CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen initiatiefvoorstel RV 20.0105 PS en PvdA door initiatiefneemster EN college

raadscommissie Werk en Middelen 14 januari 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Initiatiefvoorstel GroenLinks inzake de verbetering van de acceptatie en emancipatie van transgender personen (Schreuder, Dirkse, Van Delft, 35 min.)1.072 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Partij inzake RV.20.0105 initiatiefvoorstel van het raadslid Schreuder (GroenLinks) inzake de verbetering van de acceptatie en emancipatie van transgenderpersonen in Leiden

Technische vragen van het (duo-)raadslid Vos (Partij Sleutelstad) 1. In beslispunt 5 wordt bepaald dat "Het College te verzoeken om de correspondentie tussen gemeente en inwoner organisatiebreed te ontdoen van onnodige sekse/genderaanduidingen." Waarom is hiervoor gekozen i.p.v. om de persoon in kwestie zelf de gelegenheid te geven om te bepalen welke aanduiding wordt gebruikt? Antwoord initiatiefneemster: Het besluitpunt 5 is inmiddels veranderd door middel van een erratum. Het doel dat het besluitpunt voor ogen blijft houden is het gebruik van inclusief taalgebruik in communicatie tussen inwoner en gemeente, bijvoorbeeld in brieven. Hierbij is het doel om een vaste werkwijze te vinden die goed uitvoerbaar is voor de organisatie (omdat deze bijvoorbeeld werkt met algemene registers, systemen en sjablonen) en daarnaast effectief is in relatie tot het doel van dit voorstel. Bejegening, bijvoorbeeld in brieven, afhankelijk maken van eventuele input door individuele inwoners zelf is de verkeerde volgordelijkheid. Bewoners zouden moeten kunnen uitgaan van een aanspreekvorm die algemeen passend is en dus inclusief. Het is de verantwoordelijkheid en rol van de overheid om ervoor te zorgen dat alle Leidenaren op een goede manier worden aangesproken.

Dit laat natuurlijk onverlet dat de organisatie sensitief moet zijn qua bejegening en aanspreekvormen in het persoonlijke contact met transgender personen, bijvoorbeeld aan de balie of in een klantgesprek. Training en kennis kan daarbij helpen. 2. In beslispunt 1 wordt verzocht om de Verklaring van Dordrecht te ondertekenen. Welke concrete aanpassingen en maatregelen, buiten de in het voorstel genoemde, gaan hiermee gepaard? Antwoord initiatiefneemster: De Verklaring van Dordrecht bestaat uit tien punten en vormen een handvat voor het creëren én in stand houden van een transgendervriendelijke werkvloer- en arbeidsmarkt. Met de ondertekening van deze verklaring laten we niettemin zien dat onze verantwoordelijkheid nemen en ons blijvend wensen te committeren aan het doel van verdere emancipatie en acceptatie van transgender personen, binnen en buiten de gemeente Leiden. De Verklaring van Dordrecht is online te raadplegen via: https://www.transgendernetwerk.nl/publicaties/verklaringvandordrecht/

Technische vragen van (duo-)raadslid Newsome (PvdA) aan initiatiefneemster en college: 1. Ik ben benieuwd of u bekend bent met het Workplace Pride netwerk en of u vindt dat de gemeente Leiden daarvan lid zou moeten worden? Dit in navolging van het LUMC en de gemeenten Delft, Den Haag, Amsterdam en Nijmegen. Het zou een krachtig signaal zijn waarbij de gemeente als organisatie nog actiever aangeeft dat echt elke werknemer welkom is bij de gemeente. Antwoord initiatiefneemster: Ja. Workplace Pride is een organisatie die zich inzet voor het verbeteren van het leven van LHBTI's op werkplekken wereldwijd waarvan verschillende bedrijven en (semi-)overheden lid van zijn. Of Leiden hier ook lid van moet worden is op dit moment geen onderdeel van dit raadsvoorstel (hier zou bijvoorbeeld ook geen dekking voor zijn) en leent zich in de ogen van de initiatiefneemster dan ook niet voor een technische vraag. Het doel wat wordt beoogd met Workplace Pride wordt in de ogen van de initiatiefneemster op allerlei manieren nagestreefd. In de reactie van het college wordt aangegeven dat dit initiatiefvoorstel goed aansluit bij de huidige inspanningen op het gebied van inclusie op de werkvloer.

Onder het motto ‘jezelf zijn werkt’ is recentelijk meegedaan aan Diversity day en het college heeft eerder aangegeven naast de Intentieverklaring Regenboogbeleid ook het Charter Diversiteit te hebben ondertekend. Antwoord college in aanvulling op het antwoord van initatiefneemster: Wij zijn bekend met het Workplace Pride Netwerk. Als gemeente vinden we een inclusieve organisatiecultuur belangrijk, waar iedereen zich prettig en welkom voelt. Daarom tekende de gemeente reeds het Charter Diversiteit. Het Charter Diversiteit richt zich op verschillende dimensies van diversiteit: culturele, etnische & religieuze achtergrond, gender, leeftijd, arbeidsvermogen en ook LHBTI. In het Charter hebben we ons onder meer verbonden aan de doelstelling om meer bewustzijn te creëren voor diversiteit en inclusie. Daarnaast hebben we het regenboogakkoord ondertekend en zijn we voornemens in de nabije toekomst de Verklaring van Dordrecht te tekenen, waarmee we o.i. als werkgever de belangen van LHBTI-ers voldoende borgen. Recentelijk hebben we het Plan van aanpak Diversiteit & Inclusie opgesteld, met een concrete agenda voor 2020 – 2021 (o.a. gericht op bewustwording, opleiding, aanpassing HRM-instrumentarium, borging). Dit plan ligt nu ter instemming voor bij de OR.

Door het ondertekenen van het Charter Diversiteit, het Regenboogakkoord en in de toekomst de verklaring van Dordrecht geeft de gemeente als werkgever een krachtig signaal af dat wij diversiteit omarmen en stimuleren. Wij denken dat we daarmee dit onderwerp voldoende aandacht geven en kiezen nu niet voor ook nog aansluiten bij Workplace Pride.

2. Ik heb behoefte aan wat meer informatie over het oormerken van geld uit het participatiebudget voor investeringen in de emancipatie van transgender personen door hiervoor speciale re- integratieprogramma's aan te bieden, gericht op de doelgroep. Het klinkt als een goede stap, maar waarom is gekozen voor dekking uit dit budget? En, ten tweede, Normaal gesproken oormerken we geld niet zo specifiek

(voorzover mij bekend). Is het niet beter om de klantmanagers hierin leidend te laten zijn? Antwoord initiatiefneemster: Het Participatiebudget wordt ook wel het re-integratiebudget genoemd. Deze middelen worden gebruikt voor voorzieningen die worden ingezet in het kader van re-integratie en activering. De trajecten variëren van begeleiding en bemiddeling naar werk tot opleiding, scholing en werkervarings- /participatieplaatsen. Omdat het raadsvoorstel een voorstel doet voor het aanbieden van gespecialiseerde re-integratietrajecten is dit het aangewezen budget hiervoor. Bovendien heeft het college hier geen bezwaren tegen geuit. Knelpunten zijn dan ook niet te verwachten. Vanzelfsprekend spelen klantmanagers een belangrijke rol bij de re-integratie van onze inwoners. Zij zullen dan ook de aangewezen medewerkers zijn om in overleg met de klant de keuze te maken voor het ene of het andere traject. Dit betekent echter niet dat wij als raad niet keuzes kunnen maken over welke (nieuwe) vormen van re-integratie wij willen zien in de uitvoering. Zo heeft de raad bijvoorbeeld ook eerder ingestemd met Rv. nr.: 19.0049 Initiatiefvoorstel van de leden Van Brussel (D66) en Krol (CU) ‘Pilot Wijkleerbedrijf: een weg uit de bijstand’.

Hierbij heeft een meerderheid van de raad via een amendement tevens gekozen deze pilot te financieren uit het participatiebudget (Zie Amendement nr: 19.0049 Financiële dekking pilot Wijkleerbedrijf). Het college is van mening dat de beantwoording van deze vraag bij de initiefneemster thuishoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9627846/1