CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen PvdD RV 21.0006 Visie Stadstuinieren

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 1 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen1.381 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Onderwerp: Fractie: Doorgezonden door griffie: Beantwoording:

21.0006 Visie Stadstuinieren Martine van Schaik (PvdD) 22 maart 2021 26 maart 2021

1. Wat is de overweging om initiatieven zoals het Zoete Land een kortlopend huurcontract te geven? Waarom is het Zoete Land geen contract met langere looptijd aangeboden? Is het mogelijk om het Zoete Land alsnog een contract met langere looptijd aan te bieden (de 10 jaar zoals in de visie verwoord)? Het contract is in 2018 in eerste instantie afgesloten voor 3 jaar en is inmiddels aangekomen in de verlengtermijn van nogmaals 3 jaar. Het perceel dat in gebruik is gegeven aan het Zoete Land was mogelijk een ontwikkellocatie voor de woningbouwopgave. Destijds was de ontwikkelopgave nog niet concreet, waardoor de locatie een tijdelijk invulling heeft gekregen. Na deze 3 jaar (30 maart 2024) wordt de overeenkomst in principe per jaar verlengd. Na vaststelling van de Visie Stadstuinieren gaan wij met het Zoeteland in gesprek over de toekomst. 2. Ik was verbaasd dat het Zoete Land een huurprijs moest betalen die hoger was dan volkstuinen en hoger dan landbouwgrond. Waarop is de huurprijs voor dit initiatief gebaseerd? De gemeente verhuurt conform beleidskader vastgoed onbebouwde grond voor marktconforme huurprijzen. Hierdoor is er een huurprijs overeengekomen met het Zoeteland van € 2.483,- per jaar. Deze marktconforme huurprijs is tot stand gekomen na taxatie van een Landelijk- en Agrarisch Vastgoed taxateur/rentmeester.

Als wij deze onbebouwde grond om niet in gebruik gaan geven, dan gaat dat in tegen het beleid zoals door de Raad vastgesteld in het Beleidskader Vastgoed. Na vaststelling van de Visie Stadstuinieren gaan wij met het Zoeteland in gesprek over de toekomst. Hierbij zullen wij ook naar een gepaste huur kijken. In de Visie Stadstuinieren is als uitgangspunt opgenomen dat er een kostprijs dekkende huur betaald moet worden. 3. Insprekers wijzen erop dat volkstuinen niet altijd gebruikt worden zoals het bedoeld is (bijv. geen kunstgras, natuurlijk tuinieren, geen grote bouwwerken, geen recreatiewoningen). Zijn er afspraken gemaakt tussen college en volkstuinders over principes bij inrichting van volkstuinen? Hoe controleert het college of deze afspraken nagekomen worden? In het bestemmingsplan is geregeld wat er kan/mag op een volkstuinencomplex. Daarnaast zijn de volgende zaken vastgelegd in het huurcontract 2011 met de Leidse Bond voor Amateurtuinders (LBA): • Huurder (LBA) stimuleert natuurvriendelijk tuinieren bij de aangesloten tuinverenigingen (art. 12) • Bouwplannen tuinhuisjes (art. 13) o De maximale maat van tuinhuisjes, kassen en/of schuurtjes o De instelling van een tuincommissie die alle te bouwen tuinhuisjes, schuren en kassen vooraf, volgens tekening met toelichting beoordeelt op constructie en architectuur.

o Een bouwvergunning of toestemming van de gemeente wordt verleend aan de aanvrager. Huurder (LBA) ontvangen een kopie ter controle van illegale opstallen waarvoor de huurder aansprakelijk is. o In tuinhuisjes die zijn aangesloten op de riolering is overnachten van 1 april t/m 1 november toegestaan. • Huisjes en schuurtjes met toilet moeten zijn aangesloten op de riolering (art 14). • In strijd met de regels aanwezige opstallen of voorzieningen moeten door en voor rekening van de huurder worden verwijderd binnen een door verhuurder te stellen termijn. Indien huurder daar niet aan voldoet is de verhuurder om voor rekening van de huurder de opstallen en voorzieningen te verwijderen.

•

Er zijn geen regels opgenomen over verhardingen.

Iedere tuinvereniging heeft een eigen huishoudelijk reglement. Daarin zijn ook regels m.b.t. tuinen/huisjes opgenomen. Deze zijn gelijk aan die in het huurcontract of strenger. De tuinvereniging handhaaft de regels. Voor ieder tuinhuisje moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de gemeente. Regels en aanpak staan beschreven op de website www.lba-leiden.nl. De volkstuinverenigingen zien toe op de naleving van de regels door hun leden. De LBA heeft ook een rol naar de verschillende verenigingen. De gemeente heeft een contract met de LBA en bespreekt regelmatig met de LBA de situatie op de volkstuinen. Naast gemeentelijke regels en afspraken hebben tuinvereniging zichzelf verbonden aan keurmerken. 4 van de 6 tuinparken hebben een Nationaal Keurmerk Natuurlijk Tuinieren. En twee tuinparken het Europees certificaat: OTV en Ons Buiten. Voor twee andere tuinparken is dit in voorbereiding. Aan het keurmerk gaat een traject van 2 jaar vooraf met voorlichting en aanpassingen om de zaken volgens het keurmerk te regelen. Daarna wordt regelmatig getoetst of men nog aan de voorwaarden voldoet. 4. Wat vindt het college van de stelling van de insprekers dat wanneer handhavend opgetreden zou worden bij de volkstuinen, er dan tuinen vrijvallen voor nieuwe volkstuinders? Wij zijn het niet eens met deze redenatie. Het merendeel van de volkstuinen voldoet aan de eisen.

Een klein deel, voldoet niet. Henk Boting, voorzitter van LBA, legde tijdens de commissie (bij zijn toelichting) uit dat 1-2% niet aan de norm voldoet. De tuinvereniging handhaaft en treedt zo nodig actief op. In enkele gevallen leidt dat tot vertrek van de volkstuinder. De vereniging maakt dan op kosten van de tuinder de tuin weer in orde. Te veel aan opstallen, bestrating, etc wordt verwijderd. En de tuin wordt vrijgegeven voor een nieuwe tuinder. 5. Op p9 van de visie staat gemeld waar de visie stadstuinieren allemaal niet over gaat (voedselvisie/ strategie, relatie stad-platteland, zorgboerderijen, korte ketens, voedselkeuzes). Waarom worden deze onderwerpen uitgesloten? De Visie Stadstuinieren is met het doel opgesteld om stadstuinieren in Leiden aan te jagen en te faciliteren. Deze passage is opgenomen om duidelijkheid te scheppen wat daar allemaal onder valt en dus ook wat er niet onder valt. De visie gaat over stadstuinieren. De genoemde onderwerpen betreffen veel bredere doelen. Een voedselstrategie gaat veel verder dan stadstuinieren. Die gaat bijvoorbeeld ook over gezonde schoolkantines en bevordering van eten van gezond voedsel. Het ontbreekt de ambtelijke organisatie aan capaciteit om uitvoering te geven aan een voedselstrategie, het college maakt hierin daarom andere keuzes. 6.

Meerdere insprekers gaven aan dat de opdracht van de onderzoekster, gaandeweg is veranderd. Klopt dat? Waarom is dat gedaan? Dit is door 1 inspreker genoemd. De opdracht ging oorspronkelijk uit van de definitie: stadstuinieren = samen op een natuurvriendelijke manier moestuinieren. Tijdens de inventarisatie bleek dat in veel tuinen een combinatie van moestuinieren, bloemen en ook ander groen aanwezig is. Niet alles is eetbaar. Moesplanten hebben ook de combinatie met niet-eetbare soorten nodig bijv. i.v.m. plaagbestrijding, bestuiving, planten die elkaar versterken, etc. Moestuinieren is moeilijker voor beginnend tuinders, vraagt extra kennis en ervaring. En daarnaast is het belangrijk dat mensen samen aan de slag zijn in de tuin. Om die redenen is begin maart 2020 besloten de definitie bij te stellen naar stadstuinieren = samen op een natuurvriendelijke manier (moes)tuinieren. Het woord ‘moes’ is tussen haakjes geplaatst, andere vormen van tuineren doen ook mee. Door de aanpassing bieden we meer inwoners de ruimte om samen te gaan tuinieren. 7. Ik vind de visie stadstuinieren te weinig strategisch. Zo mis ik concrete doelen en streefcijfers in het document. Waarom zijn die niet opgenomen? Waarom is de visie stadstuinieren niet duidelijker gelinkt aan de doelen en streefcijfers van het biodiversiteitsbeleid?

Het doel van de Visie Stadstuinieren is inzicht te geven in de behoefte aan stadstuinieren, in de meerwaarde van stadstuinieren en het oplossen van knelpunten waar stadstuinders tegen aan lopen. Daarnaast stelt deze visie als doel om heldere kaders en eenduidige omgang te bieden voor verzoeken tot gebruik van de openbare ruimte en gemeentelijke gronden om te stadstuinieren. Het college wil inwoners de ruimte bieden om te stadstuinieren, maar niet voorschrijven dat dit moet gebeuren. 8. Er lijkt een mismatch te zijn tussen wat mensen nodig hebben (informatie over locaties en hoe een buurttuin op te zetten, zie p29) en wat de gemeente biedt (het initiatief ligt bij bewoners, gemeente stimuleert en faciliteert). Waarom is gekozen voor een vooral stimulerende rol en minder een regisserende rol voor de gemeente? Is het nog mogelijk dat te wijzigen? Het college ziet de meerwaarde van inwoners die samen tuinieren: voor henzelf en voor de stad als geheel. Inwoners van Leiden bepalen zelf of ze het leuk/zinvol vinden om samen te tuinieren. Veel inwoners tuinieren in eigen tuin en anderen houden niet van tuinieren. Het college ziet daarom geen regisserende rol voor de gemeente. Door te stimuleren kunnen bewoners zelf de keuze maken. De gemeente ondersteunt en in de praktijk verloopt dit ook prima via o.a.

het programma Samen aan de Slag, vanwaaruit bijvoorbeeld kan worden gekeken naar geschikte locaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9917647/2