CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen Toekomstvisie DZB SP

raadscommissie Werk en Middelen 4 februari 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen853 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen SP Toekomst visie DZB Leiden 1. Als er wel voldoende middelen vanuit het Rijk waren gegeven, was het College dan ook overgegaan op dit plan om de kosten te drukken voor de DZB? Of is het gebrek aan Rijksmiddelen de primaire reden geweest? Antwoord De teruglopende Rijksfinanciering voor de Wsw is een gegeven waarop DZB Leiden moet anticiperen om ook in de toekomst nog beschutte / aangepaste werkplekken te kunnen blijven bieden voor mensen die daar op zijn aangewezen. Daarnaast werken we aan een inclusieve samenleving waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ook welkom zijn bij reguliere bedrijven. Ook zonder teruglopende financiën was een vernieuwde visie op de toekomst van DZB noodzakelijk en had het College opdracht gegeven om een toekomstvisie uit te werken. 2. Wat zijn de voor en nadelen volgens de gemeente in het overgaan op Publiek Private Samenwerking voor de mensen die hier onder zullen vallen? Wat betekent dit concreet voor de rechten en plichten van deze mensen? Antwoord Voordelen: • DZB Leiden kan werkgelegenheid en meerdere werksoorten blijven bieden voor werknemers en werkzoekenden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt door toepassing van PPS. • Werken bij een ander regulier bedrijf is voor veel mensen een nieuwe stap in de eigen ontwikkeling, een mogelijkheid om nieuwe dingen te leren.

• Door met marktpartijen samen te werken, kan DZB Leiden de focus leggen op begeleiding, plaatsing en ontwikkeling van de medewerkers en werkzoekenden. Dit komt ook de mensen die bij een regulier bedrijf zijn geplaatst ten goede. • In het aangaan van PPS constructies kunnen afspraken gemaakt worden over het in dienst nemen van mensen die nog in de bijstand zitten. Ervaring met de doelgroep, inzet van begeleiding en de betrokkenheid van DZB kan de kans op werk vergroten voor mensen voor wie het moeilijk is om zelfstandig een baan te vinden en te behouden. Nadelen: • Het kan betekenen dat mensen op een andere plek gaan werken dan ze gewend zijn. Dat kan spannend zijn en onwennig. Gevolgen voor de rechten en plichten: • Dat hangt af van de huidige situatie van de mensen. Als mensen bijvoorbeeld een Wswdienstverband bij DZB hebben kunnen ze in dienst blijven bij DZB en gedetacheerd worden naar het andere bedrijf. De Wsw cao blijft dan van toepassing. Een andere mogelijkheid is dat ze direct in dienst komen bij het andere bedrijf (evt. voorafgegaan door een proefplaatsing). In die gevallen is de cao van het betreffende bedrijf van toepassing.

3. Er wordt aangegeven dat 47 Fte verloren zal gaan. Op welke manier gebeurt dit? Hoe wordt er gekozen wie er onder deze 47 Fte valt? Zijn deze mensen hier al van op de hoogte? Antwoord: Voorgesteld wordt om de ambtelijke formatie van de Leerwerkbedrijven, staf en ondersteuning te laten krimpen met 3% per jaar, in samenhang met de krimp van het bestand Wsw-medewerkers. In totaal betreft dit in 10 jaar een afname van de formatie met 31 fte (van totaal 113 fte). Door het aangaan van de voorgestelde PPS-constructies zal ook de (ambtelijke) formatie bij de Leerwerkbedrijven naar verwachting (afhankelijk van de PPS-vorm) afnemen met 16 fte. Dit betreft leidinggevenden (zoals unitleiders en teamleiders) van de afdelingen die zo mogelijk overgaan naar de PPS-onderneming. De voorgestelde krimp wordt onderdeel van een in 2021 uit te werken uitvoeringsplan en daarmee samenhangende strategische personeelsplanning. 4. Op welke manier is overwogen om de loonkosten voor de niet-doelgroep omlaag te brengen ten bate van minder besparingen op de loonkosten voor de doelgroep? Antwoord De overweging om loonkosten van niet-doelgroep omlaag te brengen ten bate van minder besparingen op loonkosten voor de doelgroep is om twee redenen niet aan de orde.

Ten eerste zijn voor niet-doelgroep en doelgroep verschillende cao’s van toepassing met daarin ook de hoogte van de lonen vastgelegd (ambtenaren cao en Wsw cao). Ten tweede nemen de loonkosten van de doelgroep af als gevolg van natuurlijk verloop van de doelgroep en niet doordat er besparingsmaatregelen worden doorgevoerd om loonkosten van de doelgroep te verlagen. Pensionering is de voornaamste uitstroomreden. Daarbij komt dat de loonkosten van mensen die met pensioen gaan gemiddeld hoger zijn dan de medewerkers die nog in dienst zijn. 5. heeft de gemeente een beeld van SW- bedrijven waar het beeld rooskleuriger is financieel gezien? Kan de gemeente aangeven waardoor dit komt? Antwoord Er is zowel door DZB als door Berenschot gekeken naar hoe andere SW bedrijven omgaan met deze problematiek. Ook is er contact geweest met Cedris, de brancheorganisatie voor SW bedrijven om een globaal beeld te krijgen van ontwikkelingen in de SW sector. Bij enkele SW bedrijven heeft een bedrijfsbezoek plaatsgevonden. Verder is gebruik gemaakt van onderzoeken waarbij een selectie van SW organisaties op een aantal aspecten zijn vergeleken met elkaar. Uit deze verkenning kwam naar voren dat er grote verschillen zijn tussen SW bedrijven waardoor het vergelijken van SW bedrijven complex is.

Berenschot heeft in de businesscase ‘Meerjarig financieel beeld Leerwerkbedrijven en PPS’ wel een vergelijking gemaakt van vergelijkbare werksoorten en kosten voor overhead vergeleken met die van andere SW bedrijven. Ook uit deze exercitie kwam naar voren dat het onderling vergelijken van bedrijven lastig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9704261/1