CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen PvdA RV Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 30 september 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen1.427 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Onderwerp: Fractie: Doorgezonden door griffie: Beantwoording:

Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030 Marc Newsome (PvdA) 9 juni 2021 14 juni 2021

Technische vragen PvdA Voetgangersbeleid 1. Waarom heeft het college niet gekozen voor een duidelijke financiële paragraaf bij dit programma? Dan was beter duidelijk geworden hoeveel geld de gemeente direct en indirect uitgeeft aan het voetgangersbeleid? Wat gebeurt er met dat geld? Hoe gaan die uitgaven zich in de komende jaren ontwikkelen, hoe worden de prioriteiten waargemaakt? Het college heeft ervoor gekozen om in het beleidsprogramma Voetganger de positie van de voetganger in Leiden vast te leggen. Hiermee leggen we kaders vast die meegenomen worden in projecten. Er wordt geen specifiek uitvoeringsprogramma toegevoegd aan het beleidsprogramma. 2. Lopen is iets van de hele stad, binnenstad en de wijken eromheen. Toch lijkt de nadruk in het voetgangersbeleid op het gebied tussen de singels te liggen. Wat vindt het college daarvan en waarom is niet gekozen om voor elke wijk een kaartbeeld te maken? Zodat bewegingen, kwaliteit van de wegen en op grond daarvan de mogelijke verbeteringen meer zichtbaar worden? Het beleidsprogramma Voetganger gaat over de hele stad en geeft aan de binnenstad een bijzondere positie, omdat hier vanwege de specifieke functie, zoals winkel en andere voorzieningen, veel voetganger komen. De kaders die in dit beleidsprogramma opgesteld worden gelden voor de hele stad.

De uitwerking hiervan in projecten geeft de mogelijkheid om verbeteringen integraal mee te nemen bij deze ontwikkelingen. Losse kaartbeelden van voetgangersverbeteringen buiten de integrale context kunnen leiden tot detaildiscussies waardoor de algemene verbeteringen voor voetgangers uit het oog verloren kunnen worden. 3. De gemeente kan bij uitstek kennis over lopen en wandelen ophalen bij de eigen inwoners (immers haast iedereen doet het). Hoe borgt het college deze kennis van inwoners en meer specifiek de kennis van inwoners die op een of andere wijze een beperking kennen? Maakt dit bijvoorbeeld uit van een jaarlijkse of tweejaarlijkse buurt/wijk- of stadsschouw? Bij het opstellen van het beleidsprogramma Voetganger is een uitgebreide enquête gehouden onder de deelnemers van het LeidenPanel. De uitkomsten zijn, samen met participatieverslagen van de Parkeervisie en de Mobiliteitsnota, als uitgangspunt gebruikt bij het opstellen van dit beleidsprogramma. Er is uitgebreid gesproken met het Platform Gehandicapten Leiden, ROVER en de Voetgangersbeweging en er vindt ook regulier overleg plaats met hen. Er vinden reguliere schouwen plaats door de wijkregisseurs, waarbij o.a. ook gekeken wordt naar voetgangersaspecten van de openbare ruimte. 4. Het voetgangersbeleid lijkt op te houden bij de gemeentegrens. Voetgangers doen dat natuurlijk niet.

Hoe heeft de gemeente de omgeving buiten de gemeentegrenzen meegenomen? Hoe zal dat in de praktijk gaan werken?

Dit voetgangersbeleid is geschreven voor de voetganger in Leiden. Over de positie van de voetganger in omliggende gemeenten kan Leiden niet beslissen. Wel wordt in het beleidsprogramma de positie van Leiden in de regionale wandelnetwerken vastgelegd en een koppeling gemaakt met de wandelknooppunten in de regio. 5. Op blz. 15 staat: 'Op de recreatieve routes delen de voetgangers in principe de rijbaan met fietsers en is niet altijd verlichting, omdat de drukte op deze routes beperkt is tot specifieke momenten, zoals zonnige en warme dagen.' Is dit een constatering? Want dan zou de actie moeten zijn: daar gaan we wat aan doen. Of is dit een beleidslijn? In dat geval: zitten voetgangers en fietsen elkaar dan niet teveel in de weg en waarom kiest het college er niet voor om fietsers en voetgangers in deze situaties beter van elkaar te scheiden? De recreatieve routes worden veel gebruikt overdag en in het weekendwaardoor slechts beperkt drukke momenten ontstaan. Daarom is er ook gekozen om hier niet per se verlichting aan te brengen, omdat de drukke momenten zich hier vooral voordoen tijdens daglicht. Recreatieve routes bevinden zich bovendien vaak in kwetsbare natuurgebieden. Het aanleggen van gescheiden fiets/voetgangerspaden is hier vaak niet mogelijk zonder aanzienlijke bomenkap en andere ingrepen in de natuur.

Ook zorgt verlichting hier voor verstoring van de ecologische waarden en staat hiermee haakt op de kaders die de raad heeft gesteld om flora en fauna in de stad te beschermen en biodiversiteit te stimuleren. 6. In actie 2 staat dat dat de Singelparkroute gekoppeld moet worden aan het wandelknooppuntennetwerk. Moet de Singelparkroute niet juist geïntegreerd worden in het wandelknooppuntennetwerk? Het Singelpark kent een specifieke vormgeving met herkenbare beeldelementen. Daarom is ervoor gekozen om op deze route geen extra bebording van de wandelknooppunten te plaatsen. Op de plekken waar de wandelknooppunten het Singelpark raakt wordt informatie geplaats over de Singelparkroute. 7. Bij figuur 3 staat niet alles vermeld. waarom is daarvoor gekozen? Bij de musea horen ook de Hortus (zeker voor wandelaars!) en het Sieboldthuis, met bijbehorend de aanlooproutes. Maar het gaat ook om andere objecten. Wat te denken van de bibliotheek, de scholen? De uitbereiding van het routegeleidingsnetwerk komt voort uit gesprekken met Platform Gehandicapten Leiden, ROVER en de Voetgangersbeweging. De te verbinden locaties komen voort uit hun verzoeken. 8. Het voetgangersbeleid gaat uit van bredere trottoirs. Toch lijkt dat niet overal mogelijk.

Met name binnen de singels zijn er veel wegen waar geen trottoir is of het onmogelijk is het trottoir te verbreden omdat ander verkeer dan in de knoop komt. Hoe gaat het college daar dan toch mee om? Ik denk bijvoorbeeld aan Noordeinde als voorbeeld hiervan. Het streven naar bredere trottoirs is een uitgangspunt dat meegegeven wordt bij herinrichtingsprojecten. Niet in alle gevallen is er inderdaad voldoende ruimte om de gewenste breedte te realiseren. In de projecten worden de verschillende belangen tegen elkaar afgewogen.

9. Welke twintig a dertig (meer?) knelpunten gaat het college nu aanpakken in de beleidsperiode? Of is dat iets dat in een uitvoeringsprogramma terugkomt? Het concretisering van het beleid zou helpen, naast de tien acties die nu genoemd worden - omdat bij de acties niet altijd duidelijk is wat nu precies waar gaat gebeuren. Het college heeft ervoor gekozen om in het beleidsprogramma Voetganger de positie van de voetganger in Leiden vast te leggen. Hiermee leggen we kaders vast die meegenomen worden in projecten. Er wordt geen specifiek uitvoeringsprogramma toegevoegd aan het beleidsprogramma, maar het beleidsprogramma heeft een looptijd van tien jaar. Het college verwacht dat de uitgangspunten in tientallen herinrichtingsprojecten verwerkt gaan worden, van de autoluwe binnenstad tot gebiedsontwikkelingen, van parkreconstructies tot wijkvervangingen. 10. Een specifieke vraag voor het Garenmarktplein: daar is het plein omgeven door een stoeprand maar er zijn weinig 'opjes en afjes' voor rolstoelen of kinderwagens. Alleen aan Hoogvlietstoepzijde en zamzam kun je erop en eraf. Eerder speelde zoiets ook bij de Hooglandse Kerkgracht. Is onderdeel van nieuw beleid dat de gemeente hier voortaan beter op let en is er bij het Garenmarktplein nog een verbetering mogelijk? De verlaagde banden op de Garenmarkt zijn gekoppeld aan de verwachtte looproutes over het plein.

Met de twee verlaagde banden die er nu zijn is de drukke looproute Hoogvliet – Raamsteeg bediend. In overleg met bewoners wordt nog een extra verlaagde band toegevoegd aan de zijde van het Kort Levendaal, waarmee ook de route Hoogvliet – Van der Werffpark toegankelijk wordt voor rolstoelen en kinderwagens. 11. Hoe wil de gemeente de overlast van 'hinderlijk geplaatste auto's, fietsen en bromfietsen' tegengaan? Wanneer start dat? In overleg met team Handhaving wordt na de Corona-periode gekeken hoe dit concreet opgepakt kan worden. Op dit moment heeft Handhaving niet voldoende tijd voor extra taken naast de controle op Corona-maatregelen. Overigens zijn tijdens de Corona-periode wel meer fietswrakken uit de binnenstad verwijderd, waarmee meer ruimte op looproutes gecreëerd wordt. 12. Op steeds minder plekken zien we shared space terug in Leiden. Waarom kiest het college er niet voor om scherper te kiezen qua shared space. Bijvoorbeeld: de gemeente is zeer terughoudend met het aanleggen van nieuwe shared space plekken in de stad. Het college ziet shared space niet per definitie als een gewenste oplossing, maar wil wel de mogelijkheid open houden als het voor een specifieke verkeerssituatie juist batig kan zijn om shared space toe te passen of als er door omstandigheden geen andere mogelijkheid is om de verkeerssituatie veilig op te lossen.

In dergelijke gevallen is de oplossing altijd maatwerk waarbij overlegd zal worden met o.a. het Platform Gehandicapten Leiden. 13. Nog een specifieke vraag: bij de Willem de Zwijgerlaan is nu een oversteekplaats voor voetgangers gecreëerd. Vanuit het voetgangersbeleid gedacht en het zorgen voor duidelijke, fijne looproutes door de stad heen. Hoe denkt het college richting de mogelijke herinrichting van de Willem de Zwijgerlaan hierover in combinatie met het voetgangersbeleid?

De barrièrewerking van de Willem de Zwijgerlaan maakt onderdeel uit van het Ontwikkelperspectief Leiden Noord. Het beleidsprogramma Voetganger wordt meegenomen als input voor het ontwikkelperspectief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10243259/2