Antwoord op technische vraag Rembrandt Rowaan (GL) over RV.21.0052 RDOG t.b.v. OS 8-6
Tekst van het document
Technische vraag Rembrandt Rowaan (GL) over RV.21.0052 RDOG t.b.v. OS 8-6 Vraag: ''Hoe ver is het college met het uitwerken van de toezegging van de Raad van 2 december over het vergroten van de democratische legitimiteit van de RDOG (en andere gemeenschappelijke regelingen), bijvoorbeeld met een adviescommissie van Raadsleden?'' Antwoord: Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur (AB) van de RDOG HM d.d. 09-12-2020 heeft wethouder Damen bij de bestuurders van de andere 17 gemeenten die deelnemen aan deze Gemeenschappelijke Regeling (GR) getoetst of er in de regio een soortgelijke behoefte is aan het vergroten van de democratische legitimiteit d.m.v. bijv. een adviescommissie van Raadsleden. Uitkomst van de bespreking was dat men onderschrijft dat de raden hun kaderstellende rol goed moeten kunnen vervullen. De GR betreft een collegeregeling, waardoor de raad grotendeels alleen de budgettaire kaders vaststelt. Daarbij is het van belang dat de colleges de raden goed informeren en ligt een adviserend orgaan van raadsleden niet voor de hand. Er is bij het AB geen behoefte aan een dergelijke adviescommissie, omdat dit suggereert dat er sprake is van een adviserende rol voor de gemeenteraden terwijl er sprake is van een zuivere collegeregeling.
De vraagstellingen uit het Rekenkameronderzoek sluiten aan bij de conclusies van het AB RDOG, zoals: - mate van intensief en tijdig informeren van raden over verbonden partijen; - verbeteringen t.a.v. grip, sturing en toezicht. N.a.v. de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer gaat het college graag met u in gesprek over de mogelijkheden om de democratische legitimiteit van de raad t.a.v. GR’en te vergroten.