingen zijn gesitueerd aan de zuidelijke kant van de stad tussen de Vliet en de Hofvlietweg/A4 en sluiten niet aan bij het dicht bewoonde gebied van de gemeente Leiden. 1

Alleen Ons Buiten (Leiden Noord) en Het Zonneveld (Vogelwijk) grenzen aan dicht bewoond gebied.

2. De Visie Stadstuinieren

In de visie springt een aantal op de LBA toegespitste, items in het oog. -

Professionalisering Toegankelijkheid voor wandelaars Kleinere tuinen uitgeven, inclusief een daaraan gekoppeld percentage van 20 Compensatie van verloren gegane tuingrond Verduurzaming Versterking van de maatschappelijke functie Meer uitgebreid benutten van clubgebouwen voor diverse activiteiten Grondprijs

2.1. Professionalisering versus vrijwilligersorganisatie. In het rapport wordt een opmerking gemaakt over professionalisering. Zoals hierboven aangegeven draait de gehele organisatie op vrijwilligers. Waarbij overigens zonder meer gesteld mag worden dat het op veel plaatsen om professionals gaat die hun vrije tijd en kennis ter beschikking stellen van de organisatie. Expertises op gebied van bestuur, financiën, ecologie, public relations, techniek, welzijnswerk etc. worden alom aangetroffen. Maar los van deze kennis zijn er talloze vrijwilligers bezig met opvangen en begeleiden van nieuwe leden. Hoe zet je een tuin op? Hoe doe je het onderhoud? Welke richtlijnen zijn er allemaal? Deze vrijwilligers hebben ervaring opgedaan in het (volks-) tuinieren en hebben daarmee een schat aan ervaring en kennis opgedaan. Ervaring en kennis die zij graag overdragen aan, nieuwe leden alsmede andere geïnteresseerden. De organisatie van de LBA/volkstuinverengingen wordt tegen te verwaarlozen kosten bestierd. Daarmee sluit deze organisatie geheel aan bij de in het rapport gedane mededeling dat er geen gelden beschikbaar zijn voor het opzetten en uitbouwen van de ‘groen-’ organisatie.

2.2. Toegankelijkheid. Alle locaties zijn toegankelijk voor wandelaars. Als vanouds de locaties die direct aan de stad grenzen; echter in toenemende mate worden bezoekers gesignaleerd die voorbij de locaties aan de zuidkant van de stad fietsen dan wel er doelbewust naar toe gaan. De verenigingen nodigen hen nadrukkelijk uit, getuige bijv. een groot informatiebord dat TV Oostvliet heeft geplaatst. De leden zelf vertellen graag over hun tuin en alles daar omheen. Gastvrijheid is een groot goed in de volkstuinwereld.

2

2.3. Kleinere tuinen uitgeven. In het rapport is op p. 40 als uitgangspunt opgenomen dat op termijn 20% van de tuinen kleiner is dan 100 m2. De LBA voert het beleid om in te spelen op behoeften van (kandidaat-) leden enerzijds en een natuurlijk verloop anderzijds. Thans ontstaat inderdaad het beeld van tuinders die een kleinere tuin willen hebben dan de standaard-indeling. Echter, deze zijn vooralsnog in de minderheid t.o.v. diegenen die opteren voor een grotere tuin. De LBA is bereid om een actief beleid te voeren in het uitgeven van kleinere tuinen naar gelang daartoe behoefte bestaat. Maar ook naar gelang er tuinen vrijkomen. Het kan niet zo zijn dat een in gebruik zijnde tuin wordt opgesplitst. Maar ook dient zich de situatie aan dat op een vrijgekomen tuin een tuinhuisje is geplaatst. Dat zou dan afgebroken moeten worden. De vertrekkende tuinder zal financieel gecompenseerd moeten worden. En verder zijn er kosten van sloop en de ondergrond weer geschikt gemaakt moeten worden voor tuinbouw. Die kosten kunnen de verenigingen niet dragen. Dit pleit voor het in het leven roepen van een stimuleringsfonds. De LBA vastpinnen op een percentage wordt van onze kant als ongewenst en niet reëel beschouwd. Echter, een actieve en bereidwillige opstelling is zonder meer een gegeven.

2.4. Compensatie van verloren gegane grond. In de loop der jaren is er een veelheid aan gehuurde grond verloren gegaan voor enigerlei ander doeleind. Totaal is een areaal van 9 ha verloren gegaan. Daarvan is een deel gecompenseerd, doch er resteert nog steeds een areaal van 4,6 ha. Het is de LBA duidelijk dat de gemeente met de aanwijzing van het gebied in de Oostvlietpolder dit als een laatste mogelijkheid tot compensatie ziet. Aangezien dit gebied zich buiten het dicht bewoonde deel van de stad bevindt heeft aanleg van nog meer volkstuinen in dit gebied voor de inwoners van Leiden niet de meeste meerwaarde. Het voordeel van een betere spreiding over de stad is evident, een groene buffer om de stad. De gemeente Leiden heeft bij brief van 31 mei 2016 aangegeven enkele gebieden te hebben onderzocht die mogelijk voor compensatie in aanmerking zouden komen. Helaas is toentertijd daarbij vastgesteld dat uitsluitend de locatie in de Oostvlietpolder in aanmerking komt. De situatie in de Stevenshof is met de aanleg van de Rijnlandroute veranderd. De LBA roept de gemeente op opnieuw de mogelijkheden voor de aanleg van volkstuinen in dit gebied te onderzoeken. De LBA wil samen met de aangrenzende tuinverenigingen onderzoeken of dit een reële optie kan zijn.

Voor beide verenigingen, TV Oostvliet en TV OTV, geldt dat zij dit willen voorleggen aan hun leden en kandidaat-leden in een algemene ledenvergadering in het voorjaar van 2021. De organisatorische gevolgen zijn voor beide verenigingen van dien aard dat raadpleging zonder meer een vereiste is.

3

Uit informatie van de gemeente Leiden is gebleken dat er op dit moment een bedrag beschikbaar is van € 791.000. En met dit bedrag begint de compensatie, en dus ook het convenant, te wringen. Want reeds in 2016 is door de gemeente Leiden berekend dat met de totale toewijzing op deze locatie een bedrag was gemoeid van €1.600.000. Dit bedrag mag met prijsontwikkelingen, PFAS etc. per 2020 substantieel hoger ingeschat worden. Bij deze schatting tekenen wij aan dat onderzoek naar een voordeliger methode tot gebruiksklaar maken beslist aandacht verdient. Maar ook dient er een kwalitatief hoogwaardig ontwerp voor deze locatie te komen, waarbij het vrijhouden van zichtlijnen, welstandseisen aan bebouwing en landschappelijke inpassing strenge randvoorwaarden zijn. Eveneens dienen de eisen uit het bestemmingsplan daarbij betrokken te worden. Daarmee ontstaat een configuratie van tuinen die variëren van 50 tot 150 m2 met een maximale bebouwing van 15m2. Met dit alles is ook het moment aangebroken om nog eens heel goed met de gemeente Leiden het convenant te bespreken. Want hoe het ook zij, er ligt een overeenkomst tussen partijen die thans bepaald niet naar de letter en de geest wordt uitgevoerd met bovendien een ontoereikende financiële dekking. Wat de LBA betreft kan dit convenant nu niet worden beëindigd.

Sterker, verlenging van de looptijd dan wel opstelling van een nieuw convenant zal het jaar 2024, zoals nu genoemd, ruimschoots moeten overstijgen. Ten aanzien van dit gebied vraagt de LBA zich ook af of het Beheerplan Oostvlietpolder inmiddels door de gemeente is vastgesteld. Van belang is onder meer of het tussengebied dat is bestemd voor volkstuinieren inderdaad wordt beschouwd als “gebied voor recreatief medegebruik en niet als “weidevogelgebied”. Voorts opteert de LBA voor een ‘open mind’. Met andere woorden, onverminderd blijven doorzoeken naar mogelijkheden voor volkstuinieren in de stad Leiden, gelet de immer toenemende belangstelling. In het recente verleden zijn locaties zoals met name de Stevenshof, afgewezen. Echter, deze locaties kunnen opnieuw bezien worden en in gesprek gaan met omwonenden zou verhelderend kunnen werken. Zéker wanneer vanuit de LBA zou kunnen worden toegezegd om kleinschaliger complexen in te richten vanuit de oervorm van volkstuinieren, zoals kleine tuinen en uniforme kleine bouwwerken (schuurtjes of kleine huisjes met groene daken) en landschappelijk hoogwaardig ingepast.

2.5. Verduurzaming. De verenigingen hebben plannen met betrekking tot verduurzaming van de clubgebouwen. Ook zijn er al diverse maatregelen getroffen zoals aanbrengen van zonnepanelen, energiebesparing etc. Ook bij de leden zelf is er een duidelijke ontwikkeling gaande. Steeds meer tuinhuisjes worden voorzien van zonnepanelen bijvoorbeeld. De paden werden in het verleden geasfalteerd, vaak op advies en voor rekening van en door de gemeente Leiden. Echter, in het huidige tijdsgewricht is asfalt niet meer passend. De LBA gaat 4

hierover in gesprek met de gemeente om te bezien hoe dit opgelost kan worden. Op zichzelf is het een aangelegenheid die de financiële draagkracht van de LBA te boven gaat.

2.6. Versterking van de maatschappelijke functie. De maatschappelijke functie van de volkstuinwereld is gebaseerd op het gezamenlijk tuinieren. De onderlinge samenhang is sterk. Alle verenigingen vormen qua leden een weerslag van de maatschappij, zowel qua sociale achtergrond als qua land van herkomst. In dat gezamenlijk tuinieren ligt de kracht en daarmee de basis van de maatschappelijke functie. Manifestaties en workshops versterken deze functie nog eens. Activiteiten die vaak in de lokale pers worden aangekondigd, waarmee inwoners van Leiden worden uitgenodigd tot deelname. In de Visie wordt de versterking van de maatschappelijke functie als speerpunt genoemd. Hier zouden wij toch een kleine kanttekening bij willen plaatsen. Slechts twee tuinverenigingen grenzen aan een woonwijk: Het Zonneveld en Ons Buiten. Beiden hebben, mede gelet op hun ledensamenstelling, een sterke maatschappelijke binding met de omgeving. De andere vier verenigingen zijn minder verbonden aan een woonomgeving. Echter, ook deze verenigingen spannen zich in om de inwoners van Leiden meer bij hun activiteiten te betrekken door middel van bijv. de genoemde persberichten.

2.7. Meer uitgebreid benutten van clubgebouwen voor diverse activiteiten. De clubgebouwen zijn bij vijf van de zes volkstuinverenigingen het centrale punt van de activiteiten, vergaderingen, ontmoetingen. Onderhoud geschiedt ook hier weer door vrijwilligers, evenals het beheer. Stukt voor stuk zijn het gebouwen waar de leden voor gespaard hebben en vaak in eigen beheer zijn gebouwd. (Alleen tuinvereniging Het Zonneveld heeft geen eigen clubgebouw en maakt gebruik van het naastgelegen gebouw van de speeltuinvereniging.) Wanneer de gebruiksintensiteit als gevolg van een verdere versterking van de maatschappelijke functie toeneemt valt dit toe te juichen. Dan kunnen de clubgebouwen hun waarde nog meer bewijzen. Anders wordt het wanneer er enigerlei externe verhuur gaat plaatsvinden. Los van het feit dat de druk op de vrijwilligers gaat toenemen, gaan er bezoekersgroepen komen die geen binding hebben met de vereniging. En daarmee wellicht ook niet de waarde van het clubgebouw als basis van de vereniging zien. Volkstuinen zijn een oase van rust en horen dat ook te blijven. Activiteiten op die tuinen zijn zeer welkom en toe te juichen, echter zolang aan deze basisgedachte van het volkstuinieren wordt voldaan. Daarnaast is er niet alleen de belemmering van het huurcontract. Bestemmingsplannen, concurrentievervalsing en horecavergunning zijn items die zich meteen aandienen. Los van het

5

feit dat de fiscus om de hoek komt kijken doordat er activiteiten worden ontwikkeld die niet tot de aard van de vereniging behoren. Vennootschapsbelasting en btw-afdracht zijn het gevolg. Al met al klinkt het in het rapport aantrekkelijk maar zijn er de nodige kanttekeningen te plaatsen bij dit voorstel in de Visie.

2.8. Grondprijs Er staat op p. 45 een interessante zinsnede: “ Bij buurttuinen en stadstuinen wordt het gebruik als tuin beschouwd als beheer van de openbare ruimte. Deze grond wordt om niet beschikbaar gesteld”. Waar er op volkstuincomplexen mogelijkerwijs een deel wordt vrijgemaakt, dan wel vanuit de bestaande situatie wordt toegewezen voor stadstuinieren mag de conclusie zijn dat hiermee de huurprijs voor de LBA wordt verlaagd. Onverlet laat dit dat beheer in handen blijft van de betreffende vereniging. Op de volkstuincomplexen wordt op dit moment naast de grondhuur voor de volkstuintjes zelf, ook betaald voor de gedeelten die als gemeenschappelijk groen worden onderhouden. Dit zijn de voor iedereen toegankelijke delen van de complexen en zijn daarmee te beschouwen als openbaar groen. Dit openbaar groen wordt door tuinleden in verplichte werkbeurten op zaterdagochtenden onderhouden. De LBA vindt het redelijk dat de tuinverenigingen vanaf 2022 geen grondhuur meer betalen voor dit openbaar groen, zoals dat in de Visie Stadstuinieren ook voor andere gebruikers wordt voorgesteld. N.B., het vigerende huurcontract expireert niet in 2021. De LBA is in 2020 met de gemeente Leiden overeengekomen het nieuwe huurcontract eerst op 1 januari 2022 in te laten gaan.

3. Stadstuinieren en de volkstuinverengingen.

De grote synergie is te vinden in de gezamenlijkheid van het tuinieren. Of je dat nu op een volkstuin doet of op een lapje grond in de buurt. Organisatorisch liggen de LBA/volkstuinverenigingen en stadstuinen te ver uit elkaar om dit projectmatig te bestieren. Wél zou het zo kunnen zijn dat volkstuinders in hun eigen woonomgeving hand- en spandiensten leveren aan het buurttuinieren. Maar dat geschiedt op persoonlijke titel. Vanzelfsprekend is de LBA bereid een en ander bij de leden actief onder de aandacht te brengen. Wat wij verder onder de aandacht willen brengen is dat het aanleggen van een tuin en het in orde brengen van de grond een proces is van een aantal jaren. Dat betekent ook dat de plekken die aangewezen worden voor deze vorm van tuinieren een looptijd van een ruim aantal jaren moeten hebben. Ook is er enigerlei wijze van regie noodzakelijk. De praktijk laat zien dat het organiseren van dit soort tuinen niet aan toevallige processen in de buurt kan worden overgelaten.

4. Het Toekomstbeeld.

Op de pagina’s 40 en 41 wordt een toekomstbeeld geschetst voor de volkstuinen. Voor een belangrijk deel herkennen wij ons in dit beeld; het is op veel plaatsen binnen onze organisatie al 6

in gang gezet. Andere onderdelen zijn in deze inspraak al aan de orde geweest. Sommige onderdelen komen ons als te theoretisch over. Ook vragen wij ons af hoe de gemeente Leiden dit denkt te gaan faciliteren. -

Wie gaat de randvoorwaarden opstellen en beoordelingscriteria? Wie gaat dit begeleiden c.q. beoordelen? Hoe en door wie gaat dit geëvalueerd worden?

5. Tot slot.

Wij beseffen een tamelijk uitgebreide reactie opgesteld te hebben. Echter, de visie op stadstuinieren en de wijze waarop de volkstuinen hierin zijn vervlochten, rechtvaardigen dit. De diverse suggesties raken de organisatie van de LBA/volkstuinverenigingen. Los van het feit dat het compensatievraagstuk in deze visie nogal eenvoudig wordt afgewikkeld dan wel beschreven. Graag gaan wij met betrokkenen in overleg om een en ander te verduidelijken zodat er uiteindelijk een Visie Stadstuinieren wordt doorgevoerd die helderheid verschaft en waarmee draagvlak in de Leidse samenleving wordt gecreëerd.

Leiden, 18 november 2020.

www.lba-leiden.nl Email: secretaris@lba-leiden.nl

Bijlage: convenant betreffende verplaatsing van volkstuincomplexen d.d. 16 april 1998.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9872556/1