CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van beantwoording (na inspraak)

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0006 Verordening bekostiging leerlingenvervoer Leiden 20221.041 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording advies van de Adviesraad Sociaal Domein Verordening en beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer Leiden 2022 De Adviesraad Sociaal Domein heeft gevraagd advies uitgebracht over deze verordening. De verordening en de beleidsregels zijn ook in de inspraak geweest, hierop zijn geen reacties gekomen.

Samenvatting ingekomen reactie

A

B

C

D

E

Algemeen Betrek direct belanghebbenden bij het opstellen van verordening, de beleidsregels en de contracten met de vervoerder.

Het voorliggende stuk wekt de indruk een ontmoedigingsbeleid te zijn. Advies: richt het leerlingenvervoer zodanig in dat het vervoer rondom school, stage, dagbesteding, therapie, logeerhuis e.d. mooi op elkaar aansluit.

Artikelsgewijze adviezen Voeg het woord adequaat toe aan het begrip goedkoopst vervoer in artikel 1 van de verordening.

Bij de doelstelling wordt benadrukt dat bij het onderzoek uitgegaan wordt van de individuele situatie van de leerling. Ons inziens houden voorliggende stukken onvoldoende rekening met individuele gevallen, zodat de beoogde doelstelling niet gehaald wordt. In onderstaande adviezen worden per artikel aanbevelingen gegeven ten aanzien van een meer individuele en daarmee passende benadering. Hoe wordt bij (tijdelijke) verhuizing van de leerling omgegaan met de aanvraag/toekenning? We

Reactie van het college

Gevolgen voor het voorgestelde besluit

Vanuit de uitvoering hebben we (bijna) dagelijks contact hebben met ouders over de huidige verordening. We hebben daardoor een redelijk beeld over hun wensen en verwachtingen. De afspraken met de vervoerder zijn erop gericht om dit te realiseren. Helaas zitten we hier met twee wettelijke kaders, namelijk onderwijswetgeving en wetgeving in het sociaal domein, die niet goed op elkaar aansluiten.

Geen.

Wij begrijpen uw bedoeling, maar het woord adequaat is niet objectief toetsbaar en daarom niet geschikt.

Geen.

Vanuit de jurisprudentie is duidelijk dat rekening dient te worden gehouden met de individuele situatie van de leerling, dat uitgangspunt zal altijd een rol spelen bij de beoordeling van het recht op leerlingenvervoer.

Geen.

Het woonplaatsbeginsel wordt hier inderdaad niet toegepast omdat deze niet

Geen.

1

Geen.

adviseren hier de definitie en toepassing te hanteren conform het woonplaatsbeginsel 2022 in de Jeugdwet.

F

G

Verordening, artikel 6, lid 3, toekenning vervoersvoorziening aan meerderjarige leerling. Advies: bepaal per jongvolwassene of deze financieel voldoende zelfredzaam is om verantwoord met deze voorziening om te gaan. Bouw desgewenst een overgangsperiode in. Verordening, artikel 7, lid 6. Terugvordering: We adviseren terughoudend te zijn met terugvordering.

H

Wanneer met artikel 13 van de verordening bedoeld wordt dat leerlingen tot 2 uur op school moeten wachten op het vervoer, adviseren wij het college om met de scholen af te stemmen om dit zo kort mogelijk te maken.

I

Beleidsregels, artikel 1, lid 1 en 2 spreken elkaar tegen. We adviseren deze artikelen

van toepassing is op het leerlingenvervoer. Op grond van wet dient de aanvraag te worden ingediend bij de gemeente waar de leerling verblijft, dit is anders dan het woonplaatsbeginsel van de Jeugdwet, een leerling die tijdelijk elders moet verblijven (maar ook bij coouders) moet een aanvraag voor leerlingenvervoer indienen bij de gemeente waar hij verblijft. Uitzondering zijn de situaties die beschreven zijn in artikel 14 van de verordening waarbij het gaat om crisissituaties. Zie de begripsbepalingen in artikel bij ouders, het dient altijd te gaan om een handelingsbekwame leerling. In de praktijk komt dit niet of nauwelijks voor. We zijn ook terughoudend met terugvordering, maar de mogelijkheid daartoe moet wel opgenomen zijn in de verordening. De wachttijd waarop gedoeld wordt is een maximum en geldt alleen voor het voortgezet onderwijs. Deze leerlingen kunnen de tijd gebruiken om hun huiswerk te maken. Dit komt voor bij structurele lesuitval of ongelijke roosters van leerlingen in het reguliere VO. In overleg met de vervoerder wordt altijd gestreefd naar een zo kort mogelijke wachttijd. In de beleidsregel gaat het over de wijze van 2

Geen.

Geen.

Geen.

Geen.

beter op elkaar af te stemmen. Namelijk de kortste route van de ANWB routeplanner, hoeft niet per se voor de individuele leerling een voldoende begaanbare en veilige weg te zijn.

J

K

L

Beleidsregels, artikel 1, lid 4 en 5. Er wordt hier gesproken van uitgangspunten voor af te leggen afstanden lopend of per fiets. We adviseren hierbij rekening te houden met de grote verschillen die er kunnen zijn tussen individuele leerlingen en deze uitgangspunten niet als harde grens te hanteren. Beleidsregels, artikel 2: Tweede opstapof afzetadres: Bij de criteria wordt geen rekening gehouden met het feit dat bijvoorbeeld therapieën geen structureel, maar een tijdelijk karakter hebben. Advies: formuleer het criterium dusdanig dat (tijdelijke) therapieën ook voor vervoer in aanmerking komen.

Beleidsregels, artikel 3, lid 2. Afwijkende tijden. Bij een gewijzigde eindtijd door lesuitval is de ouder of school verantwoordelijk voor opvang van de leerlingen. Advies: ouder schrappen, alleen de school verantwoordelijk houden.

berekening van de afstand, er is geen verplichting om deze route te volgen. Op basis van de jurisprudentie zijn en blijven ouders verantwoordelijk voor de begeleiding van hun kind, zeker in het geval van drukke wegen. De routeplanner is de meest objectieve wijze om te bekijken of een route te rijden is op de fiets of lopen. Bij het gebruik van een auto speelt de genoemde veiligheid geen rol. Daarom wordt hier gesproken van uitgangspunt, in individuele gevallen kan hiervan worden afgeweken.

Het begrip tweede opstapof afzetadres wordt gehanteerd bij kinderen van gescheiden ouders die op twee adressen wonen. Of een structurele afzetplek zoals een BSO. Een (tijdelijk) therapieadres valt daar buiten. Die kunnen qua vervoer wel onder de Jeugdwet of de Zorgverzekeringswet vallen. Dit artikel is zo geformuleerd omdat de vervoerder nadrukkelijk niet verantwoordelijk is voor het eerder ophalen van de leerling. Wanneer de ouder wil dat de leerling eerder naar huis komt, zal het hem/haar zelf moeten ophalen.

3

Geen.

Geen.

Geen.

M

Verordening artikel 15 en beleidsregels, artikel 4, kilometergrens bij stages. Deze is maximaal 10 km van de school of woning. Het college gaat hiermee voorbij aan het feit dat niet ieder bedrijf of elke organisatie binnen een straal van 10 kilometer een passende stageplaats kan bieden. Advies: schrap de maximale kilometergrens in de beleidsregels. Hanteer een formulering zodat in overeenstemming met het college vervoer naar en van de dichtstbijzijnde passende stageplaats vergoed wordt.

De afstand van 10 kilometer zal in sommige gevallen niet haalbaar zijn. Dan zal daarvan worden afgeweken op grond van de hardheidsclausule (art. 24 van de verordening).

4

Geen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11039517/1