CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden Technische vragen IHP tbv OS 12-1

raadscommissie Onderwijs en Samenleving 12 januari 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: vooraf gestelde vragen3.498 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen over het IHP tbv OS op 12-1

CDA Op de laatste pagina van de memo "Toelichting financiële paragraaf" wordt gesproken over het vrijmaken van bepaalde middelen. Dit is gebeurd bij de Kaderbrief 2019-2023. Vraag: - om welke Kaderbrief gaat het nu exact (2019 of 2020) en op welke pagina van deze Kaderbrief kan ik vinden; Antwoord: Het gaat om de Bestuursrapportage 2019 (pagina 54 en verder) en Kaderbrief 2020-2023 (pagina 54 en verder). - duiding van het bedrag voor de internationale schakelklas a 695 000 euro? Waaruit zijn deze kosten opgebouwd? Zijn deze kosten wettelijk verplicht? Antwoord: Dit bedrag is bedoeld ter dekking van de huisvestingscapaciteit van de Internationale Schakelklas (ISK) ter vervanging van het gebouw aan de Mary Zeldenrustweg. Dit noodgebouw zal in januari 2021 worden gesloopt ten behoeve van nieuwbouw van woningen. Het betreft een bedrag van € 430.000 voor 2020 en € 265.000 voor 2021. Deze bedragen worden besteed om het gebouw aan de Vijf Meilaan 137 geschikt te maken voor de Internationale Schakelklas. De gemeente heeft conform de onderwijswetgeving een zorgplicht voor de huisvesting van leerlingen in het primair, speciaal en voortgezet onderwijs. Het huisvesten van de ISK op de nieuwe locatie, Vijf Meilaan 137, is dus inderdaad een wettelijke verplichting.

- Hoe is in het IHP rekening gehouden met onvoorziene kosten? Is bijvoorbeeld bij elk project een percentage voor onvoorziene kosten meegenomen? Antwoord: In het IHP is niet met een aparte post gerekend voor onvoorziene kosten, dit wordt per project bekeken en opgenomen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar recent gerealiseerde (VMBO Boerhaavelaan) of in voorbereiding of realisatie zijnde projecten (Basisscholen Broekplein en Leonardo College), dan blijkt dat in het geval van het VMBO Boerhaavelaan er circa €2600 per m2 BVO is uitgegeven (al rekening houdend met BENG-eisen) en dat de in voorbereiding of realisatie zijnde projecten er ook nog sprake is van m2-prijzen BVO onder de €3000 euro. Er is dus nog bewegingsruimte de komende jaren om een eventuele stijging van marktconforme prijzen op te vangen en in het totaalbedrag is wel rekening gehouden met onvoorziene kosten. PdvA Zojuist heb ik de stukken over het IHP gelezen en heb daarbij de volgende technische vragen. - Waarom wordt voor 2020-2032 gerekend met een vast bedrag van €3000,- terwijl de daadwerkelijke kosten waarschijnlijk de komende jaren verder zullen stijgen (de marktconforme prijs blijft geen 12 jaar gelijk)? Waarom wordt niet gewerkt met een schatting van de verwachte meerkosten, bijv.

op basis van het verleden? Antwoord: Op basis van recente aanbestedingen en marktontwikkelingen is een investeringskostenraming gemaakt voor de nieuwbouw van een reguliere school. Aangezien hierin de terreinkosten (speelplaats en parkeren) en recente prijsstijging buiten beschouwing zijn gebleven heeft het ingehuurde adviesbureau (ICS) in het IHP rekening gehouden met een gemiddelde investering van €3000 per m2 bvo. Voor kleine en complexe opgaven zullen de investeringskosten naar verwachting boven dit gemiddelde liggen en bij grote en minder complexe opgave liggen de investeringskosten naar verwachting onder dit gemiddelde.

Bij het opstellen van het nieuwe IHP (besluitvorming 2023) wordt voor de derde fase opnieuw gekeken naar de marktconforme prijzen op dat moment. Daarom is bij de derde fase enkel een indicatief investeringsvolume opgenomen voor de projecten die in deze fase staan opgenomen. Als je kijkt naar recent gerealiseerde (VMBO Boerhaavelaan) of in voorbereiding of realisatie zijnde projecten (Basisscholen Broekplein en Leonardo College) dan blijkt dat in het geval van het VMBO Boerhaavelaan er circa €2600 per m2 BVO is uitgegeven (al rekening houdend met BENG-eisen) en dat de in voorbereiding of realisatie zijnde projecten ook nog sprake is van m2-prijzen BVO onder de €3000 euro. Er is dus nog bewegingsruimte de komende jaren om een eventuele stijging van marktconforme prijzen op te vangen en er is rekening gehouden met onvoorziene kosten. Daarnaast geldt dat er voor projecten uit de eerste twee fases jaarlijks geïndexeerd wordt, zodat bij het aanvragen van kredieten sprake is van de op dat moment geldende marktconforme prijzen. - Er zijn zorgen over de planning. PROO verwoordt het als volgt: PROO maakt zich zorgen over de beschikbaarheid van de wissellocaties en noodlokalen. Het is noodzakelijk om strak vast te houden aan de planning om de carrousel draaiende te houden, zoals bedacht om knelpunten in de planning te voorkomen.

Hoe gaat het college/de gemeente hier op sturen om vertraging te voorkomen? Antwoord: Er is voor Onderwijshuisvesting extra formatie aangetrokken in de vorm van een programmanager en een extra beleidsmedewerker. Het gehele team Onderwijshuisvesting en de betrokken projectmanagers zullen zich, in samenwerking met de betreffende schoolbesturen, bezig houden met de planning en uitvoering van het nieuwe IHP. De planning zal continu gemonitord worden om bij eventuele knelpunten tijdig te kunnen bijsturen. Het College wordt tijdig geïnformeerd indien er knelpunten worden gesignaleerd die tot vertraging zouden kunnen leiden. - Uit de stukken valt op te maken dat de ventilatie op scholen op dit moment nog niet op orde is. In verband met corona vraag dit om directe actie. In een van de stukken staat hierover het volgende: Het ventilatievraagstuk moet vooruitlopend daarop met alle schoolbesturen en gemeente worden opgelost. Wat gaat de gemeente precies doen? Wat is de planning? Wanneer moet dit volgens het college opgelost zijn? Op hoeveel scholen is de ventilatie op dit moment niet op orde? Antwoord: De schoolbesturen hebben haar schoolgebouwen, ook als bredere opdracht vanuit de Rijksoverheid, laten inventariseren op de kwaliteit van het binnenklimaat en ventilatie. De nieuwere gebouwen voldoen aan de norm; bij een aantal oudere panden is verbetering mogelijk.

Bij een deel van de schoolgebouwen is de ventilatie niet op orde. Dit betreft soms ook alleen een gedeelte van het schoolgebouw. Juridisch gezien zijn de schoolbesturen zelf verantwoordelijk voor het binnenklimaat/de ventilatiemogelijkheden van haar panden. Ook als de ventilatie niet op orde is behoren de schoolbesturen op basis van de wet zelf de aanpassingen te verzorgen. De gemeente en de schoolbesturen zijn maandelijks over dit onderwerp met elkaar in gesprek. Op 30 november heeft het Rijk een cofinancieringsregeling gepubliceerd om de ventilatie in de scholen te verbeteren. De bijdrage van het Rijk bedraagt maximaal 30%. De overige 70% moet het schoolbestuur bijdragen. Sinds de inwerkingtreding van deze regeling op 4 januari jl. heeft de gemeente i.s.m. met schoolbesturen voor 4 schoolgebouwen subsidie aangevraagd, te weten voor Het Metrum, De Thermiek, De Vlieger en De Delta waarbij de schoolbesturen zelf zorgdragen voor de 70% financiering - Tijdens de raadsvergadering op 4 oktober 2018 heeft de wethouder toegezegd de situatie inzake SBO De Vlieger te betrekken bij de update van het IHP. N.a.v. die toezegging heeft de PvdA de motie om een oplossing te bieden voor de noodlokalen bij SBO De Vlieger ingetrokken.

Wat is er sinds deze toezegging gebeurd? Waarom heeft SBO De Vlieger geen plek gekregen in het IHP 2020-2032? Welke oplossing heeft het college gevonden? Antwoord: N.a.v. motie 18.0071/1 heeft wethouder Dirkse toegezegd dat als bij het opstellen van Scholenlandschap 2030 mocht blijken dat er bijgestuurd moet worden bij SBO de Vlieger en/of andere

scholen op het gebied van huisvesting, dit ook gebeurt. Dit kan in een eventueel uitvoeringsbesluit van onderwijshuisvestingsprojecten van het IHP. Bij de herijking is het IHP 2019-2030 als uitgangspunt genomen voor het nieuwe IHP. Dit omdat de belangrijkste reden om het IHP 2019-2030 aan te passen is dat het niet financierbaar bleek. Dit betekent dat alle reeds in het IHP voorkomende scholen op basis van een realistischer planning en investeringsvolume in het nu voorliggende IHP 2020-2032 zijn gezet. Bij het opstellen van het nieuwe IHP, dat volgens planning in 2023 de besluitvorming zal doorlopen, wordt met alle Leidse schoolbesturen opnieuw gesproken over alle schoolgebouwen. In dat kader wordt daarom ook met SBO De Vlieger gesproken over hun huisvesting. - In het raadsvoorstel staat: "Veel van deze beleidskaders en uitgangspunten worden opgepakt tijdens de initiatieffases van de onderwijshuisvestingsprojecten en andere worden in de Leidse Educatieve Agenda (LEA) Werkgroep Onderwijshuisvesting opgepakt ter verdere uitwerking. Dit laatste geldt bijvoorbeeld voor het onderwerp segregatie. Het tegengaan van segregatie is een uitgangspunt waar de betrokken partijen zich voor inzetten.

Dit onderwerp zal geagendeerd worden in de LEA Werkgroep Onderwijshuisvesting, zodat schoolbesturen en gemeente samen hier verdere uitwerking aan kunnen geven." Klopt het dat de uitkomsten van deze werkgroep mogelijk een plek moeten krijgen in het IHP? Zo ja, hoe wordt hier mee omgegaan (ook met eventuele punten die direct zouden moeten worden opgepakt)? Antwoord: Tijdens de overleggen komen diverse onderwerpen aan bod. Mocht dit leiden tot het nemen van een besluit, zoals het een plek geven in het nieuwe IHP, dan wordt dit tijdens een plenair bestuurlijk overleg geagendeerd. Op deze manier kunnen alle schoolbesturen hierover hun standpunt geven. In de LEA werkgroep Onderwijshuisvesting zijn nl. niet alle schoolbesturen vertegenwoordigd. Kan het college voorbeelden geven van maatregelen op het terrein van onderwijshuisvesting die een positieve bijdrage kunnen leveren aan (het tegengaan van) segregatie? Antwoord: Aan het Kiljanpad hebben 2 nieuwe scholen een duurzaam nieuw gebouw gekregen, te weten Leimundo en De Ley. In deze wijk, Leiden Zuidwest, gingen vele kinderen buiten de wijk naar school. Bijvoorbeeld naar de Professorenwijk en Voorschoten. Omdat het uitgangspunt is om zoveel mogelijk de kinderen in de eigen wijk naar school te laten gaan, hebben deze moderne scholen voldoende ruimte gekregen om dit te kunnen faciliteren.

- In het raadsvoorstel staat: "Gemeente en schoolbesturen blijven ten aanzien van het onderwijs aan de vluchtelingen en statushouders met elkaar in gesprek over spreiding, noodopvang, en het bieden van onderwijs." Op welke locaties ontvangen deze jongeren nu onderwijs? Voor hoeveel jaar is deze locatie beschikbaar? Antwoord: Vanaf het nieuwe jaar zijn de Internationale schakelklassen van het Da Vinci College op 1 plek gehuisvest in het schoolgebouw aan de Vijf Meilaan 137. Voor die tijd waren deze leerlingen over meerdere plekken in de stad verspreid (Kanaalpark en Mary Zeldenrustweg). Deze locatie is voor minimaal 5 jaar beschikbaar.

- Hoeveel scholen voldoen op dit moment nog niet aan de eisen van het VN Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap? Op welke punten voldoende de betreffende scholen niet? Wanneer gaan deze scholen wel voldoen aan het VN Verdrag? Antwoord: We hebben geen precieze cijfers over welke scholen wel/niet voldoen aan de eisen van het VN Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap. In principe is het de verantwoordelijkheid

van de schoolbesturen dat schoolgebouwen voldoen aan de eisen van het VN Verdrag. Alle nieuwe/recente schoolgebouwen zijn in ieder geval wel goed toegankelijk voor mensen met een handicap. Mochten er aan bestaande gebouwen aanpassing nodig zijn dan is dit een taak van het schoolbestuur. Deze ontvangt in haar lumpsumfinanciering van het Rijk middelen om het gebouw aan te passen. - In hoeverre worden jongeren zelf betrokken bij plannen voor onderwijshuisvesting? Antwoord: In de meeste gevallen is het schoolbestuur de bouwheer. Van een aantal schoolbesturen, zoals de scholengroep Leonardo da Vinci, is bekend dat zij haar leerlingen actief bij de planvorming betrekken. VVD 1. Waarom is ervoor gekozen om veiligheid & duurzaamheid onder hetzelfde kopje in de quickscan (namelijk technische kwaliteit gebouw) te scharen? (P. 15 – figuur 6 uit bijlage I) 1. Antwoord: Bij duurzaamheid is o.a. gekeken naar isolatie van de gebouwschil, na-isolatiemogelijkheden, type installaties en zonnepanelen. Bij veiligheid is o.a. gekeken naar brandveiligheid en hygiëne. Beide aspecten geven een indicatie van de technische kwaliteit van het gebouw. Daarom zijn ze onder hetzelfde kopje geschaard. 2. Alle scholen scoren slecht op binnenklimaat en technische kwaliteit van het gebouw.

Toch moeten sommige scholen nog jaren wachten tot hier verbetering in wordt aangebracht (drie scholen zelfs tot 2030 en daarna). Zijn er mogelijkheden om de kwaliteit al eerder te verbeteren? Antwoord: Ja, die zijn er wel. Schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het binnenklimaat/de ventilatiemogelijkheden van haar panden. Zij ontvangen van de rijksoverheid hier ook middelen voor (Zie ook het antwoord onder vraag 3). Indien deze verbeteringen worden meegenomen bij nieuwbouw of vernieuwbouw van scholen, dus door activiteiten die door de gemeente worden bekostigd, dan zijn deze mogelijkheden er alleen als de gemeenteraad daar budget voor vrijmaakt. 3. Is de ventilatie op alle scholen in orde? Zo nee, op welke scholen is dit het geval en op welke termijn kunnen zij verbetering van de situatie verwachten? Antwoord: De schoolbesturen hebben een deel van de schoolgebouwen, ook als bredere opdracht vanuit de Rijksoverheid, laten inventariseren op de kwaliteit van het binnenklimaat en ventilatie. De nieuwere gebouwen voldoen aan de norm; bij een aantal oudere panden is verbetering mogelijk. Bij een deel van de schoolgebouwen is de ventilatie niet op orde. Dit betreft soms ook alleen een gedeelte van het schoolgebouw. Vaak is het voldoende om na elke les de deur open te zetten en het lokaal te luchten.

De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het binnenklimaat/de ventilatiemogelijkheden van haar panden. Ook als de ventilatie niet op orde is behoren de schoolbesturen op basis van de onderwijswetgeving (WPO, WEC en WVO) zelf de aanpassingen te verzorgen. De gemeente en de schoolbesturen zijn maandelijks over dit onderwerp met elkaar in gesprek. Op 30 november heeft het Rijk een cofinancieringsregeling gepubliceerd om de ventilatie in de scholen te verbeteren. De bijdrage van het Rijk bedraagt maximaal 30%. Sinds de inwerkingtreding van deze regeling op 4 januari jl. is er voor 4 schoolgebouwen in Leiden subsidie aangevraagd door de gemeente, te weten voor Het Metrum, De Thermiek, De Vlieger en De Delta. 4. A. Klopt het dat vanaf 1 januari 2021 het wettelijk verplicht is om aan de BENG normen te voldoen bij nieuwbouw – en dat dit dus van toepassing is op de nieuw te bouwen scholen? B. Betekent dit dat bouwen volgens de BENG-normen bij renovatie niet verplicht is?

C. Kan een inschatting worden gemaakt van de kosten per te renoveren aantal m2 bvo zonder aan de BENG normen te voldoen? Antwoord: A. Ja. B. Dit klopt. Bij renovatie is dit niet verplicht. C. Renovatiekosten zijn afhankelijk van het gewenste kwaliteitsniveau en de huidige staat van het gebouw. Een dergelijke inschatting in deze fase is niet te geven. Daarvoor moeten er meer randvoorwaarden in kaart zijn gebracht en dat gebeurt pas op het moment dat er door uw Raad middelen voor een onderwijshuisvestingsproject beschikbaar zijn gesteld en de planvorming door het betreffende schoolbestuur kan starten. 5. Welke niet-wettelijke investeringen op het gebied van duurzaamheid, bekostigd door de gemeente, vallen binnen het geplande IHP als gevolg van de duurzaamheidsambities van dit College? Antwoord: Alleen bij nieuwbouw heeft de gemeente de wettelijke plicht om te voldoen aan BENG. Bij vernieuwbouw is ook BENG als uitgangspunt gesteld, aangezien in het IHP vernieuwbouw (renovatie) als een gelijkwaardige ingreep wordt gezien als nieuwbouw. Daarnaast is voor een aantal scholen een lichte renovatie opgenomen om het binnenklimaat en duurzaamheid van schoolgebouwen te verbeteren en daarmee ook de levensduur te verlengen. Bij lichte renovatie is BENG geen wettelijke verplichting, maar kan wel worden gezien als invulling van de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting.

In de raming van renovatie is geen rekening gehouden met BENG. 6. A. Is het mogelijk dat er in de komende 11 jaar nog meer scholen behoefte hebben aan een renovatie of nieuwbouw – welke nu nog niet zijn opgenomen in dit overzicht? B. Betekent dit dat zij sowieso tot na 2032 moeten wachten tot er weer nieuwe investeringen kunnen worden gedaan? Antwoord: A. Ja, dat is mogelijk. Leerlingenaantallen kunnen per school per jaar wijzigen en daarmee ook de behoefte aan m2’s. B. Regelmatig wordt er in samenspraak met het onderwijsveld een nieuw, bijgesteld, IHP gemaakt. Afhankelijk van de dan gemaakte keuzes kunnen scholen al dan niet voor nieuwbouw/renovatie in aanmerking komen. Volgens planning zal er in 2023 een nieuw IHP de besluitvorming in gaan. Eventuele nieuwe onderwijshuisvestingsprojecten zullen, naast de al bekende projecten uit fase 3 van het IHP 2020-2032, in dit nieuwe IHP opgenomen worden. 7. Het College rekent met een hogere normvergoeding dan de VNG-normvergoeding, omdat prijzen in de Randstad over het algemeen hoog liggen. A. Klopt het dat er voor alle projecten in dit IHP met dezelfde normvergoeding van €3000 per m² bvo wordt gerekend? B. Waarom is er niet voor gekozen deze (geschatte) normvergoeding over de jaren te laten stijgen om zo mogelijke stijgende bouwkosten al direct te ondervangen? Antwoord: A. Bij alle projecten is gerekend met € 3.000,- per m² bvo.

In de toelichting op dit bedrag is tevens aangegeven dat op basis van recente aanbestedingen en marktontwikkelingen een investeringskostenraming is gemaakt voor de nieuwbouw van een reguliere school. Aangezien hierin de terreinkosten (speelplaats en parkeren) en recente prijsstijging buiten beschouwing zijn gebleven heeft het ingehuurde adviesbureau (ICS) in het IHP rekening gehouden met een gemiddelde investering van €3000 per m2 bvo. Voor kleine en complexe opgaven zullen de investeringskosten naar verwachting boven dit gemiddelde liggen en bij grote en minder complexe opgave liggen de investeringskosten naar verwachting onder dit gemiddelde.

B. Bij het opstellen van het nieuwe IHP (besluitvorming 2023) wordt voor de derde fase opnieuw gekeken naar de marktconforme prijzen op dat moment. Daarom is bij de derde fase enkel een indicatief investeringsvolume opgenomen voor de projecten die in deze fase staan opgenomen. Voor projecten uit de eerste twee fases geldt dat er jaarlijks geïndexeerd wordt, zodat bij het aanvragen van kredieten sprake is van de op dat moment geldende marktconforme prijzen. Als je kijkt naar recent gerealiseerde (VMBO Boerhaavelaan) of in voorbereiding of realisatie zijnde projecten (Basisscholen Broekplein en Leonardo College) dan blijkt dat in het geval van het VMBO Boerhaavelaan er circa €2600 per m2 BVO is uitgegeven (al rekening houdend met BENG-eisen) en dat de in voorbereiding of realisatie zijnde projecten ook nog sprake is van m2-prijzen BVO onder de €3000 euro. Er is dus nog bewegingsruimte de komende jaren om een eventuele stijging van marktconforme prijzen op te vangen en er is rekening gehouden met onvoorziene kosten. GroenLinks In het raadsvoorstel valt te lezen: ‘’Het tegengaan van segregatie is een uitgangspunt waar de betrokken partijen zich voor inzetten. Dit onderwerp zal geagendeerd worden in de LEA Werkgroep Onderwijshuisvesting, zodat schoolbesturen en gemeente samen hier verdere uitwerking aan kunnen geven.’’ 1.

Waarom is er niet voor gekozen om reeds tijdens de nu voorliggende herijking rekening te houden met het tegengaan van segregatie? Antwoord: Het IHP 2020-2032 bevat geen nieuw beleid, maar is een herijking van het IHP 2019-2030 . Er is daarom nu geen nieuw beleid in dit IHP terechtgekomen. Er moet nog met de schoolbesturen worden besproken op welke wijze segregatie door middel van Onderwijshuisvesting kan worden tegengegaan. Dat gaan we in de LEA Werkgroep Onderwijshuisvesting doen. De resultaten hiervan zullen worden meegenomen in een nieuw IHP (volgens planning richting besluitvorming in 2023). Op pagina 8 van het IHP staat: ‘’De gemeente kan de schoolbesturen door middel van een duurzaamheidslening ondersteunen bij de bekostiging van de duurzame maatregelen.’’ 2. In hoeverre wordt er gebruik gemaakt van deze duurzaamheidslening? Antwoord: Er is tot nu toe 1 schoolbestuur (Da Vinci College) die hiervan gebruik heeft gemaakt. Er is toen 180.000 euro geleend. De overige schoolbesturen betalen de duurzaamheidsmaatregelen uit eigen middelen. 3. De kleinere schoolbesturen geven aan wellicht niet te kunnen voldoen aan de ENG-normen en willen wellicht ‘’op andere manieren werken aan duurzaamheid’’. Waarom maken zijn geen gebruik van de duurzaamheidslening van de gemeente om toch de ENG-normen aan te houden? Antwoord: De gemeente faciliteert de duurzaamheidslening.

Het is aan de schoolbesturen om van de duurzaamheidslening gebruik te maken. Bij lichte renovatie wordt de levensduur van gebouwen verlengt met 25 jaar, maar wordt niet voldaan aan de BENG normen. 4. Betekent dit dat de scholen waarbij slechts renovatie gepleegd wordt, 25 jaar lang niet voldaan kan worden aan de BENG-normen? Zo ja, wat betekent dat voor de gemeentelijke ambitie om in 2030 een CO2-neutrale gemeentelijke organisatie te hebben? Antwoord: A. Ja, maar dat is ook niet verplicht. B. Scholen behoren niet tot de gemeentelijke organisatie. Schoolbesturen zijn als zelfstandige organisaties zelf verantwoordelijk voor haar eigen gebouwen.

Toegevoegde vraag, gesteld tijdens het inloopspreekuur met de schoolbesturen: 5. Het schoolbestuur SCOL geeft aan dat er urgent ingrepen nodig zijn voor het Visser ’t Hooft aan de Kagerstraat en de Leidse Houtschool. Waarom zijn zij niet eerder aan de beurt? Antwoord: De volgorde van de projecten is bepaald door de door het ICS geconstateerde urgentie. Het ICS heeft een quickscan uitgevoerd en de betrokken schoolgebouwen op een vijftal onderdelen gescoord. Dit is de basis geweest voor de prioritering van de projecten en de volgorde van uitvoering in de tijd. De uitkomsten van de quickscan zijn met alle schoolbesturen besproken. Met elkaar is besloten om vast te houden aan de uitkomsten en daarmee de volgorde van aanpak. Voor sommige schoolbesturen geldt echter wel dat zij liever een andere volgorde hadden gezien, maar dat zij in het belang van de Leidse onderwijshuisvestingsportefeuille hebben besloten om wel in te stemmen met de volgorde van de aanpak van schoolgebouwen, zoals deze nu in het IHP 2020-2032 zijn opgenomen. Dit geldt bv voor SCOL bij de gebouwen Visser ’t Hooft en de Leidse Houtschool.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9617082/1