CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording schriftelijke vragen VVD en CDA over de verkeersafsluiting van de Turfmarkt en de Rijnzichtbrug 10 februari 2021

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 11 februari 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Schriftelijke vragen2.040 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen van Roeland Storm (CDA) en Maarten Dirkse (VVD) aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden over de verkeersafsluiting van de Turfmarkt en de Rijnzichtbrug. (ingediend 20/01/2021) Antwoord door college van burgemeester en wethouders op 9 februari 2021: Het Leidsch Dagblad van maandag 11-01-2021 berichtte dat het college een eerder aangekondigde proef met het afsluiten van de Turfmarkt en de Rijnzichtbrug voor gemotoriseerd verkeer dit najaar al wil doen. De belangrijkste motivatie voor deze proef lijkt te zijn dat de gemeente wil onderzoeken wat de gevolgen van deze afsluitingen zijn. CDA en VVD maken zich zorgen over de eventuele gevolgen voor de verkeersdruk van deze proef. Ook vragen zij zich af of het tijdig is om deze proef nu te doen omdat de afname van verkeer wegens de coronacrisis een vertekend beeld van de gevolgen zal opleveren. Op grond van artikel 45 van het Reglement van Orde stellen de leden Storm (CDA) en Dirkse (VVD) het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden de volgende vragen: 1. Kan het college uitleggen waarom gekozen is voor het afsluiten van deze specifieke wegen? Met de overgang naar schoon en veilig vervoer en de Agenda Autoluwe Binnenstad investeert het college fors in verkeersveiligheid.

Juist de meest kwetsbare verkeersdeelnemers, fietsers en voetgangers, krijgen daarin namelijk nu ruim baan. Voetgangers en fietsers zijn kwetsbaar en daarom wil het college juist deze verkeersdeelnemers, die weinig ruimte innemen, zo goed mogelijk beschermen. Zowel op de Turfmarkt (en Prinsessekade en Kort Rapenburg) als op de Morsweg spelen al jarenlang problemen op het gebied van verkeersveiligheid, vooral voor kwetsbare verkeersdeelnemers. Zowel de Morsweg als de Turfmarkt zijn niet geschikt voor veel gemotoriseerd verkeer in twee richtingen. Een verkeersveilige inrichting is binnen deze ruimte en met deze hoeveelheid verkeer niet goed mogelijk, zonder scherpe keuzes te maken. Door het gemotoriseerd verkeer in deze straten te weren kunnen beide straten veiliger worden ingericht met voldoende ruimte voor voetgangers en fietsers. Afsluiten van de Turfmarkt zorgt op het Noordeinde, Kort Rapenburg, de Prinsessekade en op de Turfmarkt voor meer rust en overzicht, op een plek waar nu teveel stromen bij elkaar komen en veel ongevallen gebeuren. Langs het hele traject levert dit voordelen op, maar vooral op de knelpunten Kort Rapenburg – Noordeinde en Blauwpoortsbrug – Turfmarkt/Prinsessekade.

Door het weren van het doorgaand verkeer op de Turfmarkt ontstaat ook de mogelijkheid om het economische potentieel van deze plek veel beter te benutten. De Turfmarkt is de entree naar de Haarlemmerstraat en een belangrijke aanloopstraat vanaf het station en de parkeergarages Lammermarkt en Morspoort. Ook ligt het gebied fantastisch aan het water van de Beestenmarkt en is er veel horeca gevestigd. Een afsluiting van de Rijnzichtbrug zorgt ervoor dat op de Morsweg (tussen de Rijnzichtbrug en Morspoort), waar de oude huizen vlak langs de weg staan, de overlast van gemotoriseerd verkeer, op het gebied van lucht, geluid en trillingen sterk verminderd kan worden. Zowel tijdens de participatie als bij de eerste commissievergadering over de agenda autoluwe binnenstad heeft de wijkvereniging Transvaal de Morsweg genoemd als een van de wegen die snel aangepakt moet worden, vanwege de overlast van gemotoriseerd verkeer.

2. Hoe, en met welke criteria, gaat het college een eventueel effect van de afsluiting meten, cq wegen? Uw vragen zijn begrijpelijk maar het antwoord hierop is op dit moment nog niet expliciet te geven. Dit is een omvangrijk en ingrijpend project en daarvoor is een gedegen voorbereiding nodig. Dit is dan ook voorzien, zowel in de financiële reservering als in de voorbereidingstijd voor de proef. We willen deze proef zorgvuldig voorbereiden en met stakeholders bespreken. Het daaruit resulterende plan van aanpak zal door het college worden vastgesteld, voorafgaand aan de uitvoering van de proef. Uw raad wordt van het plan van aanpak op de hoogte gesteld. Een positief besluit over de afsluiting van de brug moet in ieder geval gebaseerd zijn op voldoende draagvlak bij belanghebbenden, de te verwachten positieve effecten moeten groter zijn dan de te verwachten negatieve effecten. Er wordt onder andere gekeken naar verkeersveiligheid, doorstroming, luchtkwaliteit, geluidsoverlast en mogelijkheden voor een beter inrichting van de openbare ruimte. Met (bureau)onderzoek brengen we in beeld wat afsluiting voor doorgaand verkeer bij de Morsweg oplevert (bijvoorbeeld aan ruimte en verminderde overlast) en wat de mogelijke

nadelige gevolgen zijn (bijvoorbeeld voor de doorstroming en de bereikbaarheid elders). Ook kijken we naar de samenhang met verschillende gebieden waar de komende jaren nog gebouwd wordt, zoals het Werninkterrein. Het bureauonderzoek moeten aantonen of en wanneer de maatregelen haalbaar zijn. Met de praktijkproef willen we iedereen laten ervaren wat het betekent als er geen verkeer is op de Turfmarkt en de Rijnzichtbrug. We willen ervaren hoe we de logistiek goed kunnen organiseren en leren of er aanvullende beheersmaatregelen nodig zijn. De praktijkproef zal geen antwoord geven op de vraag of een afsluiting van deze wegen haalbaar is, omdat de effecten van de Rijnlandroute, Leidse Ring Noord en gebiedsontwikkelingen hierin niet meegenomen kunnen worden. Wel kunnen tellingen tijdens de proef gebruikt worden om een scherper beeld te krijgen van de verplaatsing van het autoverkeer. Bovendien stelt deze proef ons in staat om samen met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden verkeerskundige en logistieke optimalisaties in beeld te brengen die niet achter een bureau kunnen worden bedacht of ingeschat. De proef wordt samen met belanghebbende partijen, waaronder de buurgemeenten, voorbereid, ook met oog op bereikbaarheid en logistiek.

3. Op basis waarvan besluit het college dat de afsluiting het gewenste effect heeft cq een succes of niet is? Vooral op basis van de ervaring van bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Hoe beoordelen zij de effecten op gebied van verkeersveiligheid, overlast, effecten op de openbare ruimte, etc. Het onderzoek, in combinatie met informatie (telgegevens, zie ook het antwoord op vraag 2) uit de praktijkproef moet daarnaast uitwijzen of een afsluiting in 2025, met een Leidse Ring Noord en een Rijnlandroute haalbaar is.

4. Waarom besluit het college om deze proef juist nu te doen, in de wetenschap dat de verkeersstromen sowieso al veel geringer zijn wegens de corona-maatregelen? Zie voor de beantwoording van deze vraag, het antwoord op vraag 5.

5. Waarom besluit het college deze proef nu te doen terwijl duidelijk is dat de verkeersmaatregelen die nodig zijn om deze ingrepen permanent door te voeren, de RijnlandRoute en de Leidse Ring, pas in 2025 beide gereed zijn? Er zijn drie redenen om de dit jaar een proef te doen: • Volgend jaar wordt de OV-concessie van het openbaar vervoer aanbesteed. Gemeenten krijgen voorafgaand aan deze concessie de mogelijkheid om hun wensen mee te geven. Het college wil voorafgaand aan de concessieverlening duidelijkheid hebben over de mogelijke busroutes. Een afsluiting van de Rijnzichtbrug voor doorgaand autoverkeer maakt een betrouwbare dienstregeling via deze route mogelijk. • Tijdens de werkzaamheden aan de Leidse Ring Noord (start in 2022) zal autoverkeer zich tijdelijk anders gaan verplaatsen. Het college acht het onverstandig om in die periode de praktijkproef te houden, omdat het waarschijnlijk een fors vertekend beeld zal geven van de verkeersstromen en hoe deze zich verplaatsen. • Gezien de ernst van de overlast, veiligheid en congestie op de Morsweg (Rijnzichtbrug – Morspoort) wil het college niet te lang wachten met het aanpassen van de Morsweg. Daarvoor moet echter eerst duidelijk worden of er uitgegaan moet worden van een afsluiting in één of twee richtingen. Volledige afsluiting is naar verwachting pas mogelijk na afronding van de werkzaamheden aan de Leidse Ring Noord.

In dat geval zal er voor een tijdelijke inrichting gekozen worden.

Het onderzoek bestaat uit modelberekeningen waarin resultaten zonder de effecten van de corona-crisis getoond kunnen worden. Wel zal er ook een zogenaamde gevoeligheidsanalyse worden gedaan om een inschatting te maken van de effecten van de corona-crisis. De praktijkproef zorgt voor aanvullende informatie (telgegevens) waarmee de modeluitkomsten verrijkt kunnen worden. Zo ontstaat er, gezien de omstandigheden, een zo goed mogelijk beeld van de te verwachten effecten.

6. Is het bekend wat de vermindering en de effecten daarvan, als gevolg van corona, voor de verkeersstromen op deze plekken nu is t.o.v. de normale toestand? Nee. Hiervoor hebben we een adviesbureau gevraagd om een inschatting te maken.

7. Welke toezegging kan het college doen aan de ondernemers van de Turfmarkt dat zij bereikbaar blijven voor klanten en leveranciers? Zowel gedurende de proef als in een definitieve situatie moeten winkels en de horeca bevoorraad kunnen worden. Hierover gaat het college in gesprek met de ondernemers. Klanten kunnen op korte afstand parkeren (parkeergarage Lammermarkt) of kunnen te voet of met de fiets de winkels bereiken.

8. Hoe ziet de verdere besluitvorming eruit naar aanleiding van deze proef? Na de proef worden de resultaten van de praktijkproef en het bureauonderzoek in een rapport beschreven en ter kennisname aangeboden aan de raad. Het college zal een voorstel doen voor de verdere besluitvorming, deze is afhankelijk van de uitkomsten. Vaststaat dat na het voorkeursbesluit door het college de gebruikelijke procedures in gang worden gezet voor de herinrichting van wegen. Hierbij zijn de gebruikelijke mogelijkheden voor belanghebbenden om in te spreken.

Afgelopen zomer was de Churchillbrug twee maanden dicht voor onderhoud. Dat leidde toen tot ongekende verkeerschaos in de Stevenshof en De Mors langs de twee belangrijkste omleidingsroutes. CDA en VVD vrezen een zelfde scenario als de Rijnzichtbrug, een ander belangrijke verkeersader die het water oversteekt, wordt afgesloten. 9. Wat gaat het college doen om het auto- en vrachtverkeer dat moeten uitwijken naar andere wegen te faciliteren? Het doel van de praktijkproef is juist om scherper in beeld te krijgen hoe auto- en vrachtverkeer zich gaat verplaatsen. Op basis van eerste globale modelberekeningen verwacht het college geen grootschalige verkeershinder. Het college verwacht daarnaast geen vergelijkbare situatie zoals bij de afsluiting van de Churchillbrug. Op de Churchillbrug rijdt in een normale situatie ongeveer 2 keer zo veel verkeer als op de Rijnzichtbrug. Bovendien was vorige zomer ook de Hooigracht in één richting afgesloten. Wel zal het college ter voorbereiding op de proef een verkeersmanagementsplan maken. Naast de afsluiting van de Rijnzichtbrug zullen er ook elders aanpassingen gedaan moeten worden om de proef goed te laten verlopen. Dat kunnen bijvoorbeeld maatregelen zijn om sluipverkeer tegen te gaan, of kleine aanpassingen bij kruispunten met verkeerslichten, om het verkeer iets soepeler te laten doorstromen. Het is nog te vroeg om hierop vooruit te lopen.

Tot slot zal er wel een calamiteitenplan worden opgesteld om bijvoorbeeld te borgen dan nood- en hulpdiensten ten alle tijden hun aanrijdtijden kunnen behalen.

10. Hoe denkt het college te voorkomen dat er langs de omleidingsroutes een zelfde soort drukte optreed als afgelopen zomer in de Stevenshof en De Mors? Zie antwoord bij vraag 9. Het college verwacht geen vergelijkbare verkeershinder zoals afgelopen zomer, rond de afsluiting van de Churchillbrug.

Het college stelt in het artikel dat het afsluiten van de Turfmarkt een voorbereiding zou kunnen zijn op ontdempen van het Kort Rapenburg. Het voornemen tot ontdemping komt voor ons volstrekt uit de lucht vallen. 11. Waarom noemt het college specifiek de mogelijkheid tot ontdempen bij dit voorstel? In het participatietraject is dit voorstel enkele keren benoemd. Tijdens de eerste commissievergadering over dit onderwerp heeft ook Het Waterambacht deze wens nog eens geuit. Het college vindt het een sympathiek idee. Het water speelt een belangrijke rol in Leiden en het versterken van de verbinding met het water is onderdeel van de Omgevingsvisie. Het idee kan ook bijdragen aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering. Op het moment dat er geen of weinig gemotoriseerd verkeer meer is op het Kort Rapenburg, dan wordt het interessant om te onderzoeken of een ontdemping technisch en financieel haalbaar is en op draagvlak kan rekenen.

12. Heeft het college al plannen ontwikkeld voor de ontdemping? Zo ja, is hierover gesproken met inwoners en ondernemers van de binnenstad? Een ontdemping kan pas na 2025 gerealiseerd worden en alleen als er geen of weinig gemotoriseerd verkeer rijdt op de Turfmarkt. Mocht het idee dan nog opportuun zijn, dan wordt dit uiteraard goed met de inwoners en ondernemers besproken.

Noot voor de pers (niet bestemd voor publicatie): Voor nadere inlichtingen over deze schriftelijke vragen kan contact worden opgenomen met Stijn Hemel, duoraadslid van het CDA, 0628641846/s.hemel@gemeenteraadleiden.nl of Maarten Dirkse, raadslid van de VVD, 0624657585/m.dirkse@gemeenteraadleiden.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9740868/2