Beantwoording Technische vragen Toekomstvisie DZB (incl inbreng Adviesraad Sociaal Domein) CDA
Tekst van het document
Technische vragen CDA Leiden bij DZB
1) Bevoegdheid raad: waarom kiest het college voor een wensen- en bedenkingenprocedure met het oog op de kaderstellende rol van de raad bij het vaststellen van visies? Waarom wordt hier niet gekozen voor een raadsbesluit, met amenderende bevoegdheid? Klopt het dat dit besluit het budgetrecht van de raad raakt? Antwoord Het college heeft gekozen voor een wensen- en bedenkingenprocedure omdat het een uitwerking betreft van de door de raad vastgestelde kaders uit het beleidsplan Werk en Participatie 2019-2023 (RV 19.0110). Het besluit van het college om de toekomstvisie raakt het budgetrecht van de raad niet omdat de toekomstvisie binnen bestaande financiële kaders blijft. 2) Inspraak: heeft DZB advies ingewonnen bij de adviesraad werk & inkomen en de OR bij het opstellen van deze visie? Wat waren deze adviezen? Antwoord De Toekomstvisie DZB Leiden is in december aangeboden aan de adviesraad Sociaal Domein. De Toekomstvisie DZB is geen inspraakdocument, maar de adviesraad is wel in de gelegenheid gesteld om eventuele aandachtspunten/opmerkingen kenbaar te maken vanuit het perspectief van de cliënten (re-integratie Participatiewet/Wsw). Tot op heden heeft DZB nog geen reactie ontvangen vanuit de adviesraad.
Tijdens de uitwerking van de toekomstvisie is de ondernemingsraad (OR) van DZB Leiden regelmatig geïnformeerd over de voortgang en is in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen over de toekomstvisie. De OR had geen formele adviesrol. In de fase van de implementatie van de toekomstvisie/transformatie (concrete plannen) heeft de OR wel een formele rol. Op 4 februari toegevoegd aan de beantwoording: Opmerkingen/punten van Adviesraad Sociaal Domein (binnengekomen op 3 feb):
Voorafgaand: Iedere gemeente/ieder 'SW/Werkbedrijf' zit in hetzelfde schuitje, daar is voorafgaand aan 2015 al over geïnformeerd. We vragen ons af of het pas de eerste keer is dat hier een scenario voor wordt gemaakt?
Punten: 1. Goed dat de kernfuncties en expertise van DZB (beschut werk, begeleiding en ontwikkeling) worden behouden en versterkt. 2. Positief is dat de samenwerking/integratie met JA en W & I plaats vindt, dat versterkt de (versnipperde) expertises en is overzichtelijker en logischer voor burger en omgeving (werkgevers). 3. Positief is dat gemeente-intern de samenwerking wordt gezocht om de kosten te drukken. Een belangrijke mogelijkheid om DZB ook meer als een integraal onderdeel te gaan zien
van de gemeentelijke diensten en niet als een apart staande organisatie. Er zijn behalve bedrijfsmatige voordelen vast ook inhoudelijke mogelijkheden om elkaar te versterken door binnengemeentelijke samenwerking. 4. Positief en onontbeerlijk dat er directe samenwerking met werkgevers wordt gezocht. In andere regio's is daar al veel ervaring mee opgedaan (zie bijvoorbeeld regio Eindhoven en omgeving, waar bedrijfsonderdelen van Ergon door het reguliere bedrijfsleven zijn overgenomen). 5. Voorwaardelijk voor het slagen is het luisteren naar wat werkgevers nodig hebben en gezamenlijk kijken naar de mogelijkheden tot plaatsing van medewerkers o.a. met behulp van de diverse regelingen (bijvoorbeeld jobcoaching) en inzet van technologische hulpmiddelen en wat werkgevers nodig hebben om hun (administratieve) lasten daarbij te minimaliseren. 6. Aandachtspunt: het intensief monitoren van dit proces en de ervaringen van de deelnemers en betrokkenen, zodat bijsturing snel mogelijk is.
3) Kostenstijging: hoe verhoudt de claim van DZB dat de relatieve kosten per WSW-medewerker zullen stijgen zich tot de stelling van de staatssecretaris van SZW1 dat de gemiddelde loonkosten juist gaan dalen, omdat mensen uit de oudere generatie, die gemiddeld een hogere loonschaal hebben, met pensioen gaan? Antwoord De relatieve kosten per Wsw medewerker zullen stijgen bij ongewijzigd beleid. Daarmee wordt bedoeld dat als de organisatie van DZB niet meekrimpt met het aantal Wsw medewerkers, de kosten van de organisatie over steeds minder mensen verdeeld moeten worden. Daardoor stijgen de kosten per Wsw medewerker. 4) Impact op medewerkers leerwerkbedrijven: op welke manier wil DZB de afbouw van de leerwerkbedrijven vormgeven? Immers: niet alle leerwerkbedrijven kunnen in dezelfde mate tegelijkertijd afbouwen. Kan de afbouw van de leerwerkbedrijven betekenen dat sommige medewerkers die via de WSW of beschut werken nog wel aan de slag zijn bij de leerwerkbedrijven van functie moeten veranderen? Antwoord In de komende maanden wordt een uitvoeringsplan uitgewerkt. Zo veel mogelijk behoud van werk voor mensen die daarop zijn aangewezen is het doel. Bij de nieuw op te zetten PPS constructies zoekt DZB samenwerking met bedrijven die werk bieden dat aansluit op de werkzaamheden die DZB zelf uitvoert, zoals bijvoorbeeld het werken in het groen, onderhoud/schoonmaak, post.
Medewerkers kunnen dan bij een ander bedrijf (vergelijkbaar) werk verrichten en behouden daardoor hun werk. Het opzetten van PPS constructies gaat stapsgewijs, te beginnen met de meest kansrijke werksoorten. Het opzetten van een PPS constructie kan soms betekenen dat de werksoort of werkplek verandert voor een medewerker. Uitgangspunt daarbij blijft dat het werk passend moet zijn bij de mogelijkheden van de medewerker. 1
Beantwoording kamervragen Jasper van Dijk (SP) 2020Z25696
5) Ontwikkeling leerwerkbedrijven: waarom worden de werksoorten binnen DZB niet ingezet voor de brede doelgroep uit de Participatiewet? Antwoord De bedoeling van de Participatiewet is dat de groep mensen met een arbeidsbeperking vaker dan onder de Wsw het geval was regulier – al dan niet met loonkostensubsidie en eventueel begeleiding aan de slag gaat. Uitgangspunt bij re-integratieactiviteiten van DZB is dan ook het vinden en behouden van een zo regulier mogelijke betaalde baan. Dat geldt ook voor mensen met een arbeidsbeperking. DZB biedt werkplekken voor mensen die (nog) niet in staat zijn om bij een regulier bedrijf te werken. De instrumenten / middelen (zoals bijvoorbeeld loonkostensubsidie) die binnen de Participatiewet beschikbaar zijn, zijn daarop afgestemd. 6) Loonkostensubsidie: is in de DZB visie het instrument van loonkostensubsidie toegepast/uitgewerkt, waarmee de kosten die anders worden gemaakt voor bijstandsuitkering en begeleiding worden ingezet om mensen (via detachering bij bedrijven) georganiseerd te laten werken en een opstap te geven naar volwaardige deelname? Zo niet: waarom niet? Antwoord Ja, het instrument van loonkostensubsidie is meegenomen in de toekomstvisie. In de businesscase ‘Meerjarig financieel beeld Leerwerkbedrijven en PPS’ is daarover meer te lezen.
7) Loonkostensubsidie: op welke wijze zou de algehele businesscase van DZB zich ontwikkelen als via loonkostensubsidie Leidenaren (tevens) aan de slag zouden kunnen bij de (hervormde) leerwerkbedrijven? Antwoord In algemene zin kan gezegd worden dat de middelen die voor de nieuwe doelgroep (beschut en banenafspraak) vanuit de rijksoverheid beschikbaar zijn, een stuk lager zijn dan voorheen onder de Wsw. Voor een Wsw-er ontvangt de gemeente circa €25.000,- per persoon, terwijl de gemeente voor de nieuwe doelgroep (beschut en banenafspraak) gemiddeld €15.000,- per persoon ontvangt. Dat betekent voor de businesscase van DZB dat netto loonkosten aanzienlijk hoger zijn. Dat betekent voor de algehele businesscase een ongunstige financiële ontwikkeling. In de huidige kaders is bepaald dat loonkostensubsidie alleen beschikbaar is voor mensen met een verlaagde loonwaarde. Vanuit het rijk worden geen middelen verstrekt om loonkostensubsidie in te zetten voor mensen zonder verlaagde loonwaarde.