CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen SP

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 24 februari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen852 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op participatie Technische vragen SP, RV 22.0012 Ontwerp omgevingsvergunning Morsweg naast 60 In het raadsvoorstel staat "Gelet op de totstandkoming van onderhavige aanvraag en de omvang van het bouwplan heeft er geen participatie bijeenkomst plaatsgevonden".

1. Wat is er zo bijzonder aan deze aanvraag dat er geen participatie heeft plaatsgevonden? Het plan voor de Morsweg is redelijkerwijze beoordeeld als een met een minimaal ruimtelijk effect: het gaat om drie woningen, ingepast in een bestaande poort, waarbij de huidige onderdoorgang/poort blijft behouden. Participatie is altijd maatwerk. Vanuit de gemeente is meegegeven aan de aanvragers van de Parel071 ontwikkelingen dat door de initiatiefnemers vroegtijdig, en vooraf, in overleg wordt getreden met de betrokkenen. De aanvrager heeft daarom contact gezocht met de eigenaren van de panden(Portaal en DUWO). De eigenaren van de belendende percelen hebben n.a.v. overleg met de aanvrager een verklaring van geen bezwaar afgegeven. Daarnaast hebben er berichten op de website van 071 Nieuwe Parels gestaan en is er een kennisgeving van de aanvraag omgevingsvergunning in de krant gezet. Achteraf gezien was het beter geweest als de initiatiefnemer niet alleen met de eigenaren maar ook met de huurders van de panden contact had gezocht. Zie ook: 064 Morsweg • 071 Nieuwe Parels www.nieuweparels.nl

Afbeelding 1.1 en 1.2 Huidige situatie 2. Bij welke omvang van een bouwplan vindt er wel of geen participatie plaats? Is dat een gepubliceerde regel? Het is gebruikelijk om bij bouwplannen vooraf te participeren vanuit de initiatiefnemer. Er is geen harde regel bij welke omvang participatie plaats moeten vinden en zo ja, in welke vorm. Het is namelijk redelijkerwijze te verwachten dat er altijd belanghebbenden zijn in Leiden. Hoe groot of hoe klein ook, bij een bouwplan verwachten we participatie vanuit de initiatiefnemer. Bijvoorbeeld: ook bij het plaatsen van een dakkapel verwachten we afstemming met de buren. Immers, een dakkapel heeft (mogelijk) effect op het huis van de buren. Dus ook bij een dergelijk kleine verbouwing, is participatie (informatie, afstemming) vanuit initiatiefnemer van belang. Bij een kleiner initiatief is er geen formele rol van de gemeente Leiden voor wat betreft participatie. Waar die ondergrens ligt is geen absoluut getal. Dit hangt samen met de complexiteit van de opgave, de omgeving en de omstandigheden van het geval. 3. Waarom is er wel met de eigenaren van de aangrenzende panden gesproken, maar niet met de daadwerkelijke bewoners van de aangrenzende appartementen? In dit geval ligt de realisatie en participatie bij de aanvrager.

De keus van de initiatiefnemer om voor afstemming in overleg te treden met de eigenaren van de belendende percelen is voorstelbaar. Vanuit de aanvrager kreeg de gemeente terug dat er draagvlak was van de pandeigenaren. Daartoe is een verklaring van geen bezwaar afgegeven. Achteraf gezien was het beter geweest als de initiatiefnemer niet alleen met de eigenaren maar ook met de huurders van de panden contact had gezocht. 4. Klopt het dat het voorstel al sinds december 2020 bekend is bij de gemeente? Ja. De aanvraag is in december 2020 ingediend. Deze is vanuit het vooroverleg (beoordeling van wenselijkheid en uitsluitsel in hoeverre gemeente bereid is medewerking te verlenen) doorgevloeid in een aanvraag omgevingsvergunning. 5. Klopt het dat de gemeente tenminste drie reacties van omwonenden op de publicaties heeft ontvangen? Is hierop inhoudelijk gereageerd? Ja, er zijn ten minste drie reacties van omwonenden ontvangen op de publicatie van het plan. Belangrijk om te melden dat de reacties hebben geleid tot wijzigingen in het plan: Het plan is door de initiatiefnemer gedurende het jaar aangepast op verschillende punten. Door bouwkundige aanpassingen en onderzoeken (flora en fauna en bezonning) is het plan meermaals aangepast. Aan de zorgen uit deze reacties voor wat betreft privacy, geluidsoverlast, bezonning, uitzicht, verlies aan groen is met deze wijzigingen tegemoet gekomen.

Hierdoor is het voldoende aannemelijk dat het plan binnen een goede ruimtelijke ordening valt en dat alle relevante belangen zijn afgewogen tijdens het vergunningsproces. Degenen die een schriftelijke reactie hebben ingezonden wordt een afschrift van deze stukken toegezonden of worden zij geïnformeerd over de tijd en plaats waar deze stukken ter inzage liggen. Ook worden zij geïnformeerd over de nader te volgen procedure, inclusief het tijdpad en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op het plan. 6. Waarom heeft de gemeente niet afgedwongen bij de initiatiefnemer dat de buurtbewoners betrokken werden bij dit initiatief (met bijvoorbeeld een participatiebijeenkomst of een informatieve brief in de brievenbus)?

Zie ook de antwoorden hierboven. Veelal wordt bij dit soort projecten is het de verantwoordelijkheid van de aanvrager om in goed overleg te treden met de buurtbewoners waarop de ruimtelijke ontwikkeling impact heeft. N.a.v. boekje 071Parels door F. Verheijen zijn er met de aanvragers van de ontwikkelingen duidelijke afspraken gemaakt over dat de participatie vooraf zeer belangrijk is maar dat de verantwoordelijkheid voor het creëren van draagvlak en het doen van de participatie bij de aanvrager ligt. Voortschrijdend inzicht laat zien dat een informatieve brief in de brievenbus op initiatief van de aanvrager wenselijk zou zijn geweest. De gemeente is echter gelet op bovenstaande (duidelijke afspraak wie participatie doet en maat en schaal van plan) niet aan zet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11226467/1