Bijlage bij de inspraakreactie van C.L. Vermeulen namens Stichting Groen Cronesteyn
Tekst van het document
Bijlage bij de inspraak van Stichting Groen Cronesteyn, commissie LB, 22 april 2021
C.L. Vermeulen
Bij het inspreken stelde ik het volgende: ‘Ik heb zelf beroepsmatig veel ervaring met juridische en andere teksten die logisch, consistent en glashelder moeten zijn. Dat zijn deze stukken helaas niet.’
Raadslid Sauvé vroeg om een voorbeeld. Om een wat completer beeld te schetsen geef ik er drie, maar het lijstje is zeker niet uitputtend.
1.
Art. 3.6.1.9, lid 2: ‘Een vergunning kan worden geweigerd’ moet zijn ‘Een vergunning zal worden geweigerd’, anders is de Verordening alsnog arbitrair en boterzacht. Dit zien we ook in art. 3.6.1.11, lid 1 (‘kan het college ...’). Een vergelijkbaar geval is art. 3.6.1.10, lid 2: ‘Indien een plicht tot herplant wordt opgelegd’, want in lid 1 is juist gesteld dat die plicht er automatisch is.
2.
In de Verordening bepaalt art. 3.6.1.3 dat voor kap van meer dan 30% van een boomstructuur een vergunningplicht bestaat en art. 3.6.1.6 dat voor kap van minder dan 30% volstaan kan worden met een melding. Maar wat geldt er nu als uit een rij van bijvoorbeeld 12 bomen er één gekapt wordt? Treedt dan art. 3.6.1.4 in werking, dat ziet op de vergunningplicht voor solitaire bomen? Zolang er geen duidelijke definitie van ‘solitaire boom’ in de verordening staat, kan de te kappen boom in dit geval ook als solitair worden gezien.
3.
In de begrippenlijst bij de Verordening wordt ‘ecologisch waardevol groen’ gedefinieerd als ‘een areaal natuurlijke vegetatie met een oorspronkelijk karakter.’ Je hoeft geen filosoof te zijn om te weten dat de term ‘natuurlijk’ problematisch is; de vegetatie mag dus niet kunstmatig zijn (mag ze dan eigenlijk wel zijn aangeplant?), maar meer staat er niet. En wat wordt er met ‘oorspronkelijk’ bedoeld? Oorspronkelijk Zuid-Hollands? Oorspronkelijk West-Europees?