CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen PS Wijziging Referendumverordening 2008

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 20 januari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen1.100 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 alinea's met “raadscommissie”: 4

Technische vragen Onderwerp: Fractie: Doorgezonden door griffie: Beantwoording:

Wijziging Referendumverordening 2008 Thijs Vos (PS) 10 januari 2022 17 januari 2022

NB. Het raadsvoorstel is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het Presidium van de gemeenteraad. De vragen zijn daarom beantwoord namens het Presidium, door de griffie. 1.

Wat was in 2021 de gebruikelijke periode tussen indiening van een raadsvoorstel en behandeling in de commissie resp. de raad? Antwoord: Die periode volgt uit de Gemeentewet en de door de raad vastgelegde procedures in het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Leiden en de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden. Sinds februari 2021 worden raadsvoorstellen op de Lijst van Ingekomen stukken voor de raad geplaatst, kort na ontvangst ervan door het college. De verschillende stappen (per vergadercyclus) in een overzicht: Week 0 - Besluitvorming in het college – publicatie besluitenlijst College [ link ]. Week 0 – Ontvangst raadsvoorstel door de raad. Publicatie op de LIS [ link ] . Week 1 – Bespreking in het Presidium voor agendering in commissies en raad Week 2 of 3 – publicatie concept-agenda (en stukken) raadscommissies. Week 4 of 5 – horen zienswijzen insprekers of bespreking raadsvoorstel in raadscommissies. Week 6 – bespreking raadsvoorstel in de raad. Week 7 of 8 – bespreken raadsvoorstel (Kader- of inspraakplichtig voorstel) in raadscommissies Week 9 – bespreken (Kader- of inspraakplichtig raadsvoorstel) in de raad. Zie verder de toelichting onder ‘Advisering’ op bladzijde 5 t/m 7 van het raadsvoorstel. NB: niet altijd komen kaderstellende of inspraakplichtige voorstellen twee keer in een commissie aan de orde.

Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er geen of nauwelijks inspraakreacties waren op het concept-raadsvoorstel. Dan kan voorgesteld worden om het horen van insprekers en de inhoudelijke behandeling in een vergadering te behandelen.

2.

Hoe vaak kwam het voor dat deze periode korter was dan zes weken? Antwoord: Bijna alle in 2021 ingediende raadsvoorstellen werden op basis van de daarvoor geldende formele termijnen en afspraken (zie antwoord vraag 1) de daarvoor gebruikelijke periode voor de raadsvergadering bekend via publicatie op de LIS en via de agenda’s. In een enkel geval is van de termijnen afgeweken. Dat was in 2021 het geval bij enkele errata die vlak voor de vergadering van de commissie of raad aan werden geboden. Daarnaast was dat het geval bij de controle op de financiële jaarstukken en de raadsvoorstellen in het kader van het referendum over het WSPR. Vanwege de zeer korte termijnen die hiervoor gelden op basis van de Referendumverordening, werden

deze voorstellen door het Presidium direct voor de raadsvergadering geagendeerd. Daarover is overigens steeds tijdig en uitgebreid gecommuniceerd. Daarbij geldt overigens op basis van artikel 3 Referendumverordening dat deze voorstellen geen onderwerp kunnen zijn van een referendum.

3.

Kan het college aangeven in welke andere gemeentes een periode van indiening van het inleidende verzoek twee weken voorafgaand aan de raadsbehandeling wordt gehanteerd? Antwoord: In de modelverordening van de VNG wordt in artikel 5 de volgende bepaling gebruikt: ‘Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk [termijn (bijvoorbeeld zeven dagen)] voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken.’ Een snelle scan van de lokale regelingen via overheid.nl laat zien dat een aantal gemeenten zich hierop heeft gebaseerd. Uit die quickscan blijkt dat van die termijn wordt afgeweken door de gemeente Utrecht (drie weken na publicatie van de besluitenlijst van die gemeente), Zoetermeer (binnen twee weken na de dag waarop openbare kennisgeving is gedaan van het desbetreffende besluit van de raad), Hilversum (uiterlijk binnen zes weken na de dag waarop een openbare kennisgeving is gedaan van het raadsbesluit), Deventer (binnen vier weken na publicatie van het raadsbesluit), Amsterdam (als er een besluit geagendeerd is, kan een kiesgerechtigde aankondigen dat hij na het nemen van dit besluit een referendumverzoek zal indienen).

Er zijn ook gemeenten waar alleen de raad en/of het college het initiatief kan nemen tot een referendum, daar geldt dus geen termijn (Hellendoorn, Ede, Wageningen, Vught, Diemen, Halderberge, Moerdijk, Bunnik).

4.

Wat adviseert de referendumkamer omtrent het verkorten van de mogelijkheid waarin een inleidend referendumverzoek kan worden ingediend? Antwoord: Deze wijziging is aan het raadsvoorstel toegevoegd naar aanleiding van de reactie van het college. Het stond dus niet in de conceptversie die voor advies aan de Referendumkamer is voorgelegd. Daarom is de Referendumkamer gevraagd naar een aanvullend advies over deze voorgestelde wijziging. Dat volgt zo spoedig mogelijk. De voorzitter van de Referendumkamer is tijdens de vergadering van de commissie LB aanwezig om dat advies te presenteren en indien gewenst toe te lichten en daarover nadere vragen te beantwoorden.

5.

Vraag n.a.v. artikel 8 (verzoek vanuit de raad): het indienen van een referendumverzoek vanuit de raad geschiedt door middel van een initiatiefvoorstel. De procedure een initiatiefvoorstel neemt vaak een vrij lange periode in beslag, terwijl de raadsbehandeling van het raadsvoorstel waar het betrekking op heeft al op korte termijn kan zijn. Hoe verhoudt dat zich met elkaar? Antwoord: De procedure voor de behandeling van een initiatiefvoorstel van een raadslid is bepaald in artikel 43 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Leiden. Voor Initiatiefvoorstellen gelden dezelfde termijnen als voor raadsvoorstellen die door het college aan de raad worden aangeboden. Dat betekent dat zo’n voorstel na agendering door het Presidium in principe in drie weken kan worden vastgesteld in de raad of sneller als de raad dat gelet op de omstandigheden raadzaam vindt. Zie ook het antwoord op vraag 1 en 2. Een

‘normaal’ initiatiefvoorstel regelt vaak inhoudelijk meer of minder complexe zaken. Die inhoudelijke voorbereiding kan (net zoals dat het geval is bij reguliere raadsvoorstellen) inderdaad veel tijd in beslag nemen. Het indienen van een referendumverzoek door de raad zal echter veel procesmatiger en (dus) eenvoudiger zijn: de kern van zo’n voorstel is immers het besluit dat de raad een referendum houdt over een ander raadsvoorstel. Overigens wordt dit artikel 8 in de nu voorliggende wijzigingsverordening niet aangepast omdat dit geen onderdeel uitmaakte van de vooraf door de raad gestelde kaders aan dit wijzigingsvoorstel. 6.

Elders is het in het verleden voorgevallen dat na indiening van een geldig referendumverzoek het raadsvoorstel waar het betrekking op heeft is ingetrokken. De verordening regelt niet hoe hier mee om wordt gegaan. Hoe zou hier binnen de concept-verordening mee omgegaan moeten worden? Vervalt het referendum dan? Antwoord: Als het object van een geldig referendumverzoek verdwijnt doordat het raadsvoorstel waarop dat referendumverzoek (al dan niet op verzoek van het college) door de raad wordt ingetrokken, kan er geen referendum meer over worden gehouden. Deze gang van zaken wordt in de nu ter advisering aan de raad voorliggende wijzigingsverordening niet aangepast en verandert dus niet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11032700/1