Beantwoording technische vragen PS Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving
Tekst van het document
Technische vragen Onderwerp: Fractie: Doorgezonden door griffie: Beantwoording:
Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving Thijs Vos (PS) 20 september 2021 27 september 2021
Partij Sleutelstad heeft kennisgenomen van het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving’ en de beantwoording van de ingekomen zienswijzen. Partij Sleutelstad constateert dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de ‘Parkeervisie Leiden Auto- en fietsparkeren 2020-2030’ en de verschillende gebiedsvisies. Tegelijkertijd beoordeeld de raad bij de vaststelling van dit bestemmingsplan voor het eerst de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een parkeernorm van ‘0’ in het Stationsgebied. In verband daarmee heeft Partij Sleutelstad de volgende vragen: 1. Heeft u bij de Autoriteit Consument & Markt gevraagd of een monopolie van gemeentelijke parkeergarages in het Stationsgebied in overeenstemming is met de gedragsregels over mededinging uit de Wet Markt en Overheid en de Mededingingswet? Antwoord: Er is geen sprake van een monopolie van gemeentelijke parkeergarages in het Stationsgebied. De parkeergarages Lorentz, Leiden Centraal Kantoren en Level zijn bijvoorbeeld niet in eigendom van de gemeente. Met dit bestemmingsplan wordt het strijdig om parkeerplaatsen te realiseren ten behoeve van de eigen functie, met uitzondering van de functie kantoor. Exploitatie van publieke parkeergarages door commerciële partijen blijft, voor zover planologisch mogelijk, toegestaan.
Er is dan ook geen strijdigheid met artikel 25j van de Mededingingswet, aangezien er geen sprake is van een overheidsbedrijf die bevoordeeld wordt door het besluit. 2. In hoeverre vindt u dat een monopolie van gemeentelijke parkeergarages in het Stationsgebied zich zou verdragen tot de gedragsregels over mededinging uit de Wet Markt en Overheid en de Mededingingswet? Antwoord: Zoals bij de beantwoording van de vorige vraag al benoemd, is er geen sprake van een monopolie van gemeentelijke parkeergarages. Op deze vraag zal dus verder niet worden ingegaan. 3. Welke ruimtelijke onderbouwing ligt ten grondslag aan uw oordeel dat een parkeernorm van ‘0’ in het Stationsgebied vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is? Antwoord: De ruimtelijke onderbouwing is gestoeld op de beleidsmatige wens om de overgang naar schoon vervoer mogelijk te maken en om binnenstad autoluw te maken waardoor er meer ruimte ontstaat voor groen en schonere vervoersmiddelen om zo de binnenstad gezond, leefbaar en bereikbaar te houden voor bewoners en
bezoekers. Deze beleidskeuze is vastgelegd in de door uw raad vastgestelde Agenda Autoluwe Binnenstad en de Mobiliteitsnota 2020-2030, alsook de Parkeervisie. Om dat beleidsdoel te bereiken is van belang om gedragsverandering te stimuleren. Die gedragsverandering wordt in dit geval bereikt door bij nieuwe ontwikkelingen in het Stationsgebied geen nieuwe parkeerplaatsen bij functies mogelijk te maken met als flankerend beleid dat mensen in het Stationsgebied niet voor een parkeervergunning in aanmerking komen. Vanuit een goed woon- en leefklimaat bezien voorziet een parkeernorm van 0 in een goede ruimtelijke ordening nu binnen het Stationsgebied heel veel alternatieve vormen van mobiliteit aanwezig zijn en er voldoende alternatieve parkeergarages in de nabije omgeving zijn. De bereikbaarheid van functies en voorzieningen blijft geborgd terwijl het woon- en leefklimaat aanmerkelijk verbetert. Daarmee is een parkeernorm van 0 in het Stationsgebied vanuit een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. Bij specifieke ontwikkelingen (zoals De Geus) dient er altijd in het kader van een goede ruimtelijke ordening gekeken te worden naar het parkeervraagstuk van zo’n ontwikkeling en of die ruimtelijk inpasbaar is. Dat betekent dan dat er in het kader van zo’n ontwikkeling een aanvullende toets plaatsvindt.
Bij het onlangs door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan De Geus is dit ook gedaan. 4. Is deze ruimtelijke onderbouwing geverifieerd bij de parkeerdeskundigen van het CROW? Antwoord: Nee, dit is niet geverifieerd bij de parkeerdeskundigen van het CROW. Het CROW is een kenniscentrum dat richtlijnen en kencijfers geeft, waar gemeenten gebruik van kunnen maken. De gemeente is echter zelf verantwoordelijk voor het parkeerbeleid en kan rekening houden met specifieke lokale omstandigheden en daarmee ook afwijken van de richtlijnen van het CROW. 5. Waarom ontbreekt een ruimtelijke onderbouwing bij de toelichting op het bestemmingsplan? Antwoord: Het paraplubestemmingsplan voorziet enkel in een juridische vertaling van de Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020. Deze beleidsregels zijn een technische uitwerking van de nieuwe Parkeervisie. De Parkeervisie is in juli 2020 door uw raad vastgesteld. 6. Kunt u bevestigen dat het document ‘Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020’ alleen door uw college van burgemeester en wethouders is vastgesteld (en niet door de raad)? Zo ja, kunt u op de gemeentelijke website onder ‘Parkeervisie’ (laten) rectificeren dat de raad de Beleidsregels Parkeernormen niet heeft vastgesteld in juli 2020? Antwoord: Het vaststellen van de Beleidsregels parkeernormen Leiden 2020 is een bevoegdheid van het college.
De beleidsregels zijn wel tezamen met de parkeervisie voorgelegd aan de gemeenteraad en hebben ook een eigen inspraakprocedure gekend. Op de website kan dit worden aangepast.
7. Kunt u uitleggen waarom de acceptabele loopafstanden van 400 meter voor wonen en 800 meter voor andere functies uit de ‘Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020’ vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar zijn, mede bezien in het licht van de recente publicatie van het CROW “'Inzicht in acceptabele loopafstanden”? Antwoord: De gemeente kan zelf (onderbouwd) bepalen welke maximale loopafstanden acceptabel geacht worden. De gemeente kan hierbij onderscheid maken in functie en gebied. De CROW is een kenniscentrum en geeft slechts richtlijnen en kencijfers. De gemeenten zijn niet verplicht om deze kencijfers over te nemen en kunnen rekening houden met lokale omstandigheden. De Beleidsregels parkeernormen Leiden 2020 zijn intern en extern besproken met belanghebbenden. Er was en is geen aanleiding om de loopafstanden aan te passen. De loopafstanden zijn ook gangbaar. Zo hanteert de gemeente Delft in de binnenstad zelfs voor de woonfunctie een loopafstand van 800 m. 8.
Bent u bekend met de jurisprudentie over het opnemen van een dynamische verwijzing naar beleidsregels in een bestemmingsplan? Zo ja, kunt u uitleggen waarom de dynamische verwijzing van artikel 3.1 van de planregels in overeenstemming is met de vereiste rechtszekerheid en artikel 3.1.2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)? Antwoord: In de jurisprudentie zijn diverse uitspraken gedaan over het opnemen van een dynamische verwijzing naar beleidsregels in een bestemmingsplan. Het is niet bekend welke concrete uitspraak in deze raadsvraag wordt bedoeld dus hier kunnen we verder niet op ingaan. Wel is bekend dat in diverse jurisprudentie de Raad van State heeft bepaald het opnemen van een dynamische verwijzing in een bestemmingsplan is toegestaan op grond van artikel 3.1.2 van het Bro. 9. Kunt u verduidelijken welke parkeergarages behouden blijven in het Stationsgebied? Antwoord: Dit zijn de Levelgarage en de Morspoortgarage. Er wordt onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een nieuwe Morspoortgarage. Voorlopig blijft de huidige Morspoortgarage staan. Ook is er nu nog straatparkeren waaronder het Morssingelterrein. Daarnaast liggen er garages/parkeerterreinen net buiten het gebied, zoals de Lammermarktgarage en het Haagwegterrein.
Bovendien heeft de gemeente een akkoord bereikt met Naturalis voor de bouw van een nieuwe garage en P&R-locatie aan de Mendelweg, vlak naast de Plesmanlaan. Verder zijn er in en rondom het stationsgebied private garages, zoals bij Lorentz, Leiden Centraal Kantoren, Octagon (in aanbouw) het Achmea gebouw, het Heeremacomplex en aan de Anthony Fokkerweg.
Voor het zomerreces is toegezegd door wethouder Spijker dat het college in gesprek zou gaan met Aldi Zoetermeer over de problemen die met de parapluherziening ontstaan voor hun vestiging in Leiden. 10. Heeft dit gesprek inmiddels plaatsgevonden? Zo ja, wat waren de uitkomsten?
Antwoord: Toegezegd is dat de wethouder het gesprek tussen de gemeente en Aldi nauwgezet volgt en waar nodig direct met Aldi in gesprek zal gaan. De gesprekken over een oplossing met Aldi worden ambtelijk voorbereid en zijn constructief. Een bestuurlijk gesprek met de wethouder kan daarop alsdan volgen.