Beantwoording Technische vragen presentatie WM 4 feb CDA
Tekst van het document
Technische vragen CDA Leiden over aanbesteden cultuureducatie + vernieuwing BplusC
Onderdeel aanbesteding cultuureducatie
1) Noodzaak tot aanbesteding: in hoeverre is de aanbesteding van cultuureducatie juridisch verplicht? Zou de raad - juridisch gezien - ook kunnen beslissen om dit niet uit te voeren? Het cultuuraanbod wordt onderverdeeld in 3 functies (Bibliotheek, Kennismaken met kunst & cultuur en Cultuurparticipatie. Bij het beoordelen van de 3 functies is gekeken naar de vorm van financiering (subsidie of aanbesteden/tendersubsidie). • Functie 1 kan alleen via subsidie worden gefinancierd omdat er een wettelijke taak aan ten grondslag ligt en er geen sprake is van een markt. • Functie 2 wordt deels gesubsidieerd uit Rijksmiddelen. Als er sprake is van cofinanciering vanuit Rijksmiddelen is een vorm van aanbesteden niet mogelijk. • Functie 3 betreft deels een opdracht (het langdurig uitvoeren van muziekeducatie) die qua opdrachtwaarde en type dienst valt aan te besteden en niet alleen via subsidies gefinancierd mag worden. In het verlengde van de wens om vernieuwing te stimuleren op het gebied van cultuurparticipatie, wordt aanbesteden als passende stimulans gezien. Het college is daarom van mening dat aanbesteding op deze functie op dit moment het beste alternatief is.
Het college wil met de aanbesteding een kwalitatief goede muziekschool realiseren, waarbij het muziekonderwijs breder dan nu wordt vormgegeven en daarbij kritisch kijkend wat door andere aanbieders al wordt aangeboden om oneigenlijke concurrentie en/of dubbelingen in subsidiëring te voorkomen. De andere vormen (beeldende kunst en theater) komen te vallen onder een tendersubsidie (= ook een vorm van aanbesteden), omdat de opdrachtwaarde hiervan lager ligt dan de verplichte aanbestedingsgrens en we erop willen inzetten dat er meer partijen kunnen deelnemen. Binnen de gestelde kaders is het college verantwoordelijk voor de uitvoering en daarmee voor de keuze van het financieringsinstrument. 2) Alternatieven: zijn door het college ook alternatieven inzichtelijk gemaakt, waarbij een aanbesteding kan worden voorkomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja: kan het college deze informatie met de raad delen? Antwoord: De overweging van het college om voor muziekeducatie te kiezen voor een aanbesteding is in de beantwoording van vraag 1 beschreven. Het college wil met de aanbesteding een kwalitatief goede muziekschool realiseren, waarbij het muziekonderwijs breder dan nu wordt vormgegeven en daarbij kritisch kijkend wat door andere aanbieders al wordt aangeboden om oneigenlijke concurrentie en/of dubbelingen in subsidiëring te voorkomen.
Subsidiering is minder voor de hand liggend, omdat er bij muziekeducatie geen wettelijke taak ligt, er sprake is van een markt en de opdrachtwaarde een aanbesteding voorschrijft.
3) Kosten aanbesteding: kan het college inzichtelijk maken hoeveel kosten gepaard gaan met deze aanbesteding? Antwoord: de kosten voor het aanbestedingstraject (begeleiding en inkoop) bedragen circa €100.000 4) Verenigingen: op pagina 4 wordt bij onderdeel 3 (cultuurparticipatie) gemeld dat de subsidiebudgetten in de huidige situatie gaan naar “BplusC, Jeugdtheaterschool (Ins Blau), Jeugdtheaterhuis Zuid-Holland (Stadsgehoorzaal) en naar 70 verenigingen en gezelschappen voor amateurkunst (koren, fanfare-/harmonieorkesten, toneelverenigingen)”. In welke mate worden deze 70 verenigingen en gezelschappen geraakt door het voornemen van de gemeente om de cultuureducatie te gaan aanbesteden (via reguliere aanbesteding danwel tendersubsidie)? Antwoord: De voorgestelde ontwikkelingen hebben geen directe invloed op de amateurkunst sector. De koren, muziekgezelschappen, harmonie- en fanfarekorpsen, theatergroepen, foto- en filmverenigingen, etc. blijven gebruikmaken van de financiële ondersteuning door de gemeente op basis van de Deelverordening Amateurkunst Subsidies (DAS) die een jaar geleden door uw raad is vastgesteld. Wel kunnen de ontwikkelingen op indirecte wijze van invloed zijn. De amateurkunst sector heeft zich verenigd in de Werkgroep Amateurkunst Leiden (de WAK). Die werkgroep wordt ondersteund door het bij BplusC ondergebrachte Centrum voor Amateurkunst Leiden (CAL).
Wij zullen er zorg voor dragen dat bij de herschikking van taken deze functie op een goede wijze zal worden gepositioneerd. We gaan hierover met de WAK in gesprek. 5) Individuele lessen: op pagina 4 wordt bij onderdeel 3 (cultuurparticipatie) gemeld dat de gemeente zich op “samen” wil richten en dat individuele lessen commercieel rendabel zijn. Is er op dit moment sprake van subsidiering van deze individuele lessen? Zo ja, klopt het dat deze subsidiering vervalt? Antwoord: Op dit moment geeft de gemeente BplusC subsidie voor de muziekschool en daar horen ook de individuele lessen bij. In de nieuwe uitvraag van de gemeente richten we ons meer op samenspel en minder op individuele lessen, en kijken we naar aanbod van andere aanbieders in de stad. De subsidiëring voor dit onderdeel komt dus (deels) te vervallen. De middelen die daardoor vrij gaan vallen zetten we in voor de voor activiteiten gericht op kinderen en jongeren en het creëren van een laagdrempelig en breed bereik. Onderdeel vernieuwing BplusC
6) Locatie Nieuwstraat: Over welke instrumenten beschikt de gemeente om bij vertrek van BplusC uit de Nieuwstraat te zorgen voor een waardig alternatief passend bij het karakter van de wijk? Antwoord: Het college gaat eerst een onderzoek Verkenning BplusC locatie binnenstad starten. Afhankelijk van de uitkomst worden vervolgstappen gezet. Indien blijkt dat de bibliotheek kan verhuizen en dat een significante verbetering blijkt, dan stelt de gemeente een ambitiedocument op voor het pand in de Nieuwstraat.
7) Alternatieve locatie: in de brief wordt aangegeven dat afgelopen maanden ook een alternatieve locatie is onderzocht, maar is afgevallen. Klopt het dat deze locatie de voormalige V&D was? Kan het college het onderzoeksrapport met de raad delen? Antwoord: Het is inderdaad de genoemde locatie. Er is geen onderzoeksrapport beschikbaar. De plek in het gebouw (eerste en tweede verdieping), prijs per vierkante meters, onzekerheid over toekomst zijn redenen geweest om niet verder te gaan met dit alternatief. 8) Stadsgehoorzaal: Is de verhuizing van BplusC naar de Stadsgehoorzaal afhankelijk van de beschikbaarheid van de (leegstaande) panden aan de Catharinasteeg? Is ook de voormalige Gemeenteschool in beeld als potentiële locatie? Antwoord: Er wordt gekeken naar de stadsgehoorzaal en aanpalende panden. Er is een fysieke verbinding nodig. Onderzoek moet nog uitwijzen of en welke ruimte geschikt zal zijn. Dit onderzoek start in het voorjaar van 2021. 9) Uitbreiding BplusC in de wijken: er wordt aangegeven dat “zo mogelijk” uitbreiding van BplusC diensten naar ‘huizen van de buurt’ gaat plaatsvinden. Waar hangt deze uitbreiding vanaf en welke termijn is hiervoor in gedachten? Antwoord: BplusC heeft op dit moment activiteiten in de wijken: Het Gebouw, Merenwijk en de Stevenshof. De opdracht vanuit het college is om in meer wijken vestigingen te realiseren.
Het is een stapsgewijze aanpak, waarbij, al dit jaar, in samenspraak met partners uit het Sociaal Domein (o.a. Incluzio) gekeken wordt naar plekken en activiteiten, passend bij de wijk. BplusC is nu o.a. aangehaakt bij de gebiedsontwikkelingen in Leiden Zuidwest. 10) Aanbesteding cultuureducatie: hoe verhoudt het voorstel voor de aanbesteding van de cultuureducatieve activiteiten zich tot de huisvestingskwestie van BplusC? Zou het - in theorie - mogelijk zijn dat een partij de aanbesteding voor muziekeducatie wint die geen gebruik wil maken van de huidige locaties voor muziekeducatie? Wat betekent dat voor de huisvestingsplannen van BplusC? Antwoord: De muziekeducatie en huisvesting muziekeducatie zijn met elkaar verbonden. Inschrijvers zullen worden verplicht om in de locatie(s) die de gemeente beschikbaar stelt de lessen te geven. De huisvestingsplannen hebben invloed op de herhuisvesting plannen van BplusC, immers als BplusC de aanbesteding wint dat zal zij gebruik maken van de door de gemeente beschikbaar gestelde locatie(s). Wanneer BplusC de aanbesteding niet wint, dan zal zij geen lessen verzorgen in de door de gemeente beschikbaar gestelde locatie(s)