CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen CU bij NvU Plesmanlaan

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 9 februari 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen830 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording Technische vragen CU bij NvU Plesmanlaan Ten behoeve van de behandeling van de NvU Plesmanlaan 100 op 9 februari heeft Pieter van der Woerd (CU) de volgende technische vragen: Vraag 1. Waar in het ontwikkelperspectief Mors wordt voorzien in het openbare groen en openbare ruimte ten dienste van de Plesmanlaan-bebouwing? Antwoord In het Ontwikkelperspectief Mors is in het toekomstbeeld (6.4) beschreven dat in de Verbeekstraat moet worden geïnvesteerd in een aantrekkelijke en klimaat adaptieve inrichting van de openbare ruimte. En dat de groene inrichting in de Verbeekstraat ervoor moet zorgen dat dit gebied het verlengde wordt van het park Kweeklust. In de ontwikkelingsrichting is dit onder het kopje openbare ruimte dit beschreven als: “vergroenen van het middengebied van de Verbeekstraat”. En onder het kopje duurzaamheid en klimaatadaptatie als: “ zo groen mogelijk inrichten van zowel de openbare ruimte als buitenruimtes bij de bebouwing ten behoeve van biodiversiteit en een gezonde leefomgeving” Het toevoegen van groen in de Verbeekstraat wordt opgepakt bij de herinrichting van het openbaar gebied. Verder zal in de omgeving groen worden toegevoegd als onderdeel van de ontwikkeling van het gebied Westerpoort en is de ambitie gesteld het sportpark De Mors breder toegankelijk te maken.

Dit staat beschreven in de uitwerkingen voor Wijksportpark De Mors en Westerpoort. Vraag 2. Wat wordt ten aanzien van de inrichting bedoeld met 'zo groen mogelijk'? Wordt hier een kwantitatieve dan wel kwalitatieve norm voor gehanteerd? Antwoord Het huidige binnenterrein is nagenoeg volledig versteend. Het binnenterrein zal als een binnentuin worden ingericht. De binnentuin heeft drie functies: • Ontsluiten van woningen en voorzieningen; • Ruimte bieden aan ontmoeten en verblijven; • Groen plek die bijdraagt aan leefkwaliteit en biodiversiteit. Het ontwerp voor de binnentuin wordt nog verder uitgewerkt. Er zijn geen kwantitatieve of kwalitatieve normen gesteld. Vraag 3. Welke pogingen heeft de wethouder ondernomen om meer groen in de directe omgeving van de bebouwing in het plan van de ontwikkelaar te krijgen? Antwoord De directe omgeving van de Plesmanlaan 100 betreft vooral de Verbeekstraat. Een omgeving die nu nog vooral de uitstraling heeft van een kantorengebied. Dit gebied zal geheel en veel groener dan nu heringericht worden en het karakter krijgen van een woonomgeving. Dit project is inmiddels in voorbereiding.

De herinrichting wordt gefinancierd vanuit diverse transities van kantoor naar wonen in die omgeving die nog gaan plaatsvinden, waarbij de suppletiebijdragen (zie voor uitleg het antwoord op vraag 4) vanuit de transformaties bij elkaar worden gelegd en dan naar verwachting voldoende dekking bieden voor die herinrichting. Omdat het hier een groter gebied betreft dat dus gefinancierd wordt vanuit diverse bronnen is hier een separaat gemeentelijk project van gemaakt. Vraag 4. Waarom acht het college het niet wenselijk dat de gemeente de herinrichting van het openbaar gebied (gedeeltelijk) voor eigen rekening moet nemen? Waarom acht het college het wel of niet

hebben voorzien van deze kosten in dit geval relevant? Welke reserve zou het college aanspreken indien de gemeente toch (deels) voor de inrichting van het openbaar gebied zou opdraaien? Antwoord Op basis van het door de gemeenteraad vastgesteld beleid, betaalt de ontwikkelaar erfpachtsuppletie. Erfpachtsuppletie is het bedrag dat een ontwikkelaar aan de gemeente moet betalen om op gemeentelijke grond die in erfpacht is uitgegeven (veelal een kantoor of bedrijventerrein) na bestemmings- of programmawijziging woningen te mogen realiseren en in eigendom te krijgen. Een gedeelte van dit bedrag wordt aangewend om de kosten te dekken voor de inrichting van het openbaar gebied. Op basis van dezelfde methodiek zal ook door de andere eigenaren / ontwikkelaars in dit gebied in de toekomst een bijdrage worden geleverd voor de inrichting van het openbaar gebied. Het bedrag dat de gemeente ontvangt voor de erfpachtsuppletie wordt deels ook aangewend om de (nog te maken) kosten te dekken voor de inrichting van het openbaar gebied. Bij aanvang van dit transformatieproject in 2016 is door de gemeente aangegeven dat de ontwikkelaar een bijdrage aan de openbare ruimte dient te betalen aan de gemeente in verband met de benodigde herinrichting van de openbare ruimte. Vraag 5. Het college spreekt over 60% betaalbare woningen.

Waaruit bestaat de overige 40%? Antwoord Met betaalbare woningen worden de categorieën sociale en middeldure huurwoningen omschreven. De overige 40% van het woonprogramma voor dit transformatieprject zijn (huur)woningen in vrije sector huurwoningen met een huurprijs van boven de € 1.000,- netto maandhuur. Vraag 6. Zijn er afspraken gemaakt dan wel te maken met de ontwikkelaar om de 40% betaalbare woningen niet zijnde sociale huur nader uit te splitsen? Antwoord Nee, om de volgende reden: volgens de Woonvisie zien we middenhuur als één woonsegment, waar alle woningen van minimaal 45m2 GBO onder vallen met een huurprijs tussen de liberalisatiegrens en € 1.000 netto maandhuur, waarbij maximale jaarlijkse huurprijsstijgingen gelden. Dit is ook zo opgenomen in de NvU. Uitgangspunt vanuit de Woonvisie is dat we het beleid transparant en eenduidig willen uitdragen. Om die reden is de categorie middenhuur niet verder uitgesplitst in het beleid en dus ook niet in de NvU voor de Plesmanlaan100 met (lagere) middenhuurbandbreedtes en hogere middenhuurbandbreedtes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9721820/1