CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 groene hoofdstructuur

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 27 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen10.074 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR VOOR EEN ECOLOGISCH RIJKE GROENE HOOFDSTRUCTUUR BENOEMING EN RICHTLIJNEN

Gemeente Leiden Ruimtelijke Ontwikkeling 5 maart 2018

Een groene omgeving verhoogt de kwaliteit van ons leven. Mensen voelen zich prettiger en gelukkiger in een groene omgeving. Groene plekken nodigen uit tot recreatie en sociale interactie.

Inhoudsopgave 1. Inleiding............................................................................................................... 4 2. Toelichting op de Groene Hoofdstructuur............................................................. 8 2. 1 Aanleiding en doel van het Uitwerkingsplan GH............................................ 8 2.2 Wat is de Groene Hoofdstructuur?................................................................. 10 • Groene Hoofdstructuur-Lanen................................................................. 12 • Groene Hoofdstructuur-Eco..................................................................... 16 • De Groene Hoofdstructuur: aanvullend onderzoek en advies................... 20 2.3 De Groene hoofdstructuur in een bredere context......................................... 21 3. Richtlijnen van de Groene Hoofdstructuur............................................................ 24 3.1. Richtlijnen voor Groene Hoofdstructuur-Lanen.............................................. 24 3.2. Richtlijnen voor de Groene Hoofdstructuur-Eco............................................. 54 Bijlagen Bijlage 1. Een lijst van alle projecten uit de Groene Hoofdstructuur-Eco, op alfabet. Bijlage 2. Tabel met de 13 herinrichtingsprojecten Bijlage 3. Tabel met de 30 beheermatige projecten Bijlage 4. Werkboek mogelijke uitwerkingen Groene Hoofdstructuur-Eco

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

3

1. INLEIDING Dit Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur is bedoeld om de Leidse Groene Hoofdstructuur te beschermen en te verbeteren. Een goed ingerichte Groene Hoofdstructuur draagt bij aan een mooier stadsbeeld, rijkere biodiversiteit, een klimaatrobuuste stad en helpt om Leiden mooier, leefbaarder en groener te maken. Maar, wat is de Groene Hoofdstructuur precies? De Groene Hoofdstructuur Leiden is een prachtige stad met groene parken, water­ partijen, buitengebied, kleine groenstroken, perkjes, gevel­tuinen, privé tuinen, etc. Al dit groen draagt bij aan het functioneren van het ecosysteem “stad”. Met de Groene Hoofdstructuur bedoelen we in dit document een gedeelte van dit groen: de belangrijkste lanen, parken en verbindende groenstroken die samen het groene raamwerk van de stad vormen en waar de gemeente voor beheer en onderhoudt zorgt. We verdelen de Groene Hoofdstructuur in: 1. Groene Hoofdstructuur-Lanen (17 in totaal); 2. De Groene Hoofdstructuur-Eco, het groene netwerk van parken en de verbindingen daartussen. In H 2. 2 vindt u een overzicht van al het groen in Leiden en kunt u precies lezen welk groen wél en welk groen niet onder de Groene Hoofdstructuur valt.

Het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur maakt de in de Structuurvisie 2015 globaal benoemde doelen1 concreet. Het doet aanbevelingen waardoor in de Groene Hoofdstructuur de ruimtelijke kwaliteit verbetert en klimaatadaptatie wordt gerealiseerd (wateropvangend vermogen, verkoelende werking en fijnstof-absorptie). Daarnaast vergroot het de recreatieve mogelijkheden en de biodiversiteit. De Groene Hoofdstructuur is bewust beperkt gehouden, zodat de doelstellingen haalbaar zijn en op vrij korte termijn uitgevoerd kunnen worden. Aanleiding Het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur komt voort uit besluit nr. 1d, genomen in 2013, bij de vaststelling van de Groennota ‘Nota Versterken en verbinden van het groen in Leiden, 2013’2. Deze Nota bevat een uitwerking van de globale doelen uit: • De Structuurvisie Leiden 2025; • De Kadernota Openbare Ruimte (2015). Daarnaast neemt het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur de inmiddels urgent geworden opgaven uit het Duurzaamheidsbeleid mee, op gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit.

1 het groen in Leiden moet robuuster worden en beter worden verbonden. 2 (B&W. nr. 13.1088 d.d. 3-12-2013. Meer specifiek luidde besluit 1d. : “Dat daartoe een ‘Beelkwaliteitsplan Groene Hoofdstructuur’ opgesteld wordt, dat de gewenste situatie en kwaliteit van de groene lijnen in de stad in beeld brengt en die vergelijkt met de bestaande situatie, opdat het wensbeeld kan dienen als referentiebeeld voor toekomstige inrichting en beheer en als basis voor een nader op te stellen uitvoeringsprogramma”. De naam Beeldkwaliteitsplan is vervangen door Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur, omdat dit de lading beter dekt.)

4

Functies van het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur Het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur heeft vijf functies: 1. Het benoemt de Groene Hoofdstructuur en geeft met een kaartbeeld duidelijk aan waar precies dit groen ligt. Daarmee kunnen stedenbouw­ kundigen en anderen, betrokken bij planvorming, bij nieuwe plannen in een oogopslag zien dat dit groen het belangrijkste groen van de stad is wat moet worden beschermd en verbeterd; 2. Het bevat richtlijnen – rechtstreeks ontleend aan het Handboek Kwaliteit Handboek Openbare Ruimtevoor een betere en meer duurzame inrichting en beheer van de Groene Hoofdstructuur voor interne en externe: • Stedenbouwkundigen; • Verkeersontwerpers; • Groenontwerpers; • Projectontwikkelaars; • Beheerders. 3. Het draagt bij aan de klimaatbestendigheid van Leiden; 4. Het verbetert de biodiversiteit; 5. Het verbetert de recreatieve mogelijkheden. Reikwijdte, dekking en horizon Het verbeteren van de Groene Hoofdstructuur heeft een horizon tot 2030 en is erop gericht deze aan het einde van deze periode op orde te hebben. De Groene Hoofdstructuur is gerealiseerd als: • alle 17 Groene Hoofdstructuur-Lanen zijn ingericht volgens de gegeven richtlijnen;

• •

•

de 43 onderdelen van de Groene Hoofdstructuur-Eco volgens de geschetste ideaalbeelden zijn ingericht en worden beheerd; de opgaven uit het duurzaamheidsbeleid op gebied van klimaatadaptatie zijn meegenomen in de Groene Hoofdstructuur. Dat wil zeggen dat de benoemde groenstructuren klimaatbestendig zijn. En dat de ecologische verbindingen en het leefgebied voor flora en fauna met name in de Groene Hoofdstructuur-Eco zijn verbeterd; het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur door de gemeentelijke organisatie serieus en vanzelf­ sprekend word ingezet bij herinrichting en nieuwe ontwikkelingen.

De onderdelen van Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur zijn als volgt gedekt: • Verbetering van de lanen worden gedekt vanuit het Programma Bereikbaarheid; • Verbetering van de 43 verbindingen van de Groene Hoofdstructuur-Eco wordt enerzijds gedekt vanuit Stedelijk Beheer (30 beheerprojecten), anderzijds via het Investeringsprogramma Parken (13 deelprojecten waarvoor het straatprofiel moet worden heringericht). Deze dertien deelprojecten worden meegenomen in de planning van het Investerings Programma Parken. Omdat het hier gaat om kostbare projecten, verdient het de aanbeveling ze gelijk op te laten lopen met beheersmatige ingrepen op dezelfde locatie. Het Investerings Programma Parken - ingesteld voor de parken zelf, die buiten het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur vallen - is in 2017 uitgebreid en verhoogd ten behoeve van de 13 herinrichtingsprojecten. UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

5

Kanttekening bij de uitvoering Het Uitwerkingsplan gaat over de Groene Hoofdstructuur van Leiden, het voornaamste Leidse groen dat nadrukkelijk ontzien en verbeterd moet worden. Toch zal in de praktijk niet overal de in het Uitwerkingsplan gewenste inrichting altijd haalbaar zijn. De Groene Hoofdstructuur in Leiden loopt grotendeels langs de bestaande infrastructuur van belangrijke verkeerswegen. Hier tellen verkeersveiligheid en snelle doorstroming extra zwaar, wat kan leiden tot een conflict met de groene belangen. Dit vraagt om zorgvul­ dige transparante afwegingen.

In Hoofdstuk 2. wordt de Groene Hoofdstructuur toe­gelicht. In Hoofdstuk 3. worden de algemene inrichtings­principes gegeven voor respectievelijk de Groene Hoofdstructuur-­ Lanen en de Groene Hoofdstructuur-Eco. In Bijlage 1.: Een lijst van alle projecten uit de Groene Hoofdstructuur-Eco, op alfabet. In Bijlage 2: tabel herinrichtingsprojecten. In Bijlage 3: tabel beheermatige projecten. In Bijlage 4:. Werkboek mogelijke uitwerkingen Groene Hoofdstructuur-Eco.

Ook voor de Groene Hoofdstructuur-Eco en de uitgelichte 43 deelprojecten geldt dat het groen als één belang, naast andere belangen, wordt meegenomen in de uiteindelijke afweging. De afweging en de definitieve keuzen vinden plaats bij de werkelijke uitvoering van de deelprojecten zelf. Bij deze afweging moet worden meegewogen dat de Groene Hoofdstructuur het belangrijkste groen van de stad is en dus een zwaarwegend belang is. Een vroege inbreng van de groene doelstellingen al bij de start van een herinrichting of nieuwe ontwikkeling en een breed gedragen wil om de Groene Hoofdstructuur te realiseren, bieden de beste condities om de groene doelstellingen ook daadwerkelijk te realiseren. De Toets- en adviescommissie (TACOR) heeft hierin eveneens een belangrijke rol. Opbouw van de tekst Het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur bestaat behalve uit deze inleiding uit twee hoofdstukken en vier bijlagen. 6

Programma Duurzaamheid Vanuit zes thema’s –Energie, Duurzaam Ondernemen, Biodiversiteit, Afvalstromen, Duurzame Mobiliteit & Klimaatadaptie- werkt Leiden aan verdere verduur­zaming van Leiden. Hiermee willen we bereiken dat Leiden in 2030 haar bijdrage levert aan het terugdringen van belastende factoren en de stad haar aantrekkelijkheid vergroot als woon-, werk- en verblijfsgebied. Randvoorwaarde: De inrichting van de Groene Hoofdstructuur is een vast onderdeel van nieuwe planontwikkelingen en/of reconstructies, en wordt direct vanaf de start betrokken in de planvorming. Alleen zo kan Leiden haar duurzame ambities realiseren en ondanks de klimaatverandering, in de toekomst voor haar bewoners en ondernemers een gezonde en klimaatbestendige stad blijven.

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

7

2. TOELICHTING OP DE GROENE HOOFDSTRUCTUUR 2. 1 Aanleiding en doel van het Handboek Groene Hoofdstructuur Zoals in de inleiding beschreven, komt het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur voort uit B&W-besluit nr. 1d, genomen in 2013, bij de vaststelling van de Groennota ‘Nota Versterken en verbinden van het groen in Leiden, 2013’3. Hierin is de behoefte aan een overzicht van de tekortkomingen van de Groene Hoofdstructuur met daarnaast de gewenste situatie benoemd. In de ‘Nota Versterken en verbinden van het groen in Leiden, 2013’ zijn de globaal benoemde doelen uitgewerkt uit: • de Structuurvisie 2015; • de Kadernota Openbare Ruimte; De Structuurvisie Leiden 2025 en de Kadernota Openbare Ruimte stellen beide dat: • het groenblauwe netwerk in de stad een robuuster structuur moet krijgen; • het groen in de stad beter met elkaar moet worden verbonden. Het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur vertaalt deze globale doelen via de gegeven inrichtingsprincipes naar concrete maatregelen. De inrichtingspincipes zijn grotendeels ontleend aan het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte. Daarnaast neemt het ook opgaven uit het duurzaamheidsbeleid mee op gebied van biodiversiteit en klimaatbeleid. In aanvulling hierop zijn ook de volgende drie opgaven4 in 3 4 5

8

(B&W. nr. 13.1088 d.d. 3-12-2013, besluit 1d.) Afkomstig van drie moties uit 2014 dat betekent dat het niet altijd alleen maar over ‘meer bomen’ gaat.

het directe verlengde van de al genoemde doelstellingen meegenomen: • Verminderen van het versteende oppervlak en daarmee verbeteren van onder andere de waterberging; • Verhogen van de variatie in boom- en beplantingskeuze in de stad en daarmee verbeteren van de biodiversiteit en robuustheid; • Bewust inzetten van soorten met het oog op hun functie voor het verbeteren van het stedelijk klimaat zoals luchtkwaliteit, waterbeheersing, hittestress en terugdringen van fijnstof. In de inleiding zijn vijf functies van het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur benoemd. 1. Het benoemt de Groene Hoofdstructuur. Hiermee wordt het groen in de hoofdstructuur geprioriteerd en beschermd; 2. Het geven van richtlijnen voor inrichting en beheer en onderhoud van Groene Hoofdstructuur-Lanen en groenstructuren. Hiermee worden diverse doelen gediend: • verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; • verbetering van de biodiversiteit door meer variatie in de beplanting en het realiseren van meer licht om onderbegroeiing mogelijk te maken5; • verbetering van de biodiversiteit door betere ecologische verbindingen binnen de stad en met

het buitengebied voor met name kwetsbare soorten6; 3. Het draagt bij aan klimaatbestendigheid van Leiden door verbetering van de waterberging, koeling, fijnstof-absorptie en CO2-opname bij met name de Groene Hoofdstructuur-Lanen; 4. Het verbetert de biodiversiteit. Door richtlijnen aan Stedelijk Beheer ontstaat meer aandacht voor de rol van het groen als schuilplaats en voedsel voor bijen en andere insecten. Door niet alles tegelijk weg te maaien, kunnen populaties blijvend schuilplaatsen en stuifmeel vinden en zo blijven voortbestaan; 5. Het verbetert de recreatieve mogelijkheden. Fietspaden worden beter verbonden en er valt meer te beleven. Een goede Groene Hoofdstructuur scoort hoog op: 1. ruimtelijke kwaliteit en beeld; 2. waterbergend vermogen; 3. verkoelende werking en fijnstof-absorptie 4. daarnaast geeft het met een planning en toedeling aan waar de komende jaren verbeteringen worden opgepakt en gefinancierd; 5. recreatieve mogelijkheden; 6. biodiversiteit en ecologisch netwerk waarin knel­punten zijn weggenomen. Terwijl de zes genoemde kwaliteiten zowel bij de Groene Hoofdstructuur-lanen als bij de Groene Hoofdstructuur-Eco spelen, wegen bij de Groene Hoofdstructuur-Lanen de eerste drie aspecten het zwaarste en de laatste twee in mindere mate. Bij de Groene Hoofdstructuur-Eco zijn de laatste twee, de biodiversiteit en de recreatie juist het belangrijkste. 6

op basis van onderzoek naar ecologische kwaliteit, 2017

Overigens worden de ecologische kansen en knelpunten in een afzonderlijk onderzoek in kaart gebracht (zie pagina 20). Dit geldt ook voor de meest kwetsbare locaties waar het over klimaatbeleid gaat en waar sprake is van oververhitting en van wateroverlast bij piekbuien. Deze onderzoeken worden gedaan in het kader van het duur­zaam­heidsbeleid en de verstedelijkingsopgave.

ecologische structuur

laan

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

9

2.2 Wat is de Groene Hoofdstructuur? De Groene Hoofdstructuur in Leiden is het groene netwerk over de stad, dat wordt gevormd door de beeldbepalende grote Groene Hoofdstructuur-Lanen, de meeste parken en de verbindingen tussen die parken. Het sluit aan op het grotere regionale groene netwerk dat zich over de hele regio vertakt, en dat eindigt in de Singelrand. Opname in de Groene Hoofdstructuur betekent dat dit groen geprioriteerd is en bij belangenafwegingen zwaarder weegt dan groen buiten de Hoofdstructuur. Ook zijn de middelen beschikbaar om hier de nodige aanpassingen te doen in inrichting en beheer. Bij de keuze voor de Groene Hoofdstructuur-Eco is met name gekeken naar de rol van dit groen als verbinding binnen de stad en naar het buitengebied. Bij de Groene Hoofdstructuur-Lanen is gekeken naar hun functie als belangrijkste beeldbepalende entrees van de stad. De Groene Hoofdstructuur bestaat uit twee verschillende onderdelen die verderop uitgebreider worden beschreven: a. Groene Hoofdstructuur-Lanen: 17 invalswegen van Leiden; b. Groene Hoofdstructuur-Eco: de parken en de verbindingen tussen de parken bestaande uit: • 30 beheermatige deelprojecten; • 13 deelprojecten waar straatprofiel wordt heringericht. Ook vallen hieronder de verbin­ dingen met het groen in het buitengebied.

Buiten de Groene Hoofdstructuur vallen: • De lanen die niet onder de genoemde 17 vallen en; • Het wijkgroen; 10

• •

De wijkontsluitingswegen; Kleinere parken en plantsoenen.

De wijk-ontsluitingswegen en het groen op wijk- en buurtniveau zijn belangrijk voor het totale groen in Leiden. Het kader voor de inrichting van het wijkgroen is geregeld in het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte. Deze wordt regelmatig geactualiseerd, onder andere op thema’s als biodiversiteit, klimaatadaptatie en recreatie. Het wijkgroen is vrijer in te richten dan de hoofdstructuur en ‘buurtparticipatie’ speelt hier een grotere rol. Dit in tegenstelling tot de Groene Hoofdstructuur, waar speelruimte vanuit participatie door omwonenden kleiner is. Veel kleinere parken die meer op zichzelf liggen, vallen buiten de Groene Hoofdstructuur, maar hebben wel een belangrijke rol op wijk- of buurtniveau.

Wel GH

Niet GH

17 hoofd lanen

rest van de lanen

Singelpark Tuin van Noord Park Merenwijk Park Matilo Park de Bult Park Cronesteyn Oostvlietpolder Hooghkamerpark Korte Vliet Park Stevenshof Kweeklust De Leidse Hout Bos van Bosman Marepark Heempark Schilperoortpark Leeuwenhoekpark

de resterende - veelal kleinere op zichzelfstaande parken

verbindingen tussen de parken

wijk-ontsluitingslanen

30 beheersmatige projecten

wijkgroen

13 projecten waar het profiel wordt heringericht

Parken Veel parken maken deel uit van de Groene Hoofdstructuur. De verbetering van deze parken is geregeld in een ander verband. Per park is er een uniek ontwerp op basis van de uitgangspunten van het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte. De planning van beheer, onderhoud en renovatie zijn geregeld via het Investeringsprogramma Parken. Het Uitwerkingsplan besteedt daarom geen aandacht aan deze parken.

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

11

Lanen De 17 Groene Hoofdstructuur-Lanen vormen het groene visitekaartje van de stad. Ze bestaan uit groene verbindingen langs de belangrijkste verkeerswegen in de stad. Het zijn de entrees tot en de doorgaande routes door de stad. De lanenstructuur is beeldbepalend en bestaat uit een samenhangend geheel van groen. De meeste lanen bestaan uit een robuuste boomstructuur met bomen groter dan 12 meter (1e grootte), meestal in combinatie met beplanting zoals gras, heesters en/of vaste planten. De wijkontsluitingslanen zijn weliswaar mooi, maar spelen een minder belangrijke rol als hoofd-entree en als onderdeel van het groene netwerk naar het buitengebied. De aansluiting op het regionale landschap en de fysieke mogelijkheden voor de meest waardevolle ontwikkeling, bepalen de uiteindelijke inrichting. Hoofdlanen HOOFDLANEN HOOFDLANEN WIJKLANEN WIJKLANEN Wijk-ontsluitingslanen 0

250

500

0

250

500

1000

1000

1500 m

1500 m

Naast de belangrijke functie die lanen hebben ten aanzien van het beeld van de stad en de verkeersdoorstroming, kunnen lanen met de juiste inrichting een belangrijke bijdrage leveren aan de Leidse duurzame ambities van klimaatbeleid en biodiversiteit in de stad. In hoofdstuk 3.1 worden de praktische inrichtingsprincipes voor lanen beschreven.

12

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

13

Overzicht van de lanen

14

0

250

500

1000

1500 m

Overzicht van de 17 Groene Hoofdstructuur-Lanen Churchilllaan Dr. Lelylaan Europaweg Haagweg Hoge Rijndijk Hooigracht* Kanaalweg Lammenschansweg Langegracht* Oegstgeesterweg Plesmanlaan Rijndijk Rijnsburgerweg Schipholweg Schuttersveld Voorschoterweg Willem de Zwijgerlaan * Hooigracht & Langegracht De Hooigracht en Langegracht zijn onderdeel van een binnenstedelijke structuur waar - met de plannen voor de HOV- niet zonder meer eenzelfde inrichting kan worden gerealiseerd als in de overige Groene HoofdstructuurLanen. De inrichting en uitstraling van deze twee Groene Hoofdstructuur-Lanen volgen waar mogelijk de gewenste uitvoering, binnen de randvoorwaarde van de fysieke mogelijkheden.

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

15

Groene Hoofdstructuur-Eco De ‘Groene Hoofdstructuur-Eco’ wordt gevormd door het groene netwerk vanuit het buitengebied de stad in, eindigend op de Singelrand met daarin opgenomen een aantal stadsparken. Dit vormt een netwerk van groen met een hoge recreatieve waarde, dat ook voor flora en fauna een aantrekkelijk leefgebied is. De ecologische structuur heeft geen directe relatie met de hoofdverkeersstructuur, behalve dan de fiets- en wandelroutes. De Groene Hoofdstructuur-Eco bestaat uit een samenhangend geheel van water en groen. Het groen is structuurrijk en bestaat uit mos-, kruid-, struik-, en boomlagen. Er is afwisseling in open gebieden met grasland en dichtere gebieden met bosschages.

In H 3.2 vindt men de algemene inrichtingsprincipes voor de Groene Hoofdstructuur-Eco. In Bijlage 1., “De Groene Hoofdstructuur-Eco”, staan voor alle 43 deel­ projecten de huidige en de gewenste kwaliteit naast elkaar. Beide situaties worden getoetst aan vier criteria: • Biodiversiteit; • Ecologische verbinding; • Recreatieve verbinding. • Robuustheid, dit is het minimale formaat van een groenzone om goed te kunnen functioneren. Hiermee wordt duidelijk welke opgave er tot 2030 ligt.

Voor de Groene Hoofdstructuur-Eco is de focus van het Uitwerkingsplan Groene Hoofdstructuur qua inrichtingsprincipes met name gericht op de verbindingen tussen de parken en niet op de parken zelf. Dit omdat voor de parken specifieke plannen en beheerplannen worden gemaakt, waarin de belangrijkste doelen al zijn meegenomen. De ‘Groene Hoofdstructuur-Eco’ heeft net als ‘Groene Hoofdstructuur-Lanen’ een structurerende functie, maar de gebieden zelf zijn ook belangrijk en geliefd voor recreatieve doeleinden. Bij de inrichting en beplantingskeuze van de ‘Groene Hoofdstructuur-Eco’ vormen biodiversiteit, recreatie en klimaatadaptie de belangrijkste uitgangspunten. Een evenwichtig opgebouwde groenstructuur met een boom- en struweellaag en onderbegroeiing is van groot belang voor biodiversiteit. De regionale groenstructuur. De ecologische structuur van de stad sluit aan op de groene gebieden rond Leiden

16

De ecologische structuur van de stad sluit aan op de groene gebieden rond Leiden.

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

17

GROENE VERBINDINGEN WATER

LANEN

Overzicht van de Groene Hoofdstructuur-Eco

0

0

18

250

250

500 1000 LANEN BINNENSTAD

500

1000

1500 m

1500 m

GROENE VERBINDINGEN WATER

LANEN

De lanen en de Groene Hoofdstructuur-Eco vormen samen de Groene Hoofdstructuur

0

250

500 1000 LANEN BINNENSTAD

1500 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

19

De Groene hoofdstructuur: aanvullend onderzoek en het Ecologisch Netwerk. In 2017 heeft gemeente Leiden opdracht gegeven om in aanvulling op de Groene Hoofdstructuur - in kaart te brengen waar de kansen liggen om te investeren in ecologische kwaliteit. Het Stadsnatuurmeetnet, het sinds 2004 bestaande monitoringssysteem van de gemeente Leiden, vormt hier een gedegen bron van informatie. Met slimme aanpassingen in beheer of inrichting kunnen leefgebieden ontstaan of verbonden worden. Het onderzoek geeft adviezen met betrekking tot ecologische oevers, kruidenen faunarijk grasland (bermen), struwelen en zoombegroeiing, vliegroutes van vleermuizen en voorzieningen voor muizen en marterachtigen. Door een eco-passage kan een wezel, pad of muis veilig een brede, drukke weg passeren bijvoorbeeld. Dagvlinders, bijen en sprinkhanen profiteren weer van de uitbreiding van kruidenrijk grasland. Het Ecologisch Netwerk valt deels samen met de Groene Hoofdstructuur, maar lang niet overal. Het verdient aan­ beveling de uitkomsten van deze studie te betrekken bij de verbetering van de Groene Hoofdstructuur.

20

2.3 De Groene Hoofdstructuur in een bredere context Een duurzame inrichting van de Groene Hoofdstructuur is onlosmakelijk verbonden met allerlei onderdelen zoals bestaande inrichting, bestaande functies, ondergrondse en bovengrondse infrastructuur en veiligheid. Daarom moet de realisatie in nauwe samenhang met andere beleidsvelden plaatsvinden. Hieronder volgen een aantal onderwerpen die direct met de uitvoering van de Groene Hoofdstructuur samenhangen. Bereikbaarheid en parkeren Verkeer heeft een dominante rol in de openbare ruimte. Naast ruimte voor wegen voor de bereikbaarheid van de stad en de doorstroming van verkeer, vragen ook inrichtings-elementen als bewegwijzering, verkeersborden en verkeerslichten ruimte. Met name op kruispunten komen veel belangen en eisen samen. Veiligheid is hier uiteraard een belangrijk uitgangspunt, waardoor soms – ondanks de gegeven richtlijnen - een bomenrij bijvoorbeeld moet worden onderbroken voor aanleg van links- of rechtsaf-inen uitvoegstroken Ook parkeren concurreert met de Groene Hoofdstructuur om ruimte. Soms kan door slimmere inrichting extra ruimte voor bv. een bomenrij of groenstrook worden gecreëerd. Ook is het mogelijk om op de parkeerplaats doorlatende verharding aan te leggen en daarmee meer wateropvangcapaciteit te creëren.

De algemene inrichtingsprincipes zijn afkomstig uit het Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte en zijn afgestemd met parkeren. Definitieve keuzes worden na afweging bij de uitvoering gemaakt. Technische randvoorwaarden Behalve verkeer en parkeren vragen ook technische aspecten als riolering, gasleidingen en kabels om ruimte. Deze ondergrondse ruimte is medebepalend voor de inrichting van de bovengrondse ruimte én andersom. Er kunnen bijvoorbeeld geen bomen worden aangeplant boven kabels en leidingen en een gasleiding mag niet onder een gesloten verharding zoals asfalt liggen. Een goede samenwerking en vroegtijdige interne afstemming met ontwikkeling en beheer is dan ook essentieel om al deze invloeden op een goede manier te laten samen­ komen en op elkaar te laten aansluiten. En vooral een gezamenlijke wil om een optimale Groene Hoofdstructuur te verwezenlijken. Draagvlak Bij de verbetering van de Groene Hoofdstructuur is het belangrijk aandacht te besteden aan het draagvlak bij omwonenden. De biodiversiteit is gebaat bij meer en natuurlijker groen. Maatregelen zoals extensiever beheer, aanleg vlinderstroken en natuurvriendelijke oevers kunnen negatieve reacties oproepen. Een goede communicatie en uitleggen waarom dingen veranderen zijn hierbij onmisbaar.

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

21

Consequenties voor kosten beheer Het uitgangspunt is dat het beheer na de verbetering van de Groene Hoofdstructuur budgetneutraal is. Doordat er geïnvesteerd wordt, kunnen beheerkosten soms zelfs lager uitkomen. Wanneer langs de Groene Hoofdstructuur-Lanen hoogwaardiger groeiplaatsen worden gecreëerd , zal dit op de lange termijn geld uitsparen voor de verzorging van kwakkelende bomen. En in de Groene Hoofdstructuur-Eco zal bijvoorbeeld op plaatsen anders worden gemaaid, met sinusbeheer7. Dit is niet duurder; soms zelfs goedkoper. Het is nu nog niet te zeggen of er meer bomen of meer groen-areaal bij komen. Die keuzen worden in de projecten gemaakt.

7 Dit is ongelijktijdig maaien in stroken, opdat insecten en vlinders blijvend voedsel kunnen vinden.

22

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

23

3. DE INRICHTINGSPRINCIPES 3.1. De inrichtingsprincipes voor de lanen Omdat de lanen ieder afzonderlijk nu al een duidelijk eigen uitstraling hebben, bestaat er niet een uniform ontwerp. De lanen hebben een interactie met de omgeving. De ruimte voor de lanen in de stad varieert van zeer breed tot smal. De historische lanen met name bieden on­voldoende ruimte voor een optimale inrichting voor bomen in bermen omdat er ook functies als parkeren hun plek hebben ingenomen. Elke laan en elk ontwerp vraagt dan ook om maatwerk met als doel een gezonde leefbare stad. De temperaturen in een versteende stad liggen plaatselijk tot wel 7 graden hoger dan in het omliggende groene gebied. Met de inrichting van de openbare ruimte kunnen we het stadsklimaat beïnvloeden. En - met name grotere - bomen hebben een koelende werking door verdamping en door schaduw. Brede bermen en grote bomen zijn dus niet alleen aangenaam en fraai in het stadsbeeld, maar ook zeer nuttig. Met een zevental principe-profielen wordt weergegeven wat de mogelijkheden zijn om de lanen in Leiden een optimale groene inrichting te geven met bomenrijen en bermen voor de gewenste robuuste uitstraling en een gezond stadklimaat. Uitzonderingen in de lanenstructuur zijn de Hooigracht en Langegracht. Deze lanen zijn onderdeel van een binnenstedelijke structuur waar de ruimte beperkter is en het gebruik veel intensiever.

De principeprofielen van deze 24

twee lanen worden in dit plan niet weergegeven omdat deze onderdeel zijn van andere lopende projecten. Hieronder worden achtereenvolgens besproken: 1. Algemene inrichtingsprincipes; 2. Klimaatadaptatie; 3. Bomen; 4. Bermen. 1. Algemene inrichtingsprincipes • De maatvoering van rijbanen, bermen, boomgroottes en plantafstanden zijn conform Handboek Kwaliteit Openbare Ruimte; • Aandacht voor de ambitie tot het terugdringen van parkeren langs historische routes. 2. Klimaatadaptatie en biodiversiteit • De bermen langs de lanen dragen bij aan de regenwaterinfiltratie. Hoe breder ze zijn, hoe beter ze in staat zijn om de afvoer van grote piekbuien op te vangen en bieden ze een waterbuffer voor de bomen en vegetatie. De laanbomen en de bermen bieden beide veel kansen aan de biodiversiteit. 3. Bomen • De buitenbermen zijn leidend in de laanstructuur. Bij inpassing van de uitvoegstroken bij kruispunten wordt in eerste instantie ruimte gezocht in de middenberm;

• • •

Bomen van de 1e grootte ( > 12 meter hoog) toepassen; De breedte van de volwassen boomkroon is de boomafstand (10 – 12 m), waardoor het laangevoel ontstaat; Bestaande bomen met hoge toekomstverwachting worden ingepast. Afwijkend boomritme in de laanstructuur door inpassing van bestaande bomen is toegestaan.

4. Bermen • De bermen zijn altijd breed en lang genoeg om voldoende groeiruimte voor de bomen te garanderen; • De bermbreedte voor bomen van de 1e grootte is minimaal 5,0 m, gemeten tussen de banden.

10-12 m

5m 5,5 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

25

PRINCIPEPROFIEL 1

INRICHTINGSPRINCIPES Voor Principeprofiel 1 (Lammenschansweg en Plesmanlaan) • Rijbaan: 2x2-strooks; • Drie bermen van 8,0 meter breedte met dubbele of enkele bomenrijen; • Hoofdzakelijk uniform beeld met dezelfde soorten en leeftijd; • Bestaande gezonde bomen inpassen; • Een uitvoegstrook voor zowel links- als rechtsaf­ verkeer is mogelijk in de middenberm en zijberm. De bermen blijven voldoende breed (5,0 meter) om de bomenrijen voort te zetten tot aan de kruispunten. KLIMAAT EN BIODIVERSITEIT • De bomen leveren een bijdrage aan het verbeteren van negatieve milieueffecten in de stad; • Het sortiment bestaat uit meerdere soorten en is zowel inheems als uitheems; • De diversiteit aan soorten zit met name in de onderbeplanting. SORTIMENT BOMEN • Bomen van de 1e grootte; • De vorm is rond, ovaal of breed; • De laan heeft één hoofdsoort. ONDERBEPLANTING • Gazon, ruwe berm, vaste planten en/of hoge en lage heesters.

26

LAMMENSCHANSWEG PLESMANLAAN

PRINCIPEPROFIEL 1

principeprofiel 1

8,0 m

8,0 m

8,0 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

27

PRINCIPEPROFIEL 1 bij kruispunten 8,0 m

28

8,0 m

8,0 m

5,0 m

8,0 m

5,0 m

8,0 m

8,0 m

5,0 m

PRINCIPEPROFIEL 1

3 rijstroken

4 rijstroken

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

29

PRINCIPEPROFIEL 2

INRICHTINGSPRINCIPES Voor Principeprofiel 2 (Churchilllaan en Willen de Zwijgerlaan) • Rijbaan: 2x2-strooks; • Twee bermen van 8,0 meter breedte met dubbele of enkele bomenrij en een middenberm van 5,0 meter met een enkele bomenrij; • Hoofdzakelijk uniform beeld met dezelfde soorten en leeftijd; • Bestaande gezonde bomen inpassen; • Een uitvoegstrook voor linksaf-verkeer is mogelijk in de zijberm. De bermen blijven voldoende breed (5,0 meter) om de bomenrijen voort te zetten tot aan de kruispunten. KLIMAAT EN BIODIVERSITEIT • De bomen leveren een bijdrage aan het verbeteren van negatieve milieueffecten in de stad; • Het sortiment bestaat uit meerdere soorten en is zowel inheems als uitheems; • De diversiteit aan soorten zit met name in de onderbeplanting. SORTIMENT BOMEN • Bomen van de 1e grootte; • De vorm is rond, ovaal of breed; • De laan heeft één hoofdsoort. ONDERBEPLANTING • Gazon, ruwe berm, vaste planten en/of hoge en lage heesters.

30

CHURCHILLLAAN WILLEM DE ZWIJGERLAAN

PRINCIPEPROFIEL 2

principeprofiel 2

8,0 m

5,0 m

8,0 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

31

PRINCIPEPROFIEL 2 bij kruispunten 8,0 m

5,0 m

8,0 m

5,0 m

5,0 m

32

5,0 m

8,0 m

5,0 m

5,0 m

PRINCIPEPROFIEL 2

3 rijstroken

4 rijstroken

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

33

PRINCIPEPROFIEL 3

INRICHTINGSPRINCIPES Voor Principeprofiel 3 (Churchilllaan, Willem de Zwijgerlaan en Schipholweg) • Rijbaan: 2x2-strooks; • Drie bermen van 5,0 meter breedte met bomen; • Hoofdzakelijk uniform beeld met dezelfde soorten en leeftijd; • Bestaande gezonde bomen inpassen; • Een uitvoegstrook voor linksaf-verkeer is mogelijk in de zijberm. De bermen blijven voldoende breed (5,0 meter) om de bomenrijen voort te zetten tot aan de kruispunten. KLIMAAT EN BIODIVERSITEIT • De bomen leveren een bijdrage aan het verbeteren van negatieve milieueffecten in de stad; • Het sortiment bestaat uit meerdere soorten en is zowel inheems als uitheems; • De diversiteit aan soorten zit met name in de onderbeplanting. SORTIMENT BOMEN • Bomen van de 1e grootte; • De vorm is rond, ovaal of breed; • De laan heeft één hoofdsoort. ONDERBEPLANTING • Gazon, ruwe berm, vaste planten en/of hoge en lage heesters.

34

CHURCHILLLAAN WILLEM DE ZWIJGERLAAN SCHIPHOLWEG

PRINCIPEPROFIEL 3

principeprofiel 3

5,0 m

5,0 m

5,0 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

35

PRINCIPEPROFIEL 3 bij kruispunten 5,0 m

5,0 m

5,0 m

36

5,0 m

5,0 m

< 5,0 m

5,0 m

> 2,5 m

5,0 m

PRINCIPEPROFIEL 3

3 rijstroken

4 rijstroken

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

37

PRINCIPEPROFIEL 4

INRICHTINGSPRINCIPES Voor Principeprofiel 4 (Dr. Lelylaan, Haagweg, Kanaalweg en Rijndijk) • Rijbanen: 1x2-strooks zonder middenberm; • Twee bermen van 5,0 meter breedte met bomen; • Hoofdzakelijk uniform beeld met dezelfde boom-soorten en leeftijd; • Bestaande gezonde bomen inpassen; • Een uitvoegstrook voor rechtsaf-verkeer is mogelijk in de zijberm. KLIMAAT EN BIODIVERSITEIT • De bomen leveren een bijdrage aan het verbeteren van negatieve milieueffecten in de stad; • Het sortiment bestaat uit meerdere soorten en is zowel inheems als uitheems; • De diversiteit aan soorten zit met name in de onderbeplanting. SORTIMENT BOMEN • Uitsluitend bomen van de 1e grootte; • De vorm is rond, ovaal of smal; • De laan heeft één hoofdsoort. ONDERBEPLANTING • Gazon, ruwe berm, vaste planten en/of hoge en lage heesters.

38

DR. LELYLAAN HAAGWEG KANAALWEG RIJNDIJK

PRINCIPEPROFIEL 4

principeprofiel 4

5,0 m 5,0 m

5,0 m 5,0 m

5,0 m

5,0 m

5,0 m

principeprofiel 4 bij kruispunten

5,0 m 5,0 m

5,0 m 5,0 m

5,0 m

> 5,0 m

5,0 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

39

PRINCIPEPROFIEL 4

40

PRINCIPEPROFIEL 4

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

41

PRINCIPEPROFIEL 5

INRICHTINGSPRINCIPES Voor Principeprofiel 5 (Dr. Lelylaan, Haagweg en Rijndijk) • Rijbanen: 1x2-strooks met middenberm; • Twee bermen van 5,0 meter breedte met bomen. • Hoofdzakelijk uniform beeld met dezelfde boom-soorten en leeftijd; • Bestaande gezonde bomen inpassen; • Een uitvoegstrook voor rechtsaf-verkeer is mogelijk in de middenberm. KLIMAAT EN BIODIVERSITEIT • De bomen leveren een bijdrage aan het verbeteren van negatieve milieueffecten in de stad; • Het sortiment bestaat uit meerdere soorten en is zowel inheems als uitheems; • De diversiteit aan soorten zit met name in de onderbeplanting. SORTIMENT BOMEN • Uitsluitend bomen van de 1e grootte; • De vorm is rond of ovaal; • De laan heeft één hoofdsoort. ONDERBEPLANTING • Gazon, ruwe berm, vaste planten en/of hoge en lage heesters.

42

DR. LELYLAAN HAAGWEG RIJNDIJK

PRINCIPEPROFIEL 5

principeprofiel 5

5,0 m

5,0 m

5,0 m

5,0 m

> 5,0 m

5,0 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR 5,0 m

> 5,0 m

5,0 m

5,0 m

5,0 m

43

PRINCIPEPROFIEL 5 5,0 m

5,0 m

5,0 m

> 5,0 m > 5,0 m

5,0 m 5,0 m

kruispunt principeprofiel 5

5,0 m 5,0 m

5,0 m

44

5,0 m

PRINCIPEPROFIEL 5

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

45

PRINCIPEPROFIEL 6

INRICHTINGSPRINCIPES Voor Principeprofiel 6 (Oegstgeesterweg en Voorschoterweg) • Een middenberm met bomen is minimaal 5,0 meter. • Twee smalle groene zijbermen zonder bomen; • Hoofdzakelijk uniform beeld met dezelfde soorten en leeftijd; • Bestaande gezonde bomen inpassen; • Een uitvoegstrook voor linksaf-verkeer is mogelijk in de middenberm. KLIMAAT EN BIODIVERSITEIT • De bomen leveren een bijdrage aan het verbeteren van negatieve milieueffecten in de stad; • Het sortiment bestaat uit meerdere soorten en is zowel inheems als uitheems; • De diversiteit aan soorten zit met name in de onderbeplanting. SORTIMENT BOMEN • Bomen van de 1e grootte; • De vorm is rond, ovaal of breed; • De laan heeft één hoofdsoort. ONDERBEPLANTING • Gazon, ruwe berm, vaste planten en/of hoge en lage heesters.

46

OEGSTGEESTERWEG VOORSCHOTERWEG

PRINCIPEPROFIEL 6

principeprofiel 6

2,5 m

5,0 m

2,5 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

47

PRINCIPEPROFIEL 6

2,5 m

5,0 m

2,5 m

kruispunt principeprofiel 6

2,5 m

48

<5,0 m

2,5 m

PRINCIPEPROFIEL 6

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

49

PRINCIPEPROFIEL 7

INRICHTINGSPRINCIPES Voor Principeprofiel 7 (Hoge Rijndijk en Rijnsburgerweg) • Rijbaan: 2x1-strooks; • Twee bomenrijen in plantvakken; • De boomsoort is de vanuit historie gekozen soort; • Bomen staan aan weerszijde van de weg in plant­ vakken in combinatie met parkeren; • Uniform beeld met dezelfde soort en leeftijd; • Bestaande gezonde bomen inpassen; • Aanbrengen 25 m3 boomgranulaat per boom voor doorwortelbare ruimte onder verharding. KLIMAAT EN BIODIVERSITEIT • De bomen leveren een bijdrage aan het verbeteren van negatieve milieueffecten in de stad; • Het sortiment bestaat uit meerdere soorten en is zowel inheems als uitheems; • De diversiteit aan soorten zit met name in de onderbeplanting. SORTIMENT BOMEN • Uitsluitend bomen van de 1e grootte; • De vorm is ovaal, smal of zuilvormig; • De laan heeft één hoofdsoort die vanuit de historie bepaald is. ONDERBEPLANTING • Vaste planten en/of lage heesters; • Bij smal profiel in verharding.

50

HOGE RIJNDIJK RIJNSBURGERWEG

PRINCIPEPROFIEL 7

principeprofiel 7

3,5 m

3,5 m

3,5 m

3,5 m

3,5 m

3,5 m

3,5 m

3,5 m

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

51

PRINCIPEPROFIEL 7

kruispunten principeprofiel 7

52

INRICHTINGSELEMENTEN - TOEPASSING BOMEN - SORTIMENT - RECREATIEVE ROUTE - OEVERS

Overzicht van Groene Hoofdstructuur-Lanen Churchilllaan Dr. Lelylaan Europaweg Haagweg Hoge Rijndijk Hooigracht* Kanaalweg Lammenschansweg Langegracht* Oegstgeesterweg Plesmanlaan Rijndijk Rijnsburgerweg Schipholweg Schuttersveld Voorschoterweg Willem de Zwijgerlaan * Hooigracht & Langegracht De Hooigracht en Langegracht zijn onderdeel van een binnenstedelijke structuur waar - met de plannen voor de HOV- niet zonder meer eenzelfde inrichting kan worden gerealiseerd als in de overige Groene Hoofdstructuur-­ Lanen. De inrichting en uitstraling van deze twee Groene Hoofdstructuur-Lanen volgen waar mogelijk de gewenste uitvoering, binnen de randvoorwaarde van de fysieke mogelijkheden.

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

53

3.2. DE INRICHTINGSPRINCIPES VOOR DE GROENE HOOFDSTRUCTUUR-ECO Bij de Groene Hoofdstructuur-Eco zijn biodiversiteit en recreatie de belangrijkste waarden. In Bijlage 4., “Werkboek mogelijke uitwerking Groene Hoofdstructuur-Eco”, worden de 63 afzonderlijke projecten behandeld. Vooraf wordt een gebruiksaanwijzing gegeven, hoe het Werkboek te gebruiken en uitgelegd wat de symbolen betekenen. De Groene Hoofdstructuur-Eco wordt gevormd door een aantal parken in Leiden, hun onderlinge verbindingen en de groene verbindingen die vanuit het buitengebied de stad inlopen en eindigen op de Singelrand. Zowel de structuur als de beplanting zijn gevarieerd en de Groene Hoofd­ structuur-Eco is daardoor een aantrekkelijk leefgebied voor fauna. De genoemde inrichtingsprincipes gelden met name voor de groene verbindingen en in mindere mate voor de parken zelf. Voor de parken zijn deze zaken geregeld via de parkrenovaties en de beheerplannen. Door de verbindingen zo in te richten dat er meer afwisseling ontstaat tussen begroeide en open plekken en diversiteit in de beplanting, ontstaat er een habitat voor tal van kleine dieren zoals vogels, bijen en vlinders. Doordat de verbindingen aansluiten op de parken, het groen langs lanen en in de wijken, ontstaat een door­ lopend toegankelijk netwerk voor deze dieren.

Door gebruik te maken van het Stadsnatuurmeetnet* en het aanvullend ecologisch onderzoek kan specifiek worden afgestemd op bepaalde gewenste soorten.

Door te kiezen voor grote, robuuste bomen met brede kronen, ontstaat meer schaduw in de stad waardoor hitte kan worden teruggedrongen en fijnstof beter wordt gefilterd. Inheemse bomen zoals eiken en wilgen trekken enorm veel insecten aan, oneindig veel meer dan niet-­ inheemse soorten. En een overvloed aan insecten trekt vogels en vleermuizen aan. Inheemse bomen groeien echter vaak zo onstuimig, dat ze voor lanen minder geschikt zijn. In parken is hiervoor wel de ruimte. Er wordt een grote variëteit aan bomen nagestreefd. Hieronder worden achtereenvolgens besproken: 1. Algemene inrichtingsprincipe; 2. Inrichtingsprincipes biodiversiteit en ecologische structuur; 3. Inrichtingsprincipes recreatieve route; 4. Inrichtingsprincipes oevers. 1. Algemene inrichtingsprincipes • Afwisselend open ruimtes en plekken met bomen toepassen om alle verschillende beplantingstypes voldoende ontwikkelingskansen te geven (licht); • Aantallen zijn van ondergeschikt belang. Het gaat om het creëren van donkere, minder donkere en lichte plekken; dit verhoogt de biodiversiteit; • Het groen van het aansluitende gebied speelt mee in de keuze voor een bepaald type inrichting;

*Het Stadsnatuurmeetnet is sinds 2004 het natuur-monitoringssysteem van de gemeente Leiden. Daarnaast is in het kader van ruimtelijke plannen veel ecologisch onderzoek verricht.

54

•

Aansluiten bij het landschap (bijvoorbeeld landgoederenzone, Groene Hart, plassengebied);

Steenbreek te voorkomen dat voortuinen betegeld raken en stimuleert de aanleg van geveltuinen.

Bomen • Bestaande, gezonde bomen inpassen; • Maatvoering conform Handboek Openbare Ruimte; • Boomgrootte passend bij de ruimte; • Plantafstand; • In een rij: breedte van de boomkroon in volwassen staat; • In een bosschage: boomkronen mogen in elkaar groeien.

Keuzevolgorde Vanuit de mogelijkheden die er zijn om de verbindingen optimaal in te richten, is er per onderdeel steeds een ideale keuzevolgorde. Met deze keuzevolgorde geven we aan welke elementen de hoogste bijdrage leveren aan de duurzame doelstellingen van Leiden en dus de voorkeur hebben. Per onderdeel geven we dan ook steeds een volgorde van keuzes die de hoogste bijdrage (1) leveren tot en met de minste bijdrage en dus minste prioriteit.

Beplanting • Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk afwisseling in beplanting, maar ook in dieren en biotopen; • Creëren van groen met schuil-, foerageer-, en oriënteringsmogelijkheden; • Zoveel mogelijk toepassen van inheemse flora.

2. Inrichtingsprincipes biodiversiteit en ecologische structuur • Er wordt gestreefd naar zoveel mogelijk afwisseling in beplanting, maar ook in dieren en dus in de daarvoor benodigde habitats; • creëren van groen met schuil-, foerageer-, en oriënteringsmogelijkheden; • Afwisselend open ruimtes en plekken met bomen toepassen; • Boomgrootte passend bij de ruimte, zowel 1e, 2e en 3e grootte zijn mogelijk; • Bestaande bomen inpassen.

Klimaatbeleid en optimaal groen beeld • Beplanting in bredere zin speelt een belangrijke rol in de klimaatadaptatie. Zowel bomen, bosschages als onderbegroeiing spelen een grote rol bij de opvang van piek-buien. Ook zijn zij effectief bij het tegengaan van hittestress. Dit zowel via de verdamping die permanent plaatsvindt vanuit groen, als door de schaduw die grote bomen op de bodem werpen; • Particulier groen speelt ook een rol bij de groene kwaliteit van de openbare ruimte. Het al dan niet groene karakter van een wijk wordt gevormd door het openbare groen en het particuliere groen samen. De gemeente tracht onder meer met de Operatie

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

55

Keuzevolgorde BERMEN 1. Brede berm met een combinatie van bomen, struiken en kruiden; 2. Brede berm met een combinatie van bomen en struiken of een combinatie van bomen en kruiden; 3. Midden berm met een combinatie van kleine bomen en kruiden of in combinatie met lage struiken; 4. Smalle berm in combinatie met kruiden. BOMEN 1. Forse brede berm; 2. bomen of bosschages in groepen met hier tussen open ruimtes. Boomgroottes van 1e grootte in combinatie met hier en daar 2e en 3e grootte; 3. Standaard brede berm; 4. bomen in rijen langs de rijbaan van de 1e grootte. Rest in losse structuur van verschillende groottes; 5. Midden profiel; 6. bomen in rijen met hier en daar een open ruimte of een solitair, of bomen in rijen van de 1e grootte; 7. Midden profiel; 8. bomen in rijen met hier en daar open ruimte, of bomen in rijen van de 2e grootte. INPASSING BESTAANDE BOMEN 1. Bomen inpassen, zo nodig ten koste van het ideale profiel; 2. Bomen verplanten; 3. Bomen verwijderen: alleen als de gezondheid van de boom slecht is, of als de veiligheid in het geding is.

56

SORTIMENT 1. Inheemse, streekeigen soorten; 2. Inheemse, Nederlandse soorten; 3. Mix van inheemse soorten met cultuurvariëteiten, aandacht voor fauna en milieueffecten (lucht, water, fijnstof en hitte); 4. Mix van inheemse soorten, cultuurvariëteiten en exoten, aandacht voor fauna en milieueffecten; 5. Mix van cultuurvariëteiten en exoten, aandacht voor fauna en milieueffecten. 3. Inrichtingsprincipes recreatieve route • Aansluiten op het (bestaande) landschap; • Groene randvoorwaarden gaan boven verkeerskundige randvoorwaarden. In een smal profiel wordt de breedte van het pad bepaald door de minimale breedte van de berm; • Route los van autoverkeer; • Zo min mogelijk verlichting. Keuzevolgorde 1. Recreatief pad; breedte wordt bepaald door de breedte van de bermen (minimaal 2 m) (bijvoorbeeld op oude dijkstructuren); 2. Apart fiets- en voetpad, minimaal resp. 2,5 en 1 m breed. Keuzevolgorde verlichting 1. Geen verlichting; bestemming alleen recreatief; 2. Geen verlichting; alternatieve verlichte route in de nabije omgeving; 3. Verlichting maar dier (vleermuis) vriendelijk. Doorgaande route zonder verlicht alternatief in de nabije omgeving.

4. Inrichtingsprincipes oevers • De oevers zijn openbaar; • Langs oevers wordt niet geparkeerd; • Waar mogelijk natuurvriendelijke oevers met een talud van minimaal 1:4; • Bestaande waardevolle bomen inpassen. Start van het talud op de grens van de kroonprojectie; • Bij aanlegplaatsen voor boten het beheer van de berm aanpassen. Keuzevolgorde oevers 1. Natuurvriendelijke oever zonder beschoeiing. Talud zo flauw mogelijk, maar minimaal 1:4. Berm ruig; 2. Natuurvriendelijke oever met een moeraszone in een plasberm, daarna onderwaterbeschoeiing. Berm ruig; 3. Natuurvriendelijke oever met een moeraszone in een plasberm, daarna onderwaterbeschoeiing. Oever deels ruig, daarna gazon; 4. Groene oever met beschoeiing. Berm ruig. Alleen daar waar niet voldoende ruimte is voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever; 5. Groene oever met beschoeiing. Berm ruig, maar vaker gemaaid. Alleen daar waar aanlegplaatsen voor boten zijn. OMVORMING OEVER MET BESTAANDE BOMEN: • Oorspronkelijke oever met boom en kroonprojectie; • Natuurvriendelijke oever met bestaande boom en kroonprojectie: het nieuwe talud begint te dicht bij de boom; • Aangepast talud ter plekke van de boom. Als er geen ruimte meer is om het minimale talud aan te leggen, moet er een maatoplossing worden gevonden, bv. met behulp van een plaatselijke beschoeiing. UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

57

BIJLAGE 1. DE UITWERKING VAN DE 63 DEELPROJECTEN UIT DE GROENE HOOFDSTRUCTUUR-ECO OP ALFABETISCHE VOLGORDE 63 projecten in totaal vormen samen de Groene Hoofdstructuur-eco. Hiervan worden er 43 expliciet aangepakt. Dertig hiervan zijn opgenomen in de planning van Stedelijk Beheer. Dertien projecten zijn “herinrichtingsprojecten”. Deze zijn aangegeven met een H van Herinrichting. Hieronder ziet u alle 63 onderdelen van de Groene Hoofdstructuur-Eco. 30 projecten worden grotendeels aangepakt vanuit Stedelijk Beheer. 13 projecten zijn herinrichtingsprojecten die vanuit Stedelijke Ontwikkeling worden opgepakt. De projecten in groen voldoen nu al grotendeels aan het gewenste beeld. De veranderingen zijn hier minder ingrijpend en bestaan uit aanpassing van beheer of het kiezen van meer inheemse soorten bij vervanging. De locaties die volledig voldoen zijn in het Werkboek opgenomen om de kwaliteit te borgen, wanneer zich nieuwe ontwikkelingen voordoen. Ecologische hoofdstructuur 1. Admiraal Banckertweg / Dorus Rijkersweg 2. Besjeslaan 3. Broekweg 4. Catharina van Tussenbroekpad I 5. Catharina van Tussenbroekstraat II 6. Constantijn Huygenslaan H 7. Cronesteinkade H 8. Cronesteinpad 9. Cruquiuslaan 10. Delftse Jaagpad 11. Dobbewatering I Harriet Freezersingel 58

12. Dobbewatering II Joke Smitstraat -noord 13. Dobbewatering III Joke Smitstraat -zuid 14. Dobbewatering IV Petronella Voutepad 15. Driemanschapskade / van der Paauwkade 16. Groene Maredijk 17. Groene Overkluizing - Zwarte pad 18. Haagse Schouwweg H 19. Haarlemmerweg I 20. Haarlemmerweg II 21. Haarlemmerweg III H 22. Hadewychlaan H 23. Heinekenpad 24. Jan Luykenlaan I 25. Jan Luykenlaan II 26. Jeltje de Bosch Kemperpad I 27. Jeltje de Bosch Kemperpad II 28. Kasteelhof H 29. Kenauweg 30. Korte Vlietpad H * 31. Landtong Coebel 32. Leeghwaterstraat 33. Lorenzkade / van den Brandelerkade H 34. Maartje Offerspad I 35. Maartje Offerspad II 36. Nachtegaallaan H 37. Nickeriepad I 38. Nickeriepad II 39. Pad van Bremmer *Project Korte Vlietpad valt buiten het uitvoeringsprogramma; het wordt aangepakt binnen het reguliere programma IP-parken

40. Pomonapad 41. Roomburgerpad / Zone DZB 42. Roomburgerweg 43. Rozenpad 44. Slaaghsloot H 45. Slaaghwijkzone I Ravenpad H 46. Slaaghwijkzone II Wiekelhorst 47. Slaaghwijkzone III Valkenpad H 48. Slaaghwijkzone IV Bloemenpad 49. Sportpark Morskwartier 50. Stadspolderpad 51. Stevenshofrand 52. ‘t Joppepad 53. Veenwatering I 54. Veenwatering II 55. Veerpolderpad 56. Visserspad 57. Visserspad II 58. Vlietweg 59. Vrouwenweg 60. Waardeiland 61. Wassenaarseweg I H 62. Wassenaarseweg II 63. Zijloever H

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

59

Bijlage 2. Tabel met de 13 herinrichtingsprojecten Project

Doel

Wat gaat er gebeuren?

1

Constantijn Huygenslaan

Meer ruimte voor natuur

Meer inheemse bomen en berm inrichten als bloemrijke berm met natuurvriendelijke oever.

2

Cronesteinkade

Vergroening recr. route op weg naar Park Cronestein, vanaf Singelpark

Kadeoever over breedte van 2 meter vergroenen met kruidenvegetatie.

3

Haagse Schouwweg

Waardevolle berm optimaliseren door tegengaan versnippering. Verbinding tussen begraafplaats Rhijnhof en groene zone Morskwartier en Park Kweeklust.

Bestrating verwijderen en groen verbinden.

4

Haarlemmerweg III

Vergroening hist. en recr. route. Aansluiting Singelpark en Heempark/Leidse Hout

Vergroenen van de waterkant door verplaatsing parkeren naar woningzijde; kade wordt wandelpromenade; groene onderbeplanting in boomspiegels en tussen parkeervakken.

5

Hadewychlaan

compenseren van groenverlies door aanleg Rijnlandroute

Het wegprofiel wordt versmald door aanleg Rijnlandroute. Opvangen door verminderen versnippering en verl;eggen van fietspad naar route door de wijk

6

Kasteelhof

Vergroening recr. route; opmaat naar Matilopark

Aan woningzijde: trottoir versmallen, bomen groepsgewijs in het gazon ipv in trottoir. Natuurvriendelijke oever en bloemrijke berm.

7

Lorentzkade

Vergroenen recr. route, verbinding Singelpark met Park Cronestein en Park de Bult. Verhogen biodiversiteit. Cronestein en Park de Bult. Verhogen biodiversiteit.

Profiel blijft gehandhaafd. Bomen meer in de groenberm; overgang naar bloemrijke bermen, met nieuw voetpad. Keuze heesters en bomen tbv fauna; waar mogelijk natuurvriendelijke oever.

60

8

Nachtegaallaan

Vergroening recr. route, overgang naar open groene ruimte en Landgoederenzone

Smallere stoep en weg, ten gunste van bredere groene oever.

9

Slaagsloot/ Havikpad (exclusief waterzuivering)

Optimaliseren en vergroenen verbinding de Zijl- het spoor, langs Slaaghsloot

Voet- en fietspaden bundelen waardoor robuustere berm ontstaat.; erfafscheidingen vergroenen.

10

Slaagwijkzone/ Ravenpad

Vergroening verbinding Slaagsloot – Park Merenwijk zuid en verhogen biodiversiteit

Padenstructuur verbeteren; toevoegen van bomen; inheemse soorten; erfafscheidingen vergroenen. Aanleg bloemrijk grasland.

11

Slaagwijkzone/ Valkenpad

Vergroenen

Bomen en groen toevoegen.

12

Wassenaarseweg I

Vergroening (recr.) route

Verharding versmallen tbv brede bloemrijke groenberm; bomenrijen aanvullen met inheemse soorten.

13

Zijloever

Vergroenen hiaat langs Zijlsingel. Verbinding Admiraal Banckertweg/ Dorus Rijkersweg en Nickeriepad

Groenberm langs woningen verbreden tbv bloemrijke berm of beplanting. Bomen in groen ipv in steen, gevarieerder en inheemse beplanting.

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

61

Bijlage 3. Tabel met de 30 beheermatige projecten OVERZICHT GROENE HOOFDSTRUCTUUR - ECO: BEHEERMATIGE PROJECTEN Admiraal Banckertweg

In vervangingsituatie kiezen voor biodiversere soorten

Catharina van Tussenbroekpad I

berm verwilderen en omvormen beplanting

Catharina van Tussenbroekpad II

aanleggen 110 m natuurvriendelijke oever, berm verwilderen en omvormen beplanting

Cruquiuslaan

aanleggen 350 m natuurvriendelijke oever en berm verwilderen

Dobbewatering ZO/ Harriet Freezer

berm verwilderen

Dobbewatering ZO/Joke Smitsstraat N

berm verwilderen

Dobbewatering ZO/Joke Smitstraat Z

kwetsbare natuur niet mogelijk ivm spelen

Dobbewatering NW/ Petronella Voute

berm verwilderen en omvormen beplanting

Groene Overkluizing/Zwarte pad

berm verwilderen

Haarlemmerweg I

berm verwilderen en omvormen beplanting

Haarlemmerweg II

omvormen beplanting

Jan Luykenlaan I

In vervangingsituatie kiezen voor biodiversere soorten

Jan Luykenlaan II

In vervangingsituatie kiezen voor biodiversere soorten

Jeltje de Bosch Kemperpad I

aanleggen 30 m natuurvriendelijke oever, berm verwilderen en omvormen beplanting

Jeltje de Bosch Kemperpad II

aanleggen 340 m natuurvriendelijke oever en berm verwilderen

Leeghwaterstraat

aanleggen 80 m natuurvriendelijke oever en berm verwilderen

Maartje Offerspad II speel

aanleggen 200 m natuurvriendelijke oever, berm verwilderen en omvormen beplanting

Nickeriepad I smal

berm verwilderen

Nickeriepad II breed

berm verwilderen

Roomburgerpad/ zone DZB

In vervangingsituatie kiezen voor biodiversere soorten

Rozenpad

berm verwilderen

Slaaghwijkzone/ Wiekelhorst

omvormen beplanting

62

Slaaghwijkzone/ Bloemenpad

omvormen beplanting

Veenwatering I

voetpad versmallen en berm verbreden

Veenwatering II

berm verwilderen

Veerpolderpad

berm verwilderen en omvormen beplanting

Visserspad I

aanleggen 100 m natuurvriendelijke oever en berm verwilderen

Visserspad II

aanleggen 150 m natuurvriendelijke oever en berm verwilderen

Waardeiland

verwilderen berm langs water

Wassenaarseweg II

bomenrijen optimaliseren

UITWERKINGSPLAN GROENE HOOFDSTRUCTUUR

63

64

WERKBOEK MET MOGELIJKE UITWERKINGEN VAN DE GROENE HOOFDSTRUCTUUR OP ALFABET

Gemeente Leiden Ruimtelijke Ontwikkeling 5 maart 2018

Een groene omgeving verhoogt de kwaliteit van ons leven. Mensen voelen zich prettiger en gelukkiger in een groene omgeving. Groene plekken nodigen uit tot recreatie en sociale interactie.

Inhoudsopgave De Groene Hoofdstructuur-Eco.................................................................5 Gebruiksaanwijzing...................................................................................6 Beschrijvingen per locatie..........................................................................9

DE GROENE HOOFDSTRUCTUUR-ECO

NU NIET VERBONDEN, VERBINDING WENSELIJK

4

DE UITWERKING VAN DE 63 DEELPROJECTEN UIT DE GROENE HOOFDSTRUCTUUR-ECO OP ALFABETISCHE VOLGORDE H: herinirchtigsprojecten in groen: projecten die grotendeels voldoen aan het wensbeeld ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR 1. Admiraal Banckertweg / Dorus Rijkersweg 2. Besjeslaan 3. Broekweg 4. Catharina van Tussenbroekpad I 5. Catharina van Tussenbroekstraat II 6. Constantijn Huygenslaan H 7. Cronesteinkade H 8. Cronesteinpad 9. Cruquiuslaan 10. Delftse Jaagpad 11. Dobbewatering I Harriet Freezersingel 12. Dobbewatering II Joke Smitstraat -noord 13. Dobbewatering III Joke Smitstraat -zuid 14. Dobbewatering IV Petronella Voutepad 15. Driemanschapskade / van der Paauwkade 16. Groene Maredijk 17. Groene Overkluizing - Zwarte pad 18. Haagse Schouwweg H 19. Haarlemmerweg I

20. Haarlemmerweg II 21. Haarlemmerweg III H 22. Hadewychlaan H 23. Heinekenpad 24. Jan Luykenlaan I 25. Jan Luykenlaan II 26. Jeltje de Bosch Kemperpad I 27. Jeltje de Bosch Kemperpad II 28. Kasteelhof H 29. Kenauweg 30. Korte Vlietpad H * 31. Landtong Coebel 32. Leeghwaterstraat 33. Lorenzkade / van den Brandelerkade H 34. Maartje Offerspad I 35. Maartje Offerspad II 36. Nachtegaallaan H 37. Nickeriepad I 38. Nickeriepad II 39. Pad van Bremmer 40. Pomonapad 41. Roomburgerpad / Zone DZB 42. Roomburgerweg 43. Rozenpad 44. Slaaghsloot H

45. Slaaghwijkzone I Ravenpad H 46. Slaaghwijkzone II Wiekelhorst 47. Slaaghwijkzone III Valkenpad H 48. Slaaghwijkzone IV Bloemenpad 49. Sportpark Morskwartier 50. Stadspolderpad 51. Stevenshofrand 52. ‘t Joppepad 53. Veenwatering I 54. Veenwatering II 55. Veerpolderpad 56. Visserspad 57. Visserspad II 58. Vlietweg 59. Vrouwenweg 60. Waardeiland 61. Wassenaarseweg I H 62. Wassenaarseweg II 63. Zijloever H

*Project Korte Vlietpad valt buiten het uitvoeringsprogramma; het wordt aangepakt binnen het reguliere programma IP-parken

EEN ECOLOGISCH RIJKE GROENE HOOFDSTRUCTUUR ROBUUSTE LANEN EN BIODIVERSITEIT

5

Gebruiksaanwijzing Werkboek Groene Hoofdstructuur-Eco De Groene Hoofdstructuur van Leiden vormt een aan­ eengesloten geheel. De Groene Hoofdstructuur-Eco bestaat uit een aantal parken en uit een aantal straten met smalle of bredere groenzones erlangs. Het geheel bestaat uit 63 deelprojecten, waarvoor aan­ wijzingen worden gegeven voor specifieke verbeteringen. Deze zijn ingedeeld per straat op alfabetische volgorde. Per deelgebied wordt de bestaande situatie vergeleken met de gewenste situatie. Het geheel is als volgt opgebouwd: BESTAANDE SITUATIE: • Een profiel op een representatieve plek; • Een foto; • Een korte beschrijving van de situatie; • Een korte beschrijving van aandachtspunten; • Weergave van het bestaande bomenbestand in symbolen. GEWENSTE SITUATIE: • Het toekomstprofiel van dezelfde representatieve plek; • Een schematische weergave van de toekomstige situatie in een platte grond; • Een korte beschrijving van de aanpassingen. BEIDE SITUATIES WORDEN GETOETST AAN VIER CRITERIA: 1. Biodiversiteit; 2. Ecologische verbinding; 3. Recreatieve verbinding; 6

4. Robuustheid, een minimale omvang om goed te functioneren. In de ideale situatie scoren in de toekomstsituatie alle criteria een ‘goed’. Dit is in de praktijk niet altijd mogelijk, bijvoorbeeld omdat de fysieke ruimte ontbreekt. In zo’n geval wordt het hoogst haalbare aangegeven. Soms is één van de criteria niet relevant. Bijvoorbeeld een recreatieve verbinding is niet aanwezig, maar ook niet nodig omdat er in de directe omgeving een goede voorziening is. 1. BIODIVERSITEIT In dit verband wordt met biodiversiteit met name gekeken naar de variatie in vegetatie. Een rijke vegetatie is een voorwaarde voor een goede biodiversiteit van insecten en fauna. Het gaat om de hoeveelheid soorten, maar ook over de afwisseling in typen beplanting, bijv. grasland en bosschages. Soms scoort een deelgebied hoog op dit onderwerp, terwijl er weinig afwisseling is. Door de aansluiting op een groter gebied, waarin andere typen beplanting aanwezig zijn, wordt dit gecompenseerd. In het grotere geheel kan zo’n profiel zelfs een verrijking betekenen.

2. ECOLOGISCHE VERBINDING Dit onderdeel beoordeelt in hoeverre de groengebieden op elkaar aansluiten. Hoe meer onbelemmerde eco­ logische verbindingen er bestaan, hoe beter voor de fauna. Er bestaat een relatie met de biodiversiteit, omdat rijke gebieden beter werken als verbindingsgebied dan arme. 3. RECREATIEVE VERBINDING Door de stad heen zijn verschillende groenrecreatieve routes uitgezet, die aansluiten op regionale recreatieve routes. Daarnaast zijn op veel plekken (vrij liggende) fietspaden aangelegd, die op een recreatieve manier gebruikt kunnen worden. 4. ROBUUSTHEID Een ecologische zone heeft een bepaald minimaal formaat nodig om als zodanig te kunnen functioneren. De aan­ gegeven maten zijn maten bij benadering. Ze zijn bedoeld om een gevoel te geven van de beschikbare ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10166456/1