Beantwoording TV PvdD Bedrijventerrein Vlietzone Midden
Tekst van het document
TV PvdD Bedrijventerrein Vlietzone Midden, mw. Raat 1. De weg te bestemmen planologische bedrijfsruimte in hoge milieucategorieën in de Lammenschansdriehoek dient te worden gecompenseerd. Op dit moment is er slechts één bedrijf met een hogere milieucategorie. Is het noodzakelijk om de ruimte te compenseren voor bedrijven die daadwerkelijk een hoge milieucategorie hebben of moeten alle kavels met een bedrijfsbestemming met een hogere milieucategorie, ongeacht of daar een bedrijf zit dat de bestemming daadwerkelijk gebruikt worden gecompenseerd? Antwoord college: Het laatste is het geval: op basis van de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland moeten alle kavels met een bedrijfsbestemming voor bedrijven in milieucategorieën 3.1 en hoger worden gecompenseerd, ongeacht of er daadwerkelijk bedrijven in deze milieucategorieën gevestigd zijn of niet. 2. Is al bekend of er voor de aanleg van het nieuwe bedrijventerrein bomen ‘moeten’ worden gekapt? Antwoord college: Nee, het is nog niet bekend of er bomen verwijderd moeten worden ten behoeve van de realisatie van het bedrijventerrein, en zo ja, of deze gekapt moeten worden of verplant kunnen worden. Met het vervaardigen van een inrichtingsontwerp wordt pas begonnen tijdens de definitiefase van het project, en die zal starten als uw raad met het raadsvoorstel instemt.
Het is de doelstelling van het college om in ieder geval de bomen rondom het huidige sportpark (aan weerszijden van de poldersloot) te handhaven en op die manier direct over een groene omzoming van het nieuwe bedrijventerrein te beschikken. Het is mogelijk dat een deel van de bomen in het midden van het projectgebied, dus tussen de verenigingsgebouwen, een efficiënte inrichting van het bedrijventerrein in de weg staan. Mocht het ontwerp inderdaad leiden tot de noodzaak bomen te kappen, dan gelden daarvoor de gebruikelijke compensatie-eisen uit de Bomenverordening, waarbij het college ernaar streeft alle compensatieplichtige bomen in het gebied zelf te compenseren. Bij de aanbieding van het kaderbesluit, naar verwachting begin 2023, kan het college meer toelichting geven op het dan beschikbare schetsontwerp en de wijze waarop daarin met de aanwezige bomen is omgegaan. 3. Het natuurgras voetbalveld dat wordt vergroot tot een rugbyveld met het formaat ‘Rugby Nederland minimaal’ wordt daarvoor kunstgras gebruikt? Antwoord college: Nee, in de kostenraming die ten behoeve van de kredietaanvraag voor de herinrichting van Sportpark De Mors is uitgevoerd, is uitgegaan van de vergroting van een natuurgras voetbalveld tot een natuurgras rugbyveld en de vervanging van een ander natuurgras voetbalveld met een kunstgras voetbalveld. Dit laatste is noodzakelijk om de speelcapaciteit
voor de voetbalsport te handhaven, ondanks de omvorming van een voetbalveld tot een rugbyveld. Het college heeft tijdens het horen van insprekers door uw commissie kennisgenomen van de oproep van dhr. Ahsmann om zogeheten ‘hybride velden’ toe te passen. Het college wil tijdens de definitiefase van het project graag onderzoeken of de aanleg van zo’n hybride veld haalbaar en wenselijk is. Daarover kan nu helaas nog geen uitsluitsel worden gegeven, want het college is nog onvoldoende bekend met de aanlegkosten van hybride velden, de eventuele implicaties voor het beheer ervan en de ecologische voor- en nadelen. 4. Bij de gedeeltelijke herinrichting van sportpark De Mors hoeven er geen significante aantallen bomen te worden gekapt. Hoeveel, welke en welke soort bomen worden er gekapt? Ik verneem ook graag welke leeftijd deze bomen hebben en in welke conditie zij verkeren? Antwoord college: Voorafgaand aan de aanbieding van het raadsvoorstel is een ruimtelijke quickscan uitgevoerd om vast te stellen of het voorgestelde programma (namelijk 1. vergroting van een natuurgras voetbalveld tot een rugbyveld ‘Rugby NL minimaal’, 2. vervanging van een ander natuurgras voetbalveld door een kunstgras voetbalveld, 3. vergroting van een bestaand rugbyveld tot een rugbyveld met formaat ‘World’, 4. de vervanging van de tijdelijke kleedkamers van DIOK en DOCOS tot definitieve kleedkamers en 5.
de toevoeging van ruim 6.000m2 ruimte voor voorzieningen voor de ongeorganiseerde sport) inpasbaar is en om de bij vraag 3 genoemde globale kostenraming op te kunnen stellen. In de verschillende schetsvarianten moesten tussen de 22 en 36 bomen worden gekapt. Er is nog niet onderzocht om welke soort bomen het gaat of wat hun leeftijd is, omdat er naast de schetsvarianten in de quickscan nog veel meer mogelijke configuraties denkbaar zijn om het beoogde sportprogramma te realiseren. Het college gaat tijdens de definitiefase van het project graag eerst in overleg met de aanwezige verenigingen om hun wensen en ideeën op te halen en betrekt die graag bij het ontwerpproces, waarbij uiteraard ook de consequenties van verschillende keuzes voor het behoud van bomen (en de mogelijkheid nieuwe bomen toe te voegen) worden meegewogen. Over de uitkomsten van dat proces informeert het college u graag bij kaderbesluit. 5. Resteert er met de herbestemming van de Steenwisselplaats tot sportgebied en de aanleg van kleinere openbare sportvoorzieningen nog steeds sportareaal dat dient te worden gecompenseerd? Uit het raadsvoorstel wordt dit me niet helemaal duidelijk.
Moet er nog steeds een extra hockeyveld of ander sportveld worden aangelegd om het verdwijnende sportareaal in het plangebied Vlietzone-Midden te compenseren? Antwoord college: Nee, met de herbestemming van de Steenwisselplaats tot sportareaal wordt iets meer dan één van de twee nu in de Vlietzone aanwezige voetbalvelden gecompenseerd. Het resterende te compenseren sportareaal (van iets minder dan een voetbalveld) zal worden gecompenseerd door middel van de aanleg van de vier openbare sportvoorzieningen. Minstens zo belangrijk is wat het college betreft dat deze voorzieningen naar verwachting
meer Leidenaren in hun sportbehoefte kunnen bedienen dan dat een voetbalveld in de Vlietzone deed. 6. “De huidige inrichting van sportpark De Mors maakt het helaas onmogelijk extra velden toe te voegen na herbestemming van de Steenwisselplaats en de sloop van de 3 Oktoberhal, zonder daarbij ook minimaal een deel van de bestaande clubgebouwen te moeten slopen, sloten en fietspaden te moeten verleggen en veel bomen te kappen. Voor de kosten van een dergelijke grootschalige herinrichting (naar verwachting ruimschoots meer dan 10 miljoen euro) ziet het college in de begroting geen ruimte. De aanpak voor sportpark De Mors is wat het college betreft dan ook gebaseerd op een gefaseerde herinrichting op basis van het langetermijnperspectief uit het Ontwikkelperspectief De Mors, waarbij nu door middel van no-regret maatregelen een eerste stap wordt gezet naar een wijksportpark met voldoende capaciteit voor alle aanwezige verenigingen.
In volgende bestuursperiodes kan vervolgens een volgende fase tot uitvoering komen.” Is het de wens van het college om uiteindelijk, in fases, wel tot een grootschalige herinrichting zoals die in de hier aangehaalde alinea wordt genoemd te realiseren? Antwoord college: Het is aan volgende colleges en gemeenteraden om te bepalen hoe en wanneer de verdere herinrichting van sportpark De Mors wordt opgepakt en vormgegeven, maar dit college wil met de nu voorgestelde herinrichting in ieder geval een goede basis leggen voor een eventuele doorontwikkeling van het sportpark, door het te vergroten met de Steenwisselplaats. Bovendien wil het college in het ontwerpproces straks zo goed mogelijk op vervolgfases anticiperen, die stapsgewijs kunnen toewerken naar het in het Ontwikkelperspectief De Mors beschreven eindbeeld.