CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen GL RV 21.0006 Visie Stadstuinieren

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 1 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen1.093 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Onderwerp: Fractie: Doorgezonden door griffie: Beantwoording:

21.0006 Visie Stadstuinieren Marleen Schreuder (GL) 23 maart 2021 26 maart 2021

Op pagina 20 staat dat er 791.000 gereserveerd is om de nieuwe volkstuinen aan te leggen. Op pagina 48 wordt hierover gezegd dat dit een beperkt bedrag is en er nog geen kostenraming is gedaan voor de uitbreiding maar bijv. ook dat de compensatie wordt gelimiteerd door het beschikbare krediet. 1. Wat wordt hiermee concreet bedoeld? 2. Inspreker gaf aan zorgen te hebben over de financiën gezien eerdergenoemde cijfers; kan het college deze zorg duiden? Het woord ‘nog’ lijkt te suggereren dat er eerder meer geld was gereserveerd? Klopt dit en zo ja, waar (en wanneer) is dit aan uitgegeven? Antwoord: de kosten voor aanleg van de basisvoorzieningen voor de uitbreiding van de volkstuinen is inmiddels geraamd op circa € 1,6 miljoen. Ongeveer de helft is op dit moment beschikbaar. In de voorbereiding naar een eventueel uitvoeringsbesluit zal daar extra dekking voor gevonden moeten worden. Dit moet onderwerp zijn van nader onderzoek. Er was inderdaad eerder een hoger krediet voor volkstuinen. Dit is nu lager omdat er reeds extra volkstuinen zijn aangelegd. Namelijk de uitbreiding van tuinpark Het Zonneveld in 2019. In het raadsbesluit staat dat er voor de uitvoering van de aanleg van nieuwe volkstuinen in de Oostvlietpolder een separaat uitvoeringsbesluit met financiering wordt voorbereid. 3.

Wanneer kan de raad dit uitvoeringsbesluit verwachten? Het college heeft de intentie om het compensatiedossier uiterlijk 2024 af te ronden. Voor die tijd zal het uitvoeringsbesluit dus zijn voorgelegd aan de raad. Op pagina 40 staat dat op termijn 20% van de tuinen kleiner moet zijn dan 100m2. 4. Met de huidige doorloop, binnen welke termijn verwacht het college dat deze doelstelling wordt behaald? Het college verwacht dat deze doelstelling binnen een termijn van 10-15 jaar gerealiseerd kan worden. Het is sterk afhankelijk van het verloop van volkstuinders. 5. Waarom wordt er niet voor nog kleinere volkstuinen gekozen? Tuinen kunnen toch vanaf minder m2 ‘rendabel’ zijn? Een volkstuin is een vaak een combinatie van nuts-en siergewassen. Het gaat om meer dan alleen ‘rendabel’ groente/kruiden/fruit kweken voor eigen gebruik. Bij een volkstuin gaat het ook om het gevoel van buiten zijn, de natuurbeleven. Op een grotere tuin is daar ook ruimte voor. Er is gekeken naar de behoeften van mensen die willen tuinieren. Op de meeste volkstuinparken is overnachten toegestaan. Uit de stads-en wijkenquete 2015 blijkt dat ongeveer een derde een tuin van circa 150 m2 voor zichzelf wil en 9% een grote tuin (300 m2). Zo’n 46% wil een tuin voor zichzelf van max. 50 m2. Volkstuinders huren een tuin vaak voor ene zeer lange periode, het verloop is niet groot.

Een deel van de mensen op de wachtlijsten bij de volkstuinverenigingen wil een kleinere tuin. Door variatie in omvang van de tuinen kan aan de wensen van de verschillende stads-en volkstuinders tegemoet gekomen worden. Over buurtmoestuinen. De gemeente stelt in het raadsvoorstel voor om iedere wijk tenminste 1 buurtmoestuin te laten hebben. Op pagina 43 van de Visie staan hierover de voorwaarden. 6. Welke plek heeft buurtcomposteren in relatie tot buurtmoestuinen in deze visie? Vooral nu er staat dat bouwsels (e.d.) niet zijn toegestaan.

Antwoord: Fonds 1818 heeft sinds 2016 een programma Buurtcompost. In Leiden is er ook de mogelijkheid hier aan mee te doen. Dit kan op drie manieren: buurtcomposteren via de compostbakkers, een wormenhotel of een composthoop in de buurttuin. Compost is een belangrijk element bij natuurvriendelijk tuinieren. Hergebruik van het blad en van andere plantenresten, gecombineerd met gft-resten leidt tot nieuwe grondstof voor de tuin. Buurtcomposteren waarbij groenresten op buurtniveau ingezameld worden en verzameld in compostbakken op een geschikte plek in de wijk, liefst bij een buurtmoestuin, past prima bij stadstuinieren. In de Visie Stadstuinieren is aangegeven dat organisch materiaal zo veel mogelijk een lokale oorsprong heeft. Er zal per locatie gekeken moeten worden of er ruimte is voor de compostbakken die bij dit project horen. Ook zullen de mensen die aan de tuin werken dit initiatief moeten zien zitten. In de Visie Stadstuinieren is opgenomen dat bouwsels niet zijn toegestaan. Het gaat dan vooral om gebouwen, pergola’s, muren e.d. De buurttuinen liggen in de buurt, de omwonenden kijken er op uit. e tuin moet niet tot overlast leiden en het moet veilig zijn voor de bezoekers. Dit wil niet zeggen dat kleine elementen zoals een kist voor gereedschap, een waterton of een compostbak niet zijn toegestaan.

Dit moet echter wel in overleg met de gemeente geregeld worden en de voorzieningen worden dan vastgelegd in het convenant. Over schooltuinen: 7. Is bekend welke scholen (nog) geen mogelijkheid/toegang hebben tot schooltuinieren? We maken onderscheid in (1) het tuinieren door scholen op een schooltuincomplex van de Vereniging Leidse Schooltuinen (VLS), (2) een stuk eetbaar schoolplein en (3) een moestuin(bak) bij de school. In Leiden zijn er 37 scholen voor Primair onderwijs(basis en speciaal onderwijs). 15 scholen gaan naar een schooltuincomplex (1) en 22 scholen niet. 5 van die 22 hebben een tuiniermogelijkheid bij school of dichtbij (2), en anderen hebben (3) een klein stukje eetbaar schoolplein in de vorm van fruitboompjes en/of kruidenbakken. *) Niet tuinierende scholen vinden i.h.a. dat het te veel tijd kost in het rooster om van april tot half oktober wekelijks een uur op een schooltuin te werken (exclusief reistijd). Voor anderen is de afstand te groot. Als alle scholen zouden willen tuinieren op een schooltuincomplex ontbreekt de ruimte. De VLS wil echter zoveel mogelijk kinderen bereiken en werkt mee aan oplossingen zoals tuinieren bij school, in een buurttuin enz. Voor scholen voor wie wekelijks tuinieren te intensief is zijn er alternatieven, snuffelbezoeken in verschillende seizoenen of tuinieren 1x per 2 weken in groepstuin. 8.

Welke rol heeft de school hier zelf in om de doelstellingen op het gebied van schooltuinieren te halen? Scholen hebben de plicht om de SLO 1-kerndoelen te behalen. Er zijn geen verplichte doelen op het gebied van schooltuinieren. Met het werken in een schooltuin kunnen de kerndoelen op het gebied van Mens en natuur op een hele praktische manier ingevuld worden. Het belang van het verzorgen van een moestuin wordt wel steeds meer beschreven en wetenschappelijk onderbouwd. In de beperkte tijd die NDE (Natuur- en Duurzaamheids Educatie van de gemeente Leiden) heeft doet ze er alles samen met de stadspartners: de Vereniging Leidse schooltuinen, Naar buiten! en IVN scholen te verleiden tot enige vorm van schoolmoestuinieren en ze te adviseren en ondersteunen.

1

Stichting Leerplan Ontwikkeling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9926395/2