Beantwoording technische vragen PvdA CDA GL over Deltaplan Cultuur
Tekst van het document
Beantwoording raadsvragen 6 april 2021 Corona, Deltaplan en BplusC
1. Kan het college een recent overzicht geven van de verdeelde coronasteun per instelling? Voor een recent overzicht verwijzen we u naar het Deltaplan, dat is gebaseerd op de in 2020 beschikte compensatie coronaschade. Uiterlijk 1 mei 2021 dienen de cultuurinstellingen hun reguliere subsidie 2020 plus de ontvangen compensatie coronaschade 2020 te verantwoorden bij de gemeente. Op basis daarvan kunnen de definitieve beschikkingen worden vastgesteld. Op 2 maart jl. heeft het college de nieuwe Tijdelijke Regeling Compensatiebudget Cultuur en Coronaschade 2021 vastgesteld. Momenteel zijn de aanvragen voor de eerste helft van 2021 in voorbereiding.
2. Hoe heeft het college de niet-C6-culturele instellingen, zzp’ers, makers en andere creatieven die getroffen zijn door de coronacrisis geholpen? Wordt er gebruik gemaakt van de hulp? Het college heeft een aantal initiatieven gesteund waarbij makers corona-proof culturele activiteiten verzorgden. • Vanuit de reguliere subsidies is waar mogelijk bijgedragen aan projecten die vanwege corona (extra) ondersteuning nodig hadden Vaak ging het om omzetting van fysieke naar digitale cultuuractiviteiten b.v. (LIFF, Roem, Dansblok, mcKASSETT, The Stream, 3Voor12). • Daarnaast is een aantal nieuwe activiteiten ondersteund, die ontstaan zijn vanwege en ondanks de coronacrisis. Vooral met het oog op ondersteuning van makers: o Het festival Wat nu? met voorstellingen in het centrum door een aantal grotere gezelschappen als De Veenfabriek, PS|theater, Dansblok, Fields of Wonder en mcKASSETT; o Het festival/de parade De Straat op!, waarbij verschillende makers de wijken in trokken en bij verrassing optredens verzorgden. • Met gemeentelijke ondersteuning van de Leidse Burcht werd een online platform opgericht, als digitale ontmoetingsplek voor jongeren en platform voor makers. Zzp’ers hebben zich vorig jaar niet voor financiële steun uit de culturele steunregelingen gemeld, mogelijk omdat zij gebruik maakten van de generieke regelingen.
3. Welke afspraken wil de gemeente maken met BplusC om de cultuurparticipatie te verbeteren? Het college wil met BplusC afspraken maken over een nieuwe Uvok en verdere versterking van de sturing via de subsidiebeschikking. Daarnaast start de gemeente een intensieve dialoog met BplusC en andere instellingen over een breder sturingsinstrumentarium dat voor iedereen werkt. Hiermee wil het college bereiken dat de cultuurpartners een kwalitatief goede culturele programmering verzorgen met een groter bereik en een meer inclusief aanbod; met meer oog voor diversiteit, toegankelijkheid en meer spreiding in de stad.
4. Kan het college meer info geven over de samenwerking BplusC en Stadsgehoorzaal/Schouwburg? Wat zijn de volgende stappen en hoe wordt de gemeenteraad betrokken? BplusC en Leidse Schouwburg/Stadsgehoorzaal hebben het college een brief gestuurd over hun beoogde samenwerking. De gemeente is van plan om samen met BplusC en Leidse Schouwburg/Stadsgehoorzaal een programma van eisen op te stellen. De visie op de modernisering bibliotheek wordt met behulp van een onafhankelijke externe deskundige vertaald in een programma van ruimtelijke, functionele en technische eisen die aan huisvesting (interieur en exterieur) worden gesteld. Er wordt getoetst op de haalbaarheid van de beoogde organisatorische samenwerking tussen Bibliotheek en Stadsgehoorzaal en de mogelijkheid om te komen tot een gemeenschappelijk programma van eisen voor gezamenlijke huisvesting. Hetzelfde geldt voor de muziekschool. Aan de raad zal de inzet van de benodigde middelen voor de realisatie van een mogelijke herhuisvesting van de bibliotheek en de muziekschool worden voorgelegd.
Het rapport beschrijft dat Leiden de infrastructuur kan verdichten om meer ruimte voor programma te krijgen. Wat vindt het college daarvan? Wat zijn stappen die het college neemt in dit kader? De in het Deltaplan Cultuur door adviesbureau BMC toegejuichte combinatie van de Schouwburg met de muziekschool en die van de Stadsgehoorzaal met de bibliotheek vergen nog verdere uitwerking. Bij deze opties voor het creëren van de B- en C-Hub zijn een aantal cultuurpanden betrokken. Het college gaat van start met de panden die betrokken zijn bij beide hubs.
6. Het rapport beschrijft dat Leiden meer kan doen aan talentontwikkeling en ruimte moet geven aan het makersklimaat. Hoe kijkt het college hiernaar? Welke stappen wil het college nemen om dit te bevorderen? Meer doen aan talentontwikkeling en meer ruimte aan het makersklimaat zal binnen de bestaande budgetten plaats moeten vinden. Voor het makersklimaat staan momenteel geen nieuwe plannen op stapel. Overigens is het zo dat de gemeente aan het makersklimaat jaarlijks bijdraagt in de vorm van subsidies. Zo worden gezelschappen als De Veenfabriek, PS|theater, Fields of Wonder, Dansblok, mcKASSET, Dance Kitchen financieel ondersteund. Die ondersteuning is er ook voor een aantal festivals e.d. waarop makers een podium vinden (b.v. Hofjesconcerten, LIFF, Werfpop, Popronde, Jazzweek, De Buurt 1.5).
7. Het rapport doet de suggestie voor een onafhankelijke adviescommissie cultuur. Kan het college daarop reflecteren? Tot op heden is dit binnen de gemeente Leiden geen onderwerp van bespreking of onderzoek geweest. Om hierop te reflecteren zou het college eerst de voor- en nadelen op een rij willen zetten. Te meer daar de ervaringen met het op afstand zetten van subsidies (bijvoorbeeld in een commissie, maar zou ook in een fonds of een uitvoeringsorganisatie op afstand kunnen) in den lande wisselend zijn.