CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording aanvullende technische vragen PvdD over visie stadstuinieren n.a.v. cie LB

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 1 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen2.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullende technische vragen PvdD over visie Stadstuinieren Tijdens de laatste LB vergadering spraken wij bij de visie stadstuinieren over het Zoete Land en de bestemming van de grond (nu vastgoed, terwijl er (stads)landbouw activiteiten gebeuren en het ook de wens is om die landbouw activiteiten gedurende langere tijd daar te behouden. Ik heb hier een aantal technische vragen over. 1. Is er momenteel binnen bestemmingsplannen een specifieke bestemming voor (stads)landbouw? Ja, er zijn binnen bestemmingsplannen twee specifieke bestemming voor (stads)landbouw. Als het gaat om vakmatige (stads)landbouw is er een bestemming ‘Agrarisch’ en als het gaat om recreatieve (stads)landbouw is er een bestemming ‘recreatie mét functieaanduiding ‘volkstuinen’. Welke gebieden in Leiden hebben momenteel de bestemming (stads)landbouw? Gebieden in Leiden met de functieaanduiding ‘volkstuinen’ onder enkelbestemming ‘recreatie’ zijn: A4/Cronesteyn (Tuinvereniging Cronesteyn) en Roomburg (Park Matilo) Daarnaast heeft Leiden Noord een enkelbestemming ‘Volkstuinen’ (Tuinvereniging Ons Buiten) en de Oostvlietpolder (2016) heeft een enkelbestemming ‘Recreatie – Volkstuinen 1’ (Onderlinge tuinvereniging, Tuinvereniging Oostvliet en Tuingroep Roomburg). Daarnaast zijn er enkele percelen in de Oostvlietpolder met de bestemming Recreatie – volkstuinen 2.

Dit zijn de percelen waar de compensatie van de volkstuinen kan plaatsvinden. Welke gebruiksvoorwaarden zijn gekoppeld aan de bestemming (stads)landbouw? Voor de functieaanduiding ‘volkstuinen’ wordt voor de gebruiksvoorwaarden teruggegrepen naar het begrip ‘volkstuinen’ maar bevat geen specifieke regels. Een volkstuin is een lapje grond waarop groente en/of siergewassen geteeld worden en waarop meestal een huisje, een schuurtje of een kas staat. Kenmerkend voor volkstuinen is dat getuinierd wordt in verenigingsverband. De werkzaamheden beperken zich niet tot de eigen tuin, het tuinpark wordt gezamenlijk onderhouden. Volkstuinieren is actieve recreatie. In bijlage 1 zijn de regels van het artikel ‘volkstuinen’ gekopieerd en geplakt. In de regels zijn de maximummaten van de bebouwing vastgelegd en ook is aangegeven of er overnacht mag worden of niet. Bij volkstuinen 2 mag dat niet. 2. De grond waar momenteel het Zoete Land op is gevestigd heeft de bestemming 'vastgoed'. Het is de wens om het Zoete Land voor langere tijd te behouden op deze locatie en te kijken naar uitbreidingsmogelijkheden voor het Zoete Land. Daarom lijkt het mijn fractie wenselijk om ook de bestemming van de grond te wijzigen naar een bestemming die past bij de activiteiten (dus om die te wijzigen van vastgoed naar (stads)landbouw).

Wat is er nodig om de bestemming van de grond van het Zoete Land te veranderen van vastgoed naar (stads)landbouw? Wat zijn de voor- en nadelen daarvan (graag ook wat informatie over wat de financiële consequenties hiervan zouden zijn voor de gemeente)? De grond waar momenteel het Zoete Land op is gevestigd heeft de bestemming ‘Groenvoorzieningen’ (bestemmingsplan Zuidelijke Schil). De bestemmingsomschrijving ‘Groenvoorzieningen’ (zoals Parken en Plantsoenen) omvat strikt genomen geen begrippen als ‘stadstuinieren/volkstuinieren.’ De huidige activiteiten van het Zoete Land zijn niet onmogelijk, maar wanneer gesproken wordt over het mogelijk maken van deze functie voor de langere termijn inclusief bijvoorbeeld opstallen zoals kassen, is een wijziging van het bestemmingsplan ‘Zuidelijke Schil’ een optie. Ook met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bestemmingsplan. De voordelen van een bestemmingsplanwijziging zijn: • Bij aanvragen voor de stadstuinderij, zoals plaatsen van bouwwerken (schuurtje/kas) is in principe geen afwijking van het bestemmingsplan meer nodig. De vergunningsprocedure is daardoor sneller en de kosten zijn lager. Er hoeft slechts een omgevingsvergunning aangevraagd te worden voor de activiteit ‘bouwen’. Sommige aanvragen kunnen dan zelfs vergunningsvrij. • Het is dan juridisch-planologisch geborgd.

De nadelen zijn: • De bestemming stadstuinieren laat meer bebouwing en terreinafscheiding (omheining) toe dan de bestemming groen waardoor er mogelijk groen verloren gaat. Daarnaast is er een risico dat de plek haar openbare functie verliest en is het minder toegankelijk wordt voor bewoners van Leiden. Het aanpassen van het bestemmingsplan kost bovendien ambtelijke capaciteit en dus geld. De financiële consequenties vloeien hoofdzakelijk voort uit het aanpassen van het bestemmingsplan. Dit omdat de grond van de gemeente Leiden is.

Het college ziet geen noodzaak om nu de bestemming te gaan wijzigen. De langere overeenkomst geeft het comfort voor stadstuinieren. 3. Heeft de eventuele verandering van de bestemming van de grond (van vastgoed naar stadslandbouw), ook gevolgen voor het huurtarief van de gebruiker? Welke gevolgen? Leidend voor de huurkosten hier is het eigendom van de gemeente en het door de raad vastgestelde kader Vastgoed. De bestemming heeft over het algemeen invloed op de huurprijs. Huurprijs voor een perceel met een groenbestemming is lager dan de huurprijs van een perceel met de bestemming wonen. De verandering van de bestemming heeft in dit geval geen gevolgen voor het huurtarief van Het Zoete Land. Het huurtarief is een afgeleide van de grondwaarde. De grondwaarde is afhankelijk van de gebruiksmogelijkheden o.b.v. het bestemmingsplan waarbij tevens gekeken wordt of de grond voor commercieel of niet-commercieel gebruik wordt aangewend. Zolang de grond voor niet-commercieel gebruik wordt aangewend blijft ook bij een bestemming stadslandbouw de normatieve grondwaarde van toepassing voor de huurprijsberekening. Als de bestemming stadslandbouw ten behoeve van commercieel gebruik wordt aangewend, wordt de grondprijs verhoogd.

4. Hoe moet een verandering van bestemming van de grond procedureel worden aangepakt? Dat dient te gebeuren via een aanvraag om wijziging bestemming via het omgevingsloket online (OLO). De kosten zijn voor de aanvrager en zijn afhankelijk van de gekozen procedure (wijzigen bestemmingsplan of afwijken bestemmingsplan), legeskosten en eventuele onderzoeken (bodem, flora/fauna en archeologie). 5. Langs de singel zijn meer locaties met een publieke functie (denk aan de Trigon sportvelden, maar ook de parken). Welke bestemming heeft de grond waar momenteel Trigon is gevestigd? Welke bestemming heeft de grond van het Plantsoen? Trigon ligt op gronden met de bestemming Sport en Recreatie. Dit is bestemd voor: sportieve en recreatieve doeleinden, sportvelden, tennisbanen, speeltuinen met de daarbij horende aanbouwen, bijgebouwen, fietsenstallingen, tuinen, erven, (gebouwde) parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, water en speelruimte, leidingen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Daarnaast zijn op de kaart ook (maatschappelijke doeleinden) en (sport) aangegeven. Hierdoor zijn ook tevens maatschappelijke doeleinden toegestaan en speeltuin of speelgelegenheid in een groene omgeving.

Het Plantsoen ligt op bestemming ‘Groen’ van het bestemmingsplan Binnenstad

Nog 1 aanvullende technische vraag over het mogelijke extra volkstuincomplex in de OVP. Tijdens de vergadering zei de wethouder dat hij bij de berekening van verkeersdrukte en -toename uitging van 1,1 auto per tuin. Waar is dit getal op gebaseerd? Is dit bijvoorbeeld momenteel ook al zo bij de andere complexen in de OVP? Bij activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen of het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan is vereist, dient ten behoeve van het parkeren van auto’s én fietsen en laden en lossen in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op het terrein. Wat ‘in voldoende mate’ is, wordt berekend aan de hand van de vigerende Beleidsregels Parkeernormen Leiden 2020. Onze parkeernormen zijn gebaseerd op de CROW-norm (onderzoek naar bandbreedtes voor parkeercijfers voor specifieke functies). Dit is ook afhankelijk in welk deel van de stad de volkstuin wordt gevestigd:

De Beleidsregels zijn sinds 2020 pas vigerend. Hiervoor golden de beleidsregels parkeernormen uit 2015 en daarvoor weer andere. Het zou kunnen zijn dat bij nadere inzichten de parkeereis door de jaren heen voor volkstuinen is gewijzigd en dat daardoor er bij het vestigen van complexen 10 jaar geleden een andere parkeereis gold. Om te weten welke parkeereis voor een bepaalde volkstuin is gebruikt dient te worden gekeken naar het jaar van de vergunningverlening. Aan de hand van de vigerende beleidsregels voor parkeernormen destijds is te herleiden welke parkeereis er is gebruikt. We zijn voor uitbreiding van volkstuinen, zoals in de OVP, van 1,1 parkeerplaats per 10 volkstuinen, omdat we voor de nieuwe volkstuinen autogebruik willen ontmoedigen.

Bijlage 1 Bestemmingsplan Noord, regels voor ‘Volkstuinen’: Artikel 14 - Volkstuinen Lid 1. Doeleindenomschrijving De op de kaart voor Volkstuinen ‘VO’ aangewezen gronden zijn bestemd voor volkstuinen met de bijbehorende voorzieningen, zoals waterpartijen, speelterreinen, speeltuinen, groenvoorzieningen, fiets- en voetpaden, toegangspaden, parkeervoorzieningen en ondergrondse leidingen en binnen de bestemming passende bouwwerken. Strijdig gebruik Lid 2. Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt het permanent bewonen van tuinhuisjes, recreatieverblijven of andere gebouwen. Watertoets Lid 3 Bij een vergroting van het verhard oppervlak binnen de gedeelten van deze bestemming ten opzichte van de bestaande toestand van meer dan 100 m2, dient binnen het plangebied een oppervlak van minimaal 15% van de vergroting te worden gereserveerd voor extra open water. Onder verhard oppervlak wordt gerekend: gebouwen, overkappingen, wegen, voet- en fietspaden en parkeerterreinen. Lid 4. Bebouwingsvoorschriften Uitsluitend binnen de bestemming passende bouwwerken zijn toegestaan, zoals tuinhuisjes, recreatieverblijven, schuurtjes, kassen, dierenverblijven, verenigingsgebouwen en nutsgebouwtjes, met dien verstande dat: a. de goothoogte van verenigingsgebouwen niet meer bedraagt dan 4 m en de inhoud niet meer dan het bestaande verenigingsgebouw vermeerderd met maximaal 25%; b.

de oppervlakte van recreatieverblijven dan wel tuinhuisjes per perceel met een oppervlakte van minimaal 275 m², niet meer bedraagt dan 29 m², van kassen niet meer dan 25 m² en van schuurtje en dierenverblijven niet meer dan 16 m²; c. de goothoogte van een tuinhuisje mag niet meer dan 2,75 m, van een kasje niet meer dan 2,50 m bedragen; de hoogte van een berging bedraagt maximaal 2,50 m. d. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 2,5 m bedraagt, met dien verstande dat de hoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2 m bedraagt. Vrijstelling Lid 5 Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 3 ten behoeve van het vergroten van het verhard oppervlak zonder compensatie binnen het plangebied, mits vooraf de waterbeheerder is gehoord en deze compensatie op grond van het Integraal Waterplan leiden elders gerealiseerd kan worden. Procedure vrijstelling Lid 6. Alvorens Burgemeester en Wethouders beslissen over het verlenen van een vrijstelling als bedoeld in het vijfde lid wordt de in artikel 28 voorgeschreven procedure gevolgd. Lid 7.

Nadere eisen Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering van gebouwen en bouwwerken en de inrichting van een perceel, indien dit noodzakelijk is ten behoeve van de bezonningssituatie, (bestaande) boombeplanting, de ligging van leidingen en dergelijke, dan wel indien dit uit een oogpunt van stedenbouwkundige of ruimtelijk/functionele kwaliteit wenselijk is.

Bestemmingsplan ‘Oostvlietpolder’, regels voor ‘Recreatie - Volkstuinen’ Artikel 12 Recreatie - Volkstuinen 1

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Volkstuinen 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.

volkstuinen en daarbij behorende voorzieningen; verblijfsrecreatief medegebruik; ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel;

met de daarbij behorende voorzieningen, zoals: d. e. f. g. h. i. j.

groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; perceelontsluitingswegen; fiets-, voet- en ruiterpaden; oeververbindingen in de vorm van bruggen en dammen.

12.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a.

b.

c.

Per volktuinsvereniging is één verenigingsgebouw toegestaan, met dien verstande dat: 1. de goothoogte van het verenigingsgebouw niet meer mag bedragen dan 4 m; 2. de bouwhoogte van het verenigingsgebouw niet meer mag bedragen dan 5 m; 3. de inhoud van het verenigingsgebouw niet meer mag bedragen dan 500 m3. Per volkstuinperceel zijn gebouwen toegestaan, met dien verstande dat: 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m; 3. de maximale oppervlakte van bebouwing niet meer mag bedragen 70m2, met dien verstande dat: ▪ de oppervlakte van een volkstuinhuisje niet meer mag bedragen dan 40m2; ▪ de oppervlakte aan kassen niet meer mag bedragen dan 50m2; ▪ de totale oppervlakte aan overige bebouwing niet meer mag bedragen dan 15m2; De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer mag bedragen dan 2 m.

12.3 Specifieke gebruiksregels 12.3.1 Verblijfsrecreatief medegebruik Verblijfsrecreatief medegebruik op volkstuinpercelen is uitsluitend toegestaan in volkstuinhuisjes, met dien verstande dat permanente bewoning niet is toegestaan. 12.3.2 Ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel Ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel is uitsluitend toegestaan in verenigingsgebouwen, met dien verstande dat de gezamenlijke omvang van deze activiteiten niet meer mag bedragen dan 40% van de bruto vloeroppervlakte van het verenigingsgebouw. 12.3.3 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt mede verstaan het bedrijfsmatig exploiteren van een volkstuinhuisje als recreatieverblijf. Artikel 13 Recreatie - Volkstuinen 2 13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Volkstuinen 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. volkstuinen en daarbij behorende voorzieningen; b. ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel; c. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; met de daarbij behorende voorzieningen, zoals: d. e. f. g. h. i. j.

groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; parkeervoorzieningen; perceelontsluitingswegen; fiets-, voet- en ruiterpaden; oeververbindingen in de vorm van bruggen en dammen.

13.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. Binnen de bestemming Recreatie-volkstuinen 2 is één verenigingsgebouw toegestaan, met dien verstande dat: 1. de goothoogte van het verenigingsgebouw niet meer mag bedragen dan 4 m; 2. de bouwhoogte van het verenigingsgebouw niet meer mag bedragen dan 5 m; 3. de inhoud van het verenigingsgebouw niet meer mag bedragen dan 500 m3. b. Per volkstuinperceel zijn gebouwen toegestaan, met dien verstande dat: 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 2,5 m; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m; 3. de totale oppervlakte aan bebouwing niet meer mag bedragen dan 30% van het volkstuinperceel, zulks tot een maximum van 15 m2. c. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer mag bedragen dan 1,2 m. 13.3 Specifieke bouwregels 13.3.1 Ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel Ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel zijn slechts toegestaan in een verenigingsgebouw, met dien verstande dat de gezamenlijke omvang van deze activiteiten niet meer mag bedragen dan 40% van de bruto vloeroppervlakte van het verenigingsgebouw.

13.3.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt mede verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatief medegebruik of permanente bewoning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9974949/2