Beantwoording technische vragen over schriftelijk verslag vz vr GRIP 4 Covid-19 18 februari 2021
Tekst van het document
Aan de gemeenteraden in de Veiligheidsregio Hollands Midden
Postadres Postbus 1123 2302 BC Leiden
18 februari 2021 PK/VSV-Covid-19 Uw kenmerk: -VZPK16032024 Uw brief van: Datum:
Ons kenmerk:
Contactpersoon:
Peter Kessels
Bijlage: 088-2465132 3 E-mail: peter.kessels@vrhm.nl 3 Onderwerp: Beantwoording vragen n.a.v. schriftelijk verslag 1 GRIP4 Covid-19 VRHM 2 Graag bij correspondentie kenmerk en onderwerp- vermelden. Telefoon: Fax:
Geachte leden van de raad,
Op 30 december 2020 heb ik u mijn schriftelijk verslag aangeboden over het verloop van de gebeurtenissen en de door mij genomen besluiten in verband met de bestrijding van de Covid-19 – crisis gedurende de GRIP4-periode (12 maart – 1 december 2020). Met dit verslag heb ik voldaan aan de verplichting zoals genoemd in artikel 40, eerste lid, Wet veiligheidsregio’s. Op 19 januari 2021 heb ik via een digitale bijeenkomst met gemeenteraadsleden, een toelichting gegeven op mijn schriftelijk verslag en vragen hierover beantwoord. Een aantal gemeenteraadsleden heeft mij ook nadere schriftelijke vragen gesteld. In deze brief zal ik deze vragen beantwoorden en, conform toezegging, de beantwoording ook met u delen.
Vragen van de heer T. van der Hoeven (lid van de gemeenteraad van Oegstgeest) en in cursief mijn beantwoording Met veel waardering voor het verslag en de mogelijkheid tot het stellen van vragen, de volgende vragen, die ik maar even inleid. Op enig moment in het najaar was geparafraseerd de landelijke lijn dat vooral op regionaal niveau noodzakelijke maatregelen moesten worden genomen, zodat regio’s waar dat niet nodig was landelijke maatregelen bespaard zouden blijven. Het beeld dat in ieder geval bij mij ontstond, was dat in den lande regionale maatregelen beperkt genomen werden en dat juist behoefte ontstond aan duidelijke landelijke regie. Een hypothese bij meer doorwrochten evaluatief onderzoek zou kunnen zijn dat in deze fase de verantwoordelijkheid niet duidelijk belegd was althans niet overtuigend genomen werd, dat theorie en praktijk zich moeilijk tot elkaar verhielden, en dat mede daardoor de tweede golf niet vroeg genoeg gebroken is. Ik herinner mij dat ook in onze regio besmettingen opliepen maar dat ook in onze regio niet of nauwelijks specifieke, vergaande regionale maatregelen werden genomen. 1.
Welke specifieke regionale maatregelen zijn in deze fase genomen? Er was al snel geen sprake meer van een regionale uitbraak, maar van oplopende besmettingen in de gehele Randstad. Eerst in de grote steden Amsterdam, Rotterdam en
Den Haag. Later ook in onze veiligheidsregio en andere ‘tussenliggende’ delen van de Randstad. Het nemen van eigen, regionale maatregelen zou weinig effectief zijn geweest. Bovendien was de afspraak dat regionale maatregelen niet afzonderlijk, maar in overleg met het kabinet zouden worden genomen. In deze veiligheidsregio’s zijn daarom per 18 september 2020 als eerste, aanvullende maatregelen genomen door het kabinet, in overleg met de betreffende voorzitters veiligheidsregio. In deze fase is ingezet op het handhaven van de bestaande, landelijke maatregelen en het opzetten van een eigen regionale netwerkstrategie, om het belang van de maatregelen en de handhaving hiervan opnieuw onder de aandacht te brengen. 2.
Welk type overwegingen hebben een rol gespeeld bij het al dan niet nemen van regionale maatregelen? Zijn dit louter overwegingen van infectieziektebestrijding geweest of is een meer integrale politieke afweging gemaakt? In aanvulling op mijn beantwoording van vraag 1. Hierbij is ook gekeken naar de handhaafbaarheid en daarmee het effect van maatregelen. Indien in de gehele Randstad het aantal besmettingen toeneemt, is het niet effectief om eigen, regionale maatregelen te nemen. Daarom zijn, uiteindelijk, door het kabinet aanvullende maatregelen genomen. Te beginnen in de veiligheidsregio’s in de Randstad per 18 september 2020. Gelet op de verdere stijging van het aantal besmettingen in het land, zijn deze maatregelen later (per 14 oktober 2020) ook van kracht geworden in de overige veiligheidsregio’s in het land.
3.
In welke mate zijn deze overwegingen voor onze regio eigenstandige overwegingen geweest versus in welke mate hebben we onze opstelling mede laten bepalen door de opstelling van andere regio’s? In aanvulling op mijn beantwoording van de vragen 1 en 2. Begin augustus 2020 is in een beperkt aantal wijken in Amsterdam en Rotterdam een pilot gestart met de mondmaskerplicht. Eind augustus 2020 is deze pilot gestopt. Op basis van het advies van het RIVM en OMT over de zeer beperkte effectiviteit van een mondmaskerplicht, is er door mij, na afstemming met Regionaal Beleidsteam, niet om een uitbreiding van deze pilot in onze veiligheidsregio gevraagd bij het kabinet.
4.
Was de regionale organisatie voldoende geëquipeerd om de situatie op dat moment te doorgronden evenals nut en noodzaak van mogelijk te treffen regionale maatregelen? Ja, maar op basis van bovenstaande afwegingen is besloten geen eigen, regionale maatregelen te nemen, anders dan de handhaving van de geldende maatregelen en het opstarten van de netwerkstrategie.
5.
Hadden in retrospectief meer specifieke regionale maatregelen genomen kunnen of moeten worden in die fase? In retrospectief hadden wel sneller aanvullende maatregelen genomen moeten worden door het kabinet. Hierbij dient ook in ogenschouw genomen te worden dat de landelijke crisisorganisatie aan het begin van de zomervakantieperiode is afgeschaald naar een projectorganisatie. De regionale crisisorganisaties van de veiligheidsregio’s zijn wel operationeel gebleven.
Vraag van de heer K. Larooij (lid van de gemeenteraad van Krimpenerwaard) en in cursief mijn beantwoording Allereerst dank voor het heldere verslag over de aanpak van bestrijding Covid-19 en het waarborgen van een werkend zorgsysteem in de periode 12/3/20 tot en met 31/12/20. In deze periode is er sprake geweest van diverse maatregelen. Zo zijn er perioden geweest met gesloten scholen en perioden met geopende scholen. Gedurende de beschreven periode is er een periode geweest dat de winkels openbleven maar de contactberoepen (o.a. kappers) gesloten werden. De maatregelen hadden allemaal een doel en ze hadden ook allemaal een (maatschappelijk) kostenplaatje. 1. Kunt u het effect op het aanwezig zijn van Covid-19 kwantificeren van de gesloten dan wel geopende scholen?
2
Het sluiten van scholen is een besluit geweest van het kabinet en maakte onderdeel uit van een breder pakket van maatregelen om de verdere verspreiding van het Covid-19 virus te beperken. Gelet op het dalend aantal besmettingen in die periode kan gesteld worden dat de maatregelen effect hebben gehad. De specifieke bijdrage hierin van het sluiten van scholen kan ik niet bepalen. 2.
Kunt u het effect op het aanwezig zijn van Covid-19 kwantificeren van de geopende dan wel de gesloten winkels / contactberoepen? Het sluiten van winkels/contactberoepen is een besluit geweest van het kabinet en maakte onderdeel uit van een breder pakket van maatregelen om de verdere verspreiding van het Covid-19 virus te beperken. Gelet op het dalend aantal besmettingen in die periode kan gesteld worden dat de maatregelen effect hebben gehad. De specifieke bijdrage hierin van het sluiten van winkels/contactberoepen kan ik niet bepalen.
3.
Hoe is in de praktijk de relatie tussen Covid-19 effecten versus alle maatschappelijke kosten / effecten in beeld gebracht zodat e.e.a. gemonitord of bijgestuurd kon worden? Door het kabinet zijn maatregelen genomen om de verdere verspreiding van het Covid-19 virus te beperken. Hierbij is ook, voor zover mogelijk en bekend, rekening gehouden met de maatschappelijke effecten. De steunpakketten voor bedrijven zijn hiervan een voorbeeld. Maar er is ook aandacht voor de sociale gevolgen. Op regionaal niveau heb ik als handhavingsstrategie gekozen om de publieke ruimte (bijv. parken, stranden, natuurgebieden) zo veel en zo lang als mogelijk beschikbaar te houden voor inwoners, zodat er bewegingsmogelijkheden waren en daarmee het draagvlak voor de coronamaatregelen niet verder onder druk kwam te staan. Deze strategie heeft gewerkt.
4.
Is binnen de regio overwogen om een (meer) grootschalige opvangmogelijkheid te generen om een 2e golf het hoofd te kunnen bieden? En: wordt dit nu overwogen om een mogelijke 3e golf het hoofd te kunnen bieden? Zo ja: hoe is dit afgewogen en zo nee, waarom niet? Door de ziekenhuizen en het ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorgketen) wordt dag-ennacht gewerkt om de benodigde zorgcapaciteit te kunnen leveren. Tot nu toe is dit met de (extra) beschikbare capaciteit gelukt, maar er wordt ook gewerkt aan scenario’s indien de huidige beschikbare capaciteit niet meer voldoende is. Ik sta hierover in contact met de voorzitter van het ROAZ en de directeur Publieke Gezondheid.
Vragen van de CDA-fractie van de gemeenteraad van Voorschoten en in cursief mijn beantwoording De CDA-fractie heeft met veel waardring kennis genomen van het goed leesbare schriftelijke verslag. Met name de faseringen in de opzet van dit stuk, spreken erg aan. 1.
Wat opvalt dat een sectorgewijs overzicht van de effecten van corona ontbreekt. De CDA- fractie zou kunnen voorstellen dat ook een aantal passages was toegevoegd met enkele hoofdimpressies, c.q. vermeldenswaardige bijzondere indrukken over de effecten van Covid-19 en de bijzondere rol van VRHM t.a.v. sectoren als: - onderwijs - sport en cultuur - verenigingsleven - verpleeghuizen/zorg; - horeca - kerkgenootschappen Een enkele vraag als voorbeeld en ter illustratie: hoe is de leerplichtregelgeving in deze periode gehandhaafd c.q. hoe is deze nageleefd kunnen worden? De bijlagen, zoals bijlage 2, geven een overzicht van bijv. ontheffingen, maar zijn hier ook
3
bijzondere patronen uit op te maken? Mijn schriftelijk verslag is geen allesomvattende evaluatie van de coronacrisis, maar een formele verantwoording over de inzet van mijn bevoegdheden als voorzitter veiligheidsregio (conform artikel 40 Wet veiligheidsregio’s). De landelijke crisisaanpak wordt geëvalueerd door de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Ook vanuit andere gremia zullen nog ongetwijfeld evaluaties volgen, ook ten aanzien van de sociale en maatschappelijke gevolgen. Ten aanzien van het toezicht op de leerplichtregelgeving zijn continu de actueel geldende richtlijnen gevolgd vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Die richtlijnen worden ook gedeeld met scholen. Bij fysiek of 'digitaal' verzuim wordt onderzoek gedaan naar de oorzaken en wordt aangestuurd, bij ouders en scholen, op de continuïteit van het onderwijs. Voor wat betreft kinderen 'buiten beeld' is gelijk in het voorjaar een helder proces afgesproken met ketenpartners (zoals JGT, JGZ). De bijzondere omstandigheden maken vanzelfsprekend dat er zeer terughoudend werd en wordt opgetreden met handhaving. De ontheffingen zijn een reflectie van de geldende maatregelen en noodverordeningen in de verschillende fasen van de coronacrisis tot 1 december 2020.
In het algemeen kan gesteld worden dat de landelijke aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, op grond waarvan de regionale noodverordeningen worden vastgesteld, niet altijd recht kon doen aan specifieke regionale, lokale en/of individuele omstandigheden. Daarom kenden de noodverordeningen ook altijd een ontheffingsmogelijkheid voor de voorzitter veiligheidsregio. Hiermee is, gelet op het belang van de volksgezondheid, altijd zorgvuldig omgegaan. 2.
Klopt het dat nergens in dit verslag expliciet melding wordt gemaakt van een bijzondere situatie in Voorschoten? Zo ja, welke conclusie is daaruit te trekken voor onze gemeente? Het schriftelijk verslag gaat in op de inzet van mijn bevoegdheden als voorzitter veiligheidsregio’s. In de gemeente Voorschoten heb ik niet specifiek gebruik hoeven maken van mijn bevoegdheden als voorzitter veiligheidsregio. Regionale besluiten (bijvoorbeeld ten aanzien weekmarkten, erehagen bij uitvaarten en afsluiting parkeerterreinen) waren uiteraard wel van kracht in de gemeente Voorschoten.
3.
In par. 4 (pag. 10) wordt gesteld dat er ”heel veel vragen zijn geweest van gemeenten, ondernemers ………. over de interpretatie van bepalingen in de noodverordeningen”. Geldt dit ook voor Voorschoten? En zo ja, wat voor type vragen zijn dan met name vanuit Voorschoten gesteld? Het algemene beeld is dat elke nieuwe aanwijzing van de minister van Volksgezondheid en de hierop gebaseerde noodverordening, interpretatievragen met zich meebracht. Dat is ook niet verwonderlijk, gelet op de crisissituatie en de grote tijdsdruk waaronder e.e.a. tot stand moest worden gebracht. Vanuit de gemeente Voorschoten is hier altijd constructief en collegiaal mee omgegaan.
4.
Op pag. 11, onder het kopje “Ontheffingen”, wordt gesteld dat de voorzitter VRHM “terughoudend geweest is” met zijn bevoegdheid ontheffingen te verlenen op bepalingen in de noodverordening. Zijn er voor gemeente Voorschoten ontheffingen verleend, en zo ja welke? In de gemeente Voorschoten zijn geen specifieke ontheffingen verleend. Regionale ontheffingen (bijv. weekmarkten, erehagen bij uitvaarten) waren uiteraard ook wel van toepassing in de gemeente Voorschoten.
5.
Is er in geval van Voorschoten “een last onder dwangsom” opgelegd? Dit n.a.v. pag. 13. In de periode tot 1 december 2020 is geen last onder dwangsom opgelegd in de gemeente Voorschoten. Zoals ook vermeld in mijn schriftelijk eindverslag, had ik vanaf 30 april 2020 mijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom gemandateerd aan de burgemeester.
4
6.
Kan nadere uitleg worden gegeven bij de 6e dot, onderaan pag. 15, waar gesteld wordt dat “Het duiden van de informatie en data overal een uitdaging was”? Wat wordt hiermee precies mee bedoeld? En waarom was in deze situatie, zoals uiteengezet onderaan pag. 15, een relatief grote rol van de veiligheidsregio, ook i.r.t. enkele andere regio’s? Veel aangeleverde informatie en data over coronabesmettingen was generiek. Om specifieke maatregelen te kunnen nemen was het nodig om deze informatie en data beter te kunnen duiden: gaat het om specifieke wijken, doelgroepen, beroepsgroepen, leeftijdscategorieën, etc.? De veiligheidsregio heeft het initiatief genomen om hierover samen met de GGD en GHOR om tafel te gaan zitten (de zogeheten duidingstafel).
7.
Is er al iets te concluderen aan resultaten uit de “opbrengst” van de per oktober jl. uitgerolde netwerkstrategie, zoals op pag. 15 vermeld onder het kopje (Crisis)communicatie? De kern van de netwerkstrategie is om nut en noodzaak van de coronamaatregelen uit te leggen. Het effect hiervan is niet meetbaar, anders dan in de standaard cijfers ten aanzien van aantallen besmettingen en ziekenhuisopnames. En toch zal de netwerkstrategie een belangrijke werkwijze blijven in deze coronacrisis, zeker op momenten dat nieuwe landelijke maatregelen worden afgekondigd.
8.
Denkbeeldige casus Stel dat de voorzitter van de VRHM zijn positie per heden denkbeeldig onmiddellijk zou moeten opgeven: 1.
Welke zeg 3 à 5 bijzondere aanbevelingen zou hij zijn “denkbeeldige opvolger” voor de toekomst meegeven, met zijn ervaringen van het afgelopen jaar?
2.
Wat zijn voor hem zelf “de belangrijkste bestuurlijke lessen (lessons learned) uit de afgelopen periode? Zou hij achteraf gezien - met de kennis van nu - enkele zaken anders hebben aangepakt?
3.
Welke eventuele specifieke aanbevelingen zou hij Voorschoten willen meegeven?
De gemeenteraad van Leiden heeft mij voorgedragen voor herbenoeming per 15 mei a.s. Naar het zich laat aanzien blijf ik dan ook voorzitter veiligheidsregio. Het is dus een beetje vroeg om aanbevelingen mee te geven aan mijn opvolger. Gelet op de samenloop tussen aanbevelingen en lessen geef ik een gecombineerd antwoord op bovenstaande vragen. Een goed lokaal en regionaal netwerk is voor elke bestuurder van groot belang. Maar zeer zeker in tijden van crisis, omdat dan korte lijntjes en persoonlijke relaties belangrijk zijn. De veiligheidsregio heeft een belangrijke rol gespeeld in deze crisis. Deze regionale, parate, crisisorganisatie staat ter beschikking van burgemeesters en gemeenten. Niet alleen bij brand en ongevallen. Maak hier dus ook gebruik van in andere omstandigheden en crises. Een goede bestuurlijke samenwerking is essentieel in crisistijd. Tussen de leden van het Regionaal Beleidsteam was veel contact. Als voorzitter veiligheidsregio voelde ik mij gesteund door de burgemeesters. In crisistijd is het belangrijk dat overheden optreden als één overheid (eenheid van beleid). Dit versterkt de geloofwaardigheid en uitlegbaarheid van maatregelen. In het Regionaal Beleidsteam is dit altijd het uitgangspunt geweest en ook vastgelegd in het Regionaal toepassingskader Tijdelijke wet maatregelen Covid-19.
5
De duur en intensiteit van deze crisis is ongekend in onze tijd. Veel bestuurders en medewerkers zijn al bijna een jaar lang in touw. In het achterliggende jaar is niet altijd voldoende aandacht geweest voor rustmomenten. Hopelijk komt hier snel, nu het vaccineren is begonnen, meer ruimte voor. De GRIP4-situatie en het werken met noodverordeningen heeft te lang geduurd, omdat de coronawet pas laat (1 december 2020) in werking trad. Als burgemeester ben ik gewend om verantwoording af te leggen aan de gemeenteraad. Zo hoort het ook in een democratie. Als voorzitter veiligheidsregio zit je in een andere positie, zeker als het zo lang duurt. Formeel hoeft de voorzitter veiligheidsregio pas aan het einde van de crisis verantwoording af te leggen aan de gemeenteraden (middels het schriftelijk eindverslag). Ik heb er voor gekozen om de gemeenteraden tussentijds te informeren via achttien brieven en vijf digitale bijeenkomsten. Via hun eigen burgemeesters zijn de gemeenteraden ook regelmatig geïnformeerd over de lokale en regionale situatie. In het Regionaal toepassingskader tijdelijke wet maatregelen Covid-19 (Rtwm), dat ook is voorgelegd aan de gemeenteraden, hebben we gezamenlijke afspraken gemaakt over de crisisaanpak na 1 december 2020.
De gemeente Voorschoten, zowel bestuurlijk als ambtelijk, heeft zich in deze crisis altijd constructief opgesteld en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de gezamenlijke aanpak van de coronacrisis. Hierdoor zijn de relaties tussen de gemeente Voorschoten en de buurgemeenten binnen de veiligheidsregio Hollands Midden verder versterkt.
Vertrouwende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Met vriendelijke groet,
drs. H.J.J. Lenferink voorzitter Veiligheidsregio Hollands Midden
6