Beantwoording technische vragen PvdD Aanbevelingen RKC Onderzoek Informatiepositie raad bij verbonden partijen
Tekst van het document
Technische vragen Onderwerp: Fractie: Doorgezonden door griffie: Beantwoording:
RKC onderzoek Informatiepositie raad bij verbonden partijen Martine van Schaik (PvdD) 8 december 2021 13 december 2021
Vragen aan het college: 1. Leiden zit in 42 samenwerkingsverbanden. Kan ik een overzicht krijgen van welke verbanden dat zijn, hoeveel geld er jaarlijks naar toe gaat, of het om een verplichte deelname gaat of niet, en sinds wanneer de samenwerking bestaat. Antwoord: Alle samenwerkingsverbanden die formeel ‘verbonden partij’ zijn staan allen uitgewerkt in de paragraaf verbonden partijen in de begroting en jaarrekening. De rekenkamer heeft gebruik gemaakt van een database van het ministerie van BZK waarin samenwerkingsverbanden worden geregistreerd. Deze telt op tot 42. Ons college heeft in de bijlage bij haar reactie aangegeven welke verbonden partijen of samenwerkingsverbanden onderdeel zouden moeten uitmaken van de prioriteitsbepaling van de raad. 2. Hebben de samenwerkingsverbanden vooraf aangegeven looptijden? Antwoord: Vrijwel alle samenwerkingsverbanden worden voor onbepaalde tijd aangegaan. Wel bevat elke formeel vastgelegde samenwerking clausules over uittreding of ontbinding. 3. Hoe evalueert het college de werking van een samenwerkingsverband? Doen we dit bijvoorbeeld voor een beperkt aantal verbanden? Met welke frequentie? Antwoord: Ons college stuurt in het bijzonder op de grote gemeenschappelijke regelingen. Deze samenwerkingsverbanden maken gedetailleerde jaarplannen, begrotingen en jaarrekeningen die elk jaar aanleiding zijn tot heroverwegingen.
Ten aanzien van de gr-en speelt ook uw raad een belangrijke rol in het bepalen van doelstelling en resultaat. Evaluaties leiden regelmatig tot forse veranderingen, zoals het nu lopende traject op Servicepunt71 onder te brengen in de Leidse organisatie. Eerder zijn forse veranderingen doorgevoerd bij RDOG, Holland Rijnland en de Omgevingsdienst. Het opstellen van de paragraaf verbonden partijen noopt jaarlijks tot afwegingen of het samenwerkingsverband doet wat het moet doen. 4. Heeft het college op dit moment plannen of wensen om nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan? Zo ja, welke? Antwoord: Nee, er zijn geen plannen voor formele regionale samenwerkingsverbanden. 5. Hoe betrekt het college de raad bij de keuze voor het wel of niet aangaan van een nieuw samenwerkingsverband? Antwoord: Voor het aangaan van een gemeenschappelijke regeling bepaalt de wet (Wgr) een grote betrokkenheid van uw raad. Voorgenomen gr-en worden altijd aan uw raad voorgelegd voordat ze door het college worden afgesloten. 6. Hoe betreft het college de raad bij het wel of niet verlengen van een bestaand samenwerkingsverband? Antwoord: Bij gr-en voor onbepaalde tijd is geen sprake van een afweging tot verlenging.
De raad wordt betrokken bij alle financiële jaarstukken van een gemeenschappelijke regeling en kan vragen stellen over het nut van het voortbestaan van een samenwerkingsverband of moties aan de raad voorleggen.