Beantwoording vragen GL bij RV bestuurlijke werkafspraken omgevingswet
Tekst van het document
Beantwoording vragen GL bij RV 21. 0087 Werkafspraken Ivo van Spronsen had de volgende vragen:
1. Bij G. betreft dit lijst bindend advies buitenplanse omgevingsplanactiviteiten? Zo nee, wat is dit dan precies? • Bij 4.g. wordt inderdaad de door de raad vast te stellen lijst bedoeld voor de categorieën van gevallen waarin de raad het recht heeft om bindend advies te geven over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplan activiteit. En wanneer zendt het College zo'n concept lijst bindend advies Bopa dan naar de raad? •
Eind 2021.
2. 2. Bij 3 iii Wat houden de uitvoeringsvarianten in? • Bij 3.c.iii. wordt met uitvoeringsvarianten bedoeld: ruimte voor meerdere uitvoeringsvarianten of oplossingen binnen de kaders van het Omgevingsplan die bijvoorbeeld kan bestaan uit: o
marges voor de locatie van een gebouw of voor een hoogte accent,
o
meerdere oplossingsmogelijkheden voor parkeren of waterberging binnen gestelde normen,
o
aantal toegestane woningen binnen een bepaalde marge.
En bepaalt de Raad deze? •
Ja, bij de vaststelling van de wijziging van het Omgevingsplan.
3. wat betekent 3. g- precies? Hoe moet ik dat mij voorstellen? • De ambities en de beleidsdoelen van de raad in o.a. de Omgevingsvisie zullen niet altijd gerealiseerd worden door enkel het stellen van kaders in het Omgevingsplan gecombineerd met verder een passieve afwachtende houding van de gemeente. De gemeente kan dan kiezen voor een meer actieve benadering. • Zo kan het college bijvoorbeeld via een projectmatige en faciliterende aanpak een gewenst bouwproject van een private partij tot stand laten komen. Het college en de private partij stemmen samen en in een participatieproces af onder welke voorwaarde het college meewerkt aan een project. Het college doet dat binnen door de raad vastgestelde kaders (zoals de Omgevingsvisie en Ontwikkelperspectieven, generiek beleid in het Omgevingsplan en nu nog sectoraal beleid) en vast te stellen kaders (namelijk een wijziging van het Omgevingsplan tbv het project). Een private initiatiefnemer zal namelijk nooit op zich zelf een plan kunnen ontwikkelen dat 100 % voldoet aan de wensen van de gemeente en belanghebbenden. Het college zal hem daar actief bij moeten begeleiden. Dat doet het college in een project. • Bovendien is bij sommige ambities en beleidsdoelen niet op voorhand scherp afgebakend bij welke concreet resultaten ambities en doelen bereikt zijn en hoe die resultaten bereikt moeten worden.
Het college moet de doelen en ambities nader bepalen en de inspanningen benoemen die verricht moeten worden om die resultaten te bereiken. Die inspanningen vragen vaak een actieve
houding van het college, zoals communiceren met de stad, partners verbinden die ondersteunen aan het bereiken van de resultaten, financieel-economische prikkels inzetten, contracten of convenanten sluiten, zelf feitelijke handelingen laten verrichten zoals het aanleggen van een fietspad en voorstellen aan de raad doen om benodigde kaders te laten vaststellen (bijv. in Omgevingsplan of in Financiële verordening t.b.v. subsidieregeling). Bij meer complexere opgaven kan het college deze activiteiten doen aan de hand van een omgevingsprogramma waarin college nader beleid en maatregelen vastlegt.