CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen div partijen bij RKC rapport Bomenfonds

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 22 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen1.469 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Onderwerp: Fractie: Doorgezonden door griffie: Beantwoording:

Rekenkameronderzoek Bomenfonds

PS, PvdD, VVD, PvdA , D66, SP, CDA, LP, CU, GL 12 april 2021 19 april 2021

PS, PvdD, VVD, PvdA, D66, SP, CDA, LP, CU, GL verzoeken het college om bijgevoegde vragen die men heeft ontvangen van Bomenbond Rijnland technisch te beantwoorden.

1

Ontvangen vragen door leden commissie LB van Bomenbond Rijnland Naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamercommissie en de reactie van het college, geschiedenis en vragen…..

Geschiedenis

Het Bomenfonds leidt al jarenlang tot vragen en discussies over omvang, de keuze tussen storting of compensatieplan, de administratie en aanwending van gestorte gelden en de naleving van de opgelegde vereisten. Zo ook bij de Bomenbond. Al in 2013 en 2014 is tevergeefs getracht antwoorden op deze vragen te krijgen. Achterliggende vragen betreffen aantallen vergunningen, vergunningen aan de gemeente zelf (t.b.v. beheer, bouwrijp maken van uitgegeven grond, herinrichting straten, aanleg riolen, etc) dan wel aan derden (ontwikkelaars, vastgoed universiteit, particuliere eigenaren van een waardevolle boom, etc). Stortingen Toen in oktober 2020 duidelijk werd dat de oude vergunningensite van de gemeente uit de lucht zou gaan heeft de Bomenbond haar eerdere analyse van verleende kapvergunningen versneld uitgebreid. In deze analyse zijn de gegevens van de site vergeleken met de samenvattende tabel in de Groenrapportage 2019. In de eerste analyse over de jaren 2013, 2016 en 2019 bleken 12 vergunningen voor 226 bomen met een stortingstotaal van € 541.522,-- niet in de Groenrapportage te staan ( gegevens tot twee maal toe aan gemeente gemaild, geen reactie mogen ontvangen).

In de tweede analyse over de jaren 2014 – 2019 bleek het aantal ontbrekende vergunningen te zijn opgelopen tot 30 stuks voor in totaal 938 bomen en een bedrag van tenminste € 944.217,-- aan opgelegde stortingen (zie bijlage). Zou het college een verklaring hebben voor deze omissies? Naleving en tussentijdse wijzigingen Eerder bleek ons dat naleving van vergunningseisen en controle daarop leken te haperen. In 2012 stuurde het college aan de Raad het eerste ons bekende overzicht van inkomsten en uitgaven Bomenfonds (B en W. nr. 12.0182, d.d. 28 februari 2012)1 . Het 1000 bomenplan kwam aan de orde en voorbeelden als de voorgenomen aanplant van 85 bomen op de Vondellaan. In de in 2014 verleende vergunning voor deze laan (Wabo 140321 / 1181793 OLO van 15 april 2014) wordt de aanplant van 85 bomen gemeld. Zou het college weten dat deze aanplant helaas is blijven steken op 45 stuks? Ook vragen wij ons af of tussentijdse wijzigingen bij zijn gehouden. In december 2014 is een vergunning verleend (Wabo 142040 /1487963 OLO.) voor de kap van 478 bomen langs de Plesmanlaan met een storting van € 380.211,--. Dit bedrag werd na bezwaar van de vergunninghouder teruggebracht naar amper 3 ton. Nadat de Bomenbond dit besluit aanvocht heeft

1

Mede ter afdoening van M 100107/1 van Guido Terpstra (CU) waarin deze het college verzoekt de trend van structureel te weinig herplaatsing van groen te keren

2

de rechter uiteindelijk in november 2017 de storting weer teruggezet naar € 380.211,--. Zou er ooit een aanvullende factuur voor dit nieuwe bedrag zijn verstuurd? Eerdere toezeggingen door het toenmalige college In RV 12.0085 staan naast het toenmalige voorstel voor de Bomenverordening 2012 ook de antwoorden op de ingediende zienswijzen, waaronder de noodzaak tot handhaving van een opgelegde herplantplicht. De reactie van het toenmalige college luidde: “Indien de herplantplicht als voorwaarde in de vergunning is opgenomen zal het college hierop moeten handhaven. In de vergunning zal worden opgenomen dat de vergunninghouder melding doet van de herplant. De uitwerking van de controle op de herplant wordt nog nader uitgewerkt.” ?

Zou het huidige college aan kunnen geven hoe deze toezegging sinds 2012 vorm heeft gekregen en vooral: of en hoe deze controle heden ten dage plaatsvindt? Vanuit deze jarenlange queeste naar de werking van het Bomenfonds is het misschien tijd voor een aantal openhartige vragen met als insteek te leren van de ervaringen uit het verleden en in te zetten op verbeteringen in de toekomst?

Mogelijke vragen bij het rapport van de Rekenkamercommissie en de reactie van het College.

1. Aantallen vergunningen met en zonder storting of een compensatieplan, aantallen bomen, Hoeveel vergunningen voor de kap van bomen (dus niet: verplanten, kandelaberen of anderszins terugzetten) zijn er sinds begin 2018 tot heden verleend? Op hoeveel kapvergunningplichtige bomen hebben deze verleende vergunningen in totaal betrekking? Bestaat er ook enig inzicht in het aantal gekapte bomen op deze kaplocaties die niet kapvergunningplichtig waren? Bij hoeveel van deze vergunningen zijn stortingen opgelegd en welk bedrag is daarmee in totaal gemoeid? Bij hoeveel vergunningen is afgezien van een storting maar is een concreet herplantplan als voorwaarde in de verleende vergunning opgenomen, hetzij als al ingetekend plan, hetzij als voorwaarde dat zo’n plan op korte termijn ter goedkeuring moet worden voorgelegd?

2. Hoeveel vergunningen aan de gemeente zelf? Hoeveel van de verleende vergunningen sinds 2018 zijn door de gemeente áán de gemeente verleend? Hoeveel daarvan betreffen vergunningen voor vervanging van één of enkele zieke bomen (vaak kastanjes en essen) aan de afdeling Beheer? Hoeveel van deze vergunningen zijn verleend aan andere afdelingen zoals Projectbureau of Stadsingenieurs in het kader van bouwrijp maken van kavels, bouw parkeergarages, werkzaamheden aan wegen of herinrichting van parken? 3

3. Eenduidige toepassing van op te leggen verplichtingen Wat bedoelt het college met de zin op blz. 10 onder punt 2 in haar reactie met de opmerking dat ‘elke aanvrager in principe een compensatie betaalt voor de waarde van de gekapte bomen die als waarborg voor een compensatieplan wordt ingezet’? Is het het college bekend dat er in het leeuwendeel van de verleende vergunningen géén storting wordt opgelegd? Kan het college aangeven op welke wijze tijdens het vergunningenproces wordt besloten tot het opleggen van: -

geen enkele verplichting, cq. een fysieke verplichting, cq een financiële verplichting (storting in het Bomenfonds), dan wel een combinatie van een fysieke en een financiële verplichting?

4. Boomwaarde, aantallen stammen en andere mogelijke indicatoren De discussie over compensatieberekeningen in aantallen ‘stammen’ versus boomwaarde is niet nieuw. Wel nieuw is de optie om gebruik te maken van technische ontwikkelingen, zoals luchtfoto’s, om de totale omvang en het verloop van het Leidse bomenbestand beter te kunnen monitoren. Idealiter ontstaat een monitoringssysteem dat op meerdere indicatoren berust,, waarbij wel voor ogen moet worden gehouden dat het gangbare rekenmodel NVTB2 voor de bepaling van een storting géén wegingsfactor bevat in termen van biodiversiteit en/of klimaatadaptatie. Wanneer kan het college helderheid verschaffen over de te hanteren indicatoren bij het monitoren van het bomenbestand in de openbare ruimte? En maakt een weging van ‘waarde’ uit oogpunt van biodiversiteit en/of klimaatadaptatie daar deel van uit? Wat betekent in dit licht de term ‘actuele vervangingskosten’ zoals die nu in de concept Verordening wordt gebruikt? Is dit de vervanging van de vervallen verklaarde term Boomwaardebepaling?

5. Opties voor de toekomst Is het college van mening dat - in het licht van jarenlang gebrek aan transparantie - het zaak is nu daadwerkelijk en op korte termijn a) invulling te geven aan een adequate administratie van zowel fysieke als financiële verplichtingen die zijn en worden opgelegd in verleende kapvergunningen, b) invulling te geven aan een adequate monitoring van de uitvoering van deze verplichtingen, inclusief eventuele bijstellingen bij het onverhoopt niet nakomen van deze verplichtingen, c) een duidelijke reservering te maken in termen van fte’s en budget voor een systeem dat voor de ad a en b genoemde punten nodig is?

2

Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen

4

En hiermee samenhangend: wanneer kan het college de Raad informeren over de feitelijke invulling van uw voornemen ‘om interne processen nader te versterken, met name op het vlak van toezicht en handhaving. De betrokken portefeuillehouders gaan hierover met elkaar in overleg. Het college zal hierin haar verantwoordelijkheid nemen.’ ?

Beantwoording door college n.a.v. de vragen van de Bomenbond Rijnland (gesteld via cie LB): De BB vraagt hier om het onderzoek van het RKC met eerder besproken gegevens opnieuw te doen. Dat lijkt het college niet effectief omdat het RKC net dit onderzoek heeft afgerond. Bovendien is reeds in 2018 in het Project ‘bomenbeheer op orde’ vastgesteld dat er noodzaak was aan het verbeteren van met betrekking tot de interne processen op het gebied van groen/bomen. Uit de het RKC onderzoek blijkt tot onze spijt dat ook na deze procesverbetering bij een beperkt aantal vergunningen het proces heeft gehaperd. Wij zijn bezig met het inventariseren van de gevolgen van deze fouten en welke reparaties daarbij kunnen worden getroffen. Daarnaast wordt het proces waarin het niet versturen van de facturen voor het bomenfonds op dit moment doorgelicht om dit in de toekomst verder te voorkomen en te komen tot een soepele afhandeling in het proces rond de kapvergunning en de verplichtingen voor het bomenfonds. Hierover wordt u geïnformeerd via de P&C-cyclus.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10002319/6